Tekening van het Hureldorp
paleis en de andere VIP-paviljoenen.Op de prent staat als naam vande tekenaar 'Wanty'.
Zeg nu zelf, lijkt nu net geen dorp in de far-west ??
Tekening van het Hureldorp
Leopoldsburg werd nooit HURELDORP genoemd????| PIONIERSHUISVESTING 'HURELDORP" De eerste door de pioniers zelf opgetrokken woningen waren primitief: - houten gebouwtjes, gelijkvloers op palen{vergelijk met de cow-boy dorpjes in de Far-West(USA)} voor de meer begoeden; - hutten bedekt met graszoden voor de arme dagloners. Het was een harde "pioniers"-tijd. Omdat de grote baas van het leger en het kamp, generaal Hurel, deze burgers had toegelaten zo'n barakkendorp op te richten en dan nog in de nabijheid van de VIP-paviljoenen(van de koning, de minister van oorlog en van de generaals) werd dit gehucht door de militairen schampend Hureldorp genoemd. De Franse Baron François Alexander HUREL was reeds 60 jaar geworden toen Frankrijk hem het mandaat gaf om vanaf 9 september 1832 de kersverse Belgische vorst bij te staan in de reorganisatie van zijn leger. ONTDEKKER VAN DE PLAATS Volgens Wanty is het deze Hurel geweest die de plaats voor het oprichten van een groot vast legerkamp op de heide van Beverlo heeft geadviseerd aan koning Leopold I. Generaal Hurel keerde definitief terug naar zijn vaderland op 10 april 1841. BURGERBEVOLKING MOEST HET KAMP VERLATEN Die eerste jaren van de Belgische onafhankelijkheid kende een grote volksverhuis en dus een zwervende bevolking op zoek naar het geluk en een goede plaats om te wonen. De ernstige hongersnood rond 1840 verergde nog deze situatie. De regering wilde orde op zaken stellen en maakte de intentie kenbaar dit te willen regelen met een wet. Uiteindelijk werd deze wet, die de domein- bestuurder verplichtte tot steunverlening aan de inwoners, op 18 februari 1845 gestemd in het parlement. In 1842 reeds, de intentie kennend van de regering, verplichtte het ministerie van oorlog de burgers overal in het land de militaire domeinen te verlaten tegen uiterlijk 31 mei 1845. Dit zonder enig recht op vergoeding of compensatie. Zo ook de + 375 burgers in het Kamp van Beverlo. Dit was hier meteen de reden dat de gemeente Beverlo, voor opvang van deze bevolkingsgroep, diende te voorzien in een terrein waar de van het militair domein verdreven burgers een perceel konden kopen om een nieuwe woonst of handelspand te kunnen bouwen. In 1846 beval het ministerie van oorlog om alle door burgers opgerichte constructies en aangelegde teeltvelden te stoppen. Diegene van de pioniers die niet voldoende kapitaalkrachtig was zag geen reden om vlug te vertrekken. Het zal dan ook tot in 1848 duren vooraleer de laatste harnekkige burgerbewoner begeleid door gendarmen het domein verliet. De nieuwe verkaveling werd Bourg Leopold, Bourg-Leopold en uiteindelijk Leopoldsburg Deze in 1842 ontworpen en aangelegde verkaveling Bourg heeft nooit of te nimmer de bijnaam Hureldorp gekregen (Meeus Michel, dr in de rechten - lic.geschiedenis). Het werd eerst "verkaveling Bourg en vervolgens reeds in 1844 "le Bourg". Dynastische gevoelens werden destijds zeer ernstig genomen en resulteerden in de keuze van de eigenlijke naam voor de in 1850 autonoom geworden gemeente: Bourg Leopold (toen nog zonder tussen-streepje). Het zou tot in 1932 duren vooraleer Bourg-Leopold de officieel Nederlandstalige vertaling kreeg: Leopoldsburg. LEGENDE: Het was de militair, A. Dewinter, die in La Vie Militair van 1913(2de jaargang blz.2) beweerde dat 'men' het latere Bourg-Léopold wilde noemen naar generaal Hurel.' Doch wegens het risico op verbastering in Hoere(l)dorp zou dit voorstel niet weerhouden worden'. Waar maar ook kwamen militairen telkens terug met dit verhaal. Blijkbaar schaamden ze zich (en wilden ze 'camoufleren' dat het bedoelde Hoere(l)dorp in hun eigen kamp heeft gestaan...). In 1950, naar aanleiding van de viering van het 100 jarig bestaan van de gemeente beweert in zijn artikel"Bourg-Leopold aurant bien pu ne pas s'appeler Bourg-Leopold", waarvan een 'résumé' verscheen in La Nation Belge d.d. 08/07/1950, J. de Neunheuser dat voor deze gemeente aanvankelijk eigenlijk de naam "Village d'Hurel ou Hureldorp" werd gekozen, verwijzend naar de "état-major général Hurel, le chef de la premiere heure ". Hij wil overtuigen en staaft zijn bewering op basis van """un rapport anonyme' de 1er juin 1839 émanant sans doute du directeur des travaux du camp et adressé vraisemblament au ministre de la Guerre..."". Het bestaan van deze brief werd niet aangetoond. Weerom wilde men een verhaal opdissen dat toch wel ergernis opwekte bij de inwoners van de gemeente.. Men kan zich afvragen of deze bewering steunend op een anonieme brief wel ernstig kan worden genomen. Trouwens om welke reden zou iemand belangrijk als een militaire directeur(met de graad van kolonel !)zich in een verzoek aan de minister van oorlog niet kenbaar willen maken??). Vooreerst behelste deze materie de minister van binnenlandse zaken aan(de nieuwe verkaveling was gesitueerd buiten het kamp op gemeentelijk domein). Vervolgens zou toen een kolonel het nooit wagen een naamloze brief te richten aan de minister, lees: zijn grote baas. Tenslotte wilden de bewoners hun nieuwe verkaveling zien uitgroeien tot een grootse autonome gemeente, weg van die militaire hierarchie en los van het bestuur van Beverlo. Een streven waarin zij werden gesteund door de inwoners van het dorp Heppen, dat na vele jaren in 1939 eindelijk zelfstandige parochie werd en alsmaar bleven streven naar gemeentelijke autonomie. Voornoemde Dewinter en de Neunheuser waren niet de eerste militairen die ietwat spottend over de nieuwe wijk met dit verhaal uitpakte. Reeds in 1875, ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan van de gemeente circuleerde dit voor de inwoners kwetsend verhaal onder militairen van 't kamp. De vraag naar de waarheid drong zich op en werd toen gesteld aan Charles Caïmo, een bevoorrecht getuige. Deze bevestigde dat de nieuwe verkaveling vanaf 1842 Bourg werd genoemd en vanaf 1848-1849 in de aanvraag om gemeentelijke autonomie Bourg Léopold. De naam Hureldorp werd nooit in verband gebracht met de nieuwe verkaveling.(Meeus). Dat deze Charles Caïmo bevoorrecht was als getuige blijkt uit hetvolgende. Hij woonde hier van jongsaf, vanaf 1836, in het door zijn vader, kapitein Hyacient Caïmo, gebouwde landhuis te Heppen, gebouw thans nog gekend als 'de oudebrouwerij'. In 1846 verving hij van 26 oktober tot 21 december in Beverlo de met ziekteverlof zijnde gemeentesecretaris, Moors. Op 22 december 1850 werd hij benoemd tot gemeentesecretaris van de twee nieuwe gemeenten, Heppen en Bourg Léopold. In deze laatste gemeente werd hij zelfs op 11 augustus 1858 benoemd tot politiecommissaris. Op 2 oktober 1865 legde zijn ambten neer wegens zijn benoeming tot politiecommissaris te Hasselt. (Ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan van de gemeente in 1875 was hij eregenodigde). Zelfs de alom geprezen heemkundige Jos Caerts vermeldt in zijn werken en artikels over het ontstaan van Leopoldsburg(o.m. De Grote Heide, 1999) nergens de benaming van noch de zinsspeling op Hureldorp voor de nieuwe verkaveling. HET GELIJK VAN DE HISTORICUS Nader en uitdiepend bekeken bleek dat de kampoverheid eigenlijk dat barakkendorp op militair domein, dat was opgetrokken veel te dicht bij en vooral in het zicht van de paviljoenen van vorst, minister en generaals daar liefst zo vlug mogelijk zag verhuizen weg van het kampdomein naar gemeentelijke grond. De nieuwe wet die de domein- beheerder verplichtte tot steunverlening aan de bewoners kwam het ministerie van oorlog alzo goed uit. Meeus Michel heeft als historicus dus wel het gelijk aan zijn kant. Wél het barakkendorp op militair domein werd Hureldorp(1835-1845) genoemd maar zeker niet de nieuwe verkaveling Bourg waaromtrent de nieuwe bewoners vanaf 1847 grootse dromen koesterden. Laat het duidelijk zijn dat in 1842 bij het ontwerpen van de verkavelings- plannen Hurel reeds definitief naar Frankrijk was teruggekeerd en Chazal de rijzende ster werd aan het Belgische militair en politiek firmament. Waarbij de herinneringen aan "die Hurel" werden verdrongen en Chazal(ondertussen in 1847 minister van oorlog geworden in de homogeen liberale regering onder leiding van Charles Rogier), kreeg ingevolge zijn budgettair beleid tbv de uitbouw van een moderne infrastructuur de status "redder van het kamp van Beverlo". Ironisch genoeg is uiteindelijk ook de uitsluitend Franstalige Chazal in 1875 definitief naar Frankrijk teruggekeerd (waar hij op 25/01/1892 overleed); maar dat is een ander verhaal. Zijn standbeeld, aanvankelijk bedoeld om de hoofdstad te verfraaien werd om gekende redenen(*) daar geweigerd en kreeg - hetgeen achteraf bekeken een goede keuze is gebleken- een plaats te Leopoldsburg in het kamp van Beverlo. Van Hurel daarentegen, nochtans de ontdekker van de plaats voor het oprichten van dit grote legerkamp, vindt men hier geen standbeeld zelfs geen portret. Of hoe eendubbeltje op op het valk van de geschiedenis rollen kan... ------------------------------------------------------------------------------------- (*)Roemrucht is nog altijd het duel tussen de toenmalige minister van Oorlog Felix Pierre Chazal, die het in 1865 aan de stok kreeg met het Antwerpse parlementslid Jan De Laet. Op een bepaald moment riep Chazal dat De Laet zich verlaagde tot ,,eerloze daden''. De Laet vond er niets beters op om zijn eer te zuiveren in een duel. Het duel, dat met pistolen werd uitgevochten, vond plaats op 8 april 1865 in de rijschool te Sint-Joost-ten-Node en kreeg grote weerklank in de pers. Minister Chazal raakte licht gewond, maar was toch nog sterk genoeg om nadien met zijn getuigen een ochtendwandeling te maken door de grote lanen van het ontwakende Brussel. De kamer besloot hen te vervolgen. Uiteindelijk werden beide heren veroordeeld door het Hof van Cassatie en diende Chazal af te treden ========================================== Lees elders op deze website om welke reden dat de nieuwe verkaveling ten westen van het kamp de naam Bourg heeft gekregen. |
STRIPVERHAAL

| STRIPVERHAAL OVER LEOPOLDSBURG Wij hebben de intentie een stripverhaal uit te brengen dat zich afspeelt in oud-Leopoldsburg. Heb je een © voor je gemeente ? Heb je een idee of kun je vlot en goed tekenen ? Heb je al ervaring met striptekeningen en ben je bereid mee te werken ? Meld je dan via ons e-mailadres: heemLeopoldsburg@hotmail.com. Samen zullen we de striphelden van alle avonturen laten beleven... Onze lezers zullen ervan smullen !! |
Gouwdag 9 juni 2007-1LIMBURGSE HEEMKUNDIGEN HIELDEN GOUWDAG TE LEOPOLDSBURG Zaterdag 9 juni 2007 hielden de heemkundige kringen van Limburg gouwdag in onze gemeente. Plaats van academische samenkomst, academische zitting, middagmaal en slottoespraken was het cultureel centrum. Hoewel het thema nogal academisch klonk :"Toeristisch imago en Heemkunde: symbionten binnen de erfgoedzorg" konden de aanwezigen de referaten toch erg goed waarderen. Elke deelnemer kreeg een map gevuld door de Toeristische Dienst vol met interesaante info over Leopoldsburg. Dit is reeds de derde maal dat onze vereniging een gouwdag mag inrichten. De vorige gouwdagen te Leopoldsburg vonden plaats in 1992 en in 1997, wanneer onze kring respectievelijk 5 jaar en 10 jaar bestond. De twee trotse voorzitters, Marie Paul Fannes van de Geschied- en Heemkundige Kring Leopoldsburg en Raymond Lambie van Heemkunde Limburg, verzorgden samen de verwelkoming en de slottoespraken. Deze gouwdag werd georganiseerd i.s.m. het gemeentebestuur, de Toeristische Raad en de Culturele Raad. Schepen Swerts, bevoegd voor o.m.cultuur én heemkunde kreeg dan ook het laatste woord. De prijs voor de grootst deelnemendegroep was voor de kring van As. |
Gouwdag 9 juni 2007-2| Als eerste referaathouder sprak prof.dr.Patrick De Groote(foto) (docent Universiteit Hasselt en KUL) bezielend over het CULTUUR TOERISME; Ook de vier volgende gastsprekers, o.m. landschaps- coördinator Peter Roosen, konden de deelnemers erg boeien. |
Gouwdag 9 juni 2007-foto 3| Terwijl een groep het Astrid Bammens Museum bezocht, begaf de andere groep zich naar het MKOK (waar o.m. de schuilkelder bescherming bood tegen het onveiligheids- gevoel van het bombardementenlawaai. |
Ons ledenblad BOURG nr 2 / 2007( editie 1 juni)ONS LEDENBLAD "BOURG" nr 2 /2007 ( dd 1 juni)
STERREN IN HET VOETPAD
|
STERREN IN HET VOETPAD |
AANTAL INWONERS
Leoldsburg telt sedert 01/01/2007 |
HUREL en MAGNAN ???| __________________________________________________ Baron François Alexander HUREL (luitenant-generaal in Frankrijk / stafchef in België) |
KRUISPUNT QUATRE-BRAS BEELDWIJZIGING| LEOPOLDSBURG VERNIEUWD Het oude slachthuis (Van Can) te Leopoldsburg is afgebroken. Het betrof één van de 5 herkenningspunten van het kruispunt Quatre-Bras, m.n.: cafégebouw Quatre-Bras(thans Museum Mijn Koningshuis van Astrid Bammens), het slachthuis Van Can, het huis van dokter Cohrs, het Benzinestation en de krantenwinkel 'Hilde'. Het slachthuis moet plaats maken voor een appartementsgebouw met op het gelijkvloers een supermarkt. Ook het benzinestation staat al enkele jaren leeg en zal worden afgebroken om plaats te maken voor een verkeersrotonde. |
NIEUWE BOURG nr 2/07 (jaargang 20) K0MT UIT| ONS LEDENBLAD, BOURG nr 2/2007 - JAARGANG 20 VERSCHIJNT EIND DEZE MAAND (MEI). INDIEN JE VOORAF REEDS HET INHOUDSOVERZICHT WENST TE LEZEN, GEEF ONS DAN EEN SEINTJE : heemleopoldsburg@hotmail.com |
VERKLARENDE STRAATNAAMBORDEN VERDWENEN
| Vandaag vroeg ik me af waarom een gemeentebestuur de verklarende straatnamen herinnerend aan oudscouts, die als verzetstrijders gevangen en vermoord werden door het Nazi-regime, heeft doen weghalen. Tijdens een ritje door onze gemeente bemerkte ik dat al die nieuwe straatnaamborden geen herinneringen meer vermelden aan belangrijke personen en feiten uit de lokale geschiedenis van Leopoldsburg. Dat de eerste tram in Limburg vertrok in 1888 uit Leopoldsburg naar Bree wordt niet meer vermeld op het bord Tramstraat. Evenmin dat Vander Elst de eerste burgemeester is geweest; noch dat de Jacoletstraat eigenlijk de naam verbergt van de vrouw en weldoenster Serafien. Tijdens de Erfgoeddag vroegen vele bezoekers van buiten de gemeente zich af wie dat Priester Poppe was ? Al die verklarende straatnaamborden werden weggehaald. Het bord Bevrijdingsplein, herinnerend aan de bevrijdingsoperatie van de Brigade Piron op het einde van wereldoorlog II, hangt er nog. In de fusiegemeente Heppen mogen de verklarende straatnaamborden Pastoor Leo Jansenplein en Pater Clement Lemmensstraat tot nog toe blijven. Een mens zou er moedeloos van worden. Waarom toch mogen die links met de lokale historiek niet bewaard ??? |
FOTO ERFGOEDDAG 2007
DANK AAN DE VELE BEZOEKERS

ERFGOEDDAG 22/04/2007 |
REACTIE op de HEKS VAN KONTERKET|
heb de mooiste tijd van mijn legerdienst in leopoldsburg meegemaakt ben er als ancien in 1960 eens voor 3maanden terug gekomen omschakeling WALKER BULLDOG- PATTON M'47 EN ONVERGETELIJKE MOMENTEN MEEGEMAAKT ZELFS IN (KONTERKET) Reactie van : De Bosscher Jacques - dinsdag 13 maart 2007 15:28:28 |
ERFGOEDDAG_HANDELAARS|
erfgoeddag TENTOONSTELLING Op zondag 22 april neemt onze kring, in samenwerking met de Solexisten van Leopoldsburg, deel aan de ERFGOEDDAG. Dit jaar kozen wij voor “De Molen”. Vorig jaar bestond dit gebouw 160 jaar, een hele ouderdom voor Leopoldsburg ! !! Wij wensen daarom de historiek van deze bergmolen in herinnering te brengen. Maar ook deze molenromp een bijzondere rol toe te bedelen, namelijk deze van stille getuige van het gewijzigde landschap.
TEKENWEDSTRIJD Kinderen kunnen een prijs winnen met een tekening van of over deze of een andere molen. Elke deelnemer wordt beloond. Bovendien zal zijn of haar tekening alleszins op de erfgoeddag zelf, zondag 22 april dus, en ook nog enige tijd daarna worden uitgehangen in dit molengebouw. De tekeningen dienen binnengebracht, of in de bus gestoken, of ingezonden via de post of per e-mail of afgegeven: uiterlijk 20 april 2007 op ons adres: Geschied- en Heemkundige Kring Leopoldsburg vzw, Hechtelsesteenweg 7/1, 3970 Leopoldsburg. Afgeven in het VVV-kantoor, op het gemeentehuis of aan onze voorzitter, Marie-Paul, mag ook.
HANDELAARS oproep Onze gezellige samenkomsten in Den Tuinhoek om te praten over vroeger beginnen vruchten af te werpen. Ons eerste thema is “de kruidenier “. Een onvolledige lijst telt reeds 131 dergelijke winkeliers, en we besproken nog maar de periode van 1930 tot op heden. Onontkoombaar wordt er telkens ook gesproken over de andere winkels en handelaars. Daarom deze oproep: welkom is alle informatie over welke handel ook die er in onze gemeente is geweest (beenhouwer, bakker, coiffeur, schilder, schoenmaker, koetsier, imker, cafebaas, scharensleep, kaarsenmaker, melkboer, enz, enz…). Originele documenten worden gegarandeerd onverwijld terug bezorgd.
|
DE HEKS VAN KONTERKET

| De heks van konterket(Contrequette) ER WAS EENS.....Zo beginnen de meeste sprookjes. Hier is het niet anders, volg me maar. Lang, heel lang geleden, in het jaar 1834, ons land bestond nog maar pas enkele jaren, begon dit sprookje op wat men toen noemde 'de onmetelijke grote heide' van Beverlo. Een verlaten en omzeggens onbewoonde vlakte in de Limburgse Kempen. Leopold I, de Koning der Belgen en zijn stafchef, generaal Hurel, hadden dit terrein uitgekozen opdat er zou worden opgericht - zoals de vorst het beslist had - een heel groot militair kamp dat alle kleine langs de grens met Nederland gelegen kampen zou kunnen herbergen. De minister van oorlog, baron Evain, kreeg voor dit plan de steun van het parlement op 14 maart 1835. In mei 1835 konden reeds de naar deze vlakte gestuurde arbeiders de Grote Beek oversteken via de zogenaamde Korteketenbrug. Deze brug, waarover veel materiaal diende vervoerd, werd door de Franstalige chefs pont-contrequette genoemd. Zodat na een tijdje iedereen sprak over de Konterket. Zware vrachten werden vervoerd met de paardenkar, officieren zaten te paard, arbeiders en soldaten marcheerden....Langs moeilijke zandwegen, vaak niet meer dan een vaag karspoor. Het was de tijd, dat voor de reis van Beverlo naar Diest men nog een hele dag (een dagreis) nodig had. De verhuis, het effenen van het terrein en de oprichting van het kamp waren een enorme karwei. Er dienden opgericht: 420 barakken, 1250 tenten, een houten paleis voor de koning, een houten villa voor de minister van oorlog en drie paviljoenen voor de generaals, vele strohutten voor de honderden soldaten die niet meer in de barakken en tenten konden slapen. Daarenboven dienden ook 48 waterputten gegraven en ingekuipt. Samen met méér dan duizend arbeiders maar in het spoor van de méér dan twintig duizend op oefening komende soldaten, kwamen ook de handelaars, de vrije werklieden en de herbergiers met hun diensters... OVER CAFEETJES EN CABERDOUZKES Buiten het kamp, aan gene zijde van de Korteketenbrug, groeide een dorp van cafés, restaurants, cabarets (zo'n cabaret droeg in de grote steden vaak het huisnummer 12, vandaar dat de Franstaligen spraken van cabaret-douze en de Vlamingen van Kaberdoeske). Dat dorp, waar van vroeg in de avond tot vroeg in de morgen heerlijke muziek, gezellige deuntjes, gelach en geschater vandaan kwamen, noemde men naar de nabijgelegen brug "Konterket" Dit oord van plezier, van klatergoud, van maneschijn en rozengeur, van mooie dames en gezellige sfeer en muziek - zeer ver verwijderd van de strenge sergeanten - oefende een grote aantrekkings- kracht uit op de vele eenzame soldatenjongens, die in dat grote legerkamp ver van hun geliefde moeder en familie, maanden lang zware en uitputtende oefeningen moesten uitvoeren en ondergaan. Daar in dat oord 'Konterket' heerste die zwoele sfeer, die elke mannelijke bezoeker-met-geld naar de zevende hemel kon voeren en hem daarbij alle miserie even kon doen vergeten. Jonge soldaten, als het ware recht van hun moedersrok komende knapen, die vele maanden lang soldaat waren geweest daar in dat Kamp van Beverlo, keerden terug naar hun moeder, naar hun vrienden, in hun dorp als flink uitgegroeide binken, als plantrekkers, als echte drinkers, als vertellers die de echte wereld vol mooi vrouwvolk hadden gezien. En... die in hun dorp wekenlang, rond de haard of in het dorpscafé, aan hun familie of aan hun vrienden fantastische verhalen konden vertellen "echt meegemaakt of echt gehoord daar in dat Konterket aan het Kamp van Beverlo". JAN SOLDAAT Zo verging het ook Jan, een jongen van 20 jaar uit Poelkapelle, die tot dan thuis zijn vader op de boerderij had geholpen, braaf elke zondag naar de Mis en het Lof in de dorpskerk was gegaan, nooit vader had durven tegenspreken en elke, alhoewel onschuldige, flirt met Anneke van de bakker aan meneer pastoor had gebiecht. Jan werd tot soldaat geloot - eigenlijk was hij 'remplaçant' voor de zoon van de dokter- en moest voor zijn jaren durende legerdienst vertrekken naar het Kamp van Beverlo, ergens ver in 'de Limburg'. Dagen en dagen marcheerden ze in kolonne, die dorp na dorp alsmaar groter werd. Uiteindelijk kwamen ze aan in het kamp....een echte troep. Hij moest met vele andere leeftijdsgenoten slapen in een strooien hut. De koude vloer was voelbaar dwars door de dunnen met stro gevulde matras; de heidegrond stonk... Van oefenen kwam veelal niet veel in huis; er diende gegraven, struiken en bomen uitgedaan. Zware labeur diende snel verricht, vooral wanneer koninklijk bezoek werd verwacht... De korperaals en sergeanten waren beroeps, waren streng en gaven bevelen in slecht Frans. De officieren spraken mooi Frans maar enkel en alleen tegen elkaar en tegen de sergeanten. Met Camiel, een lotgenoot uit hut nr 82, kon hij goed opschieten. Camiel was een onderwijzerszoon uit Wijtschate. Hij was ten minste verstaanbaar en lachte hem niet uit. Hut 79 was bevolkt met Leuvenaars en Antwerpenaars, waaronder één of twee grote smoelen uit de havenbuurt. Ze lachten met Jan, alleen wanneer er diende gegraven dan was hij de vriend van allemaal. Maanden gingen voorbij. De zondagen waren het ergst. Na de Mis, die de aalmoezenier meestal opdroeg in open lucht, mochten ze beschikken, na de laatste maaltijd tot negen uur 's avonds. Jan en Camiel zochten dan mekaar op en met enkele andere vrienden uit de Vlaanders wandelden zij in de duinen soms tot in Hechtel of gingen op bezoek in een van de barakken, bij enkele jongens uit Passendaele en Boezinge. KENNISMAKING MET KONTERKET 's Avonds, na de laatste klaron, slopen de Antwerpenar en zijn vriend uit Leuven vaak weg en kwamen dan na middernacht heel stilletjes terug. Ze vertelden dan de volgende dag over Konterket...een "paradaais" zei de ene, "joung, ge moet is mei goan nor die schoein maskes doar in Kounternet". Op zekere morgen hoorde hij Augustin, de Antwerpse krollenbol, hardop vloeken en schelden op die 'heks van Konterket'. "Stin heeft druipt opgelopen bij het verlies van het groen achter z'n horen", zei Adelin, zijn kameraad. Jan begreep het niet....druipt ??? Groen achter z'n horen..??? Waarover hadden zij het ??? Verder in de zaal werd door een stem zacht gezongen: ""En op het Konterket, daar staat een houten hutteke, d'er zit een toverheks in, ze plukt elk sodatutteke. Op sa faldelaliere, Op sa falderlara"". Evan was het stil. Daarop schoot de ganse groep in de lach. Samen met Camiel besloot hij ook eens mee te sluipen naar Konterket...vanzelfsprekend uit pure nieuwsgierigheid... Na een half uurtje bang, stil, langzaam stappen, bereikten zij dat dorpje zonder kerktoren; elk houten huisje was een café, in sommige kon men ook uitgebreid eten en in andere enkel drinken en plezier maken in het gezelschap van vriendelijke, mooi en schaars geklede heerlijk geurende dames vooral afkomstig uit steden als Luik, Brussel, Gent.. Voor middernacht had hij niets meer over van zijn wekenlang bijeen gespaarde soldij. Het ging er gezellig aan toe, het was er heerlijk.Eigenlijk toch maar zolang er centen op tafel werden gelegd. Eens de centen op vloog men buiten met een "allé, salut en merci". Daarbij vaak nog soms hardhandig geholpen door een stoere buitenwipper. Jan moest terug want die mooie Maria-Helena had 'ik sie u graak' tegen hem gezegd terwijl ze hem diep in de ogen keek en hem vroeg of ze nog iets mocht bestellen. Toen zijn centen op waren riep de patron Maria-Helena van hem weg en duwde haar bij een sergeant, die gretig betaalde. De patron wenste Jan 'salut et merci et tot volgende keer'... Jan had het begrepen en was buiten gegaan, terug naar zijn soldatenhut. Waar hij nat en verkild van de regen en de nachtelijke koude, stilletjes zijn dekens en matras had opgezocht. Het was goed in Konterket. Een onechte wereld, niet te vergelijken met dat dorre vervelende kamp. Soldaten, korperaals, sergeanten en soms zelfs officieren, allen verstonden er mekaar...Iedereen was iedereens vriend: strepen of sterren telden niet, enkel de centen waren van tel. Zonder centen vloog men aan de deur: sterren, strepen of gewone "piot avec ou sans floche' zonder onderscheid. Lodewijk, een piot uit hun 946 had veel geld, méér dan de rijkste officier fluisterde men. Hij dreef, volgens geruchten, een handeltje in.... wat, dat wist men niet. Iedereen was ervan op de hoogte. Niemand legde hem een strobreed in de weg. Lodewijk had in elk café aanzien en voelde zich duidelijk thuis in Konterket. Hij zat er, zo werd verteld- elke nacht en elke zaterdag en zondag. Hij 'introduceerde' er volgens geruchten zelfs officieren... NIEUWE REGELS Braaf gehoorzamen aan de regels van thuis, nooit liegen, respect hebben voor je meerderen, alles met mekaar delen.... Al datgene dat Jan altijd had gehoord en waar hij zich aan had gehouden was hier van geen tel. Hier heerste geen tucht, geen eerlijke vriendschap: het was ieder voor zich. Zorgen dat je met je weinige centen zoveel mogelijk plezier kan maken én er vooral voor zorgen dat je voor het ochtend-appèl terug in je hut bent. Dat waren hier zowat de enige regels. Met de soldij van vele weken in zijn zak, kwam Jan dan dromend en verlangend opnieuw aan in Konterket. Maria-Helena was er niet meer. "vertrokken naar Oostende", zei de patron. "Wat vind je van Maria-Sofie ?" vroeg hij aan Jan. De jonge blondine omarmde Jan en vroeg hem iets om te drinken; ze wilde hem beter leren kennen in het opkamertje... De nacht was kort en zijn centen waren op. Berooid, uitgeput en ontgoocheld door de harde realiteit, sloop Jan langs de schildwachten naar zijn hut en zocht tussen zijn snorkende kameraden naar zijn matras. Jan lag wakker en dacht na. Die lieve meisjes daar waren geen heksen. De heks was die sfeer, die geest daar in Konterket die de eenzame en zich verlaten voelende soldaten altijd maar blijft lokken naar dat oord van plezier. TERUG THUIS Zo vervulde Jan zijn jarenlange legerdienst. Tot man gevormd keerde hij terug in zijn dorp, waar mensen ouder waren geworden, sommigen gestorven en nieuwe kindertjes rond liepen. De moeders hadden tegen hun zin en met vrees in het hart hun zonen zien vertrekken naar 'den troep'. Wanneer dan haar brave jongen terugkwam, omgetoverd in een flinke sterke kerel, met karakter, van niets bang en zeggende alles te hebben meegemaakt, dan werd hun vrees bewaarheid. Die heks van Konterket, in dat verre kamp van Beverlo had hun zoon in de greep gahad. BEKEND EN BERUCHT Al vlug werd Konterket een beruchte buurt, vooral buiten het Kamp van Beverlo en buiten het in 1850 autonoom geworden Bourg-Léopold / Leopoldsburg. De vele soldaten namen hun verhalen, doorspekt met leugens, heimelijke wensen verward met dagdromen en gehoorde ervaringen...mee naar huis, ergens ver te lande. Menig auteur, die in het Kamp van Beverlo militair is geweest, verhaalde over Konterket. _ Marnix Gijsen, zinspeelde erop in zijn verhaaldover 'Peerke de ziekenverpleger'...die in "den lusthof Beverlo' door zijn lief in de steek werd gelaten. In zijn 'Klaaglied om Agnes' heeft hij het over "...en dan de atmosfeer van hoererij en dronkenschap in dat dorpje bij het legerkamp". _Prof.Dr. Leon Elaut heeft in zijn memoires 'Van Kleiberg tot Blandijnberg'(Orion, 1981) over zijn legerdienst 1920 - 1927 en over 'La bas, le fameux Contre-Quatre'. _Pascal Delameilleure schreef in het Kamp van Beverlo(VTB-reeks nr 78, 1967, p.8): Zoals elke garnizoen had ook Beverlo slecht befaamde wijken en cafés. De Boskant, waar in het zuiden van het kamp de Zwarte Beek en de Katersbeek vloeien, met de beroemde Korteketenbrug, was het toevlucht voor menig militair in de nadhtelijke uren. Smalend werd het gehucht door de Walen 'Contrequette' genoemd. DE LEGENDE: heks op de brandstapel Leopoldsburg bezit sedert vele jaren een dynamisch winkelcentrum tot ver in de regio bekend. De band met het militaire kamp in niet meer zo intens en meer zakelijk. Het is aannemelijk dat vele moeders en meisjes - denkend aan dat verhaal van weleer - toch nog enige angst hebben om, in die winkeldrukte hun partner te verliezen. Maar die vrees is onterecht, zo blijkt al lang. Daarenboven... Ieder jaar, sinds 1987, wordt in het voorjaar op vrouwtjesdag, zaterdag voor Carnaval, de Heks van Konterket naar de brandstapel gevoerd. Het vonnis, uitgesproken door de carnavalprins, is duidelijk en onverbiddelijk : verbranden !!! Tot op heden was er telkens een onverwachte opkomst van mannen, vrouwen, meisjes, militairen...die het schouwspel gade sloegen met spanning, jubelden en in de handen klapten van vrolijke emotie wanneer de beul de brandstapel in de "fik" stak. Zelfs de Kampse pompiers keken glunderend toe hoe de niets ontziende vlammen alles tot de grond vernietigden: deze keer mocht het. In de legende zou de heks de heks niet zijn wanneer zij zelfs door het vuur voorgoed zou verdwijnen. CARNAVALSTOET De volgende dag is de Heks van Konterket, gezeten op een bezem, terug te zien in de carnavalstoet.Hoog boven de menigte kijkt zij dan veinzend naar het mannenvolk onder de toeschouwers. De legende verhaalt - en ze is halsstarrig - dat telkens de Heks van Konterket een welwillende man aanschouwt zij de ogen schunnig opent en knipoogt... Maar wees gerust: alle mannen keren na de stoet samen met hun lief vrouwtje terug huiswaarts en met een warm © voor Leopoldsburg. ------------------------------------------ (Bron: VVV-Leopoldsburg, 1987). |
BOURG nr 1 / 2007BOURG nr 1 van 2007 (01 maart)
INHOUD
·Woord van de voorzitter
·Onze bescherm- en ereleden
·In 1958 telde onze gemeente nog 3 bioscopen: Splendid(Nicolaylaan/over het station),
de Casino (Stationstraat) en de Apolon (Jacoletstraat)
·De Jettekes van Leopoldsburg (over de redding van joodse kinderen door stationschef
en pastoor in Niel (prov Antwerpen) tijdens de laatste wereldoorlog. De kinderen, ze noemden ze
Jettekes, werden per trein in het geheim overgebracht naar de 'zusters van liefde' in Leopoldsburg.
·Onze vraag "voor welk feest stond zaal Casino klaar op de foto uit 1936?" "En wie waren de
muzikanten van het kamerorkest (op de foto) in de Casino in 1936 ?" dank zij onze leden en lezers beantwoord.
·De Koninklijke hondenclub De Getrouwe Hond (1929 - 2004); Andre Wellens vertelt.
·Ons documentatiecentrum, archief en museumlokaal in beeld op de foto.
·De Commandant Moorswandeling, deel III en slot. Een in de jaren 1920 - 1939 wijd en zijd bekende wandeling, vertrekkend vanuit het station doorheen het bebouwd gedeelte van het legerkamp van Beverlo. Een toeristische gids avant la lettre...
· GOUWDAG: Onze vereniging verwelkomt als gastkring van de komende provinciale gouwdag op 9 juni 2007, de heemkringen van onze provincie Limburg en andere. Een organisatie in samenwerking met de Heemkunde Limburg, de Cultuurraad, de toeristische dienst en het gemeentebestuur.
Thema: Toeristisch Imago en Heemkunde: symbionten binnen de erfgoedzorg. In de voormiddag fungeren als gastsprekers: prof.dr. Patrick De Groote (universiteit Hasselt) en dhr Peter Roosen, landschapscoördinator - Regionaal Landschap Lage Kempen. Dit academisch gedeelte gaat door in het Cultureel Centrum. In de namiddag kan een bezoek gebracht aan ofwel het museum Mijn Koningshuis (Astrid Bammens Collectie) ofwel aan het MKOK (museum + schuilkelder met akelige geluiden van een hevig bombardement...
Vooraf nschrijving is vereist. Info bij onze kring of Heemkunde Limburg.
· Ons poëzie-hoekje : Leopoldsburg, waar ik ben...gekomen en gebleven.
· Het beste Kampse gezegde: medewerking van de leden en de lezers gevraagd.
Praatnamiddag: de buurtwinkeltjes is onze gemeente. Op onze eerste bijeenkomst (25 januari 07)
in Den Tuinhoek, konden de talrijke deelnemers zich meer dan 87 winkels herinneren.
Opzet is een naslagwerk samen te stellen, zodat de herinneringen aan deze buurtwinkels niet zou verloren gaan.
Leden ontvangen ons driemaandelijks ledentijdschrift Bourg gratis.
INHOUD BOURG nr 4 / 2006 (december)
|
BOURG nr 4 (december) 2006 (jaargang 19, volgnr 74) |