De zesdaagse van Gent
DE HARMONIE SPEELT TIJDENS DE ZESDAAGSE VAN GENT
t was binds de 6 dagekoers van Gent. Er waren drie muzieken gevraagd, een uit Oostende, Gent en t muziek van Gustje Mestag Dendermonde.
Ieder speelde op zijn beurt, maar wie er meest bij val hield, waren wij. Ook was er prime (…) ze was voor den boemer Goossens uit Baesrode, want hij ree ook mée.
Dat het volk met ons mée leefde, ondervonden we best wanneer onzen toer af was en we moesten herbeginnen en tot ons groot spijt toen we s’ morgens buiten vlogen, niet tegenstaande we wilden betalen om binnen te blijven.
Ge zoudt zeggen: die kerels zullen moei zijn zoo ne dag en nacht binne zitte, ge zult gaan horen, van aan de wintervelodroom tot aan zuidstatie is nog al een eind ver, ewel, we zijn vertrokke met muziek à la fil indienne altijd al spelende tot aan den eerste café, t’ was nen Dendermondenaer die daar woonde juist voor den ingang van de glazestraat dat er ons twee favorie marche door vlogen, t’ ros beiaard en Poperingen (…) en daarmee de glaze in.
Ja, in een groote
stad hebt ge altijd nachtcavitjes en nachtuile en het wilde nu juist lukke dat
we in zulk gezelschap vielen (…) het gezelschap dat binnen zat te slapen, waren
zoo dronken dat ze niet wisten welk kleur hun kostuum bedroeg zoo min dit van
de vloer. Onze gros caissier, ne goeie jongen, dien tijd noemde ze hem Jefke - t’
ander wil ik niet bij zeggen -, vroeg aan de inwoners: g’hebt toch water
borstel en dwijl. t’ zal hier rap opgeklaard zijn,
nen helper die t’ water
aanbrengt en Jefke aan t gieten tot de café vol was tot op de straat (…) en wij
(…) langs den andere kant buite, zeggende we komen terug, maar t’ was
regelrecht de zuid statie binnen, trein op voor Dendermonde.
Den eenen na den andere viel in t slaap, er zijn er altijd die moeielijk in slaap geraken en deze begonnen de poperingse march te spelen. Staaf met zijn instrument aan de mond, ooge toe, speelde mée.
zoo waren de muziekanten van Gustje Mestag.













