
Terwijl ik nadacht over het gemis, zijn dood
en de zon die scheen bij zijn begrafenis,
gebeurde het dat zomaar, in de donkere kamer
waar ik zat, een licht begon te stralen.
Een licht zo sterk, dat het verdichting kwadratuur
was van wat wij als licht in deze wereld kennen.
Ik wist mij aangeraakt.
Een vreugde, nooit gekend, vervulde mij.
Toen zag ik, midden in het licht, mijn broer.
Geen jaar nog was hij dood.
Maar in dat jaar verscheen hij mij driemaal.
De laatste keer zei hij:
'Nu kom ik niet meer terug, maar ga voorgoed.'
Het licht, waarin hij woont, en leeft, wacht op mij,
ik draag het in mij mee.
Hans Stolp
(Uit:'Tussen herkomst en bestemming')



































