1433 – 22 april : Willem van Rotselaer wordt namens Leliëndael gegoed, na verrijking
wegens achterstallige cijns, in een huizing te Leest, groot ongeveer 1 dagwand,
tussen de kinderen Willem vander Aa en de kinderen van wijlen Peter vander
Hoeven. (IFL,blz.94)
1434 – “Den 4. April is in Onze Lieve Vrouwe Kercke over de Deyle tot Mechelen
gefondeert eene Capelrye onder den titel van de Alderheyligste Maget ende de H.
Maget Barbare door Joncker Jan Schoof Wethouder van Mechelen, ende syne
Huysvrouwe Jouffrou Catlyne Scoonjans.” (KCM)
1435 – 13 januari : Jan Leijsman verkoopt aan priester Andries vander Schueren (alias
de Horreo) een erfcijns van 3 kapoenen ’s jaars op een erf van ongeveer 2 ½
dagwand te Leest bij de heide tussen ridder Jan Scoenjans en Kathelijne, weduwe
van Hendrik vander Hoeven, belast met een voorcijns van 1 gulden 2 schellingen
en 2 pen. 1 erfelijk ’s jaars. (IFL,blz.94-nr.348)
1435 – 13 januari : Priester Andries vander Schueren (alias de Horreo) ruilt, voor een
andere cijns, met Leliëndael, zijn 3 kapoenen ’s jaars op het erf van Jan Leijsman
te Leest. (IFL,blz.94, nr.347)
1437 – 5 juli : Elisabeth Van der Achter, echtgenote van Niklaas Van Linden, geeft aan
haar zonen van het eerste huwelijk het vruchtgebruik van een stuk land onder
Leest, nabij de Hombeekkouter. Deze kinderen geven het land aan het Gasthuis
Van de H. Drievuldigheid. (MS, nr. 3726)
1437 – “...in Leest prope Hamstrate...” (GM)
1438 – “...sit in Leest supra culturam dictam Asrotken...” (GM)
1438 – “...was te Mechelen de pestilentiele zieckte...” (MK)
1438 – 20 juni : Jan vanden Bossche, barbier, verkoopt met instemming van Peter Ghisels
aan heer Gillis vander Goten, proost van Leliëndael, een bunder land te Leest in
de Laerstraat tussen Jan Raduwaert, nu Jan van Schooten en wijlen Jan de
Moldere, nu de kapelanie van heer Jan Vrijman. (IFL, blz.95-nr.353)
1438 – “Den 6. October geeft den Hertogh syne brieven tusschen die van Brussel ende
Antwerpen tegens die van Mechelen, aen welcke leste bij provisie bevolen wordt
dat de ketinge op de riviere de Zenne tot Heffen soude om leegh blyven.” (KCM)
1440 – 20 april : Jan Daniels maakt in zijn testament aan de H. Geesttafel van Sint Jan
5 gouden deniers op een huis onder Leest, op de Biest, en op 1 dagwand land
op het Klein Aerland. (MS,Notaris Henri De Bruyn, nr.2370)
1441 – “...mansionis dicte thoff TEN LANGNEEZE sit in prochia de Leest.” (GM)
1442 – 15 februari – Schepenbrief van Mechelen : Elisabeth van Cimay, weduwe van
Mattheus De Winter, geeft aan haar zoon Willem het vruchtgebruik van 3
dagwand land op het Hesveld onder Leest, alsook van een ander stuk land van 1
dagwand. Dezes zoon verkoopt beide percelen aan Henri van Oprode.
1442 – 4 juni : Jan en Hendrik Maes, broers, gevan aan Arnold Maes hun broer al hun
rechten op hun erf van ongeveer ½ bunder te Leest op Scheurcapruijn tussen
Perceval de Doncker en Gillis van Ranst. (IFL,blz.96 – nr.360)
1442 – 22 september – Schepenbrief van Mechelen : Henri van Oprode geeft aan de
begijn Catharina Cotaerts 2 stukken land op het Hesveld onder Leest.
1443 – 14 augustus : Walter Zanders verrijkt namens Leliëndael 3 dagwand land te Leest,
eertijds van wijlen Peter vanden Nuwensteene en nu van Klaas Leijssen tussen
de straat en Godfrief vander Most,wegens achterstallige cijns. (IFL,blz.96,nr.361)
1443 – 17 augustus : Daneels, Rommoud, textor (-wever) van Leest.
(De gekochte poorters van Mechelen, Marcel Kocken)
1443 – 10 september : Hannemans, Jan zoon van Willem van Leest.
(De gekochte poorters van Mechelen, Marcel Kocken)
1446 – 24 april : de dochter van een zekere Petrus van Hoffstade en Johannes Kerman
haar man verkopen aan Johannes Van den Elze en Elizabet Vandenbroecke zijn
vrouw een half bunder bemd gelegen te Leest op het Hertsveld.
(Schepenakte Mechelen, Parochie-Archief Leest)
1446 – 4 oktober : Hendrik van Hechten alias van Dueren verkoopt aan Leliëndael, met
instemming van Hendrik vander Eijcken, een erfcijns van 3 veertelen rogge uit 6
veertelen die hij heeft, rustende op het land van Jan van Schoeten te Leest, groot
één bunder en gelegen tussen Hendrik vander Eijken en de Laerstraat strekkende
tot bij de straat naar Leest en tot bij het land van wijlen Jan vander Linden.
(IFL,blz.96 nr.365)
1447 – 22 april : Willem van Rotselaar verzaakt aan zijn vruchtgebruik op 2 stukken land
te Leest, het eerste 1-1/2 dagwand groot in de Hombekerkouter tussen de kinderen
Van Schoeten en het land van Leliëndael en het ander even groot, aldaar tussen de
kinderen van Jan vander Linden uit Hombeek en Jan vander Linden, de slager, en
dit t.v.v. zijn zoon Jan van Rotselaar, dewelke vervolgens deze gronden verkoopt
aan priester Andries vanden Hove, beneficiant van Zellaar op een voorcijns van
58 schellingen payments ’s jaars, evenals 2 mudde rogge en op de voorwaarde dat
het stuk land tussen de 2 Jannen vander Linden zal borg blijven voor de rente van
3 veertelen rogge ’s jaars die lopen op de 3 dagwand van Arnold vander Bruggen,
genaamd De Dwaasheijt, op Scheurcapruijn. (IFL,blz.97 nr.366)
1447 – 8 juni : Arnold Bau geeft aan de H.Geesttafel van Sint Rombouts het
vruchtgebruik van 4 deniers erfelijke rente op anderhalf bunder land, eertijds van
Jan Luyteman, onder Leest en op een bunder land onder deze gemeente, alsook op
een half bunder onder Hombeek. (MC, nr.1032)
1447 – 18 augustus : Valentijn de Hildenere, priester en ontvanger van de LX gebroeders
in St.Rombouts, verrijkt namens zijn opdrachtgevers een stuk land met gracht
genaamd Smetshofstad van wijlen Hendrik vander Hoeven, groot ongeveer 5
dagwand te Leest bij de Biest naast een ander stuk land van dezelfde Hendrik,
wegens achterstallige cijns. (IFL, blz.97 nr.368)
1449 – 1 mei : Het Gasthuis van de H.Drievuldigheid geeft aan Laurentius De Lathouwer
en Catharina Van der Spreet een huis met hof en schuur bij de heide onder Leest,
5 meukens rogge jaarlijkse pacht. (MS,nr.3769)
1450 – “...item ad petium terre dictam Berckenbosch circ. unum cum d. bonarium sitam
ibidem in Leest prope culturam inter platheam dictam thienschuerstrate en una
park et blocum dictum Vrancxbloken et terram Joh. Van den Walle cum bloco
dicto Thasenblocxke ad dictam petiam Berkenbosch pertinente ea altera...” (GM)
1450 – 23 december : “Heylen van der Mozen, ‘sprochiaens, maerte van Leest’, werd
voor vijf jaar verbannen wegens ‘onnutscape’, op verbeurte van het voorste
duimlid. Dezelfde straf kreeg Margriete Sbos ‘oic sprochiaens maerte van Leest’.
(Prochiaen : pastoor,geestelijke.Maerte : meid. Onnutscape : a) op de ene of
andere wijze schadelijk of gevaarlijk voor de rust of de belangen van anderen;
b) zich schandelijk gedragende zoals losbandigen,overspelers,ontuchtigen,enz.)
(Vijf eeuwen stedelijk strafrecht, L.T.Maes, blz.566)
1450 – 23 december : “Hennen Melys van Heffen en van Leest heeft misdaan tegen de
ordonnantie van de vrede. Hij moest een bedevaart naar Compostella doen of 30
lijftocht gulden en 2 lijftocht gulden ‘van den verletten vrede’ betalen.
‘Te bekeerne in gewoenliker manieren (te betalen, te verdelen volgens de
gewoonte) op verbeurte van het voorste duimlid’. “
(Vijf eeuwen stedelijk strafrecht, L.T.Maes, blz.566)
1451 – 22 maart : Willem vander Most verkoopt aan priester Boudewijn Creijt en zijn
nicht Margriet vander Heijden 3 veertelen rogge lijfrente ’s jaars op zijn erf te
Leest bij Scheurcapruijn tussen een erf van Rozendaal en de kinderen wijlen
Hendrik Cheeuw belast met 17 schellingen en 1 kapoen en ook op een stuk
weiland van ongeveer 1 dagwand, ook van hem, daar tegenover tussen het land
van Jan van Schoeten en Gillis vander Elst, en tenslotte op een stuk land van
ongeveer 1 dagwand van Walter vander Most, gelegen tussen Jan vande Walle en
de Heerstraat, belast met 1 kleine zwarte oude tornois Franse koningsmunt.
(IFL, blz.97 nr.372)
1451 – 23 december : “Heyle en Griete ‘sprochiaens maerten van Leest’ aender lieden
goet vorder toegepast dan hen toebehoorde (hadden van het goed der lieder meer
afgenomen dan zij mochten, m.a.w. hadden diefstal gepleegd) moesten een
bedevaart doen naar St.Joost of 20 Schellingen oude Groote betalen ‘half den heer
en half de stad’, op verbeurte van het voorste vingerlid.”
(Vijf eeuwen stadelijk strafrecht, L.T.Maes, blz.568)
1452 – 9 mei : Walter, abt van ’t Convent der orde premonstr. Geeft aan Kathelyne,
dochter van wijlen Jan Van Meersberghe 3 bunders land gelegen te Vossem op de
couter, toebehordende aan het godshuis. (Parochie-Archief Leest)
1452 – 20 juli : Jan en Elisabeth De Lathouwer geven aan Jan In ’t Hof, alias Jan van
Gestel, mits 3 zakken rogge erfelijke rente, 10 dagwand land onder Leest, bij
Kersdonk, een half bunder land “de Bessemt”, een bunder op de Echelput en 3
dagwand op Vlierdonk. (Laatbrief van Ranst, MS, nr.1051)
1452 – 25 oktober : Priester Rombout vander Heijden, ontvanger van de Zellaristen
transporteert aan Leliëndael :
1) een stuk grond van 3 dagwand van wijlen Hendrik van Beerzel en later van
Hendrik vander Brugghen gelegen op de Dwaesheijt te Leest tussen Jan vander
Heijden en Zeger van Muizen, strekkende tot bij het goed der kerkfabriek van
Hombeek.
2) een stuk land van dezelfde Hendrik van Beerzel geweest, later van Jan van
Rotselaar op de Hombekerkouter tussen wijlen Jan vander Heijdens gronden aan
beide zijden. (IFL, blz.98-376)
1453 – “Omtrent dezen tydt zyn de fondamenten geleyt van S.Rombauts nieuwen thoren.
De laken-maeckers hebben gegeven ten jaere 1460 tot S.Rombauts nieuwen
thoren, aen Rombaut van Baudeghem kerck-meester bij wete van Gielis van
Gestel, oock kerckmeester in de shryf-kamere op het schepen-huys, daer Jan
Hergods by was twee ponden grooten Brabants.” (KCM)
1453 – 4 augustus : De Proost van Leliëndael transporteert namens het klooster aan
Arnold Vander Most een erf groot ongeveer 1 dagwand, eertijds van Willem
vander Most, te Leest op de winning tussen het goed van Leliëndael en de
Hamstraat zoals Inghelbert Coste dit namens het klooster had verrijkt.
(IFL, blz.98 – nr.377)
1453 – 20 augustus : Het Godshuis van de H.Drievuldigheid legt beslag op een stuk land
-vroeger van Arnold van der Bruggen- van 3 dagwand onder Leest, op de
Scheurcapruin, langs de Heirstraat ende Winkelstraat. (MS,nr.3786)
1453 – 7 november : Jan, zoon van Jan van Schoeten verkoopt aan de proost van
Leliëndael namens het klooster een stuk grond van 1-1/2 dagwand op de
Hombekerkouter te Leest naast het goed van Leliëndael en dat van wijlen Willem
Vander Most op een voorcijns van ½ mudde rogge. (IFL,blz.98 nr.378)
1455 – 1 maart : Laureys, zoon van zekere Johannes Vanderpoerten en Elizabet dochter
van Joannes Buelens met William Joes haar man en voogd geven aan Henricus
Tsaeffoet genoemd Zeghere, zoon van Johannes Tsaeffoet genoemd Zegers, goed
gelegen te Zemst. (Schepenakte van Brussel, Parochie-Archief Leest)
1457 – 9 november : DE SMET, Jan zoon van Henricus, buydeldrager van Leest.
(De gekochte poorters van Mechelen, Marcel Kocken, 1870/I/28)
1458 – In 1458 was de kerk zo vervallen dat de pastoor en zijn parochianen op Rome
beroep deden. Paus Calixtis III schonk dan een aflaat. Vermoedelijk mogen we
slechts van dan af spreken van de “parochiekerk van den H. Niklaas”.
1458 – 10 februari : Zeger De Doncker en zijn neef Jacob De Doncker verkopen aan Jan
Van der Hofstad, alias van Gestel, 3 dagwand land onder Leest. (MS,nr.1058)
1462 – 2 september : Joannes vander Leeuwen advokaat schenkt aan Godefridus van der
Most en zijn vrouw Katherine van der Hoeven het goed van 4 bunder terug,
genoemd Rendebeecsvelt voordien toebehorend aan Henricus van der Hoeven,
wegens niet betalen van de cijns door deze laatste.
(Schepenakte Mechelen, Parochie-Archief leest)
1463 – 11 augustus : Door het afsterven van Antoon van Adegem verwerven Wouter
Caluwaert en diens echtgenote Elisabeth van der Linden het vruchtgebruik, hun
zoon het erfdeel van 1/6 van het bos “de Tien Pond” onder Leest. (MS,nr.1064)
1465 – 29 april : BOEYKENS, PAUWELS zoon van Coster, sciptrekker van Leest.
(De gekochte poorters van Mechelen,Marcel Kocken. 2270/I/52)
1468 – “...stuk lant houdende omtrent half bunder geheeten den Huttentut gelegen te
Leest tusschen Peters Van der Lynden erve ende de Vroente.” (GM)
1468 – 9 januari – Schepenbrief van Mechelen : Jan van den Else geeft de tocht van de
helft van 1 bunder land onder Leest, op de Leesterkouter, aan zijn dochter
Margaretha. Deze verkoopt het perceel aan Leliëndael.
1469 – 11 december : DE CONINCK, JAN zoon van JOANNES, wageman van Leest.
(De gekochte poorters van Mechelen, M.Kocken. 2468/I/62.)
1471 – “...item een stuck lants geheten Dweuelant gelegen aldaer aent Rennecauter
tusschen Gheerts Van der Aa ende Twalschaertsstraetken.” (GM)
1471 – 7 juni : Rommond van den Broeke, wijlen Jans zoon heeft met toelating van
Bertel vanden Bossche , H.-Geestmeester van St. Jansparochie aan het klooster
van Leliëndael t.b.v. de kosterij een stuk land van 1 bunder verkocht te Leest,
geërfd van zijn moeder Margriet vander Schueren en gelegen bij het klooster
tussen Kerstiaen van Releghem en de straat. (IFL, blz.100 nr.391)
1472 – 17 april : De gebroeders Joos en Symoen De Bruckere, kinderen van wijlen
Willem De Bruyckere verkopen aan Dierick Adriaens en Katherine Meyvaert
sijne wijf, die men heet “Van Tilborch”, hun erfelijk goed bestaande in :
een bemd, “de beken” geheten, met bos op de Rennecouter, twee stukken
wijmenland “batteleren velt” en “vranx blocken”, land en bempd, land “de
torpoel” met bos en wijmenland en “Tarwenblok” aan de Thiendeschuurstrate,
land op ’t hertsvelt en bempt int Rogbroeck.
(Schepenakte van Mechelen, Parochie-Archief Leest)
1473 – Van dit jaar tot en met 1797 vormde de Mechelse Grote Raad het hoogste
rechtscollege van de oude Nederlanden. Door die positie kon Mechelen, en
niet Brussel, zich meten met belangrijke Europese grootsteden zoals Parijs
en Frankfurt. Zelfs de koning van Engeland kwam toen op bezoek in de
Dijlestad.
(GvA, 10/3/2009)
1474 – 4 augustus : Machiel Van den Vossele verkoopt aan Dierick Adrians goed gelegen
te Leest op de Rennekouter.(Schepenakte Mechelen,Parochie-Archief Leest)
1474 – 9 augustus : Jan vanden Broeke, van Leest en Hendrik de Wilde, timmerman, die
“misdeden tegen de ordonnantie van de vrede”, moesten op bedevaart naar
Compostella. (Vijf eeuwen stedelijk strafrecht, L.T.Maes, blz.623)
1475 – “Juffrouw Margriete wilen Jans dochter van Steynemolen heeft uut sake van
wisselingen voir andere erven opgedragen tot behoef van meester Jan De Leeuw
twee viertelen rogs erffelichen pachts die’n hadde op een hoeve geheeten ’t goedt
te Steynemolen binnen der prochie van Leest geleghen.” (GM)
1476 – 19 november : Barble vander Eijken en haar man Kerstieaen van Releghem
verkopen aan Jan de bere, proost van Leliëndael t.b.v. het klooster 6 dagwand
te Leest bij de Paysmakersblok, eigendom van de kapelanie van St. Katharina
in O.L.Vrouwekerk te Mechelen strekkende tot de Laerstraat en tot Leesterkouter.
(IFL, blz.101 nr.392)
1477 – 27 oktober : Schepenbrief van Mechelen -. Wouter van Delen, alias Hermans,
verkoopt aan Jan van der Hoeven een half bunder bos op de Heise te Leest.
1480 – Leest telde 60 strijdbare mannen. (Kerkregister)
“In de laatste jaren der XVe eeuw was Mechelens Hombeek minder bevolkt dan
het naburige Leest. Trouwens een document van 1480, dat voor “de dorpen, inder
vriheyt van Mechelen geseten ende gelegen” de mannen opsomt, “die bij de
geputseerden serselve stad, aldaer bevonden syn, wesende boven haar XX jaeren
ende beneden haer LX jaeren om bereet te wesen, alst noot is, de vijanden te





