Aanvulling
1940 – Aanvulling na Boonen Juul, de oorlogservaringen van Eduard Coeckelbergh genoteerd door zijn zoon Jos Coeckelbergh
Leestenaars en de Tweede Wereldoorlog
Enkele Leestenaars hebben hun oorlogservaringen, soms uitvoerig, soms beknopt, neergeschreven of doorverteld. Van anderen hebben we enkele noemenswaardige, niet exact gedateerde, weetjes opgevangen. Vooraleer de chronologie van 1940 aan te vatten komen hierna hun ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog aan beurt.
Achtereenvolgens komen aan bod :
-Beullens Pieter Jozef “Jef”, de pachter van het Hof ten Broecke.
-Boonen Florent, melkhandelaar.
-Boonen Juul, diens broer, uit de Kouter.
-Coeckelbergh Eduard, zie hierna.
-De Bruyn “Bruinke” Frans.
-De Laet Georges uit de Scheerstraat.
-De Prins Ferdinand “Nante den beenhouwer”.
-Fierens Jan uit de Winkelstraat.
-Huysmans Jacob Albert “Bert” (“Anselms Jedrie”).
-Lauwens Hendrik “Rik” uit de Kouter.
-Polspoel Frans uit de Vinkstraat.
-Selleslagh Raphäelle “Raf” (°13/1/1933) uit de Dorpstraat.
-Strykowski Jacques uit de Larestraat.
-Teughels Frans “Susse”, van de gelijknamige schrijnwerkerij uit het dorp.
-Van den Broeck Constant, “Stanne” de eeuweling uit de Scheerstraat. (Hof ten Moortele)
-Van Hoof Victor, de laatste “garde” van het autonome Leest.
-Veiller Georges “Jos”, de waard van café “De Zwaan” (Later “Vivelamour”).
-Verbruggen Willy van de Warande.
Jos Coeckelbergh :
De Levenslijn en geschiedenis van Eduard Coeckelbergh in 40-45
Dankzij het Algemeen Rijksarchief, Dienst Archief Oorlogsslachtoffers en het Algemeen Rijksarchief 2 in Brussel, heb ik de tijdslijn grotendeels kunnen samenstellen van hoe en wanneer onze vader de oorlogsjaren heeft meegemaakt.
Hij heeft over die periode tegen mij of mijn zus nooit iets verteld, hoewel die traumatische gebeurtenissen hem regelmatig nachtmerries hebben bezorgd voor de rest van zijn leven.
Onze vader is geboren op 27 februari 1921 in de Winkelstraat te Leest, als tweede zoon van Frans Coeckelbergh en Sofia Solie. Mijn grootvader Frans was toen nog geen 3 jaar met onbepaald verlof teruggekeerd uit WOI.
(De ervaringen van Frans zijn terug te vinden in deze Kronieken van juli 1956)
Als 15-jarige is Eduard beginnen werken op 10 augustus 1936 in Vilvoorde bij de firma Les Fonderies J.B. Andriessens als ébarbeur (ontbramer).
Als jonge gast leerde hij ons moeder, Melanie Daelemans, beter kennen die ook in de Winkelstraat woonde.
Als 19-jarige werd hij in 1940, kort vóór de Duitse inval, als jongste van Leest opgeroepen bij het Belgische leger en als soldaat milicien met het stamboeknummer 149/1705 kwam hij terecht bij het 5de Linie-Regiment, 13de Compagnie.
Van 10 mei tot 28 mei 1940 heeft hij deelgenomen aan de Achttiendaagse Veldtocht.
Na de capitulatie van het Belgische leger is hij op 9 juni naar huis mogen gaan en is dan 2 weken later begonnen met werken in de Caoutchouc-Regupéré fabriek S.A., Geerdegemvaart te Mechelen tot juni 1941. Daarna is hij weer voor zijn eerste werkgever Fonderies Andriessens in Vilvoorde gaan werken.
Op 18 oktober 1942 is hij opgeroepen door de Werbestelle (wervingskantoor) om zich aan te melden om verplicht te gaan werken in Duitsland, op 29 oktober is hij per trein ‘weggevoerd’ vanuit het Noordstation in Brussel naar Maagdenburg om te werken bij de firma R. Wolf als Bohrer. Zijn adres was daar: Gemeinschaftslage, Feldstrasse 9-I3 Buckau-Maagdeburg B-Mittel. Dit waren barakken in de buurt van de fabriek.
Zijn loon was 0,75 RM (ReichsMark) per uur. Voor huisvesting en onderhoud werd er gemiddeld 16,10 RM per week van zijn loon afgetrokken. Hij heeft daar gewerkt in een 60-uren regime (6 dagen van 10 werkuren).
In 1943 is hij 2 weken op verlof kunnen komen naar de Winkelstraat in Leest.
De laatste oorlogsmaanden werd Maagdenburg omwille van de oorlogsindustrie heel zwaar gebombardeerd. Vooral het bombardement op 16 januari 1945 richtte grote verwoestingen aan en kostte veel inwoners van Maagdenburg het leven. De arbeiders moesten dan als een levend schild telkens blijven doorwerken.
Ik heb van mijn moeder gehoord dat hij zo tweemaal veel geluk heeft gehad, de laatste keer was tijdens de laatste weken voor de bevrijding en heeft hij zich tijdens zo’n bombardement kunnen redden door zichzelf onder een ijzeren trap, die gekneld zat tussen de vernielde muren, te werpen bij enkele voltreffers op en in de werkhal.
Maagdeburg kende meer dan 620 luchtalarmen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Na de bevrijding van de fabrieksterreinen door de geallieerden op 18 april 1945, is hij op 4 mei 1945 voorgoed thuisgekomen in Leest, hij had toen 125 RM op zak (= duizend Belgische frank; ongeveer € 25 in huidige koopkracht).
Vele andere arbeiders keerden terug met veel schulden, gelukkig was hij een plantrekker, hij bespaarde onder andere op eten door dikwijls zelf soep te maken.
Hij heeft aanspraak kunnen maken op het statuut der weggevoerden en op een tegemoetkoming van de Belgische staat.
In 1949 zijn mijn ouders getrouwd, ingetrokken in de Molenstraat nr 2 bij nonkel Staan (Constantinus Diddens) en tant Wis (Aloïsia Vloeberghen).
Mijn zus Maria is geboren in 1951, ikzelf 10 jaar later in 1961.
Voor zover wij weten heeft onze vader na de oorlog in totaal een 10-tal werkgevers gekend, waaronder Mculloch, Inofer en Pauwels Trafo waar hij als 60-jarige in 1981 met brugpensioen is gegaan.
In 1997 zijn onze ouders op 10 weken tijd beiden overleden.
Eduard was te Leest geboren op 27 februari 1921 en hij overleed te Mechelen op 20 september 1997. Zijn echtgenote Melanie Daelemans was eveneens te Leest geboren op 3 december 1922 en ze overleed te Mechelen op 29 november 1997.
Vervolgt
Foto’s :
-Jos Coeckelbergh en zijn zus Maria.
-Hun vader Eduard Coeckelbergh.
-Hun moeder Melanie Daelemans.




















































































