Les 5
Deel 12 - 18/3/1917: Ik bad terwijl ik me volledig in Jezus verenigde. Ik wilde alle gedachten van Jezus in mijn bezit hebben om hen in de gedachten van de mensen te leggen en zo alles te herstellen wat niet naar zijn Hart is in hun gedachten, en zo verder voor al het andere. Mijn lieve Jezus zei mij: "Mijn dochter, toen Ik op aarde was, verbond mijn Mensheid alle gedachten van de mensen met de Mijne. Zo werd elk van hun gedachten weerspiegeld in mijn Geest, - elk van hun woorden in mijn Stem, - elk van hun hartslagen in mijn Hart, - elk van hun handelingen in mijn Handen, - elk van hun stappen in mijn voeten, enzovoort.
Op die manier bracht Ik Goddelijk Eerherstel aan de Vader. Bovendien zet Ik alles wat Ik op aarde gedaan heb, verder in de Hemel: Terwijl de mensen denken, stromen hun gedachten in mijn Geest. Als zij kijken, voel Ik hun blik in de Mijne, enz. Zo stroomt er tussen hen en Mij een voortdurende stroom, net zoals als het hoofd voortdurend in verbinding staat met de ledematen van het lichaam.
Nogmaals, zo beginnen we de ochtend: we versmelten onszelf met de Heilige Drie-eenheid: Vader, Zoon en de Heilige Geest. En om deze gave van de goddelijke wil te ontvangen, versmelten we onszelf met Jezus. En met Luisa, het is als een dubbele versmelting met Jezus. En dan versmelten we onszelf met de hele schepping, met de hele verlossing en met de hele heiliging. We versmelten onszelf met de goddelijke wil. Dus als mensen vragen hoe versmelten werkt, bedoelen ze twee stukken metaal die aan elkaar gelast worden. Je zegt gewoon: "Heer, ik wil mezelf met U versmelten, en wat U ook wilt, laat het gebeuren." Jezus: Ja, je moet jezelf volledig met Mij verenigen. Dit is belangrijk, waarom? Omdat je dit aan de hele mensheid zult kunnen geven.
Jezus: Zo stroomt er tussen hen en Mij een voortdurende stroom, net zoals als het hoofd voortdurend in verbinding staat met de ledematen van het lichaam. Ik zeg tegen de Vader: "Mijn Vader, ik ben niet de enige die U bidt, U eerherstel biedt en U kalmeert, maar er zijn mensen die met Mij doen wat Ik doe. Door hun lijden vervangen zij mijn Mensheid, die nu glorieus is en niet meer in staat is om te lijden." De zielen die zich met Mij verenigen, herhalen wat Ik gedaan heb. Hoe groot zal dan hun vreugde zijn wanneer zij bij Mij in de hemel zullen zijn: zij die in Mij geleefd hebben en die samen met Mij alle mensen omhelsd hebben en voor elk van hen geboet hebben! Zij zullen hun leven in Mij verderzetten.
En wanneer de mensen die nog op aarde zijn Mij beledigen in hun gedachten, zullen de gedachten van deze zielen - weerklinken in de geest van deze gekwetste zielen en - zullen zij de verzoeningen voortzetten die zij deden toen ze nog op aarde waren. Samen met Mij zullen zij erewachters zijn voor de goddelijke Troon. Wanneer de mensen op aarde Mij beledigen, zullen zij in de Hemel het tegenovergestelde doen. Zij zullen de bewakers van mijn Troon zijn en de ereplaatsen innemen. Zij zullen degenen zijn die Mij het beste begrijpen. Zij zullen de meest glorierijke zijn.
Hun glorie zal versmelten met de Mijne en de Mijne met de hunne. Jouw leven op aarde zal volledig versmolten zijn met het Mijne. Onderneem geen enkele actie zonder eerst langs Mij te gaan. Telkens wanneer je je in Mij laat versmelten, geef Ik je - nieuwe Genade en nieuw Licht. Ik zal een waakzame bewaker van je hart zijn, om je te beschermen tegen zelfs maar de schaduw van de zonde. Ik zal je bewaren als mijn eigen Mensheid. En Ik zal de engelen bevelen een kroon om je heen te vormen, zodat je tegen alles en iedereen beschermd bent.
Deel 12 - 14/6/1917: Terwijl ik in mijn gebruikelijke toestand verkeerde, smeekte ik mijn lieve Jezus om in mij te komen om lief te hebben, te bidden en te verzoenen in mijn plaats, aangezien ik zelf niet in staat was om ook maar iets te doen. Bewogen door medelijden vanwege mijn nietigheid, kwam mijn lieve Jezus in mij om met mij te beminnen, te bidden en te verzoenen. Hij zei mij: "Mijn dochter, hoe meer de ziel zich van zichzelf ontdoet, hoe meer Ik haar met Mij bekleed. Hoe meer zij gelooft dat zij niets uit zichzelf kan doen, hoe meer Ik in haar werk en alles doe. Ik voel dat mijn Liefde, mijn Gebeden en mijn Werk van eerherstel door haar worden gebruikt. En ter ere van Mij kijk Ik naar wat zij wil doen: Wil zij liefhebben? Dan kom Ik en Ik bemin samen met haar.
Wil zij bidden? Dan bid Ik met haar. Kortom, haar nietigheid en haar liefde, die van Mij zijn, - binden Mij aan haar en - verplichten Mij om met haar te doen wat zij wil; En Ik geef haar de verdienste van mijn Liefde, mijn Gebeden en mijn Boetedoeningen. Met een enorme tevredenheid voel Ik mijn Leven zich herhalen en laat Ik de Vruchten van mijn Daden neerdalen voor het welzijn van allen. Het gaat immers niet om het werk van de mens die verborgen is in Mij, maar om mijn Werk. We weten niet wat we moeten doen. Jezus, U moet dit in ons doen.
Dat is wat Louis Grignion de Montfort zegt: zij zullen de grootste zielen zijn in de eindtijd. En het is niets wat zij hebben gedaan, maar wat God voor hen heeft gedaan. Jezus bidt, Jezus heeft lief, Jezus herstelt, Jezus bereidt samen met ons voor. Dat is wat we gaan leren. We zullen nooit meer alleen zijn. In elke gedachte, elk woord, inderdaad, Jezus is er wanneer je wilt leven in de goddelijke wil. En Jezus zegt ons: hoe meer de ziel zichzelf ontdoet van zichzelf (ik ben niets, God is alles), hoe meer Ik, God, haar bekleed met goddelijkheid, met Mijzelf.
Zie, Adam was naakt omdat hij zijn goddelijkheid had verloren en Jezus wil ons opnieuw bekleden met goddelijkheid, daarom zijn de drie dingen van Fatima belangrijk: bid de rozenkrans, draag het bruine scapulier, doe de devotie van de eerste zaterdagen als eerherstel. Alles gaat veranderen en dit is wat Hij heeft gepland vanaf het begin der tijden. Het is een nieuw tijdperk, zoals OLVrouwe van Openbaring tegen Bruno zei: een nieuw tijdperk komt eraan, Gods koninkrijk komt op aarde zoals het in de Hemel is.
Deel 12 - 14/8/1917: Jezus: "Mijn dochter, op aarde heb Ik Mij volledig overgegeven aan de Wil van de Vader. Dus als Ik dacht, dacht Ik met de Geest van de Vader. Als Ik sprak, sprak Ik met de Mond van de Vader. Als Ik werkte, werkte Ik met de Handen van de Vader. Zelfs mijn Ademhaling gebeurde in Hem. Alles wat Ik deed, was volgens Zijn wil. Zodanig dat Ik kan zeggen dat mijn hele Leven in Hem plaatsvond. Volledig ondergedompeld in zijn Wil, deed Ik niets uit Mijzelf. Mijn enige gedachte was Zijn Wil. Ik besteedde geen aandacht aan Mezelf.
De beledigingen die men Mij toebracht, konden mijn Weg niet onderbreken. Ik vloog altijd naar mijn Centrum. Mijn aards leven eindigde toen Ik in alles de Wil van de Vader vervuld had. Dus, mijn dochter, als je je overgeeft aan mijn Wil, zal je geen andere gedachten meer hebben dan de Mijne. Zelfs het gemis van Mij, dat je zo kwelt, zal steun en de verborgen kussen van mijn Leven in jou vinden. In je hartslagen zul je de Mijne voelen, vurig en bedroefd. Als je Mij niet ziet, zul je Mij voelen. Mijn Armen zullen je omhelzen.
Hoe vaak voel je mijn Beweging en mijn Adem jouw hart verfrissen? En wanneer je Mij niet ziet, wil je weten wie je zo dicht bij zich houdt en op je ademt. Ik glimlach naar je, Ik geef je de kus van mijn Wil Ik verberg Me in jou om je opnieuw te verrassen en je een nieuwe stap te laten zetten in mijn Wil. Maak Me dus niet verdrietig door jezelf te kwellen, maar laat Mij handelen. Moge de vlucht in mijn Wil nooit ophouden in jou. Anders belemmer je mijn Leven in jou. Als Ik geen hindernissen ontmoet, - laat Ik mijn Leven in jou groeien en - ontwikkel Ik het zoals Ik dat wil." Het verschil tussen: - leven in berusting in de Goddelijke Wil en - leven in de Goddelijke Wil.
1 Leven in berusting in de Goddelijke Wil. Het betekent dit dat je
- je in alles neerlegt bij de Goddelijke Wil, zowel in voorspoedige als in ongunstige omstandigheden, en
- in alles de Goddelijke Wil ziet, de Orde van de Goddelijke Beschikking die de Goddelijke Wil over alle mensen heeft. Er kan dus zelfs geen haar van ons hoofd vallen als de Heer dat niet wil. De ziel gedraagt zich als een goede zoon,
- die gaat waar zijn Vader wil dat hij gaat en
- die lijdt wat zijn Vader wil.
Arm of rijk, het is voor hem gelijk. Hij is gewoon gelukkig met wat zijn Vader wil. Als hij een opdracht krijgt of vraagt om ergens heen te gaan om een zaak te regelen, dan gaat hij omdat zijn Vader dat wil. Maar ondertussen moet hij zich verfrissen, rusten, eten, met mensen omgaan. Daarom moet hij veel van zijn eigen wil inzetten, ook al gaat hij omdat zijn Vader dat wou. In veel dingen bevindt hij zich in de situatie dat hij de dingen zelf moet doen. Het kan dus gebeuren dat hij dagenlang, maandenlang ver van zijn Vader verwijderd is, zonder in alle dingen de Wil van zijn Vader te ontvangen.
Daarom is het voor iemand die enkel leeft in berusting in de Goddelijke Wil bijna onmogelijk om zijn eigen wil niet te laten meespelen. Hij zal een goede zoon zijn, maar hij zal niet in alles de gedachten, de woorden en het leven van zijn Vader volledig in zichzelf weerspiegelen.
Omdat hij moet heen en weer gaan, mensen volgen en met hen omgaan, is zijn liefde in feite met tussenpozen.
- Want alleen een voortdurende eenheid doet de liefde groeien en breekt haar nooit.
- En de Wil van de Vader is niet in voortdurende verbinding met de de wil van de zoon. Tijdens die tussenpozen kan de zoon de gewoonte behouden om zijn eigen wil te doen. Ik geloof echter dat dit de eerste stap is naar heiligheid.
2 Leven in de Goddelijke Wil. Het betekent:
- onlosmakelijk verbonden zijn,
- niets uit eigen beweging doen, omdat je je in het aangezicht van de Goddelijke Wil tot niets in staat voelt. Je vraagt niet om opdrachten, noch ontvang je hen, omdat je je niet in staat voelt om zelfstandig te handelen. Dus zeg je: ‘Als U wilt dat ik dit doe, laten Wij het dan samen doen, en als U wilt dat ik ga, laten Wij dan samen gaan. Daarom doet de ziel alles wat de Vader doet.
Als de Vader denkt, maakt zij de gedachten van de Vader tot de zijne en voegt hij geen enkele gedachte toe aan die van zijn Vader. Als de Vader kijkt, als Hij spreekt, als Hij werkt, als Hij loopt, als Hij lijdt, als Hij liefheeft, - kijkt zij ook naar wat de Vader kijkt; - herhaalt zij de Woorden van de Vader; - werkt zij met de Handen van de Vader; - loopt zij met de voeten van de Vader; - lijdt zij dezelfde pijnen als de Vader, en - heeft zij dezelfde liefde als de Vader.
Zij leeft in haar Vader, niet buiten Hem. Daarom is zij de weerspiegeling en het perfecte portret van haar Vader. Dit is niet het geval voor degene die enkel berustend leeft. Het is onmogelijk om deze ziel te vinden zonder de Vader, noch de Vader zonder haar.
En dat is niet enkel uiterlijk. Ook innerlijk is zij als het ware verweven met het innerlijk van de Vader, getransformeerd in Hem. O, de snelle vlucht van deze ziel! De Goddelijke Wil is immens. Hij stroomt overal, ordent alles en geeft alles leven. De ziel die zich onderdompelt in deze Onmetelijkheid, - vliegt naar alles, - geeft alles nieuwe kracht en houdt van alles.
Ze handelt en bemint zoals Jezus. De ziel die alleen maar berustend is, kan dit niet doen. Voor de ziel die leeft in de Goddelijke Wil, is het onmogelijk om iets uit zichzelf te doen. Haar menselijke werken, zelfs heilige, maken haar misselijk omdat de dingen van de Goddelijke Wil, zelfs de kleinste, een ander aspect hebben. Zij verwerft: - goddelijke Adel, goddelijke Pracht en goddelijke Heiligheid, en ook - goddelijke Macht en goddelijke Schoonheid. Deze goddelijke Eigenschappen vermenigvuldigen zich oneindig in haar. En in een oogwenk doet zij alles.
Nadat ze alles heeft gedaan, zegt ze: "Ik heb niets gedaan, het is Jezus die alles heeft gedaan, en dat is mijn geluk. Jezus heeft mij de eer bewezen mij in zijn Wil te ontvangen, waardoor ik kan doen wat Hij heeft gedaan. De vijand is niet in staat deze ziel te verstoren, - of ze haar werk nu goed of slecht heeft gedaan, - of ze nu weinig of veel heeft gedaan, omdat alles door Jezus en haar samen is gedaan.
Ze is vredig, niet onderhevig aan angst. Ze houdt niet van een bepaald persoon, maar ze houdt van iedereen, op Goddelijke Wijze. Je kan zeggen - dat zij het Leven van Jezus herhaalt, - dat zij zijn Stem is, - de slagen van zijn Hart, - de zee van zijn Genade. Alleen hierin bestaat ware Heiligheid. Alle andere dingen zijn schaduwen, schimmen, schijnbeelden van heiligheid. In de Goddelijke Wil nemen de deugden hun plaats in in de goddelijke orde. Daarbuiten, in de menselijke orde, zijn ze onderhevig aan eigenwaarde, hoogmoed en hartstochten.
O, hoeveel goede daden worden er verricht en hoeveel Sacramenten worden er ontvangen, die om te om te wenen zijn voor God en hersteld moeten worden. Zij zijn immers leeg van de Goddelijke Wil en zonder vruchten. Moge de Hemel willen dat iedereen de ware heiligheid begrijpt. Ware heiligheid bestaat in het doen van de Goddelijke Wil en het leven in de Goddelijke Wil. Deze heiligheid maakt zulke diepe wortels dat er geen gevaar bestaat dat zij wankelt Want zij vult de aarde en de Hemel en vindt overal steun.
Zij is standvastig, - niet onderhevig aan wisselvalligheid, aan vrijwillige gebreken.
Zij is aandachtig voor haar plichten Zij is de meest opofferingsgezinde.
Zij is onthecht van iedereen en alles, zelfs van haar eigen leiding En omdat haar wortels diep zijn, reikt zij zo hoog dat de bloemen en vruchten in de Hemel bloeien.
Zij is zo verborgen in God dat de aarde weinig of niets van deze ziel ziet. De Goddelijke Wil houdt haar in Zich verzonken. Enkel Jezus is de Schepper, het Leven, de vorm van de Heiligheid van deze benijdenswaardige ziel.
Zij heeft niets van zichzelf, maar alles is gemeenschappelijk met Jezus. Haar passie is de Goddelijke Wil Haar kenmerk is de Wil van haar Jezus. En het ‘Fiat’ is haar voortdurende motto. De Heiligheid van de ziel die leeft in de Goddelijke Wil is de glimlach van Jezus. Ze staat los van iedereen, zelfs van haar geestelijke leiders. Jezus is alles voor haar. Ze is voor niemand een bron van verdriet. De gezonde lucht die zij uitstraalt, verspreidt een heerlijke geur. Ze inspireert orde en harmonie voor iedereen. Jezus, jaloers op deze ziel, is in haar de acteur en de toeschouwer bij alles wat zij doet. Geen enkele ademhaling, geen enkele gedachte of geen enkele hartslag wordt niet door Jezus geregeld en beheerst. Jezus houdt haar zozeer in de Goddelijke Wil, dat zij zich nauwelijks kan herinneren dat zij in ballingschap leeft.
Deel 12 - 4/6/1918: Luisa: "Veracht mijn gebeden niet. Het zijn uw eigen woorden die ik herhaal, uw eigen bedoelingen die ik uitdraag. Ik wil zielen winnen met uw Wil, net als U." Toen zei de gezegende Jezus mij: "Mijn dochter, wanneer Ik je hoor: - mijn Woorden en Gebeden herhalen en - willen wat Ik wil, voel Ik me tot jou aangetrokken als door een krachtige magneet. Welke vreugde voel Ik in mijn Hart! Ik kan zeggen dat het een feest voor Mij is. En terwijl Ik me verheug, - voel Ik me zwak worden door jouw liefde voor Mij en - heb Ik niet de kracht om de mensen te straffen. Je bindt Mij met dezelfde ketenen die Ik bij de Vader heb gebruikt om Hem met de mensen te verzoenen. Herhaal wat Ik heb gedaan.
Doe dit altijd als je wilt dat uw Jezus, die zoveel bitterheid ervaart, vreugde ontvangt van de mensen. Hij voegde eraan toe: “Als je veilig wilt zijn, breng dan altijd eerherstel en doe dat samen met Mij. Vervlecht je met Mij, zodat er uit jou en Mij - slechts één enkel lied van eerherstel opstijgt. Wanneer de ziel eerherstel brengt, is zij veilig. Zij is beschermd tegen de kou, de hagel en alles. Als zij geen eerherstel brengt: - is ze als iemand die midden op de weg staat, - is ze blootgesteld aan bliksem, hagel en alle kwaad. Het zijn triestige tijden. Als de kring van de werkzaamheden om te herstellen niet wordt uitgebreid, bestaat het gevaar dat degenen die niet beschermd zijn door de bliksem van de Goddelijke Gerechtigheid worden getroffen.
De menselijke wil is zo sterk en elke keer dat we onze menselijke wil volgen, zijn we niet in de goddelijke wil. Elke keer, elke zorg, elke angst, elke klacht, elke negativiteit, elke zonde, zijn we buiten de goddelijke wil. En daarom zegt hij: als je niet herstelt, als je niet continu met Jezus en Maria bezig bent, zoals ze Luisa lieten zien, zul je getroffen worden door de bliksem van goddelijke gerechtigheid. Jezus zegt hier: herstel. Dit is wat de wereld zal redden, dit is wat de wereld zal herstellen.
Deel 12 - 15/11/1918: Luisa: Ik vroeg me af wat het beste is: bezig zijn met je eigen heiliging of alleen bezig zijn met het herstellen en redden van zielen aan de zijde van Jezus. Jezus: "Mijn dochter, de ziel die niets anders doet dan eerherstel brengen voor de zonden en werkt aan de redding van zielen, leeft van mijn Heiligheid. Zij is de echo van mijn vurige Hartslagen. En Ik zie in haar de kenmerken van mijn Mensheid. Gek van liefde voor haar, laat Ik haar leven op kosten van: - van mijn Heiligheid, mijn Verlangens, - mijn Liefde, mijn Kracht, - mijn Bloed, mijn Wonden, enz. Ik kan zeggen dat Ik haar mijn Heiligheid ter beschikking stel, wetende dat zij niets anders wil dan wat Ik wil.
Daarentegen leeft de ziel die vooral bezig is met haar eigen heiliging ten koste van haar eigen heiligheid, haar eigen kracht en haar eigen liefde. O, hoe ellendig groeit zij! Zij voelt het volle gewicht van haar ellende en ze vecht voortdurend tegen zichzelf. Maar de ziel die zich vastklampt aan mijn Heiligheid leeft in vrede met zichzelf en met Mij. Haar weg is vredevol. Ik waak over haar gedachten en over elke vezel van haar hart. Ik waak jaloers over elke vezel die zich alleen bekommert om de zielen en altijd in Mij ondergedompeld is.
Als je niet vredig bent, vol vrede, als je niet vreugdevol bent, vol vreugde, dan klopt er iets niet. Zelfs Sint Franciscus zegt dat als je bidt en niet vol vreugde bent, je niet bidt. Jezus wil dat we deze goddelijke liefde, dit goddelijke leven, binnengaan. Hij wil dat we dit overvloedige leven gaan leiden. Hij zegt dit: leef in vrede met jezelf en met mij. Ware gelukzaligheid is heiligheid, en dat is waar God op wacht. Hij wacht erop dat we de goddelijke heiligheid binnengaan. Dat is het ware leven van Jezus, het ware leven van Maria. Hoe kan een mens, vol zorgen, angst, klachten, negativiteit en zonde, dit binnengaan? Door een leven van vrede, vreugde en geluk te leiden, het leven van de goddelijke wil te leven.
Hoe doen we dit? Lees, bestudeer, breng dit in de praktijk. Dat is wat Jezus zegt. Hij zegt dit: Ik, God, zal waken over de gedachten van de ziel. Ik, God, zal ieder hart bevechten. En haar wezen mag zich voortdurend in Mij uitstorten. Hij wil ons niet verliezen. Hij wil ons één met hem te zijn versmolten met Hem in zijn heilige goddelijke wil, daarom bewaarde Hij het beste voor het laatst hij gaf dit niet aan de Heiligen. De Heiligen leerden hoe ze de wil van God moesten doen, wat Jezus aan ons vraagt is om te leven in de wil van God.
Deel 12 - 28/12/1918: Jezus: Mijn heilige menselijkheid had geen rust, zelfs niet in mijn slaap. Ik had geen verademing, maar Ik werkte hier intensief aan, omdat ik iedereen in alles leven moest geven en alles in mij opnieuw moest doen, alles in mij moest herscheppen. Het was handig voor mij om zonder een moment te stoppen te werken, en iemand die leven moet geven moet een continue beweging zijn, een ononderbroken handeling. Dus leert Jezus Luisa hoe ze in de goddelijke wil moet slapen. Wacht maar tot je dat ervaart, het is verbazingwekkend wat God doet.
Deel 12 - 12/9/1919: Ik aanbad de Wonden van mijn gezegende Jezus. Aan het einde reciteerde ik de Geloofsbelijdenis met de bedoeling om binnen te treden in de Oneindigheid van de Goddelijke Wil. Daar bevinden zich:
- de daden van de mensen uit het verleden, het heden en de toekomst.
- evenals de daden die zij hadden moeten doen, maar die zij, uit nalatigheid of kwaadwilligheid niet gedaan hebben.
Ik zei tegen Jezus: "Mijn Jezus, mijn Liefde, ik treed binnen in uw Wil. Ik wil, door deze Geloofsbelijdenis,
- de daden van geloof doen die de mensen niet gedaan hebben,
- hun twijfels goedmaken en
- God de aanbidding geven die Hem als Schepper toekomt."
Terwijl ik dit en diverse andere dingen zei, voelde ik: - mijn verstand opgaan in de Goddelijke Wil en - dat een Licht mijn intellect overspoelde, waarin ik mijn lieve Jezus kon zien. Dit Licht sprak tot mij vele dingen. Jezus: "Mijn geliefde dochter, Ik wil je de orde van mijn Voorzienigheid laten kennen. Om de tweeduizend jaar heb Ik de wereld vernieuwd.
* Aan het einde van de eerste tweeduizend jaar heb Ik haar vernieuwd door de zondvloed.
* Aan het einde van de tweede tweeduizend jaar heb Ik haar door mijn Komst op aarde vernieuwd. Daar heb Ik mijn Mensheid getoond. Door haar heen, als door een traliewerk, liet mijn Godheid zich zien. De goeden en de zeer heiligen van de tweeduizend jaar, die op deze Komst volgden - hebben de vruchten van mijn Mensheid geproefd en - hebben een beetje van mijn Godheid genoten.
* Momenteel zijn we bijna aan het einde van de derde periode van tweeduizend jaar. Er zal een derde vernieuwing plaatsvinden. Dat is de reden voor de huidige algemene verwarring die niets anders is dan de voorbereiding op de derde vernieuwing. In de tweede heb Ik getoond wat mijn Mensheid heeft gedaan en geleden. Maar Ik heb zeer weinig bekendgemaakt wat mijn Godheid daarin heeft gedaan. Bij deze derde vernieuwing, nadat de aarde gezuiverd zal zijn en nadat een groot deel van de huidige generatie vernietigd is, zal Ik nog grootmoediger zijn voor de mensen. Ik zal de vernieuwing tot stand brengen door te laten zien
- wat mijn Godheid in mijn Mensheid heeft gedaan,
- hoe mijn Goddelijke Wil samenwerkte met mijn menselijke Wil,
- hoe alles in Mij met elkaar verbonden is,
- hoe Ik alle dingen opnieuw heb gemaakt,
- hoe elke gedachte van de mensen door Mij opnieuw is gemaakt en verzegeld door mijn Goddelijke Wil.
Mijn Liefde wil zich uitstorten door bekend te maken:
- de overmatige Liefde die mijn Godheid in mijn Mensheid ten gunste van de mensen heeft getoond,
- excessen die veel verder gaan dan wat uiterlijk zichtbaar was.