

1918 – In oktober-november werd door de Duitsers in de Winkelstraat een vliegplein
aangelegd. De inwoners werden verplicht daarbij te helpen, “verschillende
hektaren graan en voeder, gelegen op den Kauter werden daardoor vernield.”
(GA-8/1/1920)
Op de foto Gerard Somers met zijn paard Juul. Samen hielpen zij bij de aanleg
van het vliegveld.
Gerard Somers :
“Wij koppelden dit paard in een ossespan : twee ossen met het paard in het
midden. De Duitsers hebben het niet opgeeist, want ze moesten jongere paarden
hebben, zo mochten wij het behouden.
Sommige boeren kenden den truuk : ze stuurden hun vrouwvolk met hun paard
naar de monstering : de Duitsers monsterden de vrouwen en die kwamen met hun
paard terug thuis...”
(LG-blz.261)
J.A.Huysmans in DB 1978 “Een rad als telraam”, over het vliegveld :
“...de kalender wijst nazomer 1918 aan : de Duitsers besluiten in deze streek
enkele vliegvelden aan te leggen, om van hieruit versterking aan hun linies te
geven, om een beslissende wending aan het ijzerfront af te dwingen.
Te Hombeek, bezuiden het dorp bij de Zemstbaan, en te Heffen aan de Leestse
baan bij de Molenbeek, op beide elk een klein deel.
Doch aan de Leestse Kouter, heel de vlakte zeker 2 vierkante km.
Achter de woonerven bij de Winkelstraat, worden 3 loodsen en enkele tenten
opgetrokken.
Duitse kontrole eist in onze herberg, wekelijks een voormiddag, voor een
verplicht zich aanmelden van alle mannen van 18 tot 30 jaar oud.
Om 10 uur kwamen de opgeroepenen langs de voordeur binnen.
Meermaals werd iemand zijn als dwarsdoend vergeten pet van het hoofd geslagen
door de wachtpost.
Bij het pasnazicht werd menigeen opgevorderd, zich de volgende morgend aan te
melden op de kommendatur van het Leestse vliegveld, voorzien van spade of
kruiwagen, voor 7 dagen arbeid van 7 tot 21 uur, bij donkerte bijgelicht met
stallantaarns, en met dat nieuws kon elk langs de achterdeur naar huis...
De kommandant, die wat Hollands sprak, had logies op de hoeve van Eceleirs.
Oktober loopt naar zijn einde als hier reeds een reeks vliegtuigen zijn geland
en de piloten hebben al enkele oefenvluchten gewisseld tussen de velden...”
’t Ridderke van november 2010 : Oorlog in de lucht
“…Het jaar 1918 was heel bijzonder. Interne tegenstrijd in Duitsland en hoog politiek spel van de legerleiding bespoedigden het breekpunt in de “Groote Oorlog”. De Duitsers konden begin ’18 alle aandacht op het westen richten eens ze het vredesverdrag met Rusland op zak hadden. Om in Frankrijk een militair overwicht te krijgen werd het zogeheten ‘voorjaarsoffensief’ of Kaiserschlacht ontketend; Dit bestond uit vijf gelijktijdige aanvallen en die veroorzaakten ook verhoogde druk op het Belgische front aan de IJzer. Er was ook luchtsteun. Het vliegveld van Evere bestond reeds maar omdat de vliegradius beperkt was, had men ook vijf vliegvelden in België kort achter de frontlijn. Het geallieerde tegenoffensief was zo hevig dat deze in gevaar kwamen en in allerijl nieuwe vliegvelden moesten aangelegd worden. Die zijn er gekomen in Hombeek en Leest. Men had handen en tijd te kort om veel aandacht te besteden aan een degelijke infrastructuur. De lokale bevolking werd verplicht om mee te helpen bij het aanleggen van de vliegpleinen.
…
Emiel Nuytiens :” dat vliegveld (noot : in Hombeek) lag tegen de Kattestraat en liep verder tot tegen de steenweg en tot aan den Dries. Wij moesten onze eigen schop meebrengen. De paarden waren van de boeren. Het veld was al opgezaaid. Dat werd allemaal vernietigd; Er mocht geen beekje in zijn. Het moest zeer gelijk geweld worden. Dat deden we met paard en wel. De 42 vliegers zijn er geland toen we daar nog aan het werk waren.
…
Het eten was alleen het rantsoen van thuis. De Duitsers betaalden ons wel uit maar het geld moesten we in Leest gaan halen. In Leest waren er 6 vliegers gestationeerd, maar dat was maar een klein vliegveld. In de school waren de mecaniciens van de Duitsers gevestigd en al hun gereedschap was daar.”In de school waren de mecaniciens van de Duitsers gevestigd en al hun gereedschap was daar.”
1918 – “In de kerk werd in november 1918 een strafcompagnie Duitsche soldaten
ingekwartierd en het zwarte kerkgewaad werd alsdan weggenomen.”
(GA-8/1/1920)
1918 – Op 2 november overleed te Leest de “Fransche verdrevene” Sophie Sarrazin,
echtgenote Clovis.
1918 – “Bij den aftocht der Duitschers, in 1918, hadden de inwoners veel te verduren
van die soldaten. Op vele plaatsen namen zij al wat dienstig was aan veevoeder,
en verstrooiden geheel nutteloos, groote hoeveelheden stroo, hooi, zelfs stool men
zwijnen in bijzijn der eigenaars, dewelke men bij het minste verzet, dreigde neer
te schieten.
Vele soldaten waren bedronken...” (GA-8/1/1920)
1918 – Op 5, 6, 7, 8 en 9 november hebben “verscheidene Leestenaars reizen gedaan
voor het Duitsche leger, met paard en kar, voor vervoer van Leest naar Mechelen
en van Mechelen naar Diest.” (GA)
1918 – 10 november : Op het Middenveld stonden ongeveer een vijftigtal lichte
verkenningsvliegtuigen opgesteld. (KH-Hombeekse Kronieken)
1918 – Op 11 november 1918 werd een Duits bericht op de muren der stad Mechelen
aangeplakt. Het meldde dat de wapenstilstand getekend was. (MK)
1918 – 11 november : De hoeveelheid hooi in de gemeente aanwezig beliep 25.000 kg,
strooi 200.000 kg en rapen 50.000 kg. (GA
1918 – 11 november : Op de dag van de wapenstilstand overleed Constant Hellemans,
een zoon van koster Louis en van Victoria Teughels.
Hij was vijftien jaar.
Hij kroop op de tas om stro naar beneden te gooien voor een koe die door de
aftrekkende Duitsers was opgeeist. In het halfduister (het was ’s avonds rond
zes uur) viel hij zelf naar beneden met de eerste bussel.
Omdat de dokter van Hombeek niet durfde te komen, moest men een beroep doen
op een Duitse legerdokter uit Heffen.
Het geval was echter hopeloos : de dokter stelde een schedelbreuk vast.
Moeder Victoria Teughels kwam deze slag nooit te boven : ze overleed het jaar
nadien in 1919.
1918 – 12 november : Diefstal bij Willem Jan Dagobert Slachmuylders, landbouwer uit
de Kapellebaan.
“1 os, 2 stieren en 1 vaarsken werden gestolen”.
De dieren werden later teruggevonden bij een slachter te “Oxdonck-Sempst”, die
verklaarde de beesten gekocht te hebben van Duitse soldaten. (PV)
1918 – 14 november : Ontploffing te Kapelle-op-den-Bos.
Op 14 november 1918 om halfacht explodeerde munitie in een treinwagon.
Twintig personen, jong en oud, kwamen om. Velen werden gewond.
De Nieuwe Gazet van 18 november 1918 daarover :
“Daar zij al hun buit niet konden meevoeren verkochten de Duitsche soldaten
den laatsten dag van hun verblijf te Capellen op den Bosch, in het station al
wat er in de wagons was opgestapeld, tot meubels toe.
Een talrijke menigte verdrong zich in ’t gebouw toen plotseling, door een
onbekend gebleven oorzaak, drie munitie-wagons ontploften, waarbij 20
kinderen die in de nabijheid speelden, werden gedood en 40 werden gewond.”
Onder de getroffen gezinnen was er twee geboren Leestenaars :
-Pieter Antoon Verbergt (°Leest 19/11/1862, +14/11/1918) zoon van Filip
Verbergt en Anna Cornelia Bosman, die samen met zijn echtgenote Veronica
Houwelijks om het leven kwam.
Het echtpaar woonde te Kapelle-op-den-Bos, Schuttershof 10. Hij was
fabrieksarbeider, zij huishoudster
-Angela Virginia Potums (°Leest 23/2/1871, +14/11/1918), dochter van Jan
Baptist Potoums en Anna Verdickt. Angela V. Potums was weduwe van Frans
Filip Peeters.
Ze kwam om samen met haar man Egied Moens. Hij was staatswerkman, zij
huishoudster. (’t Ridderke nr.3 1999)
1918 – Op 15 november hebben de laatste Duitse soldaten de gemeente verlaten.
(GA-15/11/1918)
1918 – 18 november : Om 11u30 kwamen de eerste Belgische militairen zegevierend
Mechelen binnen. (MK)
1918 – 4 december : De herbergiers Pieter Jan Vanden Eede en Frans Lauwens kregen
verbod van de burgemeester om “op den 8 en 9de december e.k. in hun huis en
zaal, bal en danspartijen te houden of te laten houden teneinde moeilijkheden
en ongemakken te doen voorkomen...”
1918 – 13 december : In de gemeente waren er 2 eigenaars van druivenserren : Dhr
Moyson uit de Kouter en de burgemeester Jaak Bernaerts.
(uit een brief aan de rechtstreekse belastingen)
1918 – 18 december : Uit een brief van de burgemeester aan de Procureur des konings :
“...de afdeeling van Volksopbeuring was ingericht in de woning van Pieter Jan
Van den Eede, herbergier en winkelier alhier, dewelke de uitverkoopen van
suiker, honig, enz. gedaan heeft, met behulp van Felix Polfliet en Lodewijk Van
Loo..
Vrouwe Frans Scheltiens Verschueren is betrapt geweest met boterverkoop
aan een Duitsche soldaat.
...Den genaamden Stoop Henricus, moet in 1918, als geleider bij een
Ottovrachtwagen, gevoerd door een Duitsche soldaat, door een Duitsch officier
aangehouden zijn te Blaasveld.
De wagen moest beladen zijn met omtrent 4.000 kg aardappelen die versmokkeld
werden. De vracht werd aangeslagen.
...Er zijn door de Duitschers gevankelijk weggevoerd en gevangen gehouden
geweest :
Boonen Frans Hendrik, landbouwer Kauter en Jacobs Frans Jan Baptist,
landbouwer ook uit de Kauter, voor welke daden zij te verantwoorden hadden kan
ik niet opgeven, evenmin weet ik niet wie de verraders geweest zijn.
Er zijn ook eenige personen als werkloozen naar Duitsland overgevoerd geweest,
alhoewel de gemeente noch Komiteit nooit de lijst van werklozen willen afleveren
heeft, hetgene doet veronderstellen dat de namen der werklozen door eenen
verrader moeten aangegeven geweest zijn...”
1918 – Bevolkingscijfer op 31 december 1918 : 1682.















