Op 't Vestje...


Op 't Vestje (jaartal onbekend).
(Met dank aan Patrick De Wolf)

Tweede van rechts herkennen we Maria De Smedt (Mie Bosman).
Op 't Vestje...


Gustje, conferencier in de DonckstraatGUSTJE, CONFERENCIER IN DE DONCKSTRAAT
Bij de 7de dochter van de Wijts, t is te zegge Casiman in de Donckstraat, was ik Conferancier
als Petje Lap, Metje Lap, de Burgervader en een onderpastoor waren we aan tafel gevraagd,
weigeren kon ik niet doen, zulks had ik vroeger in Brussel onder vonden, alwaar ik met te beleefd te zijn gansch den dag met honger had moeten werken, t’ was in Ukkel op een casteel en Mme kwam me vragen: vriend, zoudt ge niet een stukje komen eten
dank U, Mme
nen tweede keer wierd niet herhaald, dit is me gans mijn leven bij gebleven,
daarmee had Honoré geen last en ik mag u verzekeren, dat ik dien dag bezonder amboechuur had, zoo wel in t’ drinken als in t’ eten.
Mijn rol als conferancier heb ik volbracht, tot wanneer het eerste muziek uit de Donckstraat was aangekondigd met comiteit en geschenken met den talentvolle Bestuurder Cesar Bogaert.
Ik had juist gedaan met mijn Charité te zingen zooals ik gewoon was te doen na elk feest dat ik bij woonde ten voordeele der wezen, en mocht de aanwezige bedanken in naam van weezentroost
het had de som opgebracht van 560 fr’, gecontroleerd door Burgervader Heer Portmans, die nadien ons gezelschap had verlaten zoowel als Madame en Heer Onderpastoor die den Heer Deken had vervangen.
Ze waren nog niet
thuis of t’ was al van: Waar kan men beter zijn dan bij ons beste vrienden, of
gansch het personeel van de Wijts kwam buiten met familie en Petje Lap
Een walske en Honoré met vrouw aan den dans, dit kon een jonge
juffer uit de gebuurte niet verdragen en schepte Petje Lap mee.
het verschil was te groot: in de 70 en Gustje toujours vingt ans, of er gelachen wierd, moet ge niet vragen.
daarna kwam het comiteit der dijkbewoners, met aan t hoofd hunnen dijkkoning en gemeenteraadslid Pieters, die een gevoelig dicht afleesde, terwijl een ander het geschenk aanboude.
bij t’ hoore en zien van t’ geschenk was ik zelf zoo getroffe als het jonge koppel met hun 7 afstammelinge.
Het muziek van Appels moest nog komen en tot wanneer die feestelijkheden hebben geduurd, weet ik niet, maar dat men in die wijk niets anders had gehoord dan muziek en klinke van glaze, dat zal Honoré best ondervonden hebben.
Wanneer men mij naar huis heeft gevoerd, weet ik zelf niet, de wekker was stil gevallen en toen daags nadien Honoré bij was binnen gevalle, was hij bij het slapen alles vergeten - dit was nog best.
Bonte avond met Gustje en Louis BaretBONTE AVOND MET GUSTJE EN LOUIS BARET
Hier kom ik nog eens uit met mijn bonte avonden, door mij opgeluisterd en beneficie voor de weezen, handelsverbond der kaatsers, in de zaal rocxij met de medewerking van de conferancier Louis Baret en eenige tippe uit de stad, namelijk Miel Mariën die moest handelen over footbal, hij was toen in zijn volle fleur, maar wat blùu en durfde niet verschijnen, Verhas over athletik en discus werpen, dien tijd beroemd in Belgie en buitenland, trok zich zeer goed uit de slag. Mong Van Geel, t’ ging over kaatsen en tonneel, t was juist zijne pak, daar moest men niet aan twijfelen, t was juist den tijd van geeft hem de pint, zoo wel in de radio of feeste door Louis Baret en dat de Mong er ééne kreeg en uitdronk op de scène, was zeker.
Nu was het den toer van onze Gust, die wel een half uur op de pijnbank heeft gezeten en t’ eerste wat de conferancier vroeg, was: Gustje, ge zijt nog al ne man die van alles hebt gedaan
mijn antwoord lag al gereed: cirkusclonw geweest, toneelspeler, muziekant,
maar hoe oud zijt ge wel.
Wat een vraag, ik zelf weet het niet.
in de zaal waren er al die dachte: nu zullen we het toch weten, maar ze waren mis, zoomin als Baret.
Ge zijt muziekant, liedjes zanger, zooals ik reeds heb gehoord, zoudt ge me niet eens een strofje voorzinge: dit waarover ik zoo dikwijls heb horen van klappen.
Ah, ge wilt zegge: mijn serenada, eige fabricatie, een oogenblik, want ik moet zien of mijn orkest klaar is, want gewoonlijk treedt ik op met dans, parachol of regenscherm en gekleed in piot.
Ja, alles was gereed en op 2 minuten kwam ik al dansend en zingende. Ik vroeg aan het publiek de refrein mee te zingen, d’ air was bijna door alleman gekend, t’ was Sancta Lucia, maar bij mij was het Sancta Sofia, alleman zong mee, t was ne succès zonder weerga en moest 2 maal herhalen.
Ik kreeg de gelukwensen van de conferancier, die me vroeg: Gustje, ge zingt gewoonlijk na het opluisteren van feeste la Charité voor de weesjes, is het niet te veel dat ik vraag, al was het maar een strofke.Voor onze weesjes is het nooit te veel
en ik zing het lied voluit, doch op voor waarde dat er mag rondgegaan worden.
hetgeen Louis Baret volgaarne toestond en nog de eerste was om in de schaal te leggen, waarmee 2 oud weze jongens rond gingen, terwijl ik aan t’ zingen was
Bij het einde van mijn lied, in plaats van geeft hem de pint, was het geeft er hem twee, die ik op de scène uitdronk, binds de control van het rondgehaalde som en ik mocht het publiek bedanken in naam van de weesjes
de opgebrachte som was 2500 frs.
Muzikale omlijsting...




Dendermondenaars op de Olympische Spelen (2)DENDERMONDENAARS OP DE O.S.
Gustje (bijna) op het Ros BeiaardGUSTJE (BIJNA) OP HET ROS BEIAARD
T’ was in 1888, toen de Lord Mayor van Londen een bezoek bracht aan zijn geboorte stad Dendermonde,
een groote stoet was ingericht met ons gekend Ros beiaard. Daar Polleke Mestag een gekend figuur was, hebbende vijf opvolgende zonen, wierd er op onze Pa beroep gedaan voor t vervangen der vier Eymons kinderen: Cesar de jongste, Gustje de kleinste, Juul en Leon.
Daar er in de stad
nog nen burger was met vier zonen en was komen vragen: Polleke, laat mijn
kinderen die eer genieten, stond Pa toe en de vier Pieters mochten op ’t Ros
Beyaard paard zitten.
Zijn oudste zoon Leon Mestag mocht op de walvis zitte met
Jef Bertin, namelijk Jef De Kalle ne gekende visser, in de muil van de visch,
Gustje de kleinste van de Mestags was Cupido, den boogschutter en of hij zijn
dienst goed dée
dit heeft zijn
kozijn, Den Dore Cambier, best ondervonden, hij was glazemaker en de gebroke
glazen wierden door de stad toch betaald en ik had er ne roefel in gedaan.
Cesar en Juul, dit waren krijgslieden, die kerels waren toch van niets benaadt.
Dendermondenaars op de Olympische Spelen (1)DENDERMONDENAARS OP DE O.S.
(Met dank aan Mielle en Tine Lutens-Robbrecht)
Kaatsen op de Grote MarktKAATSEN OP DE GROTE MARKT
t’ was een kaatslut op de Groote Markt, dit was nog een van mijn groote zwansdeugnieterijen.
Ik schreef er een
lut uit, de walen tegen vlaaminge
Bij de walen: kopman de Kromme Van Hoof, rooi
manne De Boeck, de lange Claessens, groote keer Gustaaf, ne slinke zoon van de
zwarte Baro, achterman Pol Gijssels, vervanger Gabbe Van Wesemael.
De Vlamingen:
kopman Gustje Mestag, rooimanne Nuuke De Geest, Marcel Kelbaert, groote keer
Mong uit t’ hoeksche die woonde toen op de schelstraat nevens Doctor Scholler
en Dierickx, Akkermans en Rieke Vercammen (Hamme Zog)
Jurie Waelse ploeg:
Clement Kelbaert, Vlaamse: Frans De Clercq boekbinder, en een onzijdige: Désiré
De Wolf, schipper die woonde op t sas.
Het akkoord was: de vlaminge gaan de walen in de statie afhalen. ik was op voorhand met de valieze naar de markeur gegaan, bureel der marchandiezen eenige vrachtbrieve doen oppleke, want die waren nog al gekend en gevraagd en gezaamentlijk naar de groote Markt waar veel volk stond te wachte
De vlaminge hadden
alle dezelfde handschoenen, daar had de Gabbe voor gezorgd t waren deze der
hottentotten, Moenske Van Hedersem was gevraagd door de walen, maar hadt zijn
trein gemist en wierd vervange door de Gabbe, die kon geen handschoen nemen,
hij was tegenstrever van de vlaaminge en bondt nen houten blok aan zijn hand.
Dat de Jurie zijn werk had, moet ge niet vragen, Marcel met achteruit te loope
viel op zijn grosse caisse, met een weinig te masseeren kwam alles op zijn
effe.
Een weinig nadien krijgt de Gabbe nen bal, met te keere vliegt den blok van zijn hand en Marcel had juist den tijd om op zij te springe of hij vloog vlak in zijn gezicht.
De Jurie kwam bijeen en er moest gekaatst worden met de bloote hand. t was nen handicap voor de vlamingen en na nen geweldige strijd waren de walen overwinnaars.
De nijdt was te groot en de walen moeste het alleen aftrappe, ze zijn ne heelen tijd blijve hangen op t vestje bij de Mathiü, in t’ spinske, in t’ Capelleke bij Pol Van Drogenbroek, de zot Hersens, de zeve Billekes bij zoo ver dat ze hunnen trein hadden gemist en hoe ze op destinatie zijn gekomen, ben ik nooit te wete gekome, wij van onze kant konde dit verlieze moeielijk kroppe en kropen in t hoeksche bij Mong, wat later bij Dupont die woonde toen waar nu Dolf De Wachteleir woond, daarna bij Tante Finne nevens t vissershuis Clement Kelbaert en voor t sluite bij de Gabbe
het verdriet was
te groot, van daar trapte de vlamingen allen naar huis in volle verdriet.
Wilt
Ge nu het verslag eens wete over de groote lut vlaeminge en waelen, de twee
jongste zijn nog in leven ploeg: kromme Van Hoof, Pol Gijssels, ploeg Gustje
Mestag, zijn rooiman Marcel Kelbaert, Audegem. De Bock in t gasthuis de man van
deux à deux, quarante à deux, t was ne rooiman van de walen, hij moet zijn
frans niet vergeten hebben, want t is niet lang geleden dat ik hem tegen
gekomen ben en t was nog van deux à deux.
Over de wekelijkse marktOVER DE WEKELIJKSE MARKT
Ik heb de markt wete kwijnen en verdwijnen, t was toen de verhuizing naar St. Gilles begon, geholpe door onze vrienden uit Aalst die met de zwarte vlag afkwamen, metinge kwamen geven en trachte te overhandigen met Burgemeester en Schepenen hetgeen hun niet lukte.
St Gilles deedt zijn best om dit doel te berijke, hetgeen tijdelijk ging: onze markt verminderde in t voordeel van onze geburen, er waren kramers die thuis bleven liever dan over te loopen.
Ik herinner me goed: op de Groote Markt was één stoffe kraam gebleven, Mme Fr. Van Damme, Baesrode.
Ik richte zelf kaatslutten in om er den moed in te houden, we speelde van aan den ouden tinne pot tot aan t vaderland.
Dat het niet lang ging duren, wiste we zeker, den ijzere weg en de Schelde stonden in de weg
er wierd een beestemarkt ingericht, er waren weinige verkoopers, maar nog minder koopers met dit verschil: de wekelijkse markt kwam terug, maar de beeste markt verhuisde naar t’ sas van aan de zwartzusterstraat tot achterkant gasthuis.
Er was spraak dat die markt daar ging blijven, eenige commercanten kwamen bij een, want dit was een ramp voor de Groote Markt, veemarkt en omliggende straten
ik richte een schrijve in tot Burgervader en Schepenen als protest onderteekend door de eigenaars der volgende straten: Veemarkt, Greffeling, Groote Markt, schelstraat, Kerkstraat,
ik was overal geweest, persoonlijk laten teekenen en doen afgeven door de concierge met de groete van Gustje Mestag, ik stond de eerste vermeld op den brief die ik zelf had op gemaakt en ontving de antwoord van den Heer Burgemeester, gebracht door den zelfde concierge.
Mijne Heeren, ge moogt gerust zijn, het is maar tijdelijk en de beestemarkt komt op hare gewone plaats terug en z’ is er gebleven tot wanneer ze verhuisd is naar t vestje, dit kon niet anders, want met te veranderen van die straat, t was toen geen beestemarkt meer maar een laan of Boulvard, was men verplicht te verhuizen en ik mag zegge, t was de geschikte plaats, t’ vestje was toch toegelegd.
Onze markt kwam normaal terug en de kramers kregen soms een aubade van Gustje met zijn Clarinet, waar soms zijn twee boezemvrienden zich bijvoegde, namelijk Kleinen Trip als groscaissier en mijn Clarinet Solo, Nestor Van Vlemmeren.
Gustje en den DolleGUSTJE EN DEN DOLLE
Nu wil ik nog iets vertellen van voor den oorlog 14.18, toen ik nog jongman was, meubelmaker en sculpteursgast in Brussel, Chaussée d’ Haecht
den Dolle, zooals men in dien tijd De Klippel noemde, was werkzaam bij nen antikeir eenige huizen voorbij ons magazijn. Het toeval wilde dat we s’ avonds na t werk bij een vielen, dus we trapte naar de Nord, Rue Botaniek, af
onder weg zegt Den
Dolle: mijn moeir heeft een occasie gedaan - onder ons gezegd die kocht alle
oude brol op en woonde in t prison strotje - nen ouden velo, maar zonder licht.
O, zei Gust, is het anders niet. ik zal u uit den nood helpen. ik heb nog ne
solinger die met carbure gevuld wordt, ik gebruik hem niet meer, ge moogt er om
komen
en De Clippel die nog al ne lieppe was, liet zich vangen, wachte me af aan den uitgang en ging mee met mij. We spraken niet meer over dit licht of lantaarn, ik wil zeggen Solinger,
mijn ouders woonde op de koornaert aan de denderbrug, hoekhuis, den overkant koning Van Haeltert, aan zijn huis hing ne lantaarn die s’ avonds wierd aangestoken en s morgens uitgedaan, den eene keer door Tolfte Van Goetem. die kon moeielijk een D uitspreke, daarom noemde ze hem Van Toetem, nen andere keer was het den Houte Viool,
ik zeg zoo flegmatik: Dolle, neemt uw solinger maar mee, het kost u geen centiem, maar ge moet er hem zelf afdoen en wees op den lantaarn
En weet u wat zijn bedanking was: f… sm… en vloog door de Dijkstraat, recht binne bij moeir in het prisonstrotje,
hij heeft me nooit nog over ne solinger gesproken, maar nadien heeft hij genoeg moeten horen op den Trein allé en retour Brussel.
Gustje helpt soldaat ontsnappenGUSTJE HELPT SOLDAAT ONTSNAPPEN
(…) de laatste oorlog, t was ten tijde toen de Engelse en Belgische krijgsgevangen naar onze casernen wierden gebracht er nen halt wierd gemaakt casernestraat, kerkstraat tot voorbij t gasthuis, de gentselaan op.
De Engelse wierden fel bewaakt, er mogt niets aan gegeve worden, nog eten, nog drank, dit kon niet belette dat mijn vrouw die van Engels afkomst was, er in t geheim voor zorgde, de belgen mochten in afwachting op cafè komen.
Ik had verscheiden officieren bij mij, alsook 2 soldaten en 2 chauffeurs, den eene, ne Luikenaer die zei: ik ga niet meer verder, en vroeg me een burgers kostuum, rap t zijne uitgedaan, door zijn kameraad in de foergon gesmeten (lange, overdekte legerwagen, jp), de hand komen drukke aan officieren van wien hij zelf de velo kreeg en kameraden - het moest ne gekende vriend zijn, want allen moeste nen traan wegvagen, van allen wierd de kleine Luikenaer omhelst en gelukkige reis gewenst.
Daar ben ik getuige van geweest, want t was in mijn café bij Gustje Mestag, Ouden Tinne Pot, 35, Dendermonde.
Hij was schoon
geekipeerd: mijn werkkostuum, ne slechte strooien hoed, ne roode zakdoek, hande
wat zwart gemaakt zooals ne werkman, uitleg langs waar hij moest rijden, eerste
straat lings, beurzestraat, het brugske over den dender, dan rechts langs de
forten (begijnhoflaan) tot aan de statie en dan recht door tot in Brussel, daar zal men U wel
de weg wel wijze voor Luik.
Eerst goed uitgekeke, de hand gedrukt en buite ken
ik u niet meer, een ding wat ik van U vraag, goed toekomen in Luik, stuur me
een kaartje: coli bien arrivé, dus weet ik genoeg
eenige dagen later kreeg ik een kaartje: colie bien arrivé signé le petit chauffeur.
na den oorlog kreeg ik jaarlijks op nieuwjaar een kaartje: le petit chauffeur du temps de la guerre, tot wanneer hij naar Frankrijk is gaan wonen, sinds heb ik geen nieuws meer vernomen.
Ik vergeet nog iets te zegge over het soldaatje, want het was ne kleine, dien ik in burger had gezet. Hij had zijn nummer de matricul in mijn pompbak gesmete zonder me te verwittige, ik kon geen water meer trekke, t slot uitgenomen en zoo kwam ik tot de ondervinding, maar dit was rapper in den dender dan die ransels van die brusselse garde civik helden naar het land van den akker doen (zie verhaal over WO I, jp).
Herinneringen aan LondenHERINNERINGEN AAN LONDEN
t was concert in de Queensole (Queen’s Hall, jp), grootste theater van Londe, ik was uitgenoodigd door ne vriend uit Parijs om t concert bij te wonen, zonder uitnoodeging geraakte ge niet binnen.
in de tapijte 5 centiemeters dik, symphonie 100 eerste prijze van t conservatorie zoowel Engelse, Franse, Duitsers, Italianen en Belgen.
onder de zangeressen, een duitsche die primeerde en bestuurder Woodt
de orgel was zoo groot dan de oppervlakte der zaal en anphiteater.
Bij t intreden van bestuurder stond al de muziekanten recht, Woodt aan den pupiter de maatstok in de hand, en t concert begon.
Verscheidene stukken die ik ten gehore kreeg: onder andere Rapsodie Hongroise van List die we zoo dikwijls hadden gespeeld onder Mr Hilgé en dachten het meesterlijk konden spelen, eh wel, we waren er kinders tegen, zoowel als te horen van de andere uitgevoerde stukke, dit is me altijd bijgebleve.
van Richmond gesproken, dat is de Donck maar in t groot, de plage waar d’ Engelse gaan campeere en slapen in de booten bij zomer seizoen, bij regen hebben ze hun tenten, langs de waterkant bars waar er gezongen wordt en waar ze Gustje zijn stem ook hebben gehoord.
Den 1ste keer dat ik er was henen geweest met mijn broer Jules een motorbootje genomen, den volgende maal breng ik mijn hautbois mee, we moeten ook muziek maken zooals d’ Engelse met die pistons clarinette, harmonicas, nen hobo hadt ik nog niet gehoordt en ne volgende keer was Gustje er ook bij, nog al eens afgestapt, gezongen, gespeeld en gedronken en veel bijval gehad, gephotografeerd met ne groote pot, t was toen geen wisky.
Een blinde in WO IEEN BLINDE IN WO I
Hier nog iets binds den oorlog 14.18
in de stad was nen blind geworden man, die zijn rol beter heeft gespeeld dan nen acteur, die dagelijks voorbij mijn huis kwam
hij moest zich komen aanmelden bij de duitsers, café Alcazar, ik zien hem nog de trappen opkruipen, want hij was blind, vergezeld door ne kleine jongen of een meisje. iedereen had medelijden met de Pr., in alle geval ik was op d’ hoogte en kon zwijge.
We kwamen s’ avonds nog al eens bij een bij Hortens, de vrouw van nen Belgische Onderofficier die in oorlog was en een nicht van mij.
Op zekeren avond zegde hij me: Gustje, ik zien beter dan gij, g’hebt caoutchou sletze aan, sportkousen aan, een sporthemd in beige en korte broek in zwart en gij, Hortense, een rok rood en bloes wit, ge zijt de eenigste die het weet, verraadt ge me, ge leeft niet lang meer
en w’ hebben gezwegen tot na den oorlog, wanneer hij miraculoos was genezen, en zoo heb ik ook gezwegen voor ne patroon uit Hamme, ijzersmederij die met zijn 3 knechten moest naar Duitsland vertrekken en door mij zijn thuis gebleve.
zoo was ik, altijd de leuze van ‘de ton’: doe wel en zie niet om, altijd bij voegende die aan mij twijfelde: O Heer, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.
Gustje, kunstenaarGUSTJE, KUNSTENAAR (naar eigen zeggen)
In Dendermonde zijn vele kunstenaers geboren, ne Willems, ne Spanoghe, Mantje Broeckaert, ne Courtens die schilderde zichte langs de boorde van den Dender en Schelde, maar ne Gust Mestag die moet nog geboren worde.
die maakte muziek op den Dender, op de schelde, langs de schelde en in t water van de schelde.
De klank van zijn clarinet kon men s’ morgens vroeg van om 6 uure horen tot aan de melkerij Grembergen, wanneer hij tros beiaard, de Groote mannen - voorafgegaan door ne ceremoniemeester die toen Desiré Ringoot was - speelde, binds de zwemoefening, mijn zwemclub mannen kunnen zulks nog getuigen, neen, die komen er niet meer en die nooit den hoogmoed heeft gehad om decoraties aan te vragen niet tegenstaande hij 5 mensens leven heeft gered, want t was ne zwemmer, hij was 13 jaar, toen ik een meisje uit den Dender haalde van 11 jaar.
Paling eten in SchoonaardePALING ETEN IN SCHOONAARDE
Met de reis der ton was het anders gesteld,
dit was paling eten in Schoonaerde, opgaan per trein en te voet afkomen, de
clarinet van Gust moest terug mée, alsook ne piston, speciaal verzorgt door het
huis Ducaju Nestor, specialist in t’ klein koper.
Om dit te bespelen moest men
conservatoir gedaan hebben, dit hebben ze bij mij thuis ondervonden en op de
reis naar Schoonaerde, het instrument wierd altijd geplaatst om aanleiding te
geven voor t’ accompagneere bij de clarinet, den eerste die probeerde was zeker
er uit te zien als ne clonw uit een cirk Een maal in t’ wit, een andere keer in
t’ blauw volgens t’ zicht van de muzikant.
Voor het vertrek uit Schoonaerde waren er al die prijs hadden en we vertrokken met volle muziek, k’ wil zegge de clarinet op kop en al zingend. Bij t’ verlaten van Schoonaerde wierd er een loopkoers ingericht, 500 meters voór de café van t’ boerke aan den hooge Appels voerman, een krente brood gift door de Voorzitter der Ton aan den eerste aangekomende
Of er geloopen wierd, moet ge niet vragen met al die paling in de corpus, t’ was er met tomate sauce en witte sauce met champignons, dat lag te zwieren in den buik.
Wie den eerste toe kwam, was Leon Mestag,
dus had het broodje verdiend en ontvangen.
voorts al spelend en zingend tot bij
Jeanske Pitje, zoo noemde men den Broer van Amedée Verhofstadt, we waren al op
t’ zand versukkeld, de piston terug gevuld en op den toog geplaatst, de Gust
terug aan t’ spele, Benoni Leys, mijn trombone bij t supportersmuziek, lag al te
bed en zei aan zijn vrã: dat is Gustje met zijn mannen, de broek aangetrokke en
binne bij Jeanske, zag die piston en t was al: daar kan ik ook op blaze.
Ik had al wel te zeggen: dat ambouchur is kleiner dan dit van ne trombone, den Benne had het al aan de mond en aan t blaze, maar de bloem vloog rond en hij geleek rap aan ne clonw uit een cirk.
T’ was ook ne man die een zwans kon verdragen, vertrok alzoo naar huis, hij woonde rechtover de café en wij naar de stad.
Dat het al donker was, moet ge niet vragen. Van Gool, mijn tamboer, die een fel gehoor hadt, kwam buiten bij t hooren van Gustjes clarinet en t was al: wacht ne minuut, t’ muziek is niet compleet, den trommel opgespannen en Miel was mée tot aan t’ lokaal, doch eerst 3 maal de ronde van de markt en dan binnen.
Zoo verliep de tweede paling reis naar Schoonaerde met dit verschil dat ik den eerste keer de portie van dien zieke mogt opeten en deze maal de 2 porties mogt betalen, eene voor de vrouw en eene voor Tant Irma.
Fratsen van Gustje (2)FRATSEN VAN GUSTJE (2)
Ne andere keer
lees ik in een Franse Brusselsche gazet: ne jongman van ne gezette ouderdom zou
gaarne in t huwelijk treden met een meisje van dezelfde ouderdom.
aanvraag kwam
uit Dendermonde en d’ antwoorde moeste gestuurd worden naar de redactie.
Ik ondervond aan den tekst van wie er spraak was en maakte accoord met mijn vriend, die toen in Brussel woonde en die de rol speelde van het gevraagde meisje.
Over de liefde verklaringen wil ik niet verder uitbreide, want het is altijd langs de redactie der franse gazet gegaan, maar ik was er altijd den eerste op d’ hoogte van.
wat ik wil zeggen:
t’ was den dag der fianceering en het was de eerste keer der kennismaking. t’
was in de café au jardin botanique bij Buellens,
mijn vriend had er voor
gezorgd: het schoonste meisje van Brussel was de uitverkorene, hadden ze haar in
het poppen barak gezet, z’ hadden er niet wille naar smijte en daar voor was
onze Dendermondenaar naar Brussel gekomen
t’ wierd gesignaleerd, alles goed verloopen, komt met den trein van 7.30 af en we stonden in de statie aan de aankomst met ne bloemenruiker, duive, bloemetjes en eenige vrienden
ik heb voor nen heelen tijd mijn klieent verloren, maar is toch later terug gekomen.
Militaria-ruilbeurs!


Fratsen van Gustje (1)FRATSEN VAN GUSTJE
ik had ne vriend, ne vioolkrabber, deel uitmakend van de Symphonie M.K. die hun herhalingen hielde bij G.D., lokaalhouder en woonende achter mij.
Die krabber kwam altijd bij mij vóór de repetitie een spelletje kaarten en kwam altijd te laat
ik verwittigde de bestuurder en de muziekanten: de volgende herhaling heeft C. van t’ leer en t’ duurde niet lang of het was zoo laat. Zijn viool wierd altijd in een hoek geplaatst, zoo rap als de bladeren wijen was ik er mée de kelder in, de viool uitgenomen en een beschummeld brood in gedaan en terug op zijn plaats gezet en aan t’ kaarten,
we hielde hem wat langer aan t’ lijntje dan gewoonte, tot wanneer ik zei: gaat ge niet repeteeren, t’ is al zoo laat
de viool onder den arm en weg. De kas open gedaan, het geen hij gewoonlijk dée wanneer hij op zijn plaats zat en t eerste wat hij zei: dat is het werk van die sm… Gust.
Het duurde geen 2 minuten of C. stond bij mij, ik was natuurlijk boven en t’ was: die sm... Gust, waar zit hij, me zoo een affront bakke
wat schilt er, man?
ziet eens en hij liet dat beschumeld brood zien
De vra zei: is dat wel hier gebeurd, dat zal mane Gust toch niet doen, terwijl zocht ze naar die viool en kwam er mee uit de kelder,
dat mijne man zulks zoo doen, kan ik niet geloove nog begrijpe
en met een franse colère trok C. naar de repetitie waar hij op de hoop toe wierd uitgelachen.
Gustje luistert begrafenissen opGUSTJE LUISTERT BEGRAFENISSEN OP
we konden het volk doen lache, meézingen zooals in ons strijdlied, en verdriet doen maken zooals bij de begrafenis van mijn chef Clairon, Charel Quinze ne stadswerkman, ne volksvriend en een van mijn best oppassers
ik zeg: daar moet muziek bij zijn en t was er
ook. Vier doodmarchen werden aangeleerd, t was onder t bestuur van Frans De
Clercq, den afstand was nog al lang, van aan Leopoldlaan tot aan kerkhof, gans
den doortocht zag men niets dan weenende personen, die treur marche uitgevoerd
met het voltalig muziek, goed aangeleerd niet tegenstaande in de week, en
Charel, gekend van iedereen, was een der schoonste en aandoenlijkste
begrafenissen die ooit zijn te beurt gevallen aan een stads werkman van
Dendermonde.
Het verslag over deze gebeurtenis is verschenen in de Nieuwe
Roskam 15-2-31 waaruit ik deze eenige regels knip. Op gans den doortocht
van de stoet (want het was er een echte stoet) verdrong zich op de gaanpaden
een dichte menigte en vele der aanschouwers zagen we nen traan wegpinke of
weenen wanneer het lijk wordt voorbij gedragen. Vóórafgegaan van minstens 5
vaandels en fanions van vereenegingen waar de afgestorve een ieverig lid was,
volgde de supportersmuziek te dier gelegenheid met eenige vriende muziekanten
versterkt en voerde onophoudend en onder het bekwaam bestuur van den Heer Frans
De Clercq de indruk wekkende treurmarchen uit. We wenschen hier den Heer August
Mestag en heeren bestuursleden geluk met hun initiatif en den bestuurder en
muziekanten voor de goede uitvoering.
Hier mag ik gerust bijvoegen dat gans de bewerking door mij is geschiedt en stipte aanleering door mijn vriend Frans.
De tweede
begrafenis was deze van Jefke Boon te Gremberge, geen supporter, ne vriend, ne
voetbal speler van K.A.V.D., toen was er al een K bij gebracht bij die club.
T’
was ne moeielijke dag, nen eerste mei, dus nen dag der socialiste, en t muziek
van Gustje had al lang forfait gegeve en toch besloot ik nog eens: muziek moet
er bij Jefkes begrafenis zijn en Gust op de loop en t was er. Ik dierf de
socialiste niet vragen, nog voor herhaling die was er geweest, noch voor die
begrafenis.
mijn muziek was
altijd buiten alle politiek geweest en ik had muziekanten genoeg en we
repeteerde en den 1ste Mei op weg naar Grembergen. We hadden 2 treur
marche aangeleerd, dus ik had genoeg parties voor mijn leden en stond gereed te
vertrekke, kwamen mijn muziekanten toe die ik niet had durven vragen, we komen
nog eens voor u en ons Jefke, zoo wierd hij bij ons genoemd. (…)
er was zoo
veel volk op het kerkhof gekomen dat mijn muziek geen doorgang meer vond en ik
gaf d’ orders aan mijn goeie vriend Prudent De Corte: bij de nederdaling van de
kist steek ik mijn wandelstok omhoog en speelt na de afscheidtsgroet het te
velde, dit was mijn laatste en treurigst aandenken van d’ Harmonie Gustje
Mestag.
Den 'AVD' en het muziek: een haar in de boterDEN ‘AVD’ EN HET MUZIEK: EEN HAAR IN DE BOTER …
zie hier waarom ik mijn werk heb stop gezet. Op zekere vergadering bij A.V.D. was er voorgesteld: maar waarom kunnen de muziekanten ook hun ingang niet betalen.
Die domme beslissing wierd aangenomen door hun, maar niet bij ons en d’ eerste woorden volgde, er waren onder mijn muziekanten abonnés, we nemen ontslag en nooit zien z’ ons nog op t plein en er zijn er die tot heden nog niet geweest zijn en niet meer zullen komen.
Wat! ze krijge muziek voor niets, we moeten geld verteeren bij herhalingen en uitstappen, muziek koopen en ik die doublurs moest uitschrijve, want mijn muziekanten vermeerderde van week tot week en nooit nen centiem in rekening bracht, ja, we gaven in blok ons ontslag en t was gedaan met supporters muziek ‘vrienden van A.V.D.’
dat ze hun spelers een zekere som deden betalen, die wierden toch na de match betaald, goed. maar hetzelfde willen toepassen aan goed gewillige, die dan nog voor niets kwamen spelen, dit was verkeerd.
Eenige muziekanten van Grembergen die ter plaatse woonden, zegde: wij zulle muziek komen maken, ik weet wel niet of ze ooit hunnen ingang hebben betaald, maar wat ik zeker weet dat het niet lang heeft geduurd en dat ze soms op de plein kwamen met 3 of 4 man en niet konde spelen, hetgeen bij mij nooit is voor gevalle, het minste getal was van 17 tot 18 man (…)