Samenvatting per deel - 2
In deel 9 belicht de absolute overwinning en de koninklijke status van de ziel die volledig is overgegeven aan de Goddelijke Wil.
De Triomf van God: Jezus openbaart dat niets Hem zoveel glorie schenkt als een ziel die in Zijn Wil leeft. Hij noemt deze toestand de hoogste triomf van Zijn genade en het allerhoogste goed, zowel op aarde als in de hemel.
De ziel als "Levende Hostie": Zielen die in de Goddelijke Wil leven, worden door Jezus omschreven als Zijn ware, levende hosties. Waar Zijn sacramentele aanwezigheid in de Eucharistie eindigt zodra de fysieke hostie is verteerd, blijft de spirituele transformatie in de ziel eeuwig duren.
De tweevoudige doodstrijd: Jezus legt het mystieke verschil uit tussen Zijn lijden. De doodstrijd in de Hof van Gethsemane (vol angst en bloedzweet) was specifiek bedoeld om stervenden in hun laatste uren bij te staan. De doodstrijd aan het Kruis (volledig in vrede en kalmte) diende om de ziel rust en overgave te schenken in haar allerlaatste ademteug.
De onbelemmerde "Communie van de Wil": In tegenstelling tot de sacramentele communie in de kerk, die door ziekte, afstand of omstandigheden kan worden verhinderd, kent de Communie van de Wil geen enkele barrière. Zodra de ziel dit oprecht verlangt en zich openstelt, is de directe eenwording met God een feit.
Radicale goddelijke onthechting: Om deze verheven staat te bereiken, moet de ziel zich volledig losmaken van aardse verlangens, menselijke logica en spiritueel egoïsme. Alleen in de absolute leegte van de menselijke wil kan het goddelijke licht ongestoord schijnen.
In deel 10 wordt de nadruk gelegd op de absolute zuiverheid die nodig is om Gods werk in de ziel niet te belemmeren, en introduceert het 'Fiat' als transformatiemiddel.
De zuivere intentie als fundament: Jezus leert dat elke handeling uitsluitend voor Gods eer moet worden gedaan. Zodra een menselijk motief (zoals de drang naar erkenning of spirituele troost) binnensluipt, verliest de daad haar goddelijke waarde.
De menselijke wil als gebarsten vat: Menselijke verlangens en eigenwijsheid creëren scheuren in de ziel. Jezus gebruikt de metafoor van een gebarsten vat: hoe meer genade God erin giet, hoe sneller het wegstroomt als de menselijke wil nog actief is.
De transformerende kracht van het 'Fiat': Door bij elke handeling bewust 'Fiat' (Uw Wil geschiede) te zeggen, plaatst de ziel haar acties direct in de Goddelijke Wil. Hierdoor worden alledaagse, menselijke daden omgevormd tot oneindige, goddelijke daden.
Lijden als verborgen liefde: Lijden wordt in dit deel gepresenteerd als de ultieme uiting van Gods liefde en vertrouwen in de ziel. Door beproevingen in stilte en zonder klagen te omarmen, deelt de ziel in het geheime, verlossende werk van Jezus.
Het 'verlies' van de eigen identiteit: De ziel wordt opgeroepen om haar eigen ik zozeer te verliezen dat zij alleen nog maar denkt, voelt en handelt vanuit Jezus. Dit totale opgaan in Hem heft de spirituele afstand tussen de Schepper en het schepsel op.
In deel 11 introduceert Jezus de absolute kern van Zijn mystieke leer.
Het essentiële verschil tussen "het doen van" en "het leven in" de Wil: Jezus legt uit dat wie Gods wil doet, zich gedraagt als een dienaar die bevelen opvolgt, maar buiten de koninklijke paleisdeuren blijft staan. Wie leeft in de Goddelijke Wil, treedt binnen als een kind van de Koning, neemt bezit van Gods eigenschappen en regeert samen met Hem.
De introductie van de drie grote Fiats (Tijdperken): Jezus openbaart de drie grote tijdperken in de menselijke geschiedenis: het Fiat van de Schepping (het oorspronkelijke plan met Adam), het Fiat van de Verlossing (de komst en het lijden van Jezus), en het komende Fiat van de Heiliging of Sanctificatie (de definitieve vestiging van het Koninkrijk op aarde).
Toegang tot goddelijke vermogens: Een ziel die in de Goddelijke Wil leeft, handelt niet langer met beperkte, menselijke krachten. Zij krijgt toegang tot de oneindige vermogens van God Zelf, waardoor haar gebeden, liefde en aanbidding een goddelijk en oneindig niveau bereiken.
De herhaling van Jezus' leven: Wanneer de menselijke wil volledig is uitgeschakeld, krijgt Jezus de ruimte om Zijn eigen innerlijke leven, Zijn deugden en Zijn daden in de ziel te herhalen. De ziel wordt zo een levend verlengstuk van Christus op aarde .
De oneindige waarde van het alledaagse: Geen enkele handeling is te klein of onbelangrijk. Jezus leert dat alledaagse taken (zoals eten, slapen, werken of ademen) een oneindige, kosmische waarde krijgen en de hele mensheid ten goede komen, mits ze bewust in de Goddelijke Wil worden geplaatst.
In deel 12 Het deel werd geschreven tijdens de Eerste Wereldoorlog en de Goddelijke Wil is de ultieme schuilplaats en het medicijn voor de wereld.
De Goddelijke Wil als een ondoordringbare vesting: Te midden van de oorlog en de wereldwijde chaos openbaart Jezus dat het leven in Zijn Wil de ziel een absolute, innerlijke veiligheid biedt. Terwijl de buitenwereld wankelt, blijft de ziel die in de Wil leeft verankerd in een onverstoorbare goddelijke vrede.
De ziel als een "Permanent Tabernakel": Jezus legt uit dat Zijn aanwezigheid in de Eucharistie beperkt is tot de fysieke gedaante van de hostie. Echter, in een ziel die in de Goddelijke Wil leeft, vormt Hij een permanent, levend tabernakel waar Hij onophoudelijk kan wonen, onafhankelijk van uiterlijke omstandigheden of kerkgebouwen.
Het vormen van een goddelijk tegenwicht: Jezus laat Luisa zien dat de mensheid door haar zonden en egoïsme veel destructieve energie en straf over zichzelf afroept. De ziel die in de Goddelijke Wil leeft, biedt met haar daden van liefde en eerherstel een noodzakelijk, goddelijk tegenwicht dat de weegschaal van Gods gerechtigheid in balans houdt.
De verbinding met de eeuwigheid: Handelingen die in de menselijke wil worden verricht, zijn tijdelijk en vergaan. Wanneer de ziel echter versmelt met de Goddelijke Wil, worden haar daden direct verbonden met de eeuwigheid. Ze worden losgekoppeld van de tijd en behouden voor altijd hun glans en waarde in de hemel.
De roeping tot kosmisch herstel: De ziel krijgt in dit deel de specifieke taak om namens alle schepselen — en namens de door de oorlog verscheurde mensheid — liefde en dankbaarheid aan de Schepper terug te geven. Zij reist in de geest door de hele schepping om overal het stempel van Gods liefde te drukken en zo de oorspronkelijke harmonie te herstellen.
In deel 13 is de focus gericht op de unieke verhevenheid van deze levenswijze en laat zien hoe dit traditionele vormen van heiligheid overstijgt.
De unieke en superieure heiligheid: Jezus legt uit dat de heiligheid van het leven in de Goddelijke Wil wezenlijk anders is dan de bekende, traditionele heiligheid. Waar traditionele heiligheid zich richt op het perfectioneren van menselijke deugden (zoals geduld of armoede), treedt de ziel hier rechtstreeks binnen in het goddelijke wezen, waardoor haar deugden worden vergoddelijkt.
Het overtreffen van de Eucharistie: In een zeer diepe openbaring legt Jezus uit dat het leven in de Goddelijke Wil in zekere zin het wonder van de Eucharistie overtreft. Bij de sacramentele communie komt Jezus op bezoek in de ziel en vertrekt Hij weer zodra de hostie is verteerd. Wie leeft in de Wil, ervaart echter een voortdurende en ononderbroken eenheid waarin Jezus permanent Zijn goddelijke leven leidt.
De ziel als Goddelijke Schatkamer: Wanneer de ziel in de Goddelijke Wil leeft, opent God al Zijn hemelse schatkamers voor haar. De ziel ontvangt niet slechts losse gaven, maar krijgt het beheer over Gods eigen liefde, licht en geluk. Zij mag deze schatten vervolgens vrijuit gebruiken en uitdelen.
Het troosten van de Schepper: Jezus deelt Zijn diepe innerlijke pijn over het feit dat de mensheid Zijn liefde massaal afwijst. De ziel die in de Goddelijke Wil leeft, troost Jezus door Hem bij elke ademhaling en gedachte een volmaakte, goddelijke liefde terug te geven, die de kilte van de wereld compenseert.
Het herstel van de oorspronkelijke band: Dit deel benadrukt dat het leven in de Wil geen 'nieuwe mode' is, maar de terugkeer naar het allereerste begin. Het herstelt de intieme, kinderlijke relatie die Adam in het Paradijs met zijn Schepper had, nog voordat de zondeval de breuk veroorzaakte.
In deel 14 wordt de leer verdiept over de universele en kosmische impact die één enkele ziel kan hebben wanneer zij volledig opgaat in de Goddelijke Wil.
De echo in de gehele schepping: Jezus legt uit dat de Goddelijke Wil het dragende netwerk is achter alles wat bestaat. Wanneer een ziel een handeling verricht in de Goddelijke Wil, weerklinkt deze actie als een echo door de hele kosmos. Zij bidt, bemint en herstelt op dat moment synchroon in naam van alle schepselen uit het verleden, heden en de toekomst.
De voortdurende herhaling van Jezus' leven: In dit deel wordt benadrukt dat de ziel niet langer haar eigen, beperkte menselijke werken doet. Omdat de menselijke wil volledig stilligt, krijgt Jezus de absolute ruimte om Zijn eigen goddelijke leven, Zijn gebeden en Zijn verlossende daden fysiek en spiritueel in haar te herhalen.
De funderende waarde van zware beproevingen: Luisa ervaart in deze periode intense fasen van spirituele droogte en de pijnlijke, schijnbare afwezigheid van Jezus. Jezus openbaart haar dat haar trouw en volharding tijdens deze zware beproevingen noodzakelijk zijn om de onwankelbare fundamenten te leggen voor het toekomstige Koninkrijk van de Goddelijke Wil in de mensheid.
Gods intense verlangen naar wederkerigheid: God heeft de schepping en de mens puur uit liefde voortgebracht en zoekt nu in de mens een antwoord op die liefde. De ziel die in de Goddelijke Wil leeft, is in staat om God deze perfecte, volmaakte en goddelijke wederliefde aan te bieden, waarmee zij de scheppingscirkel sluit.
Het herstel van het verloren bezit: Jezus laat zien dat de mens door de zondeval zijn koninklijke erfenis en het 'eigendomsrecht' over de Goddelijke Wil heeft verloren. Door te leven in de Wil begint de ziel dit verloren territorium stap voor stap terug te winnen, niet alleen voor zichzelf, maar als wegbereider voor de hele mensheid.
In deel 15 openbaart Jezus aan Luisa Piccarreta dat zij een centrale rol speelt in het vestigen van het Koninkrijk van de Goddelijke Wil op aarde. Zij is de "eerstgeborene" van het Koninkrijk van de Goddelijke Wil
De centrale rol van de 'eerstgeborene': Jezus openbaart aan Luisa dat zij is uitgekozen om de eerste ziel te zijn die, na de Maagd Maria, het Koninkrijk van de Goddelijke Wil op aarde bezit. Haar leven en haar geschriften dienen als het startpunt en de blauwdruk voor alle zielen die na haar zullen komen.
De drie grote Fiats als één heilsplan: Dit deel legt een diepe theologische link tussen de drie grote tijdperken: het Fiat van de Schepping, het Fiat van de Verlossing en het Fiat van de Heiliging. Jezus laat zien dat deze drie geen losse acties zijn, maar drie opeenvolgende stappen die samen het volledige plan vormen om de mens terug te brengen naar Gods oorspronkelijke bedoeling.
De 'Keten van Liefde' tussen hemel en aarde: Elke handeling, elk gebed en elke gedachte die de ziel in de Goddelijke Wil plaatst, vormt een spirituele schakel. Deze schakels smeden een onbreekbare keten van liefde die de hemel met de aarde verbindt en de komst van het Koninkrijk versnelt.
De noodzaak van de geschriften: Jezus dringt er in dit deel sterk op aan dat Luisa alles moet opschrijven wat Hij haar leert. Deze leringen zijn namelijk geen persoonlijke gunsten voor haar alleen, maar ze bevatten het levende licht en de spirituele wetten die toekomstige generaties nodig zullen hebben om in de Goddelijke Wil te kunnen leven.
Het herstel van Gods rechten: Door de zondeval heeft de mens God de eer en de liefde onthouden waar Hij als Schepper recht op heeft. De ziel die in de Goddelijke Wil leeft, treedt namens de hele mensheid op om God die misgelopen eer, aanbidding en liefde alsnog in volmaakte (goddelijke) mate terug te betalen.
In deel 16 richt zich op de diepe spirituele erfenis die God aan de mens wil teruggeven. In dit deel wordt uitgelegd hoe het leven in de Goddelijke Wil de ziel terugbrengt naar de oorspronkelijke blauwdruk van de menselijke natuur.
De terugkeer naar de staat van Adam vóór de zondeval: Jezus legt uit dat het leven in de Goddelijke Wil de ziel herstelt in de oorspronkelijke staat van onschuld, zuiverheid en heerschappij die Adam bezat in het Aardse Paradijs, nog voordat hij door zijn eigen wil de harmonie verbrak.
De drie opeenvolgende Fiats in de ziel: Waar de wereld de opeenvolgende tijdperken van de Schepping en de Verlossing heeft doorleefd, moet de individuele ziel deze drie Fiats (Schepping, Verlossing en Heiliging) nu innerlijk reproduceren. Pas wanneer alle drie de Fiats in de ziel actief zijn, bereikt zij de spirituele volwassenheid.
De oneindige waarde van elke daad: Elke handeling die in de Goddelijke Wil wordt verricht – hoe klein of alledaags ook – verliest haar tijdelijke, menselijke karakter. De daad wordt opgenomen in Gods eeuwigheid, krijgt een oneindige waarde en verspreidt licht en genade over de hele mensheid.
De unieke rol van Luisa als de 'Nieuwe Eva': Jezus trekt een parallel tussen de zondeval en het herstel. Net zoals Adam en Eva de mensheid door hun eigen wil in het duister stortten, zo gebruikt God Jezus, Maria en nu Luisa als de 'eerstgeborene' om de poorten naar het Koninkrijk van de Goddelijke Wil weer wijd open te zetten.
Kennis als het zaad van het Koninkrijk: Jezus benadrukt dat de waarheden die Hij openbaart niet louter theorie zijn. Elk woord en elk concept dat Luisa opschrijft, functioneert als een spiritueel zaadje. Zodra deze kennis onder de mensheid wordt verspreid, zal zij de kiem leggen voor het feitelijke Koninkrijk van God op aarde.

