Spreuk


Elk lichtje hoe klein ook,
is een daad tegen duisternis.
Spreuk

Elk lichtje hoe klein ook,
is een daad tegen duisternis.
Mijn Kerstwens
Ik wens u allemaal
"VREDIGE KERSTDAGEN"

Licht en liefde voor iedereen.
Ans
Kerst 2008
Anno 2008

Het is typerend voor het leven ANNO 2008 als
1. Je per ongeluk je pincode intoetst op de Magnetron ...
2. Je in geen jaren 'patience' gespeeld hebt met echte kaarten...
3. Je een lijst hebt van 12 telefoonnummers voor een familie van drie personen...
4. Je een e-mail stuurt naar de persoon van het bureau naast het jouwe...
5. Je reden om geen contact te houden met bepaalde familie of vrienden is dat ze geen e-mail adressen hebben...
6. Je je eigen oprit oprijdt en dan met je gsm belt om te zien of er iemand binnen is om de boodschappen mee uit je auto te laden...
7. Elke reclame-spot op tv een website vermeldt onderaan het scherm...
8. Je huis verlaten zonder je gsm, die je de eerste 20, 30
of zelfs veertig jaar van je leven niet gehad hebt,
is nu reden om in paniek te raken en als een gek terug
naar huis te keren om het verrekte ding op te halen...
10. Je 's morgens opstaat en eerst online gaat
alvorens koffie te zetten...
11. Je je hoofd schuin begint te houden als je glimlacht...
12. Dat je dit allemaal al knikkend en lachend leest...
13. Erger nog, je weet precies naar wie je deze mail gaat doorsturen...
14. Je zelfs te bezig bent om te merken dat er geen nummer 9 is op deze lijst....
15. Dat je zelfs terug gescrold bent om te checken of er inderdaad geen nummer 9 is !
EN DAT JE NU IN JE ZELF ZIT TE LACHEN....

Spreuk

Hij die geld verliest, verliest veel.
Hij die een vriend verliest, verliest veel meer.
Hij die het vertrouwen verliest, verliest alles.
Kerstkind

Kipfilets gegrild met honingsaus en bacon
Kerstverhaal

De engel
Een kerstverhaal van Godfried Bomans
Boven, in het topje van de kerstboom, stond een engel. Hoe zij daar gekomen was, dat kon zij zich met de beste wil niet meer herinneren. Zij had nog een vage heugenis aan een nauwe, donkere ruimte, waaruit zij opeens door een kleine hand in, een zee van licht getild was. Het was een glorieuze geboorte geweest en sinds dat ogenblik was zij altijd gelukkig geweest. Dit alles had eigenlijk nog maar één avond geduurd, maar voor een Kerstengel is dat een eeuwigheid, dat begrijp je wel.
Arme, kleine Kerstengel! Zij wist niet dat het Kerstfeest slechts een enkele avond duurt en dat die al bijna voorbij was. Zij stond, met een blikken knipje aan de boom bevestigd, zachtjes heen en weer te wiegen en keek door haar gazen vleugels naar de lichtjes der kaarsen, die beneden haar brandden.
En opeens, daar doofde een kaars uit. Meerdere volgden.
Het werd steeds donkerder om haar heen en ten laatste zag zij niets dan de zwarte nacht. De engel nieste, want de walm der gedoofde kaarsen prikkelde in haar neus. In het begin dacht zij dat het een grapje was, maar toen het donker bleef, kwam zij tot nadenken. "Ik had beter moeten opletten, toen het nog licht was," dacht zij spijtig, "ik heb helemaal niet gekeken. ik herinner mij eigenlijk niets. Absoluut niets. Werd het maar weer licht."
En het werd licht. Maar hoe geheel anders was dit licht. Grauw, groezelig en met tegenzin viel het door een groot, vierkant raam, en eer het ten volle ontloken was, kwam er een dienstbode in de kamer; pakte de Kerstboom en smeet hem op zolder.
Bom. Daar lag de engel en keek recht in een naad van de planken vloer. Het was er verschrikkelijk koud, en buitengewoon ongezellig. In het begin dacht de engel weer: "Kom, kom het is maar een grapje," maar toen zij daar drie volle dagen en nachten in de naad van de houten vloer gekeken had, begon zij. zich ernstig ongerust te maken.
En hoe langer zij over het licht van het vierkante raam nadacht, hoe duidelijker begreep zij dat dit het mooiste was dat zij ooit gezien had. "Ik zal proberen het je uit te leggen," sprak zij op een maartse dag tegen een muis, die juist voorbijkwam, "door een glazen gat in de hemel viel een verblindend licht bovenop mijn hoofd. Dat is het mooiste wat ik ooit heb meegemaakt. Ik kan je niet zeggen, hoe gelukkig ik eigenlijk was. Maar ik was in die tijd erg onnozel: ik besefte het niet. Nu weet ik het. En nu is het te laat. Maar ik heb tenminste de herinnering."
"Dat is altijd wat," meende de muis, na er een hele tijd over te hebben nagedacht, "goedendag, ik moet verder."
Op een dag kwam de meid op zolder en vond de Kerstengel in een schemerige hoek op de grond liggen. En zij nam haar op en smeet haar in het kolenhok. Daar lag zij, tussen twee turven, recht tegenover een somber kijkend stuk antraciet. Een week lang zweeg de engel, want zij vond dit geen gezelschap om tegen te praten.
Doch eindelijk, op een dag in september, kon zij zich niet meer inhouden. "Jullie hebben er geen flauwe voorstelling van;" sprak zij, "hoe het licht op zolder is. Het doet bijna pijn aan de ogen, zó stralend is het. Jammer genoeg was ik toen te beperkt om mijn zaligheid ten volle, te begrijpen. Maar ik heb nu tenminste iets om aan te denken."
"Dat is altijd wat," meende het stuk antraciet, "maar ik vind de verlichting hier ook heel redelijk."
De engel, zweeg. Tegen zulk een bekrompen opvatting was het vruchteloos te spreken.
Op zekere ochtend nu speelde het, jongetje, dat in het huis woonde, in het kolenhok. En toer hij de engel zag nam hij haar op en, wierp haar in de vuilnisbak. Het was er aardedonker. De engel vatte haar,nieuwe toestand aanvankelijk als een scherts op, doch toen het drie dagen lang donker bleef, zó pikdonker, dat niemand in de vuilnisbak een hand voor zijn ogen zag, kwam zij tot nadenken. Zij dacht en, zij dacht, en ten laatste kon zij het niet meer houden en riep: "Is hier soms iemand om naar mij te luisteren?"
"Jawel," zei een stuk spiegelglas, "als het niet te flauw is."
En de engel vertelde van het verblindende licht in het kolenhok en hoe verrukkelijk het daar geweest was. "Ik was te dom," besloot zij met een zucht, "om het te begrijpen. Maar nu begrijp ik het. Ik zie het helemaal in." Het stuk spiegelglas zweeg, want het had zoveel ijdelheid in zijn leven gezien, dat het wat eenkennig geworden was.
Op een donderdag, in de namiddag, toen het al wat schemerig was, kwam de vuilnisman voorbij. Hij sloeg het deksel op en zag de engel liggen. Nu is het altijd prettig een engel te ontmoeten, doch als men vuilnisman is, voelt men zich dubbel verblijd. En hij stak de engel in zijn zak en gaf haar 's avonds aan zijn vrouw. "Alsjeblieft," zei hij, "voor de Kerstboom." En de vrouw van de vuilnisman borg de engel in een kartonnen doos en zette de doos in de kast.
"Hallo," zei de engel, na een tijdje stil te hebben gelegen, "is hier iemand?"
Maar er was niemand in de doos dan het houtwol waarin de engel lag; en houtwol, dat weet je, heeft een zwijgzame aard. En dat was maar heel goed, want, de engel had eigenlijk helemaal niets te vertellen. Want hoe zij ook dacht en peinsde over haar oude vuilnisbak, zij zag er niet meer licht in dan in de kartonnen doos waarin zij nu lag: het was in beide even donker. En toen, eindelijk, toen zij begreep dat het niet zwarter meer kon worden, liet zij het verleden varen en dacht aan de toekomst.
En een nieuw gevoel doorstroomde haar, zij gevoelde zich blij en vol verwachting. Alle spijt en alle wrok weken uit haar hart, en zij lag stil en met open ogen te wachten op de kleine hand, die haar omhoog zou heffen uit het duister naar het licht.
En de hand kwam en hief haar omhoog naar het topje van een kerstboom. De Kerstboom was veel kleiner dan die van het vorig jaar en er brandden ook minder lichtjes in. Maar dat zag de engel niet. Met een blikken knipje aan de top bevestigd, wiegde zij zacht heen en weer en keek door haar gazen vleugels naar de fonkelende versierselen van de boom. "Verrukkelijk," dacht zij, "verrukkelijk. Maar laat ik dit keer goed opletten. Dadelijk is het voorbij. En dan wil ik alles gezien en alles geweten hebben."
En zij sperde haar ogen wijd open en zij tuurde dwars door de takken naar beneden. En zij zag, de vuilnisman staan, in een nieuw pak gestoken, zijn vrouw,en hun beider kind, met een blauwe strik in het haar. En de ogen van het kind keken strak en regelrecht in een klein, open huisje, waarin ook een man, een vrouw en een kind te zien waren, maar véél en véél kleiner, en verder een os, en een ezel, zo groot als, de beestjes in een speelgoeddoos.
Opeens schrok de engel. Want daar, aan de nok van het huisje, was een engel bevestigd als zij, met dezelfde gazen vleugels en hetzelfde lint met de handen ophoudend als zij in haar eigen handen hield. En nu voor het eerst kon zij de woorden lezen, die erop stonden: "Glorie aan God en vrede op aarde aan de mensen van goede wil."
En een gevoel, van diep geluk doorstroomde de eenzame engel boven in de boom, die zich zo lang verlaten en verongelijkt had gevoeld. "Ik heb een Boodschap in mijn handen," dacht ze fier, "nu kan mij niets meer gebeuren. Welke ongelukken mij ook zullen overkomen, ik heb mijn schat bij mij en niemand kan mij die ontnemen."
En er overkwamen haar vele ongelukken. Want in het vierde jaar brak zij af van de boom en kwam in een blokkendoos terecht, en van hier uit belandde zij in de lappenmand. En tenslotte woei zij in de tuin op een hoop dorre bladeren en lag daar stil op haar rug naar de jagende wolken te kijken. En zij voelde, hoe zij langzaam en pijnloos verteerde, dag na dag; maar zij hield het lint stevig vast en, er was geen bitterheid in haar. Want zij wist dat zij een wezen was; bestemd om dood te gaan, doch uitverkoren om de Goede Boodschap tot het einde te bewaren.
Spreuk

Hij staat er weer prachtig bij !!!

De foto is gemaakt door Albert
Zomaar een lief gedichtje


Overgenomen van de web-log kerstmis.....................X-mas time!!!
Volop Keuze....
Eerlijk zullen we alles delen.....?
Eerlijk zullen we alles delen
hij een beetje meer als wij....

Gezegde

Het belangrijkste in communicatie
is horen wat er niet gezegd wordt.
Spreuk
Je mag 3 keer vallen
zolang je maar 4 keer opstaat!

Sinterklaas mag ik mijn schoentje zetten?

Speculaas maken
Zelf maken is niet moeilijk en in ieder geval lekkerder dan speculaas uit de fabriek. Alleen de beste ambachtelijke bakkers zijn niet te overtreffen. Snijd 150 gram boter klein in 200 gram zelfrijzend bakmeel, voeg 125 gram donkerbruine basterdsuiker toe, 3 gram zout, 1 eetlepel melk of water en 10 gram speculaaskruiden en kneed dat vlug tot een samenhangend deeg. Voor amandelspeculaas kunt u er nog 50-100 gram geschaafde amandelen doorkneden. Wikkel in folie en laat zeker een nacht in de koelkast rusten. Bestrooi een speculaasplank met rijstebloem en druk afgemeten porties deeg in de vorm. Snijd overtollig deeg weg door met een groot, scherp mes plat over de plank te snijden. (Ook zonder plank kunt u speculaasjes maken. Rol het deeg gewoon uit op een bebloemd oppervlak en snijd het in rechthoeken.) Druk desgewenst wat amandelschaafsel in de onderkant. Klop de vorm leeg op tafel en leg de koekjes met een pannenkoekenmes voorzichtig op een beboterde bakplaat. Versier eventueel nog met halve amandelen. Bak ze in een matig warme oven (175 graden) in 15 tot 20 minuten gaar en bruin.
Spreuk
We stoppen niet met spelen omdat we oud worden,
we worden oud omdat we stoppen met spelen.

Wonderen

Het is vandaag SInt Maarten
Sint Maarten, een dag waar ik dierbare herinneringen aan heb. 