Naar de inhoud

rijschool

akke.beakke.be

Archief

 

                                               ONVEILIGE RIJGEDRAG

    Risicofactoren : MEDICATIE

1.    Sommige geneesmiddelen hebben een negatieve invloed op de rijvaardigheid. Deze
 geneesmiddelen noemt men “verkeersgevaarlijk”
 Die zijn nefast voor de concentratie en vormen een potentieel gevaar tijdens het
 autorijden.

2.    Welke geneesmiddelen zijn rijgevaarlijk, die je rijgeschiktheid zullen beïnvloeden:
    - slaapmiddelen: zijn 10uur na inname nog werkzaam
    - pijnstillers
    - medicijnen tegen allergie (anti-histaminica)
    - kalmerende middelen
    - medicijnen tegen reisziekte en braken
    - hoestmiddelen die codeïne bevatten
    - medicijnen tegen hoge bloeddruk
    - stimulerende middelen

3.    Raadpleeg vooral je arts en/of apotheker. Deze kan je inlichten over de mogelijke
 gevolgen voor je rijvaardigheid.
 In principe worden de mogelijke effecten (waarschuwingen) van het geneesmiddel
 vermeld in de bijsluiter.

4.    Aanwijzingen die je kunnen helpen om geneesmiddelen met een mogelijke invloed
 op de rijvaardigheid op te sporen:
     - slaperigheid met als gevolg: verminderde waakzaamheid en trager reactievermo-
       gen
     - waarnemingsstoornissen (het zicht)
     - duizeligheid
     - verminderd besef van gevaar
     - agressiviteit
     - beven, coördinatiestoornissen
     - misselijkheid
   Reactie: stop met autorijden

5.    Hoelang duren de neveneffecten:
      - Dit hangt af van geneesmiddel tot geneesmiddel en van persoon tot persoon.
      - Heel wat factoren zoals leeftijd, individuele gevoeligheid en gecombineerd
        geneesmiddelen gebruik spelen hier een rol….
      - Het tijdstip van inname is van groot belang:
                - nooit overdag of alvorens te rijden
                              maar
                  altijd net voor het slapengaan

6.    Gouden regels als je geneesmiddelen neemt:
      - lees aandachtig de bijsluiter
      - drink geen druppel alcohol
      - stop bij het minste neveneffect (slaperigheid, concentratieproblemen, duizeligheid,
         verminderd zicht, enz)
      - rij bij voorkeur overdag in plaats van ’s nachts
      - vermijd lange ritten
      - drink geen koffie om de neveneffecten van een geneesmiddel tegen te gaan
      - als beroepchauffeur: maak dan je arts hierop attent wanneer hij je genees-
         middelen voorschrijft.

7.    Wat zegt de wet?
  Je bent NIET rijgeschikt als je als bestuurder, in welke vorm dan ook, geneesmiddelen
   gebruikt die een nadelige invloed op je rijgeschiktheid kunnen hebben
  De bestuurder moet in staat om te sturen en moet zijn voertuig voortdurend in de hand
   hebben

8.    Een verminderde rijgeschiktheid, lichamelijke en/of geestelijke geschiktheid, bij    voorbeeld een verminderd gezichtvermogen zal de rijvaardigheid, die aangeleerd   wordt, negatief beïnvloeden en men loopt twee- tot vijfmaal zoveel risico lopen om bij
een verkeerongeval betrokken te geraken   
      

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door leon om 12:03 Reageer op dit bericht

 

                                Weet u dat

1.    de richtingsaanwijzers (pinkers) moeten gebruikt worden bij het verlaten van een
rondpunt (rotonde)

2.    inhalen gebeurt links, ook op de autosnelweg

3.    een bestuurder op een rondpunt heeft voorrang op de bestuurders die het willen
oprijden

4.    je,een zijdelingse afstand van tenminste 1m moet houden tussen je voertuig en
een tweewieler of een voetganger

5.    de veiligheidsafstand tussen je voertuig en een voorligger hangt van je snelheid
af  Vb : 50km/u : ongeveer 25m
            70km/u :       “         35m
          120km/u :       “         60m

6.    in alle straten met eenrichtingsverkeer mogen de fietsers en bromfietsers in beide
richtingen rijden

7.    wij, als bestuurders, voorrang moeten verlenen aan de fietsers of bromfietsers die
in de tegenrichting uit een beperkt eenrichtingsverkeer straat een kruispunt oprijden

8.    wij, onze snelheid moeten aanpassen bij het naderen van een kruispunt

9.    de peage(tol) voor de vrachtwagens zal in 2013 in België ingevoerd worden

10.  vanaf 2013 , alle nieuwe wagens zullen van dagrijlichten voorzien zijn
                               

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door leon om 15:28 Reageer op dit bericht

 

                           Enkele belangrijke regels van de wegcode

 

1.   Verkeerstekens: een gele onderbroken streep

                    Langs deze gele streep is het parkeren op de rijbaan verboden

            Een gele onderbroken streep op de trottoirband of op de boorsteen van een
            verhoogde berm betekent: verboden langs de streep
                                                        op de rijbaan te parkeren
            Opm: -een stilstaand voertuig   : een voertuig dat niet langer stilstaat dan nodig
                       is voor het in of uit te stappen of het laden of lossen
                      -een geparkeerd voertuig:  een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is
                        voor het in of uit te stappen of voor het laden of lossen

2.   Openbare weg: een woonerf (woonwijk)  
images?q=tbn:ANd9GcSexejX2EuAVeZd07zqxSd2QTxgMIqQlqkYex6vFZ0_4jAEYGdAFg
      
 
In een woonerf:
 - de snelheid is tot
20km/u
 beperkt
 - het parkeren is er verboden
behalve
:
               op de plaatsen  - waar een verkeersbord het toelaat
                                         - waar een wegmarkering met de letter P is aangebracht
 - de voetgangers mogen de ganse breedte van de openbare weg gebruiken
 - de bestuurders mogen de voetgangers niet hinderen of in gevaar brengen

 

3.   De pechstrook

 bevl_approach.jpg

  Het is verboden op de autosnelwegen stil te staan of parkeren :
                      - GSM gebruiken
                      - wegenkaart raadplegen……….
      Denk maar niet  te gauw dat de andere automobilisten U altijd ( tijdig ) zullen
      zien staan
      Pechstrook alleen gebruiken in uiterste nood (wagen verlaten !!)



Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door leon om 15:57 Reageer op dit bericht

 

                       Beperkt eenrichtingsverkeer ( BEV )

   

                                    C1
                              M.3.                                                            F19
                                                                                                                M.5.


Verboden richting voor iedere          Eenrichtingsverkeer voor alle

          bestuurder , uitgezonderd voor     bestuurders maar tweerichtings

          fietsers en bromfietsers klasse A   verkeer voor fietsers en brom

                                                                fietsers klasse A
         C1+M3                                                  F19+M5       

1.   Sinds 01 Juli 2004 is het beperkt eenrichtingsverkeer (BEV) veralgemeend F19+M5:
op enkele uitzonderingen na ( om veiligheidsredenen of minimale
wegbreedte 3m en uitzonderlijk 2,6m)

2.   De eenrichtingsstraten worden opengesteld voor fietsers (eventu-
eel bromfietsers klasse A: 25Km/u) die tegen het andere verkeer
in rijden, voor zover er specifieke signalisatie is aangebracht
( foto C1). De autobestuurders en de fietsers of bromfietsers
ontmoeten elkaar.

3.   Fietsers (en bromfietsers klasse A) die uit een straat met beperkt
eenrichtingsverkeer (foto F19) komen aangereden hebben natuur-
lijk voorrang van rechts want zij komen niet uit een voor hen verbo-
den richting.

4.   Aanbevelingen:
   - als bestuurder:denk bij het inrijden van een eenrichtingsstraat
     steeds aan de fietsers of bromfietsers die er zouden kunnen
     uitkomen. Hou op een kruispunt rekening met de signalisatie
     en de voorrangregels.
   - als voetganger: als je wil oversteken, kijk dan in ieder geval
     naar links en naar rechts.
   - als fietser: respecteer de signalisatie en rij enkel in de tegen-
     richting waar dit toegestaan is. Let op voor geparkeerde wa-
     gens (die kunnen vertrekken) en wees voorzichtig op elk kruis-
     punt.
     
             d1b.gif (2418 bytes)

            

M.2.  M.3.
Eenrichtingsstraat waar fietsers en bromfietsers klasse A

in beide richtingen mogen rijden

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door leon om 00:00 Reageer op dit bericht

 

              KIJK UIT :            Fietsers, bromfietsers en fietspaden:

 F50                                                                                                                            gebodsborden 

 Fietsers en bromfietsers zijn erg kwetsbaar. 20% van de verkeersdoden en zwaargewon-
  den zijn fietsers en bromfietsers.
 Een bestuurder mag kwetsbaardere verkeersdeelnemers niet in gevaar  brengen, dus
  dubbel voorzichtig zijn bij hun aanwezigheid.
 Hij moet hoffelijk blijven en defensief  rijden.

 Houding  t.o.v  fietsers en bromfietsers

1.    Een bestuurder moet  bij het inhalen of kruisen  een zijdelingse afstand van ten
 minste 1 meter  tussen zijn voertuig en een fietser of bromfietser. Indien  onmo-
 gelijk  moet hij vertragen en zo nodig stoppen ( onvoorziene bewegingen maken
 van fietsers).

 

2.    Het is verboden het portier van een voertuig  te openen of open te laten, in en uit
 een voertuig te stappen zonder zich ervan vergewist  te hebben dat dit de andere
 weggebruikers ( op een fietspad ) niet in gevaar kan brengen of hinderen.

 

3.    Het is verboden stil te staan of parkeren:
      - op een fietspad of een oversteekplaats voor fietsers  want dan moeten ze de
           rijbaan gebruiken = risico’s nemen.
    

 

      - op de rijbaan en de berm:
              - op minder dan 5 m   van de plaats waar de tweewielers verplicht zijn :
                    - het fietspad  te verlaten om op de rijbaan te rijden
                                                    of
                    - de rijbaan te verlaten om op het fietspad  te rijden
    

 

      - op de rijbaan:
                - op minder dan 5 m  voor een oversteekplaats voor fietsers of brom-
                   fietsers.

4. Als een bestuurder  een fietspad  oversteekt  moet  hij voorrang verlenen aan de
  fietsers of bromfietsers die zowel van links als van rechts komen.

 

 

 

5  Een bestuurder mag een oversteekplaats voor fietsers en bromfietsers slechts met
matige snelheid  naderen. Hij mag de weggebruikers die zich erop bevinden niet  in
gevaar brengen of hen niet hinderen als zij de rijbaan oversteken. Indien nodig
stoppen om hen te laten doorrijden.

 

6. Een bestuurder mag een oversteekplaats niet oprijden als het verkeer  zodanig
belemmerd  dat hij er waarschijnlijk op moet stoppen.

 

7. Het is verboden een bestuurder in te halen die een oversteekplaats voor fietsers
en bromfietsers nadert of ervoor stopt op plaatsen waar het verkeer niet wordt
geregeld  door een bevoegde  persoon (agent)  of door verkeerslichten.

 

8. Op tweerichtingsfietspaden moet een bestuurder,op kruispunten,  rekening houden   met  de fietsers die uit twee richtingen kunnen komen. Fietsers behouden hun voor       rang. Haaientanden of stopstreep en verkeersborden met een onderbord  M9
duiden de verkeerssituatie aan.                               

onderborden


 

 9. De tweewielers die  op het einde van een fietspad  rechtdoor rijden op de rijbaan ,
  voeren geen maneuver uit. Ze moeten dus geen voorrang verlenen aan de andere
  weggebruikers op de rijbaan.

 

10. Elke bestuurder ( t.t.z fietser en bromfietser, motorfietser, auto, vrachtwagen, bus,
  ruiter, gespan)  moet  voorrang verlenen  aan de bestuurder die van rechts komt( ook uit een beperkte  eenrichtingsstraat) . De bestuurder, die voorrang heeft ,
  stopt en terug vertrekt, behoudt  zijn  voorrang.

 
 

11. Het is eveneens verboden  op een fietspad  te rijden om een bestuurder langs
  rechts voorbij  te rijden of in te halen  (ook op een pechstrook).

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door leon om 16:09 Reageer op dit bericht

 

                   De afleiding ( onoplettendheid ) aan het stuur

5 procent van alle ongevallen wordt door concentratieproblemen veroorzaakt.
Word je door iets afgeleid, dan heb je niet meer je onverdeeld aandacht bij
de taak (bestuurder) die je aan het uitvoeren was.

 

 Wat zijn de grootste afleidingen tijdens het rijden? De bronnen van afleiding
tijdens het rijden zijn met de nieuwe technologieën talrijker geworden (ze
zijn bijna ontelbaar):

  a. in de wagen:

               - eten
               - mobiel telefoneren (GSM)
               - afstemmen van de radio, GPS,……..
               - luisteren naar de radio
               - een gesprek voeren met een passagier
               - de krant lezen
               - …………

  b. buiten de wagen
               - een opvallend persoon op het trottoir
               - een reclamebord
               - een winkelraam
               - een ongeval op de andere rijbaan
               - ………..

  c. na een ruzie rijdt men ongeconcentreerd

 

Mobiel bellen (GSM) is het gevaarlijkste: waarom?
       - de bestuurder wordt “fysiek” afgeleid doordat hij tegelijkertijd zowel de
         telefoon als het voertuig moet bedienen. Hij moet zijn aandacht verdelen
         over het telefoongesprek en het autorijden.

       - rijgedrag van bestuurders die rijden en bellen:
               - ze vertragen plots als zij een oproep ontvangen of zelf iemand opbellen
               - ze staren = strak naar een punt in de verte kijken waardoor de rest
                 weinig aandacht krijgt, bij voorbeeld:
                     - voetgangers die aan een zebrapad wachten om over te steken
                     - verkeersborden langs de weg
                     - in de spiegels kijken
                     - geen voorrang geven
                     - aarzelend of onaangepast rijgedrag:
                            - de auto wijkt van zijn traject af
                            - de reactietijd wordt langer
       - overtredingen van de tweede graad ( 100€ ):gebruik van een GSM in de
         hand behalve bij stilstaan of parkeren. Hij mag geen gebruik hiervoor van
         de pechstrook en niet bellen terwijl hij wacht voor het rode licht ,in de file
         staat.              

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door leon om 22:33 Reageer op dit bericht

 

                                            Wat is Eco-driving (vervolg)

9. Leg je motor stil als je langer dan 20 seconden moet wachten (bij een rood licht,
    bij een spoorweg, voor een open brug,……). Een wagen verbruikt veel brandstof
    bij een stationair toerental.

10.Controleer maandelijks de bandenspanning. Te weinig spanning zorgt ervoor dat
      je meer brandstof gaan verbruiken en de banden sneller gaan slijten.

11.Vermijd overbodig gewicht. Hou de koffer leeg en plaats fietsen bij voorkeur op
      op een rek achteraan het voertuig. Verwijder onmiddellijk na het gebruik de ski-
      box, het fiets of bagagerek.

12. Gebruik de auto niet voor korte ritten, vooral met koude motor.

13. Parkeer je wagen in de rijrichting waarin je de volgende keer zal wegrijden ten-
      einde onnodig manoeuvreren met een koude vervuilende motor te vermijden.

14. Veilig en zuinig rijden kan alleen met een goed onderhouden wagen.

15. Maak verstandig gebruik van boordapparatuur:
                - gebruik je toerenteller om tijdig te schakelen
                - cruise controle helpt je om gelijkmatig te rijden
                - schakel de airco alleen aan als het echt warm wordt in de auto of
                   wanneer je ramen beslaan.

16. Registreer je brandstofverbruik.

  Eco-rijden is een nieuwe rijstijl. Wie zo rijdt zal dit niet alleen in zijn portemonnee
  merken maar levert ook een belangrijke bijdrage tot het ontlasten van ons milieu:

-minder brandstofverbruik
-     “      schade en onderhoud
-meer comfort en veiligheid voor de bestuurder
-minder stresserend rijgedrag

             

                  De bedoeling van Eco-rijden is energieverbruik en schadelijke
                  uitstoot van gassen te verminderen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door leon om 08:38 Reageer op dit bericht

 

                                              Wat is Eco-driving ?(eerste deel)

 Eco-driving is de meest moderne manier van autorijden.
Op technisch gebied zijn de motoren enorm geëvolueerd waardoor er een groter
vermogen kan ontwikkeld worden bij lagere toerentallen.
Helaas rijden de meeste autobestuurders nog steeds zoals het hen jaren geleden
werden aangeleerd. Dit vereist dan een totale andere rijstijl: een energiebewuste
rijstijl die op een eenvoudige manier soms een brandstofbesparing tot 15 procent
levert met als gevolg minder uitstoot van vervuilende stoffen.
TIPS om eco-driving “zuinig” te rijden:

1.    Zorg ervoor dat je vooraf je weg uitstippelt zodat je geen nodeloze omwegen
moet rijden. Houd steeds rekening met de voorziene verkeersdrukte en de
spitsuren: vermijd bijvoorbeeld het centrum van drukke steden. Gebruik even-
tueel een navigatiesysteem.

2.    Vermijd onnodig versnellen en vertragen. Houd je voertuig in beweging.

3.    Schakel zo snel mogelijk naar een hogere versnelling. Schakel bij een toeren-
tal dat bij voorkeur lager is dan 2000 toeren.

4.    Vermijd hoge toerentallen die onnodig veel brandstof kost. Moderne motoren
leveren namelijk ook bij lagere toerentallen voldoende vermogen.

5.    Geef de juiste hoeveelheid gas. Houd de toerentallen relatief laag en rijd met
met zo constant mogelijke snelheid.

6.    Volg de verkeersstroom en anticipeer op wat voor je gebeurt. Hou voldoende
afstand ten opzichte van je voorligger. Zo vermijd je dat je voortdurend moet
afremmen en gas geven wat alleen maar veel brandstof verbruikt.

7.    Laat tijdig het gaspedaal los bij het vertragen wanneer je een kruispunt ,
verkeerslicht … nadert. Moderne motoren sluiten immers automatisch de
brandstoftoevoer af en het verbruik is 0,0 liter.

8.    Rem op de motor. Laat hierbij de motor zo lang mogelijk in dezelfde versnel-
ling zonder koppeling in te drukken. Zo laat je jouw auto bollen zonder te
ontkoppelen. Ontkoppelen verbruikt brandstof, uitrollen niet.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door leon om 21:24 Reageer op dit bericht

 

                                     Anticiperen = defensief en preventief rijden
                                                                 situaties voorzien

1.    Wat is anticiperen ?
   betekent vooral zelf fouten vermijden en tijdig reageren op fouten van andere
    weggebruikers om zo ongevallen te voorkomen= vooruitlopen op mogelijke
    ontwikkelingen.

2.    Hoe kan men anticiperen ?

a.    Houd je blik ver gericht en laat je blik zoeken ; hou eveneens voldoende
 ruimte rondom je voertuig ( maar ook kijken in de achteruitkijkspiegels en
 over de schouders )
Factoren die het zicht kunnen beperken:
    -   Ruitenwissers: moeten aan de binnen- en buitenkant zuiver zijn
    -   Na het gebruik van alcohol,drugs of geneesmiddelen: merkt men
        zaken niet of te laat op. Zaken lijken verder op dan ze in de werkelijk-
        heid zijn. De rijvaardigheid is negatief beïnvloedt.
     -  De weersomstandigheden: beperken dikwijls het zicht (regen,mist,sneeuw,
        wanneer de zon erg laag staat, ook een tunnel inrijden:(lichten ontsteken)
     -  Een oogarts: kan nagaan of je voldoende goed ziet. Het dragen van een
        bril kan heel wat probleem oplossen.
     -  De vermoeidheid: dat de alertheid en concentratie afnemen , veroorzaakt
        een minder efficiënte informatieverwerking.
     -  Door afleiding: is men minder aandachtig. Kan het gevolg zijn van: de
        radio bedienen,telefoneren(GSM),…=verstrooidheid
     -  De snelheid: aan de omstandigheden aanpassen; geef je voldoende tijd
        om de risico’s tijdig te herkennen.
     -  Een slechte zit- en stuurhouding: achter het stuur.
     -  Gebrek aan zuurstof: en roken in het voertuig verminderen het gezicht-
        vermogen bij nacht.
     -  Slechte werking van de verlichting: van je wagen ( grote lichten van
        tegenliggers kunnen je ook verblinden)

b.     Houd voldoende veiligheidsafstand tussen je voertuig en de voorligger: dit
  laat je toe om ver te kunnen zien.
Rekening houden met:
     -  De snelheid: deel uw snelheid door 2
                             80km/u delen door 2= 40m als veilige afstand
     -  De zichtbaarheid: ( in het donker, mist, regen; rook) snelheid aanpassen.
     -  De remafstand: de stopafstand mag nooit groter zijn dan de zichtafstand
        ( zijn de remmen ,de verlichting,de banden, de vering,de schokdempers
        in goede staat. De lading(aanhangwagen) kan een grote hoeveelheid
        voortbeweging of kinetische energie ontwikkelen die soms moeilijk te
        stoppen is.
     -  De weersomstandigheden: op een glad wegdek wordt de remafstand          
       

 

        langer en de kans op slippen is groot.
     -  De signalisatie: borden die de snelheid beperken, een onoverzichtelijke
        bocht, een gevaarlijke plaatsgesteldheid, een afdaling aankondigen
     -  Een vluchtweg: inschatten in wisselende situaties.

c.        Aandachtig en alert blijven.
          
        - let op mogelijke rijbewegingen van andere weggebruikers ( zwakke)
                   - voet klaar boven het rempedaal houden zo is men klaar op tijdig te
                     remmen.

     

3.    Waarom altijd anticiperen? ( positieve gevolgen)
    om:- ongeval te voorkomen
          - brandstof te besparen(vermijd bruusk remmen en opnieuw optrekken)
          - ecologisch te rijden : er worden minder uitstoot van luchtverontreinigende
               stoffen en geluidsoverlast ( max 80dB)
          - slijtage van de remmen en de banden te beperken

4.    Hoffelijkheid
          - gun kinderen, fietsers, bromfietsers de nodige tijd
          - andere weggebruikers ook helpen
          - indien beperkt zicht: kunnen stoppen over een afstand die men nog kan
            overzien.

5.    Past tijdens het rijden de volgende verdedigingstechnieken toe:
          
      - wat kan er gebeuren? ( risico’s )
      - hoe kan ik gepast en tijdig reageren?
 

    en zelfs als men de goede kijktechniek toepast en alert is, kan er onverwachts
    een hindernis opduiken.
    Een te kort veiligheidsafstand belemmert het zicht.
           
        
  


       
         
       
            

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door leon om 20:21 Reageer op dit bericht

 

                                                       De dode hoek

1.    De dode hoek is de ruimte rond het voertuig (groter bij vrachtwagen)  die de
bestuurder niet kan zien waarin zich andere weggebruikers kunnen bevinden.
    - Vooral de dode hoek aan de rechterkant maakt het rechts afslaan bijzonder
       risicovol zelfs met goed afgesteld spiegels.

2.    Gevaarlijke dode hoeken rond de vrachtwagen
    - naast de rechtse portier
    - voor de neus van de vrachtwagen
    - achter het voertuig
    - een rijstrook links of rechts van het voertuig

3.    Het slechte zichtveld van de bestuurder is het resultaat van de typische bouw
(hoge positie en de grootte van het voertuig) van een vrachtauto waarbij de motor
zich vooraan onder de cabine bevindt.

4.    Om de dode hoek zo klein mogelijk te maken moeten de spiegels goed afgesteld
zijn.

5.    Rijgedrag: tijdens het rijden moet men bij het uitvoeren van een zijdelingse
verplaatsing(bv:bij file -of rijstrookverandering, links inhalen, links of rechts afslaan)
herhaaldelijk naar links of rechts over de schouder kijken om een duidelijk beeld te
hebben van de weggebruikers die zich in de onmiddellijke nabijheid van het voertuig
bevinden.

6.    Schets:De_Dode_Hoek-afbeelding.jpgplaat.php%3Ffileid%3D4930dode_hoek.jpeg

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door leon om 20:31 Reageer op dit bericht

Meer van rijschool

↑ Terug naar de berichten