Deel 16 - 13/8/1923: Een eenvoudige mens (Adam) verbrak de relatie die bestond tussen de Goddelijke Wil en de mensen. Deze breuk dwarsboomde Gods’ Plan met de mens. Een andere eenvoudige mens, de Maagd Maria, Koningin van allen, begiftigd met vele genaden en voorrechten, maar toch een mens, kreeg echter de opdracht om zich te verbinden met de Wil van haar Schepper om de breuk te herstellen die door de eerste mens was veroorzaakt. De eerste was een vrouw (Eva) en de tweede was ook een vrouw. Zij was degene die Ons, door haar wil aan de Onze te verbinden, Ons de eer, de onderwerping en het respect voor de Rechten van de Schepper teruggaf.
Eén enkele mens had het kwaad op de aarde gebracht en de ondergang van alle generaties gezaaid. Een andere mens bracht het Goede terug op aarde. Door zich te verbinden met de Wil van haar Schepper, vormde zij het Zaad van het eeuwig Fiat, dat Redding, Heiligheid en Welzijn voor iedereen zou brengen. Terwijl dit hemels meisje opgroeide, groeide ook het Zaad van het Fiat in haar. En toen dit Zaad een Boom was geworden, werd het Eeuwige Woord verwekt in haar maagdelijke Schoot, waar de Eeuwige Wil als soevereine Koning regeerde. Zie je hoe alle Goeds voortkomt uit de Goddelijke Wil en hoe alle kwaad zich vertoonde, toen de mens zich terugtrok uit deze Goddelijke Wil!
Als Ik geen mens gevonden had, wiens Leven in Mijn Wil was en die zich met Mij verenigde, had Ik niet willen, noch kunnen uit de Hemel neerdalen om een menselijk lichaam aan te nemen met het doel de mens te redden. Zo was mijn Moeder de kiem van “Uw Wil geschiede op aarde zoals in de Hemel”. Aangezien de heerschappij van Gods Wil op aarde vernietigd was door een mens, was het noodzakelijk dat een andere mens deze zou herstellen. Vanuit het Zaad van mijn Wil dat zich in mijn Goddelijke Moeder bevond, vormde mijn Mensheid, die nooit gescheiden werd van mijn Godheid, het grote project van de menselijke wil in de Goddelijke Wil. Mijn menselijke wil was één met mijn Goddelijke Wil.
Hierdoor werden al mijn menselijke daden verenigd met de Goddelijke Wil. Door de Goddelijke Wil was Ik op de hoogte van alle daden van alle generaties. Met mijn menselijke wil herstelde Ik hen en verenigde Ik hen in de Eeuwige Wil. Geen enkele handeling kon Mij ontgaan. Zij werden allemaal door Mij in orde gebracht in het zeer zuivere Licht van de Allerhoogste Wil. Ik kan zeggen dat de Verlossing Mij relatief weinig gekost heeft: mijn uiterlijk Leven, het Lijden van mijn Passie. Mijn Voorbeelden en mijn Woorden waren voldoende geweest en alles had snel kunnen gebeuren.
Om het grote project van de versmelting van de menselijke wil met de Goddelijke Wil te realiseren, om alle door de menselijke wil verbroken schakels te herstellen, moest Ik: - mijn gehele innerlijk Leven, - mijn gehele verborgen Leven, - al mijn innerlijk Lijden inzetten, hetgeen veel talrijker en intenser was dan mijn uiterlijk Lijden en nog steeds niet bekend is. Ik heb niet alleen gebeden voor de vergeving van zonden en de redding en de bescherming van het menselijk leven, zoals Ik dat deed in mijn Passie. Het ging echter om de vernieuwing van het gehele innerlijk van de mens. Ik moest de Zon van de Eeuwige Wil laten opgaan.
Deze zou met Kracht het hele innerlijk van de mens, zelfs zijn meest intieme vezels bereiken, hem naar de Schoot van mijn Hemelse Vader leiden en hem doen herboren worden in zijn Eeuwige Wil. O, hoe veel gemakkelijker was het voor Mij om te bidden voor de redding van de mens dan om zijn innerlijk te herscheppen in mijn Goddelijke Wil! En als Ik dat niet gedaan had, zou de Verlossing niet volledig geweest zijn en geen Werk dat een God waardig was. Ik zou niet alle delen van de mens vernieuwd hebben. ik zou ook de heiligheid in hem, die hij verloren was door zijn relatie met de Goddelijke Wil te verbreken, niet hersteld hebben. Het project is al gerealiseerd.
Maar vooraleer het bekend gemaakt wordt, moet de mens eerst weten dat hij door mijn Leven en mijn Passie vergeving en verlossing kan verkrijgen. Dit maakt hem bereid om vervolgens te leren hoe Ik voor hem het grootste en belangrijkste heb afgedwongen: de terugkeer van zijn wil in de Mijne. Zo worden zijn edele afstamming en de brug tussen zijn wil en de Mijne. hersteld. En zo vindt hij zijn oorspronkelijke staat terug. Mijn dochter, mijn eeuwige Wijsheid had bepaald dat een hemels meisje, het heiligste van allemaal, aan de basis zou liggen van de nieuwe verheffing van de mens in mijn Goddelijke Wil.
Ik wil nu een andere mens laten binnentreden in de eeuwige verblijfplaatsen van mijn Wil door: - haar wil aan de Mijne te verbinden, - haar te verenigen met al mijn Daden, - haar innerlijk terug te brengen naar de Zon van mijn Eeuwige Wil. Hierdoor wil Ik door haar dit project openstellen voor de generaties, zodat iedereen die dit wil er toegang toe kan krijgen. Tot nu toe konden de mensen genieten van de Vruchten van de Verlossing. Voortaan zullen zij verder kunnen gaan en zij zullen kunnen genieten van de vruchten van ‘Uw Wil geschiede op aarde zoals in de Hemel’. Zij zullen het verloren Geluk terugvinden, die adel en die hemelse vrede, die de mens door zijn wil van de aardbodem heeft doen verdwijnen.
Dit is de grootste Genade die Ik de mens kan schenken. Want door hem terug te brengen naar mijn Wil, geef Ik hem al het Goede terug dat Ik hem bij zijn schepping gegeven had. Wees dus aandachtig. Het gaat immers om het openen van een grote Bron van Weldaden voor al je broeders."
Deel 16 - 15/11/1923: Deze Wil wordt door andere mensen afgewezen. Hij wil op aarde komen regeren en daarom zoekt Hij iemand die Hem zal ontvangen, begrijpen en liefhebben. Om te kunnen komen heersen, wil Hij een kleine ziel vinden die zich zal aanbieden om alle Daden te ontvangen die de Goddelijke Wil voor de mensen bestemd had om hen gelukkig en heilig te maken. Maar dit Geluk, deze Heiligheid en deze Goede Dingen die de Eeuwige Wil voor de mensen voorbereid had, - net zoals Hij de hele schepping voorbereid had, zijn nog in afwachting van ontvangen te worden. En als Hij niemand vindt die ze in ontvangst neemt, om de Goddelijke Wil alle eer en lof te geven die de andere mensen Hem niet gegeven hebben, zal Hij niet kunnen komen regeren op aarde.
Het is dus jouw taak - om alle generaties te omarmen, - om in hun plaats alle daden van de Allerhoogste Wil, die zij afgewezen hebben, te ontvangen Als je dat niet doet, zal mijn Eeuwige Wil zich niet kunnen verheugen van te komen regeren. Hij zal zoals in het verleden, tranen blijven vergieten vanwege de grote ondankbaarheid waarmee Hij afgewezen werd. Wie weent, regeert niet. Daarom wil Hij: - dat er eerherstel komt voor de afwijzing van de Daden van zijn Wil door de mensen, en - iemand die met Liefde zijn Geluk en zijn Goede Dingen ontvangt.
Uw Jezus zal voor alles zorgen. Dat is nodig, net zoals het nodig was, dat een kleine dochter van Ons, mijn Moeder, het als haar taak beschouwde om alle daden van onze Wil die door de mensen afgewezen werden, in zich op te nemen. Zij maakte hen zich eigen, ontving hen met dankbaarheid en waardigheid, beminde hen, beloonde Ons ervoor, door hen volledig te omarmen, voor zover dat mogelijk is voor een schepsel. De Godheid zag dat zijn Wil door deze kleine in de Schepping werd geïntegreerd, niet alleen voor zichzelf, maar voor alle anderen.
Hij voelde zich zo aangetrokken dat Hij, na al zijn Scheppingsdaden, de grootste, meest wonderbare Daad verrichtte, namelijk het verheffen van dit kleintje tot de unieke en exclusieve waardigheid van Moeder van haar eigen Schepper. Ik, het Eeuwige Woord, zou nooit uit de Hemel neergedaald zijn als Ik niet mijn Wil in haar gevonden had, hetgeen Wij trouwens voor alle mensen gewenst hebben.
Het doel van de Schepping kon bereikt worden. En zo kwamen Wij tot Daden, dwz. dat het Woord vlees werd, - eerst om de mens te verlossen en - vervolgens om "onze Wil te laten geschieden op aarde zoals in de Hemel". Ja, het was mijn Moeder die, door onze gehele Wil in zich op te nemen, pijlen naar de Godheid stuurde. Zo werd het Woord, geraakt door onze eigen pijlen, als door een krachtige magneet, naar haar boezem getrokken. Wij kunnen niets weigeren aan degene die onze Wil bezit. Zie dus de noodzaak voor Mij om een andere mens te vinden die zich aanbiedt om alle handelingen van onze Wil met betrekking tot de Schepping in zich op te nemen, om zo het Fiat te voltooien: - dat Mij naar de aarde heeft gebracht, - en dat enkel door mijn Moeder gewenst en begrepen werd. De Godheid wil opnieuw door zijn eigen pijlen worden verwond om de generaties dit grote Goed te schenken: dat mijn Wil in hen heerst.
Wat is de taak van de goddelijke wil? Jezus zegt nu tegen ons: verbind je. Jezelf met Luisa en ook jij kunt alle liefde en geluk ontvangen die de goddelijke wil inhoudt. Wij kunnen hier ook aan deelnemen als we onszelf vergeten. Het moet allemaal zijn voor de glorie van God, God prijzen, God liefhebben, God danken. Onze focus moet op Jezus liggen, wat Hij gaat doen, wat Hij voor ons wil. Hoe Hij wil dat we leven, en dat is zo mooi. We zijn eigenlijk niets. Daarom zeggen we: 'Ik ben niets, God is alles.' We zijn allen zondaars. Maar Jezus zoekt de nederige kleinen.
Jezus: Mijn Moeder Maria nam haar taak op zich om in zichzelf alle daden van onze allerheiligste goddelijke wil te ontvangen. Verworpen door schepselen, maakte OLVrouw ze tot de hare. OLVrouw hield van hen, herstelde hen en eiste dat ze de hele ruimte zo veel mogelijk vulden. Jezus: Voor de mensheid, herstellen en opnieuw doen, dat is wat Mijn Moeder deed. Jezus zei: "Ja, jullie zijn klein, wij zijn klein." Jezus zegt dat dit nodig is. Waarom? Hij zegt: "Omdat jullie Mijn leven, het leven van Mijn Moeder, zullen overnemen. Wij zijn geroepen om dit in Hen te doen. Niet wij, want wij zeggen alleen maar: 'Ja, ik geef mijn menselijke wil aan U over. Ik wil mijn vrije wil gebruiken om te kiezen om in de goddelijke wil te leven.' Voor U, want dit is wat U wilt. God zegt: 'Goed, dan zorg Ik voor alles.' Wat zegt Jezus over de grote straf? Het grootste deel van de mensheid zal verdwijnen. Hij zegt:
1 Het gaat gebeuren en we zullen het meemaken.
2 Mijn Moeder markeert alle kleine kinderen van de goddelijke wil.
3 En er kan hen geen kwaad overkomen. De straf zal weinig of geen effect op hen hebben.
4 Hij zegt dat de overlevenden van deze grote straf de kleine kinderen van de goddelijke wil zullen zijn.
Er is niets om je zorgen over te maken. God heeft de touwtjes in handen. God wint. Hij is onze Redder, onze Koning.
Deel 16 - 20/11/1923: "Mijn dochter, waarom ben je bang? Je moet je niet laten leiden door gevoelens, maar door feiten. Is het niet zo dat jij mijn Wil omarmt en dat jouw wil iedereen wil verenigen om hen aan mijn Wil te binden, om alle verbroken banden tussen de menselijke wil en de Goddelijke Wil te herstellen? Je spant je in om de mensen te verdedigen en hen te verontschuldigen en om voor hen eerherstel te brengen aan de Schepper. Dat is een feit, nietwaar? Heb je door je 'ja' uit te spreken niet gezworen dat je in mijn Wil wilde leven? Ah! Deze 'ja' is een ketting die je aan mijn Wil gebonden houdt. Terwijl je in Hem je vreugde vindt, doet Hij je zelfs de schaduw van je eigen wil verafschuwen. Dat is ook een feit, net als vele andere dingen die je goed kent
Deel 16 - 24/11/1923: Ik overwoog het Uur van de Passie, waar mijn bedroefde Moeder haar dode Zoon in haar armen nam en Hem in het graf legde. In mijn binnenste zei ik: "Mijn Mama, samen met Jezus leg ik alle zielen in uw armen, zodat u hen allemaal erkent als uw kinderen. Neem hen één voor één op in uw Hart. Leg hen in de Wonden van Jezus. Zij zijn de kinderen van uw immense Smarten. Dit is voor u voldoende om hen te erkennen en lief te hebben. Ik wil alle generaties in de Allerhoogste Wil plaatsen, zodat niemand ontbreekt. In naam van allen geef ik U steun, medelijden en goddelijke troost". Toen ik dit zei bewoog mijn lieve Jezus zich in mij en Hij zei: "Mijn dochter, wist je maar met welk voedsel mijn bedroefde Moeder al deze kinderen gevoed heeft!". En ik: "Welk voedsel, mijn Jezus?".
Hij zei: “Jij bent mijn kleintje, door Mij uitverkoren voor de zending van mijn Wil en jij leeft in dat Fiat leeft waarin jij geschapen bent. Daarom wil Ik dat je de geschiedenis van mijn Eeuwige Wil kent: - zijn Vreugden en zijn Smarten, - zijn Effecten, zijn immense Waarde, - wat Hij deed, wat Hij ontving en - wie Zijn verdediging ter harte nam. De kleintjes hebben meer aandacht om naar Mij te luisteren, omdat hun gedachten niet gevuld zijn met andere dingen.
Tussen de Goddelijke Personen was deze Wil in opperste harmonie. Hij was ‘Eén’. In elke handeling die van Hem uitging, zowel ad intra als ad extra, gaf Hij Ons oneindige Vreugden, nieuwe Voldoeningen, immens Geluk. Wanneer Wij de machine van de Schepping naar buiten wilden brengen, hoeveel Glorie, hoeveel Harmonie en Eer gaf dit Ons niet! Van zodra het Fiat uitgesproken was, verspreidde dit Fiat: onze Schoonheid, ons Licht, onze Kracht, onze Orde, Harmonie, Liefde, Heiligheid, alles. Wij werden verheerlijkt door onze eigen Deugden, toen Wij door middel van ons Fiat de bloei van onze Godheid zagen, gesluierd in het gehele universum. Onze Wil stopte niet. Hij vloeide over van Liefde om de mens te scheppen.
Je kent de geschiedenis ervan. Dus ga Ik verder. Ah! Het was de mens die mijn Wil het eerste verdriet bezorgde. Mijn Wil wilde degene zijn, die als eerste handelde in de mens, om hem steeds nieuwe verrassingen van Liefde, van Vreugden, van Geluk, van Licht, van Rijkdom te geven. Hij wil altijd geven. Daarom wou Hij handelen. De mens wilde echter zijn eigen wil doen en hij brak met de Goddelijke Wil. Had hij dit maar nooit gedaan! Mijn Wil trok zich terug. En de mens stortte zich in de afgrond van alle kwaad. Welnu, om deze twee willen opnieuw met elkaar te verenigen, was er iemand nodig die een Goddelijke Wil in Zich droeg.
Ik, het Eeuwige Woord, beminde deze mens met een eeuwige Liefde. Daarom beslisten Wij, de Goddelijke Personen samen, dat Ik een menselijke gedaante zou aannemen: - om hem te komen redden, en - om de twee gescheiden willen opnieuw te verbinden. Maar waar kon Ik komen? Wie zou degene zijn die haar lichaam uitleende aan haar Schepper?
Daarom kozen Wij een Maagd. Omwille van de voorziene Verdiensten van de toekomstige Verlosser, was zij vrijgesteld van de erfzonde. Haar wil en de Onze waren één. Dit hemels meisje begreep de geschiedenis van Onze Wil. Wij, vertelden haar, als klein meisje, alles: - de pijn van Onze Wil en - hoe de ondankbare mens, door zijn wil van de Onze te scheiden, Onze Wil in de Goddelijke Cirkel begrensd had. Het was alsof de mens - Hem belemmerde in zijn Plannen, - Hem verhinderde al het Goede mee te delen en het Doel waarvoor hij geschapen was. Voor Ons is ‘geven’: - Onszelf gelukkig maken en ook degene die van Ons ontvangt.
Het is: - verrijken zonder te verarmen. - geven wat Wij van nature zijn, en Onszelf vormen in de mens door de Genade, - buiten Onszelf treden om te geven wat Wij bezitten. In het geven komt Onze Liefde vrij en Onze Wil verheugt zich. Als Wij niet geven, waarom hebben Wij dan de Schepping gevormd? Dus, enkel reeds het niet kunnen geven - aan onze kinderen, aan onze dierbare evenbeelden, was als een rouw voor Onze Allerhoogste Wil. We zagen de mens handelen, spreken, lopen, - zonder de eenheid met Onze Wil, omdat die door hem verbroken was. Wij wilden naar hem toe lopen met onze stromen van Genaden, van Licht, van Heiligheid, van Wetenschap, enz. enz. We konden dit echter niet doen en hierdoor had onze Wil pijn.
Elke daad van de mens was een pijn, omdat Wij zagen dat die daad: - geen goddelijke waarde in zich had, - geen schoonheid en heiligheid bezat - helemaal anders was dan onze eigen Daden. Oh! Hoe goed begreep het Hemelse Kleintje (OLVrouw) onze ergste Pijn en het groot kwaad van de mens door het verwerpen van onze Wil! Hoe vaak weende Zij hete tranen: - omwille van ons Verdriet en - omwille van zijn groot ongeluk. Daarom wilde Zij, uit angst, - haar wil zelfs niet één daad van leven toestaan. Hierdoor bleef zij klein. Hoe kon zij groot worden als haar wil geen leven in zich had? Maar wat Zij niet deed, deed Onze Wil: Hij maakte haar helemaal Mooi, Heilig, Goddelijk. Hij verrijkte haar zodanig dat Hij haar de grootste van allen maakte, - een Wonder van onze Wil, - een Wonder van Genade, van Schoonheid, van Heiligheid, Zij bleef altijd klein, zodanig dat Zij nooit uit onze armen afdaalde.
Zij nam onze verdediging op zich en zij herstelde alle, voor de Allerhoogste Wil, smartelijke handelingen. Zij was niet enkel in alles in overeenstemming met onze Wil, Zij maakte alle handelingen van de mensen tot de hare, Zij absorbeerde in zichzelf alles van onze Wil dat door hen verworpen werd. Zij vergoedde Hem, Zij beminde Hem. Zij hield Hem als een Schat in haar maagdelijk Hart en zij bereidde het voedsel voor van onze Wil voor alle mensen.
Zie je nu met welk Voedsel deze meest liefdevolle Moeder haar kinderen voedt! Het kostte haar haar gehele leven ongekende pijnen en het Leven Zelf van haar Zoon, om in zichzelf de overvloedige voorraad van dit Voedsel van mijn Wil te maken en het klaar te houden om, als een tedere en liefhebbende Moeder, al haar kinderen te voeden. Zij kon haar kinderen met geen grotere Liefde beminnen. Door hen dit Voedsel te geven , bereikte haar Liefde de hoogste graad. Naast zovele titels is de mooiste titel die haar kan gegeven worden: “Moeder en Koningin van de Goddelijke Wil”.
Mijn dochter, mijn Moeder deed dit voor het Werk van de Verlossing, Dat moet ook jij nu doen voor het Werk van het “Fiat Voluntas Tua”. Jouw wil mag geen leven in jou hebben. Je zal alle daden die elke mens in mijn Wil moet verrichten: - tot de jouwe maken, in jezelf plaatsen, en Mij wederliefde geven in naam van allen.
Deel 16 - 26/12/1923: Jezus: Mijn dochter, voor wie mijn Wil doet, is het altijd Kerstmis. Wanneer de ziel mijn Wil binnengaat, word Ik in haar verwekt. Wanneer zij doorgaat in mijn Wil, breng ik haar mijn Leven. Wanneer zij haar daad voltooit, gebeurt er iets groters: die ziel: - wordt zelf in Mij verwekt, - brengt haar leven in het Mijne en - neemt deel aan mijn eigen Daden. Wie één keer per jaar deelneemt aan het Kerstfeest, beleeft iets nieuws in zichzelf. Maar voor wie in mijn Wil leeft, is het altijd Kerstmis. Ik word herboren door elk van zijn daden. Wil je dan dat Ik slechts één keer per jaar in jou word geboren? Nee, nee! Voor wie mijn Wil doet, vormen mijn Geboorte, mijn Leven, mijn Dood en mijn Verrijzenis een voortdurende, nooit onderbroken handeling.
Daarna zei Hij mij: "Geliefde dochter van mijn Wil, kijk in Mij hoe de Allerhoogste Wil zelfs geen zuchtje leven toekende aan mijn menselijke wil, hoe heilig die ook was. Ik moest onder de druk van de Goddelijke Wil blijven, meer dan onder een pers. Hij vormde het Leven van al mijn hartslagen, van al mijn woorden, van al mijn daden. En mijn kleine menselijke wil stierf in elk van mijn hartslagen, van mijn ademhalingen, mijn daden, mijn woorden, enz. In werkelijkheid heeft deze wil nooit geleefd. Ik had hem alleen maar om hem voortdurend te laten sterven. En hoewel dat een grote eer was voor mijn Mensheid en het grootste wonder was, veranderde elke dood van mijn menselijke wil in een Leven van de Goddelijke Wil.
Dit voortdurend sterven was het grootste en bitterste martelaarschap van mijn Mensheid. O, hoe klein waren de pijnen van mijn Passie in vergelijking met dit voortdurend sterven van Mij! Hierdoor gaf Ik volmaakte glorie aan mijn Hemelse Vader, die Ik beminde met een Liefde die alle liefde van alle mensen samen overtrof. Sterven, lijden, soms iets groots doen, met tussenpozen, dat is niet zo groot. De heiligen en andere goede mensen hebben dat ook gedaan. Maar aangezien dit niet voortdurend was, vormde het - geen volmaakte glorie voor de Vader, - noch een verlossing die zich tot iedereen kon uitstrekken. Dus, mijn eerstgeboren dochter in mijn Eeuwige Wil, zie waar je Jezus je wil hebben: onder de wijnpers van mijn Goddelijke Wil, zodat jouw wil voortdurend de dood kan ondergaan, net zoals dat het geval was voor mijn menselijke wil.
Anders zal Ik het nieuwe tijdperk waarin mijn Wil op aarde zal heersen, niet kunnen doen aanbreken. Daarvoor zijn daden, lijden en het voortdurend sterven nodig om het’ Fiat Voluntas Tua uit de Hemel op aarde’ te laten neerdalen.
Deel 16 - 8/2/1924: Ik ging volledig op in de heilige Goddelijke Wil. Als de kleinste van alle mensen plaatste ik mijzelf aan het hoofd van alle generaties, zelfs teruggaand tot de tijd vóór de schepping van Adam en Eva. Zodat ik, vooraleer zij zondigden, eerherstel kon bieden aan de Goddelijke Majesteit. Er is immers in de Goddelijke Wil geen verleden, noch toekomst. Alles is tegenwoordig. En omdat ik nog zeer klein ben, kan ik dichter bij de Goddelijke Majesteit komen om bij Hem te pleiten. Ik wou mijn kleine daden verrichten in zijn Wil, om hiermee alle daden van de mensen te bedekken, om de menselijke wil te kunnen verbinden met de Goddelijke Wil zodat ze Eén worden.
Gezien mijn nietigheid, mijn ellende en mijn extreme kleinheid, heb ik tegen mezelf gezegd: "In plaats van mijzelf aan het hoofd van allen in de Allerheiligste Wil te plaatsen, zou ik me beter achter iedereen kunnen plaatsen, zelfs achter de laatste mens die komt. Want aangezien ik de meest verachtelijke en ellendigste van alle mensen ben, komt aan mij de laatste plaats toe."
Toen kwam mijn geliefde Jezus uit mijn binnenste tevoorschijn. Hij nam mijn hand en Hij zei mij: "Mijn kleine dochter, in mijn Wil moeten de allerkleinsten aan het hoofd van allen staan, eerder nog, in mijn Boezem zijn. Zij die moet pleiten, herstellen en die onze Wil moet verenigen, niet alleen met de hare, maar met die van allen, moet zo dicht bij Ons zijn en zodanig verenigd met Ons, dat zij alle Stralen van de Godheid ontvangt om hen in zich te reproduceren. Haar gedachten, haar woorden, haar werken, haar stappen, haar liefde moeten die van iedereen en voor iedereen zijn. En aangezien onze Wil alle mensen omvat, moge in onze Wil: - jouw gedachten de gedachten van alle generaties zijn. Hetzelfde geldt voor jouw daden en jouw liefde.
Moge, in de Kracht van onze Wil, - jouw gedachten, je daden en je liefde, dus tegenacties, verdedigers, minnaars, uitvoerders, enz. Zijn. Als je eens wist - met hoeveel liefde onze hemelse Vader op jou wacht en - hoeveel vreugde Hij voelt als Hij jou, klein als je bent, de hele schepping op zijn Schoot ziet leggen om Hem alles terug te geven! Zo voelt Hij de glorie, de vreugde en de tevredenheid die Hij bij de Schepping verwachtte. Daarom is het noodzakelijk dat je aan het hoofd van allen komt te staan. Daarna zal je een rondgang maken in onze Wil. en dan ga je achter iedereen staan. Je zult hen als op je schoot plaatsen. En je zal hen allen naar onze Schoot brengen. En als Wij hen zien, bedekt met jouw daden die in onze Wil gedaan zijn, zullen Wij hen met meer liefde verwelkomen.
En Wij zullen meer geneigd zijn om onze Wil te verbinden met die van de mensen, zodanig dat onze Wil zijn volledige Heerschappij terugkrijgt. Dus hou moed! De allerkleinsten geraken verloren in de menigte Daarom moet je vooraan gaan om de zending te vervullen die je in onze Wil toevertrouwd is. In onze Wil hebben de allerkleinsten geen gedachten voor zichzelf. Ze hebben ook geen persoonlijke bezittingen. Maar ze delen alles met de Hemelse Vader.
De Drie-ene God vroeg om alle weerspiegelingen van de goddelijkheid te ontvangen, om alle goddelijke eigenschappen van God te ontvangen, zoveel als een mens kan bezitten. Om ze in zichzelf te kopiëren, moet ze een gedachte hebben die de gedachte van iedereen kan zijn, verleden, heden en toekomst. Een woord, een daad, een stap, een liefde die van de hele mensheid en voor de hele mensheid kan zijn.
Deel 17 - 9/8/1924: Jezus: Mijn dochter, strek je armen uit in mijn Wil, zoals Ik dat doe, om zo verzoening te brengen voor de velen die handelen naar de menselijke wil, die: - de bron is van al hun kwaad en - de ziel in de eeuwige afgrond kan storten. Doe dit om te voorkomen dat mijn Gerechtigheid haar rechtmatige toorn laat ontbranden. Wanneer een mens zich in mijn Wil uitstrekt om te handelen en te lijden, voelt mijn Gerechtigheid zich geraakt door deze mens die bewoond wordt door de Kracht van mijn Wil. Hij legt zijn terechte strengheid opzij.
Deze mens laat een goddelijke Stroom tussen God en de menselijke familie circuleren, waardoor mijn Gerechtigheid alleen maar medeleven kan hebben met de arme mensheid. Terwijl Hij dit zei, toonde Hij mij mensen die bezig waren om een grote revolutie tegen de regering en de Kerk voor te bereiden. Wat een vreselijke slachting zag ik! Welke tragedies! Toen zei mijn lieve Jezus mij: "Mijn dochter, heb je het gezien? De mensen willen niet ophouden. Hun dorst naar bloed blijft bestaan. Dit brengt mijn Gerechtigheid ertoe om hele steden te vernietigen door middel van aardbevingen, overstromingen en vuur, waardoor hun inwoners van de aardbodem verdwijnen.
Daarom, mijn dochter, bid, lijd en handel in mijn Wil: enkel dit kan voorkomen dat mijn Gerechtigheid losbarst en de aarde vernietigt.
Deel 17 - 22/1/1925: Toen ik naar Jezus keek, zag ik zijn Intelligentie, intenser dan de zon, en al zijn Gedachten als Stralen die uit die Zon voortkwamen. Deze Stralen werden steeds sterker. En zij bedekten de gedachten van alle mensen uit het verleden, het heden en de toekomst. Zij trachtten alle geschapen intelligenties te veroveren, om, in hun naam, de Vader eer en volledig eerherstel te geven voor alles, en ook om alle Goede Dingen voor de geschapen intelligenties te verkrijgen.
Mijn Godheid in mijn Mensheid vormde Hij uit zijn ontoegankelijke Licht, stralen die alles en iedereen bedekten, zonder Mij te verlaten . Op elk moment bedekte Ik elke gedachte, elk woord en elke daad van alle mensen van alle menselijke generaties, in wiens naam Ik mijn Vader voortdurend verheerlijkte. Terwijl mijn Licht naar de Vader opsteeg, daalde het neer om alle menselijke handelingen in zijn macht te nemen om hen te verlichten, te verwarmen en te herstellen. Zo worden alle menselijke handelingen voortdurend met Licht bedekt voor hun eigen bestwil. Het was voor Mij zeer natuurlijk om dat te doen. Jij, mijn dochter, hebt niet de macht om alle menselijke handelingen om te zetten in één enkele Handeling. Maar in mijn Wil zal je mijn Stralen één voor één doorlopen. En beetje bij beetje zal je dezelfde wegen volgen als mijn Mensheid.
De rondes zijn essentieel. Door elke straal, één voor één, beetje bij beetje zul je het zelfde pad volgen als mijn heilige mensheid. Dit is wat er komen gaat. Dan komen we bij het punt waar de Priester de druppel water in de kelk doet. Zodra we hetzelfde pad volgen als Jezus de mensheid vasthoudt, dan kunnen we delen in de goddelijkheid.
Les 8
Deel 17 - 4/5/1925: Jezus: De Zending van mijn Wil zal de Heilige Drie-Eenheid op de aarde weerspiegelen. Net zoals er in de Hemel de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn, die onafscheidelijk en onderscheiden zijn, en die samen de totale Gelukzaligheid van de Hemel vormen, zo zullen er op aarde drie personen zijn, die door hun respectievelijke Zendingen onafscheidelijk en onderscheiden zullen zijn:
* De Maagd die door haar Moederschap, het Vaderschap van de hemelse Vader nabootst en zijn Macht bezit om haar Zending als Moeder van het eeuwige Woord en MedeVerlosseres te vervullen.
* Mijn Mensheid die, voor zijn Zending als Verlosser, de Godheid en het Woord omvat, die: - zonder ooit gescheiden te zijn van de Vader en de Heilige Geest, - mijn hemelse Wijsheid openbaart en - de band bezit, die Mij onafscheidelijk maakt van mijn Moeder.
* En jij, Luisa, voor de Zending van mijn Wil, jij in wie de Heilige Geest zijn Liefde zal laten overvloeien, door je te openbaren: - de Geheimen van mijn Wil, - de Wonderen en de Goede Dingen die Hij bevat, om de mensen gelukkig te maken die geïnteresseerd zijn: - om mijn Wil te kennen, - om Hem lief te hebben en - Hem in hen te laten heersen, door Hem hun ziel aan te bieden opdat Hij daarin kan wonen en zijn Leven in hen kan vormen. Dit alles gaat gepaard met de onlosmakelijke Band tussen jou, de Moeder en het Eeuwige Woord. Deze drie Zendingen zijn verschillend en onafscheidelijk.
De eerste twee hebben, door ongekend Lijden, de Genade en het Licht voortgebracht om de derde op gang te brengen en zich met haar te verenigen. En dit gebeurde zonder dat iemand zijn eigen zending verliet. Iedereen vond er rust, want mijn Wil is hemelse Rust. Deze Zendingen zullen niet herhaald worden. De overmaat van Genade, van Licht en van Kennis, die zij bevatten, is immers zo groot dat alle menselijke generaties erdoor vervuld kunnen worden. De menselijke generaties zullen nooit in staat zijn gebruik te maken van al de Goede Dingen waarover deze zendingen beschikken.