Serie van lessen van Fr Thomas Celso over leven in de Goddelijke Wil - 10
Deel 12 - 24/5/1920: Mijn dochter, de Handelingen die in mijn Wil worden verricht, ontbinden de menselijke handelingen, Deze worden omgevormd tot Goddelijke Daden, en zij - stijgen op naar de Hemel, - circuleren in alle mensen en - omvatten alle eeuwen. Deze Daden blijven in mijn Wil permanent aanwezig. Zij zijn de verdedigers van mijn Troon tegen elke belediging van de mensen. En dat geldt niet enkel voor de huidige tijd, maar tot het einde der tijden. De daden die in mijn Wil worden verricht, hebben de kracht zich te vermenigvuldigen voor mijn Glorie, naargelang de behoeften en omstandigheden. Hoe gelukkig zal de ziel zijn, wanneer zij in de hemel aankomt dat haar daden die in mijn Wil zijn gedaan verdedigers van mijn Troon zijn geworden door de beledigingen van de aarde te neutraliseren!
In de Hemel zal het geluk van de ziel die tijdens haar verblijf op aarde in mijn Wil geleefd heeft, anders zijn dan dat van de andere zaligen. De anderen zullen al hun geluk van Mij ontvangen. Terwijl deze zielen, - niet alleen hun geluk van Mij ontvangen, - maar ook hun eigen kleine riviertjes van geluk zullen hebben die uit mijn eigen zee van Geluk worden geput.
Terwijl ze op aarde leefden, vormden deze zielen hun eigen rivieren van geluk uit mijn Zee. Het is rechtvaardig dat zij in de Hemel ook over deze rivieren van Geluk beschikken, die zich over alle Gelukzaligen zullen uitstorten. Hoe mooi zijn deze rivieren die ontspringen in de oneindige Zee van mijn Goddelijke Wil! Ze stromen in Mij en Ik stroom in hen. Ze zijn een betoverend schouwspel waar alle zaligen door in vervoering raken.
Zie waarom God Adam ademde zodat Adam kon delen in de goddelijkheid alle glorie wat wat doen de engelen en heiligen in de hemel. Ze prijzen God, ze aanbidden God, ze verheerlijken God, ze vereren God zoals God terecht verdient. Dat is de Hemel. Dus Jezus zegt: Ik wil dat jullie de Hemel op aarde gaan beleven wat door wat te doen? Hem aanbidden, liefhebben, prijzen, danken en verheerlijken. Het is de voortdurende echo, de echo van God van herstel die Jezus deed, die Maria deed en zal de alle overtredingen die van de aarde komen tenietdoen.
Deel 12 - 22/6/1920: Zoals gewoonlijk bracht ik de hele menselijke familie naar mijn lieve Jezus: - door te bidden en boete te doen in naam van iedereen, en - door mij in ieders plaats te stellen om in hun naam alles te volbrengen wat zij verplicht zijn te doen. Terwijl ik dit deed, kwam er een gedachte bij me op: 'Denk en bid voor jezelf! Zie je niet in wat voor triestige toestand je verkeert?' Ik wilde dit gaan doen toen mijn lieve Jezus in mij bewoog.
Hij zei: 'Mijn dochter, waarom wil je je afkeren van mijn Gelijkenis? Mijn Mensheid heeft nooit aan Zichzelf gedacht. Mijn Heiligheid werd gekenmerkt door totale onbaatzuchtigheid. Ik heb nooit iets voor Mezelf gedaan. Ik deed en leed alles voor de mensen. Mijn Liefde kan als waar worden beschouwd. Omdat zij gebaseerd was op totale onbaatzuchtigheid. Waar eigenbelang is, is de bron van de Waarheid niet te vinden. De volledig onbaatzuchtige ziel is degene die het verst komt. De Oceaan van mijn Genade bereikt haar van achteraan. En zij overspoelt haar volledig zonder dat zij zich daarover zorgen hoeft te maken.
De op zichzelf gerichte ziel daarentegen blijft achter. De Oceaan van mijn Genade bevindt zich voor haar. En zij moet deze met de kracht van haar armen oversteken, als ze dat al kan. De zorg voor zichzelf creëert veel hindernissen, - o.a. de angst om in mijn Oceaan te zwemmen. Zij loopt het risico aan de kust te blijven.
Jezus zegt: wil je je van mijn gelijkenis afwenden?Zie je, er zijn drie stemmen. Er is Gods stem, die zegt: "Weet je, ik breng je ertoe mijn goddelijk meesterwerk te worden." Dan is er de stem van de duivel, die zegt: "Weet je, wat je doet is verkeerd, je deugt niet, je bent dit, je bent dat, je hebt dit gedaan, je hebt dat gedaan, denk je dat God je kan vergeven?" En dan is er onze stem, wat moet ik doen? Alle drie de stemmen klinken hetzelfde, maar we moeten ze onderscheiden aan de hand van wat er gezegd wordt. Denk na en bid voor jezelf, dit is egoïsme, zie je niet in wat voor een erbarmelijke toestand je jezelf hebt gebracht? Dat is de kwade stem.
Onze vraag is: denk je dat ik dit moet doen? Ik weet niet zeker of ik dit moet doen. Ik weet het eigenlijk niet zeker. Wat moet ik doen? Misschien moet ik dit doen? Misschien is het deze verwarring. En dan is er Gods stem: dit is wat Ik voor je in gedachten heb, dit is wat Ik voor je wil. Daarom lezen we het Boek van de hemel. Jezus spreekt elke dag tot ons. Hij leidt ons, Hij begeleidt ons, Hij richt ons op zichzelf om deel te hebben aan de goddelijkheid. Jezus dacht nooit aan zichzelf. En dan zegt Jezus: "Wil je op Mij lijken? En op Mijn Moeder, de nieuwe Adam en de nieuwe Eva?" (Deut 13:51;19:21). Nu heeft de ziel die in mijn goddelijke wil leeft, ook de macht om leven te geven aan het goede en de dood aan het kwade.
Dit is wat geweldig is. Dit is wat spectaculair is. Kijk, toen Adam van de vrucht van de boom at, kon hij op dat moment het verschil tussen goed en kwaad niet onderscheiden. Ze waren in de war. Wat de goddelijke wil doet, is leven geven aan het goede, aan de heiligheid. Het geeft de dood aan het kwaad. Het verdwijnt in de goddelijke oneindigheid. De ziel in de Goddelijke wil bevindt zichzelf overal waar er leegtes zijn in Gods glorie, waar overtredingen zijn die niet hersteld zijn, liefde niet aan God werd gegeven. En zij maakt voor God de mooiste herstelbetalingen die die ziel. Jezus: In mijn goddelijke wil verspreidt deze ziel zich in het heden, verspreidt zich, brengt genezing in het verleden en de toekomst. Hij zegt: het geeft me liefde voor iedereen in mijn goddelijke wil.
Deel 13 - 16/9/1921: Hoeveel spot wordt met Mij gedreven! Het zijn er zoveel dat Ik er moe van word. Vooral wanneer onder het mom van het goede het gif van het kwade verspreid wordt. Er worden grappen over Mijn persoon gemaakt alsof Ik een amusement of een tijdverdrijf ben. Maar mijn Gerechtigheid zal vroeg of laat keren met hen lachen en hen zwaar straffen. “Bid en breng eerherstel voor deze spotternijen die Mij zeer bedroeven. Deze verhinderen dat Ik kan laten zien Wie Ik ben.
Later ging ik volledig opging in de Goddelijke Wil. Hij toonde Hij zich aan mij en Hij zei: "Lieve dochter van mijn Wil, Ik wacht vol spanning tot je je verenigt met mijn Wil. Toen Ik dacht in mijn Wil, heb Ik jouw gedachten gevormd in mijn Wil, en de plaats voor hen voorbereid. Toen Ik werkte vormde Ik jouw werken, en zo was het voor al het andere. De Dingen die Ik gedaan heb, heb Ik niet voor Mijzelf gedaan, omdat Ik ze niet nodig had, maar Ik heb hen voor jou gedaan Daarom wacht Ik op jou in mijn Wil, zodat je de plaatsen komt innemen die mijn Mensheid voor jou heeft voorbereid en zodat je mijn Creaties tot de jouwe maakt. Dan ben Ik tevreden. En Ik ontvang de volmaakte verheerlijking ervan: wanneer Ik je zie doen wat Ik deed.”
Zie je, alles wordt hersteld. Alles wordt opnieuw gedaan. Waarom? Zodat het koninkrijk op aarde gevestigd kan worden zoals in de Hemel. Dit is wat Jezus zegt aan degenen die in de Goddelijke wil leven. Dit is alles wat de heiligen zouden willen doen als ze nog leefden: herstellen voor de terugkeer van Christus. Om zich voor te bereiden op de vestiging van het koninkrijk op aarde, zoals in de Hemel. De eucharistische heerschappij van Jezus. Jezus legt aan Luisa uit dat de goddelijke wil de triomf van het Onbevlekte Hart van Maria is. Het is allemaal tot Gods glorie, dit is wat God heeft gepland.
Deel 13 - 16/10/1921: Terwijl ik mij in mijn gebruikelijke toestand bevond, liet mijn altijd vriendelijke Jezus mij zien dat alle mensen uit zijn allerheiligste Mensheid kwamen. Met tederheid zei Hij mij: "Mijn dochter, kijk naar het grote wonder van de Incarnatie. Toen Ik verwekt werd en mijn Mensheid gevormd werd, heb Ik alle mensen in Mij opnieuw laten geboren worden. En aangezien zij in Mij geboren werden voelde Ik in mijn Mensheid al hun verschillende daden. Mijn Geest omvatte alle gedachten van de mensen, zowel de goede als de slechte. De goede gedachten heb Ik bevestigd in het goede, omringd door mijn Genade en doordrongen van mijn Licht, opdat zij, - herboren in de Heiligheid van mijn Geest, waardige delen van mijn Intelligentie zouden zijn.
De slechte gedachten heb Ik hersteld door boetedoening. Ik heb mijn Gedachten oneindig vermenigvuldigd om mijn Vader te verheerlijken voor elke gedachte van de mensen. In mijn Blikken en mijn Woorden, in mijn Handen en in mijn Voeten en ook in mijn Hart, heb Ik de blikken, de woorden, de werken, de stappen en het hart van alle mensen omarmd. Alles werd ondergedompeld in de Heiligheid van mijn Mensheid, alles werd hersteld. Ik heb voor elke belediging een bijzondere straf ondergaan. Nadat Ik alle mensen in Mij opnieuw tot leven had gewekt, heb Ik hen mijn hele Leven geschonken. En weet je wanneer Ik hen opnieuw het leven geschonken heb?
Aan het Kruis, in het bed van mijn wreed lijden en mijn verschrikkelijke lijdensweg, in de laatste ademtocht van mijn Leven, heb Ik hen het leven geschonken. Toen Ik mijn laatste adem uitblies, werden zij opnieuw geboren tot een nieuw Leven, elkeen gemerkt met de stempel van mijn Mensheid. Niet tevreden met hen opnieuw tot leven te hebben gewekt, gaf Ik elk van hen alles wat Ik gedaan had, om hen te verdedigen en te beschermen. Zie je welke Heiligheid er in de mens schuilt? De Heiligheid van mijn Mensheid zou nooit kinderen hebben kunnen voortbrengen die Mij onwaardig zijn en anders zijn dan Ik. Ik houd zoveel van hen omdat zij uit Mij geboren zijn. Maar de mensen zijn zo ondankbaar dat ze Degene die hen met zoveel Liefde en Pijn heeft voortgebracht, niet erkennen.
Na deze Woorden leek Hij helemaal in vuur en vlam te staan. Jezus werd verbrand en verteerd door deze vlammen. Hij was niet meer zichtbaar. Je zag enkel nog vuur. Daarna verscheen Hij opnieuw, om nogmaals verteerd te worden. Hij voegde eraan toe: "Mijn dochter, Ik brand. De Liefde verteert Mij. Zo sterk is mijn Liefde! De vlammen die Mij verbranden zijn zo hevig, dat Ik sterf van Liefde voor elke mens! Het is niet enkel als gevolg van mijn Lijden dat Ik gestorven ben. Mijn sterven uit Liefde is voortdurend. Toch is er niemand die Mij zijn liefde schenkt om Mij te verlichten."
Deel 13 - 15/12/1921: Terwijl ik in mijn gebruikelijke toestand verkeerde, kwam mijn altijd vriendelijke Jezus naar mij toe en Hij zei: "Mijn dochter, herschik jezelf in Mij. En weet je hoe je jezelf in Mij kunt op orde zetten? Door jezelf volledig te versmelten met mijn Wil. Zelfs de ademhaling, de hartslag en de lucht die je inademt moeten niets anders zijn dan versmelting in mijn Wil. Zo komt er orde tussen de Schepper en de mens en keert hij terug naar de Oorsprong waaruit hij voortkwam.
Alle dingen zijn in orde, hebben hun ereplaats en zijn volmaakt, wanneer zij niet afwijken van de Oorsprong waaruit zij voortkwamen. Zodra zij afwijken van de Oorsprong, is alles wanorde, oneer, onvolmaaktheid. Alleen de daden die in mijn Wil worden gedaan, geven zichzelf terug aan de Oorsprong waarin de ziel werd geschapen, en nemen leven aan binnen de sfeer van de Eeuwigheid. En zij brengen hun Schepper het goddelijke Eerbetoon en de Glorie van zijn eigen Wil.
Alle andere daden blijven beneden, wachtend op het laatste uur van het leven, elk om zijn eigen oordeel en de pijn te ondergaan die ze verdienen. Want er is geen enkele daad buiten mijn Wil, zelfs geen goede, die zuiver kan genoemd worden. Het louter ontbreken van het streven naar mijn Wil is het besmeuren van de mooiste werken. En het loutere afwijken van iemands Oorsprong verdient een straf. De Schepping werd voortgebracht op de vleugels van mijn Wil, en op diezelfde vleugels wil Ik dat zij naar Mij terugkeert. Maar Ik wacht tevergeefs. Daarom is alles wanorde en verwarring. Kom daarom in mijn Wil om Mij, in naam van allen, genoegdoening te geven voor deze grote wanorde.
We wijken af van het beeld en gelijkenis van God, dat wat God ons heeft gegeven en daarom verdienen we een straf, daarom bevinden we ons in onze huidige toestand. Jezus heeft ons verlost, OLVrouw was Medeverlosseres met Christus op Golgotha. Jezus: nu is de tijd voor heiliging, de schepping is voortgekomen uit de vleugels van Mijn wil en op diezelfde vleugels wilde Ik, God, naar Mij terugkeren, maar Ik wacht tevergeefs en daarom is alles een wanorde en verwarring. Kom daarom in Mijn goddelijke wil om Mij terug te geven in de naam van de hele mensheid. Herstel voor zo'n grote wanorde.
Deel 13 - 4/2/1922: Jezus: "Mijn dochter, de zielen die in mijn Wil leven zijn kleine wieltjes die draaien in het grote Wiel van de Eeuwigheid. Mijn Wil is de beweging en het Leven van het grote Wiel van de Eeuwigheid. Wanneer zielen mijn Wil binnengaan om te bidden, lief te hebben, te werken, enz., draait het Wiel van de Eeuwigheid hen in zijn eindeloze omtrek. In dit Wiel vinden zij - alles wat is volbracht of nog moet worden volbracht, - alles wat had moeten volbracht worden en niet is volbracht. Terwijl ze ronddraaien, stralen ze Licht uit en produceren ze goddelijke Golven over alles wat is volbracht of nog moet worden volbracht.
Zij bieden namens iedereen goddelijke Eer aan de Schepper, En zij doen alles opnieuw wat de mensen niet hebben gerealiseerd. O, hoe mooi is het om een ziel mijn Wil te zien binnengaan! Zodra ze binnenkomt, geeft het grote Wiel van de Eeuwigheid haar de spaak om haar in haar grote omvang te laten draaien, en het kleine wiel maakt eeuwige omwentelingen. De spaken van het grote wiel verbinden haar met alle goddelijke spaken, en terwijl ze draait, doet ze wat haar Schepper zelf doet. Daarom zijn zij als het ware de eerste en de laatste die door Mij zijn geschapen, want terwijl zij ronddraaien, bevinden zij zich aan het begin, in het midden en aan het einde.
Zij zullen dus de kroon zijn van de hele menselijke familie; de glorie, de eer en de vervanging van allen. En de terugkeer naar God van de hele orde van dingen die door Hem zijn geschapen. Laat daarom uw rondes voortdurend zijn in mijn Wil; Ik zal jou de spaak geven, en jij zal klaar zijn om die te ontvangen, nietwaar? Later voegde Hij eraan toe: "Je hebt niet alle rondgangen gespecificeerd die jouw kleine wieltje verricht in het grote Wiel van de Eeuwigheid." Ik antwoordde: "Hoe kan ik ze specificeren, aangezien ik er niets van weet?" Toen zei Jezus: "Wanneer de ziel mijn Wil binnengaat, zelfs door eenvoudige aanvaarding of overgave, geef Ik haar een spaak om haar wieltje te laten draaien. En weet je hoeveel rondgangen ze maakt?
Zoveel keer - als menselijke intelligenties denken, - als wezens kijken, woorden uitspreken, stappen zetten, werk verrichten. Zij draait ook bij elke goddelijke Daad, bij elke Beweging, bij elke Genade die uit de Hemel neerdaalt. Met andere woorden, zij draait in eenheid met alles wat er in de Hemel en op aarde gebeurt. De omwentelingen van deze kleine wieltjes zijn levendig en snel. Daardoor kunnen ze niet door de ziel worden berekend. Maar Ik tel ze allemaal: ten eerste om er de glorie en de eeuwige liefde uit te putten die ze Mij bieden en vervolgens om alle eeuwige weldaden samen te smelten om hen - het vermogen te geven om alles te overtreffen, en - de Kracht om alles te omarmen en de Kroon van alles te zijn.
Dit zijn onze rondes die Jezus ons vraagt te bidden. Als je nog niet bent begonnen met het bidden van de rondes, bid dan de rondes. Ik hou van de Pinksterrondes, ze zijn zo krachtig. Je kunt niet meer dezelfde zijn als je leert hoe je de rondes moet bidden. De wielen van de eeuwigheid laten ze ronddraaien. Dit is ons gebed. We herstellen in de goddelijke wil. Ze werpen het licht in goddelijke golven op wat gedaan is en gedaan moet worden, en geven goddelijke eer terug aan hun Schepper in de naam van ieder mens, verleden, heden en toekomst. En dan herstellen ze wat niet gedaan is door schepselen.
Deel 14 - 15/6/1922: Terwijl ik in mijn gebruikelijke toestand verkeerde, dacht ik na over de Heilige Wil van God. Ik versmolt mezelf in Hem. En mijn altijd beminnelijke Jezus zei mij: “Mijn dochter, mijn Eeuwige Wil was het centrale punt van mijn Leven, vanaf het eerste moment van mijn Conceptie tot mijn laatste Ademtocht. Hij ging Mij vooraf, Hij vergezelde Mij en Hij werd het leven van mijn handelen. Hij volgde mij en omsloot al mijn daden in de eeuwige sfeer van mijn Wil, waaruit ze geen uitweg konden vinden. En aangezien mijn Eeuwige Wil immens is, - is er geen enkel punt dat Hij niet zou omringen, - noch generatie waarin Hij niet zou heersen.
Daarom was het alsof het voor Hem vanzelfsprekend was - om mijn daden te vormen en ze voor iedereen te vermenigvuldigen, alsof ze voor één persoon alleen waren. Een persoon kan alleen geven wat hij bezit. Hoeveel macht hij ook heeft, hij kan niet meer geven dan wat hij bezit. Nu bezit mijn Wil: - de Onmetelijkheid, - de Kracht om daden te vermenigvuldigen tot zoveel als Hij wil, - de Eeuwigheid waarin Hij alle dingen voor iedereen tegenwoordig stelde, vanaf het begin van alle dingen tot het einde.
Op het moment van mijn Conceptie vormde mijn Wil evenveel concepties van Mij als er mensen waren, in het verleden, het heden en de toekomst. Hij heeft replica's gemaakt - van mijn Woorden, mijn Gedachten, - van mijn Werken en mijn Stappen, en heeft deze verspreid over de eerste tot de laatste mens, die heeft bestaan, bestaat of zal bestaan. De Kracht van de Eeuwige Wil heeft mijn Bloed en mijn Lijden omgezet in immense Oceanen waaruit iedereen kan drinken. Als het wonder van de Allerhoogste Wil er niet was geweest, zou mijn Verlossing individueel, beperkt en slechts voor enkele generaties zijn geweest. Nu is mijn Wil niet veranderd: wat Hij was, is Hij en zal Hij blijven. Sterker nog, sinds Ik Zelf op aarde ben gekomen, ben Ik gekomen om de Goddelijke Wil opnieuw aan de menselijke wil te verbinden.
En voor de ziel die zich niet aan deze band onttrekt en - zich overgeeft aan de Goddelijke Wil, - zich laat voorgaan, begeleiden en volgen, - die haar handelen insluit in mijn Wil, gebeurt met haar wat met Mij is gebeurd. Zie, terwijl je je gedachten, je woorden, je werken, je eerherstel, je kleine liefde in mijn Wil versmolt, heb Ik hen uitgebreid, vermenigvuldigd. En ze werden: - een tegengif voor elke gedachte, voor elk woord, voor elk werk, - eerherstel voor elke belediging, en - liefde voor elke liefde die Mij toekomt en Mij niet gegeven wordt. En als dit niet gebeurt, is dat de schuld van de menselijke wil, - die zich niet volledig overgeeft aan de Goddelijke Wil, - die niet alles neemt wat in Hem beschikbaar is.
Daardoor kan niets aan anderen gegeven worden. Hij voelt dus de sensaties van wat menselijk is, die hem ongelukkig maken, hem beperken, hem verarmen en hem onvolledig maken. Daarom wil Ik zo graag dat je begrijpt wat het betekent om in mijn Wil te leven voor zover dat voor een mens mogelijk is. Jezus: Nu, terwijl je jezelf versmelt, je gedachten, je woorden, je werken, je daden, je herstelbetalingen, je kleine liefde en mijn goddelijke wil, ik God, vermenigvuldig ze. Zie je, zodra je versmolten bent met God, doet God het, niet wij. Wij zijn niets. En ze maken zichzelf tot een tegengif voor elke belediging, gebrek aan liefde ieder aan God verschuldigd is.
Deel 14 - 19/10/1922: Mijn overgave in de armen van Jezus ging door. Ik voelde me ondergedompeld in zijn allerheiligste Wil, in het centrum ervan. Hij zei mij: Dochter van mijn Wil, mijn Mensheid leefde als in het Centrum van de Zon van mijn Wil. Van daaruit straalden Stralen uit die mijn Onmetelijkheid droegen en alle mensen en alles omhulden. Mijn Werk begon vanuit dit Centrum en handelde bij elke daad van een mens. Elk Woord was in werking bij elk woord van een mens. Elke Gedachte was in werking bij elke gedachte van een mens, en zo was het voor al het andere. Nadat Ze zich over de aarde hadden verspreid, keerden mijn Daden terug naar het Centrum en brachten alle menselijke daden mee.
Zij werden dan opnieuw gedaan en in overeenstemming gebracht met de Wil van mijn Vader. Enkel omdat mijn Mensheid in het centrum van de Goddelijke Wil leefde, kon Ik alles en iedereen omarmen in één enkele handeling. En zo kon Ik met luister en op een voor Mij waardige wijze het Werk van Verlossing volbrengen. Luister, mijn dochter, naar wat Ik met jou wil doen, jij die al herboren bent in mijn Goddelijke Wil. In jou wil Ik een replica realiseren van wat mijn Mensheid heeft volbracht in de Goddelijke Wil. Ik wil dat jouw wil met de Mijne verenigd wordt, zodat dat Hij herhaalt wat Ik heb volbracht en wat Ik blijf volbrengen. In mijn Wil zul je alle daden vinden die door mijn Mensheid zijn verricht, zowel innerlijk als uiterlijk.
Mijn uiterlijke daden zijn vrij goed bekend en de mensen die dat wensen kunnen met hun menselijke wil deelnemen aan het goede dat Ik heb gedaan. Dat bevalt Mij omdat Ik zie dat mijn Goedheid zich vermenigvuldigt bij de mensen door hun eenheid met Mij. Het is alsof mijn daden in een bank zijn gestort en Ik er rente over ontvang. Maar de innerlijke handelingen van mijn Mensheid in de Goddelijke Wil zijn weinig bekend.
Omdat men niet weet - de kracht van deze handelingen in de Goddelijke Wil, - de manier waarop Ik in deze Wil heb gehandeld en - wat Ik heb gedaan, kunnen de mensen zich niet met Mij verenigen om van al deze goede Dingen te genieten. Hoe meer je van iets weet, hoe meer je ervan kan genieten. Naarmate de kennis van het Leven in mijn Wil zich verspreidt, zal Hij geliefd worden. Ik ben geen God die zich afzondert. Nee, Ik wil dat de mensen zich met Mij verenigen. De echo van mijn Wil moet weerklinken in hun wil en de echo van hun wil in de Mijne, zodat deze wil één wordt. Zie, in mijn Allerhoogste Wil zijn al mijn innerlijke Handelingen die mijn Mensheid heeft verricht. Het is alsof ze wachten om als boodschappers naar buiten te komen, om zich op weg te begeven.
Deze handelingen zijn verricht voor de mensen en willen zichzelf geven en bekendmaken. Omdat ze zichzelf niet kunnen geven, voelen ze zich alsof ze gevangen zitten, en smeken ze mijn Wil om hen bekend te maken, zodat ze het Goede dat ze bevatten kunnen geven. Ik lijd, Ik brand van verlangen om deze geboorte uit mijn Wil te brengen. De tijd is gekomen Er rest Mij niets anders dan iemand te vinden die de eerste geboorte wil ontvangen, om vervolgens door te gaan met andere geboorten in andere mensen. Jij zal het begin zijn van mijn Geluk op aarde. Ik zou kunnen zeggen dat de menselijke wil Mij ongelukkig heeft gemaakt te midden van de mensen. Mijn Wil die in de mens werkt, zal mijn Geluk herstellen.
Deel 15 - 27/3/1923. Na de Communie toonde mijn lieve Jezus zich aan mij. Zodra ik Hem zag, wierp ik mij aan zijn voeten om hen te kussen. Hij zei mij: “Mijn dochter, kom in Mijn Armen en zelfs in Mijn Hart. Ik verberg Mij in de Eucharistie om geen angst te wekken. Dit sacrament dompelt Mij onder in de diepste afgrond van vernedering om de mens tot Mij te verheffen, - zodat het één wordt met Mij, - zodat mijn sacramentele Bloed door zijn aderen stroomt, - zodat Ik het Leven word van elke hartslag, van elke gedachte en van geheel zijn wezen. Mijn Liefde verteert Mij en wil dat de mens verteerd wordt in haar Vlammen, zodat hij herboren wordt als een ander Ik. Ik wilde Mij verbergen in de Eucharistie - om in de mens binnen te gaan, - om deze transformatie te laten gebeuren, - zodat deze transformatie plaatsvindt.
Er zijn echter passende gesteldheden van de ziel nodig. Toen Ik de Eucharistie instelde, voorzag mijn Liefde, die tot het uiterste ging, in: - Genaden, Weldaden, Gunsten en Licht, om de mens waardig te maken om Mij te ontvangen. Ik kan zeggen dat mijn Liefde voor de mens Weldaden heeft voorzien die zelfs de Weldaden van de Schepping overtreffen. Ik wilde de mens de nodige genaden schenken zodat hij - Mij waardig zou kunnen ontvangen en - overvloedig zou kunnen genieten van de vruchten van dit sacrament. Maar om deze genaden te kunnen ontvangen, moet hij: - zichzelf leegmaken, - de zonde haten en - het verlangen hebben om Mij te ontvangen.
Mijn gaven dalen niet neer in het vuil of de modder. Als de ziel niet de juiste gesteltenis heeft om Mij te ontvangen, vind Ik in haar geen lege ruimte om Mijn Leven in te leggen. Het is alsof Ik voor haar gestorven ben en zij voor Mij. Ik brand, maar zij voelt Mijn Vlammen niet. Ik ben Licht, maar zij blijft blind. Helaas, wat een pijn vind Ik in mijn sacramentele Leven! Een groot aantal zielen mist de vereiste gesteltenis. Zij halen geen enkel voordeel uit dit sacrament. Uiteindelijk maken zij Mij misselijk. Als zij erin volharden om Mij op deze manier ontvangen, heeft dat tot gevolg: - voor Mij, een voortzetting van de Calvarieberg en - voor hen, de eeuwige verdoemenis.
Als het niet de Liefde is die hen ertoe aanzet Mij te ontvangen, is dat: - nog een belediging die Mij treft en - nog een zonde op hun geweten. Bid en doe boete voor de vele misbruiken en heiligschennissen die met dit Sacrament zijn begaan.
Deel 15 - 21/4/1923: Dit is het meest duistere punt van de huidige maatschappij en hun eenheid betekent dat zij allen dezelfde kleur hebben. De vijanden zijn niet bang en hebben geen afschuw om mensen van de Kerk te benaderen. Daar de ware bron van deugdzaamheid en godsdienst niet in hen leeft, vieren sommigen het Goddelijk Offer zonder in mijn Bestaan te geloven. Voor anderen, als zij al geloven, is het geloof zonder de werken en hun leven is een aaneenschakeling van enorme heiligschennissen. Dus, wat voor Goeds kunnen zij doen als zij dat niet binnenin zichzelf bevatten! Hoe kunnen zij anderen oproepen tot een gedrag van een ware christen door bekend te maken wat een groot kwaad de zonde is, als zij het genadeleven missen?
Met al de verenigingen die zij vormen, zijn er geen mensen die de leer volgen en daarom is het niet de eenheid van de triomf van de godsdienst. Het is de triomf van hun partij en zij zetten het masker van de partij op in een poging het kwaad te verbloemen dat zij beramen. Het is een echt revolutie die wordt verborgen onder dit masker. En Ik blijf altijd de beledigde God, - zowel door de slechten, onder het mom van vroomheid om hun partij te sterken waardoor zij nog ernstiger kwaad doen, - en door de mensen van de Kerk die, met valse vroomheid, niet langer in staat zijn de mensen te inspireren om Mij te volgen. Integendeel, de mensen trekken hén weg. Is er een droeviger tijd dan deze tijd! “Doen alsof” is de ergste zonde en die verwondt mijn Hart het meest. Daarom, bid en geef eerherstel”.
Dit zijn de seculiere verenigingen en vrijmetselarij die zich vermengt met de Kerkhiërarchie.







