1917 – 31 januari : Pieter Corneel Brugghemans en Henri Van Praet, landbouwers
uit de Alemstraat, deden aangifte van de verkoop van vlas en klodden aan de
aangestelde opkoper.
“...respectievelijk 38 kg vlas (gezwingeld) en 14 kg klodden door Brugghemans en
23 kg gezwingeld vlas en 15 kg klodden door Van Praet.” (GA)
1917 – 1 feburari : Meester Jan Dumont verliet Leest voorgoed en vestigde zich te Evere.
“...vanuit Leest vertrok hij met 300 kg aardappelen waarvan 100 kg
plantaardappelen en 8 kg boter, door hem sedert augustus ingezoten.
Zijn gezin zal te Evere bestaan uit 4 personen...”
Met zijn patatten vergezelde hem een dankbrief van het Leestse gemeentebestuur:
“...onzen oprechten dank voor Uwe zoo nauwgezette als eervolle waarneming van
het ambt van hoofdonderwijzer onzer gemeenteschool, gedurende omtrent veertig
jaren. Wij zeggen eervol, en met rede, want de opvoeding der jeugd was steeds
uwe grote bezorgdheid, ook uw school was altijd bij wedstrijden op de eerste
plaatsen.
Nogmaals dank dus, en welverdiende rusttijd gunnen wij u van harte nog vele
jaren...” (GA)
1917 – Op 12 februari deed de burgemeester de gemeentescholen sluiten “tengevolge
van het volkomen gebrek aan steenkolen...” (GA)
1917 – 15 februari : Brief tot de Zivil-Kommissaris :
“...tot antwoord aan uw schrijven, zo doen ik U kennen dat de Vlaamsche taal
altijd gebruikt wordt in de vergaderingen van gemeenteraad en schepencollege
en in de andere handelingen en geschriften des bestuurs.
Dit gebruik is in voege sedert 16/1/1822 en niet eene beraming werd genomen,
dit gebruik verplichtende daar al de raadsleden alleen het Vlaamsch kundig
zijn.
Het Vlaamsch is ook de voertaal in de school, voor de leerlingen der hoogste
afdeling wordt er weinig Fransche taal aangeleerd.
Het gemeentebestuur gebruikt nooit de Fransche taal, dan tot beantwoording van
brieven, uitgaande van gemeentebesturen van de franssprekende streken...”
1917 – Op 16 februari kreeg maalderes “Vrouwe” Alfons Maes schriftelijke machtiging
van de Ernte Commission tot het malen van graan.
1917 – Op 21 februari werden er gevallen van schurft waargenomen bij de paarden van
August Cnops, Corn. Van den Brande en Jozef Scheers.
Daarvan stuurde het gemeentebestuur een kennisgeving naar de gemeentebesturen
van Mechelen, Hombeek, Heffen, Blaasveld, Tisselt en Kapelle o/d Bos.
1917 – 23 februari : Burgemeester Bernaerts werd verplicht een maandelijks verslag in te
dienen over de toestand van de oogst te Leest en ook in de omliggende
gemeenten.
1917 – 24 februari : Te Leest opereerden 35 verschillende “melkopkoopers”, waarvan 14
Leestenaars. De melk werd uitgevoerd naar Mechelen, Antwerpen en/of Brussel.
(GA)
1917 – 25 februari : De burgemeester richtte een dringend verzoek tot de Zivil
Kommissaris tot het bekomen van kolen. Als losplaats werd Statie Hombeek
aangeduid.
1917 – 27 februari : “Door de overvloedige regens zijn de aardappelkuilen onder water
gelopen en de aardappelen verrot.” (Brief Jaak Bernaerts)
1917 – 4 maart : Leest sloot zich aan bij de andere gemeenten van “den kreis” Mechelen,
“tot het doen van gezamentlijken aankoop van levensmiddelen en andere
benoodigheden voor de bevolking.” (GR)
1917 – Op 6 maart werd bij hoogdringendheid en op bevel van veearts Van Passen, een
koe afgemaakt “ingevolge een ongeval bij ’t kalven”.
De koe hoorde toe aan Jn. Jozef Vloeberghen.
Het vlees is op de vrijbaénk in de gemeente aan de inwoners tegen 2 fr de kilo
verkocht geworden”.
1917 – 13 maart : Uit een brief van Jaak Bernaerts aan het Belgisch Inlichtingsbureeel
voor Krijgsgevangenen en geinterneerden, Leermarkt 9 te Mechelen :
“...tot gevolg van uw schrijven doen ik u kennen dat den genaamden Desmedt,
geinterneerd te Soltan, geene familie heeft in staat hem het tweede pak
maandelijks te leveren.
De gemeente zal dus die kosten tot haren last nemen..
...dat de ouders der krijgsgevangenen Selleslagh Egied en Van den Heuvel Frans
in staat zijn het noodige te doen.
Dat de ouders van Van Steen Theophiel onvermogend zijn, zodat de gemeente de
bekostiging van het maandelijksche genogide pak dragen zal voor dezen...”
1917 – 15 maart : Leest telde 3.482 stuks vee.
1917 – Op 24 maart kreeg het schoolhoofd toelating van de Duitse Overheid “de klassen
te hernemen in onverwarmde lokalen”.
Tevens werd hem verzocht de klassen tijdens de Paasvakantie open te houden
om de verloren tijd enigzins goed te maken.
1917 – 29 maart : 13 are tarwe van Karel Steenmans uit de Tisseltbaan zijn door vorst
geheel vernietigd.
1917 – 1 april : Zwijnenstand der gemeente Leest : 20 kweekzwijnen, 191 mestvarkens
en 40 scheutelingen (lopers).
1917 – 8 april : Omtrens 16u30 ontstond er brand in het karhuis van Pieter Jan Lemmens
uit de Scheerstraat.
Een partij droog hooi en strooi, klein landbouwersgereedschap en 400 kg
plantaardappelen werden vernield.
De oorzaak van de brand bleef onbekend.
1917 – 8 april : De “privaatputten” van de gemeentescholen werden verpacht aan
Arthur Buelens voor 15 fr per jaar en Jan Publie voor 34 fr per jaar.
(Repertorium der gemeenteakten)
1917 – In de nacht van 9 op 10 april stal men uit de schuur van Frans De Prins uit de
Alemstraat 200 kg aardappelen, 200 kg graan, 15 kg haver en 50 kg guano.
Van de daders geen spoor.
1917 – In de nacht van 18 op 19 april was landbouwer Scheers het slachtoffer.
De buit : 400 kg eetaardappelen.
1917 – Op 2 mei kwam er een bevelschrift van de Kreischef uit Mechelen waarin hij
de inlevering eiste van prikkeldraad en effendraad.
De weideafsluitingen mochten slechts twee draden behouden.
1917 – 10 mei : De Duitse Overheid weigerde toelating te verstrekken aan Gaston
Busschot uit de Blaasveldstraat “tot verkoop en vervoer van 6 liters melk
dagelijks naar Antwerpen.”













