

1902 – 13 oktober – Gazet van Mechelen :
GEZONDMAKING DER ZENNE
“De heeren Hanssens, burgemeester, Nowé en Debacker, schepenen, F. Campion, gemeenteraadslid, Vankelecom, secretaris en Hauwaert, bouwkundige van Vilvoorden ; Le Blus, schepene van Mechelen ; Van Kelst, burgemeester van Elewyt; De Roye de Wichem, burgemeester van Eppeghem; Bombergen, secretaris van Hofstade ; De Saeger, burgemeester van Hombeeck, Haesaerts, schepene van Rumpst; Sterckx, burgemeester van Sempst; Coenen, burgemeester van Weerde, vergaderd op het gemeentehuis van Vilvoorden, op donderdag 18 september 1902, te 2 ure namiddag, na mededeeling ontvangen te hebben van het Verslag der Zeevaartinrichtingen dat handelt over de werken van gezondmaking betrekkelijk den loop der Zenne, na beraadslaging, hebben met eenparigheid op het voorstel van M. Campion, de volgende dagorde gestemd :
Overwegende, dat de rivier der Zenne beneden het zoogezegde gesticht van klaarmaking te Haren, eenen zetel van verpesting vormt, die bijzonder nadelig is aan de belangen der aanpalende gemeenten;
Dat zelfs verscheidene gemeenten op afstand der rivier gelegen door den toestand lijden ;
Dat in 1866 er aan de stad Brussel voor 9 millioen toelagen verleend werden om de Zenne gezond te maken, zoodanig dat de gemeenten aan den lageren loop gelegen niet meer zouden te klagen gehad hebben en zij in plaats van besmet en walgelijk water, een zuiver en schadeloos water zouden bekomen hebben ;
Overwegende, dat de stad Brussel hare verplichting niet vervuld heeft voor wat de zuivermaking van het water der stadsbeken betreft en dat de aanpalende gemeenten der Zenne, beneden Haren, nog altijd meer dan ooit besmet blijven door de verpestende en doodende uitwasemingen ;
Dat de klachten, die in 1866 reeds zeer talrijk waren, nu algemeener, ernstiger en meer gerechtvaardigd zijn ;
Dat inderdaad de afdrijving der vuilnissen van een groot deel van den Brusselschen omtrek, die vroeger langs de opene Zenne plaats had, hedendaags gebeurt door eenen gesloten afloop tot Haren, waar men aan de rivier de bedorven stoffen teruggeeft, wier nadeelige invloed zoveel te grooter is, daar zij bij gebrek aan aanraking met de lucht geene enkele zuivering ondergaan hebben ;
Overwegende dat, alhoewel de ondergeteekenden het gezamentlijke ontwerp der haveninrichtingen goedkeuren, het nochtans plaats geeft de welwillende aandacht van het Staatsbestuur op een deel der werkten te trekken, dat voor onloochenbaar gevolg zou hebben den tegenwoordigen toestand nog te verergeren ;
Dat men inderdaad voorstelt de wateren der kleine Zenne in den scheepdok der Saincteletteplaats te brengen, om ze in het Zeekanaal te laten vloeien. Dat daarenboven de wateren van het klimmen der Molenbeek te Laken, de vijvers van het Koninklijk Domein en van den Buikgracht te Neder-Over-Heembeek insgelijks rechtstreeks in het Zeekanaal zouden gebracht worden ;
Dat het ontwerp ook de afdrijving bevat langs eene nieuwe vergaarbeek, der besmette wateren van de gemeenten Anderlecht, St Jans Molenbeek, Laken en St Pieters Jette ;
Dat deze wateren der stadsbeken volgens het ontwerp der Zenne zouden vloeien beneden de spoorbrug van Laken, in afwachting dat een nieuwe afloop tot Haren zou gebouwd worden ;
Overwegende dat uit de aanneming van dit ontwerp zou voortspruiten dat de Zenne na van een groot deel van haar zuiver water beroofd te zijn meer dan ooit besmet zou worden beneden Haren, met al wat haar nog zou kunnen bederven ;
Om deze beweegreden :
Teekenden krachtdadig verzet aan tegen den ongelukkigen toestand waarin de gemeenten van den benedenloop zich bevinden, en verzoeken vriendelijk het Staatsbestuur het ontwerp te willen volledigen, door eene oplossing te vinden, die van aard weze om aan de inwoners der belanghebbende gemeenten voldoening te geven ;
Duiden als afgevaardigden bij de overheden aan : MM. Hanssens, burgemeester van Vilvoorden ; Le Blus H., schepene van Mechelen ; de Roye de Wichem A, burgemeester van Eppeghem ; Haesaerts G.A., schepene van Sempts,; Coenen L., burgemeester van Weerde ; en Hauwaert J., bouwkundige te Vilvoorden en gelasten hen dringende voetstappen aan te wenden, om in den korst mogelijken tijd eene voordeelige oplossing te bekomen.
De afgevaardigden in het Komiteit vereenigd, hebben aangedjuid als voorzitter M. Hanssens, burgemeester van Vilvoorden en als secretaris M. Coenen, burgemeester van Weerde.
Het Komiteit heeft de toetreding gevraagd der gemeenten Haren, Neder over Heembeek, Machelen, Heffen, LEEST, Heyndonck, Terhaeghen, Boom, Waelhem, Duffel en Lier.
Verscheidene gemeenteraden hebben eene beslissing in dien zin genomen.
De heer Gouverneur der Provincie Brabant heeft zijne hulp beloofd.
Ten einde de rechten te doen gelden bij het Staatsbestuur, heeft het Komiteit de Heeren Senators en Volksvertegenwoordigers uitgenoodigd tot eene vergadering die zal plaats hebben op woensdag 15 october om 11 ure, op het paleis der provincie te Brussel.”
1902 – “Op zondag 2 november rond 5 ure namiddag is alhier in de gemeente, aan den
gemetsten afsluitingsmuur van ’t kerkhof een steunpilaar gedeeltelijk afgebroken
door vier jongelingen van Stuivenberg onder Mechelen.
Een der daders werd door koster Hellemans aangehouden.
Het is de zoon der dochter van zekeren persoon van Stuivenberg genoemd
“de Pender”.
Een andere medeplichtige moet Van der Meulen genoemd zijn. De gendarmerie
stelde een onderzoek in.” (GA)
1903 – Het getal ingeschrevene lotelingen voor de nationale militie voor de lichting
1903 bedraagt 15.
1903 – “In Leest worden geen veemarkten gehouden.” (brief aan de Gouverneur)
1903 – In 1903 staken enkele vooraanstaanden van Blaasveld en omstreken hun hoofden
bijeen en stichtten een vee- en paardenverzekering.
Voor Willebroek waren dat Eduard en Xavier De Jonghe, voor Blaasveld
burgemeester Alb. Lefebvre, Louis en Frans Van Baelen, voor Hombeek J. Van
Doren en voor Leest burgemeester Jaak Bernaerts.
(’t Vaartland-nr.3 1977)
1903 – In de nacht van 20 op 21 februari is er een poging tot inbraak gedaan in de Sint
Jozefskapel. Het slot en de deur werden beschadigd maar er werd geen diefstal
geconstateerd.
1903 – 15 maart – Gazet van Mechelen : Leest – Poging tot diefstal
“Eén dezer nachten heeft men ingebroken in de woning van de wed.Selleslagh.
De schelmen zijn echter teleurgesteld moeten vertrekken, want de bazin had
’s avonds te voren de tooglade met het geld naar hare slaapkamer genomen,
zodat ze zonder buit zijn moeten vertrekken. Het schijnt dat men vermoedens
heeft op zekeren persoon.”
1903 – 9 april : Rond 15u30 vonden Lodewijk Hellemans, 31-jarige koster en Karel
Huybrechts, werkman van 61, beiden wonende te Leest, op de oever van
de Zenne aan “de Bleukens” het lijk van een pasgeboren kind.
Ze brachten het naar het gemeentehuis.
Het kindje was geheel naakt zou volgens onderzoek ongeveer 40 dagen
in het water gelegen hebben. Het lijkje was in staat van ontbinding.
Er waren geen hoegenaamde tekens die tot identificatie zouden kunnen
leiden. tjeDe leesthkostermen op de Zennedijk aan de Bleukens het naakte lijkje
van een baby van het mannelijk geslacht. Het werd naar het gemeentehuis
overgebracht.
(Uit : Burgerlijke stand Leest Overlijdens 1903 Akte 11)
1903 – 16 april : Jozeph Selleslagh, een landbouwer uit de Tisseltbaan, werd lid van het
bureel van Weldadigheid, dit in vervanging van Karel Van den Sande. (GR)
1903 – 9 mei : “De gemeentescholen worden vanaf maandag voor 14 dagen gesloten,
tengevolge van het bestaan der Roodekoorts, dit op verzoek van geneesheer
De Becker.
De klassen worden gewit met een mengsel van kalk en phenique water.
De banken en schoolmeubelen behoorlijk gezuiverd en de schoolbehoeften
verbrand.” (GA)
1903 – 10 mei : “Omtrent half twaalf ’s avonds, terwijl de genaamden Joseph Croes en
Joseph Scheers, werklieden woonende te Mechelen Battel, huiswaarts keerden,
werden zij ter plaatse Kleinheidestraat, rechtover de woning van De Borger,
tegen het lijf gelopen door zekeren Frans Selleslagh, landbouwer te Leest
Kleinheidestraat, welke begon te tieren.
Selleslagh smeet zijn rijwiel ten gronde, trok een revolver uit zijn zak en loste een
schot op de genoemde twee personen, zonder hen te treffen.
Croes heeft Selleslagh een slag met de hand toegebracht waarna deze laatste zijn
rijwiel opgenomen heeft en zich begeven heeft naar de woning van Constant
Fierens, herbergier Kleinheidestraat.
Deze Fierens heeft Selleslagh zijn wapen afgenomen om verdere onheilen te
voorkomen, den revolver was alsdan nog voorzien van scheuten met kogels.
De volgende dag heeft de veldwachter op zijne dagronde, van het gebeurde
kennis gekregen en het wapen in beslag genomen alsdan nog voorzien van een
schot.” (GA)
1903 – 14 mei : De gemeenteraad werd er door de provinciegouverneur op gewezen dat
de gemeentescholen overbevolkt waren.
1903 – 18 juli : “Bij Koninklijk Besluit van den 18 juli 1903 is de medalie van 3e Klas
toegestaan geweest aan :
1) Jan Briat, metser, wonende te Leest en
2) Pieter Jan Teughels, smid, wonende te Battel onder Mechelen,
voor het redden van eenen drenkeling inden loop van 1903 te Leest”. (GA)
1903 – 8 september - Gemeenteraad verzoek om eretekens :
“Mr Frans Lodewijk Troch, daglooner, geboren te Leest den 8 mei 1834, en
er wonende, de bediening van gemeente grafmaker waarnemend sedert 1 januari
1861 en ze voortdurend nog wxaarneemt. Dat dezen persoon van goeden naam en
faam is, dat hij altijd in zijne bediening werkzaam, belangloos en zelfopofferend
is geweest. Hij (de Raad) stelt dus voor aan Zijne Majesteit den Koning te
smeken, aan dezen verdienstelijken man te vergunnen de Medalie van 1e Klas
ingesteld door Koninklijke Besluiten van 21 juli 1867, 23 october 1882 en 15
januari 1889.
Overwegende dat genoemde Frans Lodewijk Troch zijne bediening met
nauwgezetheid en op eervolle wijze waargenomen heeft besluit de Raad de
Koning te smeken...
M.M. 1) Wauters Lodewijk, geboren te Leest, den 28 februari 1835, lid van het
bureel van Weldadigheid sedert den 19 september 1877.
2) Jan Dumont, geboren te Orsmael Gussenhoven, den 21 november 1851,
hoofdonderwijzer der gemeenteschool sedert den 9 november 1878.
3) Piet Edward Vloeberghen, geboren te Leest den 21 augustus 1832, lid van de
kerkfabriek sedert den 4 april 1874.
Dat deze drij personen van goeden naam en faam zijn.
Dat zij altijd in hunne bedieningen werkzaam, belangloos en zelfopofferend zijn
geweest.
Hij stelt dus voor aan Zijne Majesteit den Koning te smeken aan deze
verdienstelijke mannen te vergunnen de Medalie van 3e Klas...”
1903 – Schoolbevolking op 5 oktober :
Gemengde school :
Klas van de hoofdonderwijzer : 56 leerlingen
Klas van de hulponderwijzer : 70 leerlingen.
School voor meisjes :
50 leerlingen.
1903 – 7 november : “Omtrent half twaalf des avonds is er schade toegebracht geweest
aan de woning van Henri Theodoor Van den Heuvel, herbergier en winkelier
dorp “In den Belle Vue” aan de kerk.
Men heeft stukken pannen en stenen op de deuren en slagvensters geworpen,
terwijl de bewoners te bed waren.
Zekeren Emiel Nagels van Battel Auwegem Warande zou een der daders zijn.
De gendarmerie werd belast met het onderzoek. (GA)















