1916 – Op 7 oktober nam de burgemeester opnieuw de pen ter hand om een versoepeling
te vragen van een reeks Duitse verordeningen.
Zo moest het gerst voor 15 september gedorst worden, de late aardappelen werden
onmiddellijk opgeeist en de levering van 1/3 van het in te leveren graan werd
bevolen voor 31 oktober. Tevens moesten de Leestse boeren overgaan tot het
dorsen van het broodgraan.
“...de naleving van die verordeningen heeft reeds, -en zal nog schade toebrengen
aan de landbouwers, en ontreddert de gehele landbouwbewerking, te meer, vele
landbouwers, -alhoewe niet wederspannig tot naleving der verordeningen en
bevelen zullen kunnen bestraft worden, alle werken kunnen niet gelijktijdig met
goed gevolg gedaan worden.
Door die omstandigheden is de winning der veevoedergewassen veel moeten
verwaarloosd worden.
De landbouwers worden aangezet tot het bebouwen en beplanten van alle
gronden en van den anderen kant worden zij belet, - bijzonder door het bevel
tot het onmiddellijk graandorschen op dezen ogenblik, - hunne landen tijdig te
kunnen bewerken en bezaaien...”
1916 – 22 oktober : Vergadering in de gemeentelijke jongensschool, Scheerstraat, om aan
de landbouwers “mededeeling te doen van hunne verplichting van inlevering der
botervoortbrengst.”
1916 – Dezelfde dag 22 oktober, liet de burgemeester “op de gewone plaats na de
hoogmis” afkondigen, dat alle mannelijke werklozen verplicht waren zich te
laten inschrijven ten gemeentehuize.
Burgemeester Bernaerts handelde hier op bevel van de bezetter.
Herhaalde malen werd hem om een lijst van de werklozen verzocht. Deze vraag
werd ook aan het plaatselijk “Hulp- en Voedingskomiteit” en aan de pastoor
gesteld.
De Duitsers zouder er echter nooit in slagen te Leest zo’n lijst op de kop te tikken,
de werklozen werden immers naar Duitsland gestuurd.
1916 – 25 oktober : De eigenaars van door de oorlog zwaar beschadigde gebouwen,
ontvingen volgende brief :
“Ingevolge schrijven van den heer Kreischef van Mechelen, zullen er tot de
herstelling van oorlogsbeschadigde gebouwen, subsidiën tot een maximumbedrag
van 15.000 franken, zonder verplichting tot schadeloosstelling of terugbetaling,
toegestaan worden.
Bij het schatten der toelagen is in den regel daarvan uit te gaan, dat gij
inbegrepen de kosten van plansopstelling en van architectenhonoaria, hoogstens
drijvierden der kosten dekt, die tot herstelling van den eigendom in den toestand
van zijne beschadiging noodig zijn.
De aanvragen tot ondersteuning moeten persoonlijk bij den huidigen heer Zivil
Kommissaris te Mechelen ingebracht worden, die den vrager de nadere beslissing
zal mededeelen...”
1916 – Op 16 november 1916 overleed Jozefina Augusta Selleslagh, geboren te Leest op
27 maart 1915, aan “tuberculose ontsteking der hersenvliezen”, volgens
bewijsschrift van dokter De Becker.
1916 – Einde november deed de Duitse Krijgsraad in alle steden en dorpen van ons land
een bericht aanplakken om de werklieden voor hen te doen werken :
“ Werklieden,
de Krijgsraad duldt geen werklozen, of onvoldoende bezigheden meer. Wij raden
aan u als vrije arbeiders aan te geven, om de dag te voorkomen waarop gij zult
gedwongen worden.”
In Mechelen verscheen dit bevel op 23 november langs de straten.
Niettegenstaande deze oproep kwam zich daar niemand aanbieden, ondanks het
hoge loon dat verder op het plakkaat vermeld stond.
Enige dagen later verscheen daar een tweede bevel : “alle burgers, zonder
onderscheid van 17 tot 45 jaar, moesten zich bij de Krijgsraad aanbieden, op
straf van met geweld naar Duitsland gevoerd te worden...”
Vanuit Leest zouden zes personen vrijwillig naar Duitsland vertrekken.
Twee onder hen waren vluchtelingen uit Moorslede die in de gemeente verbleven.
Dertien Leestenaars zouden verplicht worden tewerkgesteld in Duitsland.
1916 – 1 december : De Leestse maalders kregen bericht dat er opnieuw mocht gemalen
worden, dit van 07u00 tot 19u00.
Overtredingen zouden worden bestraft.
1916 – 8 december : In de gemeenteraad werd het reglement op het kosteloos
geneeskundig toezicht in de scholen goedgekeurd.
Dokter Van Assche uit Hombeek werd benoemd tot geneeskundig opziener in de
gemeentelijke meisjesschool en dokter De Becker uit Tisselt in de jongensschool.
De dokters moesten iedere maand de Leestse jeugd onderzoeken en ontvingen
daarvoor 2 fr per onderzocht kind.
1916 – 13 december : De Duitsers zoeken de jonge mannen op om in Duitsland te werk te
stellen. Alle jongeren moesten op het “Meldeamt” te Mechelen een stempel halen
voor vrijstelling. De meesten worden afgewezen. Ze hebben nog het recht hun
aanvraag voor vrijstelling beter te argumenteren en bezwaar in te dienen.
(Kroniek van de 20ste eeuw – Hoembekania)
1916 – Op zaterdag 16 december werden de eerste arbeiders per trein naar Duitsland
vervoerd. Op maandag 18 en dinsdag 19 december vertrokken nieuwe lichtingen.
Vertrekplaats : station van Nekkerspoel.
Meer dan 1000 personen vertrokken vanuit Mechelen.
1916 -19 december : Alweer schurft, ditmaal wat het paard van Louis Van Aken het
slachtoffer. (GA)
1916 – 28 december - Gemeenteraadszitting : de pensioenaanvraag van
hoofdonderwijzer Dumont werd gunstig geadviseerd en zijn ontslag werd
aangenomen.
Het schepencollege werd gelast tot het bekendmaken “van het open zijn der
Plaatse” en de ontslagnemende “in naam des Raads, onze oprechte
dankbetuiging te doen kennen, voor de eervolle en nauwgezette waarneming
van zijn Ambt.”
1916 – De eerste levering van late aardappelen in december bedroeg samen 34.933 kg.
De tweede 40.495 en de derde 53.804 kg. (GA)
1916 – 31 december : Brief van de burgemeester tot de Provinzial Ernte Kommission,
Schuttershofstraat Antwerpen :
“...Martens Louis, landbouwer Bist, zijn graan is uitgegeseld maar niet geheel
uitgedorscht. Hij heeft een slag gekregen van een paard waardoor hij onbekwaam
was tot werken.
Scheers Joseph, Tinneschuurstraat, heeft geheel zijnen oogst niet kunnen
dorschen. De reden is dat een zijner paarden is opgeeischt door de Duitsche
Overheid en dat zijn ander paard mankt en in onbruik is.
Hij dorscht met molen met paardenkracht bewogen.”
Oudere Leestenaars wisten te vertellen hoe sommige boeren, om hun paarden te
behouden, zelf deze dieren verminkten, door een spijker in hun hoeven te
hameren.
1916 – Einde december verklaarde de burgemeester dat er in de gemeente Leest “geene
werkeloozen bakkers of geen werkeloozen beenhouwers bestonden, de twee eenige
bakkers zijn noodig tot het algemeen welzijn der gemeente, en de eenige slachter
van zwijnen in de gemeente die ook landbouwer is, is noodig tot het algemeen
welzijn.”
In de gemeente bevond zich ook geen enkele beenhouwer dixit de burgemeester.
(GA)











