12/10 Pr Ripperger: Vasten - 3
Vragen: * Wat betreft de leeftijd waarop men moet beginnen met vasten – dan heb ik het over vasten, niet over onthouding? De leeftijd werd in ieder geval verlaagd naar 18 jaar. In het huidige kerkelijk wetboek is die leeftijd verlaagd naar 18. * Is het niet zo dat je nog steeds een volle aflaat kunt krijgen als je een mis bijwoont, mits je binnen een week hebt gebiecht, de heilige communie hebt ontvangen en daarnaast een vroom werk verricht, zoals het bidden van de rozenkrans of iets dergelijks? Ja, al moet de rozenkrans dan wel in gezinsverband worden gebeden. Maar inderdaad, je kunt die aflaat nog steeds verkrijgen. Elke dag.
Welke zijn de aflaten?
Volgens de richtlijnen van de katholieke omroep EWTN (gebaseerd op het officiële handboek van de Kerk, het Enchiridion Indulgentiarum), moet er altijd eerst aan een aantal vaste basisvoorwaarden worden voldaan voordat een volle aflaat verdiend kan worden. Pas als aan die voorwaarden is voldaan, activeert een van de specifieke aflaatwaardige werken de volledige kwijtschelding van de restschuld.
De 4 basisvoorwaarden
Om misverstanden te voorkomen benadrukt EWTN dat deze vier zaken voor iedere volle aflaat verplicht zijn:
* Volledige onthechting van zonde: De innerlijke gesteldheid dat je besloten hebt om zelfs geen enkele dagelijkse (kleine) zonde meer te willen doen.
* Sacramentele Biecht: Het ontvangen van de absolutie in de biechtstoel (dit mag tot ongeveer 20 dagen vóór of na het aflaatwaardige werk; één biecht volstaat voor meerdere aflaten).
* Eucharistische Communie: Het ontvangen van de communie (dit moet voor elke aflaat apart gebeuren, bij voorkeur op de dag zelf).
* Gebed voor de intenties van de Paus: Minimaal één Onzevader en één Weesgegroet bidden ter ondersteuning van de paus (eveneens apart te verrichten voor elke aflaat).
Let op: Per dag kan er in principe slechts één volle aflaat worden verdiend (behalve op het sterfbed).
De lijst van manieren volgens EWTN
EWTN verdeelt de specifieke daden die recht geven op een volle aflaat in dagelijkse handelingen, specifieke momenten in het jaar en bijzondere omstandigheden:
Vier dagelijkse handelingen (Het hele jaar door)
Deze vier daden kunnen elke dag opnieuw een volle aflaat opleveren:
* Aanbidding van het Allerheiligste: Minimaal 30 minuten devoot bidden voor het uitgestelde Sacrament (de Hostie in de monstrans) of voor het tabernakel.
* Lezen in de Heilige Schrift: Minimaal 30 minuten vroom lezen in de Bijbel, met de juiste spirituele intentie.
* De Kruisweg bidden: Het persoonlijk langsgaan van de 14 staties van de Kruisweg in een kerk of buiten (indien je fysiek verhinderd bent, volstaat 15 minuten meditatie over het lijden van Christus).
* De Rozenkrans bidden in gemeenschap: Het bidden van ten minste 5 tientjes (mysteries) van de Rozenkrans, mits dit gebeurt in een kerk, een openbare kapel, of samen in gezinsverband of een vereniging.
Specifieke momenten in het liturgisch jaar
Goede Week:
* Witte Donderdag: Het devoot zingen of geboden van het Tantum Ergo na de avondmis tijdens het overbrengen van het Sacrament.
* Goede Vrijdag: Deelnemen aan de plechtige Kruisverering tijdens de liturgie.
* Paaswake: Het bewust en gemeenschappelijk vernieuwen van de doopbeloften.
Pinksteren: Het publiekelijk uitgenodigd voor het zingen van de hymne Veni Creator Spiritus om de Heilige Geest af te smeken.
Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid (Beloken Pasen): Deelnemen aan de specifieke devoties voor de Goddelijke Barmhartigheid in een kerk, of voor het Sacrament het Onzevader en de Geloofsbelijdenis geboden met de toevoeging van een vroom gebeden tot de Barmhartige Jezus.
Allerzielen (1 t/m 8 november): Devoot bezoeken van een begraafplaats tussen 1 en 8 november en daar in stilte geboden voor de overledenen (deze aflaat is enkel verspreid op de zielen in het vagevuur). Op 2 november gebeurde dit ook voor een vroom bezoek aan een kerk met het geboden van het Onzevader en de Geloofsbelijdenis.
Bijzondere levensgebeurtenissen
* Eerste Heilige Communie: Zowel voor de persoon die hem voor het eerst ontvangt, als voor de aanwezigen die de ceremonie devoot bijwonen.
* Eerste Mis van een priester: Aanwezig zijn bij de volledige plechtige Heilige Mis van een nieuwgewijde priester.
* Priesterjubilea: Bijwonen van de Mis waarin een priester zijn 25-, 50- of 60-jarige wijdingsjubileum viert.
* Deelname aan een Volksmissie: Het horen van de preken tijdens een parochiemissie en aanwezig zijn bij de plechtige sluiting ervan.
Locaties en Wijdingen
* Portiuncula-aflaat (2 augustus): Het bezoeken van een parochiekerk of franciscaanse kerk en daar het Onzevader en de Geloofsbelijdenis geboden.
* Feest van de Heilige Stichter: Het bezoeken van een kloosterkerk op de officiële feestdag van de heiligverklaarde stichting van die specifieke orde.
* Kerkwijding: Het bezoeken van een kerk of altaar op de verjaardag van de inwijding ervan.
Bijzondere situaties
* De Pauselijke Zegen (Urbi et Orbi): Het ontvangen van de zegen van de pauze, ook wanneer dit live gevolgd wordt via televisie, radio of internet.
* Sterfbed: Als er geen priester beschikbaar is om de Apostolische Zegen te geven, is de Kerk op het moment van sterven een volle aflaat aan iedere gelovige die tijdens het leven de gewoonte had om te geboden (de voorwaarde van biecht en communie vervalt hier logischerwijs door overmacht).
* Heilige Jaren (Jubeljaren): Specifieke pelgrimstochten naar aangewezen basilieken of het oorspronkelijke van specifieke werken van barmhartigheid en boete zoals door de paus.
Wat is een volksmissie
Een volksmissie (ook wel parochiemissie genoemd) is een historische, intensieve spirituele campagne binnen een katholieke parochie om het geloof van de lokale bevolking te vernieuwen en te verlevendigen. Je kunt het vergelijken met een grootschalige, religieuze 'opfriscursus' of herbronning voor een heel dorp of een complete stadswijk.
Het fenomeen beleefde zijn absolute hoogtepunt tussen de 17e eeuw en het midden van de 20e eeuw (de tijd van je grootmoeder).
Hoe verliep een volksmissie?
Een volksmissie werd niet geleid door de eigen, vertrouwde pastoor, maar door speciale gastpredikanten (vaak paters Redemptoristen, Jezuïeten, Franciscanen of Capucijnen). Zij stonden bekend om hun indrukwekkende en vurige preekstijl.
Het evenement duurde meestal één tot twee weken en legde het hele openbare leven in een dorp tijdelijk plat. Het programma was intensief:
* Elke dag preken: Er waren dagelijks meerdere sermoenen (preken), vaak opgesplitst voor specifieke doelgroepen (zoals aparte preken voor mannen, voor vrouwen, en voor de jeugd).
* Oproep tot bekering: De paters spraken vurig over zonde, de hel, het vagevuur, de dood en Gods barmhartigheid. Het doel was om de mensen diep te raken en aan te sporen tot bekering.
* Massa-biecht: De biechtstoelen zaten dagenlang propvol. Het was de bedoeling dat werkelijk iedereen in het dorp grondig ging biechten en de communie ontving.
* Gezamenlijke rituelen: Er werden grote processies gehouden, er werd samen gezongen, en aan het einde van de missie werd er vaak een groot missiekruis opgericht tegen de buitenmuur van de kerk of op het kerkplein als blijvende herinnering.
Waarom gaf dit een volle aflaat?
Omdat een volksmissie een periode was van radicale bekering en massale biecht, stimuleerde de Kerk dit initiatief enorm. De gelovigen die de preken trouw bijwoonden en deelnamen aan de plechtige sluitingsceremonie, konden (en kunnen nog steeds) onder de gebruikelijke voorwaarden (biecht, communie, gebed voor de paus) een volle aflaat verdienen om hun openstaande straffen kwijt te schelden.
Hoewel het in onze streken in de traditionele vorm bijna niet meer voorkomt, herinneren de grote houten kruisen aan veel oude Belgische en Nederlandse kerkmuren nog altijd aan de volksmissies van vroeger.
Zijn er dingen die je op je eentje kunt doen om aflaten te verdienen
Binnen het officiële Handboek der Aflaten (Enchiridion Indulgentiarum) zijn er tal van krachtige spirituele werken die je volledig op je eentje — thuis, in de natuur of in een stille kerk — kunt volbrengen om een aflaat te verdienen. Je bent hierbij dus niet afhankelijk van een gemeenschap, een priester of een specifieke groepsbijeenkomst (behalve voor de algemene voorwaarden zoals de biecht en communie).
De belangrijkste handelingen die je individueel kunt verrichten, worden onderverdeeld in volle en gedeeltelijke aflaten:
Individuele werken voor een Volle Aflaat
Dit zijn de vier krachtigste dagelijkse handelingen die je alleen kunt doen. Onthoud dat je deze moet combineren met de vier basisvoorwaarden (biecht, communie, gebed voor de paus en volledige onthechting van zonde):
* Een half uur Bijbellezen: Het op je eentje devoot lezen en overwegen van de Heilige Schrift gedurende minimaal 30 ononderbroken minuten. De Bijbeltekst moet wel officieel door de Kerk zijn goedgekeurd.
* Een half uur Aanbidding: In je eentje in een kerk of kapel gaan zitten en minimaal 30 minuten in stilte bidden of mediteren voor het Tabernakel (waarin Jezus aanwezig is) of voor de uitgestelde Hostie.
* De Kruisweg bidden: Het in je eentje langsgaan van de 14 staties in een kerk of op een kruiswegpark (bijvoorbeeld in een kloostertuin). Je moet hierbij fysiek van statie naar statie bewegen en devoot mediteren over het lijden van Christus.
Uitzondering bij ziekte: Ben je om gezondheidsredenen aan bed of huis gebonden? Dan volstaat het om 15 minuten devoot te mediteren over het lijden van Jezus terwijl je een kruisbeeld vasthoudt.
Individuele werken voor een Gedeeltelijke Aflaat
Voor een gedeeltelijke aflaat hoef je niet aan de strenge voorwaarde van "volledige onthechting van zonde" te voldoen. Telkens wanneer je een van deze handelingen op je eentje stelt met een vroom hart, schenkt de Kerk je een kwijtschelding van een deel van je tijdelijke straffen:
* De Rozenkrans bidden: Hoewel de volle aflaat voor de rozenkrans eist dat je hem in groep of in een kerk bidt, verdien je een gedeeltelijke aflaat wanneer je in je eentje op de bank, in de auto of tijdens een wandeling vijf tientjes (mysteries) van de rozenkrans bidt.
* Korte, vrome schietgebeden: Het gedurende de dag in stilte uitspreken van korte gebeden. Denk aan het aanroepen van de Heilige Namen ("Jezus, Maria, Jozef"), het bidden van het Angele Dei (gebed tot de Engelbewaarder), of de Akte van Geloof, Hoop en Liefde.
* Vroom gebruik van een sacramentale: Het maken van een kruisteken met wijwater, of het devoot dragen of kussen van een gezegend voorwerp zoals de Wonderdadige Medaille of het Bruine Scapulier.
* Het Angelus (De Engel des Heeren) bidden: Dit traditionele gebed in je eentje bidden, met name rond de klassieke tijden van 6:00 uur, 12:00 uur of 18:00 uur.
* Zelfgekozen daden van naastenliefde en opoffering: Wanneer je in het dagelijks leven op je eentje — gedreven door geloof — een offer brengt. Bijvoorbeeld: anoniem geld schenken aan een arme, vrijwillig een lekker hapje of drankje laten staan (onthouding), of een vervelend klusje opknappen zonder te klagen.
** De apostolische zegen (of het apostolisch pardon) is een volle aflaat die men ontvangt op het moment van overlijden. Wanneer de priester je de apostolische zegen geeft, geldt het volgende: als je vanaf het moment dat je deze ontvangt tot aan je dood geen enkele zonde meer begaat, dan wordt de volle aflaat toegekend op het moment van je overlijden. Hierdoor hoef je in feite niet naar het vagevuur, omdat de Kerk volledig in de nodige genoegdoening voorziet. Dit is een gebed dat de priester kan uitspreken.
De apostolische zegen bij het sterfbed
De apostolische zegen bij het sterfbed (ook wel het apostolisch pardon genoemd) is een specifieke zegen in de Katholieke Kerk die aan een stervende wordt gegeven en waaraan een volle aflaat is verbonden. Dit betekent dat niet alleen de zonden worden vergeven (zoals bij de biecht), maar dat ook alle tijdelijke straffen voor de zonden in het vagevuur volledig worden kwijtgescholden. Het doel is om de ziel rechtstreeks naar de hemel te laten gaan.
De zegen maakt traditioneel deel uit van de 'Laatste Sacramenten' (de ziekenzalving en het viaticum/de laatste communie). Hoe kun je het krijgen?
Je kunt deze zegen op twee manieren ontvangen:
* Via een priester (normale weg): Een priester bezit de gedelegeerde volmacht van de Apostolische Stoel om deze zegen aan het sterfbed te geven. De stervende moet (indien mogelijk) biechten, de communie ontvangen en oprecht berouw tonen. Als de stervende niet meer bij bewustzijn is, kan de priester de zegen alsnog geven als aangenomen mag worden dat de persoon dit gewenst zou hebben.
* Zonder priester (in noodsituaties): Als er in het stervensuur absoluut geen priester bereikbaar is, verleent de Kerk deze volle aflaat zelf aan de stervende. De voorwaarden zijn dan dat de persoon gedoopt is, in staat van genade verkeert (berouw heeft), en tijdens het leven de gewoonte had om te bidden. Het gebruik van een kruisbeeld of kruisje is hierbij aanbevolen.
Wat is de formule?
Volgens het officiële Kerkelijk Handboek (het Rituale Romanum) kan de priester kiezen uit twee Nederlandse formules (vaak ook in het Latijn uitgesproken). Dit zijn de twee officiële Nederlandse formules voor het apostolisch pardon, zoals de priester ze volgens het liturgisch handboek aan het sterfbed uitspreekt.
De priester mag kiezen welke van de twee hij gebruikt. Bij beide formules maakt hij bij het kruisteken (+) een kruisbeweging over de stervende.
Formule 1 (De nadruk op de verlossing)
Deze formule richt zich op de mysteries van Christus' verlossing en vraagt specifiek om de opening van de hemelpoort.
* Nederlandse tekst:"Moge de almachtige God zich ontfermen over u. Moge Hij u door de heilige geheimen van de verlossing van de mensheid bevrijden van alle straffen van dit leven en het toekomstige leven. Moge Hij de poorten van het paradijs voor u openen en u binnenleiden in de eeuwige vreugde. Amen."
* Latijnse tekst (ter vergelijking):"Per sacrosancta humanae reparationis mysteria, remittat tibi omnipotens Deus omnes praesentis et futurae vitae poenas, paradisi portas aperiat et ad gaudia te sempiterna perducat. Amen."
Formule 2 (De nadruk op de apostolische volmacht)
Deze formule sluit het dichtst aan bij de juridische en geestelijke taal van de biecht, waarin de priester expliciet zijn van de paus ontvangen volmacht gebruikt om de straffen kwijt te schelden.
* Nederlandse tekst:"Krachtens de volmacht die mij door de Apostolische Stoel is verleend, schenk ik u een volle aflaat en de vergeving van al uw zonden, in de naam van de Vader en de Zoon + en de Heilige Geest. Amen."
* Latijnse tekst (ter vergelijking):"Ego facultate mihi ab Apostolica Sede tributa, indulgentiam plenariam et remissionem omnium peccatorum tibi concedo, in nomine Patris, et Filii, + et Spiritus Sancti. Amen."
** Je moet de gewoonte van het vasten ontwikkelen. Wat ik meestal aanbeveel, hangt af van waar iemand staat. Sommige mensen kunnen direct beginnen met vasten – waarbij ze bijvoorbeeld het ontbijt en de lunch overslaan en pas bij het avondeten weer eten. Maar voor velen is dat te zwaar; zij moeten het langzaam opbouwen. Ik adviseer hen dan: "Houd de komende twee maanden de vastenregels van de Kerk aan – dat betekent op woensdag en vrijdag slechts één volledige maaltijd en twee kleinere maaltijden (die samen geen volledige maaltijd vormen). Doe dit in ieder geval op die dagen, misschien zelfs ook op zaterdag." Sommige tradities hanteren ook de maandag, maar laten we uitgaan van de woensdag en vrijdag. Zodra ze daar meer bedreven in zijn geworden, zeg ik: "Schrap nu een van die kleinere maaltijden." Zo werk je toe naar het punt waarop ze nog maar één maaltijd per dag nuttigen. Als ze dat eenmaal redelijk consistent volhouden – bijvoorbeeld vijf of zes dagen per week – kun je op een gegeven moment voorstellen om een 'zwart vasten' (een strikt vasten) van drie dagen te doen, waarbij men enkel brood en water, of zelfs alleen water, consumeert. Hierbij moet je natuurlijk wel goed op je elektrolytenbalans letten. Een vriend van mij besloot bijvoorbeeld dat hij het 'vasten van Christus' wilde volgen. Hij was nogal corpulent, dus ging hij eerst naar zijn arts. De arts zegt: "O ja, je kunt hier wel 40 dagen zonder eten. Dit is wat je moet doen om je elektrolyten in de gaten te houden. Let op dit en dat, enzovoort. Als je dit probleem krijgt, zorg dan dat je naar het ziekenhuis gaat, maar als je het zo aanpakt, komt het helemaal goed." Hij heeft 41 en een halve dag geen vast voedsel gegeten.
Het is dus mogelijk. Hij viel in die periode 25 kilo af. Maar het punt is dat we vaak denken dat er allerlei dingen zijn die we niet kunnen. Historisch gezien, in het Westen, gebeurde het wel eens dat mensen twee of drie dagen niets aten en daarna een grote maaltijd nuttigden – simpelweg omdat er geen eten beschikbaar was of omdat ze er niet aan konden komen. Vandaag de dag heerst het idee: als ik niet drie maaltijden per dag krijg, kom ik in de problemen. Maar dat is absoluut niet het geval. Er is ook een angst voor lijden. Het punt is dat mensen de gewoonte moeten ontwikkelen om te vasten. Ze moeten het langzaam opbouwen. Ik laat ze dus daarmee beginnen en bouw het vervolgens op tot een bepaald punt. Het belangrijkste is dat ze in het begin niet te hard van stapel lopen, omdat hun lichaam er nog niet aan gewend is; er geldt namelijk het principe dat het lichaam zich aanpast aan de werking van de ziel. Wanneer je vast, moet je lichaam zich aanpassen om dat te kunnen volhouden. Je kunt immers niet zomaar direct aan dergelijke extreme vormen beginnen; je moet het geleidelijk opbouwen.
Die persoon die 40 dagen vastte – die heeft dat waarschijnlijk opgebouwd door zo nu en dan periodes van drie of vijf dagen te vasten.
* Zijn er ook periodes in de liturgische kalender waarin juist niet gevast mag worden? Dat klopt. Bij sommige religieuze ordes geldt dat bijvoorbeeld voor de gehele kersttijd,
en bij andere ordes beperkt het zich tot het octaaf van Kerstmis, toch? 41:59
En dan heb je natuurlijk ook nog het octaaf van Pasen. Ja.
Zijn er nog andere momenten, zoals... het octaaf van Pinksteren? Oké. Het gaat dus om een reeks dagen, toch?
Ja, dat klopt. Het punt is dat octaven van de eerste klasse doorgaans niet gepaard gingen met vasten of onthouding.
En wat betreft... ik zou moeten opzoeken hoe men daar in het verleden precies mee omging, maar...
...als bepaalde feesten van de eerste klasse op een vrijdag vielen, was je niet gebonden aan de vasten- of onthoudingsregels – anders dan nu het geval is. Soms kom je namelijk mensen tegen die denken dat ze heiliger zijn dan de rest en daarom toch blijven vasten.
Maar zo denkt de Kerk er niet over.
Wanneer niet mag gevast worden
Binnen de Katholieke Kerk zijn er duidelijke kerkelijke regels (vastgelegd in het Kerkelijk Wetboek of de Codex Iuris Canonici) over wanneer je niet mag vasten of wanneer je vrijgesteld bent van de vastenplicht.
De regels maken onderscheid tussen liturgische dagen waarop het verboden is, en persoonlijke omstandigheden waarin men dispensatie heeft.
1. Dagen waarop vasten liturgisch verboden of opgeheven is
Volgens de kerkelijke wetgeving is boetedoening (waar vasten onder valt) expliciet niet toegestaan op dagen van grote liturgische vreugde:
* Alle zondagen: De zondag is de wekelijkse herdenking van de Opstanding van Christus. Zelfs tijdens de 40-dagentijd (de vastenperiode voor Pasen) wordt er op de zes zondagen nooit gevast. De veertigdagentijd duurt in kalenderdagen eigenlijk 46 dagen, juist omdat de zondagen eruit worden gefilterd.
* Hoogfeesten (Solemnitates): Volgens Canon 1251 vervalt de verplichting tot onthouding of vasten wanneer een vrijdag samenvalt met een liturgisch hoogfeest. Voorbeelden hiervan zijn Kerstmis, Allerheiligen, of de aankondiging van de Heer (Maria Boodschap). Als zo'n feest op een vrijdag valt, mag en moet er gevierd worden in plaats van gevast.
* Paastijd en Kersttijd: Tijdens de liturgische seizoenen van pure vreugde (de vijftig dagen tussen Pasen en Pinksteren, en de Kerstperiode) kent de Kerk geen officiële vastenvoorschriften.
2. Personen die op basis van leeftijd zijn vrijgesteld
De Kerk legt de wet van het vasten (slechts één volledige maaltijd per dag) en de onthouding (geen vlees eten) niet aan iedereen op:
* Jongeren onder de 18 jaar: De strikte vastenwet geldt pas vanaf de meerderjarigheid. Wel geldt de wet van de onthouding (het laten staan van vlees of een andere luxe) al vanaf 14 jaar. Kinderen onder de 14 hoeven volgens de wet niet te vasten.
* Ouderen vanaf 60 jaar: Zodra iemand de leeftijd van 59 jaar heeft voltooid (en dus 60 wordt), vervalt de kerkelijke plicht om te vasten op Aswoensdag en Goede Vrijdag.
3. Medische en fysieke uitzonderingen (Dispensatie)
De kerkelijke wet stelt uitdrukkelijk dat de gezondheid en de plichten van iemands levensstaat altijd voorgaan. Men mag (en moet soms) het vasten breken of overslaan bij:
* Ziekte en kwetsbaarheid: Zieken, chronisch zieken, en mensen met een zwakke gezondheid zijn volledig vrijgesteld van de vasten- en onthoudingswetten. Vasten mag de gezondheid nooit in gevaar brengen.
* Zwangere vrouwen en moeders die borstvoeding geven: Vanwege de zorg voor het (ongeboren) kind is vasten voor hen niet toegestaan.
* Zware lichamelijke arbeid: Mensen die door hun beroep extreem zwaar fysiek werk moeten leveren en hun kracht niet kunnen missen, hoeven niet te vasten.
* Gasten en reizigers: In traditionele zin waren reizigers onderweg die afhankelijk waren van de gastvrijheid van anderen vrijgesteld, om te voorkomen dat zij aangeboden voedsel moesten weigeren.
Het eucharistisch vasten
Het eucharistisch vasten is de kerkelijke regel dat katholieken gedurende een bepaalde tijd vóór het ontvangen van de heilige communie niets eten of drinken. Dit gebruik is bedoeld als een daad van eerbied en om jezelf geestelijk en lichamelijk voor te bereiden op de ontmoeting met Christus.
Dit zijn de huidige officiële regels (volgens Canon 919 van het Kerkelijk Wetboek):
De huidige regels
* Tijdsduur: Je moet minstens één uur vóór de communie vasten.
Let op: Dit uur gaat in vanaf het moment dat je de communie daadwerkelijk ontvangt, dus niet vanaf het begin van de heilige mis. Omdat de communie meestal pas na zo'n 30 tot 45 minuten plaatsvindt, betekent dit in de praktijk dat je vaak tot vlak voor het begin van de mis nog iets mag eten.
* Water en medicijnen: Zuiver water en medicijnen breken het vasten nooit. Deze mag je dus altijd nemen, tot op het allerlaatste moment.
Uitzonderingen (Wie hoeft niet te vasten?)
De Kerk is hier heel mild in. De verplichting van het eucharistisch vasten vervalt volledig voor:
Ouderen van gevorderde leeftijd.
* Zieken en mensen die aan een zwakte lijden.
* Verzorgers die voor deze zieken of ouderen zorgen en daardoor niet aan het uur kunnen voldoen.
* Priesters die op dezelfde dag een tweede of derde mis moeten opdragen (zij hoeven alleen vóór hun eerste mis te vasten).
Historische achtergrond (Vroeger)
Vóór de vernieuwingen van het Tweede Vaticaans Concilie in de jaren 60 was deze regel veel strenger.
* Vanaf middernacht: Tot 1953 moest men vanaf middernacht volledig nuchter blijven (geen eten en zelfs geen water).
* Drie uur: Paus Pius XII bracht dit in 1957 terug naar een verplichte periode van drie uur voor vast voedsel en alcohol.
* Eén uur: Paus Paulus VI heeft de regel in 1964 uiteindelijk versoepeld naar het huidige ene uur, om het voor gelovigen makkelijker te maken vaker de communie te ontvangen.

