Hechtingsstoornis
Hechtingstoornissen
Ken je iemand in je omgeving die het heeft? Ooit een relatie
of vriendschap op de klippen gelopen hierdoor?
Hier een lijstje (van internet afgeplukt), mensen met een hechtingsstoornis
zouden zich in bijna ieder regeltje moeten herkennen.
• je durft je niet te binden of je kunt het helemaal niet.
• je durft een ander niet te vertrouwen (ook als je het wel zou willen!)
• je hebt grote angst een ander te verliezen
• je niet kunnen inleven in een ander
• je probeert veel te veel onder controle te houden
• je bent weinig selectief of juist teveel selectief
• je zorgt altijd voor anderen en verliest daarbij jezelf
• je bent vaak boos of prikkelbaar om kleinigheden
• Intens gevoel van leegte en eenzaamheid en het gevoel hebben dat niemand van
je houdt.
• Constant een strijdt voeren met aantrekken en afstoten van mensen die
dichtbij komen.
• Diep gewortelde angst om relaties aan te gaan. (hierbij horen ook
vriendschappelijke en werkrelaties)
• Angst en pijn als mensen weg gaan en het gevoel hebben dat ze niet terug
zullen komen en daarbij een extreme verlatingsangst.
• Moeilijk of helemaal geen vaste relatie kunnen aangaan.
• Overlevingsmechanismen, dat zich uit in doorzettingsvermogen om koste wat het
kost voor elkaar te krijgen wat je wilt.
• Controledwang, je leven hoe dan ook onder controle willen houden.
• Stemmingswisselingen, zeker meerdere keren per dag (van depressief,
verdrietig, naar super vrolijk en andersom).
• Piekergedachten en nervositeit, vooral voor het slapen gaan en uren achter
elkaar.
• Perfect willen zijn en hierbij steeds het gevoel hebben erin te zullen falen
• Afwijzend tegenover meest nabije figuren (moeder/verzorger/ouders).
• Extreem onnatuurlijk claimend gedrag.
• Niet aangeraakt willen worden, en worden bij knuffel pogingen benauwd,
angstig en/of agressief.
• Voortdurend ruzie zoeken.
• Bijna nooit spijt of berouw tonen.
• Nooit een fout bekennen
• Geniaal zijn in het ontdekken van kwetsbare plekken in hun onderlinge relaties.
• Survivers (overlevings)- gedrag en
schijnaanpassing daar besteedt het kind onevenredig veel energie aan, die ten
koste gaan van andere dingen.
• Door negatieve faalangst niet beginnen aan dingen, al bijvoorbaat niet aan
allerlei werkzaamheden, en wendt dan een soort onverschilligheid of schijn
domheid voor.
• Goed aanvoelen van wat mensen van hen verwachten dat het daar geniaal op
inspelen.
• Iets negatiefs over zichzelf wordt niet toegegeven; altijd onschuldig.
• Er charmant en goed verzorgd uitzien; charmeren in de buitenwereld.
• Egoïsme
• Liegen en manipuleren in 't algemeen.
• Vermijdingsgedrag thuis; bv. naar boven gaan als de ouders beneden zijn en
omgekeerd.
• Niet geborgen voelen en verbonden voelen.
• Het gevoel hebben dat mensen iets van je verwachten en daarom vaak opgejaagd
voelen
• Fysiek en emotioneel veel ruimte in een relatie nodig hebben
• Negatief denkbeeld
• Twijfelen aan intenties van mensen als ze iets voor je doen
• Houden zich nooit aan afspraken
• Erkennen geen gezag hun wil is wet.
• Vijandig
• Veel kritiek op anderen
• Gevoelig voor commentaar
• Weinig medeleven
• Steunt veel op de partner
• Jaloers
• Gevoelig voor afwijzing
• De gewetensontwikkeling is niet opgang gekomen







Het is een heel pijnlijke ervaring voor kinderen om dagelijks in een klas te voelen niet mee te kunnen
Een jaar overdoen, het blijft moeilijk om daar een algemeen standpunt over in te nemen. Voor de ene levert het op lange termijn niet veel op en schakelt het kind beter over naar een ander onderwijstype. Volgens de andere is het wél zinvol. Zoals in de culinaire wereld slow food nu de trend is, zou ik het slow school noemen, kinderen die wat langzamer door het onderwijs gaan en daardoor een goed evenwicht zullen vinden.
Feit is dat zittenblijven vaak voorkomt. Tegen het eerste jaar van het gewoon secundair onderwijs heeft al meer dan één op de vijf leerlingen vertraging opgelopen, en dat loopt op tot bijna 38 procent in het zesde jaar. Achter de cijfers zitten natuurlijk uiteenlopende verhalen. Het kan gaan om spijbelaars, zieke kinderen, jongeren die in de loop van het jaar beseffen dat ze niet de beste keuze gemaakt hebben en van richting veranderen, en de echte zittenblijvers.
Je schoondochter wil niet dat haar kind dit jaar overdoet. Iedere ouder kan haar ontgoocheling begrijpen. Je wilt het beste voor je kind en dus wil je dat ze zo veel mogelijk kan meedoen met de grote groep. Het is natuurlijk belangrijk niet lichtzinnig te beslissen over zittenblijven. Het heeft alleen zin als we zeker zijn dat mama niet te veel van het kind verwacht. Ouders denken wel eens dat een kind beter zou kunnen doen als het wat harder zou werken. Of ze zijn bang dat hun kind in een bisjaar een gemakkelijk leventje zal hebben en het resultaat nog slechter wordt. Maar als uit het overleg met het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) en de leerkrachten blijkt dat zittenblijven echt hun advies is, is het niet verstandig als ouder je eigen zin te doen.
Het is een heel pijnlijke ervaring voor kinderen om dagelijks in een klas te voelen niet mee te kunnen. Als jong kind heb je geen keuze, je gaat braaf naar school zoals de grote mensen voor je beslist hebben. Maar in dat hoofdje groeit onzekerheid, de overtuiging niet te kunnen wat andere kinderen kunnen. De prijs wordt vaak betaald in de puberteit, waar een jongere veel actiever de studie kan boycotten. Er zijn te veel jongeren met schooluitval omdat ze te lang niet mochten studeren op hun niveau of doen wat hun echt boeide.
Ouders en kinderen die het moeilijk hebben met zittenblijven, probeert men te troosten door te zeggen dat één jaar in een heel leven niet veel betekent. En dat het belangrijk is dat het kind zich goed voelt in zijn vel en dus beter groeit op eigen tempo. Er is nog een argument waar we te weinig bij stilstaan: ieder kind heeft talenten. Als die samenvallen met schoolse vaardigheden, zitten die mooi in beeld. Alle ooms en tantes weten dat je dochter het goed doet op school, en ze wordt er vaak om geprezen. Maar vele andere talenten hebben een extra schijnwerper nodig. Als het talent van je zoon humor is of voetbal, en niet veel van al die andere vakken, dan is hij heel afhankelijk van de aandacht die ouders daaraan geven. Met het woord schoolrijpheid bedoelen we niet alleen lezen, schrijven en rekenen. Als ze straks volwassen zijn, zullen ze het héle levenspakket nodig hebben: handigheid, omgaan met gevoelens, vlot praten... Met slow school geef je deze kinderen de tijd om geleidelijk dezelfde eindstreep te halen als de anderen.
Ieder kind heeft steun nodig van ouders en school. Als je kleindochter een jaar overzit, heeft ze ouders nodig die achter haar staan. Want stimuleren gebeurt niet alleen in de klas maar ook thuis. Hoe doe je dat? Marc Litière schreef een boek over dit onderwerp, hij geeft het advies een kind de hele dag op een positieve manier te ambeteren , wat ik leuk gezegd vind. Steun dus je schoondochter in haar zoektocht naar de beste beslissing voor haar kind, laat haar eens lezen over dit onderwerp op de website van Klasse (www.klasse.be) en vraag het CLB jullie wegwijs te maken.
BOEKENTIP 'Juf, mag ik overvaren?', Marc Litière, Uitgeverij Lannoo, 256 blz., 19,95 euro
In 'De Opvoedingsdokter' gaat de bekende kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens wekelijks in op een lezersvraag over opvoeden. Peter Adriaenssens is de auteur van verscheidene klassiekers over het opvoeden van kinderen.
http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=G4D2ABL9C&kanaalid=1225