PIONIERSHUISVESTING 'HURELDORP" De eerste door de pioniers zelf opgetrokken woningen waren primitief: - houten gebouwtjes, gelijkvloers op palen{vergelijk met de cow-boy dorpjes in de Far-West(USA)} voor de meer begoeden; - hutten bedekt met graszoden voor de arme dagloners. Het was een harde "pioniers"-tijd. Omdat de grote baas van het leger en het kamp, generaal Hurel, deze burgers had toegelaten zo'n barakkendorp op te richten en dan nog in de nabijheid van de VIP-paviljoenen(van de koning, de minister van oorlog en van de generaals) werd dit gehucht door de militairen schampend Hureldorp genoemd. De Franse Baron François Alexander HUREL was reeds 60 jaar geworden toen Frankrijk hem het mandaat gaf om vanaf 9 september 1832 de kersverse Belgische vorst bij te staan in de reorganisatie van zijn leger.
ONTDEKKER VAN DE PLAATS Volgens Wanty is het deze Hurel geweest die de plaats voor het oprichten van een groot vast legerkamp op de heide van Beverlo heeft geadviseerd aan koning Leopold I. Generaal Hurel keerde definitief terug naar zijn vaderland op 10 april 1841.
BURGERBEVOLKING MOEST HET KAMP VERLATEN Die eerste jaren van de Belgische onafhankelijkheid kende een grote volksverhuis en dus een zwervende bevolking op zoek naar het geluk en een goede plaats om te wonen. De ernstige hongersnood rond 1840 verergde nog deze situatie. De regering wilde orde op zaken stellen en maakte de intentie kenbaar dit te willen regelen met een wet. Uiteindelijk werd deze wet, die de domein- bestuurder verplichtte tot steunverlening aan de inwoners, op 18 februari 1845 gestemd in het parlement.
In 1842 reeds, de intentie kennend van de regering, verplichtte het ministerie van oorlog de burgers overal in het land de militaire domeinen te verlaten tegen uiterlijk 31 mei 1845. Dit zonder enig recht op vergoeding of compensatie. Zo ook de + 375 burgers in het Kamp van Beverlo. Dit was hier meteen de reden dat de gemeente Beverlo, voor opvang van deze bevolkingsgroep, diende te voorzien in een terrein waar de van het militair domein verdreven burgers een perceel konden kopen om een nieuwe woonst of handelspand te kunnen bouwen.
In 1846 beval het ministerie van oorlog om alle door burgers opgerichte constructies en aangelegde teeltvelden te stoppen. Diegene van de pioniers die niet voldoende kapitaalkrachtig was zag geen reden om vlug te vertrekken. Het zal dan ook tot in 1848 duren vooraleer de laatste harnekkige burgerbewoner begeleid door gendarmen het domein verliet.
De nieuwe verkaveling werd Bourg Leopold, Bourg-Leopold en uiteindelijk Leopoldsburg
Deze in 1842 ontworpen en aangelegde verkaveling Bourg heeft nooit of te nimmer de bijnaam Hureldorp gekregen (Meeus Michel, dr in de rechten - lic.geschiedenis). Het werd eerst "verkaveling Bourg en vervolgens reeds in 1844 "le Bourg". Dynastische gevoelens werden destijds zeer ernstig genomen en resulteerden in de keuze van de eigenlijke naam voor de in 1850 autonoom geworden gemeente: Bourg Leopold (toen nog zonder tussen-streepje). Het zou tot in 1932 duren vooraleer Bourg-Leopold de officieel Nederlandstalige vertaling kreeg: Leopoldsburg.
LEGENDE: Het was de militair, A. Dewinter, die in La Vie Militair van 1913(2de jaargang blz.2) beweerde dat 'men' het latere Bourg-Léopold wilde noemen naar generaal Hurel.' Doch wegens het risico op verbastering in Hoere(l)dorp zou dit voorstel niet weerhouden worden'. Waar maar ook kwamen militairen telkens terug met dit verhaal. Blijkbaar schaamden ze zich (en wilden ze 'camoufleren' dat het bedoelde Hoere(l)dorp in hun eigen kamp heeft gestaan...). In 1950, naar aanleiding van de viering van het 100 jarig bestaan van de gemeente beweert in zijn artikel"Bourg-Leopold aurant bien pu ne pas s'appeler Bourg-Leopold", waarvan een 'résumé' verscheen in La Nation Belge d.d. 08/07/1950, J. de Neunheuser dat voor deze gemeente aanvankelijk eigenlijk de naam "Village d'Hurel ou Hureldorp" werd gekozen, verwijzend naar de "état-major général Hurel, le chef de la premiere heure ". Hij wil overtuigen en staaft zijn bewering op basis van """un rapport anonyme' de 1er juin 1839 émanant sans doute du directeur des travaux du camp et adressé vraisemblament au ministre de la Guerre..."". Het bestaan van deze brief werd niet aangetoond. Weerom wilde men een verhaal opdissen dat toch wel ergernis opwekte bij de inwoners van de gemeente..
Men kan zich afvragen of deze bewering steunend op een anonieme brief wel ernstig kan worden genomen. Trouwens om welke reden zou iemand belangrijk als een militaire directeur(met de graad van kolonel !)zich in een verzoek aan de minister van oorlog niet kenbaar willen maken??). Vooreerst behelste deze materie de minister van binnenlandse zaken aan(de nieuwe verkaveling was gesitueerd buiten het kamp op gemeentelijk domein). Vervolgens zou toen een kolonel het nooit wagen een naamloze brief te richten aan de minister, lees: zijn grote baas. Tenslotte wilden de bewoners hun nieuwe verkaveling zien uitgroeien tot een grootse autonome gemeente, weg van die militaire hierarchie en los van het bestuur van Beverlo. Een streven waarin zij werden gesteund door de inwoners van het dorp Heppen, dat na vele jaren in 1939 eindelijk zelfstandige parochie werd en alsmaar bleven streven naar gemeentelijke autonomie. Voornoemde Dewinter en de Neunheuser waren niet de eerste militairen die ietwat spottend over de nieuwe wijk met dit verhaal uitpakte. Reeds in 1875, ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan van de gemeente circuleerde dit voor de inwoners kwetsend verhaal onder militairen van 't kamp. De vraag naar de waarheid drong zich op en werd toen gesteld aan Charles Caïmo, een bevoorrecht getuige. Deze bevestigde dat de nieuwe verkaveling vanaf 1842 Bourg werd genoemd en vanaf 1848-1849 in de aanvraag om gemeentelijke autonomie Bourg Léopold. De naam Hureldorp werd nooit in verband gebracht met de nieuwe verkaveling.(Meeus). Dat deze Charles Caïmo bevoorrecht was als getuige blijkt uit hetvolgende. Hij woonde hier van jongsaf, vanaf 1836, in het door zijn vader, kapitein Hyacient Caïmo, gebouwde landhuis te Heppen, gebouw thans nog gekend als 'de oudebrouwerij'. In 1846 verving hij van 26 oktober tot 21 december in Beverlo de met ziekteverlof zijnde gemeentesecretaris, Moors. Op 22 december 1850 werd hij benoemd tot gemeentesecretaris van de twee nieuwe gemeenten, Heppen en Bourg Léopold. In deze laatste gemeente werd hij zelfs op 11 augustus 1858 benoemd tot politiecommissaris. Op 2 oktober 1865 legde zijn ambten neer wegens zijn benoeming tot politiecommissaris te Hasselt. (Ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan van de gemeente in 1875 was hij eregenodigde). Zelfs de alom geprezen heemkundige Jos Caerts vermeldt in zijn werken en artikels over het ontstaan van Leopoldsburg(o.m. De Grote Heide, 1999) nergens de benaming van noch de zinsspeling op Hureldorp voor de nieuwe verkaveling.
HET GELIJK VAN DE HISTORICUS Nader en uitdiepend bekeken bleek dat de kampoverheid eigenlijk dat barakkendorp op militair domein, dat was opgetrokken veel te dicht bij en vooral in het zicht van de paviljoenen van vorst, minister en generaals daar liefst zo vlug mogelijk zag verhuizen weg van het kampdomein naar gemeentelijke grond. De nieuwe wet die de domein- beheerder verplichtte tot steunverlening aan de bewoners kwam het ministerie van oorlog alzo goed uit. Meeus Michel heeft als historicus dus wel het gelijk aan zijn kant.
Wél het barakkendorp op militair domein werd Hureldorp(1835-1845) genoemd maar zeker niet de nieuwe verkaveling Bourg waaromtrent de nieuwe bewoners vanaf 1847 grootse dromen koesterden.
Laat het duidelijk zijn dat in 1842 bij het ontwerpen van de verkavelings- plannen Hurel reeds definitief naar Frankrijk was teruggekeerd en Chazal de rijzende ster werd aan het Belgische militair en politiek firmament. Waarbij de herinneringen aan "die Hurel" werden verdrongen en Chazal(ondertussen in 1847 minister van oorlog geworden in de homogeen liberale regering onder leiding van Charles Rogier), kreeg ingevolge zijn budgettair beleid tbv de uitbouw van een moderne infrastructuur de status "redder van het kamp van Beverlo".
Ironisch genoeg is uiteindelijk ook de uitsluitend Franstalige Chazal in 1875 definitief naar Frankrijk teruggekeerd (waar hij op 25/01/1892 overleed); maar dat is een ander verhaal. Zijn standbeeld, aanvankelijk bedoeld om de hoofdstad te verfraaien werd om gekende redenen(*) daar geweigerd en kreeg - hetgeen achteraf bekeken een goede keuze is gebleken- een plaats te Leopoldsburg in het kamp van Beverlo. Van Hurel daarentegen, nochtans de ontdekker van de plaats voor het oprichten van dit grote legerkamp, vindt men hier geen standbeeld zelfs geen portret. Of hoe eendubbeltje op op het valk van de geschiedenis rollen kan... ------------------------------------------------------------------------------------- (*)Roemrucht is nog altijd het duel tussen de toenmalige minister van Oorlog Felix Pierre Chazal, die het in 1865 aan de stok kreeg met het Antwerpse parlementslid Jan De Laet. Op een bepaald moment riep Chazal dat De Laet zich verlaagde tot ,,eerloze daden''. De Laet vond er niets beters op om zijn eer te zuiveren in een duel. Het duel, dat met pistolen werd uitgevochten, vond plaats op 8 april 1865 in de rijschool te Sint-Joost-ten-Node en kreeg grote weerklank in de pers. Minister Chazal raakte licht gewond, maar was toch nog sterk genoeg om nadien met zijn getuigen een ochtendwandeling te maken door de grote lanen van het ontwakende Brussel. De kamer besloot hen te vervolgen. Uiteindelijk werden beide heren veroordeeld door het Hof van Cassatie en diende Chazal af te treden ========================================== Lees elders op deze website om welke reden dat de nieuwe verkaveling ten westen van het kamp de naam Bourg heeft gekregen. |