

1917 – 3 november : Een spionagenetwerk werd opgezet door de Hombekenaar Louis
Nuytiens en de Leestenaar Frans Jacobs. Het bestond er in de legertrafieken over
het spoor te noteren. Ze deden dit werk in de herberg “De Leeuw van
Vlaanderen” te Hombeek, die zeer gunstig gelegen was tegenover de bareel en
het station. De dochter Trees Stroobants (zie foto) bood hun haar diensten aan.
Op 8 mei 1918 zou zij echter gearresteerd worden als spionne en op 20 september
veroordeelde het krijgsgerecht te Antwerpen haar ter dood.
De familie schakelde relaties in om haar te redden en met de hulp van de gravin
de Merode kwam ze op 11 november op vrije voeten. (KH)
Tot de Leestse tak van dit spionagenetwerk hoorde buiten Frans Jocobs ook
diens broer Gust Jacobs en Frans Hendrik Boonen, allen landbouwers uit de
Kouter..
Gust had een deursleutel van de grafkelder van de Empains op het Leestse
kerkhof en hij gebruikte deze locatie als schuilplaats.
De Leestenaars smokkelden ook brieven naar het front en terug.
Frans Hendrik Boonen en Frans Jan Baptist Jacobs werden in de lente van 1918
aangehouden en als spionnen opgesloten in de gevangenis van Antwerpen.
Eerstgenoemde werd al na enkele weken vrijgelaten wegens ziekte,
laatstgenoemde kreeg enkele dagen voor de wapenstilstand de doodstraf, maar
die werd gelukkig nooit uitgevoerd.
1917 – 13 november : Lijnzaadvoorraad in de gemeente :
Frans Vanden Sande 32 kg
Pieter Van Roosbroeck 12 kg
Alfons Geerts 12 kg.
1917 – 27 november :
“...Op het gemeentehuis werden neergelegd door de gendarmeriepost van
Hombeek, omtrent 20 kg rogge (graan) en 2 pakjes gedroogde tabaksbladeren,
dewelke volgens hun verklaring in beslag genomen werden bij een vluchteling
verblijvende in de gemeente, in de Molenstraat.”
1917 – 30 november :
“...De personen hier onder aangewezen worden bericht dat zij op den 30
november 1917, om 2-1/2 ure namiddag (Duitsche tijd) te Antwerpen, kaai nr.
28 (nabij de Noordstatie) aan de Duitsche Overheid moeten aanbieden, hunne
paarden waarvan de nrs hieronder zijn aangewezen.
De paarden moeten een goed halster aanhebben, waaraan eene 2 meters lange
sterke touw gehecht, den numero van het paard moet aan het halster gehecht
zijn.
Nr. van het paard :
7 – ruin ; vaal van Spruyt Jan Baptist, Laerestraat.
23 – merrie; bruin van Scheers Joseph, Tinneschuurstraat.
26 – merrie; witgrijs van kinderen Buelens.
75 – ruin, bruin, poney van Verbruggen Eugeen, Thisseltbaan.
69 – merrie, bruin van Verbeeck Karel.
223 – ruin, blauwgrijs, van Verhoeven Polycarpus, Capellebaan.
Leest, den 28 november 1917.”
1917 – 3 december : De kolenvoorraad van de weduwe Alfons Maes was geheel uitgeput.
De weduwe deed een dringende vraag aan burgemeester Bernaerts die ze doorgaf
aan de Zivil Kommissaris te Mechelen.
De kolen moesten dienen tot werking van hare graanmolen.
1917 – 3 december :
“...de woningen in deze gemeente tijdens den oorlog in 1914 afgebrand of
beschadigd zijn hersteld en in gebruik genomen, ter uitzondering van 2 woningen,
staande Molenstraat, nrs 2 en 3, waarvan deels de muren nog rechtstaan.
Deze zijn eigendom van Jan J. Vloeberghen, landbouwer te Leest en
rechthebbenden...” (GA-3/12/1917)
1917 – 6 december : Jozef Selleslagh werd aangesteld als opvolger van de overleden
Lodewijk Wauters, als nieuwe patentzetter.
1917 – 7 december : De wacht van de Duitse soldaten, bestaande uit 13 manschappen en
gevestigd in Steinemolen, zat zonder kolen.
Daar ook de gemeente in kolengebrek verkeerde, vroeg de burgemeester de
Duitsers om levering van 1.000 kg, om 10 zakken hout en 5 liters petroleum.
1917 – 8 december : Burgemeester Bernaerts verzocht de Zivil Kommissaris om levering
van “kussens teekeningen en ander gerief”, voor vijf kantwerksters uit Moorslede,
die zich het kantwerken kunnen herbeginnen waardoor ze meer loon zouden
bekomen en ook de aankomende vrouwelijke jeugd het kantwerken kunnen
aanleren.”
1917 – Op 17 december werd Frans De Muyer, “ontsmetter uit Mechelen”, door het
gemeentebestuur gecontacteerd om het huis van Alfons Apers te komen
ontsmetten. In dat gezin was een kind overleden aan kroep.
1917 – 18 december : Frans Selleslagh, koopman uit de Kapellebaan, kreeg een
uitnodiging van het gemeentebestuur om op woensdag 19 december
“Om 9-1/2 ure (torenuur), aankomst van den stoomtram aan de katelijne poort
te Mechelen, zijn schurfachtig paard tot onderzoek aan te bieden aan Mr
Colette opziener veearts d.d. provincie Antwerpen.”
1917 – 21 december :
“...8 schriftelijke reklamen zijn ingediend tegen de gedane schattingen op
tabaksbeplantingen.
Alle andere tabakplanters der gemeente hebben mondeling gereklameerd
tegen de schatting van de opbrengst hunner tabakplantingen.
De plantingen zouden te laattijdig gedaan zijn en de gronden niet erg geschikt
om opbrengst te leveren, ook zijn vele plantingen niet volwassen geworden en
door de wind stukgeslagen.” (GA-21/12/1917)
1917 – Op 31 december werd Emiel Meulemans, bankbeambte te Leest, benoemd tot
ontvanger van het plaatselijk Weldadigheidsbureel met 120 fr jaarwedde.
Frans Joseph De Maeyer volgde Lodewijk Wauters op als gewoon lid.
1917 – Einde dat jaar ging de gemeente een lening aan bij de “Spaar- en Leengilde”,
teneinde verschillende oorlogsonkosten te kunnen vereffenen :
6.500 fr voor onkosten in de soepbedeling aan schoolkinderen en vluchtelingen.
1.725 fr voor aankoop van suiker.
1.700 fr voor aankoop van geleien en marmeladen.
2.500 fr voor onderhoud van het wachthuis der Duitse soldaten op ’t kasteel
“de Mot.”
2.600 fr voor wedden en lonen van de gemeentebeambten en onderwijzend
personeel.
(GA-31/12/1917)
1917 – De onderhoudskosten gedaan door de gemeente aan steen- en andere wegen
beliepen voor het jaar 1917 608 fr. (GA-16/3/1919)












