18/8 De komende mondiale schuldencrisis - Niburu
De wereld staat volgens Willem Middelkoop aan de vooravond van een van de gevaarlijkste schuldencrises uit de moderne geschiedenis.
De mondiale overheidsschuld heeft volgens hem een niveau bereikt dat op termijn niet meer houdbaar is. De eerste fase van een nieuwe monetaire omslag is inmiddels zichtbaar.
Het is altijd interessant om te lezen wat Willem Middelkoop zoal te vertellen heeft.
Zo heeft hij nu een heel nieuw artikel gepubliceerd, waar onder andere het volgende staat:
Middelkoop waarschuwt dat dit uiteindelijk kan uitmonden in een wereldwijde financiële crisis die mogelijk nog ernstiger wordt dan de crisis na de val van Lehman Brothers in 2008.
De koopkracht staat al onder druk
Voor veel mensen is de crisis niet langer alleen een verhaal over financiële markten. De stijgende kosten van levensonderhoud hebben ervoor gezorgd dat het verlies aan koopkracht inmiddels voor iedereen voelbaar is.
Dat legt grote druk op overheden om burgers financieel tegemoet te komen. Maar daardoor moeten overheden tegelijkertijd nóg meer geld lenen en uitgeven. Daarmee wordt het onderliggende probleem juist groter.
Ook centrale banken bevinden zich volgens Middelkoop in een steeds moeilijkere positie. Renteverlagingen kunnen de inflatie opnieuw aanwakkeren, terwijl hogere rentes juist grote problemen veroorzaken voor landen die zwaar in de schulden zitten.
Het gevolg is een vicieuze cirkel.
Middelkoop verwacht daarom dat goud uiteindelijk opnieuw een belangrijke rol zal krijgen in het internationale monetaire systeem. Centrale banken zijn volgens hem al begonnen zich daarop voor te bereiden door grote hoeveelheden goud aan te kopen.
Middelkoop: "Ik zat ernaast met de timing"
Middelkoop erkent dat hij zich eerder heeft vergist in het moment waarop deze omslag zou plaatsvinden.
In zijn boek The Big Reset schreef hij dat een systeemreset rond 2020 waarschijnlijk zou plaatsvinden. Inmiddels is het 2026 en is volgens hem pas sprake van de eerste duidelijke scheurtjes.
Die eerste fase kenmerkt zich vooral door hogere rentes en een toenemende belangstelling voor goud.
Opvallend vindt Middelkoop vooral het gedrag van centrale banken. Hij stelt dat verschillende centrale banken inmiddels voor het eerst fysieke goudposities aan hun nationale reserves toevoegen. Als de huidige trend doorzet, kan 2026 het vijfde achtereenvolgende jaar worden waarin centrale banken gezamenlijk tot ongeveer duizend ton goud kopen.
Dat komt neer op ongeveer een derde van de jaarlijkse wereldwijde goudproductie.
Zijn boodschap is duidelijk: kijk niet alleen naar wat centrale bankiers zeggen, maar vooral naar wat ze zelf doen.
De schuldenberg wordt steeds groter
Volgens Middelkoop is inmiddels een punt bereikt waarop de schuldenproblematiek niet langer kan worden genegeerd.
Sinds de financiële crisis van 2008 – en vooral sinds de coronapandemie – hebben overheden wereldwijd steeds meer schulden opgebouwd.
Volgens de in het oorspronkelijke artikel aangehaalde IMF-cijfers ligt de mondiale overheidsschuld in 2026 rond 95 procent van het wereldwijde bbp en kan deze richting 100 procent gaan.
De Verenigde Staten hebben inmiddels meer dan 40 biljoen dollar overheidsschuld. China zit volgens de tekst boven de 22 biljoen dollar en Japan rond de 9 biljoen dollar.
Het probleem zit echter niet alleen in de omvang van de schulden. Het wordt vooral problematisch wanneer de rente sneller stijgt dan de economie groeit.
Dan neemt de rentelast steeds verder toe en wordt het moeilijker om de schuld onder controle te houden.
Het tijdperk van goedkoop geld is voorbij
Jarenlang konden overheden profiteren van extreem lage rentes. Geld lenen was goedkoop en centrale banken hielden de financiële voorwaarden uitzonderlijk ruim.
Volgens Middelkoop loopt dat tijdperk nu ten einde.
De stijgende lange rentes in onder meer de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn volgens hem een belangrijk signaal dat financiële markten steeds kritischer naar de houdbaarheid van overheidsschulden kijken.
In de Verenigde Staten zijn de rentelasten inmiddels opgelopen tot meer dan 1 biljoen dollar per jaar. Daarmee zijn de rentebetalingen groter geworden dan de Amerikaanse defensie-uitgaven.
Dat zorgt voor een zichzelf versterkende dynamiek: hogere schulden leiden tot hogere rentebetalingen, die vervolgens weer leiden tot grotere begrotingstekorten en nóg meer schuld.
Eén nieuwe schok kan voldoende zijn
Volgens Middelkoop hoeft er geen perfecte storm te ontstaan om het systeem in ernstige problemen te brengen.
Een enkele grote schok zou voldoende kunnen zijn.
Denk bijvoorbeeld aan:
een verdere sterke stijging van de lange rente;
een wereldwijde recessie;
politieke verlamming in Washington, Parijs of Tokio;
een grote geopolitieke crisis;
of grote verliezen bij banken op staatsobligaties.
Zodra het vertrouwen begint weg te vallen, kan de ontwikkeling volgens Middelkoop razendsnel verlopen.
Overheden kunnen dan te maken krijgen met mislukte obligatieveilingen, sterk oplopende risicopremies, kapitaalvlucht en snel dalende valutakoersen.
Het probleem is dat financiële systemen tegenwoordig sterk met elkaar verbonden zijn. Een crisis in één groot land kan daardoor vrijwel onmiddellijk overslaan naar andere landen.
Waar kan de crisis beginnen?
Middelkoop noemt vijf economieën die volgens hem bijzonder belangrijk zijn: de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk, Italië en China.
De problemen verschillen per land, maar door de omvang van deze economieën kunnen problemen in één van deze landen grote internationale gevolgen hebben.
1. Verenigde Staten
De Verenigde Staten vormen volgens Middelkoop het belangrijkste risico.
Amerikaanse staatsobligaties vormen immers een fundament onder het mondiale financiële systeem. Ze worden wereldwijd gebruikt als reservebezitting en als onderpand.
De Amerikaanse overheid heeft tegelijkertijd structureel grote begrotingstekorten.
Het voordeel van de VS is dat het land schulden uitgeeft in zijn eigen munt: de dollar. Bovendien beschikt het over een zeer diepe en liquide obligatiemarkt.
Het gevaar zit daarom niet zozeer in een plotseling onvermogen om schulden af te lossen, maar in het steeds kleiner wordende speelveld waarbinnen fouten kunnen worden gemaakt.
Wanneer beleggers een steeds hogere rentevergoeding eisen, kunnen de rentelasten zeer snel oplopen.
Daar komt bij dat de VS de komende twaalf maanden bijna 10 biljoen dollar aan bestaande schuld moet herfinancieren.
2. Japan
Japan is een heel ander verhaal.
Het land heeft al jarenlang een uitzonderlijk hoge schuldquote, rond 200 procent van het bbp of zelfs hoger. Toch heeft Japan deze enorme schuld lange tijd tegen zeer lage rentes kunnen financieren.
Dat kwam onder andere door binnenlandse besparingen, grote institutionele vraag en het beleid van de Japanse centrale bank.
Nu de rente normaliseert, verandert die situatie.
De Japanse obligatiemarkt laat volgens Middelkoop al zien dat hogere rentes en een extreem hoge schuldenberg moeilijk met elkaar te verenigen zijn.
Japan is daarmee een belangrijke test: kan een land met zulke hoge schulden overstappen van een omgeving met vrijwel nul rente naar een normale rente zonder zijn financiële stabiliteit in gevaar te brengen?
3. Frankrijk
Frankrijk heeft weer een ander probleem.
Het land combineert hoge overheidsuitgaven met aanhoudende begrotingstekorten, een oplopende staatsschuld en grote politieke moeilijkheden om snel te bezuinigen.
Een Franse schuldencrisis zou bovendien veel verder kunnen gaan dan de Franse grenzen.
Frankrijk behoort tot de kern van de eurozone. Wanneer beleggers het vertrouwen in de Franse overheidsfinanciën verliezen, kunnen daardoor ook banken, andere eurolanden en de stabiliteit van de euro onder druk komen te staan.
4. Italië
Ook Italië blijft volgens Middelkoop een structureel kwetsbaar land binnen de eurozone.
De Italiaanse schuld bedraagt ongeveer 138 procent van het bbp. Daar komt een combinatie bij van lage economische groei en demografische problemen.
Een langdurige stijging van de renteverschillen met Duitsland zou herinneringen kunnen oproepen aan de Europese schuldencrisis van 2011 en 2012.
Tegelijkertijd laat Italië zien dat een hoge schuldquote op zichzelf niet automatisch tot een crisis leidt. Het land heeft eerdere periodes van zware financiële druk weten te overleven.
5. China
China kent weer een heel ander soort schuldenprobleem.
De totale schuldenlast van de Chinese overheid, lokale overheden en aanverwante instellingen is sterk opgelopen.
Het grootste gevaar is volgens Middelkoop niet noodzakelijk een klassieke staatsbankroet, maar een sterke economische groeivertraging.
China heeft namelijk een enorme invloed op de wereldwijde vraag naar grondstoffen en industriële producten.
Een langdurige Chinese economische vertraging zou daardoor wereldwijd kunnen leiden tot lagere grondstoffenprijzen, problemen voor grondstoffenexporteurs, deflatoire druk en toenemende concurrentie op de wereldmarkt.
Waarom een crisis zich razendsnel kan verspreiden
Het moderne financiële systeem bestaat uit een enorm netwerk van onderlinge leningen, beleggingen en garanties.
Wanneer staatsobligaties sterk in waarde dalen, worden ook banken geraakt. Banken kunnen vervolgens minder krediet verstrekken. Beleggers proberen hun geld naar veiliger geachte landen en bezittingen te verplaatsen.
Daarmee kunnen valutakoersen onder druk komen te staan en kan de internationale handel worden geraakt.
Binnen de eurozone is het probleem nog ingewikkelder. Individuele landen beschikken niet over een eigen munt die zij kunnen laten dalen of een eigen centrale bank die onbeperkt staatsobligaties kan opkopen.
Een lokale schuldencrisis kan daardoor snel uitgroeien tot een probleem voor de gehele muntunie.
2030–2035: het kritieke tijdvak?
Middelkoop ziet de periode tussen 2030 en 2035 als een belangrijk mogelijk omslagpunt.
De combinatie van oplopende schulden, enorme herfinancieringsbehoeften en de politieke onmogelijkheid om snel orde op zaken te stellen, maakt volgens hem een ernstige crisis binnen tien jaar waarschijnlijk.
Hoe langer overheden noodzakelijke aanpassingen uitstellen, hoe groter volgens deze visie uiteindelijk de rekening wordt.
De kern van het probleem is eenvoudig: wanneer de rente structureel hoger ligt dan de economische groei, terwijl overheden tegelijkertijd begrotingstekorten blijven boeken, wordt het steeds moeilijker om de schuldquote stabiel te houden.
Wat gebeurt er na een crisis?
Volgens Middelkoop zal het huidige monetaire systeem in zijn huidige vorm een dergelijke crisis niet overleven.
Hij verwacht onder meer:
gedwongen schuldherstructureringen;
gedeeltelijke wanbetalingen;
financiële repressie;
hogere inflatie;
kapitaalrestricties;
sterke bewegingen op valutamarkten;
en een verdere ontwikkeling richting een multipolair internationaal monetair systeem.
Daarbij verwacht hij een grotere rol voor goud.
Centrale banken kopen nu al grote hoeveelheden goud en volgens Middelkoop is dat geen toeval. Goud is immers geen verplichting van een andere overheid of centrale bank en kan niet onbeperkt worden bijgedrukt.
In een periode waarin vertrouwen in staatsobligaties en valuta afneemt, kan die eigenschap opnieuw belangrijk worden.
Goud, zilver en andere tastbare bezittingen
Middelkoop verwacht dat goud in een toekomstige monetaire reset opnieuw een centrale rol zal spelen.
Ook zilver noemt hij interessant, vanwege de combinatie van monetaire betekenis en industriële vraag.
Daarnaast wijst hij op fysiek vastgoed, grondstoffen en andere tastbare bezittingen als mogelijke manieren om vermogen te beschermen tegen een situatie waarin financiële claims door inflatie worden uitgehold of worden geherstructureerd.
Zijn redenering is dat fysieke bezittingen niet dezelfde tegenpartijrisico's hebben als schuldpapier van zwaar belaste overheden.
De grote reset
De Big Reset is volgens Middelkoop inmiddels geen theoretisch scenario meer dat alleen in boeken wordt besproken.
Zijn verwachting is dat de komende tien jaar bepalend kunnen worden voor het internationale financiële systeem.
De combinatie van enorme schulden, hogere rentes en voortdurende begrotingstekorten vormt volgens hem een tikkende tijdbom.
Als het vertrouwen eenmaal omslaat, kan een financiële crisis zich veel sneller ontwikkelen dan overheden kunnen reageren.
De uiteindelijke uitkomst zou een ingrijpende herstructurering van het internationale monetaire systeem kunnen zijn, waarbij goud opnieuw een veel belangrijkere rol krijgt en de huidige dominantie van het op schuld gebaseerde fiatgeldsysteem afneemt.
De komende jaren zullen moeten uitwijzen of Middelkoop gelijk krijgt met zijn voorspelling. Eén ding staat volgens zijn analyse echter vast: de schuldenberg is inmiddels zo groot geworden dat hogere rentes een steeds groter probleem vormen.
De vraag is daarom niet alleen óf het systeem verandert, maar vooral hoe en wanneer die verandering zal plaatsvinden.