Uitgerekend op 29 april 2010, een voor het federaal parlement historische dag, trokken we met een volle bus naar Halle en het Hallerbos.
Halle gelegen op 15 kilometer ten zuiden van Brussel, isontstaan bij een oversteekplaats van de Zenne en kwamtot bloei in de 14de eeuw. Halle en omgeving vormen het prachtige decor voor de afleveringen van politieman Witse op de VRT.
Het naderen van de taalgrens ging gepaard met het nodige fileleed maar onze ervaren chauffeur slaagde er toch in om ons in de nabijheid van de markt af te zetten omstreeks 9.15 uur .
In “La Dragée” een stemmige tearoom, gelegen aan de Basiliekstraat, genoten we van een van de eerste heerlijkheden van het Pajottenland nl. koffie en croissant.
Vervolgens werden we in twee groepen verdeeld en brachten we o.l.v. gidsen een bezoek aan de Sint-Martinusbasiliek en de omgeving van de markt. Onze gids heette “Ward”, hield van droge humor en was bondig en gevat. De andere, van horen zeggen, was een bekwame en enthousiaste dame die het uitweiden niet kon laten.. Gevolg : “ groep kwartier te loat on toafel”
Van onze “Ward” vernamen we dat de Brabantse hooggotieke kerk, die de trots is van de stad, in 1946 tot Basiliek werd verheven. Ze is bovendien een aantrekkingspool voor Mariavereerders. Dit door de aanwezigheid van een Onze-Lieve-Vrouw met kind, de “Zwarte Madonna”. Aan dit beeld wordt een bovennatuurlijke kracht toegemeten o.a. bij vruchtbaarheidsproblemen van koppels.Om die reden schonk Prinses Mathilde trouwens haar bruidsboeket.
Bij de ingang maakten we kennis met de kanonkogels die Maria in haar mantel kon opvangen toen Halle werd belegerd door Brusselse legers. Het kruit van die kogels zou verantwoordelijk zijn voor haar zwarte uiterlijk. Critici beweren nochtans dat dit zwarte aanzien zou veroorzaakt zijn door het uitslaande zilver in het beeld. In de kerk nog enkele uitzonderlijke kunstwerken, groot en klein, w.o. de monumentale koperen doopvont van 1466, een albasten altaarretabel van 1533 en het grafbeeld van het zoontje van Lodewijk XI , Joachim .
De rijke kerkschatten staan te kijk in de crypte. In de betegelde vloer een opening met daarin de overblijfselen van een boomstronk, voorloper van de Mariakapel en later van de basiliek.
De basiliek is lang niet het enige fraaie gebouw in Halle. Ook het oude stadhuis en het Oud-Jezuïeten-college zijn architecturaal meer dan de moeite waard.
Op de Grote Markt prijkt het standbeeld van Adrien François Servais uit 1871, een beroemd componist en vooral virtuoos cellist uit Halle in de 19de eeuw .
Op de Beestenmarkt vinden we het beeldje van de "Vaantjesboer" . Omwille van de vele processies deed elke Hallenaar in religieuze rekwisieten en vaantjes vandaar de bijnaam.
Via de ruïnes van de stukgeschoten omwallingen banen we omstreeks het middaguur een weg naar het restaurant “De Mouterij” . Op het menu: dagverse soep - kalkoenrollade met champignonsaus, slaatje en kroketten of gevulde scholfilet met bieslookpuree en holandaisesaus en taart met koffie :
“’t es allemoe eive smoaklek”. Om als drank nog tenvolle te kunnen genieten van de wilde gisten uit de omgevingslucht van de Zenne behoorden de Geuze en de Kriek Boone tot de uitverkorenen.
Vervolgens brengt de autobus ons naar het Hallerbos. Het stralende weer maakt van deze wandeling in het glooiende landschap tussen de vele boomsoorten en de duizenden boshyacinten die als een dik tapijt de bodem bedekken, een unieke belevenis.
Dank zij de milde gave van onze penningmeester werden we ”in’t Kriekske”, een gezellige taverne in het bos, vergast op een “traktoasche”. Santé !
En deze dag, een hoogdag, waarop in de Kamer amper iets gebeurde, waarbij BHV niet werd gestemd , waar de Franstaligen de alarmbelprocedure op gang brachten, op die dag hebben wij als KVE’ers 50+ genoten en tot mekaar gezegd “’t was goe geweest,’t kon nie beter, nog van da!”.
Francois Vaesen
















