Samenvatting per deel - 4
In deel 25 benadrukt Jezus de onomkeerbaarheid van het Koninkrijk van de Goddelijke Wil, waarbij Hij Zijn openbaringen presenteert als fundamentele wetten die de mensheid bevrijden.
De onomkeerbaarheid van het Koninkrijk: Jezus verzekert Luisa dat de vestiging van het Koninkrijk van de Goddelijke Wil op aarde een vaststaand goddelijk besluit is. Niets kan dit plan tegenhouden; de menselijke wil zal uiteindelijk buigen voor de zegevierende kracht van de Goddelijke Wil.
De openbaringen als fundamentele wetten: De lessen die Jezus geeft, worden gepresenteerd als de officiële wetboeken en constituties van het nieuwe tijdperk. Deze wetten zijn niet bedoeld om te beperken, maar om de mensheid te bevrijden uit de slavernij en de duisternis van het eigen menselijke ego.
Het herstel van de oorspronkelijke bruidsschat: Jezus legt uit dat God de mens bij de schepping voorzag van een onmetelijke 'bruidsschat' van onschuld, heerschappij, licht en goddelijke deugden. Door te leven in de Wil ontvangt de ziel deze verloren gegane erfenis in haar totaliteit terug.
De dringende verspreiding van de waarheden: Er ligt in dit deel een sterke nadruk op de haast die geboden is bij het bekendmaken van de geschriften. Jezus vergelijkt deze waarheden met de dageraad: hoe sneller de kennis zich verspreidt, hoe sneller het spirituele duister uit de wereld zal verdwijnen.
De kosmo-spirituele "Ronden": De ziel wordt aangemoedigd om haar "Ronden in de Goddelijke Wil" voort te zetten. Door in gedachten langs alle scheppingsdaden te gaan, herstelt de mens de harmonie met de Schepper en brengt zij God de liefde en aanbidding die de rest van de wereld nalaat.
In deel 26 bevat diepe mystieke openbaringen waarin Jezus de ziel uitnodigt om haar koninklijke erfenis op te eisen en de schepping in een heel nieuw licht te bekijken.
De Goddelijke Wil als een "Goddelijk Leger": Jezus beschrijft Zijn Wil als een onoverwinnelijke legermacht van licht en genade. Een ziel die zich hierin bevindt, geniet van een absolute spirituele veiligheid; zij is omringd door een ondoordringbare vesting die haar beschermt tegen de grillen van de menselijke natuur.
De "Kussen voor de Zon" en de kosmische feeststemming: Er wordt onthuld dat de hele schepping zich in een voortdurende spirituele feeststemming bevindt omdat Gods Wil er perfect in regeert. Wanneer de ziel haar "Ronden" doet, drukt zij als het ware 'kussen' van liefde op de zon, de wind en de sterren, waarmee zij namens de mensheid de Schepper bedankt.
De onverbrekelijke eenheid van licht en warmte: Jezus legt uit dat in een ziel die in de Goddelijke Wil leeft, het goddelijke licht en de goddelijke warmte (liefde) niet meer te scheiden zijn. Haar daden stralen automatisch Gods waarheid uit en verwarmen tegelijkertijd de harten van de mensen om haar heen.
De wedergeboorte van de mensheid via Maria: De Maagd Maria wordt in dit deel specifiek belicht als de koningin die de weg baant voor het nieuwe tijdperk. Haar volmaakte leven in de Wil functioneert als de spirituele moederschoot waarin de hergeboorte van de mensheid en de komst van het Koninkrijk worden voorbereid.
Het herstel van het oorspronkelijke 'erfrecht': Jezus hamert erop dat de mens niet geschapen is om een dienaar te zijn, maar de kroon op de schepping. Door de eigenwil los te laten, eist de ziel haar legitieme erfrecht op. Zij wordt weer de ware eigenaar van Gods goederen en regeert over haar eigen passies en de spirituele wereld.
In deel 27 legt Jezus uit dat Zijn Goddelijke Wil het fundament en de dragende kracht is van de schepping. Het verdiept de leer over hoe de ziel functioneert als de actieve eigenaar en bewaker van Gods scheppingswerken.
De Goddelijke Wil als fundament en motor: Jezus openbaart dat Zijn Wil de dragende kracht en de innerlijke motor is van het hele universum. Niets kan bestaan zonder deze Wil; wanneer de ziel hierin binnentreedt, krijgt zij direct toegang tot de universele bron die alles in stand houdt.
Het "Kleine Al" omvat het "Onmetelijke Al": Een centraal mystiek concept in dit deel is de paradox van de ziel. Hoewel de menselijke ziel klein en beperkt is (het "Kleine Al"), kan zij door te versmelten met de Goddelijke Wil de oneindige Godheid (het "Onmetelijke Al") omvatten en in haar binnenste dragen.
God teruggeven aan God: Jezus legt uit dat de ziel die in Zijn Wil leeft, de beschikking krijgt over Gods eigen liefde, licht en heiligheid. Zij gebruikt deze goddelijke eigenschappen vervolgens om God een volmaakte aanbidding te schenken. Zij geeft hiermee in feite God aan God terug namens de gehele schepping.
Herstel van de koninklijke waardigheid: De mensheid is door de zondeval haar koninklijke status verloren en vervallen tot spirituele armoede. In dit deel wordt benadrukt dat het leven in de Wil deze waardigheid volledig herstelt, waardoor de ziel niet langer als een bedelaar of dienaar leeft, maar als een legitiem koningskind.
De 'sprong van vreugde' bij voortdurend gebed: Elke handeling en elk innerlijk gebed in de Goddelijke Wil veroorzaakt een mystieke 'sprong van vreugde' in de Heilige Drie-eenheid. De ziel brengt God hiermee een voortdurende troost en herstelt de oorspronkelijke, harmonieuze orde die God voor ogen had bij de schepping.
In deel 28 draait het om de goddelijke onveranderlijkheid, waarbij Jezus uitlegt dat zielen die in Zijn Wil leven, worden opgenomen in een stabiele, vredige staat die de menselijke wankelmoedigheid overstijgt.
De Goddelijke Onveranderlijkheid: Jezus openbaart dat de menselijke natuur van nature wankelbaar en veranderlijk is (vandaag enthousiast, morgen moedeloos). De Goddelijke Wil daarentegen is absoluut stabiel en onveranderlijk. Wanneer de ziel in de Wil leeft, wordt zij opgenomen in deze goddelijke standvastigheid, waardoor haar spirituele leven vrij wordt van emotionele schommelingen.
De spirituele wederopstanding door het offer: Het volledig opofferen en 'doden' van de eigen menselijke wil wordt niet gepresenteerd als een verlies, maar als de noodzakelijke voorwaarde voor een glorieuze spirituele wederopstanding. Pas wanneer de eigen wil volledig stilligt, kan het goddelijke leven in volle glorie in de ziel opstaan.
De schepping als een te bezoeken territorium: Jezus nodigt de ziel uit om de schepping te zien als haar eigen koninklijke territorium. Zij is geroepen om dit gebied in de geest te bezoeken en op elk element (het licht van de zon, de bomen, de zee) Gods liefde te beantwoorden. Hierdoor fungeert de ziel als de stem van de stomme schepping.
Het vullen van de "Lege Ruimtes": Jezus legt uit dat de menselijke wil en eigen gedachten lege, duistere ruimtes in de ziel creëren. Door elke gedachte en handeling bewust aan God toe te wijden en in Zijn Wil te plaatsen, worden deze leegtes onmiddellijk gevuld met goddelijke daden, licht en eeuwigheidswaarde.
De ononderbroken stroom van goddelijke vrede: In de Goddelijke Wil bestaat geen angst, twijfel of onrust. Jezus benadrukt dat een ziel die in Zijn Wil verankerd is, een diepe, innerlijke vrede geniet die door geen enkele aardse beproeving of tegenslag kan worden aangetast.
In deel 29 openbaart Jezus de onvermijdelijke komst van Zijn Koninkrijk op aarde, waarbij de Goddelijke Wil centraal staat. De teksten benadrukken de rol van Maria als overwinnaar en de belofte dat de mensheid, door het 'Onze Vader', in deze heilige staat zal leven.
De vervulling van het Onze Vader: Jezus openbaart dat de bede "Uw Wil geschiede op aarde zoals in de Hemel" een profetische belofte is. Dit deel beschrijft de definitieve komst en zegeviering van het Koninkrijk op aarde als de realisatie van dit eeuwenoude gebed.
Maria als de Triomferende Koningin: De Maagd Maria staat centraal als de overwinnaar die de weg baant voor dit nieuwe tijdperk. Haar volmaakte 'Fiat' fungeert als het fundament en de spirituele moederschoot waarin de hergeboorte van de mensheid wordt voorbereid.
Toegang tot alle historische heiligheid: Een ziel die in de Goddelijke Wil leeft, krijgt toegang tot de verdiensten en de heiligheid van alle heiligen uit de hele geschiedenis. Zij overstijgt de beperkingen van de tijd en treedt binnen in de universele, kosmische orde van God.
Het herstel van het kosmische evenwicht: Wanneer de mens zijn eigen wil volledig onderwerpt aan God, herstelt dit de harmonie in de kosmos. De ziel fungeert als een bindelid dat de breuk tussen de Schepper en de schepping definitief dicht.
De geschriften als levend, goddelijk voedsel: De openbaringen en waarheden uit deze boeken zijn niet louter theorie, maar functioneren als spiritueel voedsel. Deze kennis bezit een scheppende kracht die nodig is om het goddelijke leven in de ziel te voeden en te laten groeien.
In deel 30 openbaart Jezus hoe daden verricht in de Goddelijke Wil dienen als eeuwige bewakers en dragers van licht.
Daden als eeuwige bewakers: Jezus legt uit dat elke handeling die bewust in de Goddelijke Wil wordt verricht, verandert in een onvergankelijk licht. Deze daden blijven eeuwig in Gods aanwezigheid bestaan als getuigen en bewakers van de liefde van de ziel.
Maria als de unieke kosmische schakel: De Maagd Maria wordt geopenbaard als de vitale brug tussen de Heilige Drie-eenheid en de mensheid. Haar ononderbroken leven in de Goddelijke Wil stelt haar in staat om de genaden van de Schepping en de Verlossing continu naar de aarde te kanaliseren.
De ziel als beschermer van de scheppingsdaden: Wanneer de ziel haar spirituele "Ronden" door de natuur doet, eigent zij zich Gods creaties toe. Zij wordt de actieve beschermer en stem van de zon, de sterren en de zee, en geeft God de lofprijzing terug die de schepping in zich draagt.
Kennis als transformerend medicijn: Jezus benadrukt dat de openbaringen in dit deel werken als een goddelijk medicijn. Het begrijpen van deze waarheden reinigt het menselijke verstand van aardse logica en herstructureert de ziel, zodat zij klaar is om Gods Koninkrijk te huisvesten.
De onophoudelijke uitstorting van goddelijk licht: Elk woord dat Jezus tot Luisa spreekt, bezit scheppende kracht. Dit licht verlicht niet alleen het intellect, maar dringt diep door in de ziel om de menselijke wil stap voor stap te verteren en te vervangen door de Goddelijke Wil.
In deel 31 leert Jezus dat leven in de Goddelijke Wil de ziel transformeert tot een verlengstuk van Gods acties.
De ziel als een verlengstuk van Gods acties: Jezus legt uit dat wanneer een ziel in de Goddelijke Wil leeft, haar handelingen niet langer louter menselijk zijn. Haar daden smelten zo diep samen met Gods wezen dat de ziel een direct, levend verlengstuk wordt van de goddelijke operaties op aarde.
De vergoddelijking en overname van de menselijke vermogens: Zodra de ziel haar eigen wil volledig afstaat, neemt de Goddelijke Wil de controle over. Het menselijke verstand, de wil en het geheugen worden doordrenkt met goddelijk licht, waardoor de mens begint te denken, te willen en te herinneren zoals God dat doet.
De oneindige waarde van het alledaagse: Elke kleine, gewone handeling (zoals ademen, werken, rusten of eten) verliest haar tijdelijke karakter wanneer ze in de Goddelijke Wil wordt geplaatst. De daad krijgt een oneindige, kosmische waarde en verspreidt genade en licht over de gehele mensheid.
Kennis als noodzakelijke transformatiekracht: Jezus benadrukt dat de openbaringen over Zijn Wil geen droge theorieën zijn, maar levende zaden. Het lezen en overweeg opent de ziel voor voortdurende spirituelle groei en functioneert als de onmisbare sleutel om Gods Koninkrijk daadwerkelijk binnen te treden.
Het herstel van de oorspronkelijke scheppingsharmonie: Door te leven in de Goddelijke Wil herstelt de ziel in haar eigen binnenste de perfecte orde en harmonie die door de zondeval van Adam verloren waren gegaan. Zij brengt God hiermee de exacte liefde en eer terug waarvoor de mensheid oorspronkelijk is geschapen.
In deel 32 openbaart Jezus hoe de Goddelijke Wil de ziel verandert in een levende tempel, wat de verbondenheid met God herstelt. De ziel als een levende tempel: Jezus openbaart dat de ziel die volledig opgaat in de Goddelijke Wil, transformeert in een actieve, levende tempel voor de Heilige Drie-eenheid. God woont hierin niet als een tijdelijke gast, maar voert er permanent Zijn goddelijke operaties in uit.
De constante uitwisseling van liefde: Er wordt een staat van mystieke wederkerigheid beschreven waarin een onophoudelijke stroom van liefde op en neer beweegt tussen God en de ziel. Elke ademhaling en elke gedachte van de mens beantwoordt direct aan de oneindige liefde van de Schepper.
De geschriften als de sleutel tot het Koninkrijk: Jezus benadrukt dat de geopenbaarde waarheden in dit deel essentieel zijn voor de mensheid. Deze lessen fungeren als de spirituele sleutel en het licht die de deuren naar het Koninkrijk van de Goddelijke Wil openen en de verspreiding ervan bespoedigen.
Het herstel van de kosmische harmonie: Door de zondeval van Adam raakte de harmonie tussen de mens en de schepping diep verstoord. Leven in de Goddelijke Wil wist de spirituele gevolgen van deze breuk uit, waardoor de ziel weer in perfecte, oorspronkelijke balans met de hele kosmos komt te staan.
De verheffing boven menselijke beperkingen: Zodra de menselijke wil stilligt, wordt de ziel losgekoppeld van de beperkingen van tijd en ruimte. Haar gebeden en daden krijgen een universeel karakter en reiken direct over de hele mensheid uit, van het verleden tot in de toekomst.

