1850 – In de vergadering van 1 mei 1850 van de Geneeskundige Kring van Willebroek,
werd dokter Voet uit Willebroek verkozen tot adjunct-secretaris.
Voordien was hij daar schatbewaarder.
Deze kring gaf, zowel nationaal als internationaal, voordrachten over
geneeskundige onderwerpen.
Zo bracht dokter Voet in een vergadering van 1851 : “Opération Césarienne
avec succès, malgré que la femme se débattait fortement.”
(‘t Vaartland, nr.3 – 1974)
1850 – 24 oktober : De Leestse gemeenteraad stuurde volgend rouwbeklag aan
Leopold I, bij het overlijden van Maria-Louisa van Orleans :
“Majesteyt, Den Gemeenten Raed van Leest, in name van alle de inwoonders,
vertoont met de grootste Eerbiedigheyd aen Uwe Majesteyt, de uitdrukking der
hevige droefheyd met welke de Gemeente is aangerand geworden, wanneer de
betreurende Dood van Hare Majesteyt de Koninginne, den troost der bedrukte
ende Weldoenster der armen, is bekend geworden.
God geve, Majesteyt, dat den Rouw van gansch Belgenland eenige troost aan
Uw droefheyd en aen diegene van uw famielie mag toebrengen.
Majesteyt, dit is den wensch van Uw oodmoedigste en dienstwilligste Dienaren.
Leest, 24 October 1850.
Den Burgemeester C. Wouters
De schepenen L. Voet, C. Coeckelbergh
De Raadsleden J.B. Dierckx, De Maeyer, Wagram, Selleslagh, A. Wauters.
Ter ordonnantie, Den Secretaris, Aug. Fremie.”
1850 – 9 november : Le Conseil, vu la circulaire de Monsieur le Gouverneur de la
province du 20 septembre dernier, contenant la décision du Conseil provincial
concernant l’ usage des langues arrête:
1) a dater du 1 janvier 1851 toutes les Ecritures de la commune seront tenues
en flamand;
2) l’ autorité superieure est invitee à répondre dans la meme langue à toutes
les pieces qui lui seront transmises par l’ autorité communale.”
(DB-1957)
1851 – 1 januari : Vanaf nu zullen alle geschriften van de gemeente in het Vlaams
gehouden worden en verwacht men van de Hogere Overheid antwoorden
in dezelfde taal. (Gemeenteraad Leest)
1852 – 17 januari : (vertaald uit het Frans) “De Gemeenteraad besluit:
Gezien de kerk van Leest in een toestand is die de veiligheid van de bewoners
zwaar in opspraak brengt;
Gezien de kerk daarenboven veel te klein is voor de actuele bevolking van de
gemeente;
Besluit : er zal voorzien worden in de som van 3.000 frank om het aandeel van de
kerkfabriek aan te vullen alsmede dat van de gemeente bij middel van 2.000 frank
aan vrijwillige giften.
De gemeente levert het kosteloos vervoer van de bouwmaterialen.”
De kerk stond echt op invallen.
Een grondige inspectie van haar gebinte had uitgewezen dat alleen nog de voorste
en de twee achterste dwarsbalken in goede staat waren.
De vijf andere balken waren rot, één ervan was zelfs half verkoold,veroorzaakt
door de brand van 1753.
In een spoedtempo werd de aanbesteding gedaan en toegewezen aan
“entrepeneur” De Goeyse uit Kapelle o/d Bos.
De totale uitgaven werden geschat op 1.800 frank.
Onder leiding van de provinciale bouwmeester Berckmans werden volgende
werken uitgevoerd :
“De kerk wordt vergroot door de aenbouwing van twee zijbeuken op de geheele
lengte van de kerk en toren. Zoo dat de werken, die het doel dezer aenbesteding
uitmaken, de volgende zijn, te weten : het opbouwen van 2 rijen kolommen
dragende aen ieder zijde, zeven ogivale bogen, waervan de muren, de voeten der
gebinten aen beide zijden gaen ondersteunen, dit verrigt zijnde, zal men de oude
kerkmuren afbreken en de nieuwe buitenmuer en frijten met de oude gekuiste
steenen fonderen en optrekken met nieuwe brikken, eenen nieuwen arc-doubleau
aen de choor maeken, de zijbeuken aentimmeren, om met de middenbeuk onder
een dak te komen, daerna de balken en roostering met plancher wegenemen en
welfsels van gotische vorm, in timmering en plafonering in geheel de kerk
maken...”
Dat jaar werd ook aan de toren gewerkt : hoogzaal en torenzolder werden
afgebroken en verhoogd. De facade van de toren werd “afgekapt” en kreeg een
nieuw venster met “ogevale boog om licht te brengen op het ocsael”.
Er kwam ook een nieuwe kerkdeur van 234 frank 17 centiemen.
Datzelfde jaar 1852 werden de grote werken aangepakt : eerst werden de
“twee uitspringende zijden waer de biechtstoelen staen”, afgebroken en op die
plaats “het dak desnodigs ondersteund om in ’t droog te blijven.”
De gehele oppervlakte van de kerk, buiten het koor, tot op een meter buiten de
nieuwe zijmuren, werd “afgegraven op eene algemene diepte van eenen meter
en des noodigs op 1,20 in de middenbeuk”.Daar werkten ze met vijfentwintig
tot dertig man aan gedurende tien weken.
“Een gedeelte van de choor en geheel de sacristijn hetwelk door dit afleegen van
het kerkhof geen fundamenten meer had, werd in witten gekapten steen
ondermetst”.
Rondom de kerk werd “312 m kassey gelegt”.
Achteraf werd de nieuwe vloer gelegd met de trappen van koor en altaar, door
J.P.Peeters uit Antwerpen. Ook met de rest werd flink opgeschoten :
schaliedekker J.F.Hens uit Duffel, metser Vloebergh, timmerman J.B.Teughels en
smid J.J.Verlinden (Vander Linden) allen uit Leest waren van de partij.
Een koninklijk besluit gaf ook de toelating tot het bouwen van een nieuwe
sakristij. Zo kwam er in 1859 een tweede sakristij.
Vloebergh herstelde de kerkhofmuur in 1863 en August Van Aerschot uit
Herentals plaatste de “nieuwijzeren grille aen de inkom der kerk”.
(WLS, blz.34 en 35)
1854 – August Joris werd pastoor benoemd, dit tot 1864.
“Zeer waekzame herder van deze gemeente die hij negen jaar loflijk bestierde”,
zo vermeldt zijn grafsteen tegen de buitengevel van het kerkkoor.
Hij stierf te Leest op 8 februari 1864.
1855 – In 1855 werd de steenweg van Battel naar Leest gelegd en de houten
graanwindmolen van de familie Lauwers in de Juniorslaan gebouwd.
(P.J.Lemmens – Overzicht van het arrondissement Mechelen van 1830 tot heden)
1855 – In 1855 verleent kardinaal Sterckx 40 dagen aflaat aan de litanielezers...
(Wilfried Hellemans, 2003 – “Negen eeuwen Sint-Niklaasparochie”.)
1856 – Willem Lipkens werd benoemd tot “ondermeester”. (DB-maart 1958)
1856 – Leest telde 1436 inwoners . (Wikipedia)
1857 – “Patrimoniele schoone Handwerkerstede met hof gestaen en gelegen onder Leest,
te Mechelen te koop.
Den notaris P.F. Van Meerbeeck te Mechelen residerende, zal ten overstaen van
den heer Vrederegter van ’t zuyd kanton van Mechelen, met gewin eener premie
van 1 ten honderd publiekelijk verkoopen :
Eene schoone in steen gebouwde Handwerkerstede met stal, schuer, dorsvloer,
hof rondom in zijne hagen en verdere erve, te samen groot 5 aren 13 centiaren
gestaen en gelegen in de Alemstraet te Leest, geteekend wijk C nr.37 aenpaelende
1e de Alemstraat, 2e de straet genaemd het straetjen, 3e Petrus Joannes Selleslagh,
en 4e d’Heer Zech.
In gebruik bij de weduwe Judocus Meeus tot 15 meert 1857.
De inmijning zal plaats hebben op dynsdag 20 january 1857 en de definitieve
verkooping op dynsdag 3 february daerna, ’t elkens ten 3 uren namiddag, ter
herberge het Damberd, buyten de Gendsche poort te Mechelen.
Conditien en titels van eigendom berusten ten kantore van voornoemden notaris
Van Meerbeeck te Mechelen op de Wollemarkt n° 22.”
(Mechelsch Berigt van 11/1/1857)
1857 – “Eyke en Olme strunken, dienstig voor billen te Leest te koop. Wegens M. Den
ridder Du Trieu de Terdonck senator, op syne landen afhangende van zijn
pachthof bewoond door J.V. Scheers onder Leest...”
(Mechelsch Berigt van 11/1/1857)
1857 – 31 januari : “Verpachting van den halven bareel van Leest op den kasseiweg van
Mechelen naer Capelle-op-den-Bosch.
Het kollegie van Burgemeester en schepenen der stad Mechelen maekt kenbaar
dat er op zaterdag den 31 dezer maend ten 11 ure voormiddag in de benedenzaal
van het stadhuis te Mechelen zal overgegaan worden tot de openbare verpachting
van den halven bareel van Leest, nabij het brugsken op de Steinebeek, op den
kasseiweg van Mechelen naer Capellen-op-den-Bosch, zulks voor den tijd van
3 jaren die zullen aenvang nemen den 1 meest aenstaende en eindigen den 29
february 1860, en dat het kohier van lasten en voorwaerden op de stadssecretary
te Mechelen en op het gemeentehuis van Leest ter inzage berust.
(Mechelsch Berigt, 25 januari 1857)
1857 – 30 maart : “Bij uitscheiding van handel, MEUBELEN, geit, landbouwers,
herbergiers, timmermans en smidsgereedschappen, veel oude en nieuwe
ijzerwerken, gerieven, nagelen, enz. TE LEEST TE KOOP.
Den notaris Dams te Mechelen residerende zal op maendag 30 meert 1857, te
beginnen ten 9 uren voormiddag ingevolge autorisatie verleend door het bestier
der gemeente Leest den 19 dezer loopende maend, openbaerlijk van wege en
ten woonhuize van PETRUS JOANNES STEVENS, herbergier en hoefsmid in de
Thisseltbaan onder Leest, bij uitscheiding van handel, verkoopen eene partij
meubiliaire effecten en herbergiers-gerieven zoo goed als nieuw, zulks als
schoone olme kleerschappraei, beddebakken,, canapeeën, 5 tafels, 25 stoelen,
engelschen biliard, 4 groote en fraeije geecadreerde printen, spiegel, veel liters
en halve liters, extra schoonen verlekbak, 2 koperen engelsche lampen, partij
kopere kranen, schoone en goede herbergiersstoof, bier-stelling, uithangberd,
grooten ijzeren balk met balancen en gewigten volgens nieuw model, kleinen
ijzeren balk met balancen en verscheide kopere gewigten, meelbak, vleesch en
beer-vat, drink- en waschkuipen, kinderkarken, schoone en goede geit, kruiwagen,
zolder-leder, erwtreis, boon en brandhout, ledige flessen, enz.
Item eene groote partij timmermans-gereeschappen, zoo als kort- en andere zagen,
Bytels, schaven, trektangen, hamers, eggers, dissels, 2 slijpsteenen met deszelfs
toebehoorten, alsmede alle de hoefrsmidsgereedschappen, bestaende namentlijk in
grooten en kleinen blaesbalk, schoonen aembeeld van 250 kilos, spaerhaek, 3
bankvijzen, boormachine met 2 zwongen, leest voor stoof-kolonnen te maken,
machine voor ronde buizen te ploeyen, veylen, voor- en andere hamers, goede
oude engelsche sleutels, 3 engelsche moeyer-ijzers met hunne tappen, waer onder
een groot voor assen te moeyeren, moeyerstaak, veel oud ijzer en andere
voorwerpen.
Te meer eene grote quantiteit nieuwe ijzerwerken en gerieven, zulks als 4
volmaekte ploegen, 15 spuein en schuppen, 15 rieken, 10 gaffels, 6 mesthaken,
8 kapmessen, 2 bijlen, 2 roeiakken, 40 ijzeren ketels, 10 ijzeren verlakte
casserollen, 2 gegote moors, 2 nieuwe tooven, 2 ijzeren honillie-bakken, 5
potten voor stooven, 50 kilos nieuw ijzer, 4 lattenbeslag voor wielen, 60 nieuwe
hoefijzers, 30 kilos hoefnagels, 70 kilos andere nagelen, 5 nagelbakken, 12 zware
lighaken met oogen voor poorten, 20 paar kleine lighaken met oogen, 25
grendelbuizen met grendels en 1 engelschen sleutel.
Op tijd van betaling mits stellende goede bekende borgen en voorts volgende
conditien ter plaetse voor te lezen...”
(Mechelsch Berigt – 22 maart 1857)
1857 – 31 mei : “Extra schoon Hooi-gras van vlooibeemden onder Heffen en Leest
te koop, ter directie van den notaris Fris te Waelhem.
Onder Leest – Van wegen Jonkheer De Cannaert d’Hamale het hooigras in zijne
vlooibeemden genaemd de Halsbergen, groot 3-1/2 hectaren, gelegen onder Leest
tegen de Senne in de Molenstraat tussen de Molen van Heffen en het dorp van
Leest.” (Mechelsch Berigt 31 mei 1857)
Het toponiem “Halsbergen” vonden we terug in 1816 : “...beemden aen de brug..”
(WB-1816)
1857 – 14 juli : “Landbouwers-vergadering van het vijfde landelijke district der provincie
Antwerpen. Kampstrijd van 1857.
De landbouwers-vergadering van het 5de landelijk district der provincie
Antwerpen heeft dit jaer zynen prijskamp voor het vee per sektie gegeven, zoo
dat er maer drij of vier gemeenten met elkanderen kampten.
De 14e dezer heeft de jury, onder het voorzitterschap van den heer ridder Du Trieu
de Terdonck, zijne werkingen begonnen te Leest en te Willebroek.
In de eerste dezer twee gemeenten, die de sektie uitmaekte van Mechelen,
Hombeeck, Leest, Thisselt en Heffen, heeft men allerschoonste koeijen en stieren
van hollandsch ras aengeboden, als ook allerbeste trekpeerden en schoone
tweeslachtige peerden van eerste croisering.
De prijzen zijn behaeld als volgt : voor het peerden ras :
1ste door den hengst van M. Steemans, landbouwer te Leest en door dengenen
van M. Keulers, landbouwer te Heffen.
1ste door de veulen-merrie van de weduwe De Laet t







