19/5 Verschijning van de H. Aartsengel Michaël aan Manuela in Sievernich
19/5 Verschijning van de H. Aartsengel Michaël aan Manuela in Sievernich
Een grote gouden lichtbol zweeft boven ons in de lucht, met een kleinere lichtbol rechts ervan. Een prachtig licht daalt neer uit de hemel. De grote gouden bol opent zich en de H. Aartsengel Michaël komt uit dit licht tevoorschijn. Hij is gekleed in wit en goud, als een Romeinse soldaat, en draagt zijn rode mantel met de gouden leeuwenkopgesp.
De H. Aartsengel Michaël draagt zijn gouden vorstenkroon met een ovale robijn en zijn zwaard wijst naar de hemel. Op zijn zwaard staan de woorden "Deus Semper Vincit" (God overwint altijd). In zijn linkerhand draagt hij zijn schild, waarop zijn gebed in het Latijn staat geschreven, en hij reikt het ons uit. Dit is een uitnodiging tot gebed. Ik zie ook dat hij gouden Romeinse sandalen draagt. Dan bidden we:
Sancte Michael Archángele, defénde nos in práelio, contra nequítiam et insídias diáboli esto praesídium. Imperet illí Deus, súpplices deprecámur: tuque, Princeps milítiae caeléstis, sátanam aliósque spíritus malígnos, qui ad perditiónem animárum pervagántur in mundo, divína virtúte in inférnum detrúde. Amen.
Na dit gebed komt de H. Aartsengel Michaël dichter bij ons. Hij spreidt zijn beschermende mantel over ons uit. Dan spreekt de H. Aartsengel Michaël tot ons:
Geliefde vrienden van Christus, ik ben de H. Aartsengel Michaël, en ik kom tot jullie van bij de troon van de Heer, omdat het Zijn wil is. Jullie weten dat jullie in een tijd van verdrukking leven, een tijd van grote verwarring, en daarom is de ‘rook van Satan’ de Kerk binnengedrongen. Het is een tijd waarin veel gewijde mensen getroffen worden door geestelijke blindheid. (Eigen opmerking: hun waarneming is blind.)
Ik heb dit reeds eerder gezegd: het grootste deel van je geestelijkheid is corrupt, en het andere deel is bang. Zo is de tijdgeest, met zijn leerstellingen, de Kerk binnengedrongen, en ik ben tot jullie gekomen om je troost en hoop te bieden. Heb de moed om het geloof van je voorvaderen te beleven. Blijf trouw aan Jezus!” Zonde en de duivel schreeuwen om vergelding, maar de taal van de liefde is barmhartigheid. Oordeel niet, bid voor de zielen die zijn afgedwaald!
De Aartsengel Michaël komt steeds dichter bij ons.
Wees moedig en beleef je Katholieke geloof. Bedenk dat Jezus de Waarheid is en dat Hij Zijn Kostbaar Bloed voor jullie aan het kruis heeft vergoten, waarmee Hij reeds de overwinning voor jullie heeft behaald! Kijk naar je voorvaders in het geloof! Overwin dwaling door Gods Woord, de H. Schrift en de Catechismus van de Katholieke Kerk, en laat Satan je niet misleiden! Het is Satan die je misleidt, omdat hij jaloers is op je aanneming tot kinderen van God.
Zijn pad zal naar de ondergang leiden, maar jullie kunnen leven in de H. Sacramenten, in de barmhartigheid van God. Als je dit oprecht doet, zul je niet geoordeeld worden, maar gered! De tijd van verwarring is slechts kort; onthoud dit! Je leeft in een tijd van verdrukking, een tijd van plagen en verwarring. Kijk naar Jezus. Kijk niet naar wat komen moet om de harten van de mensen te zuiveren.
Het pad van dwaling zal de Kerk naar Golgotha leiden. Wees moedig en volg de leer van je voorvaders in het geloof, de leer van de Apostelen! Bid vurig voor vrede in de wereld en voor de bekering van de zondaars! Bid, want jullie leven in de tijd van Babylon met al zijn valse leerstellingen.
Een nieuw Babylon, getekend door zonde. Vraag daarom om herstel, want het eerste oordeel dat zich zal verspreiden, zal door mensenhanden worden voltrokken en is een gevolg van valse leer. Maar wees niet bang, wees moedig! De Heer heeft mij aan de zijde geplaatst van hen die hun ziel heiligen. Ik ben hun trouwe vriend.
Nu opent de kleine gouden lichtbol zich en verschijnt de H. Jeanne d'Arc in een gouden harnas, met haar banier waarop ‘Jezus en Maria’ staat geschreven. Op deze banier zijn drie gouden lelies te zien. Zij spreekt tot ons:
Geliefde vrienden van het Kruis, wees moedig en beleef je geloof in het vertrouwen dat je gered zult worden en niet verloren zult gaan als je leeft in de Heilige Sacramenten.
Jeanne d'Arc legt haar banier neer, en ik zie dan dat ze de Vulgaat (Heilige Schrift) draagt op een kussen van witte rozen met rode lelies. Ze knielt voor de Aartsengel Michaël. De openingspassage van de Vulgaat (Heilige Schrift) is uit de Handelingen der Apostelen 5:12-32:
Wonderbaarlijke genezingen - De apostelen verrichtten vele tekenen en wonderen onder het volk. De gelovigen kwamen eensgezind bijeen in de zuilengang van Salomo, en ofschoon niemand zich daar bij hen durfde te voegen, sprak het volk vol lof over hen. Steeds meer mensen gingen in de Heer geloven, een groot aantal mannen zowel als vrouwen, en ze legden zelfs zieken op draagbedden of matrassen buiten op straat, in de hoop dat toch ten minste de schaduw van Petrus, wanneer hij voorbijkwam, op een van hen zou vallen. Ook vanuit de steden rondom Jeruzalem stroomden de mensen toe; ze brachten zieken mee en mensen die door onreine geesten gekweld werden, en allen werden genezen.
Gevangenneming van de apostelen - Daarop besloten de hogepriester en zijn medestanders, de sadduceeën, in te grijpen. Vervuld van jaloezie als ze waren, lieten ze de apostelen gevangennemen en opsluiten. ’s Nachts opende een engel van de Heer echter de deuren van de gevangenis, bracht hen naar buiten en zei: ‘Ga naar de tempel en spreek daar tot het volk over alles wat dit nieuwe leven aangaat.’ De apostelen gaven hieraan gehoor en gingen bij het aanbreken van de dag naar de tempel, waar ze hun onderricht voortzetten.
Toen de hogepriester en de sadduceeën gearriveerd waren, riepen ze het Sanhedrin bijeen, de hele raad van oudsten van de Israëlieten, en zonden ze tempelwachters naar de gevangenis om de apostelen te halen. Maar toen de wachters daar kwamen, troffen ze hen er niet aan. Ze keerden terug om verslag uit te brengen en zeiden: ‘De gevangenis was zorgvuldig afgesloten en de bewakers stonden bij de deuren, maar nadat we die geopend hadden, troffen we er niemand aan.’
Toen het hoofd van de tempelwacht en de priesters dit hoorden, vroegen ze zich vertwijfeld af wat de gevolgen hiervan zouden zijn. Kort daarop kwam iemand zeggen: ‘De mannen die u gevangen hebt gezet, zijn in de tempel en onderrichten het volk.’ Daarop ging het hoofd van de tempelwacht hen met zijn wachters halen, maar zonder geweld te gebruiken, omdat ze bang waren dat het volk hen zou stenigen.
Ze namen de apostelen mee en leidden hen voor het Sanhedrin. De hogepriester begon het verhoor met de vraag: ‘Hebben wij u niet nadrukkelijk verboden de naam van Jezus nog te gebruiken en onderricht over hem te geven? En toch verspreidt u uw leer in heel Jeruzalem en stelt u ons aansprakelijk voor de dood van deze man.’
Petrus en de andere apostelen antwoordden: ‘Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. De God van onze voorouders heeft Jezus weer tot leven gewekt, nadat u hem had vermoord door hem aan een kruishout te hangen. God heeft hem een plaats gegeven aan zijn rechterhand, hem tot leidsman en redder verheven om de Israëlieten tot inkeer te brengen en hun zonden te vergeven. Daarvan getuigen wij, en daarvan getuigt ook de heilige Geest, die God geschonken heeft aan wie hem gehoorzamen.’
Nu gaat ze terug van de H. Aartsengel Michaël naar de plaats waar ze haar banier had neergelegd, pakt hem weer op en staat voor me. Ze spreekt:
Vertrouw niet op een menselijke redder, op welk ambt dan ook. Vertrouw op de Heer en onthoud altijd: we moeten God meer gehoorzamen dan mensen! Dat is wat ik heb gedaan. Ik wil jullie bemoedigen, want jullie uitweg is het geloof in Jezus Christus, de Heer. Hij zal voor jullie zorgen, zelfs wanneer alles wat komen moet komen, komt. Onthoud dit! Onthoud ook dat harten gezuiverd moeten worden.
Een groot deel van de mensheid beseft dit niet, omdat de tijdgeest hen reeds te veel heeft gevormd, en veel gewijde mensen zijn verblind – omdat ze hun vertrouwen in de tijdgeest hebben gesteld en hun moed hebben verloren. Maar kijk in de Vulgaat en zie hoe God werkt. De Heilige Geest is te vinden in stilte, zoals bij Elia in de grot."
(Zie het 1 Koningen 19:9-18: Elia ging een grot binnen om er de nacht door te brengen. Toen richtte de HEER zich tot hem met de woorden: ‘Elia, wat doe je hier?’ Elia antwoordde: ‘Ik heb me met volle overgave ingezet voor de HEER, de God van de hemelse machten, maar de Israëlieten hebben uw verbond met hen naast zich neergelegd, uw altaren verwoest en uw profeten gedood. Ik ben als enige overgebleven, en nu hebben ze het ook op mijn leven voorzien.’ ‘Kom naar buiten,’ zei de HEER, ‘en treed hier op de berg voor mij aan.’ En daar kwam de HEER voorbij.
Er ging een grote, krachtige windvlaag voor de HEER uit, die de bergen spleet en de rotsen aan stukken sloeg, maar de HEER bevond zich niet in die windvlaag. Na de windvlaag kwam er een aardbeving, maar de HEER bevond zich niet in die aardbeving. Na de aardbeving was er vuur, maar de HEER bevond zich niet in dat vuur. Na het vuur klonk het gefluister van een zachte bries.
Toen Elia dat hoorde, sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht. Hij kwam naar buiten en ging in de opening van de grot staan, en daar klonk een stem die tot hem sprak: ‘Elia, wat doe je hier?’ Elia antwoordde: ‘Ik heb me met volle overgave ingezet voor de HEER, de God van de hemelse machten, maar de Israëlieten hebben uw verbond met hen naast zich neergelegd, uw altaren verwoest en uw profeten gedood. Ik ben als enige overgebleven, en nu hebben ze het ook op mijn leven voorzien.’
De HEER zei tegen Elia: ‘Keer terug en ga naar de woestijn van Damascus. Daar aangekomen moet je Hazaël tot koning van Aram zalven. Jehu, de zoon van Nimsi, moet je zalven tot koning van Israël, en Elisa, de zoon van Safat, uit Abel-Mechola, moet je tot je eigen opvolger zalven. Wie ontkomt aan het zwaard van Hazaël, zal gedood worden door Jehu. En wie ontkomt aan het zwaard van Jehu, zal gedood worden door Elisa. Ik zal in Israël niet meer dan zevenduizend mensen in leven laten, alleen degenen die niet voor Baäl hebben geknield en hem niet hebben gekust.’)
Hij spreekt zachtjes tot je, en je kunt het aanvaarden of verwerpen. Hoe kostbaar is je gebed en je bereidheid om God te dienen! Ik smeek jullie dringend: wees dienaren van God en verwerp de tijdgeest! Blijf trouw aan Jezus! Zie, in Frankrijk groeit de heiligheid, en tegelijkertijd, waar dwaling en corruptie heersen, laait de genade van God op. Wees dus moedig!
De H. Aartsengel Michaël spreekt:
Quis ut Deus! Wie is als God! Moge God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest jullie zegenen! Amen. Ik blijf bij jullie. Wees niet bevreesd, wees moedig en bid voor hen die alles lijken te hebben verloren.
De H. Aartsengel Michaël en de H. Jeanne d'Arc keren terug naar het licht en verdwijnen.



