1923 – 14 november - Gazet van Mechelen : Erg auto-ongeluk te Hombeek.
“Een erg auto-ongeluk heeft te Hombeek plaats gehad. Beestenkoopman V.
kwam in zijn auto van Mechelen terug, toen in de Dorpsstraat te Hombeek de
auto op de glibberige weg uitschoof en met groot geweld tegen een gevel
aanbotste. De bestuurder en twee inzittenden worden gekwetst aan hoofd en
benen. Een vierde, L.B., pachter te Leest wordt met een schedelbreuk opgenomen
en verkeerd in stervensgevaar.” (KH)
1923 – 29 december : “...Ter herberge van Henri Teughels, Winkelstraat, werd aan de
duivenliefhebbers kenbaar gemaakt dat ieder der houders van reisduiven zal te
betalen hebben 75 centiemen voor zegelrecht van het getuigschrift van
machtiging, door de burgemeester af te leveren.
Ook dient een lijst opgemaakt van iedere reisduifhouder met opgave zijner
duiven, dit voor het register van gemeente en gendarmerie.”
(GA-29/12/1923)
1923 – Op 31 december telde Leest 1701 zielen.
1924 – 27 mannelijke en 16 vrouwelijke baby’s zagen dat jaar het licht te Leest, verder
werden er 15 huwelijken afgesloten en gaven 21 Leestenaars de geest.
135 jongens en 146 meisjes waren schoolplichtig.
Weer werden verschillende ouders gestraft door de vrederechter wegens
verzuiming van de schoolplicht.
1924 – De landbouw van Leest in 1924:
“Rogge : tamelijk goede opbrengst.
Tarwe : goede opbrengst.
Haver : mindere opbrengst dan in een middelmatig jaar.
Gerst : bijna niet meer gezaaid.
Aardappelen : vroege : van mindere opbrengst dan in een middelmatig jaar,
voor de late aardappelen was de opbrengst slecht.
Het vlas was van goede opbrengst en de verkoopprijs was heel hoog.
Hooi- en toemaatgras waren van goede opbrengst, voederbeet van mindere
opbrengst dan een gewoon jaar.
Rapen : van tamelijk goede opbrengst, wortels werden bijna niet meer gezaaid.
Verschillende stallen in de gemeente werden besmet met mond- en klauwzeer,
maar veroorzaakten geen sterften.
(SC-20/8/1925)
1924 – “De lijst der ingeschreven kiezers voor de werkrechtersraad bevat 5 kiezersbazen
en 38 kiezers-werklieden.
Kiezers bedienden komen op den lijst niet voor.” (GA-16/2/1924)
1924 – In de gemeente was er dat jaar geen enkele werkloze.
“Moesten er komen dan zal er een controle ingericht worden, zodanig dat de
werklozen de gelegenheid niet zullen hebben noch den voormiddag, noch den
namiddag, werk te gaan verrichten.” (GA-13/3/1924)
1924 – In 1924 werden er avondlessen gegeven in land- en tuinbouw, o.a. over
veevoeding, grondonderzoek en samenstelling van meststoffen. Het aanleggen
van fruithoven, boomgaarden en groenteteelt.
De lessen gingen door op vrijdagen van 18 tot 20 uur in de jongensschool en ze
waren kosteloos.
1924 – De reisduivenmaatschappij “Recht voor Allen” had haar zetel bij Polfliet in de
Tisseltbaan, de andere maatschappij “De Luchtreiziger” was gevestigd bij
Symons in het Dorp. (GA-13/8/1924)
In 1924 werden er 50 machtigingen verleend aan Leestenaars duivenhouders.
1924 – In 1924 kocht limonadefabrikant Jan Huysmans uit het Dorp een vrachtauto van
het merk “Ford”.
1924 – Dat jaar werd er intens onderhandeld tussen het bestuur van “Telegrafen en
Telefonen” (de voorloper van de RTT die in 1930 zou gesticht worden) en het
gemeentebestuur van Leest over de plaatsing van telefoonpalen.
Ook tussen electriciteitsbesturen en het gemeentebestuur over de bouw van
Electriciteitskabines.
1924 – Dat jaar (tot 1936) werd Jozef Cleeren (°1888, +1974) onderpastoor te Leest.
In 1956 schreef hij De Band vanuit Hoeleden :
“...Bij mijn aankomst te Leest werden mij op de pastorij twee kamers toegewezen
langs de hofkant. ’s Morgens, na een eerste rustige nacht, opende ik het venster
van mijn slaapkamer wijd, maar smeet het met een zeersnelle onbewuste
beweging weer toe, omdat mijn reukorgaan door een heel verdachte geur (?)
werd geprikkeld, die voortkwam niet van de hoffelijke bloemen, maar veeleer
van de liefelijke Zenne, waarvan de wateren door Brussel worden bezoedeld !
Meestal ging of fietste ondergetekende over Kouter, Bist, Geuzenhoek,
Tisseltbaan en andere modder- en steenwegen, om terug te keren tot zijn
paradijselijk lustoord langs Alem-, Blaasveld-, Koe-, Scheer-, Molenstraat en
andere boulevaars.
(...)
Vele herinneringen aan Leest zijn mij bijgebleven. Onder andere en eerst en
vooral dat de mensen van Leest zulke brave, diepgelovige christenen zijn.
Zelden heb ik zulke innige en geestdriftige samenwerking gekend tussen
geestelijkheid en parochianen. Nergens ben ik zulke gewillige, vreugdige,
opgeruimde, blijde mensen tegengekomen als te Leest.
De Leestenaren hielden van
een goede kermis, van een vettig teerfeest, van een
pot (of meer) schuimend bier en van Onze Lieve Heer.
Slechts alle zes jaren kwam er een kink in de kabel : in de tijd van de
gemeenteverkiezingen ; dan was het geraadzaam niet te veel in de huizen te
komen, want dan zoudt ge zo met een broodmes de argwaan en de achterdocht
van de gezichten gekrabt hebben ; dan hadt ge nog alleen vriendschap van de
zuigelingen en de kleuters. Gelukkig duurde die periode niet lang en het leven
van elke dag ging dan weer gewoon verder : de mensen gingen ’s zondags naar
de kerk. De Zenne liep op en af en verpestte de lucht of er niets gebeurd was,
de boerenauto’s reden ’s dinsdags over de brug en terug en stopten hier en daar
voor een herberg, om de motor van de nodige benzine te voorzien, de jonge
pattatten werden gestoken en geleverd, de asperges gebusseld, de bloemkolen
gesneden of ’s avonds zat heel de familie ronde de grote tafel om de spruitjes
te kuisen...”
Jozef Cleeren was medestichter van de Leestse Davidsfondsafdeling (1925).



















