Foto’s:
-Posse Leest : uiterst links Fons Nuytkens, naast zijn twee zonen en achter zijn fietsen. Verder
garde Vic Van Hoof en als tweede van rechts Jan De Decker.
-De Spekpater.
1955 – 13 maart : Het Comité voor Vrijheid en Demokratie belegde een meeting voor
de landbouwers. Volksvertegenwoordiger Van Hamme sprak de aanwezigen toe.
Dezelfde dag werden de vrouwen toegesproken door Mevrouw Cools-Tambuyser.
1955 – 14 maart : Vrijheid en Demokratie belegde een meeting voor de loontrekkenden.
1955 – Zondag 20 maart : Protestbetoging
Uit een verslag van veldwachter Van Hoof voor zijn brigadier :
“Om 16 uur werd een optocht gevormd aan de grensscheiding Leest-Tisselt.
Hieraan namen deel de twee muziekmaatschappijen, Chirojeugd, K.W.B., alles
bij mekaar een 250 tal mannen, vrouwen en kinderen.
Vooraan de optocht een spandoek met opschrift : “Ten strijd bereid”.
Verder een spandoek met foto Minister Collard verbeeldende, met in de hand
een borstel met rode verf met opschrift “Ook de kleuters rood ?”
Dan een spandoek, Minister Van Acker verbeeldende met de toren die men
zinnins te bouwen is te Brussel, met opschrift “Kan de toren niet wat hoger”.
Aan het patronaat werd de optocht ontbonden. In de zaal van het patronaat
werden hierna spreekbeurten gehouden, achtereenvolgens door de Hr. Van der
Kuylen en de Hr. Advocaat Smedts en welke geduurd hebben tot 18u30.
In de voorgaande nacht waren plakbrieven geplakt op de kerkhofmuur en op
de muur van de meisjesschool.
Alles is rustig en ordelijk verlopen.”
(VVH)
1955 – Op 7 april kwam het in de Maurice Sabbestraat te Mechelen tot een aanrijding
tussen de motorrijder Van Houdt, wonende te Antwerpen en de vrachtwagen
bestuurd door J. Selleslagh uit Leest. De motorrijder werd hierbij licht gekwetst
aan het hoofd. (DB-3-55)
1955 – 10 april : De banieren van de Chiro werden gewijd.
Het verslag in De Band daarover (nr.3-1955) :
“Met Pasen was het bijzonder een schone dag voor onze Chiro.
Na het plechtig lof ging heel de groep fijn in formatie post vatten op het hoge
koor. Eerstens werden drie nieuwe frisse Chirobanieren ingezegend, één voor
elke afdeling.
Vervolgens legden zes knapen hun belofte af op hun nieuw afdelingsbanier.
Gedurende zes weken hadden ze zich voorbereid op de plechtigheid.
Nu beloofden ze hun trouw aan hun doopselgenaden.
Na deze plechtigheid trok de groep, met de muziekkapel op kop, en daarachter
de vier Chirobanieren en de zes pennoenen met al de chirojongens door het
dorp.
Na een korte vergadering in het lokaal mochten allen weg, want...het was
grote kermis te Leest.”
1955 – 11 april : Grote volkstoeloop voor jaarmarkt en begankenis.
Tweede Paasdag te Leest.
“Dag van de grote begankenis te Leest ter ere van Sint Cornelius.
Van in de vroege morgen kwamen reeds talrijke bedevaarders naar Leest.
Gedurende de H. Missen van 9u. En 10u. was de kerk proppensvol, zodanig
dat er een nooduitgang moest voorzien worden langs de sacristij, om de mensen
de gelegenheid te geven een kwartiertje vroeger uit de kerk te zijn.
De veldwachter zorgde voor een voortreffelijke ordedienst.
We schatten het aantal bedevaarders dat die dag de kerk bezocht op ongeveer
4.000.
Buiten de kerk was het een ganse dag een leven van belang.
Het weder was goed, en zo bleven de mensen rondslenteren op de jaarmarkt.
Ze gingen de fietsen en bromfietsen van Fons Nuytkens bewonderen, eens proeven
van de patékes waarachter Viktor Verschueren met een hoge witte bakkersmuts
zijn waren aanprees, verder bewonderden ze de tractoren en landbouwmachines
die er te zien waren.
Velen bleven hun geluk en hun centen beproeven aan een geluksraam en ook het
kraam van de B.J.B.-meisjes verhandelde veel snoepgoed ten voordele van hun
Lourdesreis.
Er stond deze keer een grote kermis te Leest.
“Nooit gezien”, zegden alle mensen ! Een grote kettingmolen, die zijn bakskes
vervaarlijk over de macadam zwierde, twee molens, een paar schietkramen, een
grote schommel waar ge helemaal kopke over kont zwieren, enz...
Ge zult u misschien afvragen waar dat allemaal stond ?
Wel, allemaal op de dorpsplaats !” (DB, nr.4,1955)
1955 – Op dinsdag 12 april gingen verschillende Leestenaars op bedevaart naar St.Jozef
te Leuven. “Sommigen met de speciale bus die bij deze gelegenheid telkenjare
wordt ingelegd, anderen met een speciale radiotrein.” (DB-3-55)
1955 – Dezelfde dag 12 april startte een cursus “Verloving en Huwelijk”, ingericht door
de B.J.B.-meisjes. De lessenreeks liep over 3 avonden, was enkel toegankelijk
voor meisjes boven de 20 jaar en werd gegeven door Z.E.H. Heylen, directeur
van de Mechelse Tuinbouwschool. Hij werd geassisteerd door een “infirmiere”
die praktische les gaf over kinderverzorging.
Een twintigtal meisjes van Leest volgden de lessenreeks.
1955 – 23 april : De secretaris beschoten. (zie ook 2/2/1955)
“Zaterdag 23 april stond heel Leest in rep en roer, toen het nieuws verteld werd
dat de Osseboer geschoten had op de secretaris.
Ge hebt allemaal de geschiedenis tot in de kleinste details gelezen in onze
dagbladen. Daarom is verder commentaar overbodig.” (DB,nr.3,1955)
1955 – “Op zondag 24 april hield de Parochiale Vrouwenbond haar algemene
vergadering. Er waren een 110 leden aanwezig.
Er werd gesproken door de heer Van den Broeck, die handelde over “gezonde
melkwinning” op de hoeve.
Verder werd de “Lourdesreis” verloot. Het lot viel op de weduwe Van Den
Heuvel die op haar oude dag de vrouwenbond van Leest mag gaan
vertegenwoordigen in dat genadeoord van O.L.Vrouw.
1955 – 22 april : Hulp voor de Spekpater.
“Op vrijdag 22 april 1955 vertrokken een 29-tal B.J.B.-ers uit onze provincie
naar Duitsland, om ginds de spekpater te helpen met de bouw van kerken en
woningen voor de vluchtelingen.
Fons De Smet en Juul Van Linden hebben deelgenomen aan dit heerlijke
apostolaatswerk, en hebben veertien dagen doorgebracht in Oldenburg,
Noord-Duitsland.”
(De Band, mei 1955)
De Spekpater
Filip Van Straaten werd in 1913 geboren te Mijdrecht (bij Utrecht) en trad in 1934 in bij de Norbertijnen in het Vlaamse Tongerlo. In het klooster kreeg hij een nieuwe voornaam, waar hij trots op was : WERENFRIED, vechter voor vrede.
De Norbertijner priester, die vanwege zijn slechte gezondheid geen missionaris kon worden , begon zijn hulpacties in 1947 toen West-Europa werd overstroomd door honderdduizenden vluchtelingen uit het Oostblok. In eerste instantie was zijn hulp bedoeld voor de nood in het naoorlogse Duitsland, later ook voor Oost-Europa. Zijn start was een artikel dat hij in het abdijblad schreef met als titel ‘En er was voor hen geen plaats in de herberg’. Hij waarschuwde dat de Westerse geallieerden onbedoeld Sovjet-dictator Stalin hielpen door de Duitsers aan hun lot over te laten.
Angst voor een communistische revolutie in Duitsland, Frankrijk en Italië vormde de achtergrond van zijn bezorgdheid over het lot van de Duitsers. Na een reis door dat land begon hij in Vl aanderen een inzamelactie, waarbij hij zo kort na de oorlog heel wat weerstanden moest overwinnen. De Vlaamse boeren hadden geen geld, maar Van Straaten wist iets beters, ze hadden wel spek. En de Duitsers hadden honger.
Zelf beschouwde hij de naam ‘spekpater’ als een geuzennaam. Er werden duizenden kilo’s spek in pastorieën verzameld, in de abdij van Tongerlo verpakt en door zogenaamde ‘rugzakpaters’ naar Duitsland gebracht.
Van Straaten zamelde verder kleding in voor de ontheemden. Al snel bleek dat de geestelijke nood onder de vluchtelingen veel groter was dan hun materiële problemen. Vanaf dan richtte de hulp zich op de ondersteuning van de pastorale activiteiten onder de vluchtelingen.
Op verzoek van paus Johannes XXIII begon Kerk in Nood in 1962 met hulpactiviteiten in Latijns-Amerika. In 1993 werd de anti-communist Van Straaten opgenomen in de Europese Ere-Senaat. De beweging voor de Verenigde Naties van Europa onderscheidde hem voor zijn ‘grenzeloze en grensoverschrijdende naastenliefde’.
De Duitse kardinaal Ratzinger (de latere paus) noemde hem ‘één van de belangrijkste katholieke hulpverleners in de wereld’.















































