1917 – 1 juni : Op bevel van de Duitse Overheid werd Henri De Prins uit de
Blaasveldstraat verplicht zijn vlas onmiddellijk te bewerken.
“Ingeval van weigering moet het vlas door het vlasbureau van Lokeren opgekocht
worden en na de bewerking moet het juiste gewicht ten gemeentehuize
aangegeven worden...”
1917 – Dezelfde dag 1 juni hernieuwde burgemeester Bernaerts zijn dringende vraag om
kolen :
“...de kolen zouden moeten komen van de mijn Strepij-Bracquegnies, en per spoor
tot in Hombeek-Statie.
Aangezien den kolenvoorraad van weduwe Bonifacius Lauwers, maalderes,
geheel uitgeput is, en zij het broodgraan der gemeente-inwoners moet malen
met haren stoomgraanmolen, vragen wij om toelating tot verzending van 15
ton kolen...
Moest de verzending voor 15 juni niet gedaan worden, dan zal het grootste deel
der bevolking in broodnood zijn...”
1917 – 7 juni : Om 11 uur zou in het gemeentehuis een vergadering plaatsvinden, waarin
aan alle Leestse handelaars en winkeliers mededeling zou gedaan worden
“omtrent de modaliteiten van de voortzetting van hunne handel”.
Niemand kwam echter opdagen.
Nochtans had de burgemeester bij middel van plakschriften en via afkondiging na
de hoogmis de plaatselijke neringdoeners verwittigd dat er “tot voortzetting van
hunnen handel, aanvraag diende gedaan te worden”.
Het betrof hier maatregelen om de woekerij in levensmiddelen tegen te gaan.
1917 – Op 9 juni vroeg Corneel De Wit toelating tot het omploegen van 5 are tarwe die
door de vorst vernietigd was, en deze oppervlakte te herplanten met koolraap.
1917 – 14 juni : Aardappeldiefstallen –
Op het land van Frans Van Roey, tegen de Winkelstraat aan, werden 2-1/2 are
oppervlakte aardappelen (Krugers) te velde gestolen en op het land van Pieter Jan
Gobien ter plaatse Rennekouter, 4 are 60 ca (vroege).
1917 – 30 juni : Brief van het Gemeentebestuur Leest : Philip Jaak CORTEBEECK,
geboren Leest 11 april 1878 wonende Koeistraat nr. 8 vestigde zich in ‘t
gesticht De Cuyper te Stabroek.
1917 – In juli werden de landbouwers van Leest verplicht aanmelding te doen
“wanneer zij beginnen met het dorsen van hun graan...”
1917 – 14 juli : Het gemeentebestuur verkocht 20 kg aangeslagen aardappelen aan 22
centiemen het kg.
1917 – Op 26 juli werden op het gemeentehuis 55 aangiften van tabakplantingen
neergelegd.
1917 – “...Op 1 Oogst 1917 zijn er 669 kilos Soda vervoerd van Willebroek naar Leest.”
1917 – Op 5 augustus kwamen er te Leest 79 vluchtelingen toe.
Bijna allemaal waren ze afkomstig uit Moorslede West-Vlaanderen.
Ze werden geplaatst bij inwoners der gemeente.
1917 – Op 8 augustus werden er te Leest verschillende bomen aangeslagen van volgende
eigenaars : Weduwe Cnops-Wauters, Notaris Van Melckebeke uit Mechelen,
Baron de Wykersloot Brussel, Alfons Piessens Leest, Weduwe Vloeberghen en
kinderen Leest, Baron de Vinck Brussel, Benoit Van Ingelgem Mechelen,
Graaf de Ramaix Antwerpen, Coemans Mechelen, Montens Antwerpen en
W. Apers Leest.
1917 – 15 augustus : Begin van het zomerverlof voor de Leestse gemeentescholen en dit
tot 20 september.
1917 – 16 augustus : De burgemeester stuurde een lijst met 98 aangiften van
tabakbeplantingen naar de Ontvanger der Rechtstreekse belastingen te Mechelen.
1917 – Op 21 augustus stelde veearts Van Passen een vermoedelijk geval van schurft
vast bij “den poney” van Louis Van Aken.
1917 – 22 augustus :
“...in de gemeente Leest bestaan er geene lukshonden, wel waak- en trekhonden
waarop nooit ene belasting is gehouden.”
1917 – 23 augustus : Bevel van de bezetter :
“...Afgekeurd vlees van noodslachtingen moet onmiddellijk overgebracht worden
naar de krengbenuttiging.”
1917 – Eind augustus werden er eindelijk maatregelen getroffen tegen de nachtelijke
diefstallen op de velden.
Burgemeester Bernaerts stuurde een lijst met 50 namen van landbouwers naar de
Zivil-Kommissaris “dewelke aanvraag gedaan hebben om toelating te bekomen
om bij nachte de velden te bewaken.”
1917 – 12 september - Aardappelsmokkelaars :
“...de gemeente Leest heeft heden 400 kg aardappelen aangeslagen.
200 kg daarvan werden vervoerd door een zekere Jan Frans Verdoodt, wonende
Pikkerij Hombeek en 200 kg vervoerd door Victor De Boelpaep, wonende te
Humbeek Dorp.
Deze aardappelen waren gekocht aan 65 fr de 100 kg.
Volgens de verklaringen van de smokkelaars hadden zij deze aardappelen gekocht
bij Petrus Van den Eede uit de Tisseltbaan.”
Daags nadien werden 1150 kg aardappelen aangeslagen.
500 kg ervan werden vervoerd door een zekere Edward De Boelpaep. Ze waren
afkomstig van de weduwe Vloeberghen uit de Koeistraat.
De overige 650 kg werden door de burgemeester aangeslagen bij twee Duitse
soldaten, die ze vervoerden met een wagen bespannen met twee zwarte paarden.
De aardappelen waren 25 fr de 100 kg betaald.
1917 – 20 september : De Leestse kolenverkopers werden heden ten gemeentehuize
geroepen, alwaar hen mededeling werd gedaan van de voorschriften der Duitse
Overheid.
De kolenhandelaars in die dagen waren :
Alfons Apers uit de Tisseltbaan.
Vrouwe Joseph Apers, Mechelbaan.
Weduwe Laurent Meulemans, Dorp.
Pieter Van den Eede, Tisseltbaan.
Karel Van Praet, Tisseltbaan.
1917 – 30 september : Te Leest verbleven, vluchtelingen inbegrepen, 310 gezinnen.
1917 – Vanaf 1 oktober 1917 werd door het “comiteit” aan de bevolking voedsel
uitgedeeld : bloem, rijst, vlees en spek uit Amerika “Wilsonspek” genoemd.
Ook waren er soepbedelingen, deze werden door de gemeente begroot op 20 liter
per dag en 108 fr per week.
Om deze onvoorziene onkosten het hoofd te bieden besloot het gemeentebestuur
een lening van 4.000 fr aan te gaan bij de Spaar- en Leengilde, aan 4% per jaar
en terug te betalen een jaar na het sluiten van de vrede.
(GR-26/10/1917)











