

Stampen en Dagen.
1980 – Vrijdag 7 maart : Muzikale avond van Vevoc
Na het succes van vorig jaar met Jef Elbert opteerde het Vevoc-bestuur voor een vervolg. Ditmaal werd de populaire groep “Stampen en Dagen” naar Leest gehaald.
Met het liedje ‘Marie-Claire’ werd deze Vlaamse groep laureaat van de ‘Ontdek de Sterwedstrijd’ in 1975 wat meteen hun grote doorbraak betekende.
Hun programma bestond uit Vlaamse skiffle en countrymuziek die op een humoristische manier werd gebracht en de leden bespeelden diverse instrumenten zoals viool, piano, mandoline, gitaar en wasbord.
1980 – Zondag 9 maart : Pensenkermis
Georganiseerd door de Chiro.
Vanaf 14 uur kon iedereen terecht in het groot chirolokaal en vanaf 18 uur
was er een “Volksdansinstuif” met gratis inkom. (folder chiro)
1980 – 14 (en ook 21) maart : Vevoc Ping-Pong tornooi
Indien er ditmaal minder deelnemers waren dat bij de vorige uitgave, dan had dit toch geen invloed op het sportieve vlak. Het spelpeil lag voor de meesten op een zeer behoorlijk niveau.
Naargelang de geboekte uitslagen van de eerste avond, werden de deelnemers ingedeeld in twee categorieën.
Winnaar in de hoogste reeks werd Marcel De Maeyer uit Kapelle-op-den-Bos die in een spannende finale Erwin Vloebergh versloeg. Dirk De Keyser eindigde derde.
In de tweede reeks werd Hans De Laet winnaar. (DB,april 1980)
1980 – Maandag 17 maart : Lezing door Herman Candries
op uitnodiging van het Davidsfonds Leest over “België, de Navo en de
Oost-Westverhoudingen”.
Zeer actueel omdat de Sovjets Afghanistan waren binnengevallen en Jimmy
Carter met harde tegenmaatregelen dreigde.
Ging door in “Ons Parochiehuis” om 20u15. (folder).
“Zoals men wel verwacht had van iemand als Herman Candries, werd het een zeer interessante avond. Het Davidsfonds zorgde weer eens voor ‘iets van niveau’. Spijtig was het dan ook dat slechts een handvol mensen aanwezig waren. Voor belangstellende afwezigen volgt hier een samenvatting.
In het eerste deel van de avond legde spreker uit hoe men met een regel van drie de oorzaak van een crisis of een oorlog kan verklaren. Een bepaald land wordt bedreigd door een aanvaller als het ofwel :
-waardevolle grondstoffen heeft (olie, goud, titanium, koper, enz.)
-een afzetmarkt kan betekenen
-een strategische ligging bezit.
Met deze regel werden dan de belangrijkste crisishaarden van dichtbij bekeken :
-Zuid-Oost Azië (Korea – Vietnam – Laos – Cambodja)
-Midden-Oosten (Egypte – Israel – Suez-zone)
-Zuid-Afrika
-Midden-Amerika (Panama).
Daarna werd uitgelegd hoe men na de tweede wereldoorlog evolueerde van de ‘polemologie’ (oorlogsleer) naar de huidige ‘vredesleer’.
Na de tweede wereldoorlog, gedurende de koude oorlog, zaten we veilig onder de Amerikaanse atoomparaplu. Wat later hadden de Sovjets ook hun kernbom. P.H. Spaak riep toen in de Uno uit : ‘Nous avons peur !’ Zo kwam men dan in de Nato tot de theorie van ‘flexible response’ het terugslagen op hetzelfde niveau als de aanval en afdreigen met erger. Voor het ogenblik rekent de Nato op dodelijke terugslag om de vrede te bewaren, d.w.z. de Sovjets laten weten dat ook, al zouden zij erin lukken het westen volledig plat te bombarderen met kernwapens, dat ook dan de Nato nog dodelijk kan terugslaan. Die wetenschap zal een aanvaller wel even doen nadenken vooraleer de trekker over te halen.
Herman
Candries legde verder uit dat wat 20, 30 jaar geleden nog onmogelijk was, nu
mogelijk is dank zij de Nato, bv. bondgenootschap tussen historische
aartsvijanden als Frankrijk en Duitsland, vreedzaam regelen van
het Griekenland-Turkije-conflict.
Hij waarschuwde voor de mentaliteit van ‘ban de kernbom’. Het zou weer snel een
conventionele oorlog kunnen betekenen en die zou ook wreed zijn (Dresden was
veel erger dan Hiroshima).
Na de voordracht werden in het tweede deel van de avond verschillende vragen beantwoord.
Uiteraard kunnen we slechts gebrekkig weergeven wat er te leren viel. De spreker was niet alleen zeer boeiend, maar heeft ook enkele markante, zinvolle uitspraken gedaan, waarvan we er nog een enkel onthouden hebben en graag aan onze lezers ter overweging geven :
-tegenwoordig telt enkele nog de materie, het aantal, het becijferbare. De kwaliteit, het geestelijke, het onbecijferbare wordt niet meer gewaardeerd. Zo krijgen opvoeders, leraars, priesters, officieren, enz. niet meer het respect dat ze verdienen.
-kernwapens zijn ‘onbruikbaar’, maar ook ‘onmisbaar’.
-de niet-naleving door de Sovjets van de Helsinki-akkoorden (vrije circulatie van informatie, personen en goederen) is de grootste ramp sinds de tweede wereldoorlog.
-een volk dat zich niet verdedigt heeft alle zelfrespect verloren.
-over gewetensbezwaarden : velen hebben nu hun geweten ondekt om het te kunnen ‘bezwaren’.
-het is een misdaad om geschiedenis van de lessenrooster te schrappen, het zou onze jeugd figuurlijk blind maken.
-een groot gedeelte van de jeugd heeft alle fierheid verloren. Men heeft hen niet meer geleerd zich in te spannen om iets te worden, iets te bereiken, fier te zijn over wat bereikt werd. De schuldigen van deze toestand zijn niet alleen de ouders maar ook zekere leraars, politici en zelfs bepaalde priesters.”
(DB, maart 1980)




































