Met de verovering van grote delen van Spanje in de 8 e eeuw,kwam er luxe in al Andalus,zoals de Arabieren deze streek noemden. Ze drukten hun stempel op de architectuur en brachten hun kennis van geneeskunde,wapentechniek en vervaardiging van keramiek en zijde mee. In de landbouw introduceerden zij irrigatiesystemen en bemestingsmethoden. Ook teelden zij gewassen die daarvoor onbekend waren. Zij betrokken rijst ,suikerriet en aubergines van de Perzen. Uit Egypte haalden zij honingmeloen,uit Afrika watermeloenen en uit Constantinopel vijgen. Ze brachten de Voor-Aziatische citrusvruchten,perzikken,abrikozen,kweeperen,amandelen en pistachenoten. Later kwamen er dadels uit Irak en koffie uit Jemen bij. ook kruiden en specerijen speelden een belangrijke rol in de keuken van alAndalus. Heel populair waren,basilicum,komijn,koriander,saffraan,anijs,munt,gember en jasmijn,naast amandelen pistachenoten,pijnboompitten,sesam,kaneel en tamarinde. Als eiwitbron gaven de Arabieren de voorkeur aan schapen-en lamsvlees en aan vis.Voorde bereiding hiervan hadden zij zich laten inspireren door Perzische koks en Egyptische en Turkistaanse gewoonten. Er zijn nog veel recepten bewaard gebleven.