Naar de inhoud

Levend_geloof

seniorennet.beseniorennet.be

Archief

Geopolitieke situatie

10/10 Poetin reageert met "begrip" op voorstellen Trump om oorlog in Oekraïne te "de-escaleren"

Duitsland houdt vast aan sancties tegen Rusland na dieseldeal van Trump

Gemor in Amerikaanse politiek over dieseldeal Trump en Poetin

In de Verenigde Staten klinkt kritiek op het plan van president Trump om diesel uit Rusland te importeren. Dat kan Rusland geld opleveren om oorlog te voeren tegen Oekraïne, vinden critici.

Dieseldeal Trump brengt vrede "geen stap dichterbij", volgens Oekraïne: "Poetin ziet zwakte"

Trump: "Het is tijd dat Oekraïne een nieuwe president krijgt"

Trump wil dat Zelensky de aanvallen op Russische olieraffinaderijen een halt toeroept. Oekraïne valt die doelen aan om de inkomsten voor de Russische oorlogskas terug te dringen. "Hij kan maar beter stoppen, verdomme", zei Trump tegen verslaggevers in het Witte Huis. Zelensky heeft eerder gezegd daartoe bereid te zijn, maar alleen als Rusland in ruil zijn aanvallen op de Oekraïense energiesector staakt.

Britse premier verzekert Zelensky van "volledige solidariteit"

11/10 Na Amerikaanse dieseldeal: Rusland heft exportverbod gedeeltelijk op

Veiligheidsdiensten waarschuwen voor moorden op defensiebazen

Westerse inlichtingendiensten hebben kopstukken van de Europese defensiesector gewaarschuwd voor het toenemende risico op liquidatiepogingen door Rusland. 

Zelensky: "Zullen enkel stoppen met aanvallen op olie-raffinaderijen als Rusland geen energie-infrastructuur meer aanvalt"

Zelensky belooft verkiezingen te houden als Poetin instemt met een staakt-het-vuren van 60 dagen

Dronealarm leidt tot tijdelijke opschorting vliegverkeer op luchthavens in Moskou

12/10 VK en Canada steunen door Trump aangekondigd energiebestand

VS dreigen wapenleveringen aan Oekraïne te blokkeren als Kiev aanvallen op Russische raffinaderijen blijft uitvoeren

Duitse minister van Buitenlandse Zaken: “Rusland kan en zal de oorlog in Oekraïne niet winnen” Volgens de minister maken de Europese sancties het voor de Russische president Vladimir Poetin steeds moeilijker om de oorlog voort te zetten.

EU "bereid bestand rond aanvallen op energie-infrastructuur te steunen", maar twijfelt aan Rusland

Rusland zegt schip met militaire lading te hebben getroffen in Oekraïense havenstad Odessa

EU voegt 1.600 namen toe aan sanctielijst tegen Rusland: "Grootste uitbreiding sinds start van de oorlog"

Zelensky voorstander van aanvallen op Russisch datacenters: "Minder bots en meer ademruimte op sociale media"

Peskov verwerpt voorstel Zelensky: "We willen enkel langdurige vrede, geen staakt-het-vuren"

Zelensky verwacht geen prijsdaling door dieseldeal: "300.000 ton per maand, wat voor impact kan dat hebben?"

Kremlin biedt eendaags staakt-het-vuren aan voor Oekraïense verkiezingen

Litouwse premier wil meer Oekraïense aanvallen op Russische datacentra

13/10 Rusland en Oekraïne melden droneaanvallen op industriegebieden

Rusland blijft Oekraïense energie-infrastructuur aanvallen ondanks boodschap van Trump, meldt Zelensky

Nieuwe strijd om bevroren Russische miljarden op komst? Zelensky wil De Wever spreken in Brussel

14/10 Rusland meldt grootschalige aanval op Oekraïense energie- en communicatie-infrastructuur

Zelensky haalt uit na zware Russische aanvallen van vannacht: “Rusland heeft duidelijk gekozen om oorlog voort te zetten”

Kremlin beschuldigt Europa ervan oorlog in Oekraïne te willen voortzetten

NAVO-baas Rutte herhaalt booschap van generaal Grynkewich en waarschuwt Rusland: “Als ze zo dom zijn om ons aan te vallen, zullen ze wel zien wat we doen”

Oekraïne heeft datacenter van Russische staatsbank aangevallen

Dieseldeal tussen VS en Rusland kan deur openen naar verdere economische samenwerking, zegt Kremlin

15/10 Marine Le Pen wil na verkiezing financiële steun aan Oekraïne "na zes maanden" stopzetten

Musk wijst naar Amerikaanse overheid voor Starlink-beperkingen die Oekraïense drones treffen: “Amerikaanse leger en uiteindelijk president beslissen”

Waarom Kiev Russische raketten pas zag toen ze al vlakbij waren: “Dit kan Trump niet volhouden, of hij schiet zichzelf in de voet”

De oorzaak van die trage waarschuwing is schokkend: cruciale Amerikaanse inlichtingen bleven uit en het Starlink-netwerk werd met opzet vertraagd, waardoor Kiev koud werd gepakt.

Oekraïne gaat opnieuw Russische raffinaderijen aanvallen, zegt Zelensky: "We zijn er klaar mee"

Kremlin: "Russische diesel bereikt opnieuw wereldmarkt"

Zelensky in ons land aangekomen voor gesprekken met premier De Wever en koning Filip. Vrijdag maakt Zelensky zijn opwachting op de Europese top die momenteel in Brussel aan de gang is.

NAVO vergadert over droneaanvallen op Zwarte Zee

"Oekraïne-oorlog stopt niet zolang Poetin aan de macht is", denkt Kremlin-criticus Chodorkovski

Zelensky en Rutte spreken in Brussel over belang van energiebestand

16/10 "Witte Huis gaf bevel tot beperking Starshield voor Oekraïense drones"

De Wever: "Europa moet aan financiële noden Oekraïne voldoen"

Premier De Wever (N-VA) liet vannacht tijdens de persconferentie op de Eurotop weten dat hij met Zelensky gesproken heeft over de Belgische F-16's die ingezet worden in Oekraïne, maar ook over de financiële noden van Oekraïne.

Europese leiders verzekeren Zelensky van hun steun

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door claudia om 13:07 Reageer op dit bericht

15/10 Waarom heeft Paus Leo XIV longkanker? - Pr James Manjackal MSFS

15/10 Waarom heeft Paus Leo XIV longkanker? - Pr James Manjackal MSFS

Jezus gaf mij de boodschap dat je door je lijden wordt gelouterd, en dat ook de gemeente – de leden van de gemeente – worden gelouterd. Daarom worden velen in deze tijd geroepen om te lijden.

Wat betekent het eigenlijk dat Jezus aan Zijn leden van Zijn mystiek lichaam vraagt om mede te lijden, want Zijn offer volstond ruimschoots.

Dit is een van de diepste mysteries uit de katholieke theologie. De kern van het antwoord is: Het medelijden van de gelovigen voegt niets toe aan de waarde van Christus' offer, maar is de manier waarop dat offer in de tijd vruchtbaar wordt gemaakt voor de wereld.

De apostel Paulus vat dit mysterie beroemd samen in de Bijbel: "Nu verblijd ik mij in het lijden dat ik voor u onderga, en wat nog ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, vul ik in mijn vlees aan ten behoeve van zijn lichaam, dat is de kerk." (Kolossenzen 1:24).

Dit betekent het concreet volgens de katholieke traditie:

1. Het offer van Christus is volmaakt en oneindig

Katholieken geloven onvoorwaardelijk dat het offer van Jezus aan het Kruis ruimschoots volstond om de hele mensheid te verlossen. Niets wat een mens doet, kan iets toevoegen aan de oneindige verdienste van Zijn bloed. Jezus behoeft onze hulp niet om te redden; Zijn genade is absoluut en volkomen.

2. Het Mystiek Lichaam is één organisme

Omdat de Kerk het Mystiek Lichaam van Christus is, is Jezus het Hoofd en zijn de gelovigen de ledematen. Wanneer het Hoofd lijdt, lijden de ledematen mee. Maar het omgekeerde geldt ook: wanneer een lidmaat lijdt in eenheid met Christus, krijgt dat lijden deel aan de bovennatuurlijke kracht van het Hoofd. Jezus kiest er in Zijn liefde voor om Zijn verlossingswerk niet buiten ons om te voltrekken, maar samen met ons.

3. De toepassing van de genade (Medeverlossing)

Er is een theologisch verschil tussen het verwerven van de verlossing en het toepassen ervan:

Verwerven: Dit deed Jezus alleen, eens en voor altijd op Golgotha.

Toepassen: Jezus nodigt Zijn Kerk uit om mee te werken aan de verspreiding van die genade. Door ons eigen dagelijks lijden – groot of klein – bewust te "offeren" en te verbinden met het Kruis, mag het dienen tot bekering van zondaars en de troost van anderen.

4. Lijden wordt omgevormd tot liefde

Vóór Christus was lijden louter een tragisch gevolg van de zondeval. Door Zelf te lijden, heeft Jezus het lijden van binnenuit omgevormd tot een instrument van de liefde. Als Hij ons vraagt mee te lijden, vraagt Hij ons eigenlijk om mee te herstellen en mee lief te hebben. Het is de ultieme uiting van intieme verbondenheid: Hij deelt Zijn zwaarste en meest heilige werk met degenen die Hij bemint.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 12:20 Reageer op dit bericht

16/10 Scheuren in Europese eenheid - Niburu

16/10 Scheuren in Europese eenheid - Niburu

De Bulgaarse premier Rumen Radev neemt openlijk afstand van de Europese koers tegenover Rusland.
En dat is toch wel een behoorlijke dreun voor het oorlog zoekende EU kartel en Yesilgöz in het bijzonder.

Terwijl Brussel kritiek uit op een Amerikaans-Russische dieselovereenkomst, benadrukt Radev dat Europa vooral wordt getroffen door de hoge energieprijzen. Ook Oekraïense aanvallen op Russische raffinaderijen kunnen volgens hem averechts uitpakken.

Tijdens een tweedaagse EU-top in Brussel heeft de Bulgaarse premier Rumen Radev zich uitgesproken tegen de Europese kritiek op een onlangs aangekondigde dieselovereenkomst tussen de Verenigde Staten en Rusland. Daarmee kiest hij een andere koers dan veel van zijn Europese collega’s, die de overeenkomst zien als een voordeel voor de Russische president Vladimir Poetin.

‘Weten jullie wat op dit moment ons grootste probleem in Europa is? De hoge brandstofprijzen’, zei Radev tijdens de bijeenkomst.

De premier maakte duidelijk dat iedere stap die de brandstofprijzen kan verlagen en het Europese bedrijfsleven concurrerender kan maken, wat hem betreft welkom is. Daarmee verdedigde hij indirect de overeenkomst waarover in Europese politieke kringen de nodige onrust is ontstaan.

De uitspraken kwamen op een moment waarop Europese leiders worstelen met oplopende energiekosten, de concurrentiepositie van de Europese economie en de gevolgen van de groeiende Chinese export.

Voor Radev staat daarbij het economische belang voorop. Hoge brandstofprijzen raken niet alleen automobilisten, maar verhogen ook de kosten van transport, productie en landbouw. Uiteindelijk betalen consumenten een deel van die rekening via hogere prijzen voor goederen en diensten.

Zijn boodschap wijkt daarmee af van de benadering van Europese politici die vooral kijken naar de politieke gevolgen van afspraken met Moskou. Zij vrezen dat economische samenwerking Rusland helpt om de oorlog in Oekraïne voort te zetten.

De Europese buitenlandchef Kaja Kallas verwoordde die kritiek tijdens de top. Zij noemde de dieselovereenkomst een ‘geschenk’ aan Poetin en stelde dat Rusland daar weinig tegenover heeft gezet. Volgens Kallas gaan de Russische aanvallen op burgers en civiele infrastructuur gewoon door en functioneert het aangekondigde staakt-het-vuren niet zoals gehoopt.

Radev legt echter een ander accent: zolang de energieprijzen blijven stijgen, kan Europa zich volgens zijn benadering niet veroorloven economische belangen volledig ondergeschikt te maken aan geopolitieke standpunten.

De Bulgaarse premier nam ook afstand van Oekraïense aanvallen op Russische olieraffinaderijen en energiecentrales. Die aanvallen zijn volgens de EU bedoeld om de Russische energievoorziening en daarmee ook de financiering van de oorlog te verzwakken.

‘Ik steun aanvallen op geen enkele raffinaderij’, verklaarde Radev. Hij trok daarbij een vergelijking met Russische aanvallen op energiecentrales in Oekraïne.

Volgens de premier raken dergelijke aanvallen uiteindelijk ook de Europese landen zelf, onder meer doordat ze de energieprijzen verder kunnen opdrijven.

Daarmee sluit zijn standpunt gedeeltelijk aan bij de bezwaren van de Amerikaanse president Donald Trump, die Oekraïne onder druk heeft gezet om aanvallen op Russische energie-installaties te beperken.

De politieke koerswijziging in Bulgarije krijgt extra gewicht doordat Radev aan het hoofd staat van een nieuwe regering. Zijn partij, Progressief Bulgarije, won de verkiezingen in april.

Radev heeft duidelijk gemaakt dat hij een andere benadering van de oorlog in Oekraïne wil. Hij is kritisch over wapenleveringen en betwijfelt of het conflict kan worden opgelost door steeds meer zware wapens naar Oekraïne te sturen. In plaats daarvan wil zijn regering meer nadruk leggen op vrede en onderhandelingen.

Dat is een gevoelige koerswijziging binnen de NAVO. Bulgarije ligt aan de zuidoostelijke flank van het bondgenootschap en maakt deel uit van zowel de NAVO als de Europese Unie. Een regering die meer afstand neemt van de gebruikelijke Europese lijn tegenover Rusland, kan daardoor invloed uitoefenen op de onderlinge eensgezindheid.

Radev heeft zich bovendien herhaaldelijk kritisch uitgelaten over wat hij ziet als buitensporige Europese bemoeienis, klimaatmaatregelen en sancties tegen Rusland. Hij verwijt Europese leiders dat zij soms meer bezig zijn met politieke en morele standpunten dan met de praktische gevolgen van hun beleid.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door claudia om 11:59 Reageer op dit bericht

14/10 Leer opbouwen in plaats van afbreken - Christine

14/10 Leer opbouwen in plaats van afbreken - Christine

De Heer: Kinderen, jullie zullen deze pijnlijke tijden, die zijn voorzegd en die eraan komen, alleen kunnen doorstaan ​​als jullie Mijn wil doen en niet die van jezelf. Mijn wil is Licht; die van jullie is duisternis. Wandel met de herdersstaf die Ik jullie aanreik; breng Mijn geboden van liefde in de praktijk, en jullie zullen leven. De wereld stort zich in opstand en zal verloren gaan. Volg de wilde beesten niet, maar zoek de stilte op en geef jezelf, met een biddend hart, over aan Mijn allerheiligste wil; deze zal jullie bevrijden en redden.

Wat kan geweld anders voortbrengen dan chaos? Het is tijd om op te bouwen, niet om af te breken. Betreed niet de paden van de Boze; trap niet in zijn valstrikken, maar ga erlangs en kom naar Mijn voorhoven om raad en kracht te zoeken. Ik zeg jullie dit, en Ik zal het blijven herhalen: Ik wacht op jullie in Mijn voorhoven om het Dageraad in jullie harten te brengen en jullie te bevrijden uit de valstrikken van de Boze – namelijk geweld, vernietiging en opstand. Word bouwers en vormgevers, dan zal de Zon van Gerechtigheid in jullie huizen verblijven. Alles wat van beneden komt, is opstand; alles wat van Boven komt, draagt ​​het Zegel van het leven dat vrucht voortbrengt.

Ik kom, kinderen, om de Mijnen op te zoeken en hen te beschermen onder Mijn mantel. Ik kom om de schapen van de bokken te scheiden en de schapen naar het 'Melkwegpad' van Mijn hemelse heerlijkheid te leiden, hen te vervullen met Mijn Woord en hen te bevrijden van de leugenaars.

Mijn kinderen, alleen door gebed en overgave zullen jullie de weg vinden – de weg die in jullie harten de vrucht van het leven voortbrengt en leidt tot overgave aan Mijn goddelijke wil in jullie ziel.

Geweld – waar kan dat toe leiden? Denk na, Mijn kinderen; handel niet vanuit woede of door eisen te stellen. Leer opbouwen in plaats van afbreken; stop ermee de duisternis kracht te geven door jullie voortdurende opstandigheid. Ik dring er bij jullie op aan om te bidden, steeds opnieuw te bidden, en jullie leven over te geven aan Mijn goddelijke wil – een wil van liefde en vrede. Weten jullie dan nog niet dat geweld geweld oproept en dat haat haat aanwakkert? Word bouwers en werp alles ver van jullie af wat tot vernietiging leidt. Er zal een tijd van terreur aanbreken als jullie luisteren naar de stem van de Boze, die uit is op chaos.

Kom bidden in Mijn voorhoven en geef jullie over aan Mijn Goddelijke Wil. Ik wacht op jullie; Ik roep jullie. Ik draag het Zegel van Mijn Hart op jullie voorhoofd, en Ik roep jullie op om Mij te volgen. Jullie zullen alleen rust vinden als jullie Mijn weg volgen; maar als jullie in opstand komen, als jullie in de voetsporen treden van de Leugenaar, zullen jullie geen rust vinden en jezelf verliezen.

Kinderen, Ik heb jullie nodig – Ik heb jullie overgave aan Mijn Goddelijke Wil nodig – om de wereld te vernieuwen met het Vuur van de liefde.

Ik wacht op toekomstige discipelen en roep hen op om de kracht van het leven in hun hart te dragen. Mijn kinderen, het kwaad zal niet zegevieren, maar jullie moeten het wel bestrijden en vernietigen. Alleen zij die Mijn weg afwijzen, die Mijn geboden van liefde aan hun laars lappen en die de spot met Mij drijven door het kwaad, de vernietiging en het geweld te omarmen, zullen de dood ingaan. Ik ben gekomen om vrede naar de wereld te brengen, maar weinigen – zeer weinigen – hebben Mijn weg gevolgd, de weg van overgave aan Mijn Goddelijke Wil. Liefde roept liefde op; geweld roept geweld op en zaait geweld.

Word bouwers van kathedralen – en jullie zijn stuk voor stuk kleine kathedralen als jullie naar Mijn stem luisteren en Mijn weg volgen! Ik roep Mijn toekomstige discipelen op om hun eigen wil op te geven, Mijn weg te bewandelen, naar Mijn stem te luisteren en Mijn Wil te volbrengen.

Ik kom om de aarde en de hemel te verenigen en een Nieuwe Aarde voort te brengen – een Aarde van Vuur, een Aarde van het Verbond. Er zullen winden en getijden zijn; er zullen stormen zijn; er zullen cyclonen zijn – en dit alles zal komen om alles wat niet van Mij afkomstig is, weg te vagen en ver weg te voeren, diep de aarde in. Ik kom om vrede en het verbond naar de wereld te brengen; Ik kom om de zaaiers van tweedracht en de leugenaars te verdrijven. Ik kom om de aarde te tooien met Mijn geuren van liefde en om er duizenden uitbarstingen van liefde te laten opbloeien, opdat zij wordt verkwikt en wordt voorzien van het Zegel van Mijn liefde, het Zegel van Mijn tederheid en de goddelijke geur van de Waarheid die de Mijne is. Dan zal er grote vreugde op aarde zijn, en allen die chaos zaaien zullen vluchten; zij zullen verdwijnen, meegevoerd door de winden en de getijden, en elk spoor van hen zal uitgewist worden. Dan zal de Wind van de Liefde opsteken en zal een nieuwe Dageraad aanbreken, die een nieuwe aarde voortbrengt en een Vuur in de harten ontsteekt.

Kinderen, treed binnen in Mijn Goddelijke Wil, en gij zult het ware Leven leiden — het ware Leven dat de 'Ik Ben' is.

Kinderen, in het gebed zult gij de liefde ontdekken en in het gebed zult gij overgave leren; in het gebed zult gij op Mijn pad wandelen, en Ik zal uw stappen in de Mijne plaatsen, zodat gij Mijn weg kunt volgen en niet van het pad zult afdwalen.

Kinderen, Ik ben de Wachter, en Ik kom om uw zielen te wekken voor Mijn Goddelijke Wil. Luister naar Mijn stem en gij zult leven; treed in de voetsporen van Mijn stappen, en gij kunt niet dwalen. Waakt en bid te allen tijde, bidt en waakt!

Ik ben bij u voor de eeuwigheid. Mogen vrede en vreugde in uw woningen verblijven!

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door claudia om 11:49 Reageer op dit bericht

9/10 Overweeg in je meest wanhopige momenten Psalm 23. – Chantal Magby

9/10 Overweeg in je meest wanhopige momenten Psalm 23. – Chantal Magby

Kom tot Mij, jullie wier rug gebogen gaat onder het gewicht van alle lasten die jullie dragen, en Ik zal jullie rust schenken. Word soldaten voor Mijn Moeder, en Ik zal zorgen voor rust voor jullie zielen.

Ik laat jullie vrede na; Ik geef jullie Mijn vrede. Laat je hart niet verontrust of bevreesd zijn door het gewicht van je zorgen. Maak je geen zorgen over de dag van morgen, want elke dag heeft genoeg aan zijn eigen zorgen.

Ik zie je tranen en Ik ken je lijden; leg je angsten in Mijn handen, zodat Mijn allerheiligste Moeder je namens Mij kan zegenen. Mijn liefde voor jou zal niet veranderen, wat je zonden ook mogen zijn; rust in Mij, want Ik loop altijd aan jouw zijde.

Overweeg in je meest wanhopige momenten Psalm 23. Dan zal Ik je horen en komen om je innerlijke vrede te schenken. Dank dat je er bent voor Mijn Moeder; dank dat je in haar gelooft als Maria, Moeder van de christelijke naastenliefde.

JULLIE HEER JEZUS CHRISTUS.

Psalm 23

De HEER is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets. Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredig water, hij geeft mij nieuwe kracht en leidt mij langs veilige paden tot eer van zijn naam.

Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed.

U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand, u zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over.

Geluk en genade volgen mij alle dagen van mijn leven, ik keer terug in het huis van de HEER tot in lengte van dagen.

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door claudia om 11:43 Reageer op dit bericht

15/10 OLVrouw openbaart hoeveel engelen haar voortdurend beschermen - Uniquely Mystic

15/10 OLVrouw openbaart hoeveel engelen haar voortdurend beschermen - Uniquely Mystic

OLVrouw openbaart aan de eerbiedwaardige Maria van Ágreda hoeveel engelen zij tot haar beschikking had, die haar dienden en beschermden. Het getal is eigenlijk nogal schokkend; als je er echt bij stilstaat, zijn de implicaties voor ons zeer ingrijpend. Misschien verklaart dit wel waarom we zoveel problemen in ons leven ervaren, waarom we niet groeien in deugdzaamheid en gebed, en waarom we onszelf niet werkelijk OLVrouw zien navolgen, ook al zeggen we dat we van haar houden.

Luister maar: Bij dit voorstel van de Allerhoogste – waarbij de engelen vernamen welke taken hun werden toevertrouwd – wierpen alle H. engelen zich neer voor de koninklijke troon van de Allerheiligste Drie-eenheid. Zij betuigden hun bereidwilligheid en ijver om het goddelijk bevel op te volgen. In heilige wedijver verlangde ieder van hen ernaar om voor deze gezegende dienst te worden aangesteld, en zij boden zich er allen voor aan. Zij allen loofden de Almachtige en dankten Hem met nieuwe lofzangen, omdat het uur was aangebroken voor de vervulling van datgene waar zij gedurende vele eeuwen zo vurig om hadden gebeden.

Ik begreep bij die gelegenheid dat, vanaf het moment van de grote strijd van de H. Aartsengel Michaël tegen de draak en zijn trawanten – waarbij laatsten in de eeuwige duisternis werden gestort, terwijl de scharen van Michaël zegevierend en bevestigd in genade en glorie achterbleven – deze heilige geesten onmiddellijk begonnen te bidden voor de vervulling van de mysteriën van de menswording van het Woord, waarvan zij op dat moment kennis hadden gekregen. Zij bleven volharden in deze aanhoudende gebeden, tot het uur aanbrak waarop God hun de vervulling van hun verlangens en smeekbeden openbaarde.

 Daarop koos en benoemde de Allerhoogste, uit elk van de negen engelkoren, degenen die belast zouden worden met deze verheven taak: de hoede over Maria. Hij selecteerde er telkens honderd, wat in totaal op negenhonderd engelen neerkwam. Bovendien wees Hij 12 anderen aan die Maria op een bijzondere wijze in lichamelijke en zichtbare gedaante moesten bijstaan; zij droegen de emblemen of wapenschilden die symbool staan ​​voor de verlossing. Dit zijn de 12 engelen die in het 21e hoofdstuk van de Openbaring worden genoemd als bewakers van de poorten van de stad.

Daarnaast wees de Heer 18 andere engelen aan, gekozen uit de hoogste koren, die via de mystieke ladder van Jakob op en neer moesten gaan om boodschappen van de Koningin naar Zijne Majesteit te brengen, en boodschappen van de Heer naar haar over te brengen. Naast al deze H. engelen stelde de Almachtige 70 serafijnen aan — eveneens gekozen uit de hoogste rangen, die zich het dichtst bij de Godheid bevinden — opdat zij met deze Hemelse prinses zouden kunnen communiceren en spreken, op dezelfde wijze als zij onderling met elkaar omgaan en zoals hogere engelen met lagere communiceren.

Dit voorrecht werd aan de Moeder Gods verleend omdat zij op aarde als pelgrim zou verblijven; hoewel zij naar haar natuur lager was dan de serafijnen, overtrof zij hen in waardigheid en genade. Om dit onoverwinnelijke leger van strijders goed toe te rusten, werd de H. Aartsengel Michaël, de vorst van de Hemelse milities, aan hun hoofd gesteld. Hoewel hij niet voortdurend in het gezelschap van de Koningin verkeerde, bevond hij zich toch vaak in haar nabijheid en verscheen hij herhaaldelijk aan haar. De Almachtige bestemde hem tot een bijzondere gezant van Christus, onze Heer, en gaf hem de taak om bij bepaalde mysteriën op te treden als verdediger van Zijn H. Moeder.

Op vergelijkbare wijze werd de H. vorst Gabriël aangesteld als afgezant en dienaar van de eeuwige Vader in zaken die de Hemelse prinses betroffen. Zo droeg de allerheiligste Drie-eenheid zorg voor de bewaking en verdediging van de Moeder Gods. Terwijl ik dit las, kwam het volgende in mij op. Ik meen dat Padre Pio — of een andere heilige of mysticus — dit heeft gezegd. Er werd gezegd dat als we het aantal demonen zouden kunnen zien dat zich op enig moment om ons heen bevindt, dat aantal zo enorm zou zijn dat ze de zon volledig zouden bedekken. Ze zouden de hele hemel verduisteren. Zoveel zijn het er.

We worden constant aangevallen door kwaadwillende mensen die ervoor hebben gekozen om het kwaad te dienen, en daarnaast door demonen. Als we dat aantal zouden kennen – misschien wel duizenden – zouden we geen oog meer dichtdoen, zouden we kampen met angst en zouden we wensen dat we duizend engelen om ons heen hadden. En bedenk eens: als zij – die vol van genade was, vele gaven had ontvangen, uiterst heilig was, al duizend engelen nodig had, hoeveel hebben wij er dan wel niet nodig, wij die lang niet zo geweldig zijn? Hebben wij er misschien nog wel meer nodig, ook al verdienen we er eigenlijk minder?

De uitdaging is dus: hoe staat het met onze huidige toewijding aan de H. engelen? Wat die toewijding ook is, ze kan altijd beter; ze is in feite ontoereikend. Ik denk dat we – zonder enige twijfel – direct moeten beginnen met het verdiepen van onze toewijding aan onze beschermengel.

Daarnaast zouden we een of alle drie Aartsengelen wier namen we kennen, dagelijks moeten aanroepen – als een vast onderdeel van onze dagelijkse routine – en een vorm van verering voor de negen engelenkoren moeten ontwikkelen. We hebben hun hulp nodig. Zonder hun hulp kunnen we in dit leven niet overleven. Waarschijnlijk worden we al op verschillende manieren door hen geholpen, maar die hulp mag best toenemen. Misschien denk je, wanneer ik dit soort dingen zeg: O hemel, ik heb het al zo druk.

Maar het lijkt mij dat, als we deze engelen aanroepen om ons te beschermen en te helpen, ons werk juist gemakkelijker zal worden. Denk bijvoorbeeld aan de H. Isidorus de Landbouwer: wanneer hij stopte om het Angelus – het gebed van de engelen – te bidden, gebeurde het dat zijn beschermengelen, of andere engelen, zijn werk op het land voor hem deden. Mensen zagen dan hoe het gereedschap op onzichtbare wijze werd gehanteerd – maar door wie? Door engelen!

We moeten dus afstappen van de gedachte dat meer gebed automatisch een zwaardere last betekent. Integendeel, het verlicht juist onze lasten. Vrienden, we zouden eigenlijk versteld moeten staan ​​van de enorme hoeveelheid hulp die OLVrouw van engelen ontving. En we zouden onszelf moeten afvragen: wat doe ik eigenlijk? Ik moet hen vaker aanroepen. Ik moet leren wie ze zijn en wat ze doen; ze zijn immers allemaal heel verschillend. En hoe kan ik ervoor zorgen dat ik in mijn eigen leven nog meer van hun hulp mag ontvangen?

Vraag onze Vrouwe, de Koningin van de engelen, om je de Heilige Geest te schenken zodat je dit kunt begrijpen en profijt kunt hebben van hun hulp; zodat het leven mooier en vruchtbaarder kan worden – niet per se gemakkelijker maar wel zo dat we meer bescherming van hen mogen ontvangen.

Traditioneel gebedje tot onze beschermengel

Engel van God, die mijn bewaarder zijt, aan wie de goddelijke goedheid mij heeft toevertrouwd, verlicht, bewaar, geleid en bestuur mij. Amen.

Ángele Dei, qui custos es mei, me, tibi commíssum pietáte supérna, illúmina, custódi, rege et gubérna. Amen

Dankgebed tot de Heilige Beschermengel

Heilige Beschermengel, Hemelse vriend en trouwe gids, met een diep dankbaar hart keer ik mij tot u. Ik dank u voor uw onophoudelijke zorg en uw liefdevolle aanwezigheid in mijn leven. Dank u dat u mij altijd goede ingevingen geeft en mijn geest fluisterend naar het goede leidt, en dat u mijn gebeden trouw voor de troon van God brengt om ze met uw voorspraak te versterken.

Ik dank u dat u mij liefdevol bijstaat in al mijn pijn en lijden, dat u mij helpt om elke dag te groeien in heiligheid, en dat u mij met zachtmoedigheid en geduld bijstuurt waar ik struikel of dwaal. Dank u dat u onafgebroken over mij waakt wanneer ik slaap, dat u alle kwade krachten en verleidingen ver van mij houdt, en dat u mijn schild bent dat mij beschermt in elk gevaar naar ziel en lichaam.

Leid mij standvastig voort op de weg die ons brengt naar de Hemel. Schenk mij de genade om u daar eens van aangezicht tot aangezicht te zien en met u te praten, bevrijd van alle aardse zorgen. Laat die Hemelse ontmoeting het begin zijn van een eeuwigheid waarin wij samen God dank kunnen zeggen en Hem loven en prijzen voor Zijn oneindige goedheid.

Amen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door claudia om 11:23 Reageer op dit bericht

14/10 De tijd is kort! - Unknown Prophet

14/10 De tijd is kort! - Unknown Prophet

Eric, de kleinzoon van Fred Watkins: Ik ontving dit woord op 5/10. Ik keek naar een video over een atheïst die christen was geworden en over zijn ervaring daarmee. Midden in die video werden mijn gedachten plotseling onderbroken.Het was alsof de gedachten die van de Heilige Geest kwamen, al mijn eigen gedachten overstemden; ik had er totaal geen controle over. Het gebeurde gewoon. Terwijl ik daar zat, hoorde ik: "De tijd is kort." Ik hoorde het zo abrupt, zo helder en zo dringend dat mijn lichaam er zelfs van ineenkromp. Ik voelde de kracht die erachter zat – de kracht achter die woorden.

Daarna ging ik douchen, en toen ik onder de douche vandaan kwam, hoorde ik het opnieuw: "De tijd is kort." Mijn eigen gedachten werden weer volledig onderbroken. Deze keer reageerde mijn lichaam niet fysiek, maar ik wist dat het belangrijk was. Uiteindelijk liep ik mijn kamer in, en binnen een minuut of twee nadat ik het voor de laatste keer had gehoord, hoorde ik Hem opnieuw zeggen: "De tijd is kort." Ik besefte dat het dringend was, omdat het bleef terugkeren en herhaald werd.

Ik geloof dat de Heer woorden en boodschappen die belangrijk voor je zijn, blijft herhalen totdat je er uiteindelijk op reageert. Ik denk niet dat het verkeerd is om de Heer om een ​​bevestiging te vragen als je het gevoel hebt dat Hij tot je spreekt. Ik wilde dus zeker weten of dit niet mijn eigen gedachten waren. Daarom zei ik tegen de Heer: "Vader, als dit van U komt – als dit werkelijk van U afkomstig is – wilt U het dan voor mij bevestigen, zoals U al zo vaak eerder hebt gedaan, door middel van een bijbelvers?"

Ik sloot mijn ogen, ging rustig zitten en richtte me op de Heer. Toen zag ik Zacharia 9. Nu ben ik niet zo heel erg bekend met het boek Zacharia; ik lees er wel eens uit, maar over Zacharia 9 wist ik eigenlijk niets. Ik zocht Zacharia 9 direct op in mijn bijbel-app, en dit is wat er in Zacharia 9:9 staat. Het kopje boven de tekst luidt: "De komst van de koning van Sion." Er staat: "Juich uitbundig, dochter van Sion! Juich, dochter van Jeruzalem! Zie, je koning komt naar je toe; hij is rechtvaardig en zegevierend, nederig, rijdend op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin."

Meteen maakte mijn hart een sprongetje – het sprong echt op van vreugde. Ik wist op dat moment dat dit een geweldige bevestiging van de Heer was, en ik was er zo dankbaar voor. En dus zei ik, zoals geschreven staat in 1 Samuël 3: "Spreek, Heer, want uw dienaar luistert." Eigenlijk zei ik: "O Vader, spreek, want uw dienaar luistert." Ik was zo ontzettend enthousiast! En de Heer begon onmiddellijk te spreken: "Mijn Zoon, jullie Koning, komt spoedig. Hij kwam naar jullie toe in een stal en werd in een kribbe gelegd.

Hij arriveerde in Jeruzalem op een veulen, zo nederig als een mens maar kan zijn, maar Zijn terugkeer zal schitterend zijn. Hij zal terugkeren als Koning van de hele aarde en alles wat daarop is. Want Hij – Mijn Zoon, in wie Ik altijd een welbehagen heb gehad – heeft elke kroon verdiend die op de hoofden van de koningen der aarde rust. Hij zal regeren in barmhartigheid en genade, precies zoals Hij op aarde leefde: vol barmhartigheid en genade. Hij zal komen bij het klinken van een bazuin, gevolgd door vurige wagens. Zijn terugkeer zal glorieus zijn, en die tijd is nabij.

Ik heb al eerder gezegd dat de tijd kort is, maar nu is het moment dat door Mij is voorbeschikt – en dat alleen bij Mij bekend is – werkelijk aangebroken. Ik heb velen van Mijn volk geroepen tot een nieuw doel en hun de tijd gegeven om degenen te bereiken die nog niet de kans hebben gehad om redding te ontvangen door Mijn Zoon, Jezus. Of zij naar Mijn stem luisterden of niet, lag bij henzelf; het was hun eigen keuze. Maar degenen die gehoor hebben gegeven aan Mijn roep, hebben een grote uitbreiding gezien en zullen Mijn voorspoed blijven ontvangen.

Ik heb behoefte aan mensen die gehoorzamen – mensen die luisteren naar Mijn instructies en Mijn geboden opvolgen. Zij zijn het die de grootste schatten uit de Hemel zullen ontvangen. Want zij zijn als de dienaar met de tien talenten. Verberg je talenten niet." (En even tussendoor: hoewel de Heer hier spreekt over de gelijkenis van de talenten, geloof ik dat Hij hiermee ook bedoelt: "Verberg in deze tijd je werkelijke talenten, je gaven en je zalvingen niet.") Terug naar het woord: "Nee, begraaf ze niet." Want Ik heb niets aan een talent dat geen vrucht voortbrengt. Ik heb niets aan een talent dat zich niet vermenigvuldigt.

Ik heb niets aan een dienaar die zo bang is om te falen, dat hij weigert te gehoorzamen. Ik houd van al Mijn kinderen, maar Ik zal degenen inzetten die bereid zijn om trouw te investeren in de uitbreiding van Mijn koninkrijk. Mijn volk moet dit horen. Zij moeten weten dat de tijd werkelijk is aangebroken. Zij moeten zoeken naar een visie. Zij moeten zoeken naar een doel. Zij moeten zoeken naar Mijn stem. De tijd is kort, en zelfs met deze wetenschap zullen niet allen gehoor geven aan deze woorden. Ik breng een grote overdracht van rijkdom teweeg voor degenen onder Mijn volk die deelnemen aan Mijn plannen.

 Nee, niet iedereen heeft hetzelfde vermogen, maar dit weet Ik: het gaat er niet om hoeveel je fysiek of mentaal kunt doen. Het gaat erom hoeveel invloed je geestelijk kunt uitoefenen. Keer terug naar Mij, o Mijn arbeiders, want dit is de tijd van de oogst. Bereid jezelf voor. De tijd is nabij. Roep tot Mij en Ik zal antwoorden. Schreeuw naar Mij en Ik zal horen. Verlang naar Mij en Mijn Geest zal je vervullen met een nieuw doel. Wacht niet langer, want de tijd is nabij. Hij komt, en het zal wonderbaarlijk zijn.

Maar het zal ook een dag zijn van groot beven en angst voor velen die de waarheid niet inzien. Elke knie zal zich buigen en elke tong zal belijden dat Jezus de Heer is. Mijn volk, hoor Mijn stem. Luister nu naar Mijn instructies. Roep tot Mij. Zoek Mijn aangezicht. Zoek Mijn Hart. En Ik zal je de instructies geven waar je zo naar verlangt. Dit is de tijd. Dat is het woord van de Heer. En de Heer zei: "Mijn volk moet dit horen." Ik denk dat je dit nog veel vaker zult horen: dat de tijd werkelijk nabij is. Ik geloof oprecht dat Jezus eerder zal terugkeren dan we waarschijnlijk denken.

Het enige wat ik wil vragen is dat jullie in eensgezindheid blijven bidden voor dit land, voor jullie eigen landen en voor jullie leiders – waar zij zich ook bevinden – opdat zij tot gerechtigheid mogen komen en met wijsheid gaan leiden.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door claudia om 10:57 Reageer op dit bericht

12/10 Pr Ripperger: Vasten - 3

Vragen: * Wat betreft de leeftijd waarop men moet beginnen met vasten – dan heb ik het over vasten, niet over onthouding? De leeftijd werd in ieder geval verlaagd naar 18 jaar. In het huidige kerkelijk wetboek is die leeftijd verlaagd naar 18. * Is het niet zo dat je nog steeds een volle aflaat kunt krijgen als je een mis bijwoont, mits je binnen een week hebt gebiecht, de heilige communie hebt ontvangen en daarnaast een vroom werk verricht, zoals het bidden van de rozenkrans of iets dergelijks? Ja, al moet de rozenkrans dan wel in gezinsverband worden gebeden. Maar inderdaad, je kunt die aflaat nog steeds verkrijgen. Elke dag.

Welke zijn de aflaten?

Volgens de richtlijnen van de katholieke omroep EWTN (gebaseerd op het officiële handboek van de Kerk, het Enchiridion Indulgentiarum), moet er altijd eerst aan een aantal vaste basisvoorwaarden worden voldaan voordat een volle aflaat verdiend kan worden. Pas als aan die voorwaarden is voldaan, activeert een van de specifieke aflaatwaardige werken de volledige kwijtschelding van de restschuld.

De 4 basisvoorwaarden

Om misverstanden te voorkomen benadrukt EWTN dat deze vier zaken voor iedere volle aflaat verplicht zijn:

* Volledige onthechting van zonde: De innerlijke gesteldheid dat je besloten hebt om zelfs geen enkele dagelijkse (kleine) zonde meer te willen doen.

* Sacramentele Biecht: Het ontvangen van de absolutie in de biechtstoel (dit mag tot ongeveer 20 dagen vóór of na het aflaatwaardige werk; één biecht volstaat voor meerdere aflaten).

* Eucharistische Communie: Het ontvangen van de communie (dit moet voor elke aflaat apart gebeuren, bij voorkeur op de dag zelf).

* Gebed voor de intenties van de Paus: Minimaal één Onzevader en één Weesgegroet bidden ter ondersteuning van de paus (eveneens apart te verrichten voor elke aflaat).

Let op: Per dag kan er in principe slechts één volle aflaat worden verdiend (behalve op het sterfbed).

De lijst van manieren volgens EWTN

EWTN verdeelt de specifieke daden die recht geven op een volle aflaat in dagelijkse handelingen, specifieke momenten in het jaar en bijzondere omstandigheden:

Vier dagelijkse handelingen (Het hele jaar door)

Deze vier daden kunnen elke dag opnieuw een volle aflaat opleveren:

* Aanbidding van het Allerheiligste: Minimaal 30 minuten devoot bidden voor het uitgestelde Sacrament (de Hostie in de monstrans) of voor het tabernakel.

* Lezen in de Heilige Schrift: Minimaal 30 minuten vroom lezen in de Bijbel, met de juiste spirituele intentie.

* De Kruisweg bidden: Het persoonlijk langsgaan van de 14 staties van de Kruisweg in een kerk of buiten (indien je fysiek verhinderd bent, volstaat 15 minuten meditatie over het lijden van Christus).

* De Rozenkrans bidden in gemeenschap: Het bidden van ten minste 5 tientjes (mysteries) van de Rozenkrans, mits dit gebeurt in een kerk, een openbare kapel, of samen in gezinsverband of een vereniging.

Specifieke momenten in het liturgisch jaar

Goede Week:

* Witte Donderdag: Het devoot zingen of geboden van het Tantum Ergo na de avondmis tijdens het overbrengen van het Sacrament.

* Goede Vrijdag: Deelnemen aan de plechtige Kruisverering tijdens de liturgie.

* Paaswake: Het bewust en gemeenschappelijk vernieuwen van de doopbeloften.

Pinksteren: Het publiekelijk uitgenodigd voor het zingen van de hymne Veni Creator Spiritus om de Heilige Geest af te smeken.

Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid (Beloken Pasen): Deelnemen aan de specifieke devoties voor de Goddelijke Barmhartigheid in een kerk, of voor het Sacrament het Onzevader en de Geloofsbelijdenis geboden met de toevoeging van een vroom gebeden tot de Barmhartige Jezus.

Allerzielen (1 t/m 8 november): Devoot bezoeken van een begraafplaats tussen 1 en 8 november en daar in stilte geboden voor de overledenen (deze aflaat is enkel verspreid op de zielen in het vagevuur). Op 2 november gebeurde dit ook voor een vroom bezoek aan een kerk met het geboden van het Onzevader en de Geloofsbelijdenis.

Bijzondere levensgebeurtenissen

* Eerste Heilige Communie: Zowel voor de persoon die hem voor het eerst ontvangt, als voor de aanwezigen die de ceremonie devoot bijwonen.

* Eerste Mis van een priester: Aanwezig zijn bij de volledige plechtige Heilige Mis van een nieuwgewijde priester.

* Priesterjubilea: Bijwonen van de Mis waarin een priester zijn 25-, 50- of 60-jarige wijdingsjubileum viert.

* Deelname aan een Volksmissie: Het horen van de preken tijdens een parochiemissie en aanwezig zijn bij de plechtige sluiting ervan.

Locaties en Wijdingen

* Portiuncula-aflaat (2 augustus): Het bezoeken van een parochiekerk of franciscaanse kerk en daar het Onzevader en de Geloofsbelijdenis geboden.

* Feest van de Heilige Stichter: Het bezoeken van een kloosterkerk op de officiële feestdag van de heiligverklaarde stichting van die specifieke orde.

* Kerkwijding: Het bezoeken van een kerk of altaar op de verjaardag van de inwijding ervan.

Bijzondere situaties

* De Pauselijke Zegen (Urbi et Orbi): Het ontvangen van de zegen van de pauze, ook wanneer dit live gevolgd wordt via televisie, radio of internet.

* Sterfbed: Als er geen priester beschikbaar is om de Apostolische Zegen te geven, is de Kerk op het moment van sterven een volle aflaat aan iedere gelovige die tijdens het leven de gewoonte had om te geboden (de voorwaarde van biecht en communie vervalt hier logischerwijs door overmacht).

* Heilige Jaren (Jubeljaren): Specifieke pelgrimstochten naar aangewezen basilieken of het oorspronkelijke van specifieke werken van barmhartigheid en boete zoals door de paus.

Wat is een volksmissie

Een volksmissie (ook wel parochiemissie genoemd) is een historische, intensieve spirituele campagne binnen een katholieke parochie om het geloof van de lokale bevolking te vernieuwen en te verlevendigen. Je kunt het vergelijken met een grootschalige, religieuze 'opfriscursus' of herbronning voor een heel dorp of een complete stadswijk.

Het fenomeen beleefde zijn absolute hoogtepunt tussen de 17e eeuw en het midden van de 20e eeuw (de tijd van je grootmoeder).

Hoe verliep een volksmissie?

Een volksmissie werd niet geleid door de eigen, vertrouwde pastoor, maar door speciale gastpredikanten (vaak paters Redemptoristen, Jezuïeten, Franciscanen of Capucijnen). Zij stonden bekend om hun indrukwekkende en vurige preekstijl.

Het evenement duurde meestal één tot twee weken en legde het hele openbare leven in een dorp tijdelijk plat. Het programma was intensief:

* Elke dag preken: Er waren dagelijks meerdere sermoenen (preken), vaak opgesplitst voor specifieke doelgroepen (zoals aparte preken voor mannen, voor vrouwen, en voor de jeugd).

* Oproep tot bekering: De paters spraken vurig over zonde, de hel, het vagevuur, de dood en Gods barmhartigheid. Het doel was om de mensen diep te raken en aan te sporen tot bekering.

* Massa-biecht: De biechtstoelen zaten dagenlang propvol. Het was de bedoeling dat werkelijk iedereen in het dorp grondig ging biechten en de communie ontving.

* Gezamenlijke rituelen: Er werden grote processies gehouden, er werd samen gezongen, en aan het einde van de missie werd er vaak een groot missiekruis opgericht tegen de buitenmuur van de kerk of op het kerkplein als blijvende herinnering.

Waarom gaf dit een volle aflaat?

Omdat een volksmissie een periode was van radicale bekering en massale biecht, stimuleerde de Kerk dit initiatief enorm. De gelovigen die de preken trouw bijwoonden en deelnamen aan de plechtige sluitingsceremonie, konden (en kunnen nog steeds) onder de gebruikelijke voorwaarden (biecht, communie, gebed voor de paus) een volle aflaat verdienen om hun openstaande straffen kwijt te schelden.

Hoewel het in onze streken in de traditionele vorm bijna niet meer voorkomt, herinneren de grote houten kruisen aan veel oude Belgische en Nederlandse kerkmuren nog altijd aan de volksmissies van vroeger.

Zijn er dingen die je op je eentje kunt doen om aflaten te verdienen

Binnen het officiële Handboek der Aflaten (Enchiridion Indulgentiarum) zijn er tal van krachtige spirituele werken die je volledig op je eentje — thuis, in de natuur of in een stille kerk — kunt volbrengen om een aflaat te verdienen. Je bent hierbij dus niet afhankelijk van een gemeenschap, een priester of een specifieke groepsbijeenkomst (behalve voor de algemene voorwaarden zoals de biecht en communie).

De belangrijkste handelingen die je individueel kunt verrichten, worden onderverdeeld in volle en gedeeltelijke aflaten:

Individuele werken voor een Volle Aflaat

Dit zijn de vier krachtigste dagelijkse handelingen die je alleen kunt doen. Onthoud dat je deze moet combineren met de vier basisvoorwaarden (biecht, communie, gebed voor de paus en volledige onthechting van zonde):

* Een half uur Bijbellezen: Het op je eentje devoot lezen en overwegen van de Heilige Schrift gedurende minimaal 30 ononderbroken minuten. De Bijbeltekst moet wel officieel door de Kerk zijn goedgekeurd.

* Een half uur Aanbidding: In je eentje in een kerk of kapel gaan zitten en minimaal 30 minuten in stilte bidden of mediteren voor het Tabernakel (waarin Jezus aanwezig is) of voor de uitgestelde Hostie.

* De Kruisweg bidden: Het in je eentje langsgaan van de 14 staties in een kerk of op een kruiswegpark (bijvoorbeeld in een kloostertuin). Je moet hierbij fysiek van statie naar statie bewegen en devoot mediteren over het lijden van Christus.

Uitzondering bij ziekte: Ben je om gezondheidsredenen aan bed of huis gebonden? Dan volstaat het om 15 minuten devoot te mediteren over het lijden van Jezus terwijl je een kruisbeeld vasthoudt.

Individuele werken voor een Gedeeltelijke Aflaat

Voor een gedeeltelijke aflaat hoef je niet aan de strenge voorwaarde van "volledige onthechting van zonde" te voldoen. Telkens wanneer je een van deze handelingen op je eentje stelt met een vroom hart, schenkt de Kerk je een kwijtschelding van een deel van je tijdelijke straffen:

* De Rozenkrans bidden: Hoewel de volle aflaat voor de rozenkrans eist dat je hem in groep of in een kerk bidt, verdien je een gedeeltelijke aflaat wanneer je in je eentje op de bank, in de auto of tijdens een wandeling vijf tientjes (mysteries) van de rozenkrans bidt.

* Korte, vrome schietgebeden: Het gedurende de dag in stilte uitspreken van korte gebeden. Denk aan het aanroepen van de Heilige Namen ("Jezus, Maria, Jozef"), het bidden van het Angele Dei (gebed tot de Engelbewaarder), of de Akte van Geloof, Hoop en Liefde.

* Vroom gebruik van een sacramentale: Het maken van een kruisteken met wijwater, of het devoot dragen of kussen van een gezegend voorwerp zoals de Wonderdadige Medaille of het Bruine Scapulier.

* Het Angelus (De Engel des Heeren) bidden: Dit traditionele gebed in je eentje bidden, met name rond de klassieke tijden van 6:00 uur, 12:00 uur of 18:00 uur.

* Zelfgekozen daden van naastenliefde en opoffering: Wanneer je in het dagelijks leven op je eentje — gedreven door geloof — een offer brengt. Bijvoorbeeld: anoniem geld schenken aan een arme, vrijwillig een lekker hapje of drankje laten staan (onthouding), of een vervelend klusje opknappen zonder te klagen.

** De apostolische zegen (of het apostolisch pardon) is een volle aflaat die men ontvangt op het moment van overlijden. Wanneer de priester je de apostolische zegen geeft, geldt het volgende: als je vanaf het moment dat je deze ontvangt tot aan je dood geen enkele zonde meer begaat, dan wordt de volle aflaat toegekend op het moment van je overlijden. Hierdoor hoef je in feite niet naar het vagevuur, omdat de Kerk volledig in de nodige genoegdoening voorziet. Dit is een gebed dat de priester kan uitspreken.

De apostolische zegen bij het sterfbed

De apostolische zegen bij het sterfbed (ook wel het apostolisch pardon genoemd) is een specifieke zegen in de Katholieke Kerk die aan een stervende wordt gegeven en waaraan een volle aflaat is verbonden. Dit betekent dat niet alleen de zonden worden vergeven (zoals bij de biecht), maar dat ook alle tijdelijke straffen voor de zonden in het vagevuur volledig worden kwijtgescholden. Het doel is om de ziel rechtstreeks naar de hemel te laten gaan.

De zegen maakt traditioneel deel uit van de 'Laatste Sacramenten' (de ziekenzalving en het viaticum/de laatste communie). Hoe kun je het krijgen?

Je kunt deze zegen op twee manieren ontvangen:

* Via een priester (normale weg): Een priester bezit de gedelegeerde volmacht van de Apostolische Stoel om deze zegen aan het sterfbed te geven. De stervende moet (indien mogelijk) biechten, de communie ontvangen en oprecht berouw tonen. Als de stervende niet meer bij bewustzijn is, kan de priester de zegen alsnog geven als aangenomen mag worden dat de persoon dit gewenst zou hebben.

* Zonder priester (in noodsituaties): Als er in het stervensuur absoluut geen priester bereikbaar is, verleent de Kerk deze volle aflaat zelf aan de stervende. De voorwaarden zijn dan dat de persoon gedoopt is, in staat van genade verkeert (berouw heeft), en tijdens het leven de gewoonte had om te bidden. Het gebruik van een kruisbeeld of kruisje is hierbij aanbevolen.

Wat is de formule?

Volgens het officiële Kerkelijk Handboek (het Rituale Romanum) kan de priester kiezen uit twee Nederlandse formules (vaak ook in het Latijn uitgesproken). Dit zijn de twee officiële Nederlandse formules voor het apostolisch pardon, zoals de priester ze volgens het liturgisch handboek aan het sterfbed uitspreekt.

De priester mag kiezen welke van de twee hij gebruikt. Bij beide formules maakt hij bij het kruisteken (+) een kruisbeweging over de stervende.

Formule 1 (De nadruk op de verlossing)

Deze formule richt zich op de mysteries van Christus' verlossing en vraagt specifiek om de opening van de hemelpoort.

* Nederlandse tekst:"Moge de almachtige God zich ontfermen over u. Moge Hij u door de heilige geheimen van de verlossing van de mensheid bevrijden van alle straffen van dit leven en het toekomstige leven. Moge Hij de poorten van het paradijs voor u openen en u binnenleiden in de eeuwige vreugde. Amen."

* Latijnse tekst (ter vergelijking):"Per sacrosancta humanae reparationis mysteria, remittat tibi omnipotens Deus omnes praesentis et futurae vitae poenas, paradisi portas aperiat et ad gaudia te sempiterna perducat. Amen."

Formule 2 (De nadruk op de apostolische volmacht)

Deze formule sluit het dichtst aan bij de juridische en geestelijke taal van de biecht, waarin de priester expliciet zijn van de paus ontvangen volmacht gebruikt om de straffen kwijt te schelden.

* Nederlandse tekst:"Krachtens de volmacht die mij door de Apostolische Stoel is verleend, schenk ik u een volle aflaat en de vergeving van al uw zonden, in de naam van de Vader en de Zoon + en de Heilige Geest. Amen."

* Latijnse tekst (ter vergelijking):"Ego facultate mihi ab Apostolica Sede tributa, indulgentiam plenariam et remissionem omnium peccatorum tibi concedo, in nomine Patris, et Filii, + et Spiritus Sancti. Amen."

** Je moet de gewoonte van het vasten ontwikkelen. Wat ik meestal aanbeveel, hangt af van waar iemand staat. Sommige mensen kunnen direct beginnen met vasten – waarbij ze bijvoorbeeld het ontbijt en de lunch overslaan en pas bij het avondeten weer eten. Maar voor velen is dat te zwaar; zij moeten het langzaam opbouwen. Ik adviseer hen dan: "Houd de komende twee maanden de vastenregels van de Kerk aan – dat betekent op woensdag en vrijdag slechts één volledige maaltijd en twee kleinere maaltijden (die samen geen volledige maaltijd vormen). Doe dit in ieder geval op die dagen, misschien zelfs ook op zaterdag." Sommige tradities hanteren ook de maandag, maar laten we uitgaan van de woensdag en vrijdag. Zodra ze daar meer bedreven in zijn geworden, zeg ik: "Schrap nu een van die kleinere maaltijden." Zo werk je toe naar het punt waarop ze nog maar één maaltijd per dag nuttigen. Als ze dat eenmaal redelijk consistent volhouden – bijvoorbeeld vijf of zes dagen per week – kun je op een gegeven moment voorstellen om een ​​'zwart vasten' (een strikt vasten) van drie dagen te doen, waarbij men enkel brood en water, of zelfs alleen water, consumeert. Hierbij moet je natuurlijk wel goed op je elektrolytenbalans letten. Een vriend van mij besloot bijvoorbeeld dat hij het 'vasten van Christus' wilde volgen. Hij was nogal corpulent, dus ging hij eerst naar zijn arts. De arts zegt: "O ja, je kunt hier wel 40 dagen zonder eten. Dit is wat je moet doen om je elektrolyten in de gaten te houden. Let op dit en dat, enzovoort. Als je dit probleem krijgt, zorg dan dat je naar het ziekenhuis gaat, maar als je het zo aanpakt, komt het helemaal goed." Hij heeft 41 en een halve dag geen vast voedsel gegeten.

Het is dus mogelijk. Hij viel in die periode 25 kilo af. Maar het punt is dat we vaak denken dat er allerlei dingen zijn die we niet kunnen. Historisch gezien, in het Westen, gebeurde het wel eens dat mensen twee of drie dagen niets aten en daarna een grote maaltijd nuttigden – simpelweg omdat er geen eten beschikbaar was of omdat ze er niet aan konden komen. Vandaag de dag heerst het idee: als ik niet drie maaltijden per dag krijg, kom ik in de problemen. Maar dat is absoluut niet het geval. Er is ook een angst voor lijden. Het punt is dat mensen de gewoonte moeten ontwikkelen om te vasten. Ze moeten het langzaam opbouwen. Ik laat ze dus daarmee beginnen en bouw het vervolgens op tot een bepaald punt. Het belangrijkste is dat ze in het begin niet te hard van stapel lopen, omdat hun lichaam er nog niet aan gewend is; er geldt namelijk het principe dat het lichaam zich aanpast aan de werking van de ziel. Wanneer je vast, moet je lichaam zich aanpassen om dat te kunnen volhouden. Je kunt immers niet zomaar direct aan dergelijke extreme vormen beginnen; je moet het geleidelijk opbouwen.

Die persoon die 40 dagen vastte – die heeft dat waarschijnlijk opgebouwd door zo nu en dan periodes van drie of vijf dagen te vasten.

* Zijn er ook periodes in de liturgische kalender waarin juist niet gevast mag worden? Dat klopt. Bij sommige religieuze ordes geldt dat bijvoorbeeld voor de gehele kersttijd,

en bij andere ordes beperkt het zich tot het octaaf van Kerstmis, toch? 41:59

En dan heb je natuurlijk ook nog het octaaf van Pasen. Ja.

Zijn er nog andere momenten, zoals... het octaaf van Pinksteren? Oké. Het gaat dus om een ​​reeks dagen, toch?

Ja, dat klopt. Het punt is dat octaven van de eerste klasse doorgaans niet gepaard gingen met vasten of onthouding.

En wat betreft... ik zou moeten opzoeken hoe men daar in het verleden precies mee omging, maar...

...als bepaalde feesten van de eerste klasse op een vrijdag vielen, was je niet gebonden aan de vasten- of onthoudingsregels – anders dan nu het geval is. Soms kom je namelijk mensen tegen die denken dat ze heiliger zijn dan de rest en daarom toch blijven vasten.

Maar zo denkt de Kerk er niet over.

Wanneer niet mag gevast worden

Binnen de Katholieke Kerk zijn er duidelijke kerkelijke regels (vastgelegd in het Kerkelijk Wetboek of de Codex Iuris Canonici) over wanneer je niet mag vasten of wanneer je vrijgesteld bent van de vastenplicht.

De regels maken onderscheid tussen liturgische dagen waarop het verboden is, en persoonlijke omstandigheden waarin men dispensatie heeft.

1. Dagen waarop vasten liturgisch verboden of opgeheven is

Volgens de kerkelijke wetgeving is boetedoening (waar vasten onder valt) expliciet niet toegestaan op dagen van grote liturgische vreugde:

* Alle zondagen: De zondag is de wekelijkse herdenking van de Opstanding van Christus. Zelfs tijdens de 40-dagentijd (de vastenperiode voor Pasen) wordt er op de zes zondagen nooit gevast. De veertigdagentijd duurt in kalenderdagen eigenlijk 46 dagen, juist omdat de zondagen eruit worden gefilterd.

* Hoogfeesten (Solemnitates): Volgens Canon 1251 vervalt de verplichting tot onthouding of vasten wanneer een vrijdag samenvalt met een liturgisch hoogfeest. Voorbeelden hiervan zijn Kerstmis, Allerheiligen, of de aankondiging van de Heer (Maria Boodschap). Als zo'n feest op een vrijdag valt, mag en moet er gevierd worden in plaats van gevast.

* Paastijd en Kersttijd: Tijdens de liturgische seizoenen van pure vreugde (de vijftig dagen tussen Pasen en Pinksteren, en de Kerstperiode) kent de Kerk geen officiële vastenvoorschriften.

2. Personen die op basis van leeftijd zijn vrijgesteld

De Kerk legt de wet van het vasten (slechts één volledige maaltijd per dag) en de onthouding (geen vlees eten) niet aan iedereen op:

* Jongeren onder de 18 jaar: De strikte vastenwet geldt pas vanaf de meerderjarigheid. Wel geldt de wet van de onthouding (het laten staan van vlees of een andere luxe) al vanaf 14 jaar. Kinderen onder de 14 hoeven volgens de wet niet te vasten.

* Ouderen vanaf 60 jaar: Zodra iemand de leeftijd van 59 jaar heeft voltooid (en dus 60 wordt), vervalt de kerkelijke plicht om te vasten op Aswoensdag en Goede Vrijdag.

3. Medische en fysieke uitzonderingen (Dispensatie)

De kerkelijke wet stelt uitdrukkelijk dat de gezondheid en de plichten van iemands levensstaat altijd voorgaan. Men mag (en moet soms) het vasten breken of overslaan bij:

* Ziekte en kwetsbaarheid: Zieken, chronisch zieken, en mensen met een zwakke gezondheid zijn volledig vrijgesteld van de vasten- en onthoudingswetten. Vasten mag de gezondheid nooit in gevaar brengen.

* Zwangere vrouwen en moeders die borstvoeding geven: Vanwege de zorg voor het (ongeboren) kind is vasten voor hen niet toegestaan.

* Zware lichamelijke arbeid: Mensen die door hun beroep extreem zwaar fysiek werk moeten leveren en hun kracht niet kunnen missen, hoeven niet te vasten.

* Gasten en reizigers: In traditionele zin waren reizigers onderweg die afhankelijk waren van de gastvrijheid van anderen vrijgesteld, om te voorkomen dat zij aangeboden voedsel moesten weigeren.

Het eucharistisch vasten

Het eucharistisch vasten is de kerkelijke regel dat katholieken gedurende een bepaalde tijd vóór het ontvangen van de heilige communie niets eten of drinken. Dit gebruik is bedoeld als een daad van eerbied en om jezelf geestelijk en lichamelijk voor te bereiden op de ontmoeting met Christus.

Dit zijn de huidige officiële regels (volgens Canon 919 van het Kerkelijk Wetboek):

De huidige regels

* Tijdsduur: Je moet minstens één uur vóór de communie vasten.

Let op: Dit uur gaat in vanaf het moment dat je de communie daadwerkelijk ontvangt, dus niet vanaf het begin van de heilige mis. Omdat de communie meestal pas na zo'n 30 tot 45 minuten plaatsvindt, betekent dit in de praktijk dat je vaak tot vlak voor het begin van de mis nog iets mag eten.

* Water en medicijnen: Zuiver water en medicijnen breken het vasten nooit. Deze mag je dus altijd nemen, tot op het allerlaatste moment.

Uitzonderingen (Wie hoeft niet te vasten?)

De Kerk is hier heel mild in. De verplichting van het eucharistisch vasten vervalt volledig voor:

Ouderen van gevorderde leeftijd.

* Zieken en mensen die aan een zwakte lijden.

* Verzorgers die voor deze zieken of ouderen zorgen en daardoor niet aan het uur kunnen voldoen.

* Priesters die op dezelfde dag een tweede of derde mis moeten opdragen (zij hoeven alleen vóór hun eerste mis te vasten).

Historische achtergrond (Vroeger)

Vóór de vernieuwingen van het Tweede Vaticaans Concilie in de jaren 60 was deze regel veel strenger.

* Vanaf middernacht: Tot 1953 moest men vanaf middernacht volledig nuchter blijven (geen eten en zelfs geen water).

* Drie uur: Paus Pius XII bracht dit in 1957 terug naar een verplichte periode van drie uur voor vast voedsel en alcohol.

* Eén uur: Paus Paulus VI heeft de regel in 1964 uiteindelijk versoepeld naar het huidige ene uur, om het voor gelovigen makkelijker te maken vaker de communie te ontvangen.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door claudia om 01:19 Reageer op dit bericht

12/10 Pr Ripperger: Vasten - 2

Vasten en onthouding vormen een van de fundamenten van het geestelijk leven. Tegenwoordig denken mensen vaak dat ze heilig kunnen worden zonder daar echt serieus werk van te maken – maar dat zal simpelweg nooit gebeuren. Sterker nog: mensen die langdurig vasten, worden daar weliswaar zeer bedreven in, maar als dat te lang aanhoudt, kunnen ze merken dat hun innerlijk geestelijk leven juist verzwakt of verwatert. Er is nog één ander onderwerp dat ik in deze lezing wil bespreken en dat gaat over aflaten.

Ik zal me specifiek richten op de situatie zoals die was vóór de hervormingen door paus Paulus VI. Vóór die wijzigingen bestonden er verschillende soorten aflaten. Er was uiteraard het onderscheid met de 'volle' (plenaire) aflaat, wat inhoudt dat de tijdelijke straf die op een zonde staat, volledig wordt kwijtgescholden. 'Plenair' betekent dus 'volledig'; daarnaast bestonden er ook 'gedeeltelijke' aflaten.

Het aantal plenaire aflaten dat destijds beschikbaar was, lag overigens aanzienlijk hoger; er waren er destijds veel meer van. Vóórdat de zaken – eh, door politieke invloeden – veranderden, stonden de meeste aflaten opgetekend in wat men de Raccolta noemde. In dat boek kon je het merendeel van de gebeden vinden waaraan een aflaat verbonden was – al kwam je ze elders in de Kerk ook wel eens tegen. Er stonden zaken in de Raccolta die, mits uitgevoerd op bepaalde momenten, een volle (plenaire) aflaat konden opleveren.

Daarnaast kende men ook het zogenaamde toties quoties – een soort manier om een ​​volledige aflaat te verkrijgen. Men was niet per se beperkt tot slechts één volledige aflaat per dag. Bij het toties quoties-principe – bijvoorbeeld tijdens jubileumjaren, wanneer er een 'Heilige Deur' werd geopend – betekent de term letterlijk: "zo vaak als je het doet" (oftewel: telkens wanneer je de handeling verricht, ontvang je de aflaat). Wat dit in feite betekent, is dat je kunt biechten en de Heilige Communie kunt ontvangen. Vervolgens gingen mensen door de 'Heilige Deur' – een handeling die vereist was om een ​​volledige aflaat te verkrijgen.

Ze gingen de kerk binnen, baden voor de intenties van de Heilige Vader om zo een aflaat te verdienen, en gingen dan weer naar buiten om het proces te herhalen. Soms deden ze dit wel 10 of 20 keer. Deze aflaten waren uiteraard niet voor de persoon zelf bedoeld maar werden toegepast op de zielen in het vagevuur. Hierdoor konden zielen veel sneller – of in veel grotere getale – het vagevuur verlaten.

Het punt is dat er destijds veel meer mogelijkheden waren om een ​​volledige aflaat te verkrijgen. Gedeeltelijke aflaten werden onderverdeeld in jaren, maar er bestond ook zoiets als 'quarantines'. Deze 'quarantines' werden afgeschaft door Paulus VI. Het idee was – en dit kom je tegen in oudere boeken – dat bij een gedeeltelijke aflaat werd gesproken over bijvoorbeeld 100 jaar, 7 jaar of 300 dagen aan boetedoening. Het gaat hier dan om 300 dagen aan gedeeltelijke aflaat. Wat de meeste mensen niet beseffen, is dat ze denken dat dit neerkomt op 300 dagen in het vagevuur. Dat is niet wat het betekent.

Het betekent dat men in de vroege Kerk bepaalde vormen van boetedoening oplegde – specifieke openbare boetedoeningen die verricht moesten worden voor bepaalde zonden, en wel gedurende een vastgesteld aantal jaren. Als je bijvoorbeeld in de vroege Kerk overspel pleegde – als ik het me goed herinner – dan bestond de boetedoening uit zeven jaar openbare boete. Openbare boete, dus niet zomaar even een paar Weesgegroetjes bidden. Het ging om zeven jaar lang vasten, onthouding en allerlei andere verplichtingen. Het was een zeer serieuze aangelegenheid.

Toties quoties

De Latijnse juridische term toties quoties betekent letterlijk "zo vaak als" of "telkens wanneer".

* Betekenis bij aflaten: Het duidde een zeldzame, specifieke categorie van volle (plenaire) aflaten aan die een gelovige meerdere malen per dag kon verdienen.

* Hoe werkte het? Normaal gesproken kan een volle aflaat (die alle openstaande straffen in één keer kwijtscheldt) slechts één keer per dag worden verkregen. Bij een toties quoties-aflaat mocht de gelovige de voorgeschreven handeling — bijvoorbeeld het bezoeken van een specifieke kerk en daar bidden voor de paus — die dag herhalen. Telkens wanneer men de handeling opnieuw verrichtte, verdiende men wéér een volle aflaat (die men dan vaak opdroeg aan de zielen in het vagevuur).

* Huidige status: Sinds de vernieuwingen van de aflaatleer na het Tweede Vaticaans Concilie is dit principe afgeschaft. Een volle aflaat kan sindsdien nog maar strikt één keer per dag worden verdiend.

Quarantines (in de context van aflaten)

Hoewel het woord quarantaine tegenwoordig direct geassocieerd wordt met medische isolatie, had het meervoud quarantines in de traditionele aflaatleer een heel andere, kwantitatieve betekenis. Het woord stamt af van het Latijnse quadraginta, wat veertig betekent.

* Betekenis bij aflaten: Een 'quarantine' stond gelijk aan een kwijtschelding van een straf die overeenkwam met veertig dagen van zware, canonieke openbare boetedoening (zoals het strikte vasten in de middeleeuwen).

* Hoe werkte het? Tot 1967 werden gedeeltelijke aflaten uitgedrukt in dagen of jaren (bijvoorbeeld: "een aflaat van 7 jaar en 7 quarantines"). Dit betekende niet dat de ziel letterlijk 7 jaar en 280 dagen korter in het vagevuur hoefde te zitten. Het betekende dat de Kerk uit haar spirituele genadeschat een hoeveelheid straf kwijtscheldde die gelijkstond aan de spirituele waarde van 7 jaar en 7 periodes van 40 dagen aan traditionele, zware aardse boete.

* Huidige status: Omdat deze tijdsaanduidingen bij gelovigen tot grote verwarring leidden (men dacht dat men de tijd in het vagevuur met de kalender kon meten), heeft Paus Paulus VI in 1967 de term quarantines en alle specifieke dagentermijnen bij gedeeltelijke aflaten volledig afgeschaft.

Ik heb nog gehoord dat dit in voege was bij mijn grootmoeder, maar het was een toer rond de kerk maken en dan binnen nog iets. En er was ook iets als pesjonkelen.

Pesjonkelen (of pesjoenkelen) is de perfecte benaming voor de katholieke traditie die je omschrijft. Het is een van de meest karakteristieke en levendige volksgebruiken uit de tijd van het Rijke Roomse Leven (de vroege tot het midden van de 20e eeuw), dat jouw grootmoeder ongetwijfeld zo heeft meegemaakt.

Het ritueel draait volledig om de toties quoties-aflaat die we zojuist bespraken. Dit is de praktische uitwerking ervan:

Wat betekent het woord?

Het woord 'pesjonkelen' is een overduidelijke verbastering van het Latijnse/Italiaanse woord Portiuncula (wat 'klein perceeltje' of 'klein deeltje' betekent). Dit verwijst naar het piepkleine kapelletje in Assisi dat door Sint-Franciscus is opgeknapt. Omdat paus Honorius III specifiek aan dít kapelletje een onbeperkte aflaat koppelde, werd het herhaaldelijk 'verdiende' kerkbezoek later naar deze plek vernoemd.

Het ritueel: Hoe ging het in zijn werk?

De traditie vond hoofdzakelijk plaats op Allerzielen (2 november). Gelovigen (en vroeger vooral ook schoolkinderen die er een onderlinge wedstrijd van maakten) probeerden op die dag zoveel mogelijk zielen uit het vagevuur te 'redden'. Het stappenplan ging letterlijk als volgt:

* De kerk in: Je liep de parochiekerk binnen en nam plaats op een knielbank.

* Bidden: Je bad een vastgesteld aantal gebeden, meestal vijf Onzevaders, vijf Weesgegroeten en een Eer aan de Vader ter intentie van de paus. Hiermee had je exact één volle aflaat verdiend en was er symbolisch 'één zieltje verlost'.

* De kerk uit: Om nóg een ziel te redden, mocht je niet simpelweg blijven zitten blijven bidden. De regel van de kerkelijke wet stelde dat een aflaat gekoppeld was aan een nieuw kerkbezoek. Je moest de kerk dus fysiek verlaten.

* Het rondje om de kerk: Om de wet te respecteren, liepen de mensen de kerkdeur uit, maakten een blokje of een toertje rond het kerkgebouw (of liepen simpelweg de drempel over en draaiden zich direct om), om vervolgens weer naar binnen te gaan.

* Herhalen: Eenmaal weer binnen begon het riedeltje van de vijf Onzevaders en Weesgegroeten opnieuw voor de volgende ziel.

Een gezellige drukte

Dit zorgde op Allerzielen voor een uniek en bijna komisch straatbeeld: hele dorpsgemeenschappen liepen in een constante stroom de kerk in en uit en cirkelden rond het gebouw. In de volksmond werd dit fenomeen daarom ook wel spottend "in- en uitbidden" genoemd. In 1967 maakte Rome officieel een einde aan deze praktijk door te bepalen dat een volle aflaat nog slechts één keer per dag verdiend kon worden, waardoor het pesjonkelen definitief naar de geschiedenisboeken verdween.

Je kunt niet zeggen dat de penitentie in overeenstemming is met de begane zonden. Wat is dan de uitkomst?

Je raakt hier de exacte kern van een eeuwenoud theologische discussie en het fundamentele mysterie achter de katholieke sacramenten. Als de penitentie (de straf of boetedoening) die je van de priester krijgt in de biechtstoel inderdaad nooit in proportie of overeenstemming is met de ernst van de begane zonden – want hoe kunnen drie Onzevaders immers de schade van diefstal of bedrog compenseren? – wat is dan de uitkomst?

De katholieke theologie (waar ook Thomas van Aquino een grote rol in speelde) kent hierop een heel specifiek antwoord dat rust op drie opeenvolgende stappen:

1. De uitkomst voor de schuld: Volledige kwijtschelding

De eerste en belangrijkste uitkomst is dat de schuld (culpa) van de zonde direct en volledig wordt uitgewist. Dit gebeurt niet door jouw eigen prestatie of de zwaarte van je penitentie, maar door de absolute genade van Christus via de sacramentele absolutie. Op het moment dat de priester de absolutie uitspreekt, is de zonde voor God vergeven en is de toegang tot de hemel (de redding van de helse straf) hersteld.

2. De uitkomst voor de straf: Er blijft een 'restschuld' open

Hoewel de schuld weg is, gelooft de Kerk dat zonde ook een kosmische orde verstoort en schade toebrengt aan de ziel en de gemeenschap. Er blijft daarom een tijdelijke straf (poena temporalis) openstaan.

Omdat de opgelegde penitentie (het weinige dat je na de biecht doet) bijna nooit in overeenstemming is met die schade, is de uitkomst dat de restschuld niet volledig is afbetaald. Je bent weliswaar gered van de hel, maar de ziel is nog niet volledig gereinigd.

3. De uiteindelijke uitkomst: Het Vagevuur of Aflaten

Wanneer die penitentie niet in overeenstemming is met de begane zonden, wordt het tekort opgevuld via twee wegen:

* In het hiernamaals (Vagevuur): De resterende tijdelijke straffen die op aarde niet zijn goedgemaakt door voldoende boete of penitentie, moeten na de dood worden uitgeboet en gereinigd in het vagevuur voordat de ziel de hemel kan betreden.

* Tijdens het leven (Aflaten): Omdat de Kerk wist dat de menselijke penitentie bijna nooit in verhouding stond tot de zonden, opende zij de zogeheten 'schatkamer van de Kerk' (het overschot aan verdiensten van Christus en de heiligen). Door het verdienen van een aflaat kon die resterende restschuld alsnog hier op aarde worden kwijtgescholden.

Samengevat

Als de penitentie niet in overeenstemming is met de zonde, is de theologische uitkomst dat de menselijke tekortkoming wordt overbrugd door goddelijke barmhartigheid, maar dat de gelovige de resterende zuivering ofwel op aarde (via extra vroomheid en aflaten) ofwel na de dood (in het vagevuur) moet voltooien.

Wat kun je doen om het Vagevuur dan te omzeilen.

Binnen de katholieke theologie en spirituele traditie zijn er verschillende concrete manieren om de loutering in het vagevuur te verkorten of zelfs volledig te omzeilen. Omdat het vagevuur bedoeld is om de 'restschuld' van zonden (de tijdelijke straffen) weg te nemen en de ziel te zuiveren, moet men zorgen dat die zuivering en afbetaling al tijdens het aardse leven volledig plaatsvinden.

Dit zijn de belangrijkste manieren om dat te bereiken:

1. Het verdienen van Volle Aflaten

Een volle aflaat scheldt in één keer alle openstaande tijdelijke straffen voor zonden kwijt. Als je sterft vlak nadat je een volle aflaat hebt verdiend, ga je theoretisch rechtstreeks naar de hemel.

Hoe? Dit kan door het volbrengen van specifieke, door de Kerk aangewezen daden, zoals het bidden van de rozenkrans in groepsverband, een half uur aan Eucharistische aanbidding doen, of de kruisweg bidden.

Strikte voorwaarde: Voor een volle aflaat moet men ook biechten, de communie ontvangen, bidden voor de intenties van de paus én — dit is het moeilijkst — volledig vrij zijn van elke gehechtheid aan zonde, zelfs aan dagelijkse zonden.

2. De Apostolische Zegen op het sterfbed

De Kerk heeft een speciaal vangnet voor het moment van sterven: de Apostolische Zegen met aangehechte volle aflaat.

Wanneer een priester de laatste sacramenten (het Heilig Oliesel of de ziekenzalving) toedient, spreekt hij aan het einde deze specifieke zegen uit.

Door deze zegen worden alle resterende tijdelijke straffen van de stervende op het nippertje kwijtgescholden, mits de persoon de juiste innerlijke gesteldheid heeft.

3. Vrijwillige boetedoening en het 'Kruis' dragen

In plaats van een lichte penitentie in de biechtstoel te accepteren, kan men zelf actief boete doen om de weegschaal in evenwicht te brengen.

* Actieve boete: Vasten, onthouding, aalmoezen geven en materiële offers brengen.

* Passieve boete: Het geduldig, zonder morren en uit liefde tot God verdragen van het dagelijkse lijden, zoals ziektes, tegenslagen, verdriet en fysieke pijn. Thomas van Aquino stelde dat het vrijwillig en liefdevol dragen van aards lijden veel meer spirituele 'reinigingswaarde' heeft dan de loutering in het vagevuur.

4. De Heroïsche Akte van Liefde

Dit is een specifieke spirituele traditie waarbij een gelovige al zijn eigen verdiende 'voldoeningen' (de spirituele waarde van zijn goede daden en gebeden) en alle na zijn dood voor hem opgedragen missen, volledig wegschenkt aan de zielen in het vagevuur.

Je staat dus je eigen 'krediet' af om anderen te redden.

De theologische gedachte hierachter is dat God zo'n daad van pure, onbaatzuchtige naastenliefde zo hoog waardeert, dat Hij in Zijn barmhartigheid de gever bij diens overlijden vaak direct in de hemel opneemt.

5. Het Bruine Scapulier van de Karmel

Dit is een van de bekendste sacramentaliën (vrome gebruiken) binnen de katholieke kerk. Volgens een oude belofte van Onze Lieve Vrouw aan de heilige Simon Stock (het zogeheten Zaterdagprivilege), belooft Maria degenen die het bruine scapulier trouw en devoot dragen, de zaterdag na hun overlijden persoonlijk uit het vagevuur te bevrijden en naar de hemel te leiden.

6. Leven in de Goddelijke Wil

Moderne mystieke stromingen (zoals de spiritualiteit rond Luisa Piccarreta, die in conservatieve katholieke kringen veel gelezen wordt) leggen de nadruk op het volledig laten samensmelten van de eigen wil met de Goddelijke Wil. Wanneer een mens geen eigen egoïstische wil meer heeft, doet hij geen zonde meer en creëert hij ook geen nieuwe 'restschuld' die in het vagevuur uitgeboet moet worden.

Wat met de Mis bijwonen

Het bijwonen van de Heilige Mis is binnen de katholieke leer de allerhoogste en meest krachtige manier om het vagevuur te verkorten of te omzeilen. Thomas van Aquino en latere theologen leggen uit dat de Mis geen menselijk gebed is, maar de sacramentele tegenwoordigstelling van het offer van Christus op Golgotha. Omdat de waarde van Christus' offer oneindig is, is de spirituele kracht van de Mis om 'restschuld' af te betalen groter dan welke menselijke boetedoening ook.

Je kunt de Mis op twee manieren inzetten om het vagevuur te omzeilen:

1. Zelf de Mis bijwonen tijdens je leven (De meest effectieve manier)

Veel theologen en heiligen (zoals de heilige Anselmus) stellen dat het bijwonen van één Mis tijdens het leven meer vrucht draagt voor de eigen ziel dan vele Missen die na de dood voor jou worden opgedragen.

* Voldoening voor zonden: Telkens wanneer je devoot de Mis bijwoont, wordt een deel van je openstaande tijdelijke straffen rechtstreeks uitgewist door de verdiensten van Jezus.

* Volle aflaat: Aan het bijwonen van bepaalde Missen is een volle aflaat gekoppeld (bijvoorbeeld de Eerste Mis van een nieuwe priester, of de Mis op bepaalde hoogfeesten onder de gebruikelijke voorwaarden van biecht en communie).

2. Missen laten opdragen na je dood (De Gregoriaanse Missen)

Als je eenmaal bent overleden, kun je zelf niets meer verdienen. Je bent dan volledig afhankelijk van de levenden die Missen voor jouw zielenrust laten opdragen. Het absolute hoogtepunt hiervan is de traditie van de Gregoriaanse Missen.

* Wat is het? Dit is een reeks van dertig opeenvolgende Heilige Missen, die zonder onderbreking op dertig achtereenvolgende dagen voor één specifieke overledene worden opgedragen.

* oorsprong: Deze traditie stamt uit de 6e eeuw en is vernoemd naar Paus Gregorius de Grote. Hij liet dertig dagen lang missen lezen voor een overleden monnik genaamd Justus, die gezondigd had tegen de armoede. Op de dertigste dag verscheen Justus aan een medebroeder om te vertellen dat hij op dat exacte moment uit het vagevuur was bevrijd.

* uitkomst: De Kerk heeft deze traditie door de eeuwen heen officieel erkend en goedgekeurd als een vrome en zeer betrouwbare praktijk. Hoewel het geen 'automatische garantie' is (God blijft soeverein), vertrouwt de Kerk erop dat door de bijzondere voorspraak van de heilige Gregorius en de dertig offers van Christus, de ziel na dertig dagen uit het vagevuur wordt geleid. Veel katholieken laten daarom nu al in hun testament vastleggen dat er na hun overlijden een Gregoriaanse reeks voor hen moet worden besteld.

** Waarom deden ze dat in de vroege Kerk? Omdat men inzag dat de daad die je had begaan, vroeg om een ​​manier om het goed te maken. Je moest veel ondernemen om de tekortkoming jegens Gods glorie te herstellen, evenals de schade die je wellicht aan anderen had toegebracht. Bovendien moesten je eigen vermogens weer in de juiste orde worden gebracht. Men stelde deze maatregelen dus in om de tijdelijke straf die op een zonde staat, te adresseren. Hoe werkten aflaten nu precies? Het principe is dat je een specifieke handeling verricht – in het Latijn een opera genoemd – en die handeling bezit van nature een zekere hoeveelheid 'verdienste'.

 Stel bijvoorbeeld dat je een 'Weesgegroet' bidt; die handeling heeft dan een bepaalde waarde, namelijk de waarde van één 'Weesgegroet'. Maar stel nu dat je een gebed opzegt waaraan een aflaat van '100 jaar' is verbonden. Wat betekent die 100 jaar? Het zit zo: wanneer je op een bepaald moment of op een specifieke plek zo'n gebed uitspreekt, voegt de Kerk – vanuit haar 'geestelijke schatkamer' – daar een hoeveelheid verdienste aan toe die gelijkstaat aan 100 jaar boetedoening, zoals dat in de vroege Kerk gebruikelijk was.

Dat is de hoeveelheid verdienste die de Kerk uit die schatkamer putte. Dit was dus een serieuze zaak. Het ging hier niet om 100 jaar minder in het vagevuur, maar om een ​​verdienste die gelijkstond aan 100 jaar boetedoening. Vaak zag je aflaten voor zeven jaar, drie jaar, enzovoort. Dit is iets heel anders dan wat paus Paulus VI later instelde. Hij introduceerde de 'veertiendaagse' (quarantena), wat inhield dat een gebed gold alsof je 40 dagen boetedoening had verricht. Paulus VI heeft dit oude systeem echter volledig afgeschaft.

Hij bepaalde dat de verdienste – stel, je bidt een 'Weesgegroet' en draagt ​​dat op als een 'gedeeltelijke aflaat' – op een andere manier wordt beschouwd. Wat er gebeurt, is dat de Kerk niet langer extra verdiensten toekent aan bepaalde gebeden – gebeden die voorheen bijvoorbeeld een aflaat van 100 jaar opleverden. Dat bestaat niet meer. Het enige wat de Kerk nu nog doet, is de waarde verdubbelen; als je een gebed opzegt, voegt de Kerk daar slechts de verdienste van nog eens zo’n gebed aan toe.

Stel bijvoorbeeld dat je een gebed opzegt waar voorheen een aflaat van zeven jaar aan verbonden was – wat gelijkstond aan zeven jaar boetedoening. Als je dat gebed nu opzegt – het is slechts één alinea lang – dan verdubbelt de Kerk de waarde simpelweg, alsof je het twee keer hebt opgezegd. Dat is alles.

De oorspronkelijke kwijtschelding van zeven jaar boetedoening is verdwenen. In feite heeft men de gelovigen een enorme hoeveelheid aflaten ontnomen; het was in zekere zin een vernietiging van de kerkelijke traditie op dit gebied. Het resultaat is dat mensen nu langer in het vagevuur moeten verblijven – iets waar de demonen ongetwijfeld erg blij mee zullen zijn. Bovendien is het zo gekomen dat vrijwel niemand meer iets onderneemt op dit vlak. Ik merk wel dat sommige mensen nog proberen een volle aflaat (plenaire aflaat) te verkrijgen, maar bijna niemand neemt nog de moeite om zich in te spannen voor deze gedeeltelijke aflaten.

Een ander punt is dat je God kunt vragen – als onderdeel van de gebeden die je gedurende de dag opzegt – om je ook een (gedeeltelijke) aflaat te verlenen voor de intenties waarvoor je bidt. God zal je die aflaten dan inderdaad schenken. Als je bijvoorbeeld dagelijks naar de mis gaat, kun je daarnaast ook een aflaat verkrijgen door bijvoorbeeld 30 minuten in de Schrift te lezen – daar komen we zo nog op terug; het lezen van de Heilige Schrift gedurende 30 minuten is een van de manieren die in de huidige regeling voor aflaten worden genoemd. Ook 15 minuten doorbrengen voor het Allerheiligste Sacrament, of het bidden van de rozenkrans in gezinsverband of samen met anderen, kan een volle aflaat opleveren.

 Hoewel het aantal mogelijkheden is ingeperkt, zijn volle aflaten nog steeds te verkrijgen. Voorheen gold voor geestelijken dat zij – mits zij het getijdengebed (het officie) vroom en naar beste vermogen baden, de mis opdroegen, gebiecht hadden en gebeden hadden voor de Heilige Vader – dagelijks automatisch een volle aflaat ontvingen. Priesters konden dus elke dag een volle aflaat verkrijgen enkel en alleen door hun getijdengebed te bidden. Dat is inmiddels komen te vervallen. Maar, het nieuwe getijdengebed duurt – tenzij je het echt heel erg rekt – minder dan 30 minuten. Bij de oude vorm ben je echter al gauw een uur tot wel een uur en een kwartier kwijt. En als het het feest van Christus Koning is, dan ben je – zelfs als je er vlot doorheen gaat – al snel een uur en drie kwartier bezig.

 Maar het punt is: ook als je die 30 minuten overschrijdt, kun je nog steeds de aflaat verkrijgen. Je hoeft daarvoor alleen maar de juiste intentie te hebben. Maar veel priesters weten dat niet, of ze doen het simpelweg niet. De meeste priesters bidden bovendien niet het officie volgens de oude ritus, maar volgens de nieuwe ritus; daardoor kunnen zij op die manier geen volle aflaat meer verkrijgen. Het resultaat is dat alle genaden die mensen voorheen ontvingen door het proces van het verkrijgen van aflaten, grotendeels zijn weggevallen, simpelweg omdat mensen het niet meer zo vaak doen. Dit geldt niet alleen voor de vastenregels uit de vroege Kerk, maar ook voor de boetedoeningen die vroeger na de biecht werden opgelegd.

Als je kijkt naar wat men destijds deed, zouden wij dat nu als buitensporig beschouwen. Maar eerlijk gezegd is het in feite rechtvaardiger, of beter gezegd: meer in verhouding tot de daad. Als iemand bijvoorbeeld overspel heeft gepleegd, dan hoort daar een serieuze boetedoening bij – het is immers een ernstige zonde. Er bestonden destijds specifieke voorschriften voor dergelijke gevallen. Vandaag de dag gaan we er echter al te gemakkelijk vanuit dat Gods barmhartigheid alles wel zal dekken. Vorige week nog wees ik een groep geestelijken – in de context van de biecht – op het volgende: als je iemand een boetedoening oplegt die in geen verhouding staat tot de begane zonde, dan draagt ​​de priester zelf de verantwoordelijkheid voor het resterende deel van de boetedoening.

 Wanneer je dat tegen de meeste geestelijken zegt, kijken ze je verbaasd aan. Ze denken vaak dat ze zomaar een willekeurige boetedoening kunnen opgeven en dat het daarmee in orde is. Maar zo werkt het dus niet. Hoe dan ook, dit geeft een beeld van hoe we in de loop van de kerkgeschiedenis steeds meer hebben losgelaten wat voorheen discipline, vasten en dergelijke vereiste. En nu we in onze huidige tijd zijn beland, vragen we ons af waarom het zo’n puinhoop is.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door claudia om 00:52 Reageer op dit bericht

12/10 Pr Ripperger: Vasten als je voorouders is mogelijk - Sign of the Cross

12/10 Pr Ripperger: Vasten als je voorouders is mogelijk - Sign of the Cross

Het eerste onderwerp betreft de vastenregels van de Kerk. We zullen bespreken wat de regels waren vlak voor het concilie, en vervolgens kijken naar de verschillen tussen de toenmalige voorschriften en de huidige situatie, zodat men een goed beeld krijgt van de veranderingen. In die context zal ik ook ingaan op het belang van bepaalde zaken. Om te beginnen stelt de heilige Thomas van Aquino dat de natuurwet alle deugden voorschrijft; vasten en onthouding zijn daar twee voorbeelden van.

Vanuit het perspectief van de natuurwet hebben we dus de verplichting om af en toe te vasten en ons van bepaalde zaken te onthouden – niet enkel voor onze gezondheid, maar ook voor de ontwikkeling van de deugd die daarbij vereist is.

De natuurwet houdt ook in dat we naar volmaaktheid moeten streven – een principe dat Christus bovendien als gebod heeft geformuleerd: "Weest volmaakt, zoals uw hemelse Vader volmaakt is." Zelfs op natuurlijk niveau dragen we een verlangen naar volmaaktheid in ons; we ervaren het immers als onprettig wanneer onze lagere vermogens uit de hand lopen of wanneer het innerlijk niet volledig in balans is.

Wat zei H. Thomas van Aquino over vasten en onthouding

In zijn hoofdwerk, de Summa Theologiae, wijdt Thomas van Aquino specifieke hoofdstukken aan vasten en onthouding. Hij benadert dit niet louter als biologische of wettelijke verplichtingen, maar als spirituele oefeningen die vallen onder de deugd van de gematigdheid.

Thomas maakt een duidelijk conceptueel onderscheid tussen beide begrippen en formuleert drie centrale redenen waarom een mens zou moeten vasten:

Verschil tussen onthouding en vasten

* Onthouding: Dit betreft de deugd die de juiste maat bewaart in de kwaliteit of het soort voedsel dat men tot zich neemt. Het gaat hierbij specifiek om het psychologisch reguleren van onze verlangens naar eten.

* Vasten: Dit is de daadwerkelijke, fysieke handeling waarbij men de kwantiteit van het voedsel en het aantal maaltijden beperkt (volgens de traditie destijds tot één maaltijd per dag). Vasten is een concrete uiting van de deugd van onthouding.

De drie doelen van het vasten

Volgens Thomas is vasten een deugdzame handeling omdat het direct gericht is op drie spirituele doelen:

* Beteugelen van de vleselijke lusten: Thomas stelt dat overmatig eten en drinken de biologische driften en passies aanwakkert. Vasten helpt om de rebellie van het lichaam te onderdrukken en de kuisheid te bewaren.

* Verheffen van de geest tot contemplatie: Door de geest te bevrijden van de zwaarte en de materiële beslommeringen van een volgelopen maag, kan het verstand zich helderder en vrijer richten op goddelijke waarheden en hogere zaken.

* Boetedoening voor zonden: Vasten dient als een vorm van genoegdoening (satisfactie). Door onszelf vrijwillig een fysiek genot te ontzeggen, straffen we onszelf op milde wijze voor de keren dat we door zondige keuzes onrechtmatig genot hebben nagejaagd.

Waarom specifiek vlees vermijden?

In zijn uitleg over de onthouding van vlees (met name tijdens de veertigdagentijd) beargumenteert Thomas dat vlees en dierlijke producten het meest voedzaam en smakelijk zijn voor het menselijk lichaam. Omdat ze het lichaam de meeste vitale energie geven, wekken ze volgens zijn psychologie ook de sterkste vleselijke verlangens en passies op. Het eten van vis was daarom wel toegestaan, omdat dit als minder 'verhittend' voor de driften werd beschouwd.

Gezond verstand en uitzonderingen

Als filosoof van de rede benadrukt Thomas dat vasten nooit mag doorslaan in zelfdestructie. Vasten verliest zijn status als deugd wanneer het de gezondheid permanent schaadt of iemand verhindert zijn plichten te vervullen. Daarom stelt hij dat bepaalde groepen automatisch zijn vrijgesteld van de plicht tot vasten:

Kinderen en ouderen (vanwege hun fysieke kwetsbaarheid of groei)

Arbeiders en pelgrims (die hun fysieke kracht nodig hebben voor zwaar werk of reizen)

Zieken en armen (die al aan fysieke tekorten blootstaan)

** Vaak focussen mensen zich te sterk op uiterlijke perfectie, terwijl de werkelijke aandacht uit zou moeten gaan naar het innerlijk. Die volmaaktheid vereist echter opbouw en een zekere mate van bekwaamheid. Als we kijken naar het ontstaan ​​in de vroege Kerk, zien we dat de regels aanvankelijk minder formeel waren, maar na verloop van tijd steeds strikter werden vastgelegd. In de loop van de kerkgeschiedenis is er vervolgens sprake geweest van een geleidelijke versoepeling; daar zullen we gaandeweg nog op terugkomen. Wat betreft de vastenregels in de vroege Kerk: het is belangrijk om te weten dat deze voortkomen uit de apostolische traditie. Het waren de apostelen die de vastentijd (de Veertigdagentijd) hebben ingesteld, waarvan vasten gedurende veertig dagen een essentieel onderdeel vormde.

Dus zij waren de eersten; de apostelen stelden, nog tijdens hun leven, de praktijk van de vastentijd in de vroege kerk in. Vasten – waarbij onthouding een onderdeel was – werd elke week op grote schaal nageleefd; in feite elke week op woensdagen en vrijdagen. Voor de vroege christenen duurde het vasten bovendien tot zonsondergang, in navolging van de eerdere Joodse traditie. In de geschriften van Dom Guéranger wordt bevestigd: "Het was bij de Joden onder de oude wet de gewoonte om de enige maaltijd die op vastendagen was toegestaan, pas na zonsondergang te nuttigen.". De christelijke Kerk nam deze gewoonte over en ze werd eeuwenlang uiterst nauwgezet nageleefd, ook in onze westerse landen.

Maar rond de 9e eeuw begon er enige versoepeling op te treden in de Latijnse kerk. Wat het vasten destijds inhield, lijkt enigszins op wat ik zelf doe: in weken waarin ik sessies geef, drink ik 's ochtends misschien een klein beetje koffie, maar daarna eet ik niets meer tot het avondeten. Het is niet precies tot zonsondergang, maar wel tot het avondeten; het gaat dus om slechts één maaltijd. Uiteraard is het niet de bedoeling dat je jezelf tijdens die ene maaltijd helemaal volpropt, maar het idee was dat je wachtte tot zonsondergang voordat je at. Overigens is dit de oorsprong van de praktijk bij moslims, die tot op de dag van vandaag nog steeds bestaat. Het begon dus bij de Joden, en de christenen namen het over als onderdeel daarvan. Vasten hield onder meer in dat men geen vlees, vis of andere dierlijke producten – zoals zuivel en eieren – consumeerde.

Dit was met name gebruikelijk in de vroege Kerk en wordt tot op de dag van vandaag in bepaalde oosterse riten nog steeds in acht genomen. Zo beginnen ze bijvoorbeeld met de 'Septuagesima'-periode, waarin men stopt met het eten van vlees; daarna volgt de vastentijd, waarin helemaal geen dierlijke producten meer worden gegeten. Tijdens de 'passietijd' wordt dit regime zelfs nog strenger. In de oosterse tradities is er dus niet zo veel veranderd. In de vroege Kerk hield vasten bovendien in dat men ook geen wijn dronk – een terugkeer naar het dieet dat de mensheid volgde vóórdat God Noach toestond om vlees te eten en wijn te drinken. Om die reden is wijn tijdens sommige vastenperioden, zelfs in de vroege Kerk, verboden. In de apostolische tijd bestond de hoofdmaaltijd doorgaans uit een kleine portie, voornamelijk bestaande uit brood en groenten. Het was een lichte maaltijd.

Interessant genoeg was het pas na de zondvloed dat God de mens toestemming gaf om vlees te eten, omdat er minder voedsel beschikbaar was. Voedsel was schaarser, en daarom verleende Hij die toestemming. De adventvastentijd werd rond de 4e eeuw ingevoerd. In de vroege Kerk kende men in die periode ook wat wel de 'apostelvasten' wordt genoemd. Dit vond zijn oorsprong in het vasten tijdens de 'vigilie' – de vooravond van grote feestdagen. Voor zover ik heb gelezen, begon dit specifiek in de aanloop naar het feest van de heiligen Petrus en Paulus, waarna de praktijk zich verder uitbreidde. Er kwamen dus verschillende vormen van vasten bij: eerst de vastentijd (de veertigdagentijd), daarna de adventstijd, en vervolgens deze vigilievasten.

Zo begon de algemene structuur die ik eerder noemde, langzaam vorm te krijgen in de Kerk: vasten beperkte zich niet langer tot alleen de veertigdagentijd, maar vond op verschillende momenten gedurende het hele jaar plaats. Bovendien werd er vanaf de 4e eeuw, en tot in de middeleeuwen, ook op woensdagen en vrijdagen gevast en onthouding in acht genomen. Pas in de 9e eeuw werden er minder strikte kerkelijke vastenregels ingevoerd. Laten we even teruggaan: in die eerste vier eeuwen begonnen veel gemeenschappen ook op zaterdagen te vasten. In de 4e eeuw werd er dus op woensdagen, vrijdagen en zaterdagen gevast.

Pas in de 9e eeuw werden de vastenregels minder rigide. In 1817 kregen monniken van de benedictijnerorde – die zwaar fysiek werk verrichtten op het land en de boerderij – toestemming om 's avonds een kleine hoeveelheid drinken en een stukje brood te nuttigen. Dit is dus het concept van vasten tot zonsondergang. Ruim voor zonsondergang nuttigde men dan een kleine maaltijd. Uiteindelijk breidde de Kerk deze nieuwe regels ook uit naar de leken. Tegen het einde van de middeleeuwen waren ze een algemeen gebruik geworden. Iedereen nam naast de hoofdmaaltijd ook een kleine avondmaaltijd tot zich. In die tijd verschoof het tijdstip van de maaltijden; de hoofdmaaltijd werd verplaatst naar het middaguur.

Zo ontstond het gebruik van een hoofdmaaltijd, gevolgd door een kleinere maaltijd. Reeds in het jaar 604 kondigde paus Gregorius de Grote, in een brief aan Augustinus van Canterbury, aan welke vorm van onthouding er op vastendagen moest worden gehanteerd. Deze vorm zou bijna duizend jaar lang standhouden. Hij stelde het als volgt: we onthouden ons van vlees en van alle producten die daarvan afkomstig zijn, zoals melk, kaas en eieren. Wanneer men vastte, werd tevens deze onthouding in acht genomen. In die periode werd het dus duidelijk dat men zich in feite niet alleen van vlees onthield, maar van alles wat daarvan afkomstig was. Het vasten tijdens de veertigdagentijd, zoals beschreven door de heilige Thomas van Aquino, hield het volgende in: van maandag tot en met zaterdag – uiteraard gedurende de veertigdagentijd – waren vastendagen.

De maaltijd werd 's middags genuttigd en 's avonds was een kleine versnapering toegestaan, behalve op dagen waarop sprake was van wat men het 'zwarte vasten' noemde. 'Zwart vasten' houdt in dat men enkel brood en water consumeert, of soms zelfs alleen water – afhankelijk van de specifieke invulling. Tijdens de vastentijd waren vlees en alle dierlijke producten verboden. Deze onthouding gold ook op de zondagen in de vastentijd. Zondagen waren dus niet – zoals we dat tegenwoordig soms ervaren – dagen waarop de regels versoepeld werden; de onthouding bleef ook dan van kracht. Er werd op zondagen echter niet gevast. De onthouding gold dus wel, maar het vasten zelf niet. Op Aswoensdag en Goede Vrijdag mocht er helemaal niets gegeten worden. Op die twee dagen was er dus sprake van het 'zwarte vasten': men at helemaal niets. De Goede Week was een periode van intensiever vasten, waarbij men uitsluitend brood, water, zout en kruiden mocht nuttigen. Volgens mij doen ze dat in de oosterse tradities ook zo; daar zijn bepaalde soorten brood en kruiden toegestaan ​​tijdens de Lijdensweek. Al zal er vast wel iemand uit de oosterse traditie via YouTube reageren om me te corrigeren als ik het mis heb.

Ook de 'rogatiedagen' werden in deze periode geïntroduceerd, evenals de 'emberdagen'. Naast de gebruiken uit de vroege Kerk werden er later ook 'rogatiedagen' (smeekdagen) ingevoerd – die twee keer per jaar plaatsvonden – en 'emberdagen' (quatertemperdagen), die vier keer per jaar werden gehouden; ook dit waren vastendagen. Daarnaast bleven de vastenperiodes tijdens de adventstijd bestaan. Kortom: tegen het einde van de middeleeuwen was er een structuur ontstaan ​​waarbij er gedurende het hele jaar op vaste momenten of met bepaalde tussenpozen werd gevast. Zo was er de veertigdagentijd (de vastentijd), die zes weken duurde. Men zegt wel eens: het kost drie weken om een ​​gewoonte af te leren en drie weken om een ​​nieuwe gewoonte aan te leren. Tegen de tijd dat de veertigdagentijd voorbij was, had men de gewoonte – en daarmee de deugd – van het vasten eigen gemaakt.

Rogatiedagen en emberdagen

Rogatiedagen en emberdagen zijn traditionele, eeuwenoude periodes van gebed, vasten en onthouding binnen de westerse christelijke traditie. Beide reeksen dagen zijn nauw verbonden met de wisseling van de seizoenen, de landbouw (het zaaien en oogsten) en het afsmeken van Gods bescherming over de natuur en de menselijke arbeid.

Hoewel ze na de liturgische vernieuwingen van het Tweede Vaticaans Concilies (1969) grotendeels van de officiële algemene kalender zijn verdwenen, worden ze lokaal en binnen traditionele gemeenschappen nog altijd onderhouden.

Rogatiedagen (Kruisdagen)

Het woord 'rogatie' stamt af van het Latijnse rogare, wat vragen of smeken betekent. In het Nederlands staan deze dagen vanouds bekend als de Kruisdagen. Ze werden in de 5e eeuw ingevoerd door bisschop Mamertus van Vienne na een reeks natuurrampen.

Wanneer vallen ze? Er zijn in totaal vier rogatiedagen. De belangrijkste (Major Rogation) valt vast op 25 april (de feestdag van de evangelist Marcus). De drie andere dagen (Minor Rogations) zijn variabel en vallen op de maandag, dinsdag en woensdag vlak voor Hemelvaartsdag.

Wat houdt het in? Tijdens deze dagen vraagt de kerkgemeenschap om een goede oogst, gunstig weer en bescherming tegen plagen en rampen. Traditioneel trokken gelovigen in processie (bidprocessies of kruisprocessies) door de velden onder het zingen van de Allerheiligenlitanie om Gods zegen over het zaaigoed en de akkers af te smeken.

Protestantse invloed: Na de Reformatie is dit gebruik in protestantse kerken getransformeerd tot de bekende Biddag voor Gewas en Arbeid.

Emberdagen (Quatertemperdagen)

'Emberdagen' is de Engelstalige term voor wat we in het Nederlands de Quatertemperdagen noemen. De naam is afgeleid van het Latijnse quattuor tempora, wat letterlijk 'vier seizoenen' of 'vier tijden' betekent. Dit gebruik stamt al uit de 4e eeuw in Rome en diende oorspronkelijk om heidense agrarische feesten te kerstenen.

Wanneer vallen ze? De Quatertemperdagen worden vier keer per jaar gehouden, telkens aan het begin van een nieuw seizoen. Het gaat telkens om een vaste driedaagse cyclus van woensdag, vrijdag en zaterdag in een specifieke week:

* Lente: In de eerste week van de veertigdagentijd (na de eerste zondag van de vasten).

* Zomer: In de week direct na Pinksteren.

* Herfst: In de week na het feest van Kruisverheffing (14 september).

* Winter: In de week na de derde zondag van de Advent.

Wat houdt het in? Het zijn dagen van boete, bezinning en matiging. Men gebruikt ze om God te danken voor de specifieke opbrengsten van dat seizoen (zoals graan, wijn en olijven) en om te bidden voor nieuwe priester- en geestelijke roepingen (traditioneel vonden priesterwijdingen vaak plaats op Quatertemper-zaterdag). Gelovigen hielden zich op deze dagen aan strikte regels voor vasten en onthouding

Wanneer wordt er dan gevast op deze Quatertemperdagen

Op de Quatertemperdagen (emberdagen) wordt er specifiek gevast op de woensdag, vrijdag en zaterdag van de vastgestelde weken. Hoewel de exacte data elk jaar verschuiven omdat ze gekoppeld zijn aan de kerkelijke kalender (zoals Pasen en Advent), vallen de vastendagen altijd in de volgende periodes van het jaar:

* In de lente (vastenweek): De woensdag, vrijdag en zaterdag direct na de eerste zondag van de veertigdagentijd (meestal in februari of begin maart).

* In de zomer (pinksterweek): De woensdag, vrijdag en zaterdag direct na Pinksteren (meestal in mei of juni).

* In de herfst (kruisweek): De woensdag, vrijdag en zaterdag direct na het feest van Kruisverheffing (14 september).

* In de winter (adventsweek): De woensdag, vrijdag en zaterdag direct na de derde zondag van de Advent (medio december).

De traditionele regels voor deze dagen

Tijdens deze specifieke woensdagen, vrijdagen en zaterdagen golden traditioneel twee strenge regels die de hele dag overlapten:

Strikt vasten: Men mocht slechts één volledige maaltijd per dag nuttigen (meestal rond het middaguur of 's avonds). Daarnaast waren twee zeer kleine, sobere versterkingen (collaties) toegestaan in de ochtend of avond om op de been te blijven.

Onthouding: Er mocht op deze dagen geen vlees of vleesjus worden gegeten.

Uitzondering: Op de woensdag en zaterdag stond de kerkelijke wetgeving soms toe dat er bij de hoofdmaaltijd wel wat vlees werd gegeten (afhankelijk van lokale dispensaties), maar de vrijdag bleef altijd een dag van absolute onthouding van vlees.

** Door het jaar heen werd er vervolgens bij gelegenheid opnieuw gevast. Dat gebeurde bijvoorbeeld tijdens de adventstijd – wellicht wat minder streng, maar toch werd er gevast. Daarnaast waren er de emberdagen en de periodes voorafgaand aan grote feesten; zo was er bijvoorbeeld een 'vigilie' (wake) voor het feest van de 'H. Petrusstoel'. Op die specifieke dagen moest men vasten. Tegen 1962 waren veel van deze gebruiken – puur liturgisch gezien, nog los van de vastenpraktijk zelf – alweer verdwenen. Er bleven nog maar één of twee vigilies over, waaronder die van de heilige Petrus en Paulus. Veel andere vigilies waren inmiddels geschrapt. Tegen 1962 werd er dus in hoog tempo afscheid genomen van al deze tradities.

Het punt is echter dat deze gebruiken hielpen om de deugd van het vasten te onderhouden. Wie de vastenregels van de Kerk volgde, ontwikkelde op die manier daadwerkelijk deze specifieke deugden. Vanaf de tijd van de protestantse Reformatie tot in recentere tijden bleven de regels grotendeels ongewijzigd, totdat de protestanten het boetedoen begonnen aan te vallen. Zij zetten dus hun vraagtekens bij deze boetepraktijken. Er lijkt sprake te zijn geweest van een zekere inperking van de momenten waarop men verplicht was te vasten. Toch probeerde de heilige Carolus Borromeüs de traditionele vastendagen te blijven bevorderen. Hij zette zich hiervoor in, maar het werd duidelijk dat er op verschillende plaatsen een versoepeling van de vastenregels begon op te treden. Dit speelde zich af vanaf de tijd van de protestantse Reformatie tot ongeveer de 18e eeuw.

In 1741 vaardigde paus Benedictus XIV een document uit waarin toestemming werd gegeven om vlees te eten op vastendagen. Tegelijkertijd werd het echter uitdrukkelijk verboden om tijdens een en dezelfde maaltijd op vastendagen zowel vis als vlees te nuttigen. Naast de zondagen in de vastentijd (de veertigdagentijd) golden de veertig dagen zelf als dagen van volledige onthouding van vlees; men mocht dus helemaal geen vlees eten. Maar men hoefde niet gedurende de gehele periode te vasten, zoals dat in het verleden wel het geval was. Het concept van gedeeltelijke onthouding ontstond, ook al zou de term pas opduiken in het Wetboek van Canoniek Recht van 1917. Hoewel Benedictus de gelovigen aanspoorde om terug te keren naar de vroomheid van de vroege eeuwen, vond deze verandering toch plaats. Dat is een patroon dat je vaker in de Kerk ziet.

Men versoepelt de regels, maar moedigt mensen tegelijkertijd aan om de oude gebruiken toch te volgen. Men denkt: "Mensen zullen de wet wel gewoon opvolgen." Maar dat doen ze niet. Misschien zijn er enkelen die naar volmaaktheid streven en de oude regels blijven volgen, maar over het algemeen gebeurt dat niet. Leo XIII begon de regels nog verder te versoepelen. Na zijn pontificaat – tegen de tijd dat we bij het Derde Concilie van Baltimore aankomen – staat er in het gebedenboek dat in opdracht van dat concilie werd uitgegeven: dat er slechts één volledige maaltijd is toegestaan, rond het middaguur of later. Naast die volledige maaltijd is een kleine versnapering (collatie) van 8 ounce (ongeveer 225 gram) toegestaan. Die limiet van 8 ounce bleef eigenlijk gehandhaafd tot vlak voor het Tweede Vaticaans Concilie.

Mijn moeder had zelfs een weegschaaltje dat specifiek bedoeld was om die hoeveelheid voedsel af te wegen, zodat je niet boven die 225 gr uitkwam. Als de volledige maaltijd rond het midden van de dag werd genuttigd, dan werd de kleine versnapering logischerwijs 's avonds gegeten. Als de volledige maaltijd laat op de dag werd genuttigd, mag de 'collatio' (een lichte maaltijd) 's middags worden gegeten. Met andere woorden: men laat de keuze aan jou. Naast de volledige maaltijd was het volgens het algemene gebruik toegestaan ​​om 's ochtends tot 2 ounce (ca. 57 gram) brood – zonder boter – en een kop warme drank, zoals koffie of thee, te nuttigen. Hier begint dus het concept te ontstaan ​​van één volledige maaltijd aangevuld met twee kleinere porties die samen geen volledige maaltijd vormen. Dit stamt uit de tijd van paus Leo XIII.

Het is belangrijk om op te merken dat hierdoor veel mensen in staat werden gesteld – en daarmee ook verplicht waren – om te vasten, terwijl zij dat anders niet hadden gekund. Het idee was dus om de regels te versoepelen, zodat meer mensen in staat zouden zijn om daadwerkelijk te vasten. In het nieuwe Wetboek van Canoniek Recht van 1917 werden de woensdagen en vrijdagen van de Advent geschrapt als vastendagen voor de gehele Kerk; die verplichting kwam dus te vervallen. In Amerika waren de woensdagen van de Advent al in 1837 als vastendagen afgeschaft. Ook de vrijdagen in de Advent waren niet langer verplichte vastendagen – niet alleen in Amerika, maar in de hele Kerk. Eveneens verdween de vigilie van de heiligen Petrus en Paulus van de universele kalender als vastendag. Bovendien werd het gebruik van eieren en melk overal toegestaan. Je ziet hier dus een duidelijke versoepeling.

Voordat we verdergaan: er is een consistent patroon zichtbaar. Ik zeg niet dat er sprake is van een absoluut causaal verband, maar telkens wanneer de Kerk haar vastenregels versoepelde, doken er andere problemen op. Er lijkt sprake te zijn van een soort 'terugtrekking van genade'. Misschien heb je wel eens gehoord dat er specifieke periodes zijn waarin een dergelijke terugtrekking van genade plaatsvindt; het einde van de 19e eeuw is daar een voorbeeld van. Wat betreft die terugtrekking van genade: die vindt eigenlijk plaats in de tweede helft van de 18e eeuw of in de 19e eeuw – de jaren 1800. Er is sprake van een terugtrekking van genade, omdat er zeer specifieke ontwikkelingen gaande zijn in het leven van de Kerk, waarop de Kerk probeert te reageren. En na 1917 zie je vervolgens opnieuw een soort terugtrekking van genade.

Er ontstaan ​​allerlei problemen – denk bijvoorbeeld aan de woelige 20ies – en er is bovendien sprake van oorlog. Maar naarmate we dichter bij het Tweede Vaticaans Concilie komen – we zullen dit nog zien – wordt het allemaal nog 'lichter'. Er is dus sprake van een terugtrekking van genade. Dit blijft zich voordoen, omdat we niet langer regelmatig vasten. Ik denk niet dat dit de enige reden is, maar wel een van de redenen. In 1941 stond paus Pius XII bisschoppen wereldwijd toe om volledig ontheffing te verlenen van de vasten- en onthoudingsplichten, met uitzondering van Aswoensdag en Goede Vrijdag. Wel bleef de verplichting bestaan ​​om elke vrijdag geen vlees te eten, en gold er een vasten- en onthoudingsplicht op die twee genoemde dagen, evenals op de vooravond van Maria-Tenhemelopneming en Kerstmis. Eieren en zuivelproducten waren toegestaan ​​bij het ontbijt en 's avonds. Zo zie je maar, het begint langzaam toe te groeien naar de situatie zoals die nu is.

Laten we kijken naar de periode vlak voor het concilie – we spreken hier over 1956. Dit waren de regels in 1956: iedereen ouder dan 7 jaar was verplicht zich aan de wet van onthouding te houden. Dat betekende dat je op bepaalde dagen geen vlees mocht eten. Volledige onthouding gold op vrijdagen, Aswoensdag, Stille Zaterdag, en de vooravonden van het feest van de Onbevlekte Ontvangenis en Kerstmis. Dus destijds waren de regels strenger dan nu, al waren er destijds al dagen met 'volledige onthouding'. Op die dagen mocht er in het geheel geen vlees, of soep of jus op basis van vlees, worden geconsumeerd. 'Gedeeltelijke onthouding' gold op de woensdagen en zaterdagen van de quatertemperdagen en op de vooravond van Pinksteren. Op dagen van gedeeltelijke onthouding mocht vlees – of soep of jus op basis van vlees – slechts één keer per dag worden gegeten, namelijk tijdens de hoofdmaaltijd. Je ziet hier dus een zekere versoepeling wat betreft vleesconsumptie.

En dan is er nog het vasten. We hebben het nog steeds over 1956. Iedereen ouder dan 21 en jonger dan 59 jaar was bovendien verplicht zich aan de vastenwet te houden. De vastendagen waren de doordeweekse dagen van de Veertigdagentijd. Je moest dus vasten tijdens de vastentijd, inclusief Stille Zaterdag, de quatertemperdagen en de vooravonden van Pinksteren, de Onbevlekte Ontvangenis en Kerstmis. Je moest dus in feite nog steeds vasten tijdens de doordeweekse dagen van de vastentijd, maar niet per se op zondag. We hebben het hier namelijk over de doordeweekse dagen. Op vastendagen is slechts één volledige maaltijd toegestaan. Daarnaast mogen er twee andere, vleesloze maaltijden worden genuttigd – voldoende om op krachten te blijven en naar eigen behoefte – maar samen mogen deze niet gelijkstaan ​​aan een volledige maaltijd. Dit was dus al vóór het concilie; je ziet dat de vastenvoorschriften toen al versoepeld waren.

Ik weet niet hoe je dit nog oprecht 'vasten' kunt noemen. Het komt er eigenlijk op neer dat je je maaltijden wat beperkt, maar je eet nog steeds drie keer per dag. Vlees mag worden gegeten tijdens de hoofdmaaltijd op een vastendag, behalve op vrijdagen, Aswoensdag en Stille Zaterdag. Eten tussen de maaltijden door is niet toegestaan, maar vloeistoffen – waaronder melk en vruchtensappen – zijn wel toegestaan. Wanneer de gezondheid of het vermogen om te werken ernstig in het gedrang zouden komen, geldt de verplichting niet. Als je bijvoorbeeld in de bouw werkt, werd er dus eigenlijk nauwelijks iets van je verlangd. Bij twijfel over het vasten kun je het beste overleggen met de pastoor of biechtvader. Er geldt geen verplichting tot vasten of onthouding op een verplichte feestdag, zelfs niet als deze op een vrijdag valt. In 1957 werden er vervolgens nog enkele wijzigingen doorgevoerd.

Je ziet hier een geleidelijke versoepeling – al vóór het concilie – tot het punt waarop er nauwelijks nog sprake is van echt vasten; het enige wat overbleef, was dat men tijdens de vastentijd op bepaalde dagen geen vlees mocht eten. Na het Tweede Vaticaans Concilie werden alle voorschriften bovendien aanzienlijk verder versoepeld. Volgens de huidige wetgeving is vasten alleen nog verplicht op Aswoensdag en Goede Vrijdag. Je kunt dus in feite één volledige maaltijd nuttigen, terwijl de twee andere maaltijden samen niet aan die eerste maaltijd gelijkstaan. Op die dagen mag je geen vlees eten; je moet op die twee dagen dus vasten en je onthouden van vlees. Maar ik vraag me af of twee kleine maaltijden en één volledige maaltijd nog wel echt als 'vasten' kunnen worden beschouwd. Maar goed, zo is de huidige regelgeving nu eenmaal. Daarnaast geldt er op alle vrijdagen van het jaar een onthoudingsplicht. Je wordt dus geacht om op elke vrijdag van het jaar geen vlees te eten.

Buiten de vastentijd is het echter toegestaan ​​om een ​​andere vorm van boetedoening te kiezen. Tijdens de vastentijd mag je op vrijdagen geen vlees (of andere zaken) eten, maar daarbuiten mag dat wel. De regels rond vasten en onthouding zijn niet langer toereikend om deugdzaamheid op te bouwen of te behouden. We zijn inmiddels op een punt beland waarop slechts twee keer per jaar vasten niet langer volstaat om deugdzaamheid te ontwikkelen of in stand te houden. Mensen moeten daarom zelf het initiatief nemen. En precies daarom is het belangrijk om mensen hierin aan te moedigen, begrijp je? Wat je dan zou kunnen doen, is kijken naar de vroegere vastenpraktijken die in de Kerk gebruikelijk waren, en proberen die te volgen – terugkeren naar de wijze waarop men in de beginperiode van de Kerk vastte, als dat voor jou haalbaar is.

Zelf doe ik dat in feite: hoewel het niet strikt bij zonsondergang is, eet ik doordeweeks slechts één maaltijd per dag. Ik volg dus grotendeels de oude vastenregels. Het interessante is dat, zodra je eenmaal in dat ritme zit, het juist moeilijker wordt om het vasten níét vol te houden. Je krijgt dan echt het gevoel: ik kan niet wachten om weer te gaan vasten. Dat laat zien dat mensen niet alleen verzuimen de betreffende deugd op te bouwen, maar ook de genaden mislopen die verbonden zijn aan het opvolgen van de kerkelijke voorschriften op dit gebied. Er gaat dus een schat aan genade verloren. Het toont ook aan dat men in de vroege Kerk heel goed begreep dat het noodzakelijk is om deze deugden te ontwikkelen – om zo de begeerte (concupiscentie) te overwinnen, de lagere vermogens te beheersen, discipline te bewaren en überhaupt enige vorm van deugdzaamheid te behouden.

Vasten en onthouding in de Middeleeuwen, in 1945, en 1962 en nu.

Middeleeuwen (Tijd van Thomas van Aquino)

* Algemene betekenis: Vasten ging om de hoeveelheid voedsel. Onthouding ging om het soort voedsel (de kwaliteit).

* Vastendagen (Hoeveelheid): Zeer streng. Men mocht slechts één maaltijd per dag nuttigen, traditioneel pas na de Vespers (einde van de middag). Pas later in de middeleeuwen werd een klein stukje brood in de ochtend of avond (een 'collatie') toegestaan.

* Onthoudingsdagen (Soort voedsel): Absolute onthouding van vlees, vetten en alle dierlijke producten (zoals eieren, melk, boter en kaas, ook wel lacticinia genoemd). Vis was wel toegestaan.

* Belangrijkste periodes: De gehele Veertigdagentijd (40 dagen voor Pasen, uitgezonderd de zondagen), de Quatertemperdagen (vier keer per jaar drie dagen), de Rogatiedagen en de avonden (vigilies) voor grote feestdagen. Ook elke vrijdag (en vaak zaterdag) was een onthoudingsdag.

Het jaar 1945 (Codex Iuris Canonici van 1917)

* Algemene betekenis: Vasten en onthouding waren strikt juridisch vastgelegd in het kerkelijk recht. De wet maakte een scherp onderscheid tussen de twee verplichtingen, die soms los van elkaar of tegelijk golden.

* Vastendagen: Maximaal één volledige maaltijd per dag. Daarnaast waren twee kleine, sobere versterkingen (zonder vlees) toegestaan om de krachten te behouden. De verplichting gold voor katholieken van 21 tot 59 jaar.

* Onthoudingsdagen (Soort voedsel): Verbod op het eten van vlees en vleessoep/jus. Producten zoals eieren, zuivel en dierlijke vetten (reuzel/boter) waren inmiddels wel gewoon toegestaan. De verplichting gold vanaf 7 jaar.

* Belangrijkste periodes:

Alleen onthouding: alle vrijdagen van het jaar.

Alleen vasten: de werkdagen van de Advent.

Vasten én onthouding samen: Aswoensdag, de vrijdagen en zaterdagen van de Veertigdagentijd, de Quatertemperdagen en enkele specifieke vigilie-avonden.

Het jaar 1962 (Tijdperk van Johannes XXIII / Vlak voor Vaticanum II)

* Algemene betekenis: De structuur van 1917 was nog steeds van kracht, maar er waren aanzienlijke lokale versoepelingen (dispensaties) ingevoerd om de regels aan te passen aan de moderne werkende mens.

* Vastendagen: Het basisprincipe bleef één volledige maaltijd met twee kleine collaties, maar de bisschoppen gaven veel vaker algemene dispensaties voor werkenden.

* Onthoudingsdagen (Soort voedsel): Geen vlees op de aangewezen dagen. Echter, op bepaalde zaterdagen of minder strenge vastendagen werd vlees bij de hoofdmaaltijd al vaker oogluikend toegestaan door bisschoppelijke verordeningen.

* Belangrijkste periodes: Aswoensdag en Goede Vrijdag bleven de absolute kerndagen voor de combinatie van vasten en onthouding. De Veertigdagentijd werd nog als vastenperiode beschouwd, maar de Quatertemperdagen verloren in de praktijk al veel van hun strikte naleving door de vele uitzonderingen.

De huidige tijd (Sinds de apostolische constitutie Paenitemini van 1966 en het Wetboek van 1983)

* Algemene betekenis: De nadruk is verschoven van extern juridische verplichtingen naar persoonlijke spirituele bekering, versobering en liefdadigheid.

* Vastendagen: Er zijn nog maar twee verplichte vastendagen per jaar: Aswoensdag en Goede Vrijdag. De regel is nog steeds maximaal één volledige maaltijd en twee kleinere beetjes, vanaf 18 tot 59 jaar.

* Onthoudingsdagen (Soort voedsel): In principe zijn alle vrijdagen van het jaar (tenzij het een hoogfeest is) dagen van onthouding van vlees voor iedereen vanaf 14 jaar.

* Belangrijkste periodes: De Veertigdagentijd is de algemene tijd van boetvaardigheid.

Belangrijke nuance voor Nederland en Vlaanderen: De bisschoppenconferenties hebben de verplichte onthouding van vlees op gewone vrijdagen omgezet in een vrije keuze. Gelovigen mogen het laten van vlees vervangen door een andere vorm van onthouding of een daad van naastenliefde (zoals vrijwilligerswerk, een gift of het laten van sociale media/alcohol). Enkel Aswoensdag en Goede Vrijdag blijven universeel verplicht voor vleesonthouding.

Vasten en onthouding volgens OLVrouw in Medjugorje gevraagd

In de verschijningen in Medjugorje (sinds 1981) is vasten een van de belangrijkste spirituele kernboodschappen. Het wordt door Onze Lieve Vrouw (de Koningin van de Vrede) genoemd als een van de "Vijf Stenen" waarmee gelovigen Satan en het kwaad kunnen overwinnen.

De specifieke richtlijnen en dagen die zij hiervoor heeft opgegeven zijn zeer concreet:

Specifieke vastendagen

De Maagd Maria vraagt in haar boodschappen nadrukkelijk om twee vaste dagen per week strikt te vasten:

Woensdag (traditioneel de dag waarop Judas Jezus verraadde)

Vrijdag (de dag van Jezus' kruisiging)

Dit vasten duurt de volledige dag, van middernacht tot middernacht (24 uur).

Wijze van vasten: Alleen brood en water

Volgens de boodschappen is dit geen kwestie van minder eten of het skippen van een maaltijd. De specifieke methode die zij vraagt is:

"Het beste vasten is op brood en water." (Boodschap van 21 juli 1982)

Men mag gedurende de dag wel voldoende brood eten om verzadigd te zijn (geen uithongering), maar er mag niets aan toegevoegd worden (geen boter, beleg of suiker). Er mag enkel plat water bij gedronken worden, dus geen koffie, thee, sappen of alcohol.

Spirituele betekenis en de kracht van het vasten

In haar boodschappen legt Onze Lieve Vrouw de nadruk op "vasten met het hart" (niet uit sleur of om op te scheppen). Zij schrijft hier buitengewone spirituele krachten aan toe:

* Oorlogen stoppen: "Alleen door gebed en vasten kunnen oorlogen worden gestopt." (Boodschap van 25 april 1992)

* Natuurwetten opschorten: Zij stelt dat oprecht vasten en bidden zelfs de wetten van de natuur kan opschorten en ziektes of rampen kan afwenden.

* Angst wegnemen: "Wie bidt is niet bang voor de toekomst, en wie vast is niet bang voor het kwaad." (Boodschap van 25 januari 2001)

Uitzonderingen en onthouding als alternatief

Maria benadrukt dat iedereen moet vasten, behalve de zieken. Voor mensen die om legitieme medische redenen (of fysieke kwetsbaarheid) niet op brood en water kunnen leven, geeft zij een alternatieve invulling van onthouding:

Zij vraagt hen om op die woensdagen en vrijdagen andere offers te brengen.

Dit kan bestaan uit het onthouden van een slechte eigenschap of zonde, of het opgeven van materiële zaken waar men aan gehecht is, zoals televisie, sociale media, koffie, alcohol of roken.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door claudia om 23:21 Reageer op dit bericht

Meer van Levend_geloof

↑ Terug naar de berichten