Naar de inhoud

Leer en Gedragsproblemen

Leer en Gedragsproblemen
akke.beakke.be
Leer en Gedragsproblemen. ADHD, ADD, PDD-Nos, Autisme, ASS, Asperger, ODD-CD, NLD, Borderline, Hechtingsstoornis/probleem, Hoogbegaafd, Faalangst.

Archief

Niet schoolrijp: jaar overzitten of niet?

Niet schoolrijp: jaar overzitten of niet? 

Mijn kleindochter (8) zit in het derde leerjaar, maar we voelen dat ze het niet aankan. Na onderzoek door CLB blijkt dat ze verstandelijk niets mankeert, maar dat ze niet schoolrijp was toen ze begon aan het eerste leerjaar. De begeleiders stellen voor dat ze een jaar overzit, maar mijn schoondochter wil dat niet aanvaarden. Mag en kan ik nog iets doen?

Het is een heel pijnlijke ervaring voor kinderen om dagelijks in een klas te voelen niet mee te kunnen
Een jaar overdoen, het blijft moeilijk om daar een algemeen standpunt over in te nemen. Voor de ene levert het op lange termijn niet veel op en schakelt het kind beter over naar een ander onderwijstype. Volgens de andere is het wél zinvol. Zoals in de culinaire wereld slow food nu de trend is, zou ik het slow school noemen, kinderen die wat langzamer door het onderwijs gaan en daardoor een goed evenwicht zullen vinden.

Feit is dat zittenblijven vaak voorkomt. Tegen het eerste jaar van het gewoon secundair onderwijs heeft al meer dan één op de vijf leerlingen vertraging opgelopen, en dat loopt op tot bijna 38 procent in het zesde jaar. Achter de cijfers zitten natuurlijk uiteenlopende verhalen. Het kan gaan om spijbelaars, zieke kinderen, jongeren die in de loop van het jaar beseffen dat ze niet de beste keuze gemaakt hebben en van richting veranderen, en de echte zittenblijvers.

Je schoondochter wil niet dat haar kind dit jaar overdoet. Iedere ouder kan haar ontgoocheling begrijpen. Je wilt het beste voor je kind en dus wil je dat ze zo veel mogelijk kan meedoen met de grote groep. Het is natuurlijk belangrijk niet lichtzinnig te beslissen over zittenblijven. Het heeft alleen zin als we zeker zijn dat mama niet te veel van het kind verwacht. Ouders denken wel eens dat een kind beter zou kunnen doen als het wat harder zou werken. Of ze zijn bang dat hun kind in een bisjaar een gemakkelijk leventje zal hebben en het resultaat nog slechter wordt. Maar als uit het overleg met het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) en de leerkrachten blijkt dat zittenblijven echt hun advies is, is het niet verstandig als ouder je eigen zin te doen.

Het is een heel pijnlijke ervaring voor kinderen om dagelijks in een klas te voelen niet mee te kunnen. Als jong kind heb je geen keuze, je gaat braaf naar school zoals de grote mensen voor je beslist hebben. Maar in dat hoofdje groeit onzekerheid, de overtuiging niet te kunnen wat andere kinderen kunnen. De prijs wordt vaak betaald in de puberteit, waar een jongere veel actiever de studie kan boycotten. Er zijn te veel jongeren met schooluitval omdat ze te lang niet mochten studeren op hun niveau of doen wat hun echt boeide.

Ouders en kinderen die het moeilijk hebben met zittenblijven, probeert men te troosten door te zeggen dat één jaar in een heel leven niet veel betekent. En dat het belangrijk is dat het kind zich goed voelt in zijn vel en dus beter groeit op eigen tempo. Er is nog een argument waar we te weinig bij stilstaan: ieder kind heeft talenten. Als die samenvallen met schoolse vaardigheden, zitten die mooi in beeld. Alle ooms en tantes weten dat je dochter het goed doet op school, en ze wordt er vaak om geprezen. Maar vele andere talenten hebben een extra schijnwerper nodig. Als het talent van je zoon humor is of voetbal, en niet veel van al die andere vakken, dan is hij heel afhankelijk van de aandacht die ouders daaraan geven. Met het woord schoolrijpheid bedoelen we niet alleen lezen, schrijven en rekenen. Als ze straks volwassen zijn, zullen ze het héle levenspakket nodig hebben: handigheid, omgaan met gevoelens, vlot praten... Met slow school geef je deze kinderen de tijd om geleidelijk dezelfde eindstreep te halen als de anderen.

Ieder kind heeft steun nodig van ouders en school. Als je kleindochter een jaar overzit, heeft ze ouders nodig die achter haar staan. Want stimuleren gebeurt niet alleen in de klas maar ook thuis. Hoe doe je dat? Marc Litière schreef een boek over dit onderwerp, hij geeft het advies een kind de hele dag op een positieve manier te ambeteren , wat ik leuk gezegd vind. Steun dus je schoondochter in haar zoektocht naar de beste beslissing voor haar kind, laat haar eens lezen over dit onderwerp op de website van Klasse (www.klasse.be) en vraag het CLB jullie wegwijs te maken.

BOEKENTIP 'Juf, mag ik overvaren?', Marc Litière, Uitgeverij Lannoo, 256 blz., 19,95 euro

In 'De Opvoedingsdokter' gaat de bekende kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens wekelijks in op een lezersvraag over opvoeden. Peter Adriaenssens is de auteur van verscheidene klassiekers over het opvoeden van kinderen.

http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=G4D2ABL9C&kanaalid=1225
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Webmaster om 13:33 Reageer op dit bericht

Levenslang met jeugdzorg

Levenslang met jeugdzorg
door Anne Boer anneboer@destentor.nl. zaterdag 20 maart 2010 | 12:31 | Laatst bijgewerkt op: zaterdag 20 maart 2010 | 12:50

Leen van der Hoek, op 5-jarige leeftijd uit huis geplaatst. Zag zijn ouders en zusje nooit meer terug. "Voor mij is het 63 jaar geleden, maar wat zijn we eigenlijk opgeschoten?"


Een leven lang in de ban van jeugdzorg. Rond de tafel zitten drie mensen. Ze hebben hun eigen verhalen. Maar dat ene ding gemeen. Jeugdzorg is de rode draad in hun leven. Bart en Evelien hebben een zorgboerderij voor de opvang van onder meer kinderen en zelf drie pleegkinderen. Leen van der Hoek werd 63 jaar geleden uit huis geplaatst. Een aangrijpend verhaal over hun worstelingen.

Zie ook:
Verplaatsen slecht voor ontwikkeling kind
Kind tussen moordenaars en verkrachters

Leen van der Hoek (68) uit Lelystad staat er mee op en gaat er mee naar bed. Een leven lang jeugdzorg in z'n kop.

Nr. 151. Het nummer dat hij van de kinderbescherming kreeg nadat hij op 5-jarige leeftijd uit huis werd gehaald. Getraumatiseerd door de ellende uit zijn kinderjaren.

Hij zou er moeiteloos een boek over kunnen schrijven. Zover is hij nog niet. De eerste stap is al moeilijk genoeg en vooral emotioneel. Voor het eerst praat hij er openlijk over. Naar aanleiding van verhalen in deze krant. "Ik lees de verhalen over jeugdzorg werkelijk met tranen in de ogen. Voor mij is het 63 jaar geleden, maar wat zijn we eigenlijk opgeschoten?"

Het begin is pijnlijk. In het dorp van zijn jeugd, Maasdijk, van na de oorlog gonst het van de geruchten. Zijn vader zou NSB-er zijn, terwijl zijn moeder juist uit een verzetsfamilie kwam. Het gezin raakt verscheurd. De ouders kunnen niet meer voor de twee kinderen zorgen. Leen en z'n zusje worden uit huis gehaald. Leen gaat naar een weeshuis; z'n zusje naar een pleeggezin.

Leen ziet z'n ouders en z'n zusje nooit meer terug. De rest van de familie verdwijnt ook definitief uit beeld. Hij staat alleen op de wereld en moet zien te overleven in de mallemolen van tien pleeggezinnen, instellingen en tehuizen. Geen bezoek. Geen weekendverlof. Nooit visite op z'n verjaardag. Geen cadeautjes. Het grote niets. "Elke zondag stond ik te kijken. Komt er iemand op bezoek? Tegen beter weten in. Er kwam nooit iemand."

Hij kan pijnlijk gedetailleerd uitleggen waarom die periode hem zo heeft geraakt en ook gevormd. "In het eerste pleeggezin kreeg ik te horen dat er iets niet in orde was met mij. Maar in het gezin ging het mis. Gebeurden allerlei rare dingen. Daar ben ik door de politie weggehaald en vervolgens onderzocht in een paedalogisch instituut in Amsterdam. Pas tientallen jaren later heb ik kunnen lezen wat de conclusie was. Er mankeerde niets aan mij. Mijn gedrag was normaal. Tot de dag dat ik dat las, heeft altijd het idee in mij gewoekerd dat er iets niet met mij in orde was. Kinderbescherming heeft het me nooit verteld. Je wordt daardoor onzeker, terwijl je zeker moet zijn om overeind te blijven."

"In de tehuizen geldt het recht van de sterkste. Je gaat jezelf overstemmen om je te handhaven en belandt in een spiraal van opstandig gedrag en verzet tegen het gezag. Dan krijg je het stempel moeilijk opvoedbaar en zo beland je in een vicieuze cirkel. Je wordt hard. Ik had niets te verliezen. Straffen hielp niet. Wat moesten ze me afnemen. Het interesseerde me allemaal niets meer. Zelfs veertien dagen isoleercel niet."

Leen moet wachten tot hij achttien jaar is om eindelijk te ontsnappen aan de wereld waarin hij gevangen zit. Hij doet dat letterlijk. Hij gaat de zee op. Weg. Helemaal weg. "Ik wist niets van het leven. Niets van geld, van vrouwen van liefde. Ik had nooit heimwee. Niets om naar terug te verlangen."

De koopvaardij heeft hem gered, zegt hij terugblikkend. "Aan boord heerste discipline. En ik had voor het eerst een eigen hut, met eigen toilet en een eigen douche. Ik was de situatie met twintig jongens op een zaal gewend."

Leen werkte op de passagiervaart (Holland-Amerikalijn) en wilde vaart. Verdiende de kost als scheepstimmerman. Ging de hele wereld over. Per reis kreeg hij een beoordeling voor bekwaamheid, ijver en gedrag. "Wat was ik trots op m'n eerste beoordeling. Voor het eerst kreeg ik te horen dat ik deugde. Dat ik goed was. Dat vergeet ik nooit meer."

Terugblikken deed Leen niet meer. Hij verstopte de ellende uit zijn jeugd in hard werken, maar de pijn bleef. Als hij op 26-jarige leeftijd serieuze verkering en werk aan wal krijgt, gaat het mis. "Iedereen was aardig en lief voor me. Dat benauwde me vreselijk." Na twee maanden verbreekt hij halsoverkop de relatie en pakt z'n boeltje om terug te keren naar zee. Als snel krijgt hij spijt. Vijf dagen na vertrek vraagt hij zijn grote liefde via Radio Scheveningen ten huwelijk.

Leen van der Hoek heeft een zwaar leven achter de rug. Ellende en geluk wisselen elkaar af. Hij trouwt. Krijgt twee kinderen. Scheidt. Dat hij zijn kinderen een fijne jeugd heeft kunnen geven en dat ze dat zelf ook zeggen, is zijn grootste geschenk.


Op 57-jarige leeftijd stort zijn wereld weer in. De werkgever voor wie hij twintig jaar werkte, zet hem na een directiewisseling op straat. "Weer afgeschreven. Weer met lege handen, terwijl ik zo hard had geknokt om zover te komen. Werk had voor mij een heel andere waarde dan voor andere mensen. Ik was kapot. Ik kon het niet verwerken. Wilde niet meer leven, maar had niet de moed er zelf een einde aan te maken. Ik raakte aan de drank en belandde in een verslavingskliniek. Gelukkig hebben m'n kinderen me nooit laten vallen. Ik kreeg het advies te doen wat ik altijd had gedaan. Ga weer vechten. Doe waar je goed in bent." Dat leidde tot een rechtszaak tegen de werkgever die Leen glansrijk won.

De laatste jaren gaat het goed, maar op de achtergrond is het nooit weg. Zo kon het gebeuren dat hij in tranen uitbarstte toen hij het verhaal 'Kind tussen moordenaars en verkrachters' in deze krant las. Dat verhaal, van de 12-jarige Ricardo die uit huis werd geplaatst en in een jeugdgevangenis belandde, is ook zijn verhaal. "Wat zijn we opgeschoten in al die jaren. Er blijkt weinig veranderd, terwijl we nu toch echt beter zouden moeten weten."

De ellende blijkt bovendien nooit ver weg. Leen is kind aan huis bij Bart (55) en Evelien (54) in Lelystad. Als - op latere leeftijd - gediplomeerd goudsmid leert hij hun oudste zoon sieraden maken van edelstenen en -metalen. Bart en Evelien hebben vier kinderen (drie zonen en een dochter) en drie pleegkinderen, uit een gezin. Ze wonen met hun gezin bij een zorgboerderij, waar kinderen en volwassenen worden opgevangen. Evelien heeft de dagelijkse leiding over een heel team van medewerkers.

Hoewel instellingen voor jeugdzorg elk jaar een honderdtal kinderen op de boerderij plaatsen, kon het toch gebeuren dat Bart en Evelien keihard in conflict kwamen met jeugdzorg over een van hun pleegkinderen.

Na negen jaren dreigde het jochie van twaalf namelijk uit huis te worden gehaald. „Dat wilden we echt niet laten gebeuren. Dan zou hij van crisisopvang naar crisisopvang gaan en uiteindelijk in een tehuis belanden. We weten dat hij hulp nodig heeft. Hij heeft een hechtingsstoornis. Daarom vragen we ook al jaren om hulp, maar die kwam maar niet. Daar mag het kind toch niet de dupe van worden.”

Het verzet van het echtpaar heeft succes. Hun klachten worden gegrond verklaard, maar de relatie met jeugdzorg verbetert daar niet mee. Eind vorig jaar komt het tot een uitbarsting. Hun pleegzoon wordt toch weggehaald. „Dat was echt een drama. Iedereen in tranen. Onze pleegzoon heeft heel veel gehuild. Terwijl we net een nieuw traject hadden ingezet en het echt de goede kant op ging.”

Van 11 december tot 19 januari mag hij niet bij het pleeggezin komen. Volgens de rapporten van jeugdzorg is het kind beter af in een residentiële setting, een min of meer gesloten huis dus. Opnieuw tekent het echtpaar protest aan en opnieuw krijgen ze gelijk.

Om herhaling te voorkomen, hebben ze een eigenkrachtconferentie bedongen. Om een sterk netwerk te creëren om het kind en te voorkomen dat hij weg moet.

„We voelen ons niet meer veilig bij jeugdzorg. Ze onderzoeken niet. Ze overleggen niet, maar vinden wel heel veel. Als je leest hoe al die jaren pleegzorg en jeugdzorg bij ons opeens werden afgeschreven, gaat dat door merg en been. De hulpverlening schakelt je uit en dat gaat ten koste van het kind.”

Leen heeft het van nabij zien gebeuren. „Te veel gestudeerd, te weinig praktijk”, is zijn analyse. „En wat niemand lijkt te beseffen is dat de schade vaak onherstelbaar is. Het kind wordt bang, wantrouwend. Zeker als het van hot naar her wordt gesleept. Ik heb het allemaal meegemaakt.”

Evelien heeft daar ook de meeste moeite mee. „Onze pleegzoon heeft zeven jaar onder toezicht gestaan. Al die tijd bleef de onzekerheid. Mag ik blijven, ga ik terug naar mijn ouders, ga ik naar een ander pleeggezin. Dat vreet aan kinderen.”

Nr. 151. Leen van der Hoek komt het nummer steeds weer tegen. Hij heeft nooit op nummer 151 willen wonen. Hij is niet de enige die nog steeds rondloopt met de erfenis van jeugdzorg. Eind vorig jaar was er een reünie van een van de kindertehuizen waar hij heeft gezeten, Nieuw Voordorp in Voorschoten. „Veel mensen hebben last van traumaproblemen. En dat zou toch eens te denken moeten geven, zodat we met meer verstand en begrip in deze tijd ingrijpende maatregelen nemen die werkelijk in het belang van het kind zijn.”

Leen heeft het graf van zijn vader gevonden. Dat bezoekt hij af en toe. De tekst op de steen doet hem pijn. ‘Zijn leven was geven’. „Ik heb alleen niets van hem gehad.”

De namen van Bart en Evelien zijn op hun verzoek gefingeerd. Ze willen daarmee voorkomen dat hun pleegzoon de dupe wordt van hun frustraties over instanties.

www.destentor.nl/jeugdzorg
Link

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Webmaster om 19:20 Reageer op dit bericht

Viermaal meer kinderen slikken Ritalin

Viermaal meer kinderen slikken Rilatine

     
woensdag, 10 maart 2010 07:45

BRUSSEL - In West-Vlaanderen slikt liefst 12 à 13 procent van de jongens tussen 8 en 11 jaar medicijnen tegen ADHD. Dat is een makkelijkere oplossing dan therapie, die soms ook helpt maar duurder is.


Meer dan 26.000 jongeren krijgen in België pillen tegen ADHD omdat ze hyperactief zijn en/of gedragsstoornissen hebben. In 2004 waren ze nog maar met 6.000, zo meldde Le Soir gisteren op basis van gegevens die de federale minister van Sociale Zaken, Laurette Onkelinx (PS), verstrekte.

Er zijn grote regionale verschillen: in Vlaanderen is het gebruik bijna viermaal hoger dan in Franstalig België. West-Vlaanderen spant qua voorschrijfgedrag de kroon.

ADHD-medicijnen die bekendstaan onder de merknamen Rilatine en Concerta, en die eigenlijk amfetamines bevatten, onderdrukken de symptomen en hebben, zeker op kortere termijn, een duidelijk effect. Vermoed wordt dat ze ook als ‘leerpil' gebruikt worden door studenten tijdens hun examens. Maar er zijn ook nevenwerkingen: slapeloosheid, verminderde eetlust, soms zelfs anorexia en mogelijk depressies bij stopzetting.

In 1998 leverden Belgische apotheken 1 miljoen dagelijkse dosissen van deze medicijnen af, terwijl dit in 2008 al 7 miljoen dagelijkse dosissen betrof: een stijging met 700 procent dus. Dat staat in het verslag van de werkgroep van Leuvense professoren die zich over het toenemende gebruik van psychofarmaca heeft gebogen (DS 9 maart). Het gebruik van Rilatine is tussen 2005 en 2008 toegenomen van 1,7 naar 4,2 miljoen dagelijkse dosissen.

De Leuvense werkgroep stelt onder meer voor dat voortaan enkel specialisten, zoals kinderpsychiaters en -neurologen, nog diagnoses zouden stellen en voorschriften afleveren. Professor Marina Danckaerts, zelf jeugdpsychiater en gespecialiseerd in ADHD, nuanceert: ‘We willen vooral dat de medicijnen pas gestart worden na een consultatie bij een specialist. Zodra de diagnose gesteld is, kan een huisarts zeker helpen bij de verdere ondersteuning van de behandeling.'

Danckaerts wijst er ook op dat alle bovenstaande cijfers toch nog altijd maar 1,8 procent van de kinderen en jongeren tussen 6 en 17 jaar betreffen. ‘Terwijl ADHD bij zowat 5 procent van de bevolking voorkomt. Nee, ze moeten niet allemaal medicijnen krijgen. Eén op de drie kan evengoed geholpen worden met gedrags- en psychotherapie. Maar gezien de grote regionale verschillen kunnen we toch enkel maar concluderen dat in sommige regio's te veel kinderen pillen slikken, en in andere te weinig.'

West-Vlaanderen trekt het gemiddelde fors omhoog: liefst 12 à 13 procent van de jongens tussen 8 en 11 jaar kreeg daar Rilatine of Concerta voorgeschreven. ‘Zelfs als we weten dat jongens veel meer ADHD hebben dan meisjes, blijft dit veel. Ik noem dat zelfs Amerikaanse toestanden, waarbij de grens erg wordt opgeschoven', zegt Danckaerts.

Ze wijst op nog een ander probleem: ‘Pillen zijn goedkoper dan psychotherapie, die amper wordt terugbetaald. Dus ik begrijp dat artsen en ouders soms makkelijker naar een voorschrift grijpen. Bovendien is het niet simpel om een goede therapeut te vinden. Ten eerste omdat ze niet erkend zijn, maar ook omdat niet iedere therapeut gespecialiseerd is in de specifieke aanpak voor ADHD. Dus als de minister dat terrein zou willen ontwikkelen, zou dat zeer welkom zijn.'

Daar zou ook de vereniging Zit Stil blij mee zijn, zegt voorzitster Ria Van den Heuvel: ‘Wij hebben onze handen vol met oudertrainingen, die telkens acht sessies inhouden. Dat kost de ouders 150 euro en gezien ze met twee moeten komen, moeten ze er ook een oppas voor nemen. Ondertussen moet het kind zelf vaak ook in begeleiding, en na de oudertraining begint het nog maar: dan moet je de nieuwe aanpak – meer structuur installeren – nog waarmaken in je gezin.'

Minister Laurette Onkelinx roept morgen artsen en de ziekteverzekering rond de tafel om te bespreken wat er tegen de stijgende consumptie van psychofarmaca in het algemeen, en ADHD-medicijnen in het bijzonder, kan gebeuren.

bron: standaard.be

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Webmaster om 20:48 Reageer op dit bericht

Jeugdzorg ligt onder vuur Schriftelijke vragen van Aasted-Madsen (CDA)

Jeugdzorg ligt onder vuur Schriftelijke vragen van Aasted-Madsen (CDA)

Jeugdzorg ligt onder vuur. De parlementaire werkgroep is met een onderzoek gestart. Eindelijk komt er aandacht voor alle kinderen, die vaak onterecht uit huis zijn geplaatst. Hierover heeft Ine Aasted-Madsen onderstaande vragen gesteld. Vele ouders wachten in spanning het antwoord van de minister af. Zullen hun kinderen weer naar huis mogen?

Schriftelijk vragen van het lid Aasted-Madsen – van Stiphout(CDA) aan de minister van Jeugd en Gezin:

1. Heeft u kennisgenomen van de uitzending “Das je goed recht” van SBS6 op 31 januari 2010?

2. Naar aanleiding van deze uitzending zijn zo’n 1000 reacties binnengekomen van ouders die aangeven dat ook hun kind(eren) op basis over onjuistheden en onvolledigheden in de rapportage van BJZ en/of de Raad voor de Kinderbescherming uithuis zijn geplaatst. Wie draagt zorg voor waarheidsvinding alvorens vergaande maatregelen als een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing worden uitgesproken?

3. In de beantwoording van schriftelijke vragen over een escalatie tussen pleegouders en Bureau Jeugdzorg (2009Z24418) geeft u aan dat u niet ingaat op individuele casuïstiek, datzelfde horen we van de Inspectie Jeugdzorg. Wie houdt zich in Nederland wel bezig met individuele casuïstiek binnen de Jeugdzorg, als men het functioneren van de Jeugdzorg aan de orde wil stellen?

4. Bij welke onafhankelijke partij kunnen deze ouders terecht om een dossier tegen het licht te laten houden, eventueel aanvullende informatie te laten vergaren en opnieuw te laten beoordelen met een bindend advies?

5. Bent u bereid onafhankelijk onderzoek te laten doen naar deze individuele casuïstiek, waar ouders en kinderen mogelijk op basis van onjuistheden en onvolledigheden van elkaar gescheiden zijn?

6. Hoe gaat u voorkomen dat in de toekomst zaken als feit in rapportages worden opgenomen, zonder dat daarbij waarheidsvinding heeft plaatsgevonden?

7. Wilt u deze vragen binnen de gestelde termijn van 3 weken beantwoorden op deze website?
 
Jeugdzorg ligt onder vuur Schriftelijke vragen van Aasted-Madsen (CDA)

Jeugdzorg ligt onder vuur. De parlementaire werkgroep is met een onderzoek gestart. Eindelijk komt er aandacht voor alle kinderen, die vaak onterecht uit huis zijn geplaatst. Hierover heeft Ine Aasted-Madsen onderstaande vragen gesteld. Vele ouders wachten in spanning het antwoord van de minister af. Zullen hun kinderen weer naar huis mogen?

Schriftelijk vragen van het lid Aasted-Madsen – van Stiphout(CDA) aan de minister van Jeugd en Gezin:

1. Heeft u kennisgenomen van de uitzending “Das je goed recht” van SBS6 op 31 januari 2010?

2. Naar aanleiding van deze uitzending zijn zo’n 1000 reacties binnengekomen van ouders die aangeven dat ook hun kind(eren) op basis over onjuistheden en onvolledigheden in de rapportage van BJZ en/of de Raad voor de Kinderbescherming uithuis zijn geplaatst. Wie draagt zorg voor waarheidsvinding alvorens vergaande maatregelen als een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing worden uitgesproken?

3. In de beantwoording van schriftelijke vragen over een escalatie tussen pleegouders en Bureau Jeugdzorg (2009Z24418) geeft u aan dat u niet ingaat op individuele casuïstiek, datzelfde horen we van de Inspectie Jeugdzorg. Wie houdt zich in Nederland wel bezig met individuele casuïstiek binnen de Jeugdzorg, als men het functioneren van de Jeugdzorg aan de orde wil stellen?

4. Bij welke onafhankelijke partij kunnen deze ouders terecht om een dossier tegen het licht te laten houden, eventueel aanvullende informatie te laten vergaren en opnieuw te laten beoordelen met een bindend advies?

5. Bent u bereid onafhankelijk onderzoek te laten doen naar deze individuele casuïstiek, waar ouders en kinderen mogelijk op basis van onjuistheden en onvolledigheden van elkaar gescheiden zijn?

6. Hoe gaat u voorkomen dat in de toekomst zaken als feit in rapportages worden opgenomen, zonder dat daarbij waarheidsvinding heeft plaatsgevonden?

7. Wilt u deze vragen binnen de gestelde termijn van 3 weken beantwoorden op deze website?
 
Jeugdzorg ligt onder vuur Schriftelijke vragen van Aasted-Madsen (CDA)

Jeugdzorg ligt onder vuur. De parlementaire werkgroep is met een onderzoek gestart. Eindelijk komt er aandacht voor alle kinderen, die vaak onterecht uit huis zijn geplaatst. Hierover heeft Ine Aasted-Madsen onderstaande vragen gesteld. Vele ouders wachten in spanning het antwoord van de minister af. Zullen hun kinderen weer naar huis mogen?

Schriftelijk vragen van het lid Aasted-Madsen – van Stiphout(CDA) aan de minister van Jeugd en Gezin:

1. Heeft u kennisgenomen van de uitzending “Das je goed recht” van SBS6 op 31 januari 2010?

2. Naar aanleiding van deze uitzending zijn zo’n 1000 reacties binnengekomen van ouders die aangeven dat ook hun kind(eren) op basis over onjuistheden en onvolledigheden in de rapportage van BJZ en/of de Raad voor de Kinderbescherming uithuis zijn geplaatst. Wie draagt zorg voor waarheidsvinding alvorens vergaande maatregelen als een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing worden uitgesproken?

3. In de beantwoording van schriftelijke vragen over een escalatie tussen pleegouders en Bureau Jeugdzorg (2009Z24418) geeft u aan dat u niet ingaat op individuele casuïstiek, datzelfde horen we van de Inspectie Jeugdzorg. Wie houdt zich in Nederland wel bezig met individuele casuïstiek binnen de Jeugdzorg, als men het functioneren van de Jeugdzorg aan de orde wil stellen?

4. Bij welke onafhankelijke partij kunnen deze ouders terecht om een dossier tegen het licht te laten houden, eventueel aanvullende informatie te laten vergaren en opnieuw te laten beoordelen met een bindend advies?

5. Bent u bereid onafhankelijk onderzoek te laten doen naar deze individuele casuïstiek, waar ouders en kinderen mogelijk op basis van onjuistheden en onvolledigheden van elkaar gescheiden zijn?

6. Hoe gaat u voorkomen dat in de toekomst zaken als feit in rapportages worden opgenomen, zonder dat daarbij waarheidsvinding heeft plaatsgevonden?

7. Wilt u deze vragen binnen de gestelde termijn van 3 weken beantwoorden op deze website?
 
Jeugdzorg ligt onder vuur. De parlementaire werkgroep is met een onderzoek gestart. Eindelijk komt er aandacht voor alle kinderen, die vaak onterecht uit huis zijn geplaatst. Hierover heeft Ine Aasted-Madsen onderstaande vragen gesteld. Vele ouders wachten in spanning het antwoord van de minister af. Zullen hun kinderen weer naar huis mogen?

Schriftelijk vragen van het lid Aasted-Madsen – van Stiphout(CDA) aan de minister van Jeugd en Gezin:

1. Heeft u kennisgenomen van de uitzending “Das je goed recht” van SBS6 op 31 januari 2010?

2. Naar aanleiding van deze uitzending zijn zo’n 1000 reacties binnengekomen van ouders die aangeven dat ook hun kind(eren) op basis over onjuistheden en onvolledigheden in de rapportage van BJZ en/of de Raad voor de Kinderbescherming uithuis zijn geplaatst. Wie draagt zorg voor waarheidsvinding alvorens vergaande maatregelen als een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing worden uitgesproken?

3. In de beantwoording van schriftelijke vragen over een escalatie tussen pleegouders en Bureau Jeugdzorg (2009Z24418) geeft u aan dat u niet ingaat op individuele casuïstiek, datzelfde horen we van de Inspectie Jeugdzorg. Wie houdt zich in Nederland wel bezig met individuele casuïstiek binnen de Jeugdzorg, als men het functioneren van de Jeugdzorg aan de orde wil stellen?

4. Bij welke onafhankelijke partij kunnen deze ouders terecht om een dossier tegen het licht te laten houden, eventueel aanvullende informatie te laten vergaren en opnieuw te laten beoordelen met een bindend advies?

5. Bent u bereid onafhankelijk onderzoek te laten doen naar deze individuele casuïstiek, waar ouders en kinderen mogelijk op basis van onjuistheden en onvolledigheden van elkaar gescheiden zijn?

6. Hoe gaat u voorkomen dat in de toekomst zaken als feit in rapportages worden opgenomen, zonder dat daarbij waarheidsvinding heeft plaatsgevonden?

7. Wilt u deze vragen binnen de gestelde termijn van 3 weken beantwoorden op deze website?
Voor Nederland: zie ook www.hechtingsstoornis.com
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Webmaster om 19:11 Reageer op dit bericht

"Ik kan niet volgen"

HelpLeerproblemen 
«Onze Leendert heeft het niet gemakkelijk. Hij moet hard en lang werken om te kunnen wat zijn klasgenoten kunnen.Hij loopt altijd op de tippen van zijn tenen. In de klas is hij meestal als laatste klaar. Soms mag hij wat langer doorwerken van de leerkracht. Maar veel lost dat niet op. 's Avonds doen we niets anders dan samen oefenen. Als ik dan zie welke fouten hij vandaag in de klas maakte, begrijp ik het niet meer.'Ik ben de domste van de klas', zuchtte hij.» (Kurt, vader)

Naar schatting één kind op vijf heeft leerproblemen op school.

LEERPROBLEMEN: «Wij zijn niet dom»

  • Wat? Kinderen met leerproblemen hebben het moeilijk met schoolse vaardigheden: lezen, schrijven, rekenen, een vreemde taal leren
  • Waarom? Leerproblemen kunnen het gevolg zijn van:
    • omstandigheden: weinig aandacht thuis, onvoldoende uitleg in de klas, gezinsproblemen
    • een verkeerde werkhouding: kind leert uit het hoofd en heeft geen inzicht, steekt uren in lijntjes en kleuren maar werkt weinig oefeningen af
    • emotionele problemen: faalangst, gebrek aan zelfvertrouwen, demotivatie
    • begaafdheid: het niveau en tempo op school ligt te hoog, het kind zit in de verkeerde school of studierichting
    • leerstoornissen zoals dyslexie (hardnekkige lees- en schrijfproblemen) of dyscalculie (hardnekkige rekenproblemen). Wie leerstoornissen heeft, is niet dom of achterlijk. Hij of zij leert alleen anders.
  • Gevolgen? Kinderen die met leren geen succes ervaren, reageren vaak heel verschillend: ze gaan zich aanstellen, de clown uithangen, verliezen hun zelfvertrouwen («Ik kan niks»), worden opstandig, agressief of trekken zich terug... Leerkrachten en ouders begrijpen hen vlug verkeerd. «Ze kunnen wel maar willen niet», zeggen ze dan.

U VERMOEDT EEN PROBLEEM? Niemand is schuldig

  • Wat denkt, voelt, doet uw kind?
    • Huiswerk maken en lessen leren worden een hel. Uw kind probeert aan elke taak te ontsnappen en gaat niet graag meer naar school.
    • Het kind voelt zich schuldig omdat het niet meer voldoet aan de verwachtingen van zijn leerkrachten, ouders, grootouders.
    • Het verliest het geloof in zichzelf: «Ik kan niks».
    • Het wordt agressief, gaat zichzelf afsluiten, klaagt van buikpijn, weent voor het minste
  • Wat denkt, voelt, doet u?
    • U probeert te helpen en gaat overbeklemtonen: bent streng, moedigt extra aan, oefent samen, geeft tips.
    • U bent ongerust en angstig voor de toekomst: «Hoe moet dat aflopen?»
    • Misschien raakt u geïrriteerd en boos: op uzelf, uw partner, de andere kinderen, de leerkracht, de hele wereld.
    • U voelt zich schuldig: «Wat heb ik verkeerd gedaan?», «Ik ben niet geduldig genoeg»
    • U vergelijkt met andere kinderen van het gezin of van de klas en geraakt ontgoocheld.
    • Er komen spanningen in het gezin: elke ouder reageert soms anders op het probleem.

HOE BEKIJKT DE SCHOOL HET PROBLEEM? Al gezien?

  1. Stap naar de school. Soms aarzelen leerkrachten om ouders te contacteren of schamen ouders zich («Het komt wel goed») en gaat kostbare tijd verloren. Soms schatten de school en de ouders het kind heel verschillend in.
  2. Bespreek het probleem:
    • Het probleem is niet ernstig. Wat extra aandacht en hulp op school en een betere aanpak thuis lost al veel op.
    • Het probleem is ernstig en sleept aan. Ga samen met de leerkracht op zoek naar mogelijke oorzaken. Scheelt er wat met de werkhouding van het kind? Zijn er emotionele problemen? Is het niveau van de school of studierichting te hoog? Misschien heeft het kind één of andere leerstoornis (5 à 10% van de schoolbevolking heeft dyslexie, 2 tot 6% heeft hardnekkige rekenproblemen of dyscalculie)?

Beschuldig niemand: niet de leerkracht, niet het kind, niet uzelf

U ZOEKT HULP: Niemand kan toveren

  1. Leerkrachten zijn het best geplaatst om over leerproblemen van kinderen te praten. Op school hebben de verschillende leerkrachten van uw kind, de taakleerkracht in de basisschool, de CLB-medewerker, directeur, klasleraar ieder hun eigen deskundigheid, hun eigen inbreng. Ook ouders zijn deskundig. U kent uw kind. Probeer samen te overleggen. Heel wat scholen volgen leerlingen op een systematische wijze op met een leerlingvolgsysteem. Dat betekent dat ze kinderen met leer- of andere problemen vlug signaleren. Wat loopt er fout? En waarom? Ze stellen een diagnose vast en komen in overleg met de ouders en het kind tot een handelingsplan.
  2. Stel samen een handelingsplan op:
    • Wat kan de school doen, wie doet het en wanneer? (Extra oefeningen, hulpmiddeltjes in de klas, hulp van de taakleerkracht, bijles)
    • Wat kunnen de ouders thuis doen? (Wat kan het gezin nog aan?)
    • Welke extra hulp zoeken we buiten de school? (Het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB), logopedist, kinderarts, Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg) Overleg en samenwerking met ouders en school is ook hier nodig.
    • Wanneer zien we elkaar terug? (Hoe loopt het plan, moeten we niet bijsturen?)
  3. Zorg dat het actieplan ook duidelijk is voor uw kind. Laat hem of haar regelmatig mee beslissen. Geef uw kind het gevoel dat de situatie onder controle is.
  4. Hou de communicatie met de school open: blijf praten en blijf luisteren (wat zijn de vorderingen, hoe reageert het kind op de aanpak, hoe voelt het zich erbij, groeit zijn zelfvertrouwen?).
  5. Verwacht geen wonderen van welke behandeling dan ook. Als leerproblemen het gevolg zijn van ernstige leerstoornissen (dyslexie of dyscalculie bijvoorbeeld) kan je dat niet zomaar oplossen. Je kan het kind wel een aantal middelen aanbieden waarmee het zichzelf kan behelpen.
  6. Hou alle verslagen en attesten bij, vraag de school of het CLB een verslag te maken over de eindsituatie. Leg die ook voor als het kind naar een ander jaar of andere school gaat.

LEERPROBLEMEN BEHEERSEN UW GEZIN: 5 tips

  1. Zorg dat uw extra-hulp niet tot spanningen leidt. Word geen leerkracht, maar blijf op de eerste plaats ouder. Maak het rustig en veilig thuis. Dat komt ten goede aan alle kinderen (met of zonder leerproblemen). Zorg thuis voor evenwicht tussen ontspanning en inspanning.
  2. Leerproblemen mogen het gezin niet overheersen. Maak tijd voor het probleem, maar stel tegelijkertijd grenzen aan je beschikbaarheid.
  3. Praat met de andere gezinsleden over de leerproblemen en de gevolgen. Praat niet altijd óver het kind, maar ook mét uw kind. Geef het vertrouwen. Maak het niet wijs dat een leerprobleem zonder inspanning verdwijnt.
  4.  Zoek steun bij andere ouders van kinderen met leermoeilijkheden.
  5. Stimuleer uw kind in wat het goed kan: turnen, muziek maken, voetballen Leven is meer dan schoolleren alleen.

Leestips leermoeilijkheden

Dankzij Villa Kakelbont - Nationaal Centrum voor Jeugdliteratuur vzw - Meistraat 2 - 2000 Antwerpen - tel: 03/202.83.58 - site www.villakakelbont.be

  1. Juut / Karen Hesse, Averbode, 1999
    9+
    Juut is negen en de middelste van een gezin met vijf dochters. Ze heeft het niet gemakkelijk: haar familie heeft het niet breed, en zijzelf is dyslectisch. Toch is ze in haar element als ze bezig is met de dingen die ze kan. Een toegankelijk en prettig verhaal.
  2.  Een prijs voor de hanenpootkampioen / Anne Fine, Fontein, 1997
    10+
    In zijn nieuwe school leert Stijn Joop kennen. Joop heeft het moeilijk met taal en rekenen. Stijn verzint allerlei trucjes om Joop te helpen, maar op sommige vlakken heeft Joop helemaal geen hulp nodig, integendeel… 
  3. Slimoor / Luc van Tolhuyzen, Davidsfonds/Infodok, 1998
    10+
    Felix voelt zich een domoor, vergeleken bij zijn slimme broer Gil. Dat hij dyslectisch is en naar een speciale school moet - die hij al op voorhand verafschuwt - versterkt dat gevoel nog. Maar het loopt anders dan verwacht…
  4.  Joey slikte zijn sleutel in / Jack Gantos, Lannoo, 1999
    13+
    Joey is een hyperactieve jongen, en dat maakt het voor hem bijzonder moeilijk om zich te concentreren. Een sympathiek boek, dat begrip wekt voor wiebelkinderen. Het vervolg, Joey gaat uit de bocht, verschijnt binnenkort.

Dit is de vijfde bijdrage van De Eerste Lijn. Ongeveer één op vier kinderen heeft leerproblemen, maar eigenlijk zit elk kind wel eens met een probleem. Deze bijdrage kan u misschien helpen. Hou ze bij. Op pagina 7 vindt u een lijstje met interessante lectuur. Meer over leerproblemen kan u vinden op de internetsite van Klasse: www.klasse.be/archieven en in de bibliotheek bij het SISO-nummer 464 (Leerstoornissen). Zin in een boek? Een tip: «Als leren pijn doet» van W. Hellinckx en P. Ghesquière - Garant - 795fr.

Deze tekst kwam tot stand in samenwerking met leerlingen, ouders, leerkrachten, het CLB en andere specialisten.

http://www.klasse.be/ouders/help/43

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Webmaster om 19:33 Reageer op dit bericht

2e Themabijeenkomst over: De vroege hechting van baby's

LANDELIJKE Themabijeenkomst

 

Woensdag 25 november 2009

 

In de Martuskerk aan de Copernicusstraat 18 te Amersfoort.

 

 Drs. R. Verdult zal spreken over:

 

De vroege hechting van baby’s

 

Drs. R. Verdult is Psycholoog - Psychotherapeut en Babypsychotherapeut

 

Inleiding

 

In de klassieke hechtingstheorie wordt het begin van hechting gesitueerd in het vierde kwartaal van het eerste levensjaar. Er zijn echter steeds meer wetenschappelijke en klinische bevindingen die aantonen dat hechting veel vroeger begint, en wel vóór en tijdens de geboorte. Blauwdrukken voor latere hechtingspatronen worden tijdens het prenatale leven reeds gevormd. Het hechtingsgedrag dat zichtbaar wordt vanaf de bekende eenkennigheidsfase  heeft daarom een intense  voorgeschiedenis.  Onmiddellijk na de geboorte vertoont een baby  hechtingsgedrag;  hij verlangt naar het herstel van lichamelijk affectief contact  en hij is in staat signalen te geven om dit te bewerkstelligen.  De basis voor dit vroege hechtingsgedrag wordt gelegd in de prenatale relatie tot het lichaam en de psyche van de vrouw die hem  negen maanden gedragen heeft en met wie hij negen maanden in symbiose heeft samengeleefd . Het hechtingspatroon van de baby is herkenbaar aan zijn signalen, zoals hyper- of hypo arousal. Deze ‘arousal’-patronen, die samenhangen met de klassieke hechtingspatronen, kunnen in verband gebracht worden met de reacties van de baby op prenatale stress.

 

In zijn praktijk van babypsychotherapie werkt Drs. R. Verdult met baby’s waarbij deze vroege hechting verstoord is geraakt tijdens de zwangerschap of tijdens de geboorte. Het is een vorm van lichaamsgerichte psychotherapie waarin de baby de kans krijgt om zijn ‘verhaal’ te vertellen. Zijn lichaam is een groot expressief instrument waarmee hij uitdrukking kan geven aan zijn emotionele belastingen. De behandeling bestaat uit het herbeleven van de zwangerschap en van de geboorte.

 

In deze voordracht komen aan bod: de geschiedenis van vroege hechting, de hechtingssignalen van baby’s, verstoringen van hechting tijdens de zwangerschap door prenatale stress en tijdens de geboorte door medische interventies, babypsychotherapie als vorm van traumatherapie.

 

Drs. R. Verdult  (°1953) studeerde ontwikkelingspsychologie aan de universiteit van Groningen. Hij volgde een opleiding cliëntgerichte psychotherapie. In begin negentiger jaren raakte hij geïnteresseerd in prenatale psychologie en met name de vroege hechtingsrelaties van foetussen en baby’s. In Zwitserland  volgde hij  een opleiding tot prenatale psychotherapeut voor volwassenen en baby’s bij William Emerson en Karlton Terry. Hij werkt samen met zijn partner Gaby Stroecken in zijn eigen psychotherapiepraktijk met volwassenen en baby’s van 1- 18 maanden. Hij is lid van de adviesraad van de ISPPM (International Society of Prenatal en perinatal Psychology and Medicine).

 

PROGRAMMA

 

18.30-19.15 uur           Ontvangst met koffie/thee

 

19.15 uur                    Welkomstwoord

door de heer G. van der Weide, voorzitter van De Knoop

 

19.30 uur                      Inleiding door Drs. R. Verdult  

‘De vroege hechting van baby’s’

 

20.30 uur                      Pauze

Gelegenheid tot het opstellen van vragen en bezoek aan de informatiestand van ‘De Knoop’

 

21.00 uur                      Beantwoorden van de vragen en mondelinge gedachtenwisseling

 

ca. 22.00 uur                 Afsluiting

door de heer G. van der Weide.

 

 

Aanmelden

 

U kunt zich tot vrijdag 20 november 2009 aanmelden door middel van het (bijgevoegde) inschrijfformulier.

 

De toewijzing van aanmeldingen vindt plaats op volgorde van binnenkomst. Na ontvangst van zowel de betaling als het inschrijfformulier voor vrijdag 20 november 2009 ontvangt u uiterlijk maandag 23 november 2009 per email een bevestiging van inschrijving en tevens uw toegangskaart(en).

 

Toegangsprijs

 

De entree bedraagt € 12,50, inclusief koffie of thee.   

Voor de leden van De Knoop is de toegang gratis.

 

Locatieadres

 

De landelijke thema-avond wordt gehouden in de: Martuskerk aan de Copernicusstraat 18 te Amersfoort. 

 

Informatiestand

 

De informatiestand van De Knoop waar brochures, lezingen en boeken te koop zijn tijdens de bijeenkomst.

 

Routebeschrijving en parkeren

 

Voor een route beschrijving kunt u ook terecht op: http://www.routenet.nl/

Op de Leusderweg kunt u vrij parkeren bij de winkels. Ook is er parkeerruimte op het Juliana van Stolbergterrein,

 

Openbaar vervoer

 

Voor informatie over vertrek en aankomsttijden van het openbaar vervoer kunt u terecht op: http://www.9292ov.nl

 

Wij hopen u op 25 november 2009 te mogen begroeten.

 

Houdt U er wel rekening mee dat wij stipt op tijd beginnen.

 

Wilt u zo vriendelijk zijn deze uitnodiging en het inschrijfformulier te verspreiden binnen uw organisatie.

 

De uitnodiging en het inschrijfformulier kunt u ook vinden op de website: http://www.deknoop.org

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Webmaster om 15:25 Reageer op dit bericht

Campus voor probleemjeugd in Amsterdam-West

2009
Jeugdzorginstellingen Spirit en Altra en de Esprit Scholengemeenschap maken plannen voor een campus voor probleemjongeren in Amsterdam-West. De campus moet vijftig ontspoorde jongeren van 12 tot 15 jaar twaalf uur per dag onderwijs, zorg en vrijetijdsbesteding bieden. De doelgroep bestaat uit jongens en meisjes die veel spijbelen, leerachterstanden hebben en soms ook crimineel zijn. Ze kunnen zowel door de rechter naar de campus worden gestuurd als vrijwillig deelnemen voor een periode van een half tot maximaal drie jaar.
De eerste drie maanden zijn de jongeren twaalf uur per dag op de campus, later kunnen ze wel buiten de deur op school gaan. Het project kost 45 duizend euro per jongere. Het project is alleen haalbaar als het rijk mee betaalt. Minister André Rouvoet voor Jeugd en Gezin beslist daar waarschijnlijk volgende maand over.
Bron: Het Parool, 18 april 2009

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Webmaster om 21:26 Reageer op dit bericht

Centra voor kinderen met leer-, taal- en gedragsstoornissen: meer wetenschappelijke studies nodig

Revalidatiecentra en kinderen met taal-, spraak- en gedragsstoornissen

Centra voor kinderen met leer-, taal- en gedragsstoornissen: meer wetenschappelijke studies nodig

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) onderzocht enkele belangrijke aspecten van de werking van de NOK/PSY revalidatiecentra. De studie werd uitgevoerd in samenwerking met de universiteiten van Gent en Antwerpen en de Federatie van Centra voor Ambulante Revalidatie, die de voornaamste gegevens aanreikten. De NOK/PSY centra staan in voor de ambulante diagnose en behandeling van kinderen met oa. mentale handicaps, spraak- en taalstoornissen, aandachts- en concentratiestoornissen (AD(H)D) en autismespectrum- en leerstoornissen (bvb dyslexie). Er bestaat momenteel onvoldoende wetenschappelijk bewijs voor de werkzaamheid van de beschikbare behandelingen, noch over de setting waarin deze het best worden gegeven (bv. multidisciplinair zoals in de centra of monodiscplinair zoals door bepaalde therapeuten). Er zijn ook te weinig gegevens over de behaalde behandelingsresultaten beschikbaar.

Lees verder in het persbericht van 7 januari 2009 of in het volledige rapport via de website van het KCE.

http://www.vwvj.be/index.php?page=135&PHPSESSID=015a63865f350b7b45918c3549ec24ed

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Webmaster om 15:33 Reageer op dit bericht

Kinderen met autisme of gedragsproblemen

Isselborgh wil havo en vwo

Bron: De Gelderlander

donderdag 08 januari 2009 | 22:29 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 08 januari 2009 | 22:33

DOETINCHEM - Kinderen met autisme of gedragsproblemen kunnen vanaf komend schooljaar in Doetinchem havo- of vwo-onderwijs volgen.

Op dit moment wordt op de Isselborgh in Doetinchem al vmbo gegeven. In heel Nederland zijn maar enkele scholen binnen het speciaal onderwijs die havo of vwo aanbieden. "Het is voor ons heel lastig om aan geschikte vakdocenten te komen", vertelt Isselborgh-directeur Frank de Vries. "We zijn als school gespecialiseerd in het geven van lessen aan onze kinderen. Maar als het echt de diepte in gaat, wordt het lastiger. Die kennis hebben we gewoon niet." De Isselborgh wil daarom alleen de eerste twee jaar havo en vwo aanbieden. Daarna moeten de leerlingen bij reguliere middelbare scholen instromen. "We kunnen de leerlingen hier voorbereiden op de toekomstige situatie in de grote, relatief onrustige scholen."

http://www.gelderlander.nl/voorpagina/achterhoek/4314831/Isselborgh-wil-havo-en-vwo.ece
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Webmaster om 23:27 Reageer op dit bericht

MCDD

Meervoudige Complexe Ontwikkelingsstoornissen MCDD
Bron: Vereniging Balans

McDD wordt beschouwd als variant van PDD-NOS. Maar omdat bij McDD andere problemen op de voorgrond staan, besteden wij apart aandacht aan deze ontwikkelingsstoornis. MCDD is de afkorting van de Engelse term Multiple Complex Developmental Disorder. In het Nederlands: Meervoudige complexe ontwikkelingsstoornissen. Deze stoornis wordt beschouwd als een variant van bepaalde autistische stoornissen. MCDD is nog niet officieel opgenomen in het algemeen gebruikte psychiatrisch handboek (de DSM), maar wordt als beschrijving van bepaalde psychiatrische problemen van kinderen al wel regelmatig door kinder- en jeugdpsychiaters gebruikt. Regulatieproblemen Hoewel MCDD wordt beschouwd als een variant van het autisme of PDD-NOS, staan bij kinderen met MCDD niet de contactproblemen op de voorgrond maar de problemen bij het reguleren van emoties en gedachten. Een beetje angst ontaardt bij hen meteen in paniek, een beetje boosheid wordt razernij. Hun veel te sterke fantasie zorgt ervoor dat hun gedachten met hen op de loop kunnen gaan, waardoor fantasie en werkelijkheid niet meer uit elkaar worden gehouden. Soms vertellen ze over 'stemmetjes' of 'mannetjes' in hun hoofd die hen regeren zonder dat ze zich daartegen kunnen verzetten. Het regulatiemechanisme, de innerlijke thermostaat die emoties en gedachten in evenwicht houdt, werkt bij hen kennelijk minder goed.

Zicht op sociale verhoudingen
Kinderen met MCDD nemen wel initiatieven tot contact met anderen, maar missen vaak het vermogen sociale verhoudingen goed te doorzien. In de geborgenheid en veiligheid van een één-op-één-relatie met een volwassene kunnen ze vaak redelijk functioneren. Het gaat mis zo gauw de situatie complexer of minder overzichtelijk wordt.Op het schoolplein, in de winkel, op het verjaardagspartijtje, op het familiefeest ontsporen deze kinderen heel snel en reageren dan met angst of woede. Er is nog weinig specifiek onderzoek gedaan naar de oorzaken van MCDD. Aangenomen wordt dat het te maken heeft met een stoornis in de informatieverwerking in de hersenen in combinatie met reacties op prikkels uit de omgeving. Niet onmogelijk is dat er net als bij autisme sprake is van een erfelijke component.

Gevolgen voor het kind
Een kind met MCDD heeft er extreem veel moeite mee om de wereld als een veilige plaats te ervaren. Alles is erop gericht om de angst te beteugelen. De ontwikkeling op diverse leefgebieden kan hier ernstig onder lijden.

Gevolgen voor het gezin
Omdat het gedrag van kinderen met MCDD in één-op-één relaties niet zo snel ontspoort, worden de problemen van ouders niet altijd even serieus genomen. Het beschermen van hun kind tegen te veel binnenkomende prikkels kan worden opgevat als overbezorgdheid. Daarnaast bestaat het gevaar dat alle energie binnen het gezin erop gericht is om woedebuien van het kind te voorkomen, zodat belangen van andere gezinsleden daaraan te veel ondergeschikt worden.
De symptomen van McDD zijn te verdelen in drie groepen.

Stoornissen in de regulatie van affecten (angst en agressie: angst schiet door in paniek, boosheid in woede)
  • intense angst of gespannenheid
  • vreesachtigheid of fobie (ziekelijke vrees), meestal voor ongebruikelijke situaties of voorwerpen
  • paniekaanvallen of 'overspoeld worden door primitieve angsten'
  • momenten of periodes van gedragsmatige terugval met driftbuien of primitieve woedeaanvallen
  • uitgesproken emotionele en stemmingsschommelingen zonder duidelijk aanwijsbare aanleiding
  • frequente oninvoelbare, bizarre angstreacties
Stoornissen in de gevoeligheid voor sociale signalen en stoornissen in het sociale gedrag in relatie tot leeftijdgenoten en volwassenen
  • sociale desinteresse, vermijding van sociale contacten of grenzeloze contactname, ondanks aanwezige sociale vaardigheden 
  • ontbreken van bestendige relaties met leeftijdgenoten 
  • aanklampende 'haat-liefderelaties', met name met volwassenen (in het bijzonder ouders/primaire verzorgers) 
  • diep gebrek aan empathie en het vermogen om zich te verplaatsen in de gedachten en gevoelens van anderen
Stoornissen van het denken (onnavolgbaar van de hak op de tak springen, bizarre fantasieën, geheel opgaan in fantasieën, moeite hebben met het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid)
  • onlogische gedachtengang of plotselinge onnavolgbare gedachtesprongen (magisch denken, neologismen, bizarre gedachten) 
  • verwarring tussen fantasie en realiteit 
  • gemakkelijk verward raken (moeite met het begrijpen van wat er om hen heen gebeurt) 
  • overwaardige gedachten (grootheidsideeën, verhoogde achterdocht, overgeïnvolveerd raken in fantasiefiguren, imaginaire vrienden)

Er is helaas geen therapie die de stoornis opheft. Wel kan een speciale opvoeding met veel consequente en wijze leiding de problemen meestal binnen de perken houden. Dit vraagt echter een constante aandacht van de omgeving, waardoor het opvoeden van deze kinderen een uitputtende bezigheid is. Ouders van kinderen met McDD moeten altijd proberen hun eigen emoties niet te tonen, vooruit te denken over gebeurtenissen en bedacht te zijn op ongeremde reacties. Zij moeten zichzelf een manier van opvoeden aanleren waarin verduidelijking en begrenzing een tweede natuur wordt. Het regulatiemechanisme dat zorgt voor evenwicht in emoties en gedachten moet bij kinderen met McDD als het ware van buitenaf worden aangedragen. Medicatie kan soms nodig zijn om de angsten binnen de perken te houden.

Hulp en begeleiding
De opvoeding van kinderen met MCDD kan voor ouders uitputtend zijn. Ouders hebben bij de omgang met de ernstige problemen van hun kind dringend behoefte aan deskundige begeleiding van een kinder- en jeugdpsychiater, vaak in samenwerking met een gezinsbegeleider. Behandeling is gericht op het geven van structuur, het voorkómen en dempen van de angsten en het bevorderen van de gezonde ontwikkeling. Bij jongeren met  McDD is de puberteit een spannende fase, omdat met name in die periode het gevaar voor een psychotische ontwikkeling niet denkbeeldig is. In de volwassenheid luwen de heftige emotionele uitschieters bij het merendeel van deze kinderen, maar zij blijven veelal afwijkend in het sociale contact en dikwijls ook in het denken. In veel gevallen zullen zij aangewezen blijven op hulp en begeleiding, met name bij wonen en werken.
Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door Webmaster om 23:17 Reageer op dit bericht

Meer van Leer en Gedragsproblemen

↑ Terug naar de berichten