Naar de inhoud

Kronieken van Leest

bij Mechelen
seniorennet.beseniorennet.be

1918 – “...De oorlogsbuit door de Duitsche legers in de gemeente achtergelaten bestaat

            alleenlijk in gevelde bomen, die zich bevinden op verschillende eigendommen.

            Onder andere in den vloeibeemd aan de zennebrug, in den vloeibeemd “de

            Halsbergen” tegen de Zenne en nabij het kasteel de Mot in de Biest.

            Het betreft allemaal canadabomen.” (GA-2/1/1919)

Op defoto : Victoria Coosemans (“Toor”), echtgenote van Jan Huysmans met haar drie kinderen in 1918. Onderaan links Albert, hierna aan het woord en vaak aanwezig in deze Kronieken onder de naam Jacob Albert Huysmans  of onder  zijn pseudoniem Anselms Jedrie, rechts Alfons.

Moeder “Toor” heeft de pasgeboren Constant in haar armen. Deze zou nog drie jaar moeten wachten om zijn vader te zien.                    LEESTENAARS EN DE EERSTE WERELDOORLOG

 

Jacob Albert Huysmans in De Band van april 1981 onder de titel “Onvergetelijks” :

“1914 : Na enkele schermutselingen in ons gewest, naar het einde augustus toe, verhogen de Duitsers, in de streek bezuiden Mechelen, Kapelle op den Bos en Londerzeel, hun overmatige druk tot een ware veldslag, en werden de Belgische Linietroepen, door die pletrol overrompeld of uitgeschakeld...

Meerdere van deze overspoelde jongens bleven alzo van hun regiment gescheiden achter. Dit bracht voor hen en vele families dramatische problemen...

Heel de duur der bezetting hing als het ware het zwaard van Damocles dag en nacht over die mensen...

Van collaborateurs hadden wellicht de Duitsers achterhaalde lijsten van verdachten, en dezen werden thuis meestal ’s nachts onverwachts omsingeld, en van kelder tot zolder uitgekamd.

Zolang het zomer was zochten sommigen ondergedokenen hun heil in de graanvelden... Doch de oorlog ging verder, en bij het naderen van de winter, werden de Duitsers in de Vlaanderen gestuit, en voor de beide tegenstrevers begon het beslechten daar van ’n vierjarigen loopgrachtenstrijd...

 

In de zomer 1915 vond ons moeder op ’n morgen een onder de deur geschoven open brief van onze vader, waarin zijn foto als konvooibegeleider aan het front, en een geheel vol geschreven blad, met aanmoedigingen voor ons allen, en de hoop dat alles weer gauw goed zou zijn... Dat was een ontroerende geruststelling voor ons...

Op een avond, wat daarna, werd er op de achterdeur getokt, en daar komt Gust van den Ossenboer (August Jacobs, zoon van Frans en van Maria Anna Van Loock) binnen, ook een ondergedoken strijder, en zegt : “Toorke, ik ben het die u daar laatst die brief van uwen Jan gebracht heb, als ge soms iets wil terugschrijven zal ik dat morgen komen afhalen. Van af en naar het front worden hier en daar brieven en foto’s van vaders en zonen, langs Holland overgesmokkeld, maar zorg dat gij mij nergens vernoemt. Gij hebt geluk, want al maanden weten wij reeds dat mij broer Louis te Londerzeel is gesneuveld...” (deze sneuvelde op 29/9/1914 bij de eerste schermutselingen)

Jaren achter dien oorlog, heeft Gust eens aan moeder verteld, dat hij die open brieven door zijn broer Frans en Frans Boonen, ook uit de Kouter, toegespeeld kreeg, langs een geheime inlichtingendienst, en hij herinnerde lachend haar schrijven naar vader : hoe blij zij was te kunnen melden dat hij een zoontje had bijgekregen : Constant !

En zij ook had gevraagd welke mengeling zij moest bereiden, om zelf limonade te fabriceren !

Bij het lezen van die brieven, zei Gust, wist ik in mijn schuilplaats mij met de frontmannen en hun thuis wat verbonden.

Toen wist nog maar één vriend mij levend begraven, grinnikte Gust, mijn zusters en broer vermoedden ’t zelfs niet...Dore van Vleeskens, ’n buur uit onze straat, hovenier op het kasteel Empain te Battel, en onderhoudsman van hun graftombe alhier, die had mij daarvan een deursleutel bezorgd...

Op een niet heel duistere avond waag ik mij toch uit den grafkelder, om langs den pastorijtuin, door het achterpoortje het veld te bereiken, en eens naar huis te gaan om wat nieuws... Na genoegzaam uitkijkend stap ik buiten, en zag daarginds, toch mij gezien door pastoor Beuckelaers huishoudster, plots buitengekomen uit de sakristie, die even verschrikt stopt, en dan gejaagd naar de pastorij rent...

Twee dagen nadien bereik ik, nu ongehinderd, den pastorijtuin, en eensklaps roept de spiedende  wat bange juffrouw van achter een heester mij toe : “Och Gust, zijt gij het Gust ?...”

“Ssst...stiller,” vermaan ik..., en ze fluistert : “Kom jongen onze pastoor is niet thuis, kom iets eten en drinken, och arme.” en de juffrouw vertelde mij haar sakristieavontuur : “Ik was,” zei ze, “in de kerk nog wat bloemen gaan schikken en toen ik buitenkwam, zag ik een man uit dien grafkelder komen, en ik stamelde : “Och God, och God...en herhaalde dit nog binnenshuis, en de pastoor vraagt : “Gij hebt toch zeker geen spook gezien ?” – “Neen, maar daar kwam een man uit de tombe van Empain, echt gezien !”

- “Emma ! Houd dat voor u, en zwijg er ook stillekens over tegen anderen ! “ zei de pastoor...Maar ik bedacht, ik wil er meer van weten !”

Alzo, zei Gust, ben ik meermaals daar goed onthaald.”

 

Viktor De Hondt, ook te boek als ondergedoken krijgsgevangene der Duitsers, woonde in het huisje voor de Rennekouter aan de Tisseltbaan. Die man heeft niet te tellen oorlogsdagen en nachten in hun gereinigde aalput doorgebracht...

Binnen het kolenhok had hij hun bouwstenen wc afgebroken en vervangen door een te kunnen wegnemen en terug te plaatsen houten model, en de buitenhuistoegang dichtgemetseld...

Was er verraad, kwam er vreemd of familiebezoek of voelde hij drang naar zekerheid...Viktor dook erin...

Moeder en kinderen wisten dan enkel : “onze vader is aan het front...”

Slechts éénmaal heb ik later Viktor eens iets als klacht horen uiten : “Er zijn ook mensen die geen besef hebben wat een opgejaagd dier moet voelen, wanneer het aan klopjachten tracht te ontsnappen...”

 

In den herft 1918 werden Frans Jacobs en Frans Boonen opgepakt door de Duitsers en verbleven te Mechelen opgesloten, wellicht voor latere deportatie naar Duitse strafkampen, doch zij werden bij den wapenstilstand vrijgelaten...

 

Na nog ’n tijd van deelname aan de bezetting der Duitse Roergebieden, keerden onze Belgische overlevenden naar hun haardstede terug, en stichtten almeteen een oudstrijdersvereniging. Zij zouden hun eerste verbroederingsfeest geven op 11 november 1919...

 

Een jongere broer van Viktor De Hondt, Edward is als groot invalide uit den oorlog gekomen...

Na een Duitse stormloop die door onze jongens was afgeslagen, waarbij aan beide zijden honderden doden en verminkten, werd hij gevonden met een onvermijdelijk, tot bij de knie af te zetten been, en nadien helaas, wellicht bij ontbreken van meerwaardiger materieën, primitief verholpen, met een door riempjes vast te hechten elastische overtrek, waarin een stalen holle stang, met gummi omhulsel, om op te staan en mee te gaan...

Zo zeilde en zeilde Edward : minzaam ongeknakt moedig...   

Dagen voor het feest kwam Warre, met zijn goed been de fiets trappend, tot bij ons, om met mij en onze Fons, nog leergasten, maar hij reeds als vroeger muzikant, elk op ’n trompet, onder leiding van onze vader, samen de krijgshymne te repeteren...

In aanwezigheid van een bijna volle kerk gemeentenaren, begon een dankmis, ter nagedachtenis en als huldebetuiging aan de gesneuvelden...

Voor de kommuniebank, onder de konsekratie, stonden, ik links, en onze Fons rechts, van den op zijn wandelstok zich dapper rechtende Warre van Jonkers, en bliezen gedrieën het “Te Velde”...onvergeetlijk...

 

Vanaf den wapenstilstand was het al begonnen : er raasde ’n volkse vreugderoes in crescendo...

Peer de wagenmaker timmerde een danstent ineen, op zijn woonerf, hoek Tisseltbaan –links Koestraat, met gevolg dat de Leestse kermis in de dorpskom plat ging, en bij Peer, hemelhoog...

Doch enkele jaren later probeerden de Oudstrijders ten voordele van hun steunfonds, de uitbating van een huurdanstent op de Dorpsplaats en het werd een gouden zaak...

-“Nieuwe bezems vagen ’t best”, wist en zei Peer, en hij staakte de strijd...

Onze Oudstrijders van toen weerden zich soms ook, als studentikoze vechtjassen...

Enkelen opperden eens hardop het plan om bij de komende jaarlijkse ommegang van een toen late Sinksenprocessie, en dan kan het heet zijn ! : dat hun ledengroep, omwille hun aan het front gekregen kaalkop, nu bij mogelijke hitte, het hoofddeksel zouden ophouden...’n hoge raad, bedacht dat zij zulks niet in overweging wenste te nemen, en weerkaatste de bal : dat ieder zoiets zelf in eigen verantwoordelijkheid kon beslissen...

Na die stunt was het lidmaatschap wat geslonken...

Edward De Hondt verwierf ondertussen het opengekomen ambt van gemeenteontvanger...

Toen hij eens, voor die taak, naar het posthuis te Hombeek was geweest, en bij het buitenkomen van den Kouter, moest uitwijken voor een kar, raakte hij met den pedaal van zijn moto een boordsteen aan het smal looppad nevens Meulemans’schuur, en stuikte met het hoofd op de kasseien...en is ervan gestorven.

Edward liet een vrouw en zeven kinderen achter...

Oktavie was een meisje uit Aarschot, als vluchtelinge in Engeland beland, en hulpverpleegster in een rustoord voor oorlogsverminkten, en ginds met Warre gehuwd, en beiden vestigden zich na den oorlog, eerst in het oude hoeveke van Verbruggen aan de Tiendeschuurstraat...

Ik hoor Warre nog zeggen : “-Ons Tavie, is ma vie...”

 

Seders 1919 wordt na de dankmis, een hulde, aan den voorkant der rechterbeuk van de kerk, bij den gedenksteen met de namen der gesneuvelden, jaarlijks herhaald...

 

Ik verontschuldig mij, indien soms, in samenhang met voorgaande nog meer “Onvergeetlijk”, tijdens en na die oorlog, zou zijn vergeten...”

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 09:07 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

1918 – In oktober-november werd door de Duitsers in de Winkelstraat een vliegplein

            aangelegd. De inwoners werden verplicht daarbij te helpen, “verschillende

            hektaren graan en voeder, gelegen op den Kauter werden daardoor vernield.”

            (GA-8/1/1920)   

 

            Op de foto Gerard Somers met zijn paard Juul. Samen hielpen zij bij de aanleg

            van het vliegveld.

            Gerard Somers :

            “Wij koppelden dit paard in een ossespan : twee ossen met het paard in het

            midden. De Duitsers hebben het niet opgeeist, want ze moesten jongere paarden

            hebben, zo mochten wij het behouden.

            Sommige boeren kenden den truuk : ze stuurden hun vrouwvolk met hun paard

            naar de monstering : de Duitsers monsterden de vrouwen en die kwamen met hun

            paard terug thuis...”

            (LG-blz.261)

 

            J.A.Huysmans in DB 1978 “Een rad als telraam”, over het vliegveld :

            “...de kalender wijst nazomer 1918 aan : de Duitsers besluiten in deze streek

            enkele vliegvelden aan te leggen, om van hieruit versterking aan hun linies te

            geven, om een beslissende wending aan het ijzerfront af te dwingen.

            Te Hombeek, bezuiden het dorp bij de Zemstbaan, en te Heffen aan de Leestse

            baan bij de Molenbeek, op beide elk een klein deel.

            Doch aan de Leestse Kouter, heel de vlakte zeker 2 vierkante km.

            Achter de woonerven bij de Winkelstraat, worden 3 loodsen en enkele tenten

            opgetrokken.

            Duitse kontrole eist in onze herberg, wekelijks een voormiddag, voor een

            verplicht zich aanmelden van alle mannen van 18 tot 30 jaar oud.

            Om 10 uur kwamen de opgeroepenen langs de voordeur binnen.

            Meermaals werd iemand zijn als dwarsdoend vergeten pet van het hoofd geslagen

            door de wachtpost.

            Bij het pasnazicht werd menigeen opgevorderd, zich de volgende morgend aan te

            melden op de kommendatur van het Leestse vliegveld, voorzien van spade of

            kruiwagen, voor 7 dagen arbeid van 7 tot 21 uur, bij donkerte bijgelicht met

            stallantaarns, en met dat nieuws kon elk langs de achterdeur naar huis...

            De kommandant, die wat Hollands sprak, had logies op de hoeve van Eceleirs.

            Oktober loopt naar zijn einde als hier reeds een reeks vliegtuigen zijn geland

            en de piloten hebben al enkele oefenvluchten gewisseld tussen de velden...”

 

             ’t Ridderke van november 2010 : Oorlog in de lucht

 

“…Het jaar 1918 was heel bijzonder. Interne tegenstrijd in Duitsland en hoog politiek spel van de legerleiding bespoedigden het breekpunt in de “Groote Oorlog”. De Duitsers konden begin ’18 alle aandacht op het westen richten eens ze het vredesverdrag met Rusland op zak hadden. Om in Frankrijk een militair overwicht te krijgen werd het zogeheten ‘voorjaarsoffensief’ of  Kaiserschlacht ontketend; Dit bestond uit vijf gelijktijdige aanvallen en die veroorzaakten ook verhoogde druk op het Belgische front aan de IJzer. Er was ook luchtsteun. Het vliegveld van Evere bestond reeds maar omdat de vliegradius beperkt was, had men ook vijf vliegvelden in België kort achter de frontlijn. Het geallieerde tegenoffensief was zo hevig dat deze in gevaar kwamen en in allerijl nieuwe vliegvelden moesten aangelegd worden. Die zijn er gekomen in Hombeek en Leest. Men had handen en tijd te kort om veel aandacht te besteden aan een degelijke infrastructuur. De lokale bevolking werd verplicht om mee te helpen bij het aanleggen van de vliegpleinen.

…

Emiel Nuytiens :” dat vliegveld (noot : in Hombeek) lag tegen de Kattestraat en liep verder tot tegen de steenweg en tot aan den Dries. Wij moesten onze eigen schop meebrengen. De paarden waren van de boeren. Het veld was al opgezaaid. Dat werd allemaal vernietigd; Er mocht geen beekje in zijn. Het moest zeer gelijk geweld worden. Dat deden we met paard en wel. De 42 vliegers zijn er geland toen we daar nog aan het werk waren.

…

Het eten was alleen het rantsoen van thuis. De Duitsers betaalden ons wel uit maar het geld moesten we in Leest gaan halen. In Leest waren er 6 vliegers gestationeerd, maar dat was maar een klein vliegveld. In de school waren de mecaniciens van de Duitsers gevestigd en al hun gereedschap was daar.”In de school waren de mecaniciens van de Duitsers gevestigd en al hun gereedschap was daar.”

 

 

1918 – “In de kerk werd in november 1918 een strafcompagnie Duitsche soldaten

            ingekwartierd en het zwarte kerkgewaad werd alsdan weggenomen.”

            (GA-8/1/1920)

 

1918 – Op 2 november overleed te Leest de “Fransche verdrevene” Sophie Sarrazin,

            echtgenote Clovis.

 

1918 – “Bij den aftocht der Duitschers, in 1918, hadden de inwoners veel te verduren

            van die soldaten. Op vele plaatsen namen zij al wat dienstig was aan veevoeder,

            en verstrooiden geheel nutteloos, groote hoeveelheden stroo, hooi, zelfs stool men

            zwijnen in bijzijn der eigenaars, dewelke men bij het minste verzet, dreigde neer

            te schieten.

            Vele soldaten waren bedronken...” (GA-8/1/1920)

 

1918 – Op 5, 6, 7, 8 en 9 november hebben “verscheidene Leestenaars reizen gedaan

            voor het Duitsche leger, met paard en kar, voor vervoer van Leest naar Mechelen

            en van Mechelen naar Diest.” (GA)

 

1918 – 10 november : Op het Middenveld stonden ongeveer een vijftigtal lichte

            verkenningsvliegtuigen opgesteld. (KH-Hombeekse Kronieken)

 

1918 – Op 11 november 1918 werd een Duits bericht op de muren der stad Mechelen

            aangeplakt. Het meldde dat de wapenstilstand getekend was. (MK)

 

1918 – 11 november : De hoeveelheid hooi in de gemeente aanwezig beliep 25.000 kg,

            strooi 200.000 kg en rapen 50.000 kg. (GA

 

1918 – 11 november : Op de dag van de wapenstilstand overleed Constant Hellemans,

            een zoon van koster Louis en van Victoria Teughels.

            Hij was vijftien jaar.

            Hij kroop op de tas om stro naar beneden te gooien voor een koe die door de

            aftrekkende Duitsers was opgeeist. In het halfduister (het was ’s avonds rond

            zes uur) viel hij zelf naar beneden met de eerste bussel.

            Omdat de dokter van Hombeek niet durfde te komen, moest men een beroep doen

            op een Duitse legerdokter uit Heffen.

            Het geval was echter hopeloos : de dokter stelde een schedelbreuk vast.

            Moeder Victoria Teughels kwam deze slag nooit te boven : ze overleed het jaar

            nadien in 1919.

 

1918 – 12 november : Diefstal bij Willem Jan Dagobert Slachmuylders, landbouwer uit

            de Kapellebaan.

            “1 os, 2 stieren en 1 vaarsken werden gestolen”.

            De dieren werden later teruggevonden bij een slachter te “Oxdonck-Sempst”, die

            verklaarde de beesten gekocht te hebben van Duitse soldaten. (PV)

 

1918 – 14 november : Ontploffing te Kapelle-op-den-Bos.

            Op 14 november 1918 om halfacht explodeerde munitie in een treinwagon.

            Twintig personen, jong en oud, kwamen om. Velen werden gewond.

            De Nieuwe Gazet van 18 november 1918 daarover :

            “Daar zij al hun buit niet konden meevoeren verkochten de Duitsche soldaten

            den laatsten dag van hun verblijf te Capellen op den Bosch, in het station al

            wat er in de wagons was opgestapeld, tot meubels toe.

            Een talrijke menigte verdrong zich in ’t gebouw toen plotseling, door een

            onbekend gebleven oorzaak, drie munitie-wagons ontploften, waarbij 20

            kinderen die in de nabijheid speelden, werden gedood en 40 werden gewond.”

 

            Onder de getroffen gezinnen was er twee geboren Leestenaars :

            -Pieter Antoon Verbergt (°Leest 19/11/1862, +14/11/1918) zoon van Filip

            Verbergt en Anna Cornelia Bosman, die samen met zijn echtgenote Veronica

            Houwelijks om het leven kwam.

            Het echtpaar woonde te Kapelle-op-den-Bos, Schuttershof 10. Hij was

            fabrieksarbeider, zij huishoudster

            -Angela Virginia Potums (°Leest 23/2/1871, +14/11/1918), dochter van Jan

            Baptist Potoums en Anna Verdickt. Angela V. Potums was weduwe van Frans

            Filip Peeters.

            Ze kwam om samen met haar man Egied Moens. Hij was staatswerkman, zij

            huishoudster. (’t Ridderke nr.3 1999)

 

1918 – Op 15 november hebben de laatste Duitse soldaten de gemeente verlaten.

            (GA-15/11/1918)

 

1918 – 18 november : Om 11u30 kwamen de eerste Belgische militairen zegevierend

            Mechelen binnen. (MK)

 

1918 – 4 december : De herbergiers Pieter Jan Vanden Eede en Frans Lauwens kregen

            verbod van de burgemeester om “op den 8 en 9de december e.k. in hun huis en

            zaal, bal en danspartijen te houden of te laten houden teneinde moeilijkheden

            en ongemakken te doen voorkomen...”

 

1918 – 13 december : In de gemeente waren er 2 eigenaars van druivenserren : Dhr

            Moyson uit de Kouter en de burgemeester Jaak Bernaerts.

            (uit een brief aan de rechtstreekse belastingen)

 

1918 – 18 december : Uit een brief van de burgemeester aan de Procureur des konings :

            “...de afdeeling van Volksopbeuring was ingericht in de woning van Pieter Jan

            Van den Eede, herbergier en winkelier alhier, dewelke de uitverkoopen van

            suiker, honig, enz. gedaan heeft, met behulp van Felix Polfliet en Lodewijk Van

            Loo..

            Vrouwe Frans Scheltiens Verschueren is betrapt geweest met boterverkoop

            aan een Duitsche soldaat.

            ...Den genaamden Stoop Henricus, moet in 1918, als geleider bij een

            Ottovrachtwagen, gevoerd door een Duitsche soldaat, door een Duitsch officier

            aangehouden zijn te Blaasveld.

            De wagen moest beladen zijn met omtrent 4.000 kg aardappelen  die versmokkeld

            werden. De vracht werd aangeslagen.

            ...Er zijn door de Duitschers gevankelijk weggevoerd en gevangen gehouden

            geweest :

            Boonen Frans Hendrik, landbouwer Kauter en Jacobs Frans Jan Baptist,

            landbouwer ook uit de Kauter, voor welke daden zij te verantwoorden hadden kan

            ik niet opgeven, evenmin weet ik niet wie de verraders geweest zijn.

            Er zijn ook eenige personen als werkloozen naar Duitsland overgevoerd geweest,

            alhoewel de gemeente noch Komiteit nooit de lijst van werklozen willen afleveren

            heeft, hetgene doet veronderstellen dat de namen der werklozen door eenen

            verrader moeten aangegeven geweest zijn...”

 

1918 – Bevolkingscijfer op 31 december 1918 : 1682.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 08:56 Reageer op dit bericht

1918 – Op 14 oktober sneuvelde Alfons Hieckeleers.

            De Belgische aanval waarbij  Jan Geerts was gesneuveld, bleef steken aan de

            spoorlijn Oostende – Torhout – Roeselare.

            Op 14 oktober werd een tweede aanval ingezet, om half zes ’s morgens.

            Om 13 uur werden Handzaeme en Roeselare veroverd.

            Diezelfde namiddag valt ook Cortemark in Belgische handen.

            Daar sneuvelde Alfons Hieckeleers. Hij werd ter plaatse begraven.

            Alfons Hieckeleers was te Leest geboren op 15 juni 1885 als zoon van Rosalie

            Hieckeleers.

            Hij was oorlogsvrijwilliger bij het 10e Linieregiment.

            Een zieledienst ging voor hem door te Leest op dinsdag 4 februari 1919.

            Op zijn bidprentje stond o.a. een citaat van Kardinaal Mercier (Herderlijke Brief.

            van 25/12/1914) :

            “...De Heer bekroont de dapperheid van den soldaat, die, zijn lot bewust, zijn

            leven ten beste geeft om de eer van zijn vaderland te verdedigen en de gekrenkte

            rechtvaardigheid te doen eerbiedigen, en de dood – christelijk aanveerd –

            verzekert zijne zielezaligheid !”

            En verder :

            “...Vaartwel, dierbare Moederen geliefde Zusters, die mij zoo innig lief had, zoo

            gaarne ware ik weer gekeerd om voortaan in uw midden te leven, de Heer heeft

            er anders over geschikt, zijn Heilige Wil geschiede.

            Ik stierf jong, maar gelukkig door het vergieten van mijn bloed medegeholpen te

            hebben voor de vrijwording van ons Vaderland. Mijne laatste gedachte was aan

            U, vergeet mij niet in uwe gebeden. Eens zien we elkander weder in den hemel...”

 

1918 – 15 oktober : De oorlog loopt ten einde. De laatste veertien dagen wordt in

            Hombeek nog een Duits detachement van een bataljon “Minenwerfer” bij

            burgers ondergebracht. Hun opdracht is een noodvliegveld aan te leggen.

            (KH)

 

1918 – 21 oktober : Aan de gemeente werd 1500 mark boete opgelegd wegens

            nalatigheid van haar landbouwers bij de melklevering. Alle betrokken

            landbouwers betaalden deze boete terug behalve Louis De Rooster uit de

            Blaasveldstraat, die weigerde.

            Zijn deel in de boete bedroeg 64 mark.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 08:47 Reageer op dit bericht

1918 – 28 september : Op enkele kilometers van Houthulst, te Klercken,  sneuvelde Jan

            Geerts. De eerste dag van het laatste offensief in de Vlaanders was voor hem

            fataal. De aanval werd die dag op drie punten ingezet : Houthulst, Westrozebeke

            en Passendale.

            Jan Geerts was te Leest geboren op 24 november 1895 als zoon van Karel en

            Melanie Verdickt.

            Hij ging binnen als oorlogsvrijwilliger bij het 20 ste Linieregiment.

            Hij zou te Leest begraven worden op 29 januari 1919.

 

1918 – 30 september : Een speciale aanvraag “tot het bekomen van steenkolen tot

            verwarming hunner serren voor het winnen van bloemkoolplanten, tomaten,

            enz. werd gedaan door :

            -Joseph Vloeberghen, Koeistraat, 4.000 kg voor serre van 21 m lang en 6 m

             breed.

            -Henri Verbeeck, Tisseltbaan, 8.000 kg kolen voor 4 serren, 2 van 24m35 lengte

             op 6 m breedte, 2 van 20 m waarvan 1 op 6 m en 1 op 4 m breedte.

            -Lodewijk De Hondt, 2.000 kg voor 1 serre van 7 m breed op 5 m.

            -Petrus Verbeeck, Koeistraat, 2.000 kg voor een serre van 10 m lang op 6 m

             breed.”

           

1918 – Op 1 oktober verzocht Jaak Bernaerts “den Bestuurder der Rechtstreeksche

            belastingen en kadaster te Antwerpen” om vernieuwing van de kadasterkaarten,

            daar de kadastrale plans der gmeente niet meer konden geraadpleegd worden,

            zonder gevaar voor misslagen.

 

1918 – 10 oktober : Lijst van de schapenhouders der gemeente :

            Weduwe De Laet uit de Kouter : 2 schapen.

            Weduwe Hellemans, Dorp : 2 schapen.

            Weduwe Meulemans, Dorp : 1 schaap.

            Cezar Jacobs, Koeistraat : 1 schaap.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 08:42 Reageer op dit bericht

1918 – 6 september  :

            Te Foverges (Haute-Savoie, Frankrijk) overleed Ivo Fierens.

            Hij was te Leest geboren op 10 augustus 1894 als zoon van Jozef Remi en Maria

            Louisa Jacobs.

            Ivo Fierens diende bij het 12e Linieregiment.

            Op zijn gedenkprentje stond volgende tekst :

            “Met welbehagen zag de Heer op zijnen nederigen dienaar neer die niet op ‘t

            kruis maar op zijne legerstede lijdend uitgestrekt lag.

            Door verduldig zijne pijnen uit te staan deed hij zijne verdiensten ten hemel

            klimmen gelijk geurige wierookswalmen tot uitboeting van ’t zondig menschdom

            en de bevrijding van zijn dierbaar Vaderland.

            Als een rookwolk ben ik heengegaan

            In den bloei mijner jaren

            In ’t begin mijner levensbaan

            Kwam het levensbootje op de rots te varen

            Broeders, Zusters, Kameraden, Vrienden

            Droogt uwe bittere tranen af

            Eens zal ik u hier wedervinden

            En opreizen uit mijne kille graf

            Mijne blanke ziel is heengevlogen

            Vaarwel zeggende aan dit aardsche oord

            En met mijne ouders bevind ik me hierboven

            In des Heeren zalig Sionsoord.

1918 – 7 september : Pieter Jan Van Praet uit de Alemstraat werd door de Zivil

            Kommissaris beboet wegens het niet-inleveren van tabak.

            Hij diende 400 mark boete te betalen.

 

1918 – 16 september : Jan Bt. Van Crombruggen, bakker te Leest, kreeg het bevel

            “tot het houden van een register aanduidende de zelfverbruikersrantsoenen der

            landbouwers en de rantsoenen der personen welke meel krijgen in plaats van

            brood van het Komiteit, hetwelk door de bakkers verbakken wordt.”

 

1918 – 25 september : Met toestemming van de Provinzial-Erntekommission en van het

            Oogstbureel werd de graanlevering van de gemeente verschoven naar 25

            september.

            De gemeente diende dan minstens 35.000 kg te leveren.

 

1918 – 26 september : Wegens niet-leveren van aardappelen, in de week van 16 tot 21

            september, kreeg landbouwer Antoon Stoop een boete opgelegd van 1.000 mark.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 08:39 Reageer op dit bericht

1918 – Op 22 juli sneuvelde Jan Frans Huys op het veld van eer te Nieuwpoort.

            Hij werd daar de dag nadien begraven op het plaatselijke kerkhof.

            Jan Huys was te Mechelen geboren op 11 april 1893 als zoon van Frans Florent

            en Amelie Peeters.

            Hij diende bij het 4de Regiment Carabiniers.

 

1918 – 3 augustus : Bij middel van plakschriften werd in de gemeente volgend bericht

            verspreid :

            “Bekendmaking.

            De burgemeester van Leest, maakt op bevel der Duitsche Overheid kenbaar dat

            bij geval van vervolging van krijgsgevangenen, het aan de bevolking streng

            verboden is, den vluchtende te vergezellen of hem behulpzaam te zijn tot

            ontvluchting.

            Het vergezellen van de vluchtende belet de belast zijnde, hunne

            vervolgingszending waar te nemen, te meer stellen de burgers zich alzoo bloot,

            aan het gevaar van doodgeschoten te worden.”

 

1918 – 20 augustus : De weduwe Apers uit de Herstraat kreeg bevel om haar

            “schurfachtig”  paard aan te bieden te Lier op de Grote Markt.

            Een zellfde bericht kreeg Jan Fierens uit de Bist.

 

1918 – 21 augustus : Vraag van de burgemeester aan de Zivil Kommissaris om een

            geschreven bevel te bekomen tot aflevering van 51 liter afgeroomde melk,

            te leveren door de melkerij van Blaasveld.

            “...de melk heeft gediend tot voeding der aangekomene Franse vluchtelingen

            in de gemeente.”

 

1918 – Op 24 augustus werd Remi Kets met zes stemmen op zes verkozen tot

            hoofdonderwijzer. Zijn jaarwedde : 1.700 fr plus 100 fr bestuursvergoeding en het

            genot van een woning met hof. (GR)

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 08:37 Reageer op dit bericht

1918 – Dat jaar beliepen de kosten aan steen- en andere wegen door het gemeentebestuur

            gedaan 1.263 fr.

 

1918 – In 1918 werd Jaak Bernaerts gekozen tot ondervoorzitter van “ ’t Provinciaal

            Landbouwcommice”.

 

1918 – Begin januari verbleven er te Leest nog 61 vluchtelingen.

 

1918 – 8 janauri : Vlas- en Kloddenvoorraad der gemeente :

           

            Naam                         Aantal kg

                                                Gezwingeld vlas    Vlas  Klodden Vlaszaad

 

Van Den Sande Fr.

Groteheidestraat.                    73                          128        35           32

 

Geerts Alfons

Groteheidestraat                      6                                           2           14

 

Weduwe Van Roosbroeck

Groteheidestraat                      9                                                        10

 

1918 – 8 janauri :

            “...Er zijn schoten gelost geweest door de Duitsche wachtsoldaten op ronde in de

            gemeente, ter plaatse Thisseltbaan, op personen die na aanranding wegvluchten.

            Alfons De Vleeschouwer diende klacht in bij de burgemeester, die proces verbaal

            opmaakte en dit verstuurde naar de kommandant der troepenafdeling 3 te

            Mechelen.”

 

1918 – Dezelfde dag, 8 januari , deed de gemeente opnieuw een aanvraag voor een lening

            “teneinde gedane voorschotten aan te zuiveren”.

            Deze voorschotten dienden tot “inrichting der soepuitbedeling voor de scholen,

            Vluchtelingen en steuningen sedert het begin der maand augustus 1917”.

 

1918 – “...In de nacht van 11 januari werd Jan Hendrik Constant  De Win uit de

            Winkelstraat opnieuw bestolen.

            Een ruim 100 kg wegend varken van 6-1/2 maand oud werd uit zijn varkenshok

            gehaald. Het varken werd, samen met de deur van het hok, 500 m verder gesleurd

            en aldaar geslacht.” (PV van de veldwachter)

 

1918 – 22 januari : Er werden verdachte gevallen van schurft waargenomen in de

            paardenstallen van  Corneel Van den Brande uit de Bist, Polycarpus Verhoeven

            uit de Kapellebaan en Lodewijk Van Aken uit de Kleinheidestraat.

 

1918 – 24 januari : Nieuwe vraag van de gemeente om petroleum en kolen.

            De petroleum was bestemd voor de wacht van de Duitse soldaten op het kasteel

            “de Mot”.

            De kolen voor de weduwe Lauwers, “voor de werking haren stoomgraanmolen.

            De hoeveelheid kolen nodig voor februari wordt begroot op 4 ton, aangezien er

            veel moet gemaald worden voor inwoners van Blaasveld waar geen graanmolen

            bestaat.

            Bij geval dezen voorraad niet kan verkregen worden, dan zal de bevolking van

            Leest en een groot deel van Blaesvelt zonder brood zijn in de komende maandag    

            februari.

            Om het broodgraan te kunnen malen waarmede de weduwe Lauwers belast wordt,

            zou zij maandelijks een kolenvoorraad noodig hebben van 3.500 kg.”

 

1918 – 26 januari : Vraag van het gemeentebestuur aan “de Bestiering van het Wet- en

            Verordeningsblad” om te willen doen opnemen volgende aankondiging :

            “Gemeente Leest – Tijdelijken onderwijzer voor de gemeenteschool wordt

            gevraagd. Wedde en woonstvergoeding 1.350 franks. Onmiddellijk aan te

            vragen.”

            Deze aankondiging verscheen ook in de “Morgenbode”.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 08:28 Reageer op dit bericht

Twee vluchtelingen uit Moorslede :
Clement Masschelein en zijn dochter Valerie.
De foto is genomen te Leest door een Duits soldaat.
(foto : Paul Snoeck)

 

 

 

 

1917 – Op 5 augustus kwamen er te Leest 79 vluchtelingen toe.
           Bijna allemaal waren ze afkomstig uit Moorslede West-Vlaanderen.
           Ze werden geplaatst bij inwoners der gemeente.

 

West-Vlaming Paul Snoeck werkt aan een verhandeling over de vluchtelingen uit Moorslede en bezorgde me, naast de afgedrukte foto van de familie Masschelein-Van Biervliet, in 2014 een (voorlopig nog onvolledige) lijst met namen : 

1.Mylle Gaston uit Moorslede, verbleef bij weduwe Spruyt in de Winkelstraat.

2.Rosseel Elodie uit Dadizele, verbleef in de Tiendeschuurstraat.

3.Sioen Leon uit Moorslede, verbleef in de Tiendeschuurstraat.

4.Van Neste Cyriel uit Meerslede, verbleef in de Winkelstraat nr. 7.

5.Messiaan Flavia, echtgenote van Van Neste Cyriel.

6. Van Neste, dochter van nr 4 en 5.

7.Van Petegem, dochter van…

8.Masschelein Clement uit Moorslede Koekuit.

9.Van Biervliet Eulalie uit Moorslede Koekuit, echtgenote nr. 8.

10.Masschelein Augusta idem, dochter 8 en 9.

11.Masschelein Martha, idem.

12.Masschelein Germaine, idem.

13.Masschelein Valerie, idem.

14.Masschelein Lucien, idem, zoon van 8 en 9.

15.Julia Sioen, gedoopt in Leest 27 oktober 1917.

16. Helena Sioen, moeder (ongehuwd ?) van Julia.

17.Leona Loyson, was getuige bij doop nr. 15.

18.Jules Sioen, was getuige bij doop nr. 15.

19.Renaat Vanwildermeersch, huwde met nr. 20 (woonde in Heffen).

20.Flavia Sioen, huwde met nr. 19.

21. Bruno Sioen, vader van Flavia nr. 20.

22.Fharilde Sioen, moeder van Flavia nr. 20.

23.Philippe Vanwildermeersch, vader van Renaat nr. 19.

24.Mathilde Depoorter, moeder van Renaat nr. 19.

25.Cyrillus Bonduele, getuige op huwelijk nr 20 en 19.

26.Guilliam Sioen, getuige op huwelijk nr 20 en 19.

27. Augusta Vanneste, 1918 communie in Leest.

28.Palmyra Van Peteghem, idem

29. Blanche Christiaens, idem.

30.Melanie Van Dam, 1919.

31. Leona Sioen, getuige doopsel Helena Sioen.

32.Julius Loyson, idem.

33.Germaine Loyson, communie in Leest 1918.

34. Martha Loyson, idem.

35. Martha Sioen, idem.

36.Adriana Van Neste, idem.

37. Maria Van Neste, idem.

38.Alegdis Van Peteghem, idem.

39. Maria Van Peteghem, idem.

40.Palmira Van Peteghem, idem.

41.Georges Christiaens, idem.

42.Walter Christiaens, idem.

43.Marcel Loyson, idem.

44.Jules Sioen, idem.

--Lucien Masschelein, idem reeds vermeld bij fam. Masschelein.

45. Maria Lattrez, communie 20 mei 1919.

46. Sylvia Lattrez, idem.

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 00:00 Reageer op dit bericht

1918 – Op 31 januari ontvingen Victor De Laet (zie foto), Mevrouw Frans De Prins en Joseph

            Verlinden uit de Kouter volgend schrijven :

            “Op bevel der Duitsche overheid zijt gij aanzocht en verplicht op den 2 februari

            1918 om 2 ure namiddags (Duitsche tijd) uw ruinpaard aan te bieden te

            Antwerpen, kaai 28, in de nabijheid der noordstatie.

            Het paard moet voorzien zijn van eene halster met goede koord en moet zijnen

            numero aan den kop hebben op zichtbare plaats.”

 

1918 – 9 februari : In de gemeente werden geschilderde borden uitgehangen waarop de

            verblijfplaats van de Duitse wacht was aangewezen.

            Dit gebeurde in het Dorp, het gehucht de Knip, de Winkelstraat, aan de

            Kauterweg en in de Kapellebaan.

 

1918 – 18 februari : Remi Karel Lodewijk Kets, geboren te Calcken (Oost-Vl.) op 12 juni

            1888, werd benoemd tot tijdelijk onderwijzer in de gemeentelijke jongensschool.

            Hij verving Jan Constant Moons die door ziekte onbeschikbaar geworden was.

            Remi Kets ontving 1.200 fr per jaar plus 150 fr vestingsvergoeding.

            (GR-11/4/1918)

 

1918 – 19 februari : Het aantal bewoners der gemeente beliep 1682.

            Het getal vluchtelingen 60.

 

1918 – 20 februari : Een vermoedelijk geval van schurft deed zich voor bij het paard van

            Pieter Jan Diddens uit de Blaasveldstraat.

 

1918 – 21 februari : De volgende personen kregen van de Duitsers het bevel om hun

            merriepaard op 27/2 e.k. naar Antwerpen over te brengen :

            -de kinderen Buelens, Tiendeschuurstraat.

            -Polycarpus Verhoeven, Kapellebaan.

            -Karel Verbeeck, Tisseltbaan.

 

1918 – 12 maart : Polycarp Verhoeven en Pieter Jan Diddens kregen bevel om op 25

            maart, om 10 u, hunne van schurft verdachte paarden aan te bieden ter keuring

            te Lier, op de Grote Markt.

 

1918 – 14 maart : Elodie Rosseel, geboren te Dadizeele op 26/2/1892 en vluchtelinge uit

            Moorslede, werd naar het “Gasthuis” overgebracht met typhuskoorts.

            Ze was geplaatst in de Tiendeschuurstraat.

            De gemeente Leest droeg de kosten van de verpleging.

 

1918 – Op 19 maart deed landbouwer Karel Lodewijk Van Aken uit de Kleinheidestraat

            een aanvraag om 105 kg zaaihaver te bekomen, dit omdat hij 150 kg haver had

            moeten inleveren.

 

1918 – Op 25 maart verliet Leon Sioen, een vluchteling uit Moorslede, de gemeente om

            vrijwillig in Duitsland te gaan werken.

            Sioen verbleef in de Tiendeschuurstraat.

 

1918 – 11 april : De dokters De Becker uit Tisselt en Van Assche uit Hombeek ontvingen

            volgend schrijven :

            “Op bevel der Duitsche Overheid doen ik u kennen dat alle gevallen van

            aanstekende ziekten door de geneesheren onmiddellijk aan de Duitsche Overheid

            moeten gemeld worden met de Meldekaarten.

            De Meldekaarten zijn verkrijgbaar bij den garnizoenarts te Mechelen.”

            Was ondertekend : de burgemeester van Leest.

 

1918 – Op 2 mei kreeg pastoor Beuckelaers via het gemeentebestuur volgende brief

            besteld :

            Keizerl.Gerecht                                             Mechelen 26-4-1918

            des Kreises Mechelen

            Dagboek nr. 960 III

 

                             Aan het gemeentebestuur Leest

                            t.h. van den heer Burgemeester

 

            Ik heb rede erop te verwijzen, dat over ’t uitgaan van Precessien eene aanmelding

            derzelve niet voldoende is, maar dat daarvoor mijne toelating noodig is, dat de

            dees betrekkelijke aanvragen ten laatste 5 dagen voor ’t plaats grijpen der

            Precessien bij mij moeten ingekomen zijn.

            De burgemeesters moeten de Geestelijken hunner gemeente van dees schrijven in

            kennis stellen.

            Ingeval hier nog brieven inkomen, dewelke aan deze bepalingen niet voldoen, zoo

            zal  ik mijne toelating voor ’t uitgaan der Processien niet meer verleenen.”

            Handtekening is onleesbaar.

 

1918 – 6 mei : Melkhandelaar Lodewijk Frans Polfliet uit de Tisseltbaan werd

            geverbaliseerd door de politiekommissaris van Koekelbergh omwille van de

            verkoop van vervalste melk. Er was water bijgevoegd. (PV)

            Lodewijk Frans Polfliet : (19/12/19)

            “...Ik heb mijne melk dien dag te huis nagezien voor mijn vertrek en al de

            kruiken hadden voldoende gehalte. Ik moet mijne kruiken op den trein in den

            bagagewagen plaatsen en kan dus niet weten of er soms, bij het vervoer, in

            mijne afwezigheid, geene mengeling gedaan is.”

            Zijn kleinzoon Jan Van Rompaey wist te vertellen dat de PV van zijn grootvader
            zonder gevolg werd gelaten omdat hij de Duitse kommandant een haasje kado
            had gedaan...

 

1918 – “...In den nacht van 18 op 19 mei, zijn op het land van vrouwe Frans Lauwers,

            Bist te Leest, uit de putten gestolen, de plantaardappelen op eene oppervlakte van

            8 aren 40 centiaren, ter plaatse Boschveld.”

 

1918 – Op 27 mei kreeg weduwe Bonifacius Lauwers verbod van de Duitsers om

            peulvruchten (erwten, bonen, paardenbonen) te malen.

            Indien zij daarmee betrapt zou worden, zou haar molen onherroepelijk worden

            gesloten.  

 

1918 – 4 juni : Teneinde het stelen en beschadigen bij nacht van aardappelen en andere

            beplantingen te beletten werd een wacht in het leven geroepen.

            41 dorpelingen gaven zich op om deze nachtwacht te verzekeren.

 

1918 – 4 juni : Uit een brief van de burgemeester tot de kontroleur der rechtstreekse

            belastingen :

            “...bij deze doen ik u kennen dat er tijdens den oorlogsduur geene feesten van

            kermissen noch jaarmarkten in de gemeente gehouden geweest zijn.”

 

1918 – 7 juni : Op een verkoopdag te Heffen werden drie Leestenaars betrapt “bij het

            opbieden en kopen van hooi zonder machtiging”.

            Jaak Troch, Lodewijk Frans Polfliet en Joannes Siebens.

            De gezamelijke aankoop werd op bevel van de Duitsers in beslag genomen.

 

1918 – 13 juni : Bij Henri Van Eecke uit het Dorp werd het “tabaksnijmachien”

            verzegeld door de burgemeester, dit op bevel van de Duitsers.

 

1918 – 19 juni : Verdachte gevallen van schurft bij de paarden van Jan Fierens uit de

            Bist en weduwe Apers uit de Hertstraat.

 

1918 – 21 juni : Overlijden van Jan Constant Moons, de hoofdonderwijzer van de

            gemeentelijke jongensschool.

            Jan Moons was te Leest geboren op 19 november 1878.

 

1918 – “...In den nacht van 24 op 25 juni zijn er ter plaatse Kauter, nabij de Winkelstraat

            op het land van Jan Lauwens, aardappelen uitgesteken door 2 dieven, die verrast

            werden door de patrouillerende nachtwacht en de gestelen aardappelen, 35 kg,

            moesten achterlaten.

            Een der dieven is herkend, het betreft de vluchteling Cyriel Van Neste, alhier

            verblijvende met zijn gezin, Winkelstraat nr. 7.”

            Burgemeester Bernaerts verzocht de Ortskommandant te Mechelen om dergelijke

            diefstallen te bestraffen, daar hij zelf niet bij machte was om dit te doen en het

            Belgische gerecht onwerkzaam was.

 

1918 – 1 juli :

            “...De hengsten in de gemeente bestaande, zijn besneden op bevel der Duitse

            overheid, behalve het hengstje (pony) van vrouwe August De Prins uit de

            Alemstraat.”

 

1918 – 4 juli :

            “...De genaamden Coppens Pieter uit Vilvoorde werd heden op heterdaad betrapt

            bij het stelen van aardappelen.”

 

1918 – 6 juli :  Vraag van de burgemeester aan de Duitsers om levering van 1.000 kg

            carbuur, “voor de verlichting van de gemeente, waaronder huizen, gemeentehuis,

            kerk, scholen, enz..”

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 00:00 Reageer op dit bericht

1917 – 3 november : Een spionagenetwerk werd opgezet door de Hombekenaar Louis

            Nuytiens en de Leestenaar  Frans Jacobs. Het bestond er in de legertrafieken  over

            het spoor te noteren. Ze deden dit werk in de herberg “De Leeuw van

            Vlaanderen” te Hombeek, die zeer gunstig gelegen was tegenover de bareel en

            het station. De dochter Trees Stroobants (zie foto) bood hun haar diensten aan.

            Op 8 mei 1918 zou zij echter gearresteerd worden als spionne en op 20 september

            veroordeelde het krijgsgerecht te Antwerpen haar ter dood.

            De familie schakelde relaties in om haar te redden en met de hulp van de gravin

            de Merode kwam ze op 11 november op vrije voeten. (KH)

            Tot de  Leestse tak van dit spionagenetwerk hoorde buiten Frans Jocobs ook

            diens broer Gust Jacobs en Frans Hendrik Boonen, allen landbouwers uit de

            Kouter..

            Gust had een deursleutel van de grafkelder van de Empains op het Leestse

            kerkhof  en hij gebruikte deze locatie als schuilplaats.

            De Leestenaars smokkelden ook brieven naar het front en terug.

            Frans Hendrik Boonen en Frans Jan Baptist Jacobs werden in de lente van 1918

            aangehouden en als spionnen opgesloten in de gevangenis van Antwerpen.

            Eerstgenoemde werd al na enkele weken vrijgelaten wegens ziekte,

            laatstgenoemde kreeg enkele dagen voor de wapenstilstand de doodstraf, maar

            die werd gelukkig nooit uitgevoerd.          

 

1917 – 13 november : Lijnzaadvoorraad in de gemeente :

            Frans Vanden Sande 32 kg

            Pieter Van Roosbroeck 12 kg

            Alfons Geerts 12 kg.

 

1917 – 27 november :

            “...Op het gemeentehuis werden neergelegd door de gendarmeriepost van

            Hombeek, omtrent 20 kg rogge (graan) en 2 pakjes gedroogde tabaksbladeren,

            dewelke volgens hun verklaring in beslag genomen werden bij een vluchteling

            verblijvende in de gemeente, in de Molenstraat.”

 

1917 – 30 november :

            “...De personen hier onder aangewezen worden bericht dat zij op den 30

            november 1917, om 2-1/2 ure namiddag (Duitsche tijd) te Antwerpen, kaai nr.

            28 (nabij de Noordstatie) aan de Duitsche Overheid moeten aanbieden, hunne

            paarden waarvan de nrs hieronder zijn aangewezen.

            De paarden moeten een goed halster aanhebben, waaraan eene 2 meters lange

            sterke touw gehecht, den numero van het paard moet aan het halster gehecht

            zijn.

            Nr. van het paard :

            7 – ruin ; vaal van Spruyt Jan Baptist, Laerestraat.

            23 – merrie; bruin van Scheers Joseph, Tinneschuurstraat.

            26 – merrie; witgrijs van kinderen Buelens.

            75 – ruin, bruin, poney van Verbruggen Eugeen, Thisseltbaan.

            69 – merrie, bruin van Verbeeck Karel.

            223 – ruin, blauwgrijs, van Verhoeven Polycarpus, Capellebaan.

                        Leest, den 28 november 1917.”

 

1917 – 3 december : De kolenvoorraad van de weduwe Alfons Maes was geheel uitgeput.

            De weduwe deed een dringende vraag aan burgemeester Bernaerts die ze doorgaf

            aan de Zivil Kommissaris te Mechelen.

            De kolen moesten dienen tot werking van hare graanmolen.

 

1917 – 3 december :

            “...de woningen in deze gemeente tijdens den oorlog in 1914 afgebrand of

            beschadigd zijn hersteld en in gebruik genomen, ter uitzondering van 2 woningen,

            staande Molenstraat, nrs 2 en 3, waarvan deels de muren nog rechtstaan.

            Deze zijn eigendom van Jan J. Vloeberghen, landbouwer te Leest en

            rechthebbenden...” (GA-3/12/1917)

 

1917 – 6 december : Jozef Selleslagh werd aangesteld als opvolger van de overleden

            Lodewijk Wauters, als nieuwe patentzetter.

 

1917 – 7 december : De wacht van de Duitse soldaten, bestaande uit 13 manschappen en

            gevestigd in Steinemolen, zat zonder kolen.

            Daar ook de gemeente in kolengebrek verkeerde, vroeg de burgemeester de

            Duitsers om levering van 1.000 kg, om 10 zakken hout en 5 liters petroleum.

 

1917 – 8 december : Burgemeester Bernaerts verzocht de Zivil Kommissaris om levering

            van “kussens teekeningen en ander gerief”, voor vijf kantwerksters uit Moorslede,

            die zich het kantwerken kunnen herbeginnen waardoor ze meer loon zouden

            bekomen en ook de aankomende vrouwelijke jeugd het kantwerken kunnen

            aanleren.”

 

1917 – Op 17 december werd Frans De Muyer, “ontsmetter uit Mechelen”, door het

            gemeentebestuur gecontacteerd om het huis van Alfons Apers te komen

            ontsmetten. In dat gezin was een kind overleden aan kroep.

 

1917 – 18 december : Frans Selleslagh, koopman uit de Kapellebaan, kreeg een

            uitnodiging van het gemeentebestuur om op woensdag 19 december

            “Om 9-1/2 ure (torenuur), aankomst van den stoomtram aan de katelijne poort

            te Mechelen, zijn schurfachtig paard tot onderzoek aan te bieden aan Mr

            Colette opziener veearts d.d. provincie Antwerpen.”

 

1917 – 21 december :

            “...8 schriftelijke reklamen zijn ingediend tegen de gedane schattingen op

            tabaksbeplantingen.

            Alle andere tabakplanters der gemeente hebben mondeling gereklameerd

            tegen de schatting van de opbrengst hunner tabakplantingen.

           De plantingen zouden te laattijdig gedaan zijn en de gronden niet erg geschikt

            om opbrengst te leveren, ook zijn vele plantingen niet volwassen geworden en

            door de wind stukgeslagen.” (GA-21/12/1917)

 

1917 – Op 31 december werd Emiel Meulemans, bankbeambte te Leest, benoemd tot

            ontvanger van het plaatselijk Weldadigheidsbureel met 120 fr jaarwedde.

            Frans Joseph De Maeyer volgde Lodewijk Wauters op als gewoon lid.

 

1917 – Einde dat jaar ging de gemeente een lening aan bij de “Spaar- en Leengilde”,

            teneinde verschillende oorlogsonkosten te kunnen vereffenen :

            6.500 fr voor onkosten in de soepbedeling aan schoolkinderen en vluchtelingen.

            1.725 fr voor aankoop van  suiker.

            1.700 fr voor aankoop van geleien en marmeladen.

            2.500 fr voor onderhoud van het wachthuis der Duitse soldaten op ’t kasteel

                      “de Mot.”

            2.600 fr voor wedden en lonen van de gemeentebeambten en onderwijzend

                      personeel.   

            (GA-31/12/1917)

 

1917 – De onderhoudskosten gedaan door de gemeente aan steen- en andere wegen

            beliepen voor het jaar 1917  608 fr. (GA-16/3/1919)

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 17:54 Reageer op dit bericht

1917 – Op 15 oktober 1917 sneuvelde te Diksmuide aan de Ijzer de Leestenaar Theofiel

            Ferdinand Albert Van Hoof.

            Hij werd geboren te Leest op 11 januari 1892 als zoon van Frans Edward “Sooi”,

            de waard uit “de Groene Linde” op de Dorpsplaats en Marie Louise “Wiske”

            Huys.

            Theophiel was vrijwilliger bij het 6e Linieregiment en werd begraven te Oeren, nu

            Alveringem West-Vlaanderen.

 

1917 – Op 16 oktober diende het gemeentebestuur een naamlijst in van de plaatselijke

            schapenhouders met aangifte van de wolvoorraad.

            Frans De Laet, Jozef Rheinhard, Cesar Jacobs en de weduwen Meulemans en

            Hellemans waren goed voor 6 schapen en 13-1/2 kg wol.

 

1917 – 20 oktober : De gemeente Leest kreeg van de Haverzentrale het bevel tot levering

            van 4.000 kg haver.

 

1917 – 26 oktober :

            “...De Raad, overwegende dat de schaarsheid der huisbrandkolen groot is, besluit

            de gezinnen welke zullen bevonden worden van kolen voorzien te zijn, kunnen bij

            de algemene verdeling van kolen, niets meer genieten, zo lang bij hen voorraad

            zal gevonden worden. Misbruiken zullen bestraft worden.” (GR)

 

1917 – 30 oktober : Aangifte van vlaswinning, in het oogstjaar 1917, werd gedaan door

            volgende personen :

            Frans Vanden Sande, Groteheidestraat 33 aren 700 kg.

            Alfons Geerts, Groteheidestraat 12 aren 100 kg.

            Piet Lodewijk Van Roosbroeck, Groteheidestraat 9 aren 50 kg.

           Samen 54 aren en 850 kg geschatte opbrengst ruw vlas. (GA)

 

1917 – Op 31 oktober kwam er nog een vluchteling uit Moorslede toe. Het betrof Gaston

            Mylle, een landbouwwerkman. Hij trok in bij de weduwe Spruyt in de

            Winkelstraat.

 

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 17:32 Reageer op dit bericht

1917 – 12 mei : Louisa (Wiske) Van Hoof-Huys landbouwster en waardin van “In de Groene Linde”op het Leestse dorpsplein diende bij burgemeesterBernaerts volgende klacht in :

“...Op 11 mei 1917, omtrentrent 10 uren voormiddag ging mijn zoon Jozef  Van Hoof, landbouwer, naar ons land, en in den Kauter heeft zekeren Edward Coeckelbergh, landbouwer te Leest Dorp, die in den Kauter aan het werk was, zijn zoon toegeroepen, wacht ik moet u spreken. Bij mijn zoon gekomen wilde Coeckelbergh hem doen bekennen dat hij den dader was van de teekeningen en smaad die op de poort van Coeckebergh geschreven stonden.Mijn zoon loochende, en Coeckelbergh heeft verwondingen toegebracht aan mijn zoon zijne hand en aan zijn oor, met een aspergiemes.In de nabijheid waren Frans Boonen, August Spruyt, Jozef Verlinden en Isidoor Vloebergh, allen landbouwers te Leest.”

Burgemeester Bernaerts stuurde de klacht naar de procureur des konings te Mechelen. De afloop is ons onbekend.  

 

1917 – “...in den nacht van 16 op 17 mei is uit het kot van Constant De Wit, landbouwer Winkelstraat, een zwijn van 6 maanden oud, wegende omtrent 60 kilos, gestolen.Uit het vooronderzoek bleek dat het kot bij middel van valsche sleutel moet geopend zijn.

Het dier is op omtrent 600 meters afstand van de woning, in het veld, ingevolge de bevonden overblijfsels, geslacht geworden. Alle gedane zoekingen hebben geenen uitslag van ontdekking gegeven.”
           (Proces-Verbaal van veldwachter Van Hoof)

 

1917 – “In den nacht van 17 op 18 mei was pachter Ferdinand Van der Hasselt uit de Kapellebaan het slachtoffer, althans zijn stierke van omtrent 7-1/2 maanden oud, werd hem ontstolen.”
           (Proces-Verbaal veldwachter Van Hoof)

 

1917 – 18 mei : “...de tarwe, circa 40 aren, van landbouwer Karel Verbeeck uit de Tisseltbaan, is bevroren en zal geene opbrengst geven.

Karel Verbeeck vraagt toelating om die 40 a te mogen beplanten met raapkool.”
           (Brief gemeente)

 

1917 – 26 mei : De schoolhoofden Moons en Hellemans ontvingen volgend schrijven :

“...Ingevolge bevel der Duitsche Overheid moeten alle plakschriften door deze Overheid uitgegeven, gedurende 3 maanden aangeplakt blijven.Ik verzoek u dus, van aan de leerlingen uwer school te willen mededeelen, dat

 alle beschadigingen van plakschriften streng zullen gestraft worden.”

 

1917 – Op 31 mei vroeg de burgemeester aan de Zivil Kommissaris om levering van :

“ 1750 kg carbure voor de verlichting van woningen en 250 kg carbure voor de verlichting van werkhuizen van schrijnwerkers, klompenmakers, smederijen en handelshuizen, en voor de verlichtingen van rijtuigen van melkhandelaars en andere vervoerders.

Voor de verlichting van openbare gebouwen zoals burelen van het gemeentehuis,kabinet des burgemeesters, kerkgebouwen en scholen : 125 kg carbure...”

 

1917 – Juni 1917 : Een Duits bevel over “Wol, matrassen en kussens”, luidde : “...Gij zijt hierbij uitgenodigd de voorwerpen die gij in bezit of in bewaring hebt en die, krachtens de verordening van 23 mei 1917, van den Generaal-Gouverneur en krachtens mijn uitvoeringsbekendmaking van 22 juli 1917 moesten afgeleverd worden, tegen gereed geld al de tot vulsel van matrassen en kussens gebezigde wol, hetzij zuiver of met andere bestanddelen, bv.paardshaar, zeegras vermengd, af te leveren...Wordt aan deze uitnodiging geen gevolg gegeven, dan zullen de af te leveren wol,     matrassen en kussens door dwang afgehaald en de in gebreke zijnde personen gestraft worden.Tot huiszoekingen zal worden overgegaan.”

De Generaal-Gouverneur van België, Dr von Kohler. (MK)

Te Leest verschenen in juni 1917 plakschriften om opgave te doen van het aantal matrassen.

Burgemeester Bernaerts was de enige die hier op inging. Hij gaf zeven matrassen aan -in wol met paardhaar gemengd.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 00:00 Reageer op dit bericht

1917 – 1 juni : Op bevel van de Duitse Overheid werd Henri De Prins uit de

            Blaasveldstraat verplicht zijn vlas onmiddellijk te bewerken.

            “Ingeval van weigering moet het vlas door het vlasbureau van Lokeren opgekocht

            worden en na de bewerking moet het juiste gewicht ten gemeentehuize

            aangegeven worden...”

 

1917 – Dezelfde dag 1 juni hernieuwde burgemeester Bernaerts zijn dringende vraag om

            kolen :

            “...de kolen zouden moeten komen van de mijn Strepij-Bracquegnies, en per spoor

            tot in Hombeek-Statie.

            Aangezien den kolenvoorraad van weduwe Bonifacius Lauwers, maalderes,

            geheel uitgeput is, en zij het broodgraan der gemeente-inwoners moet malen

            met haren stoomgraanmolen, vragen wij om toelating tot verzending van 15

            ton kolen...

            Moest de verzending voor 15 juni niet gedaan worden, dan zal het grootste deel

            der bevolking in broodnood zijn...”

 

1917 – 7 juni : Om 11 uur zou in het gemeentehuis een vergadering plaatsvinden, waarin

            aan alle Leestse handelaars en winkeliers mededeling zou gedaan worden

            “omtrent de modaliteiten van de voortzetting van hunne handel”.

            Niemand kwam echter opdagen.

            Nochtans had de burgemeester bij middel van plakschriften en via afkondiging na

            de  hoogmis de plaatselijke neringdoeners verwittigd dat er “tot voortzetting van

            hunnen handel, aanvraag diende gedaan te worden”.

            Het betrof hier maatregelen om de woekerij in levensmiddelen tegen te gaan.

 

1917 – Op 9 juni vroeg Corneel De Wit toelating tot het omploegen van 5 are tarwe die

            door de vorst vernietigd was, en deze oppervlakte te herplanten met koolraap.

 

1917 – 14 juni : Aardappeldiefstallen –

            Op het land van Frans Van Roey, tegen de Winkelstraat aan, werden 2-1/2 are

            oppervlakte aardappelen (Krugers) te velde gestolen en op het land van Pieter Jan

            Gobien ter plaatse Rennekouter, 4 are 60 ca (vroege).

 

1917 – 30 juni : Brief van het Gemeentebestuur Leest : Philip Jaak CORTEBEECK,

            geboren Leest 11 april 1878 wonende Koeistraat nr. 8 vestigde zich in ‘t

            gesticht De Cuyper te Stabroek.

 

1917 – In juli werden de landbouwers van Leest verplicht aanmelding te doen

            “wanneer zij beginnen met het dorsen van hun graan...”

 

1917 – 14 juli : Het gemeentebestuur verkocht 20 kg aangeslagen aardappelen aan 22

            centiemen het kg.

 

1917 – Op 26 juli werden op het gemeentehuis 55 aangiften van tabakplantingen

            neergelegd.     

 

1917 – “...Op 1 Oogst 1917 zijn er 669 kilos Soda vervoerd van Willebroek naar Leest.”

 

1917 – Op 5 augustus kwamen er te Leest 79 vluchtelingen toe.

            Bijna allemaal waren ze afkomstig uit Moorslede West-Vlaanderen.

            Ze werden geplaatst bij inwoners der gemeente.

 

1917 – Op 8 augustus werden er te Leest verschillende bomen aangeslagen van volgende

            eigenaars : Weduwe Cnops-Wauters, Notaris Van Melckebeke uit Mechelen,

            Baron de Wykersloot Brussel, Alfons Piessens Leest, Weduwe Vloeberghen en

            kinderen Leest, Baron de Vinck Brussel, Benoit Van Ingelgem Mechelen,

            Graaf de Ramaix Antwerpen, Coemans Mechelen, Montens Antwerpen en

            W. Apers Leest.

 

1917 – 15 augustus : Begin van het zomerverlof  voor de Leestse gemeentescholen en dit

            tot 20 september.

 

1917 – 16 augustus : De burgemeester stuurde een lijst met 98 aangiften van

            tabakbeplantingen naar de Ontvanger der Rechtstreekse belastingen te Mechelen.

 

1917 – Op 21 augustus  stelde veearts Van Passen een vermoedelijk geval van schurft

            vast bij “den poney” van  Louis Van Aken.

 

1917 – 22 augustus :

            “...in de gemeente Leest bestaan er geene lukshonden, wel waak- en trekhonden

            waarop nooit ene belasting is gehouden.”

1917 – 23 augustus : Bevel van de bezetter :

            “...Afgekeurd vlees van noodslachtingen moet onmiddellijk overgebracht worden

            naar de krengbenuttiging.”

 

1917 – Eind augustus werden er eindelijk maatregelen getroffen tegen de nachtelijke

            diefstallen op de velden.

            Burgemeester Bernaerts stuurde een lijst met 50 namen van landbouwers naar de

            Zivil-Kommissaris “dewelke aanvraag gedaan hebben om toelating te bekomen

            om bij nachte de velden te bewaken.”

 

1917 – 12 september  - Aardappelsmokkelaars :

            “...de gemeente Leest heeft heden 400 kg aardappelen aangeslagen.

            200 kg daarvan werden vervoerd door een zekere Jan Frans Verdoodt, wonende

            Pikkerij Hombeek en 200 kg vervoerd door Victor De Boelpaep, wonende te

            Humbeek Dorp.

            Deze aardappelen waren gekocht aan 65 fr de 100 kg.

            Volgens de verklaringen van de smokkelaars hadden zij deze aardappelen gekocht

            bij Petrus Van den Eede uit de Tisseltbaan.”

 

            Daags nadien werden 1150 kg aardappelen aangeslagen.

            500 kg ervan werden vervoerd door een zekere Edward De Boelpaep. Ze waren

            afkomstig van de weduwe Vloeberghen uit de Koeistraat.

            De overige 650 kg werden door de burgemeester aangeslagen bij twee Duitse

            soldaten, die ze vervoerden met een wagen bespannen met twee zwarte paarden.

            De aardappelen waren 25 fr de 100 kg betaald.

 

1917 – 20 september : De Leestse kolenverkopers werden heden ten gemeentehuize

            geroepen, alwaar hen mededeling werd gedaan van de voorschriften der Duitse

            Overheid.

            De kolenhandelaars in die dagen waren :

            Alfons Apers uit de Tisseltbaan.

            Vrouwe Joseph Apers, Mechelbaan.

            Weduwe Laurent Meulemans, Dorp.

            Pieter Van den Eede, Tisseltbaan.

            Karel Van Praet, Tisseltbaan.

 

1917 – 30 september : Te Leest verbleven, vluchtelingen inbegrepen, 310 gezinnen.

 

1917 – Vanaf 1 oktober 1917 werd door het “comiteit” aan de bevolking voedsel

            uitgedeeld : bloem, rijst, vlees en spek uit Amerika “Wilsonspek” genoemd.

            Ook waren er soepbedelingen, deze werden door de gemeente begroot op 20 liter

            per dag en 108 fr per week.

            Om deze onvoorziene onkosten het hoofd te bieden besloot het gemeentebestuur

            een lening van 4.000 fr aan te gaan bij de Spaar- en Leengilde, aan 4% per jaar

            en terug te betalen een jaar na het sluiten van de vrede.

            (GR-26/10/1917)

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:13 Reageer op dit bericht

 

1917 – 31 januari : Pieter Corneel Brugghemans en Henri Van Praet, landbouwers

            uit de Alemstraat, deden aangifte van de verkoop van vlas en klodden aan de

            aangestelde opkoper.

            “...respectievelijk 38 kg vlas (gezwingeld) en 14 kg klodden door Brugghemans en

            23 kg gezwingeld vlas en 15 kg klodden door Van Praet.” (GA)

 

1917 – 1 feburari : Meester Jan Dumont verliet Leest voorgoed en vestigde zich te Evere.

            “...vanuit Leest vertrok hij met 300 kg aardappelen waarvan 100 kg

            plantaardappelen en 8 kg boter, door hem sedert augustus ingezoten.

            Zijn gezin zal te Evere bestaan uit 4 personen...”

            Met zijn patatten vergezelde hem een dankbrief van het Leestse gemeentebestuur:

            “...onzen oprechten dank voor Uwe zoo nauwgezette als eervolle waarneming van

            het ambt van hoofdonderwijzer onzer gemeenteschool, gedurende omtrent veertig

            jaren. Wij zeggen eervol, en met rede, want de opvoeding der jeugd was steeds

            uwe grote bezorgdheid, ook uw school was altijd bij wedstrijden op de eerste

            plaatsen.

            Nogmaals dank dus, en welverdiende rusttijd gunnen wij u van harte nog vele

            jaren...” (GA)

 

1917 – Op 12 februari deed de burgemeester de gemeentescholen sluiten “tengevolge

            van het volkomen gebrek aan steenkolen...” (GA)

 

1917 – 15 februari : Brief tot de Zivil-Kommissaris :

            “...tot antwoord aan uw schrijven, zo doen ik U kennen dat de Vlaamsche taal

            altijd gebruikt wordt in de vergaderingen van gemeenteraad en schepencollege

            en in de andere handelingen en geschriften des bestuurs.

            Dit gebruik is in voege sedert 16/1/1822 en niet eene beraming werd genomen,

            dit gebruik verplichtende daar al de raadsleden alleen het Vlaamsch kundig

            zijn.

            Het Vlaamsch is ook de voertaal in de school, voor de leerlingen der hoogste

            afdeling wordt er weinig Fransche taal aangeleerd.

            Het gemeentebestuur gebruikt nooit de Fransche taal, dan tot beantwoording van

            brieven, uitgaande van gemeentebesturen van de franssprekende streken...”     

 

1917 – Op 16 februari kreeg maalderes “Vrouwe” Alfons Maes schriftelijke machtiging

            van de Ernte Commission tot het malen van graan.

 

1917 – Op 21 februari werden er gevallen van schurft waargenomen bij de paarden van

            August Cnops, Corn. Van den Brande en Jozef Scheers.

            Daarvan stuurde het gemeentebestuur een kennisgeving naar de gemeentebesturen

            van Mechelen, Hombeek, Heffen, Blaasveld, Tisselt en Kapelle o/d Bos.

 

1917 – 23 februari : Burgemeester Bernaerts werd verplicht een maandelijks verslag in te

            dienen over de toestand van de oogst te Leest en ook in de omliggende

            gemeenten.

 

1917 – 24 februari : Te Leest opereerden 35 verschillende “melkopkoopers”, waarvan 14

            Leestenaars. De melk werd uitgevoerd naar Mechelen, Antwerpen en/of Brussel.

            (GA)

 

1917 – 25 februari : De burgemeester richtte een dringend verzoek tot de Zivil

            Kommissaris tot het bekomen van kolen. Als losplaats werd Statie Hombeek

            aangeduid.

 

1917 – 27 februari : “Door de overvloedige regens zijn de aardappelkuilen onder water

            gelopen en de aardappelen verrot.” (Brief Jaak Bernaerts)

 

1917 – 4 maart : Leest sloot zich aan bij de andere gemeenten van “den kreis” Mechelen,

            “tot het doen van gezamentlijken aankoop van levensmiddelen en andere   

            benoodigheden voor de bevolking.” (GR)

 

1917 – Op 6 maart werd bij hoogdringendheid en op bevel van veearts Van Passen, een

            koe afgemaakt “ingevolge een ongeval bij ’t kalven”.

            De koe hoorde toe aan Jn. Jozef Vloeberghen.

            Het vlees is op de vrijbaénk in de gemeente aan de inwoners tegen 2 fr de kilo

            verkocht geworden”.

 

1917 – 13 maart : Uit een brief van Jaak Bernaerts aan het Belgisch Inlichtingsbureeel

            voor Krijgsgevangenen en geinterneerden, Leermarkt 9 te Mechelen :

            “...tot gevolg van uw schrijven doen ik u kennen dat den genaamden Desmedt,

            geinterneerd te Soltan, geene familie heeft in staat hem het tweede pak

            maandelijks te leveren.

            De gemeente zal dus die kosten tot haren last nemen..

            ...dat de ouders der krijgsgevangenen Selleslagh Egied en Van den Heuvel Frans

            in staat zijn het noodige te doen.

            Dat de ouders van Van Steen Theophiel onvermogend zijn, zodat de gemeente de

            bekostiging van het maandelijksche genogide pak dragen zal voor dezen...”

 

1917 – 15 maart : Leest telde 3.482 stuks vee.

 

1917 – Op 24 maart kreeg het schoolhoofd toelating van de Duitse Overheid “de klassen

            te hernemen in onverwarmde lokalen”.

            Tevens werd hem verzocht de klassen tijdens de Paasvakantie open te houden

            om de verloren tijd enigzins goed te maken.

 

1917 – 29 maart : 13 are tarwe van Karel Steenmans uit de Tisseltbaan zijn door vorst

            geheel vernietigd.

 

1917 – 1 april : Zwijnenstand der gemeente Leest : 20 kweekzwijnen, 191 mestvarkens

            en 40 scheutelingen (lopers).

 

1917 – 8 april : Omtrens 16u30 ontstond er brand in het karhuis van Pieter Jan Lemmens

            uit de Scheerstraat.

            Een partij droog hooi en strooi, klein landbouwersgereedschap en 400 kg

            plantaardappelen  werden vernield.

            De oorzaak van de brand bleef onbekend.

 

1917 – 8 april : De “privaatputten” van de gemeentescholen werden verpacht  aan

            Arthur Buelens voor 15 fr per jaar en Jan Publie voor 34 fr per jaar.

            (Repertorium der gemeenteakten)

 

1917 – In de nacht van 9 op 10 april stal men uit de schuur van Frans De Prins uit de

            Alemstraat 200 kg aardappelen, 200 kg graan, 15 kg haver en 50 kg guano.

            Van de daders geen spoor.

 

1917 – In de nacht van 18 op 19 april was landbouwer Scheers het slachtoffer.

            De buit : 400 kg eetaardappelen.

 

1917 – Op 2 mei kwam er een bevelschrift van de Kreischef uit Mechelen waarin hij

            de inlevering eiste van prikkeldraad en effendraad.

            De weideafsluitingen mochten slechts twee draden behouden.

 

1917 – 10  mei : De Duitse Overheid weigerde toelating te verstrekken aan Gaston

            Busschot uit de Blaasveldstraat “tot verkoop en vervoer van 6 liters melk

            dagelijks naar Antwerpen.”

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:06 Reageer op dit bericht

1917 – 11 januari : Jan Constant Moons werd door de voltallige raad benoemd tot

            hoofdonderwijzer in vervanging van Jan Dumont.

            Daarvoor ontving hij 2.100 fr jaarwedde, het genot van een woonst met hof en een

            bestuursvergoeding van 100 fr. (GA)

            Jan Constant Moons was  te Leest geboren op 19 november 1878 en getrouwd

            met de zuster van Constant Buelens.

            Hij woonde in de Koestraat. Amper gehuwd in 1913, overleden beide echtgenoten

            korte tijd na mekaar in 1918.

 

1917 – 16 januari : “...bij de weduwe Vloeberghen, Koeistraat Leest, is heden het

            volgende in beslag genomen en nedergelegd ten gemeentehuize door de Duitsche

            soldaten : 750 kg aardappelen, 450 kg rogge, 75 kg haver en 35 kg meel.” (GA)

 

1917 – 20 januari : De weduwe Spruyt uit de Winkelstraat weigerde 1.450 kg

            aardappelen, bij haar aangeslagen door “Duitsche soldaten Controleurs”, af te

            leveren in het gemeentehuis.

            Als reden gaf zij op “dat zij eerst mijnheer de Zivil-Kommissaris wou spreken.”

            (GA)

 

1917 – 25 januari : Bij Karel Lodewijk Van Aken in de Kleinheidestraat werd 850 kg

            haver in beslag genomen. (GA)

 

1917 – 25 januari : Met negen stemmen op negen werd Victor Jozef Selleslagh verkozen

            tot hulponderwijzer.

            Zijn jaarwedde : 1.200 fr plus 150 fr verblijfsvergoeding.

            Victor Selleslagh was tijdelijk dienstdoende onderwijzer te Tisselt. (GA)

Stan Gobien, zelf hoofdonderwijzer en inspecteur in 1996 in een brochure “Reünie van de Leestse vijftigjarigen” over meester Selleslagh :

“...Meester Selleslagh was ook een speciale figuur. Hij was een rasechte optimist en een filosoof en daarbij een grappenmaker als geen ander.

Tijdens de catechismuslessen kon hij uitspraken doen die geen ander kon nadoen.

Wanneer iemand zijn catechismusles niet had geleerd en toch probeerde een en ander van het antwoord te geven, kon dat natuurlijk niet letterlijk zoals het  in het boekje stond. Was meester Selleslagh in een serieuze bui dan zei hij : “half en half, maar toch niet heel.” Was de meester in een filosofische bui dan werd het een of andere spreuk die voor ons erg aangebrand leek. De hele klas riep dan : “Heu !!!” Nog geen drie seconden later vloog dan de deur open stond meester De Leers daar en hij riep dan : “Wat is dat hier nu weer !!!” of “Is ’t hier weer kermis ???”

Meester Selleslagh trok zich daar niets van aan en koos – toen meester De Leers weg was – een nieuw slachtoffer waarvan hij met zekerheid wist dat die ook zijn catechismusles niet kende. Toen die zijn tekst wat had gebrabbeld en toen het inderdaad kant noch wal raakte, toverde hij een van zijn andere geijkte spreuken uit zijn mond. De hele klas brulde dan nog luider dan voorheen : “Heu!!! Heu !!!” Meester De Leers kwam toen niet meer opdagen. Dat wist de meester en dat wisten wij ook !

Er werd destijds nogal wat kattekwaad in de klas uitgestoken. Meester Selleslagh vloog dan naar de boosdoener. Deze zag de wervelwind naderen en sprong de bank uit en rende tussen de banken door de klas. De meester zette natuurlijk de achtervolging in. De andere leerlingen supporterden en joelden en de meester probeerde de belhamel uit te schakelen door hem bij de kraag te pakken en een pak voor zijn broek te geven. Sommige leerlingen waren hem echter te vlug af en toen hij moe werd van de achtervolging probeerde hij een andere tactiek : hij zou het opgejaagd wild uitschakelen door een rake trap. Velen ons ons hebben op deze manier een trap onder hun achterste gekregen.

Daarna vlogen de stouteriken in de hoek tot aan de speeltijd.
Wij zullen echter nooit te weten komen of meester Selleslagh het echt meende of toneel speelde. Vermoedelijk beschouwde hij het als een toneelspel.

De lei en de griffel bleven nog bestaan, maar in het derde en vierde leerjaar hadden we ook al een kladboek om er onze oefeningen in te schrijven. We schreven nog steeds met een ballonpen, waarmee we hadden leren schrijven aan het einde van het eerste leerjaar.

Ballonpennen moeten er destijds door het Leestse gemeentebestuur met duizenden gekocht zijn en meester De Leers moet hectoliters schoolinkt hebben gemaakt...”

 



1100103-d8f22c03adce64d8ca9909305a66feb4.jpg

1100103-cb403374ec36c39fe6d7bbba39054b82.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 18:00 Reageer op dit bericht

 

1917 – Dat jaar was de winter zeer streng. De aardappelen bevroren in de kelders en men

            moest rapen eten om de honger te stillen. In deze winter werd men ook

            geconfronteerd  met de zogenaamde “Spaanse griep” die veel slachtoffers maakte,

            ook in Hombeek.” (KH)

 

1917 – 4 januari : Dertien personen uit de gemeente werden weggevoerd naar Duitsland.

            Het grootste deel zou echter reeds in februari worden weergezonden.

            In het gemeentearchief vonden we daarover volgende gegevens :

 

 Lijst der weggevoerden – Opgeeisten van Leest gedurende de bezetting.

 

A. Weggevoerden naar Duitsland.

 

1. Spruyt August, arsenaalwerkman, Tisseltbaan.

2. Van der Taelen Piet Frans, arsenaalwerkman, Dorp.

3. Rottiers Joseph, arsenaalwerkman, Tiendeschuurstraat.

4. Leemans Willem Lodewijk, staatswerkman, Tiendeschuurstraat.

5. Fierens Emiel,  arsenaalwerkman, Tiendeschuurstraat.

6. Lauwens Antoon Jozef, landbouwer Kapellebaan.

7. Van Muylder Victor, staatswerkman, Kapellebaan.

8. Geerts Alfons Juliaan, landbouwer, Blaasveldstraat.

9. Geerts Corneel Frans, dagloner te Leest, alsmede landbouwer te Tisselt, Moer.

10. Alewaters Karel Lodewijk, landbouwer Tisseltbaan.

11. Teughels Jaak, werkman, Dorp.

12. Geerts Antoon, arsenaalwerkman, Molenstraat.

13. Potoms Lodewijk, verhuisde naar Blaasveld.

 

B.

 

“Boonen Frans en Jacobs Frans Jan Baptist, landbouwers te Leest Kouter, zijn aangehouden geweest als spioenen voor het Engelsch leger, en opgesloten in ’t gevang te Antwerpen.

De eerstvermelde is na eenige weken gevang, tengevolge van ziekte vrijgelaten, de tweede gemelde Jacobs, werd eenige dagen voor de wapenstilstand tot de doodstraf veroordeeld, maar zijn vonnis is niet uitgevoerd.”

(GA-5/10/1920)

 

“Joseph Rottiers, nr. 3 op bovenstaande lijst, was geboren te Opdorp op 16 mei 1887.µ

Hij was spoorbaanwerker bij de staatsspoorwegen en werd door de Duitse bezetter weggevoerd naar het kamp van Soltan, alwaar hij drie maanden verbleef zonder te willen werken. Daarna werd hij overgevoerd naar Elsederutten alwaar hij onder bedreiging van slagen en verhongering gedwongen werd te werken in de steengroeven en ijzerertsmijnen tot 8 juli 1917, dit zonder loon.

Joseph Rottiers  werd weggevoerd omdat hij weigerde voor de Duitsers aan de spoorbaan te werken.

Te uitgeput om nog te kunnen werken, werd hij teruggestuurd naar België.

(GA-13/2/1923)

 

Willem Lodewijk Leemans, nr. 4 op de lijst, werd geboren te Leest op 26/10/1890 als zoon van Antoon en van Maria Clotildis Van den Branden.

Hij zou weerkomen op 8 juli 1917.

(GA-13/12/1922)

 

Voor Antoon Geerts, nr. 12 op de lijst, schreef burgemeester Bernaerts op 6 maart 1917, volgende brief naar de heer Voorzitter van het Meldeambt te Mechelen :

“...Antoon M. Geerts, werkman en wonende Molenstraat nr.8, is op 4 januari 1917 overgevoerd geworden naar het kamp van Soltan (Duitsland).

Hij is gehuwd met Van Kerckhoven Joanna Octavia, oud 36 jaren, en was, bij zijne wegvoering, vader van 4 kinderen, die geboren zijn in 1905, 1907, 1912, en 1913.

Zijne vrouw is op 5 maart 1917 bevallen van een vijfde kind, hetwelk den last van dit gezin nog vergroot en de hulp des vaders in dezen ogenblik vraagt.

Deze weggevoerde is altijd van goed gedrag geweest, goed huisvader, spaar- en werkzaam, en zijne terugzending wordt door zijn gezin en familieleden zeer betracht.

Van eene landbouwersfamilie voortspruitende heeft hij altijd zijne bezigheid in de landbouwerij gevonden sedert den duur van den oorlog.

In de hoop, Mijnheer, dat deze vraag gunstig onthaal verwerve, bied ik u mijne groeten aan...”

 

Julien Geerts, nr. 8 op de lijst, vertelde later zelf :

“Ik vertrok op 4 januari 1917 vanop Nekkerspoel en kwam als laatste van allen terug op 15 juli 1917, na 6 maanden en 11 dagen.

Wie zes maanden had gedaan in Duitsland kreeg na de oorlog een decoratie, ik was er nog juist bij.

We verbleven in het kamp te Soltan. Daar waren de Leestenaars samen, maar om te werken moesten we uit elkaar.

Eerst werd ik tewerkgesteld in een steengroeve bij Melsdorf boven Kiel.

We moesten er kiezel uithalen. Nadien heb ik in een melkerij gewerkt te Mecklenburg en op het laatste zat ik in een houtfabriek te Luneburg waar ze triplex maakten.

Het eten dat we kregen was niet fameus : van die “groene kraag”, beten gelijk we zeggen, gemengd met mosselen of vis ; daar is geen enkele koe die dat gewild zou hebben. Ze gaven ons ook “Choukroute”, witte kolen uit vaten.

We kregen ook pap van zogezegde “gebarsten tarwe”, geen enkele maag wou dat verteren : dat kwam er uit gelijk het er in ging !”.

(LG, blz.264,265)

 

Jan August Maes, tijdens de oorlog in Hombeek wonend, was te Heffen geboren op 18 april 1885. Later kwam hij naar Leest wonen in de Tiendeschuurstraat.

Hij was gehuwd met Maria Jozefina Leemans.

Omdat hij rijwielmaker was, een beroep dat toen onmogelijk uit te voeren was, en bijgevolg werkloos, werd hij op 4 januari naar Soltan gevoerd.

Na drie maanden verplaatste men hem naar Elsederutten tot 26 juli 1917, de dag zijner terugzending naar zijn vaderland.

(GA-6/2/1923)

 

1917 – Op 8 januari richtte de burgemeester een nieuw verzoek tot de Zivil Kommissaris

            omtrent de herstelling van de Zennebrug.

            “...de tijdelijke brug, door de gemeente aangesteld tot doorgang van voetgangers

            op de vernietigde brug, komt in zeer slechten toestand en loopt dagelijks

            onder water, het hout verrot, zodanig dat er ongelukken kunnen uit voortspruiten.

            Kan de nieuwe brug niet kortelings geplaatst worden om de verantwoordelijkheid

            der gemeente te dekken bij ongevallen...”

 

            Dat jaar zou de nieuwe brug er komen. Ze werd gelegd door de Duitsers, de oude

            werd  ontmanteld.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 17:45 Reageer op dit bericht

1916 – Op 7 oktober nam de burgemeester opnieuw de pen ter hand om een versoepeling

            te vragen van een reeks Duitse verordeningen.

            Zo moest het gerst voor 15 september gedorst worden, de late aardappelen werden

            onmiddellijk opgeeist en de levering van 1/3 van het in te leveren graan werd

            bevolen voor 31 oktober. Tevens moesten de Leestse boeren overgaan tot het

            dorsen van het broodgraan.

            “...de naleving van die verordeningen heeft reeds, -en zal nog schade toebrengen

            aan de landbouwers, en ontreddert de gehele landbouwbewerking, te meer, vele

            landbouwers, -alhoewe niet wederspannig tot naleving der verordeningen en

            bevelen zullen kunnen bestraft worden, alle werken kunnen niet gelijktijdig met

            goed gevolg gedaan worden.

            Door die omstandigheden is de winning der veevoedergewassen veel moeten

            verwaarloosd worden.

            De landbouwers worden aangezet tot het bebouwen en beplanten van alle

            gronden en van den anderen kant worden zij belet, - bijzonder door het bevel

            tot het onmiddellijk graandorschen op dezen ogenblik, - hunne landen tijdig te

            kunnen bewerken en bezaaien...”

 

1916 – 22 oktober : Vergadering in de gemeentelijke jongensschool, Scheerstraat, om aan

            de landbouwers “mededeeling te doen van hunne verplichting van inlevering der

            botervoortbrengst.”

 

1916 – Dezelfde dag 22 oktober, liet de burgemeester “op de gewone plaats na de

            hoogmis” afkondigen, dat alle mannelijke werklozen verplicht waren zich te

            laten inschrijven ten gemeentehuize.

            Burgemeester Bernaerts handelde hier op bevel van de bezetter.

            Herhaalde malen werd hem om een lijst van de werklozen verzocht. Deze vraag

            werd ook aan het plaatselijk “Hulp- en Voedingskomiteit” en aan de pastoor

            gesteld.

            De Duitsers zouder er echter nooit in slagen te Leest zo’n lijst op de kop te tikken,

            de werklozen werden immers naar Duitsland gestuurd.

 

1916 – 25 oktober : De eigenaars van door de oorlog zwaar beschadigde gebouwen,

            ontvingen volgende brief :

            “Ingevolge schrijven van den heer Kreischef van Mechelen, zullen er tot de

            herstelling van oorlogsbeschadigde gebouwen, subsidiën tot een maximumbedrag

            van 15.000 franken, zonder verplichting tot schadeloosstelling of terugbetaling,

            toegestaan worden.

            Bij het schatten der toelagen is in den regel daarvan uit te gaan, dat gij

            inbegrepen de kosten van plansopstelling en van architectenhonoaria, hoogstens

            drijvierden der kosten dekt, die tot herstelling van den eigendom in den toestand

            van zijne beschadiging noodig zijn.

            De aanvragen tot ondersteuning moeten persoonlijk bij den huidigen heer Zivil

            Kommissaris te Mechelen ingebracht worden, die den vrager de nadere beslissing

            zal mededeelen...”

 

1916 – Op 16 november 1916 overleed Jozefina Augusta Selleslagh, geboren te Leest op

            27 maart 1915, aan “tuberculose ontsteking der hersenvliezen”, volgens

            bewijsschrift van dokter De Becker.

 

1916 – Einde november deed de Duitse Krijgsraad in alle steden en dorpen van ons land

            een bericht aanplakken om de werklieden voor hen te doen werken :

            “ Werklieden,

            de Krijgsraad duldt geen werklozen, of onvoldoende bezigheden meer. Wij raden

            aan u als vrije arbeiders aan te geven, om de dag te voorkomen waarop gij zult

            gedwongen worden.”

            In Mechelen verscheen dit bevel op 23 november langs de straten.

            Niettegenstaande deze oproep kwam zich daar niemand aanbieden, ondanks het

            hoge loon dat verder op het plakkaat vermeld stond.

            Enige dagen later verscheen daar een tweede bevel : “alle burgers, zonder

            onderscheid van 17 tot 45 jaar, moesten zich bij de Krijgsraad aanbieden, op

            straf van met geweld naar Duitsland gevoerd te worden...”

            Vanuit Leest zouden zes personen vrijwillig naar Duitsland vertrekken.

            Twee onder hen waren vluchtelingen uit Moorslede die in de gemeente verbleven.

            Dertien Leestenaars zouden verplicht worden tewerkgesteld in Duitsland.

 

1916 – 1 december : De Leestse maalders kregen bericht dat er opnieuw mocht gemalen

            worden, dit van 07u00 tot 19u00.

            Overtredingen zouden worden bestraft.

 

1916 – 8 december  : In de gemeenteraad werd het reglement op het kosteloos

            geneeskundig toezicht in de scholen goedgekeurd.

            Dokter Van Assche uit Hombeek werd benoemd tot geneeskundig opziener in de

            gemeentelijke meisjesschool en dokter De Becker uit Tisselt in de jongensschool.

            De dokters moesten iedere maand de Leestse jeugd onderzoeken en ontvingen

            daarvoor 2 fr per onderzocht kind.

 

1916 – 13 december : De Duitsers zoeken de jonge mannen op om in Duitsland te werk te

            stellen. Alle jongeren moesten op het “Meldeamt” te Mechelen een stempel halen

            voor vrijstelling. De meesten worden afgewezen. Ze hebben nog het recht hun

            aanvraag voor vrijstelling beter te argumenteren en bezwaar in te dienen.

            (Kroniek van de 20ste eeuw – Hoembekania)

 

1916 – Op zaterdag 16 december werden de eerste arbeiders per trein naar Duitsland

            vervoerd. Op maandag 18 en dinsdag 19 december  vertrokken nieuwe lichtingen.

            Vertrekplaats : station van Nekkerspoel.

            Meer dan 1000 personen vertrokken vanuit Mechelen.

 

1916 -19 december : Alweer schurft, ditmaal wat het paard van Louis Van Aken het

            slachtoffer. (GA)

 

1916 – 28 december -  Gemeenteraadszitting : de pensioenaanvraag van

            hoofdonderwijzer Dumont werd gunstig geadviseerd en zijn ontslag werd

            aangenomen.

            Het schepencollege werd gelast tot het bekendmaken “van het open zijn der

            Plaatse” en de ontslagnemende “in naam des Raads, onze oprechte

            dankbetuiging te doen kennen, voor de eervolle en nauwgezette waarneming

            van zijn Ambt.”

 

1916 – De eerste levering van late aardappelen in december bedroeg samen 34.933 kg.

            De tweede 40.495 en de derde 53.804 kg. (GA)

 

1916 – 31 december  : Brief van de burgemeester tot de Provinzial Ernte Kommission,

            Schuttershofstraat Antwerpen :

            “...Martens Louis, landbouwer Bist, zijn graan is uitgegeseld maar niet geheel

            uitgedorscht. Hij heeft een slag gekregen van een paard waardoor hij onbekwaam

            was tot werken.

            Scheers Joseph, Tinneschuurstraat, heeft geheel zijnen oogst niet kunnen

            dorschen. De reden is dat een zijner paarden is opgeeischt door de Duitsche

            Overheid en dat zijn ander paard mankt en in onbruik is.

            Hij dorscht met molen met paardenkracht bewogen.”

 

            Oudere Leestenaars wisten te vertellen hoe sommige boeren, om hun paarden te

            behouden,  zelf deze dieren verminkten,  door een spijker in hun hoeven te

            hameren.

 

1916 – Einde december verklaarde de burgemeester dat er in de gemeente Leest “geene

            werkeloozen bakkers of geen werkeloozen beenhouwers bestonden, de twee eenige

            bakkers zijn noodig tot het algemeen welzijn der gemeente, en de eenige slachter

            van zwijnen in de gemeente die ook landbouwer is, is noodig tot het algemeen

            welzijn.”

            In de gemeente bevond zich ook geen enkele beenhouwer dixit de burgemeester.

            (GA)

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 17:43 Reageer op dit bericht

1916 – 5 september : Huwelijk soldaat Lansier Louis De Borger (zie foto)

            Omdat Louis De Borger zo’n flinke ruiter was, verbleef hij de ganse oorlogstijd

            in Calais (Frankrijk). Hij moest er de wilde paarden africhten die uit Amerika

            hier toekwamen.

            Enkel het laatste groot offensief maakte hij mee.

            Tijdens de oorlog leerde hij een Frans meisje kennen , Emma Fauquet.

            Hij nam haar tot zijn vrouw op 5 september 1916.

            Na de oorlog vestigde het echtpaar zich te Battel  om  zich uiteindelijk naar

            Sint-Katelijne-Waver te begeven.

            Louis was een zoon van Pieter Frans De Borger en van Maria Elizabeth De

            Maeyer en  de broer van de gesneuvelde Frans De Borger.

            (LG,blz.255)

 

1916 – “In den nacht van 25 op 26 augustus, ter plaatse Scherpenhoring, nabij de limiet

            met Thisselt, zijn er gestolen op het land van Frans Apers, landbouwer van de

             Tisseltbaan, omtrent 15 aren late aardappelen (industrie).” (GA)

 

1916 – 20 september : Verdenking van schurft bij de paarden van de weduwe Spruyt uit

            de Winkelstraat en Frans Apers uit de Tisseltbaan. (GA)

 

1916 – 22 september : Brief van de burgemeester van Leest gericht aan “den Heere Zivil

            Kommissaris te Mechelen” :

            “...bij deze neem ik de vrijheid namens de inwoners der gemeente Leest, aanvraag

            te doen tot het bekomen van herstelling van de brug over de Senne bij den oorlog

            onbruikbaar gemaakt.

            Deze brug gaf aan onze gemeente rechtstreeks verbinding met Mechelen en nu

            moet men met gespan den omweg doen langs Hombeek

            Door oorlogsomstandigheden werd de Zennebrug verschillende malen vernield.

            Een eerste maal in 1914. Drie jaar lang moest men zich behelpen met een

            houten bruggetje.

            Bij laag water kon men er droogvoets over maar bij hoog water liep het

            bruggetje onder en dan werden de mensen “overgedragen”. De “Witte van

            Nagels”  (Louis Nagels, hij woonde op de Warande) deed dit voor een cent.

            (LG,blz.27)

 

            De gemeente heeft, in de mate harer geldmiddelen, enkel in het verkeer voor

            voetgangers over die brug kunnen voorzien, doch door de strooming bij hooge

            watertij is den doorgang over de brug altijd onmogelijk, ook veroorzaakt de

            overstrooming altijd schade en zijn herstellingen te doen.

            Op het grondgebied van Mechelen zijn de verbeteringswerken aan den weg in

            uitvoering op bevel der Duitsche overheid stop gezet geworden en dien weg blijft

            onbruikbaar.

            De bewoners van het gehucht “Warande” onder Mechelen, bebouwen een groot

            deel land op het grondgebied van Leest, en zijn bijna volkomen afgesloten, om

            hunne te bereiken zijn ze verplicht eenen omweg langs Heffen te maken met halve

            vrachten.

            Het benuttigen van den beerput der landbouwmaatschappij te Leest, overzijde der

            rivier, is onmogelijk te bereiken met beerschuiten tot bevoorrading, ten gevolge

            der brugbelemmering.

            Deze toestanden benadelen grotendeels de landbouw- en groenteteelten, de

            bijzondere voortbrengst der gemeente.

            De herstelling der brug in den zin  dergene van Heffen gedaan, zou veel bijdragen

            tot heropbeuring van de landen, die groot gebrek hebben aan voedingsstoffen.”

 



1100087-b513c34a9554bb8edb087814ad019112.jpg

1100087-26bb2203f50d258f26e28e712be760df.jpg
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 17:38 Reageer op dit bericht

1916 – 16 mei -  Gemeenteraadszitting :

            Albert Pieter Vital Roosen werd lid van het Weldadigheidsbureel benoemd, in

            vervanging  van Mr Pingnet, ontslaggever.

            “...de Raad besluit éénparig, machtiging te vragen om van het Bureel van

            Weldadigheid van Leest te mogen ontlenen, de som van 2.000 franks, aan 4%

            ’s jaars, om te kunnen voorzien in de betaling der wedden van onderwijzers,

            gemeentebedienden en werklieden, onderhoud- en inrichtingskosten van de

            Duitse Gendarmeriewacht, toelage aan het plaatselijke Hulpkomiteit en

            vernieuwing der vernietigde registers van den burgerlijke stand.

            Gemelde som zal terugbetaald worden, één jaar na het sluiten van den vrede.”

 

1916 – 18 mei : De militaire Gouverneur van de provincie Antwerpen doet het bericht

            aanplakken “dat er aan de zwijnen geene aardappelen als voedsel meer mag

            toegediend worden.”

 

1916 – Zondag 21 mei – L’Information (Brussels dagblad) :

            “Sedert enkele weken moeten heel wat arbeiders- en burgergezinnen het zonder

            aardappelen stellen.

            Het is niet omdat wij in België een tekort hebben aan deze knollen maar wel

            omdat hamsteraars er stocks van opgeslagen hebben en de waren slechts willen

            afstaan tegen betaling van buitenissige prijzen.

            Men verkoopt iedere dag, min of meer in ’t geheim, grote hoeveelheden van 60

            tot 65 frank per 100 kg, hetzij 60 tot 65 centiemen per kilo, wat aan deze eerlijke

            zwarthandelaars een opbrengst oplevert van 500 tot 550 percent.

            Is dit geen schandalige uitbuiting ?

            Is dit geen echte diefstal ?

            En dat gebeurt zomaar ongestraft zonder dat de politie er een stokje voor steekt.

            In zulke omstandigheden kunnen alleen de rijken zich veroorloven aardappelen

            te eten en zij die er het meeste behoefte aan hebben moeten het zonder stellen.

            Na de laatste oogst werden er statistieken opgemaakt en, met inbegrip van de

            verzendingen vanuit Nederland, waren er in België voldoende aardappelen tot de

            volgende oogst.

            Men stelde toen een maximumverkoopprijs vast en de weinig of niet begoede

            bevolking verheugde er zich over aardappelen te kunnen kopen aan redelijke

            prijzen. Maar men heeft geteld zonder rekening te houden met de vlugheid van de

            hamsteraars. Deze hielden hun voorraden verborgen en wachten het gunstigste

            opgenblik af  om buitensporige prijzen te vragen.

            Wie triomfeert er nu ? Wie maakt er zich nu rijk ?

            Wie stuurt de vastgestelde maximumprijzen naar de maan ?

            Dat zijn de hamsteraars !

            En iets wat hen dit jaar zo goed gelukt is zullen ze vast en zeker volgend jaar

            herbeginnen.”  (’t Vaartland nr.2-1976)

 

1916 – 2 juni : Burgemeester Bernaerts verzocht de “Oelzentrale”, rue des Colonies 54 te

            Brussel, om levering van “10 liters naphte”, ten voordele van schrijnwerker

            Noldus Teughels.

            De “naphte moest dienen tot in werking stelling van eenen motor, teneinde

            bevolen werk door de Duitsche overheid te kunnen uitvoeren”.

            Dat werk betrof de afsluitingen en versieringen rond de graven van Duitse

            soldaten  op het kerkhof van Leest.

 

1916 – 5 juni :

            “...vanaf heden zal te Leest geraffineerde en broodsuiker verkocht worden aan

            0,95 c per kg en gekristalliseerde suiker en grezen suiker aan 85 centiemen den

            kilogram.

            In deze prijzen zijn begrepen de onkosten van vervoer van Mechelen naar Leest,

            aankoopprijs van papieren zakken en onkosten van uitverkoop.” (GA)

 

1916 – “Op den 12 juni is de brug, uitsluitelijk voor voetgangers bruikbaar liggende over

            de vernielde Zennebrug te Leest, door het overgaan van het paard van Jan Bt De

            Vleeshouwer, landbouwer uit Londerzeek, beschadigd geworden.

            De herstelling kostte de gemeente 13,25 fr, bedrag dat door De Vleeshouwer in de

            gemeentekas dient gestort te worden via Mr Teughels, gemeenteontvanger.”

            (Brief gemeentesecretaris naar gemeente Londerzeel)

 

1916 – 1 juli : De gemeente  Leest betaalde 14 frank uit aan arbeiders van Mechelen voor

            het opgraven van de lijken van Duitse soldaten.

 

1916 – Op 13 juli ontving de weduwe Petrus Frans Alewaters-Van Winghe uit de

            Alemstraat volgend bericht van de burgemeester :

            “...bij deze doen ik u kennen dat volgens de bestaande Duitsche verordening, de

            erfgenamen of naastbestaanden van eenen overledenen, verplicht zijn, van het

            eenzelvigheidsbewijs van den overledene binnen de 3 dagen na het overlijden in

            te leveren op het Duitsche pasbureau te Mechelen.”

 

1916 – De 10de augustus, rond vijf uur ’s morgens, werd de woning  en inboedel van de

            landbouwer Antoon Stoop uit de Kapellestraat door brand vernield.

            De oorzaak van de brand was onbekend.

 

1916 – 17 augustus : “...het is streng verboden aan de Leestse maalders om vanaf heden

            nog graan te malen. De opschorting van het maalverbod zal later medegedeeld

            worden.”

            Dit verbod kwam uiteraard van de Duitse bezetter. (GA)

 

1916 – Op 22 augustus deed Frans Apers uit de Tisseltbaan aangifte van verrotting en

            verdroging van 31 aren aardappelbeplantingen.

            Deze beplanting was gedaan op uitgehakte bosgrond. (GA)

            Karel Selleslagh uit de Alemstraat werd bestolen. Van zijn veld verdween 500 kg

            aardappelen.

 

1916 – Op 22 augustus telde men te Leest 330 zwijnen. (GA)

 

1916 – 24 augustus : Bede van de burgemeester aan de Provinzial Ernte Kommission om

            toelating tot het malen van graan, van het oogstjaar 1915 :

            “...door het sluiten van den stoomgraanmolen in onze gemeente door de Duitsche

            overheid worden het grootste deel der landbouwers belet, dewelke nog oud graan

            in bezit hadden, in hunnen broodvoorraad tot voeding te voorzien.

            Daar de gemeente 6.600 kg meer graan geleverd heeft dan er wezentlijk moest

            geleverd worden zoo is er volkomen voldaan door onze gemeente en het sluiten

            van onze stoomgraanmolen bedreigt ten onrechte de voeding der landbouwers
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 17:24 Reageer op dit bericht

1916 – Dat jaar vestigde koster-organist Jozef “Jef” Rheinhard (°Mechelen 23/2/1879

            zich met zijn  familie te Leest.

            Jef was voordien koster in St-Jozef Coloma te Mechelen.            

            Jef cumuleerde zijn kostersfunctie met die van bediende te Brussel. Zo kwam het

            dat het uurwerk op de toren altijd een kwartiertje voorliep, want hij moest elke

            morgen twee missen spelen en zorgen dat hij zijn trein haalde in Hombeek.

            Jef Rheinhard was muzikaal begaafd, hij gaf les in Gregoriaanse zang aan de

            Seminaristen en schreef verschillende melodieën o.a. op teksten van René

            Declerck en andere dichters.

            Jozef Rheinhard was gehuwd met Elizabet Diedens (°Mechelen, 17/3/1880)

            die hem acht kinderen schonk waarvan er drie dochters het klooster binnentraden.

            De koster woonde met zijn gezin achtereenvolgens in de Vinkstraat (toen Koestr.)

            in het huis van meester Moons, de latere woning van Peer Spruyt.

            Rond 1920 nam hij zijn intrek in het huis op de Dorpsplaats, waar zijn voorganger

            Louis Hellemans had gewoond. Enkele jaren later verhuisde hij naar Kouter 6,

            in het huis van de familie Wouters (Moyson).

            Jef Rheinhard overleed te Leest op 14 april 1947.

                      

1916 – In 1916 zou Leest voor het onderhoud aan de openbare wegen 854,85 fr

            uitgeven. (GA-16/3/1919)

 

1916 – Begin 1916 telde de gemeente 294 gezinnen (1670 personen) waarvan er

            244  “zelve aardappelen winnen”. (GA-23/1/1916)

 

1916 – Dat jaar werden er verschillende notelaars omgehakt en aan de Duitse

            overheid afgeleverd. Een zekere Emmerechts uit Hombeek zorgde voor

            het vervoer tot Statie-Hombeek.

            De eigenaars van de bomen ontvingen geen ontvangstbewijzen. (GA)

            Notelaars waren zeer gegeerd omdat de Duitsers van het hout geweerkolven

            maakten.

 

1916 – 5 januari : Bij een koe van landbouwer Henri Somers uit de Rennekouter, werd

            door veearts Van Passen mond- en klauwzeer vastgesteld.

            Een doorgangsverbod, langs de besmette plaats, werd op zichtbare wijze

            aangeplakt. (GA-5/1/16)

 

1916 – 8 januari :

            Vraag van de burgemeester om “een grooten voorraad petroleum te

            bekomen tot verlichting van de inwoners dezer gemeente nodig, alsook voor de

            verlichting der wachthuizen der Duitsche soldaten. Aangezien de gemeente geene

            gaz noch elektrieke verlichting hebben, zoo is de verlichting enkel met petroleum

            mogelijk. Getal huizen in de gemeente : 299.”

 

1916 – 19 januari : 

            “...de maalderij van Alfons Maes is onwerkzaam wegens gebrek aan naphte.”

 

1916 – 27 en 28 januari : Nadat Duitse soldaten in de gemeente de hooivoorraden hadden

            nagezien en geschat, werd het te veel bevonden “strooi en hooi”, samen 40.000

            kg, naar Mechelen gevoerd. (GA)

 

1916 – 11 februari : Bij landbouwer Alexander De Nys uit de Scheerstraat werd 700 kg

            rogge aangeslagen. (GA)

 

1916 – 16 februari : Bij verordening van de militaire gouverneur van Antwerpen werd er

            verboden voortaan nog stro van haver en zomerkoren te gebruiken tot strooisel

            der stallen. (GA)

 

1916 – Op 26 februari, 10 dagen later, verzocht burgemeester Bernaerts de Kreitschef

            te Mechelen om winterkoren te mogen gebruiken als strooisel der stallen

            “...aangezien er in de gemeente geen strooisel zoo als turf, loof-, spellen-, heide-,

            brem-, riet-, mos-, houtwol-, schaveling-, noch snoeisel van mast en sparren

            voorhanden zijn...”

            Deze toelating  kwam er op 4 maart.

            De gemeente mocht nog 4 weken, in zuinige mate, “strooi gebruiken als

            strooisel”.

            Burgemeester Bernaerts dankte de “Zivil Kommissaris” namens de inwoners en

            “een gebrek aan stroo, voor strooisel, zal voor de landbouwers een groot verlies

            zijn, wanneer men nagaat welke vermindering van stalmest-, het bijzonderste

            bemestingsprodukt-, zal voor gevolg  hebben.

            Bij gewoon jaar wordt er, boven het overvloedige en krachtige stalmest door

            goede diervoeding verkregen, ’s minstens nog 100.000 kg scheikundige

            meststoffen gebruikt op de nooit vaagliggende landen.

            In gewoon jaar, werd er alhier 1.500.000 kg meel, koek en zovoorts tot

            veevoeding gebruikt en door het gebrek aan dierlijke voedingsmiddelen, is ook

            het stalmest, van veel mindere voedingsgehalte voor de vruchten.

            Het verbod van stroogebruik, als strooisel, zal dus onmiddellijk den ondergang

            der landbouwerij –de eenige hulpbron der gemeente- veroorzaken...”

 

1916 – Op 2 maart stuurde de burgemeester volgende brief naar “den Heere Kreischef te

            Mechelen :

            “...in het begin der maand april van ieder jaar, wordt er door de gemeente

            overgegaan tot het verhuren van het gras, wassende op de zoomwegen der

            gemeentestraten.

            Om alle moeilijkheden te voorkomen ben ik zoo vrij u te vragen of de gemeente

            dit jaar, zoals vroeger, mag overgaan tot de verpachting van dit gras.

            Dit gras wordt gepacht door kleine landbouwers der gemeente die de middelen

            niet bezitten om aankoop te doen in de vloeibeemden.”

 

1916 – Op 17 april “om half twaalf ure voormiddag torenuur in het dorp te Leest”, ging

            de  maandelijke keuring van paarden en eenhoevige dieren,  tegen snot en andere

            ziekten, door. 

 

1916 – 17 april : Een tweede vermoedelijk geval van schurft is waargenomen door

            veearts Van Passen bij een paard van de weduwe Spruyt uit de Winkelstraat.

 

 

1916 – 25 april :

            “Aan den heer Zivil Kommissaris te Mechelen.

            Volgens de verordening der Duitsche overheid, zijn de duivenhouders verplicht

            van, bij het achterblijven hunner duiven daar aanstonds melding van te doen aan

            den burgemeester, met verplichting voor den burgemeester daarvan onmiddellijk

            met bode kennis van te geven aan de duivenkontrool te Mechelen.

            Daar de gemeente zoo ver uitgestrekt is en er geene gemeenteboden voorhanden

            zijn, ben ik zoo vrij Uld aan te vragen of de door mij te doene kennis bij gewone

            brief mag gedaan worden...”

            Getekend : de burgemeester van Leest. (GA)

 

1916 – In mei werd een nieuwe telling van de Leestse veestapel gedaan met volgend

            resultaat :

            paarden : 145

            rundvee : 889

            zwijnen : 208

            schapen (melkschapen) : 11

            geiten : 33

            ezels : 8

            (GA-25/5/1916)

 

1916 – 13 mei : Bij Frans Van den Sande uit de Groteheidestraat werden 1.390 kg rogge

            aangeslagen door Duitse soldaten en geleverd te Mechelen. (GA)

 

1916 – 13 mei : Dezelfde dag bestatigde veearts Van Passen een “vermoedelijk geval van

            schurft bij den poney” van Jan Baptist Van Crombruggen, een bakker uit het

            Dorp. (GA)

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 17:23 Reageer op dit bericht

Meer van Kronieken van Leest

↑ Terug naar de berichten