8 Zijn de Nephilim nog steeds onder ons?
Ja. Omdat het een idee suggereert dat heel radicaal klinkt als je er voor het eerst over nadenkt: dat er hybriden zijn. Geest en mens. En bezetenheid komt voor. In de Kerk zouden we zeggen dat om op Christus te lijken, om gevormd te worden naar het beeld van God, is om werkelijk mens te worden. Dat is wat het betekent om mens te zijn. En dus in de mate waarin je de andere weg inslaat, word je iets onmenselijks. Sint Johannes Chrysostomos spreekt in een van zijn preken tegen het volk in Constantinopel eind vierde, begin vijfde E. En hij zegt tegen het volk: "Jullie geloven dat als iemand een gewelddadige dood sterft, hij een demon wordt. Dat is onjuist. Hij zegt dat mensen die als demonen leven, demonen worden.“
Net zoals er een daadwerkelijke transformatie van de mensheid plaatsvindt wanneer we gevormd worden naar het evenbeeld van God, vindt er een daadwerkelijke transformatie van de mensheid plaats in iets anders. Het is duidelijk dat je wordt zoals je leeft, zeker wanneer je die andere weg inslaat. Het is een daadwerkelijke metafysische transformatie van wie je bent, zelfs tot het punt waarop een groot deel van het begrip van wat er met de Nephilim gebeurde vóór de zondvloed, is dat veel van de demonische geesten waarover later in de Schrift en na de zondvloed wordt gesproken, worden begrepen als de geesten van die Nephilim, van die dode Nephilim.
Dit is expliciet in het boek Jubileeën (wiki: Het boek Jubileeën, ook wel bekend als het "Kleine Genesis", is een pseudepigraaf die de geschiedenis van de schepping tot de tijd van Mozes hervertelt. Het boek is in het eerste deel van de Thora, Genesis, en de eerste twaalf hoofdstukken van Exodus, verdeeld in perioden van 49 jaar, oftewel 7x7 jaarweken. Het boek claimt een openbaring van Mozes op de Sinaï van God en bevat geografische en historische details, maar ook weggelaten en verdere uitleg. Het boek wordt gerespecteerd binnen sommige oosters-orthodoxe kerken en de Ethiopisch-orthodoxe Kerk, maar is niet opgenomen in de canon van de Bijbel in de meeste christelijke tradities.)
Het gaat over de tijd van de Zondvloed waar de Nephilim uitgeroeid. Ze sterven allemaal en ze hebben een soort leider die Mastema heet. Mastima komt naar God en wil een deal met Hem sluiten om hen niet allemaal het vuur in te sturen. Mastema: Laat sommigen van op aarde blijven. We beloven dat als U ons dat toestaat, we alleen goddeloze mensen zullen kwellen. God stemt ermee in om 10% van hen te laten blijven om goddeloze mensen te kwellen, maar er staat dat Gods motief is om ze te gebruiken om goddeloze mensen tot bekering te brengen. Dus er is een soort Goddelijke rechtvaardiging.
Waarom laat God deze demonische geesten toe? Je ziet een weerspiegeling in het Evangelie. Deze boze geesten krijgen te horen dat ze tot het Laatste Oordeel krijgen om hun ding te doen en dan naar de hel gaan met alle anderen, maar ze krijgen een soort uitstel. Dus bijvoorbeeld wanneer Christus bij de bezeten man komt en de demonen tegen hem zeggen: "Ben je gekomen om ons te kwellen vóór de tijd?" Zo van: hé, wacht eens even, we hadden een afspraak. Dan eindigt Hij met de demonen in de varkens te sturen en de varkens lopen van de klif af in de afgrond. De plaats waar die andere demonische geesten gevangen zaten.
Er speelt een dynamiek, waarbij de naam Jezus eigenlijk de naam Jozua is. Jozua gaat de strijd aan met deze stammen van reuzen om het land terug te veroveren en te zuiveren van het kwaad. Dat is vergelijkbaar met Christus. De ware Jozua komt het land binnen om het te zuiveren van het kwaad, en hij heeft te maken met dezelfde geesten van het kwaad. geesten van dezelfde wezens. Het idee hoe dat een geest wordt? Wel, we hebben dit gezien. Je kunt wijzennaar mannen in de geschiedenis die slechte mannen waren, toch, die allang dood zijn, maar hun geest leeft voort. O, zonder twijfel. Mensen zijn blijven deelnemen aan die geest en hebben die belichaamd. En ze brengen die verder. Hetzelfde geldt aan de andere kant. Dat zijn de mensen die we Heiligen noemen.
Ze leven een leven waarin ze de geest van God belichamen, gevormd naar zijn gelijkenis. En ook al zijn ze gestorven, leeft hun geest voort. Ze worden de Beschermheiligen van volkeren en naties en toch en families en bevolkingsgroepen, en blijven dit leven leiden. Het is een proces van wording dat ieder mens doormaakt. Je wordt ofwel het ene, het goede of je wordt het andere, het slechte. Afhankelijk wat je daden zijn. Maar Genesis 6 beschrijft een scheppingsdaad. Het zegt dat deze wezens vanaf het begin anders waren omdat ze geen twee menselijke ouders hadden. En ze waren voor 2/3 geest en dat blijven ze nog.
9 Het voortdurende ritueel van mensenoffers
Binnen het christendom zijn er initiatiesacramenten zoals je doopsel, vormsel en dan neem je deel aan de Eucharistie en het voortdurende sacramentele leven van de Kerk. En aan de andere kant heb je dit ook: het voortdurende rituele leven van deze mensen omvatte menselijke offers en deze hielden kannibalisme in. We hebben een zeer vertekend beeld van dierenoffers. We hebben een vertekend beeld dat het alleen maar om het doden van het dier gaat. Het gaat er niet echt om het dier te doden, maar om het opeten ervan. Een deel ervan wordt aan God of een god geofferd en een deel wordt geconsumeerd. Kannibalisme, zoals je dat in Meso-Amerika ziet, bloed drinken. Daarom is bloed drinken in de hele Bijbel verboden. Er was dus kannibalisme bij betrokken bij dit mensenoffer. Dat werd als het ware hernieuwd. Je hebt deze initiatie, en dan is er deze voortdurende rituele deelname.
En genetische afstamming, wat daarmee? Laat ik je een voorbeeld geven. (Numeri 13-14: 1-38, Jozua 1:9) Jozua en Kaleb zijn trouwe helpers van Mozes onderweg naar het Beloofde land Kanaän. Als de Israelieten Kanaän naderen vraagt Mozes eerst aan de 12 leiders van de 12 stammen om het land te verkennen en verslag daarvan uit te brengen. Jozua en Kaleb waren daar ook bij. Wanneer de 12 verkenners weer terug zijn, zijn niet alle verkenners ervan overtuigd dat ze dit land probleemloos kunnen binnengaan. ‘Wij zijn in het land geweest waar u ons naartoe hebt gestuurd,’ vertelden ze aan Mozes. ‘Werkelijk, het vloeit over van melk en honing, en deze vruchten groeien er. Maar daar staat tegenover dat de bevolking van dat land sterk is. De steden zijn versterkt en heel groot, en ook hebben we er Enakieten gezien.
In de Negev wonen Amalekieten, in het bergland Hethieten, Jebusieten en Amorieten, en aan de kust en langs de Jordaan wonen Kanaänieten.’ Kaleb, die wilde voorkomen dat het volk zich tegen Mozes zou verzetten, zei: ‘We kunnen zonder probleem optrekken en het land in bezit nemen. We kunnen dat volk makkelijk aan.’ Maar de mannen die met hem mee waren geweest zeiden: ‘We kunnen dat volk niet aanvallen, het is te sterk voor ons.’ En ze vertelden de Israëlieten allerlei ongunstigs over het land dat ze verkend hadden. ‘Het land dat wij op onze verkenningstocht doorkruist hebben,’ zeiden ze, ‘verslindt zijn inwoners, en alle mensen die we er gezien hebben waren uitzonderlijk lang. We hebben daar zelfs reuzen gezien, de Enakieten. Vergeleken bij dat volk van reuzen voelden wij ons maar nietige sprinkhanen, en veel meer zullen we in hun ogen ook niet geweest zijn.’
Hierop barstte het hele volk in tranen uit, heel de nacht door klonk hun gejammer. Ze begonnen zich allemaal te beklagen. ‘Waren we maar in Egypte gestorven,’ zeiden ze tegen Mozes en Aäron, ‘of hier in de woestijn. 3Waarom brengt de HEER ons naar dat land? Om door het zwaard geveld te worden, en om onze vrouwen en kinderen te laten buitmaken? We kunnen beter teruggaan naar Egypte.’ En tegen elkaar zeiden ze: ‘Laten we een leider kiezen en teruggaan naar Egypte.’ Toen wierpen Mozes en Aäron zich ter aarde, ten overstaan van de voltallige gemeenschap van Israël. Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, twee van degenen die het land verkend hadden, scheurden hun kleren en zeiden tegen de Israëlieten: ‘Het land dat wij op onze verkenningstocht doorkruist hebben is een buitengewoon goed land, een land dat overvloeit van melk en honing.
Als de HEER ons goedgezind is, zal hij ons erheen brengen en het ons geven. Maar verzet u dan niet tegen de HEER en wees niet bang voor de bevolking van het land: die vermorzelen we met gemak. Zij hebben niemand die hen beschermt en wij worden bijgestaan door de HEER. Wees dus niet bang voor hen.’ Het volk dreigde hen te stenigen, maar toen verscheen de majesteit van de HEER in de ontmoetingstent aan de Israëlieten.
De HEER zei tegen Mozes: ‘Hoe lang zal dit volk mij nog afwijzen? Hoe lang nog zal het weigeren op mij te vertrouwen ondanks alle wonderen die ik verricht heb? Ik zal het met de pest treffen en het verhinderen het land in bezit te nemen, en uit jou zal ik een volk laten voortkomen dat groter en sterker is dan dit.’ Maar Mozes zei tegen de HEER: ‘Als de Egyptenaren, bij wie u dit volk met krachtige arm hebt weggeleid, dat te weten komen, zullen zij het vertellen aan de inwoners van dit land. Die hebben gehoord dat u, HEER, te midden van dit volk verblijft en dat u persoonlijk aan hen bent verschenen, dat uw wolk boven hen hangt en dat u overdag in een wolkkolom voor hen uit gaat en ’s nachts in een vuurzuil.
Als u nu iedereen van dit volk doodt, zullen alle volken die over uw daden hebben gehoord, zeggen: “De HEER was zeker niet in staat om dat volk naar het land te brengen dat hij hun onder ede beloofd had. Daarom heeft hij hen in de woestijn afgeslacht.” Laat daarom zien hoe groot uw verdraagzaamheid is, Heer. U hebt immers zelf gezegd: “De HEER is geduldig en trouw, schuld en misdaad vergeeft hij, al laat hij niet alles ongestraft en al laat hij voor de schuld van de ouders de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde.” Ik smeek u, toon uw grote trouw en vergeef dit volk zijn schuld, zoals u het steeds vergiffenis hebt geschonken, van Egypte af tot hier toe.’ De HEER antwoordde: ‘Ik zal vergeving schenken, zoals je vraagt.
Maar zo waar ik leef en de hele aarde vervuld is van de majesteit van de HEER, niemand van degenen die mijn majesteit gezien hebben en de wonderen die ik in Egypte en in de woestijn heb verricht, en die mij nu al tien keer op de proef gesteld hebben door mij niet te gehoorzamen, zal het land zien dat ik hun voorouders onder ede heb beloofd. Niemand van hen die mij hebben afgewezen krijgt het te zien. Maar mijn dienaar Kaleb, die door een andere geest bezield was en mij volkomen trouw is geweest, hem zal ik naar het land brengen waar hij geweest is, en zijn nakomelingen zullen het bezitten. Nu wonen daar de Amalekieten en Kanaänieten nog in de valleien. Keer morgen om en trek de woestijn weer in, in de richting van de Rode Zee.’
De HEER zei tegen Mozes en Aäron: ‘Hoe lang blijft dit verdorven volk zich nog tegenover mij beklagen? Ik heb hun voortdurende geklaag lang genoeg aangehoord. Zeg hun dit: “Zo waar ik leef – spreekt de HEER –, ik zal zeker met jullie doen wat ik je heb horen zeggen. Hier in de woestijn zullen jullie lijken liggen, de lijken van allen die ingeschreven zijn, allen van twintig jaar en ouder, niemand uitgezonderd, omdat jullie je tegenover mij beklaagd hebben. Jullie zullen het land waarvan ik gezworen heb dat je er zou wonen, niet binnengaan, met uitzondering van Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun. Jullie kinderen, die volgens jullie zouden worden buitgemaakt, zal ik er wel brengen.
Zij zullen het land dat jullie versmaad hebben, leren kennen. Maar wat jullie betreft, jullie lijken zullen hier in de woestijn komen te liggen, en je kinderen zullen veertig jaar lang door de woestijn ronddolen om te boeten voor je ontrouw, tot jullie lijken hier in de woestijn vergaan zijn. Veertig dagen hebben jullie het land verkend, veertig jaar zul je voor je schuld boete doen, één jaar voor elke dag. Dan zul je ondervinden wat het betekent als ik mijn handen van je aftrek.” Ik, de HEER, zweer dat ik zo zal handelen met heel dit verdorven volk, dat tegen mij heeft samengespannen. Hier in de woestijn zal hun leven een einde nemen, hier zullen ze sterven.’
De mannen die Mozes eropuit gestuurd had om het land te verkennen en die na hun terugkeer het volk tot geklaag hadden aangezet door allerlei ongunstigs over dat land te vertellen, die mannen stierven in de buurt van het heiligdom ten gevolge van een plaag, omdat ze het land in een kwaad daglicht hadden gesteld. Twee van de verkenners van het land echter, Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, bleven in leven.
Toen Mozes de woorden van de HEER aan de Israëlieten overbracht, werd het volk diepbedroefd. De volgende morgen vroeg wilden ze de bergen in trekken. ‘We zijn alsnog bereid om op te trekken naar de plaats waarover de HEER gesproken heeft,’ zeiden ze, ‘we hebben gezondigd.’ Maar Mozes zei: ‘Waarom gaat u in tegen het bevel van de HEER? Zo’n onderneming is gedoemd te mislukken. Trek niet ten strijde, want de HEER is niet in uw midden. Doet u het toch, dan zult u door uw vijanden verslagen worden, want u komt daar tegenover de Amalekieten en de Kanaänieten te staan, en u zult in de strijd omkomen omdat u zich van de HEER hebt afgewend. De HEER zal u niet bijstaan.’
Toch waren ze zo overmoedig om de bergen in te trekken, hoewel Mozes en de ark van het verbond met de HEER in het kamp bleven. De Amalekieten en Kanaänieten die daar in het bergland woonden, kwamen hun tegemoet, brachten hun een verpletterende nederlaag toe en dreven hen terug tot Chorma.
Kaleb, de verkenner is de zoon van Jefunne. Jefunne wordt een Kenizziet genoemd (Numeri 32:12, Jozua 14:6,14). De Kenizzieten worden genoemd als een van de volken die geassocieerd worden met het land Kanaän ten tijde dat God een verbond sloot met Abraham (Genesis 15:19). Kaleb wordt echter genoemd in samenhang met de nakomelingen van Juda die in 1 Kronieken 4 worden vermeld: "En de zonen van Kaleb, de zoon van Jefunne: Iru, Ela en Naam; en de zonen van Ela: Kenaz" (1 Kronieken 4:15). Numeri 13:6 noemt Kaleb eveneens als stamhoofd in Juda. Daarentegen worden de Kenizzieten over het algemeen ook geassocieerd met Kenaz, de zoon van Esau, waardoor ze een Edomitische clan zijn (zie Genesis 36:40-43).
Een Kenizziet is niet alleen een Kanaäniet, het is een van de Kanaänitische stammen die ze moesten uitroeien het is een van de grote clans. Het is een van deze mensen. Technisch gezien is hij genetisch of door afstamming een van hen. Maar hij wordt in het Oude Testament genoemd als een oudste van de stam Juda omdat hij werd aangenomen. Het was niet genetisch maar hij werd aangenomen. Dat was dus veranderlijk. Dus wanneer ontstond de eis dat je, om Joods te zijn, aan bepaalde voorwaarden moest voldoen? Moest hij de zoon van een Joodse moeder zijn? Dat was na de verwoesting van de tempel, na de terugkeer uit ballingschap. Dus als je Ezra en Nehemia leest, hebben ze het daarover.
Ze zeggen dat dat het moment was waarop ze Israëlitische mannen verboden om met buitenlandse vrouwen te trouwen. En de afstamming via de moeder is een manier om de genetica te waarborgen, gewoon om dat te garanderen. Als je kijkt naar de Torah in Deuteronomium, is er een hele rituele opzet voor als je wilt trouwen met een vrouw uit een van deze andere groepen, waarbij ze haar hoofd kaal scheert en er is dit een soort ritueel waarbij haar oude leven wordt weggelegd en haar nieuwe leven begint, nu ze een Israëliet is. Dus ze hadden een manier om dat te verwerken.
10 Is er fossiel bewijs van reuzen? En zijn er nog reuzen die op aarde lopen? Werkelijke mensen van 15 meter lang? Nee. Maar we hebben visuele afbeeldingen waarbij mensen afgebeeld worden als 4,5 meter lang. Maar dat is een soort opzettelijke codering. In het oude Nabije Oosten geloofden ze dat hun goden een ritueel lichaam hadden. Dat was ongeveer 4,5 meter groot. En als je kijkt naar wat we hebben van opgegraven tempels van Baäl, bijvoorbeeld, waar ze voetafdrukken hebben die Baälsvoetafdrukken zouden moeten zijn. Terwijl hij naar binnen liep om als het ware in zijn tempel gekroond te worden, was het idee van die voetafdrukken. En als je de paslengte meet, is die gebaseerd op het feit dat hij ongeveer 4,5 meter groot was. Maar deze zijn voetafdrukken zijn duidelijk door mensen uitgehouwen. Maar het idee is dat dat de lengte van de goden was. Dus zo worden de Nephilim meestal afgebeeld.
11 Wie is Goliath?
Goliath is een van de laatste achterblijvers. Aan het einde van het boek van Jozua staat dat de laatsten van de Anakieten, een ander woord voor Nephilim, naar Filistijns gebied vluchtten. En toen David koning werd, roeide hij de laatsten van hen uit. Goliath was er een van. Volgens de Griekse Oudtestamentische traditie, was hij 1,98 meter, wat ongeveer. Maar wat in de vroege ijzertijd hem gigantisch zou hebben gemaakt, want de gemiddelde man was ongeveer 1,65 meter. In de Hebreeuwse tekst is hij 2,97 meter, wat duidelijker een soort bovennatuurlijke soort lengte is.
Er waren zeker mensen die abnormaal lang waren, zo rond de 1,98 m, 2,01 m. We hebben niet veel skeletresten uit die periode. Er zijn talloze meldingen uit de 19e eeuw in Noord-Amerika, in de VS, van mensen die skeletten van 2,7 meter lang vonden in een grot in Nevada, enz. Ze werden allemaal vernietigd door het Smithsonian. Is dat allemaal waar? Niet voor zover wij konden nagaan, niet voor zover wij konden verifiëren. En sommige daarvan bleken nep te zijn, zoals die van de Cardiff Giant. Wat evangelisch christendom werd, daar was heel sterk het idee dat we wetenschappelijk moesten bewijzen dat alles in de Bijbel letterlijk waar is. Ja. En dat leidde tot een aantal van die krampachtige pogingen.
Carlson: Maar voor zover je weet, zijn er op aarde nog nooit fossielen gevonden van mensen? Niet aantoonbaar. We hebben het niet kunnen vaststellen.
Carlson: Geloof je dat, aangezien Genesis 6 zegt dit proces van de zonen van God die de dochters van de mens bevruchten nog steeds gaande is? Denk je dat dat nu gebeurt? Ik bedoel, het zou zeker kunnen. Ja, het zou zeker kunnen. Zoals we al zeiden was 80 jaar geleden ze iets soortgelijks deden met de Japanse keizer. Er is geen reden waarom het niet zou kunnen. Er is geen reden waarom de bijbehorende rituelen met mensenoffers en dergelijke niet zouden kunnen plaatsvinden, want het zijn slechts glimpen ervan.
Carlson; Ik bedoel, wat is interessant in de Epstein-dossiers bijvoorbeeld? Die, voor zover ik ze heb gelezen, slechts hints geven over verschillende dingen en je hebt geen idee wat het precies betekent. Het is alsof je een esoterische tekst leest. Er is een fixatie op bloed en genetica, en dat lijkt al zo te zijn sinds de tijd dat we praten over bloed, mensenoffers, seks, niet alleen voor plezier, maar ook voor voortplanting. Maar als ritueel zijn dit terugkerende motieven in de menselijke geschiedenis. Aleister Crowley is een echt persoon en de Inca's deden hetzelfde, een afgelegen Afrikaanse stam deed, de Kanaänieten deden het, het is alsof iedereen hetzelfde doet.
Voorbeeld van zwarte magie: De Babalon Working was een reeks magische ceremonies die van januari tot maart 1946 werden uitgevoerd door auteur, baanbrekend raketbrandstofwetenschapper en occultist Jack Parsons en Scientology-oprichter L. Ron Hubbard.
Dit ritueel was in wezen ontworpen om een individuele incarnatie van Babalon te manifesteren. De uitgevoerde rituelen waren grotendeels gebaseerd op seksmagie zoals beschreven door de Engelse auteur en occult leraar Aleister Crowley. Crowley correspondeerde met Parsons gedurende de Babalon Working en waarschuwde Parsons voor zijn mogelijke overreacties op de magie die hij uitvoerde, terwijl hij tegelijkertijd Parsons' werk tegenover anderen bespotte.
Na zijn vertrek bij JPL en de oprichting van zijn eigen bedrijf kocht Jack Parsons een huis in Pasadena, algemeen bekend als "de Parsonage", waar hij experimenten uitvoerde op het gebied van zowel raketwetenschap als rituele magie.
Carlson: Ik bedoel, ik ben geen priester zoals jij, dus misschien ben ik dit gewoon aan het uitzoeken, maar het is duidelijk dat mensenoffers duistere krachten brengen aan de mensen die ze plegen. Ja. Hekserij is echt. En als je puur heidense bronnen leest, zijn ze er vrij eerlijk over zijn.,
Het doel ervan is om met demonen te communiceren. Deze geesten nemen bezit van hen, nemen hun lichaam over, en nemen deel aan deze dingen. Zoals Haïtiaanse voodoo en Afrikaanse voodoo. Maar zeker in Haïti, daar is sprake van mensenoffers. Het wordt om de een of andere reden ontkend in de Amerikaanse media, maar praat met een willekeurige Haïtiaan erover. Het gebeurt. Het is de kern van de religie. Maar het doel ervan is kinderen te doden om spirituele kracht te ontvangen. En het gaat nog steeds door.
12 Epstein en de vernietiging van de aarde
Carlson: Bij de vrijgave van de Epstein dossiers, zei ik op mijn podcast: "Nou, we weten nu dat de wereld wordt geregeerd door demonenaanbiddende pedofielen." Zoals het al sinds het Romeinse Rijk is. En zelfs daarvoor. In dit opzicht, en het niet bewust zijn van de spirituele wereld of het negeren of ontkennen ervan, zorgt er niet voor dat die ophoudt te bestaan. Het is een beetje alsof je door een mijnenveld loopt onder vuur en gewoon ontkent dat er een oorlog gaande is. Je gaat uiteindelijk slachtoffer worden, toch, van de spirituele oorlogsvoering en dingen die overal om je heen gebeuren en die je weigert te zien.
Carlson: Het lijkt er ook op dat, de wereld die je beschrijft de wereld vóór de zondvloed een wereld is die zich volledig heeft overgegeven aan de heerschappij van demonen. Ja. De technologie die ze toen hadden was eengeschenk van demonen, de gevallen engelen, de Wachters. Het is antihumaan. En dan zuiverde God de wereld door de Zondvloed. Maar het is opnieuw hetzelfde.
13 Wanneer zal Christus terugkeren?
Carlson: Wat zijn de implicaties daarvan voor het moment waarin we leven, op de rand van AI? In het Nieuwe Testament in het Boek Openbaring gaat het over het einde van de wereld en de glorierijke wederkomst van Christus. En dit tijdperk wordt vergeleken met de dagen van Noach. Er wordt altijd naar verwezen als en wanneer Petrus antwoordt op de vraag waarom Christus er zo lang over doet om terug te keren, ondanks al het lijden en al het kwaad in de wereld: God is geduldig en geeft de maximale tijd voor berouw. Maar de wereld heeft een punt bereikt, en zal opnieuw een punt bereiken waar niemand meer geïnteresseerd is in die mogelijkheid.
En dat is wanneer het einde zal komen omdat het dan geen zin meer heeft om het uit te stellen. Maar ik denk dat het belangrijk is dat mensen begrijpen dat de manier waarop er, zelfs in Christelijke kringen, vaak over verlossing wordt gesproken, is dat het de verlossing van de wereld is. En ik wil niet dat iemand uit dit gesprek de conclusie trekt: wel, ik zou kunnen sterven en naar de hemel gaan en van dit alles afkomen.
Maar de verlossing begint hier. Je kunt nu gered worden. Je kunt nu bevrijd worden van de slavernij van zonde, van de slavernij van de wereld. Dat is het doel van de Kerk van Christus, met de sacramenten. En dat houdt ook in dat we dan kunnen genieten van Christus‘ belofte: genieten in de Hemel van het eeuwig leven.
Carlson: Hoe voelt het persoonlijk voor je als je ziet dat de wereld zich ontwikkelt op een manier die gewoon expliciet kwaadaardiger is en dat de leiders van de wereld openlijk demonisch worden? Boezemt dat je angst in?
Nee, want ik denk dat het kwade zich openbaart. En ik denk niet dat dit allemaal zomaar ineens opnieuw is begonnen. Er is een soort populair verhaal dat alles prachtig was vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot ongeveer 1968. En dat is gewoon helemaal niet waar. En er zijn een aantal mogelijkheden om mensen te helpen. Ik heb elke dag te maken met individuele levens in de kerk en ik word geconfronteerd met het feit dat geestelijk kwaad echt bestaat. En dit kan de schok zijn dat iemand ervaart en hem ertoe brengt te denken: God is echt, demonen zijn echt, de Hemel en de Hel zijn echt.
En dan komen ze uiteindelijk tot redding. En de patronen in iemands leven zijn niet alleen maar slechte gewoonten die je op elk moment kan afleren. Er speelt iets in iemands leven waar je van bevrijd moet worden. En dat zal een aantal dingen, een aantal veranderingen van jezelf vergen en een aantal genezingen vereisen van God. Er is een kans voor veel mensen om geholpen te worden, om vrijheid te vinden, om verlossing te vinden, om hun leven te transformeren.
Carlson: Wat is het proces om bevrijd te worden?
Je moet eerst je onderwerpen aan God. En de Kerk biedt een gemeenschap en de nodige sacramenten (de Biecht en de Eucharistie). Het helpt je transformeren. Want je kunt geen leven in isolement leiden. God houdt van je. God heeft mededogen. Het is niet iets wat je in je eentje kunt oefenen. En dat begint met het doopsel om bij de Kerk te horen. Bij de gemeenschap. En een relatie met God te hebben door gebed. En dat is niet simpel. Je kunt terugvallen, maar dan moet je terug opstaan en verder gaan op weg.
Daarom vroeg ik een vriend die predikant was bij de Assemblies of God: "Heb je de dag waarop je tot geloof kwam, de datum, voorin je Bijbel geschreven?" Hij zei: "Oh ja. Ik heb ze allemaal opgeschreven." Want hij ging vooruit en dan dacht hij weer: "Oh, ik denk dat dat niet gelukt is. Laat ik het nog eens doen." Het leven van groei naar God is een voortdurend proces dat niet alleen gedurende dit leven gebeurt, maar zich uitstrekt tot in de eeuwigheid. We zullen niet op het punt komen dat we kunnen zeggen: nu weet ik alles over God. Het is voor altijd deelhebben aan Gods leven.