14/10 Pr Ripperger: Goede communicatie - 2
Dus het gevolg van slechte communicatie is simpelweg verdeeldheid. Dat is het voornaamste. En daarnaast zijn er ook alle andere zaken die gepaard gaan met het hebben van een normale relatie met mensen. Zodra je bijvoorbeeld stopt met met elkaar te praten, ontstaan problemen. Ik vind het interessant dat er verwezen wordt naar de gemeenschap van de Heilige Geest - communio Spiritus Sancti. Er is dus die gemeenschap. Wat die gemeenschap betekent, is één zijn in de Heilige Geest, want wat doet de Heilige Geest? Hij draagt de mensen de gave overvan wijsheid, kennis en inzicht in de dingen die betrekking hebben op God en het geloof, zodat ze het daadwerkelijk eens zijn over die zaken endaadwerkelijk die eenheid kunnen hebben die daaruit voortkomt. Het is niet alleen Zijn inwoning in hen allen, maar ze vormen dan een soort eenheid. Dat wordt de gemeenschap der heiligen genoemd. Maar er is sprake van communicatie, al komt het er uiteindelijk op neer dat je het eens bent over iets dat buiten jullie zelf staat.
Daarom draait een huwelijk – hoewel het natuurlijk om de twee partners gaat – uiteindelijk ook om externe factoren; denk bijvoorbeeld aan kinderen. Daar is het op gericht. Ook de manier waarop we ons verhouden tot God – als externe factor in de relatie – speelt hierbij een rol. Het gevolg van goede communicatie is dus eenheid. Dat is het uiteindelijke doel. Natuurlijk zijn er ook goede gevoelens en dergelijke, maar die zijn van ondergeschikt belang. Het nadeel is dat als er geen communicatie is, de eenheid begint af te brokkelen. Er is dan immers geen extern punt waarover je structureel overeenstemming hebt. Als mensen zijn we toch merkwaardige wezens. Bij mensen is het zo – in tegenstelling tot bij engelen – dat wanneer ze eenmaal een bepaalde kennis of habitus (een vaste gewoonte of eigenschap) hebben ontvangen... In de oorspronkelijke staat, toen ze net geschapen waren, ontvingen ze geloof, hoop en liefde.
Nu bezitten ze alleen nog de liefde. Degenen in de Hemel en de Hel hebben daar niets meer van. Maar hun habitus is zodanig dat ze die, eenmaal verworven, voor altijd behouden totdat ze de zalige aanschouwing (van God) ervaren. En dan, zo zegt St Thomas, vervallen geloof en hoop; ze vervallen omdat je het object hebt gezien waarop ze betrekking hadden. Het is dus niet langer iets dat onzichtbaar is. Bij mensen en de morele deugden geldt daarentegen: als je ze niet gebruikt, verlies je ze. Datzelfde geldt hier voor communicatie. Als mensen in de loop der tijd niet tot op zekere hoogte communiceren, zal hun eenheid – hun psychologische eenheid – langzaam beginnen af te brokkelen. Als er geen communicatie is, gebeurt dat nu eenmaal; dat ligt in de aard der zaak. Of als de communicatie vol strijd zit, of als er simpelweg geen verbinding is, dan begint die eenheid te vervallen, enzovoort. En daar komt communicatie dus om de hoek kijken. Goed. Ik wil het over twee dingen hebben.
* Dit betekent dat de overheid – om legitiem te kunnen functioneren – niet alles hoeft prijs te geven, bijvoorbeeld als het gaat om terechte kwesties van nationale veiligheid. Maar het argument dat iets een kwestie van nationale veiligheid is, enkel en alleen omdat ze niet willen dat iedereen weet van de corruptie en het bederf waaraan ze zich schuldig hebben gemaakt, is dat niet voldoende. Het moet gaan om een gegronde reden om iets geheim te houden: dat het naar buiten brengen ervan onze vijanden in staat zou stellen ons schade toe te brengen. Dat is begrijpelijk. Maar ze moeten bereid zijn om te communiceren. Daarom blijven we hameren op transparantie, op een structurele en regelmatige basis. Dat moeten ze doen, en het moet eerlijk zijn – en die eerlijkheid moet een gewoonte zijn. Eén van de verschijnselen die we bij jongeren van tegenwoordig zien, is dat het begrip 'integriteit' totaal geen betekenis meer heeft. Iemand kan recht in hun gezicht liegen.
Maar als dat op zo'n manier gebeurt dat ze die persoon aardig vinden, luisteren ze de volgende keer gewoon weer naar hem. Er wordt recht in hun gezicht gelogen. Maar als het op een manier gebeurt die ze aanspreekt – of als ze het verhaal leuk vinden – luisteren ze toch. Ook al wordt er de volgende keer weer glashard tegen ze gelogen. En dit zie je keer op keer gebeuren. We zagen dit bij de verkiezingen. Leugen na leugen na leugen. En soms wisten ze zelfs dat er tegen ze gelogen werd, maar stemden ze toch op die persoon. Bij die generatie zie je dat een bepaald aspect van de natuurwet volledig is weggevallen – niet bij iedereen natuurlijk, maar wel bij de meerderheid. Het probleem is namelijk: wanneer mensen communiceren en er is één moment waarop ze iets onwaars zeggen, heb je vanaf dat moment geen enkele zekerheid meer dat wat ze verder zeggen ook daadwerkelijk de waarheid is.
Daarom werd iemands integriteit in de ogen van anderen als heilig beschouwd; men had de plicht die te beschermen en in stand te houden, zodat iemands woord daadwerkelijk waarde had en men erop kon vertrouwen. Toen ik opgroeide: als iemand loog, of als hij op zijn woord terugkwam, dan was het klaar. Niemand wilde nog iets met hem te maken hebben, omdat je hem in de toekomst niet meer kon vertrouwen. Het probleem is dat dit concept bij de jongere generatie van tegenwoordig volledig ontbreekt, en we moeten daar weer naartoe terug. Kijk: je hebt gelogen? Sorry, einde verhaal. De enige manier om die integriteit terug te winnen, is door er over een lange periode weer aan te werken. Ik moet jarenlang zien dat je je zaken op orde hebt en dat je voortdurend de waarheid hebt gesproken. Dan zeg ik op een gegeven moment: "Oké, ik kan je weer vertrouwen." Maar tot die tijd gebeurt dat niet.
* Precies hetzelfde geldt ook voor de Kerk. Het feit dat de bisschoppen de kwestie rond pedofilie hebben verzwegen en er vervolgens over tegen ons hebben gelogen. Velen van hen blijven erover liegen. Ze blijven zich erover verschuilen. Tijdens het hele communicatieproces hebben ze hun integriteit geschonden. En toch verwachten ze dat we hen nog steeds kunnen vertrouwen, omdat ze een gezagspositie bekleden. Nee, zo werkt het niet. Als je een gezagspositie hebt en je integriteit schendt, is dat nog erger dan bij iemand zonder gezagspositie; je hebt immers een grotere verplichting om ervoor te zorgen dat je woord waarde heeft en dat ik, wanneer ik het hoor, erop kan vertrouwen dat je een man van je woord bent.
Zodra je geen man van je woord meer kunt zijn, is het voorbij. Dit is iets wat we in gedachten moeten houden: in de Kerk zullen we hen pas weer echt gaan geloven als ze beginnen te prediken en daarbij consequent zijn. En ik zou zeggen – het zou interessant zijn om te zien of daar ooit onderzoek naar is gedaan, maar dit geeft wel een indicatie – dat we nu op een punt zijn beland waarop ik durf te stellen dat de statistieken voor leken die de bisschoppen (of de geestelijkheid in het algemeen) nog vertrouwen, waarschijnlijk ongeveer hetzelfde zijn – misschien ietsje beter. Dat komt doordat er sprake is van een gewoonte om te liegen; hun integriteit is aangetast. Hun taak is immers om de geloofsschat over te dragen, maar ze hebben systematisch daartegenin gehandeld, alles gedaan wat daarmee in strijd is, en ertegen gepredikt – of er helemaal niet over gepredikt.
Op een gegeven moment vertrouwen de mensen hen gewoon niet meer. De enige reden waarom ze nog naar de biecht gaan en de sacramenten van hen ontvangen, is voor hun eigen heiliging en redding. Buiten die context gaan ze niet naar deze mensen toe omdat ze denken dat ze liegen. De communicatie die ze voeren is eigenlijk al die tijd al slecht geweest; en je bent geen man van integriteit. En die communicatie is cruciaal. De enige manier waarop mensen vertrouwen gaan krijgen – sterker nog, de reden waarom mensen een priester vertrouwen die eerlijk is tegenover goede Katholieken, de reden waarom ze een priester vertrouwen, is omdat hij consequent het geloof duidelijk overbrengt. Dát is waarom ze hem vertrouwen. Als hij dat niet doet, vertrouwen ze hem niet. Als hij de boodschap afzwakt, vertrouwen ze hem niet. Als hij dingen weglaat uit zijn preken, vertrouwen ze hem niet. Dit maakt gewoon deel uit van hoe onze psychologie werkt. En ik denk dat de Kerk dat moet leren. Weet je, ze zijn op dat vlak geen goede communicatoren.
* Neem nou dit punt dat vaak naar voren komt: een vrouw heeft recht op haar eigen lichaam, toch? Dus ze kan een abortus laten plegen, toch? Maar het is niet haar lichaam, het is het lichaam van de baby. Dat is punt één. Punt twee: je hebt niet zomaar recht op je eigen lichaam, in de zin dat je het eigenlijk alleen maar huurt. Je hebt het niet zelf gemaakt. Je zult het ook weer verliezen. Het is van God. Het is je dus gegeven. Het zal worden afgenomen. Je lichaam gebruikt het alleen maar. Je bent dus eigenlijk een soort huurder, weet je wel. En er is dan een verhuurder die een soort controle over je lichaam uitoefent, en je moet op de een of andere manier doen wat hij zegt. Maar zodra je een discussie aangaat met iemand die 'links' georiënteerd is, dan schakelen ze volledig uit. Ze staan erbij als een hert in de koplampen. Het is alsof hun vermogen tot redeneren bevriest. Ik weet niet of het komt door wat je zegt, of door al die dingen. Maar ze hebben het gevoel dat je hen iets ontneemt of dat je hun ideeën ondergraaft.
Er schieten allerlei gedachten door hun hoofd en dan blokkeert hun brein. Ik weet niet precies wat het is, maar het lukt gewoon niet. Het is onmogelijk om op een eenvoudig, logisch niveau met elkaar te communiceren. En dat heeft te maken met hoe ze zijn gevormd binnen onze cultuur en samenleving – door hun ouders, maar ook op school en door de nieuwsmedia. En het heeft hiermee te maken.
Wanneer het mogelijke intellect dus een oordeel velt – zo zegt St Thomas – kijkt het naar het concept dat erin besloten ligt; het keert vervolgens terug naar het beeld in de verbeelding. Wat betreft dat beeld zegt Thomas: als het beeld vervormd is, zal mijn oordeel ook onjuist zijn. Maar ik kan ook een juist beeld hebben en toch een fout oordeel vellen. Hoe dan ook: telkens wanneer ik een oordeel vel over een bepaald beeld – laten we zeggen, telkens als ik daarover oordeel – laat dat de eerste keer een zogenaamde 'beginnende gewoonte' achter in mijn intellect. Die beginnende gewoonte betekent dat mijn intellect de volgende keer dat ik erover oordeel, op zijn minst een beetje geneigd zal zijn om te oordelen zoals ik het aanvankelijk begreep. Uiteindelijk verandert die beginnende gewoonte in een vaste of diepgewortelde gewoonte. Ik heb dan dus een werkelijk vaste gewoonte om over dit specifieke ding te oordelen.
Telkens wanneer ik dat beeld in mijn verbeelding zie, zet die gewoonte me er dus toe aan om er op een bepaalde manier over te oordelen. Wat is dan het probleem? Het probleem komt in feite neer op het beeld. Wie het beeld beheerst, beheerst ook je oordeel. Als je je hele leven lang te horen hebt gekregen dat iets alleen waar is als je er een goed gevoel bij hebt – en hoewel ze het niet letterlijk zo formuleren, is dat wel wat er in onze cultuur gebeurt: dat is wat ze voortdurend doen wanneer ze willen dat je iets als waar aanneemt. Ze presenteren allerlei positieve dingen – weet je wel, "deze persoon is geweldig", "er is een fantastische..." enzovoort – en dan kom je bij 'de oranje man' en wordt het grimmig en negatief. Ze manipuleren de beelden voortdurend om je cognitieve vermogens zo te sturen dat je vanuit je eigen herinneringen een bepaald beeld vormt; ze proberen je de gewoonte aan te leren om alles altijd op dezelfde manier te beoordelen.
Nu dat zo is, zijn mensen er zo aan gewend geraakt om de waarheid van een stelling te beoordelen op basis van hun gevoel erbij. Als het niet goed voelt, vinden ze wat je zegt slecht of fout. Dit ligt eigenlijk ten grondslag aan waarom ze mensen wantrouwen die met een logisch argument komen dat uit meerdere stappen bestaat. Want wanneer je een logisch argument gebruikt, worden hun driften niet bevredigd. Als jij blijft praten over rede en logica, terwijl zij gewend zijn hun emoties te volgen, zullen ze zeggen: "Dit staat me niet aan." Ze gaan je dan wantrouwen – en dat is precies wat er nu gebeurt: ze wantrouwen iedereen die met een redelijk argument komt. Hun houding is: Als het goed voelt, weet ik dat het waar is.
We zijn nu op een punt beland waarop mensen zo gewend zijn geraakt aan een bepaalde denkwijze, dat als de juiste emotionele toon ontbreekt – en daarom reageren ze zo heftig als je met ze praat en een logisch argument aandraagt of dingen zegt die ingaan tegen wat ze willen – dan hebben ze een instinctieve reactie en oordelen ze dat wat je zegt niet waar is. Daarom haken ze meteen af. Je kunt ze dingen vertellen, je kunt ze letterlijk een foto laten zien van hoe een kind eruitziet bij 12 weken in de baarmoeder. Ze kijken ernaar, maar omdat ze zo gewend zijn geraakt aan het idee dat een vrouw zeggenschap heeft over haar eigen lichaam en dat iedereen die daar anders over denkt slecht is, is hun eerste oordeel: dit klopt niet, of dit is allemaal verzonnen.
Ik heb mensen dat zien doen; omdat hun verstand vaak zo geconditioneerd is geraakt: negeer dat, negeer dat, negeer dat. Het eerste wat je moet doen, is dat idee uit je hoofd zetten; je moet het negeren en je op iets anders richten. En dus hebben we eigenlijk te maken met een cultuur waarin de intellectuele gewoonten disfunctioneel zijn – het zijn eigenlijk geen gewoonten. Het zijn ondeugden. Intellectuele ondeugden. Hoe doorbreek je dat? Hoe begin je met het corrigeren van zo'n intellectuele instelling? Tja, er zijn twee voorwaarden waaraan voldaan moet worden.
De eerste is dat er aan jouw kant sprake moet zijn van goede wil. We komen wel eens mensen tegen die zeggen: "Ik denk dit, ik denk dat..." Maar ze hebben goede wil, want zodra je hem de juiste argumenten voorlegt en voorbij die eerste emotionele reactie kunt komen – dankzij zijn goede wil – dan zal hij uiteindelijk tot het juiste oordeel komen. Hij zal het juiste inzicht krijgen en zeggen: "Oké, ja, ik zie het. Ik begrijp het." Of hij zal een proces van geleidelijke verandering in gang zetten. Want zo'n gewoonte kun je ombuigen en omdraaien. Je kunt op een bepaald vlak – zelfs in je intellect – van een ondeugd naar een deugd gaan. Daarom zie je mensen die bijvoorbeeld zeggen: "Toen ik voor het eerst over evolutie hoorde, was ik meteen overtuigd. Ik dacht dat het waar was, maar ik wil gewoon weten wat de waarheid is. Ik probeer tot de waarheid hierover te komen." En dan begin je met het aandragen van tegenbewijs. En na verloop van tijd begint zijn verstand te oordelen dat er iets niet klopt. Hij is dus verschoven van het idee dat evolutie waar is, naar het besef dat er iets mis is met evolutie – al weet hij niet precies wat.
En zodra hij op een gegeven moment inziet dat het onjuist is, kun je als vervolgargument de waarheid van de schepping naar voren brengen. Daarom kun je bij een overtuigd aanhanger van de evolutietheorie niet direct over de schepping beginnen. Zo werkt het niet. Je moet in stappen te werk gaan wanneer je met hen in discussie bent. Oké. Dat is dus wat je moet doen: stap voor stap werken.
Als ze geen goede wil hebben en kampen met intellectuele gebreken, is genade het enige dat hen kan corrigeren; genade verlicht het verstand en versterkt de wil. Het enige wat je dus kunt doen, is voor hen bidden. Dus eerst goede wil. Is er nog iets anders? Genade. Ze moeten dus goede wil en genade hebben, en vervolgens natuurlijk de juiste informatie ontvangen. Nou, ze moeten goede wil hebben. De juiste informatie ontvangen – en genade kan ook daarbij helpen. Maar als ze kwaadwillend zijn en vasthouden aan verkeerde opvattingen dan is genade het enige wat je kunt inzetten. Alleen God kan hun de genade schenken om dit in te zien. Je kunt het niet eens worden over externe zaken – wat de cultuur inhoudt, hoe we ons binnen die cultuur moeten gedragen en wat moreel juist of onjuist is. Over die specifieke punten kun je geen overeenstemming bereiken. En dus, wanneer je met hen te maken hebt, is er maar één ding dat ze begrijpen.
Slechts één ding: brute kracht. Dat is het enige wat ze begrijpen. En als je naar demonen kijkt: zo gedragen zij zich. Je kunt ze niet van gedachten doen veranderen. Je krijgt ze niet zover dat ze veranderen. Het enige wat je kunt doen, is ze op brute wijze onderdrukken. Hetzelfde geldt voor marxisten en communisten. Je gaat ze niet veranderen, want er is sprake van kwaadaardigheid en ze zitten in een bepaald patroon. Als ze wel enige goede wil hebben, belanden ze na verloop van tijd meestal buiten de partij. Maar het enige wat ze begrijpen is meedogenloze onderdrukking. Dat geldt ook voor linksen. Ze begrijpen alleen een hard pak slaag en zelfs dan is dat pak slaag niet genoeg. Je moet ze letterlijk verpletteren. En dat komt doordat er anders iets anders gaat gebeuren. Die marxisten en linksen zijn precies als demonen. Zodra je ze op de ene plek verplettert, gaan ze naar een andere plek en proberen ze daar weer binnen te komen.
De enige manier om ze te stoppen, is door ze zo meedogenloos te onderdrukken dat ze zich volledig terugtrekken. En dat is het enige wat je kunt doen met marxisten, communisten en linksen, extremistische linksen. Met de gematigden valt tot op zekere hoogte misschien wel te praten, maar het punt is: zo werken ze nu eenmaal. Zie communicatie als een soort spier. In de zin dat je het moet gebruiken – net als bij woordenschat – om het te onderhouden. En nu we digitaler zijn geworden en minder sociaal interactief, is er inderdaad sprake van een verschraling van de communicatie. Diegene beschikt over de intellectuele gewoonten om taal of beelden te structureren en heeft de juiste gewoonten en het denkvermogen nodig om associaties te leggen tussen al die verschillende woorden. Wanneer communicatie begint te haperen en vlak wordt – waarbij het slechts in flarden gebeurt, weet je wel, of via een ander medium in plaats van via het gehoor... maar dat we het in plaats daarvan via iets anders doen. ...dat onze intellectuele gewoonten – zowel wat betreft het cognitieve vermogen als het potentiële intellect – beginnen af te nemen.
Ze beginnen daadwerkelijk af te nemen. Dit is gebaseerd op een komische sketch, maar ik denk dat het waarschijnlijk waar is. Shakespeare had een actieve woordenschat van 35.000 woorden. De gemiddelde Amerikaan heeft een actieve woordenschat van 5.000. En het grootste deel ervan is gewoon troep. Wat laat zien dat mensen niet alleen de aanleg moeten hebben om te kunnen communiceren maar ook intellectuele gewoonten moeten ontwikkelen; dat betekent dat je over de juiste intellectuele gewoonten moet beschikken om zaken te kunnen formuleren en helder te kunnen zien en je moet de juiste vorming hebben genoten om terug te kunnen vallen op die kennis, en dat het 'cogitatief vermogen' (het vermogen tot oordelend inzicht) vanuit mijn ervaring weet dat een persoon wordt gedefinieerd als een individuele substantie van rationele aard.
Maar wanneer mensen stoppen met nadenken over zaken of ermee bezig te zijn, begint hun woordenschat af te nemen. Daarom is het zo belangrijk om te lezen – goede werken te lezen. Je zult nooit een goede communicator worden als je niet veel leest. Daarom is het constant bekijken van YouTube-video's weliswaar nuttig, maar het is niet te vergelijken met lezen; lezen vereist namelijk een actievere inspanning van de geest. Door te lezen ontwikkel je intellectuele gewoonten op een betere manier.
* Een vraag over het huwelijk binnen de context van de Kerk. Eenheid is immers essentieel in een huwelijk. Is dat de reden waarom de Kerk zo lang terughoudend was wat betreft huwelijken tussen mensen met verschillende geloofsovertuigingen – vanwege het gebrek aan eenheid? Ja. Het grootste knelpunt heeft specifiek te maken met de opvoeding van de kinderen. Er waren in feite twee fundamentele redenen: ten eerste wordt het voor de Katholieke echtgenoot moeilijker om zijn of haar ziel te redden, omdat de partner niet dezelfde overtuiging deelt en dus niet op dezelfde manier bijdraagt aan dat leven. Het wordt voor die persoon dus lastiger. Ten tweede bemoeilijkt het de opvoeding van de kinderen. In gevallen waarin de vader het geloof wel praktiseert, maar de moeder niet, zullen de kinderen het geloof verlaten. Maar het merendeel – zo’n 76 procent – keert uiteindelijk weer terug. Als de moeder het geloof wel praktiseert, maar de vader niet, dan is de verhouding precies omgekeerd: in dat geval keert ongeveer 24 procent van de kinderen terug.
Het is dus een soort omkering. Maar wanneer beide ouders het geloof praktiseren, keert 80 tot 90 procent van de kinderen – zelfs als ze het geloof tijdelijk hebben verlaten – uiteindelijk altijd weer terug naar hun geloof. Dit moet natuurlijk gebeuren in de periode waarin de kinderen opgroeien. Maar dat is eigenlijk de werkelijke reden: het was voor hen moeilijker om hun ziel te redden en een gemeenschappelijk leven te leiden binnen een huwelijk, en ook wat betreft de opvoeding van de kinderen. Maar er was nog iets anders, en dat had te maken met wat men 'verschil in geloof' noemt. De Kerk heeft altijd geleerd dat er geen sprake mag zijn van communicatio in sacris (gemeenschappelijk deelnemen aan heilige zaken) met niet-katholieken. Ik besef dat dit de afgelopen 50 tot 60 jaar volledig is veranderd. Maar het uitwisselen van huwelijksgeloften is een vorm van communicatio in sacris – een gezamenlijke deelname aan iets heiligs. Daarom stond de Kerk dit in het verleden slechts bij wijze van uitzondering toe. Daarom was er een dispensatie van de bisschop nodig, wat vóór het Tweede Vaticaans Concilie erg lastig te verkrijgen was. Daarna is dat alles volledig weggevallen.
Dat komt doordat de hele kwestie rond communicatio in sacris tijdens het Tweede Vaticaans Concilie volledig is komen te vervallen. Dat is dus nog een reden: in feite wissel je huwelijksgeloften uit met iemand met wie je volgens de leer geen communicatio in sacris zou mogen hebben. Dat was, zo zou je kunnen zeggen, de oorspronkelijke, voornaamste reden. En ook naarmate mensen groeien in hun geestelijk leven groeien ze in een huwelijk niet in hetzelfde tempo. Er is altijd wel een verschil. Wat kan een echtgenoot doen om de eenheid te bewaren en de ander te helpen verder te groeien? Tja, er blijft altijd die fundamentele eenheid in het geloof. Als ze allebei groeien, doen ze dat gewoon op verschillende manieren. Er blijft altijd dat kern-geloof en die fundamentele overtuiging en enkele essentiële geloofspraktijken.
Het betekent alleen dat de gave van begrip, waarmee iemand intuïtief aanvoelt waar dit geloof om draait bij de ene echtgenoot dieper aanwezig zal zijn dan bij de andere. En dat betekent dat zij meer van datgene waarnaar ze zich kunnen richten, in zich hebben dan de andere echtgenoot. Maar dat betekent niet dat de ander het mist; ze zien alleen niet hetzelfde als jij. Wat je dus moet doen – en dat is wat de Kerk altijd heeft gezegd – is je echtgenoot naar jouw niveau tillen, of zelfs hoger. Tegenwoordig trouwen Katholieken met Katholieken, maar zijn ze eigenlijk niet Katholiek. En dan kan een van hen ontdekken wat het Katholicisme werkelijk inhoudt en zich erin gaan verdiepen. In dat geval is het jouw plicht om te bidden, offers te brengen en goede werken te verrichten, om de genade van de bekering van je echtgenoot te verdienen. Dat is je plicht. En natuurlijk moet je erover praten wanneer ze daarvoor openstaan. Niet door het ze door de strot te duwen, niet door te forceren of allerlei andere dingen te doen, maar gewoon door te bidden. En je zult zien dat het gebeurt.
Dit is ook een van de redenen waarom ik aanraad dat echtgenoten een gebed van binding uitspreken tegen elke demon die de persoon ervan weerhoudt te groeien in het geloof of het Katholieke leven serieus te nemen; want vaak zorgt dat voor een aanzienlijke verschuiving of verandering, omdat jij kunt bidden terwijl de ander daadwerkelijk genaden ontvangt. God schenkt die persoon wellicht de daadwerkelijke genaden omdat jouw gebeden dat verdienen. Hij biedt ze aan, maar de persoon wijst ze af. De reden dat ze het afwijzen, is dat demonen inspelen op een soort subtiele angst, of wat de situatie ook is. "Als je je bekeert, gebeurt dit of dat; het wordt moeilijk; dat betekent dat je moet gaan bidden," enzovoort. En wat ze dan doen, is die gedachten aanwakkeren. Als je op dat moment kunt bidden en de demonen kunt binden, zodat ze niet langer de reactie van de persoon op de genade blokkeren. Vaak zie je dan dat de persoon begint te veranderen.
Het helpt enorm als je specifiek weet wat de demonen bij de partner aanwakkeren: is het angst? Is het niet willen teleurstellen van de ouders – bijvoorbeeld omdat de vader dit of dat was, of een predikant, en jij je bekeert tot het Katholicisme. Het probleem van C.S. Lewis. Hij bekeerde zich niet, omdat hij zoiets had van: tja, al mijn vrienden en collega's zullen me afwijzen. De reden dat wij als mensen over koetjes en kalfjes spreken, is dat we geen engelen zijn. Engelen kijken naar – of denken aan – een andere engel en weten onmiddellijk alles wat er over diegene te weten valt. Ze weten precies wat er met hem aan de hand is. Bij ons ligt dat anders. Omdat er na de zondeval mensen zijn die slecht zijn en mensen die gek zijn, moeten we eerst even de kat uit de boom kijken, want anders loop je het risico dat je een klap op je kop krijgt, neergestoken wordt of wat dan ook. Het punt is dus dat we precies daarom zo te werk moeten gaan. Je moet het opbouwen. Je moet in de loop van de tijd vertrouwen opbouwen bij mensen.


