

1896 – Van 1896 tot 1898 was Jozef Edward De Win onderwijzer te Leest.
Hij was geboren te Tisselt op 4 oktober 1877 en overleed te Blaasveld op
27 april 1966.
J. De Win werd in 1898 onderwijzer te Tisselt en sloot zijn loopbaan af als
Schoolhoofd te Blaasveld.
Edward De Win was gehuwd met Bertha Boon, zuster van de beroemde
Blaasveldse Kannunnik Arthur Boon.
Hun zoon Xavier De Win, priester-professor en directeur van het Sint-
Stanislasinstituut te Berchem werd bekend als vertaler van het omvangrijke
oeuvre van Plato uit het Grieks.
(“Blaasveld en de zuivelfabriek Sint-Jozef” – Karel De Decker)
1896 – Gazet van Mechelen van 17 juli 1896 op de voorpagina :
KANTON MECHELEN
Provinciale kiezing van zondag 26 juli.
Katholieke kandidaten :
Bernaerts Jaak, landbouwer, burgemeester Leest
De Jonghe Xavier, bouwer te Willebroek
Le Blus Hector, docter te Mechelen
Lefebvre Karel, eigenaar te Ruysbroeck
Ortegat Jules, wijnkoopman Mechelen
Ryckmans Paul, drukker Mechelen
Van Doren Jozef, landbouwer en koopman Hombeeck.
ONZE PROPAGANDA TE LEEST.
Zondag namiddag ten 3 ure had eene belangrijke meeting plaats in het lokaal De
Rooselaer, welke voorgezeten werd door M. Lefebvre, volksvertegenwoordiger.
Aan ’t bureel namen plaats onze achtbare kandidaten voor de
provincieverkiezing.De achtbare volksvertegenwoordiger M. Lefebvre bedankte
de kiezers voor de eer welke zij hem aangedaan hadden, met hem te herkiezen als
volksvertegenwoordiger en zette de kiezers aan niet te slapen op die lauweren,
maar te werken en te zorgen dat op 26 juli ook de zegepraal blijve aan de
katholieke partij.
M. Bernaerts, burgemeester, gaf in beknopte woorden te kennen wat hij in den
provincieraad als landbouwer doen zal. Hij werd dapper door zijne aanhangers,
meestal landbouwers, toegejuicht.
M. Le Blus, geneesheer en aftredend raadslid, gaf een overzicht van hetgeen de
katholieke raadsleden van het kanton Mechelen gedaan hebben in den raad der
provincie. De toejuichingen die den gevierden geneesheer ten deel vielen bewezen
dat de aanhoorders tevreden waren over de aftredende raadsleden.”
1896 – Gazet van Mechelen, 24 juli 1896 : “Diefstal – Leest.
Een kerel drong dezer dagen, kort na de middag, binnen in de woning van den
landbouwer W., langs den steenweg van Ouwegem en stool er 1.900 frank.”
1896 – “ONDERRICHTINGEN VAN DE KIEZERS
Iedere kiezer moet op STRAF VAN BOET aan de kiezing deenemen, iemand mag
thuis blijven.
De kiezer krijgt van den Voorzitter 1,2 of 3 stembrieven, volgens dat hij voor
1, 2 of 3 stemmen opgeschreven staat. Met die stembreiven begeeft de kiezer
zich naar een der afgesloten lessenaars. Aldaar moet hij ZWART maken met het
potlood dat op den lessenaar ligt, het wit rondeken van het ZWART VIERKANT,
ONDER DE CIJFER 2, BOVEN (niet nevens) den naam van den heer
BERNAERTS, zooals de hand het hierboven aanwijst. (illustratie)
Met op elke stembrief, dit puntje, ONDER DE CIJFER 2 zwart te maken, stemt de
Kiezervoor de gansche lijst der Katholieken.
Goed oppassen dat men GEEN ANDER puntje zwart make : dit ware tegen de
katholieken gestemd.
Wilt ge dus goed stemmen stemt onder nummer 2.
KIEZERS. Het geheim der stemming is verzekerd. Niemand kan weten voor wie
gij stemt. Geene verdrukking meer ! Geene schandalen meer !
Geene broodrooverij. Allen ter stembus, en de katholieken zegepralen met eene
grote meerderheid.” (Gazet van Mechelen 24/7/1896)
1896 – Gazet van Mechelen van 25/7/1896 : “Uit Leest.
In de gazet SALVATOR van vrijdag 17 laatst (juli), wordt er geklaagd door een
Inwoner van Leest over :
1. de barbaarsche heffing der barrreelrechten.
2. de ijdele en nooit volbrachte beloften door onzen achtbare heer burgemeester
Bernaerts gedaan nopens het leggen van eenige meters kassei in de Alemstraat,
maar die klager noemt zich niet, hetgeen doet veronderstellen dat dit van geen
Leestenaar uitgaat : ware het van een Leestenaar gedaan, dan zal ’t volgende
hem wel tot inlichting dienen : het bareelrecht op den steenweg naar Cappellen
op den Bosch, wordt geheven door de stad Mechelen en door Leest, ieder voor de
helft.
In aanzien van ’t bareelrecht geheven op de steenweg van Leest naar Mechelen,
moet de gemeente Leest alleen die steenweg onderhouden van de St Annabeek tot
de Battelschen Molen, zijnde Mechelsch grondgebied.
Het leggen van den steenweg in de Alemstraat is gestemd door den raad in zitting
van 5 september 1895. Het alreeds gekasseid deel zal door nieuwen steen
vervangen worden. In zelve zitting is er ook nog besloten eenen steenweg te
leggen in de Molenstraat, die Leest met Heffen verbinden zal, en deze twee
werken zullen kunnen gedaan worden zonder de minste verhoging van belasting
te moeten vragen, de noodige gelden zijn in ’t bezit der gemeente.
Onder het bestuur van den heer Bernaerts werd ook gelegd een steenweg in de
Blaasveldstraat.
Gebouwd de loskaai aan de nieuwe Sennebrug en de gemeenteschool vergroot.
Dit alles bevestigt op voldoende wijze de werkzaamheid van onzen burgervader
die zijne beloften op zulke fameuze wijze weet te volbrengen, dat niet één der
inwoners, reden tot stijfhoofdigheid hebben kan.
Zulke man is waardig onze belangen in den Provincieraad te behartigen.
Wij kiezen dus allen onder NUMMER 2.”
1896 – Op vrijdag 7 augustus 1896 verscheen op de frontpagina van de Gazet van
Mechelen : “HULDE aan
Burgemeester Bernaerts,Provincieraadslid. Leest 2 augustus 1896.
(air : de Vlaamse Leeuw)
De strijd die is gestreden,
de vijand ligt verplet.
De Leestenaars zijn heden
niet weinig opgezet,
met hunnen burgemeester
die als een vrome held,
het vuil gebroed van Satan
ten gronde nedervelt.
Refrein.
God zal hem lang bewaren.
Voor ’t heil van ’t volk van Leest.
Hij leve lange jaren !
Dat wensen wij om ’t meest (bis
Triomf ! En heil en zegen !
Voor onze kapitein !
De toekomst lacht ons tegen,
Zoo wij ‘t met hem eens zijn.
Dan vrezen wij geen stukken,
Gelegd door Geuzenhand,
en leven zacht en lustig
in echten broederband.
Vindt men soms vieze mannen,
In ’t vreedzaam dorp van Leest.
Die met de blauw aanspannen,
zijt voor hen niet bevreesd.
Zoo lang Bernaerts zal leven,
aan ’t hoofd der maatschappij,
zal men ons welzijn geven
en zoete vree daarbij.
Refrein...”















