

1922 – 19 en 26 februari : Eerste optreden van de nieuwe toneelkring “Rust Roest”
In de zaal “Van den Heuvel”.
Vermeldenswaard : de toegangsprijs bedroeg 3 frank voor genummerde en 2
frank voor niet-genummerde plaatsen en de acteursbezetting was gemengd.
(GvM,28/10/81)
1922 – 2 maart : De gemeente sloot aan bij het “Provinciaal Fonds der meestbegaafde
kinderen.”
1922 – Op 25 maart ging de gemeente opnieuw een lening aan. Er werd 40.000 frank
geleend bij het gemeentekrediet.
1922 – 25 maart : De gemeente weigerde zich aan te sluiten bij de Provinciale- en
Intercommunale Drinkwatermaatschappij der provincie Antwerpen :
“Overwegende dat de uitvoering van het ontwerp, groote onkosten veroorzaken
zal, niettegenstaande de beloofde toelagen van staat en provincie, en dat de
gemeenteinkomsten niet bestand zijn, haar bij te treden inschrijvingsaandeel
te waarborgen.
Bovendien dat de gemeente van goed en drinkbaar water voorzien is...”
1922 – 22 april : Maalder Leonard Lauwers kreeg toelating tot het plaatsen van “eenen
gazmotor van 25 paardenkracht, met dubbelen gazzuiveraar, van ’t merk
Schmith.”
1922 – 22 juni : Het beheer van “Telegrafen en Telefonen”, bekwam van de gemeente de
toelating tot het aanleggen “eener Rijkstelefoonlijn en het plaatsen van 4 palen op
het openbaar gemeentedomein langsheen de Thisseltbaan uitgaande van den
spoorweg Mechelen-Terneuzen, naar de woning van Alfons Apers, handelaar
Leest.”
1922 – 26 juni : De gemeenteraad stemde een krediet van 933 fr, te betalen aan de
gemeente Hombeek, “tot betaling van schoolbehoeften van kinderen der
gemeente die de school te Hombeek bijwonen”.
1922 – 1 juli :”...Van den genaamde Pieter Jan Campion, militiaan der klas 1909 van
het 1e Jagers te voet, nr. 24222 van het stamboek, is tot heden geen nieuws
ontvangen.
Alle opzoekingen tot heden gedaan, zijn vruchteloos gebleken.
Hij moet nog gezien geweest zijn na de gevechten langs de omstreken van Haacht.
Alles doet veronderstellen dat hij op het veld van eer gevallen moet zijn.”
(GA)
1922 – 24 juli : Openbare aanbesteding voor de herstelling der buurtsteenwegen.
Toegewezen aan aannemer Van de Ven uit Breendonk voor 12.670,69 fr.
1922 – 17 augustus : De weduwe Louis Neefs uit de Mechelbaan, ontving van de
Inspecteur Veearts der provincie volgende onderrichtingen ivm de maatregelen
die ze diende te nemen tegen de koolziekte :
“Ontsmetting van de stal, opsluiting der andere dieren gedurende 10 dagen en
gedurende dien tijd het melk te koken.
Het mest van den stalling te verbruiken en het andere vee te doen inenten,
aangezien er over een tiental jaar nog een geval van koolziekte heeft
voorgedaan.”
1922 – 16 september : Het Schepencollege gaf toelating aan maalder Lauwers tot de
plaatsing van “ene motor in de maalderij ter vervanging van een stoommachien.”
1922 – In dezelfde zitting van het Schepencollege werd Mejuffer Rheinhard tijdelijk
waarnemend onderwijzeres benoemd, in vervanging van Alfons Hellemans,
“militiaan van 1921, ingelijft bij het leter tot vervulling van zijne diensttermijn.”
Wedde : 4.800 fr en 200 fr woonstvergoeding.
1922 – Op 28 september deed Jan Baptist Robberechts uit de Biest een aanvraag
“om de speciale korting te bekomen na geledene oorlogsschade tot het verkrijgen
van een maaimachine met piktoestel.”
1922 – 5 oktober : Landbouwer Pieter J.B. Emmeregs uit de Tiendeschuurstraat vroeg
deze korting voor de aankoop van een werkpaard :
“...dezen persoon heeft 2 paarden moeten inleveren aan de Duitschers tijdens
de bezetting, en een derde paard is bij den aftocht der Duitschers medegenomen
tot het doen van hun vervoer...”
1922 – Bij beraming van 7 oktober 1922 besloot de Raad tot heffing voor 1922 en
1923 van :
40 opcentiemen op de grondbelasting.
50 opcentiemen op de belasting op dei nkomsten der roerende in België
aangewende kapitalen.
50 opcentiemen op de bedrijfsbelasting op de in België gemaakte winsten in de
nijverheids-, handels- of landbouwexploitaties en op de winsten der vrije
beroepen, opdrachten of betrekkingen alsook op alle winstgevende bedieningen,
andere dan voormelde exploitaties.
Deze heffing genoot goedkeuring bij Koninklijk Besluit van 17/2/1923.
1922 – 21 december : De schoolhoofden De Leers en Hellemans kregen bericht van het
gemeentebestuur dat :
“bij beslissing van het schepencollege, de aankopen van brandstoffen voor de
verwarming der klassen, voor de toekomst, bij kolenhandelaars inwoners der
gemeente dienen gedaan te worden en niet bij personen andere gemeenten
bewonende...”
1923 – Dat jaar noteerde men te Leest 41 geboorten, 19 overlijdens en 16 huwelijken.
Er waren 146 schoolplichtige jongens en 164 schoolplichtige meisjes.
Zoals vorig jaar waren er weer verschillende gezinshoofden die hunne plichten
verwaarloosden en hun kinderen niet naar school zonden, sommigen onder hen
werden daarvoor beboet door de vrederechter.
1923 – De landbouw te Leest dat jaar:
“Uit genomen inlichtingen blijkt dat den oogst voor 1923 was :
voor rogge : van mindere opbrengst dan een gewoon jaar;
voor tarwe : van tamelijk goede opbrengst;
voor haver : goede opbrengst;
de gerst was minder van opbrengst dan van een middelmatig jaar;
het vlas was van goede opbrengst en werd aan hoge prijzen verkocht.
De vroege en late aardappelen waren van middelmatige opbrengst.
Het hooi- en toemaatgras was van goede opbrengst.
Den voederbeet was van goede opbrengst, doch de andere voedergewassen waren
van slechte opbrengst.”
(SC-28/8/1924)
1923 – In de gemeente waren er twee motorvoertuigen : bij Jan Frans Piessens uit de
Blaasveldstraat “een overdekt voertuig” en bij Hendrik Verbeeck “een
niet-overdekt voertuig”.
(GA-3/4/1923)
1923 – “...In de gemeente bestat geen brandweerkorps, noch is er blusmateriaal
voorhanden.
Met de stad Mechelen bestaat wel een mondelinge overeenkomst tot hulpverlening
bij brandongevallen. (Korps gehucht Battel)”
(GA-24/5/1923)
1923 – De gemeentebegroting van 1923 voorzag een som van 300 fr als vergelding
“aen den Pokzetter”. (GA-31/1/1924)
1923 – “...In Leest was er slechts één veekoopman aanwezig, namelijk Jan Frans
Selleslagh uit de Kapellebaan.
Slachters of beenhouwers zijn er in de gemeente niet aanwezig...”
(GA-21/11/1923)
1923 – “...Te Leest waren 3 pensioentrekkende oorlogsinvaliden :
-De Hondt Jan Edward, zonder beroep
-De Leers Jan Baptist, onderwijzer
-Pateet Pieter Jan, beambte bij de belastingen.”
(GA-17/1/1923)
1923 – 12 januari – Gazet van Mechelen : Uit Leest.
“...Zondag 14 januari ten 10-1/2 ure voormiddag, belegt het Christen Syndicaat
van Sp. P.T.T. en Z. hier eene algemeene vergadering in het lokaal “de Proef”
bij de heer Jan Huysmans, Leest-Dorp.
De heeren Doms, Suetens en Saerens zullen er het woord voeren.
Alle hand- en geestesarbeiders worden verwacht !”




















