1909 – “De kaairechten bedroegen 0.10 c per ton gelost of geladen op de lengte der
kaaimuren ; bomen betalen à.25 c.
Mest, beir of andere vetten voor den landbouw, zijn vrij van recht.
De rechten zijn dubbel, bij geval de waren meer dan eene maand op de kaai
blijven.” (GA)
1909 – Gazet van Mechelen – zaterdag 2 januari 1909 :
Eene Dievenbende op strooptocht.”
Eene bende dieven heeft in den nacht van woensdag op donderdag eene
verkenning gedaan in den omtrek van Mechelen, Battel en Leest.
De schelmen schijnen eerst naar Leest te zijn gegaan om vervolgens naar Battel
en Mechelen te komen afgezakt.
Hunne ondernemingstocht heeft ditmaal een weinig weg van het vermaard
kluchtspel “Robert en Bertrand” of de Lustige Bandieten.
Men oordele liever : het was rond half twee in den nacht als de dieven eene ruit
uitsneden en binnenbraken in de woning van Jan Verschueren Leest-Heide.
Hier vertoefden zij niet lang en was de buit van weinig betekenis.
Zij vertrokken al vlug naar de woning van Jan Smets, Leest-Dorp, het was alsdan
bijna 2 ure. Smets is de stoker van M. Van Diepenbeeck, brouwer te Mechelen.
Hier eveneens kropen zij langs het venster binnen en gaven een kort bezoek en
trokken weer heen, zonder eigenlijk te vinden wat zij graag verlangden.
Het was kwart over 2 ure als zij bij Arnold Teughels aanlandden.
Hier waren ze volop aan hun werk binnen het huis, als vrouw Teughels, door een
gerucht gewekt werd en dadelijk een luchtgat opende in den planken vloer der
slaapkamer, dat uitgaf in de herberg en waardoor zij alles kon zien wat er
beneden plaatsgreep.
Zij zag drij personen met licht weg en weer lopen en fluisteend tot elkander
spreken. De vrouw wist genoeg. Opeens riep zij door het luchtgat naar beneden :
“Hé, schiet maar ! Schiet maar !” Juist alsof zij dit tegen haren man riep.
Eén der bandieten blies in zijn haast het licht uit, en heel de ploeg verdween
langs het venster.
Ze hadden in haast hunnen buit vergeten.
Van hier ging het regelrecht naar Battel...enz.
...de politie van Mechelen heeft daarover donderdag morgen een onderzoek
ingesteld en de rechterlijke politieagenten Neutiens en Van Ginsbergen zijn per
velo naar Battel en Leest geweest, om alles ter plaatse te gaan waarnemen.”
1909 – 30 januari – Gazet van Mechelen : Een Man Versmacht.
“Men meldt ons uit zeer geloofbare bron, dat de werkman De Meyer, wonende te
Leest, die alle dagen naar Brussel gaat werken, aldaer woensdag door het
springen eener buis, versmacht is geworden.
De dood was oogenblikkelijk. Nadere inlichtingen ontbraken.”
(Gvm-zaterdag 30/1/09)
1909 – In dat jaar maakte de fanfare “Arbeid Adelt” een merkwaardige uitstap.
Bestemming van de reis was Antwerpen, meer bepaald het Bestendig Festival,
en men ging er naartoe per “plezierboot”, langs de Zenne. (DB-1/5/1958)
1909 gaf 12 lotelingen voor de militielichting.
1909 – 1 januari : Vanaf heden kreeg veldwachter Isidoor Constant Van Hoof 100 fr
meer jaarwedde : “overwegende dat de tegenwoordige jaarwedde van 800 franks,
de geringste is van al de gemeenten van ’t kanton.”
De jaarwedde van de gemeentesecretaris bedroef 1000fr, die van
hulponderwijzeres Mathilde Hellemans 1300 frank.
1909 – Vanaf 1 januari werden de “keurrechten op het slachtvleesch” als volgt
samengesteld :
paarden, ezels, muilezels, stieren, ossen, koeien en vaarzen per hoofd : 2,50 fr.
Kalveren, schapen, varkens per hoofd : 1,00 fr.
Lammeren, geiten en speenvarkens per hoofd : 0,50 fr.
Die keurechten werden niet geheven voor dieren afgemaakt of gestorven
tengevolge van ziekte of ongeval, wanneer die dieren toehoorden aan
inwoners van Leest. (GA)
1909 – 16 januari : Brief van het Leestse gemeentebestuur gericht naar dat van
Mechelen :
“Wij nemen de vrijheid Uwe welwillende aandacht in te roepen betrekkelijk den
slechten toestand der wegenis tusschen Battel en de grens onzer gemeente, en
bijzonderlijk aan de woningen langsheen dien steenweg op de warande.
Aangezien er op die plaats hoegenaamd geene grachten bestaan loopt het water
der daken naar den weg, die veel lager is dan de nevenstaande woningen en
landen, en het moet er blijven, door gemis aan afleidingen.
Op het hoog gedeelte nabij den molen, worden de zoomwegen bij den minsten
stortregen weggespoeld, en de stenen worden blootgezet aan het water, wat het
wisselen van rijtuigen bijna volkomen onmogelijk maakt.
In dezen toestand zou kunnen voorzien worden zonder grote onkosten, met op het
hoog gedeelte van de bergen, eene grondlaag af te halen, en deze aan te brengen
langs den kant van Leest, zou men dus verhooging bekomen in het laag gedeelte,
en te meer de tegenwoordig bestaande beklimming verminderen...”
Honderd jaar later spreken oudere Leestenaars nog spottend van de “Battelse
Bergen”.
1909 – 14 februari : Brand in de Blaasveldstraat.
Ditmaal moest de “havermeyt” van August Verbruggen er aan geloven.
Kwaadwilligheid werd niet uitgesloten en de gendarmerie werd belast met het
onderzoek. (GA)
1909 – 4 april : Vermoedelijke stichtingsdatum van de onafhankelijke toneelvereniging
“Eendracht en Vrede”
Eerste voorzitter was A. Moyson, secretaris Meester J. Dumond.
De vereniging werd gesticht in zaal Sint-Cecilia bij het echtpaar Theodoor
(Dorreke) Van den Heuvel – Maria (Suska) Steenackers. (later herberg
De Drij Gapers).
Guido Hellemans baseerde zich voor deze datum van stichting op een
Reglement van 4 april 1909 (De Band-oktober 1985).
De vereniging werd ontbonden rond 1921-22.
Volgens Alfons Hellemans zouden een aantal jongere leden verzocht hebben
om eigenhandig een toneelstuk op te voeren voor zichzelf en met het
beschikbare materiaal. Het bestuur weigerde maar de jongeren hielden voet
bij stuk. Dit zou aan de basis van de ontbinding gelegen hebben.
Op zondagen 25 december 1921 en 1 januari 1922 vond het laatste optreden
van “Eendracht en Vrede” plaats.
Op 19 en 26 februari speelde de nieuw opgerichte toneelvereniging Rust Roest
voor de eerste maal, eveneens in de zaal van Theodoor Van den Heuvel met niet
minder dan zes oudspelers van Eendracht en Vrede in hun rangen.
In 1920 hadden reeds afgescheurde leden van Eendracht en Vrede “De Moedige
Vlamingen” opgericht, een afdeling van de muziekmaatschappij Sint-Cecilia.
Zij speelden in de zaal “de Boerenhandel” bij P. Van den Eede.
Deze toneelvereniging werd in 1929 ontbonden.
(Guido Hellemans in DeBand oktober 1985)
1909 – 8 april : Hoofdonderwijzer Dumont ontving, uit handen van de burgemeester,
het kruis van 1ste klas voor bewezen diensten in het onderwijs gedurende meer dan
35 jaar.
1909 – 25 april :
“Op zondag 25 april omtrent half elf ’s avonds keerde den genaamden
Huybrechts Jan, arsenaalwerkman, wonende Scheerstraat, huiswaarts en
gekomen tot op den hoek der haag van den hof van Ivo Jacobs, is hij aangerand
geweest door twee manspersonen.
Een der mannen bracht hem drie sneeden toe waarvan eenen over den arm en
twee over de borst, doch het kleedsel alleen is doorsneden.
Huybrechts heeft zijne aanranders niet kunnen herkennen.
De gendarmerie werd belast met het onderzoek.” (GA)
1909 – 7 juni :
“Omtrent 10 ure voormiddag is er door 30 ruiters van het regiment artillerie
onder bevel van eenen onderofficier van het regiment schutterij te Mechelen
in garnizoen, door het graan en den klaver gereden geweest op het land in
huur bij Lauwens Jan Piet, landbouwer Winkelstraat Leest.
Landbouwer Lauwens diende klacht in en de schade bedraagt volgens zijne
schatting 40 frank .” (GA)
1909 – 26 juni : De laatste brand van een hele reeks vonds plaats in het karhuis van
August Boey uit de Kleinheidestraat.
Gelukkig konden de vlammen tijdig geblust worden.
Ook hier was kwaad opzet in het spel, maar ditmaal had men een verdachte,
de genaamde F.V.K. uit Heffen.
De afloop van deze zaak bleef ons verder onbekend, maar de pyromaan was
waarschijnlijk onschadelijk gemaakt want Leest bleef een hele tijd gevrijwaard
van branden.
1909 – 15 augustus : Bij Theophiel Verschueren uit de Scheerstraat werden voor de
tweede keer deze week kippen gestolen.
1909 – 28 augustus : Passage uit een brief van burgemeester Bernaerts gericht aan de
arrondissementskommissaris :
“...in Leest is er weinig of geene leurhandel daar het hoofdbedrijf landbouw is.
Voor het algemeen worden de leurders zeer slecht gezien en gehouden door de
bevolking, en ook op ongunstige wijze ontvangen door de inwoners, dewelke de
leurders voor het groot deel als nietsdoeners en spioenen aanzien...”
1909 – 18 december : De weduwe Van Moer, “barreelpachtster op den steenweg Battel-
Thisselt”, werd een vermindering van 90,65 fr toegestaan op haar pachtprijs
omdat het verkeer een drietal maanden was omgeleid richting Mechelen.
Per jaar betaalde ze 1170 fr aan de gemeente.














