Deel 17 - 10/5/1925: Wanneer ik me verenig, verschijnt er een enorme Leegte vol Licht in mijn geest. In dit Licht zijn geen grenzen te onderscheiden: - boven of onder, rechts of links, voor of achter. Te midden van deze oneindigheid, op een extreem hoog punt, lijkt het alsof ik in de geest, de Godheid of de drie Goddelijke Personen zie. En op de een of andere manier komt er een klein meisje uit mij tevoorschijn: dat ben ikzelf of misschien mijn kleine ziel. Het is ontroerend om dit klein meisje te zien bewegen in deze immense lege ruimte, helemaal alleen: - verlegen, op haar tenen lopend, - haar ogen steeds gericht op de plaats waar zij de drie goddelijke Personen ziet, - bang dat als ze haar ogen neerslaat, ze niet weet waar ze terechtkomt.
Al haar kracht komt voort uit haar blik die naar boven gericht is. In feite, wanneer haar blik de Blik van de Allerhoogste ontmoet, krijgt ze steeds meer kracht naarmate ze verder gaat. Wanneer ze voor de Drie Goddelijke Personen komt te staan, buigt ze zich neer om de goddelijke Majesteit te aanbidden. Dan tilt een Hand van de goddelijke Personen haar op. Zij zeggen haar: "Onze dochter, de kleine dochter van onze Wil, kom in onze Armen." Bij deze woorden wordt ze vervuld van vreugde. De Drie Goddelijke Personen zijn in feeststemmingen en zij wachten op de vervulling van de Zending die Zij haar hebben toevertrouwd. Dan zegt zij, met de typische gratie van een klein dochtertje: "O allerhoogste Majesteit, - ik kom U aanbidden, U zegenen en U voor alles danken. - ik kom elke menselijke wil van alle generaties, van de eerste mens tot de laatste, aan Uw Troon binden, zodat allen - uw allerhoogste Wil kunnen erkennen, - Hem aanbidden, liefhebben en Hem in hun ziel laten leven.
In deze immense leegte bevinden zich alle mensen. Ik wil hen allemaal nemen om hen in uw heilige Wil te plaatsen, zodat zij allemaal kunnen terugkeren naar hun Oorsprong, dat wil zeggen in uw Wil. Ik ben in uw Vaderlijke Armen gekomen, om - U al uw kinderen, mijn broeders en zusters, te brengen en - hen allemaal aan uw Wil vast te binden. Namens hen allen wil ik alles herstellen en U eer en glorie betonen alsof zij allen in uw allerheiligste Wil leven. Maar ik smeek U, sta niet langer toe, dat er nog scheiding bestaat tussen de Goddelijke Wil en de menselijke wil! Het is een klein meisje dat U dit vraagt, en ik weet dat U de kleintjes niets kan weigeren.”
Maar wie kan alles zeggen? Dat zou te lang duren! Ik heb geen woorden om uit te drukken wat ik voor de Allerhoogste zeg. Bovendien lijkt het me dat in deze immense Leegte niet dezelfde taal als in deze wereld gesproken wordt.
Op andere momenten, wanneer ik versmelt met de Goddelijke Wil en de immense Leegte zich aan mijn geest voordoet, beweeg ik me door alle geschapen dingen heen. En druk ik er "ik bemin U" op, gericht aan de allerhoogste Majesteit, alsof ik de atmosfeer wil vullen met 'ik bemin U’ om een wederliefde te geven aan de Allerhoogste Liefde voor zoveel Liefde voor de mensen. Vervolgens doorloop ik alle gedachten van de mensen en druk er mijn 'ik bemin U’ op. Ik ga verder door mijn 'ik bemin U’ op elke blik, elke mond en elk woord. Ik bedek elke hartslag, elk volbracht werk en elke stap met een 'ik bemin U’ gericht aan mijn God.
Vervolgens daal ik af in de diepten van de oceaan en plaats ik op elke vis en elke druppel water een 'ik bemin U’. Daarna, alsof ze overal 'ik bemin U’ had gestrooid, verschijnt de kleine dochter voor de goddelijke Majesteit. En alsof zij Hem wil verrassen, zegt zij Hem: "Mijn Schepper en mijn Vader, mijn Jezus en mijn eeuwige Liefde, kijk: alle dingen zeggen U namens alle mensen dat zij U beminnen. Overal zijn er "'ik bemin U’ die tot U gericht zijn. De hemel en de aarde zijn er vol van. Zult U uw allerkleinste dan niet toestaan dat uw Wil: - neerdaalt onder de mensen, - bekend gemaakt wordt, - vrede sluit met de menselijke wil?
Wanneer Hij zijn terechte Autoriteit uitoefent en zijn ereplaats inneemt, zal geen enkele mens nog ooit zijn wil doen, maar altijd de Uwe! Op andere momenten, wanneer ik me verenig met de Goddelijke Wil, kreun ik over alle beledigingen die mijn God aangedaan worden. En dan zet ik mijn tocht door deze immense Leegte verder om alle Pijnen te verzoenen die Jezus heeft geleden vanwege de zonden. Ik maak deze smarten tot de mijne en ik ga overal heen, - naar de meest verborgen en geheime plaatsen, - naar openbare pleinen, - naar alle slechte menselijke daden, om te treuren over alle zonden. Ik heb het gevoel dat ik bij elke beweging van mensen wil roepen: "Berouw, genade!"
Ik druk - mijn gebed in het gerommel van de donder, zodat iedereen het kan horen, opdat het verdriet van het beledigen van mijn God in alle harten weerklinkt. - barmhartigheid in de bliksemflitsen, - berouw in het suizen van de wind, - berouw en barmhartigheid in het luiden van de klokken; kortom, berouw en barmhartigheid in alles. Vervolgens breng ik de berouwvolle zielen voor mijn God en smeek ik om genade voor iedereen.
En ik zeg: "Grote God, laat uw Wil op aarde neerdalen, opdat er geen plaats meer is voor zonde. Het is alleen de menselijke wil die zovele beledigingen voortbrengt, zodat de hele aarde met zonden lijkt overspoeld te worden Daarom smeek ik U, verheug de kleine dochter van uw Wil die niets anders wil, dan - dat uw Wil bekend en bemind wordt, en - dat Hij in alle harten heerst.”
Ik herinner me dat ik, op een dag, terwijl ik me verenigde met de Goddelijke Wil, naar de hemel keek op een moment dat het hevig regende. En ik voelde een grote vreugde toen ik de regen zag vallen. Mijn lieve Jezus bewoog zich in mij bewoog, en met een onuitsprekelijke Liefde en Tederheid zei Hij: "Mijn dochter, in deze regendruppels die je uit de hemel ziet vallen, ligt mijn Wil. Hij daalt snel neer met het water om: - de dorst van de mensen te lessen, - hun ingewanden en aderen te doordringen, - hen te verfrissen, - hen mijn kussen, mijn Liefde te brengen, en - hun leven te vormen. Hij komt de aarde te irrigeren, bevruchten, vruchtbaar te maken, zodat zij voedsel voor de mens kan voortbrengen. Hij komt om zovele andere behoeften van de mensen te vervullen. Mijn Wil wil: - in alle geschapen dingen leven - aan elk ding een hemels en aards leven te geven.
Vol liefde, komt Hij naar alle mensen als naar een feest, maar Hij krijgt van hen geen passende erkenning, Hij blijft als het ware op zijn honger zitten. Mijn dochter, versmolten met Mijn Wil, stroomt jouw wil ook in dit water dat uit de hemel valt. Hij stroomt overal met mijn Wil. Laat Hem nooit alleen en geef Hem de beloning van je liefde namens iedereen. Terwijl Hij dit zei, waren mijn ogen vol verwondering. Ik kon mijn ogen niet afhouden van de vallende regen. Mijn wil ging mee met dit water en ik zag daarin de Handen van mijn Jezus die zich vermenigvuldigden om iedereen water te brengen. Wie zou kunnen zeggen wat ik voelde! Alleen Jezus zou dat kunnen zeggen, Hij die hiervan de auteur is.
Wie zou de vele manieren kunnen beschrijven waarop ik kon versmelten met de Allerheiligste Wil? Ik heb voorlopig genoeg gezegd. Als Jezus het wil, zal Hij mij de woorden en de genade geven om meer te zeggen. En dan zal ik over dit onderwerp blijven schrijven. In aansluiting op het bovenstaande zei ik tegen mijn Jezus: "Zeg mij, mijn Liefde, wat is die Leegte die in mijn geest opkomt wanneer ik versmelt met uw allerheiligste Wil? En wie is dat klein meisje dat uit mij tevoorschijn komt? Waarom voelt zij een onweerstaanbare Kracht die haar naar uw Troon trekt om haar kleine daden op de Goddelijke Knieën neer te leggen met als doel de Godheid te verheugen? Vol goedheid antwoordde mijn lieve Jezus mij: "Mijn dochter, de Leegte is onze Wil die jou ter beschikking staat. Hij moet gevuld worden met alle daden die verricht zouden zijn in onze Wil als de mensen in onze Wil hadden geleefd.
Deze immense Leegte vertegenwoordigt onze Wil. Hij is voortgekomen uit onze Godheid: - voor het welzijn van iedereen in de schepping, - met als doel alle mensen en alle dingen gelukkig te maken. Bijgevolg zouden alle mensen deze leegte moeten hebben gevuld - met hun daden en - door hun wil aan hun Schepper aan te bieden. Omdat zij dit niet gedaan hebben, wat voor Ons een zeer grote belediging is, hebben Wij jou geroepen voor deze speciale missie om Ons te geven wat anderen ons verschuldigd zijn. Dat is de reden waarom Wij je: - eerst overladen hebben met een lange reeks Genaden en - vervolgens gevraagd hebben of je in onze Wil wilde leven.
En je hebt ‘ja’ gezegd en jouw wil aan onze Troon vastgebonden, zonder hem ooit terug te willen hebben. De menselijke wil en de Goddelijke Wil kunnen immers niet met elkaar leven. Dat ‘ja’, d.w.z. ‘jouw wil’, is stevig vastgebonden aan onze Troon. Daarom wordt je ziel, in de vorm van een klein meisje, aangetrokken door de allerhoogste Majesteit. Want het is jouw wil die bij Ons is die je als een magneet aantrekt. En jij, in plaats van je zorgen te maken over je wil, bent enkel bezorgd om alles wat je in onze Wil hebt kunnen volbrengen, op onze Knieën te brengen. En je legt onze Wil Zelf in onze Schoot, als: - de grootste Eer die Ons kan worden bewezen en - de beloning die Ons het meest behaagt. Het feit dat je niet langer naar je eigen wil kijkt en dat alleen de Onze in jou leeft, maakt ons feestelijk. Jouw kleine daden die je in onze Wil verricht, brengen Ons de vreugde van de hele schepping. Zo lijkt het Ons alsof alles Ons toelacht en feest viert voor Ons. Als Wij dan zien dat je onze Troon verlaat: - zonder enige aandacht voor je eigen wil en dat je onze Wil met je meeneemt, is dat een zeer grote vreugde voor Ons. Daarom zeg Ik je elke keer: "Wees aandachtig voor onze Wil". Want in Hem is veel te doen. Hoe meer je doet, hoe groter de vreugde die je Ons schenkt. En onze Wil zal zich in stromen over jou en buiten jou uitstorten."
Deel 17 - 17/5/1925: Soms, - wanneer ik me verenig in de Allerhoogste Wil en - wanneer die immense Leegte in mijn geest aanwezig wordt, gaat het kleine meisje verder met haar ronde. Zij stijgt hoog op en bedankt God voor alle Liefde die Hij aan al zijn schepselen betoont. Zij wil Hem eren als Schepper van alle dingen. Zo wandelt zij tussen de sterren en zij plaats - op elke lichtflits, een "ik bemin U" en een "Glorie aan mijn Schepper".
- in elke zonnestraal die op de aarde neerdaalt, " ik bemin U " en " Glorie ".
- in de onmetelijkheid van de hemel, bij elke stap die ze zet, " ik bemin U " en "Glorie".
- in het getjilp van vogels, het geklapwieken van hun vleugels, "liefde" en "Glorie aan mijn Schepper".
- In de grassprietjes die uit de grond komen,
- in de bloemen die opbloeien en hun geur verspreiden: "liefde" en "Glorie".
- Op de toppen van de bergen en in de valleien, "liefde" en "Glorie".
Ze dringt door tot in het hart van alle mensen alsof ze zich daar wil opsluiten. In ieder van hen verkondigt zij: " ik bemin U " en "Glorie aan mijn Schepper". Ik zou willen dat alle dingen met één enkele kreet, met één enkele wil en in één enkele harmonie: "Glorie en liefde aan mijn Schepper". Daarna, alsof ze alles heeft verenigd, zodat alle dingen
- een wederkerige liefde aan God aanbieden en
- Hem verheerlijken voor alles wat Hij in de Schepping heeft verwezenlijkt, gaat zij naar zijn Troon en zij zegt Hem:
"O allerhoogste Majesteit en Schepper van alle dingen, dit klein kindje komt in uw Armen om U te zeggen dat de hele Schepping, namens alle schepselen, U een wederkerige Liefde geeft en de juiste Glorie voor de zovele dingen die U uit liefde voor allen geschapen hebt. In uw Wil ben ik overal in deze immense Leegte rondgegaan zodat alle dingen U verheerlijken, U beminnen en U zegenen. Ik heb de Liefde tussen de Schepper en de mens in verbinding met elkaar gebracht, Liefde die door de menselijke wil verbroken was. En ik heb U ook de Glorie gegeven die iedereen U verschuldigd is. Laat uw Wil nu neerdalen op aarde opdat door Hem alle relaties tussen de Schepper en de mens versterkt worden.
Op die manier zullen alle dingen terugkeren naar de oorspronkelijke Orde die U hebt vastgesteld. Handel snel, wacht niet langer: ziet U niet hoe verdorven de aarde is! Enkel uw Wil –uw gekende en heersende Wil – kan deze ineenstorting stoppen en alles in veiligheid brengen.” Vervolgens, met het gevoel dat haar zending nog niet volbracht is, daalt zij dieper af in de immense Leegte, om Jezus te bedanken voor het Werk van Verlossing.
Daar is het alsof zij alles vindt wat Hij gedaan heeft. En zij dankt Hem in de naam van iedereen, als vervanging voor alle daden die de mensen Hem hadden moeten aanbieden toen zij op Hem aan het wachten waren en Hem op aarde ontvingen. Alsof zij zichzelf volledig in liefde voor Jezus wilde veranderen, zei zij: "Jezus, U bent uit de Hemel neergedaald. Ik druk mijn:
- 'ik bemin U' in de daad waarin U bent verwekt,
- 'ik bemin U' in de eerste druppel Bloed die in uw Mensheid werd gevormd,
- 'ik bemin U' in uw eerste Hartslag, zodat al uw Hartslagen getekend
zijn met mijn 'ik bemin U',
- 'ik bemin U' in uw eerste Ademhaling,
- 'ik bemin U' in uw eerste Lijden,
- 'ik bemin U' in de eerste tranen die U in de schoot van uw Moeder geweend hebt.
Als dank wik ik wil mijn 'ik bemin U' drukken op uw Gebeden, uw Eerherstel en uw Offers, Elk moment van uw Leven wil ik bezegelen met mijn 'ik bemin U':
- 'ik bemin U' in de daad van uw Geboorte,
- 'ik bemin U' in de koude die U geleden hebt,
- 'ik bemin U' in elke druppel melk die U uit de borst van uw Moeder gekregen hebt. Ik wil de doeken waarin uw Moeder U omwikkelde vullen met mijn 'ik bemin U'. Ik leg mijn 'ik bemin U' neer op de plaats
- waar uw lieve moeder U voorzichtig in de kribbe gelegd heeft,
- waar uw tere ledematen de ruwheid van het stro gevoeld hebben en, nog meer dan dit de ruwheid van de harten gevoeld hebben.
Ik druk een 'ik bemin U' op - elk van uw ‘wenen’,
- elke traan en verdriet als pasgeborene. Ik laat mijn 'ik bemin U' stromen
- in al uw contacten en al uw liefde-uitwisselingen met uw Mama,
- in de Woorden die U uitgesproken hebt,
- in het voedsel dat U gegeten hebt,
- in het water dat U gedronken hebt,
- in de stappen die U gezet hebt,
- in het werk dat U met uw Handen verricht hebt,
- in de daden die U verricht hebt in uw verborgen Leven.
Ik verzegel mijn 'ik bemin U' in
- elk van uw innerlijke Daden en
- elke Pijn die U doorstaan hebt.
Ik leg mijn 'ik bemin U' neer
- op de wegen die U bewandeld hebt,
- in de lucht die U ingeademd hebt,
- in alle toespraken die U tijdens uw Openbaar Leven gehouden hebt.
Mijn 'ik bemin U' vloeit
- in de Wonderen die U verricht hebt en
- in de Sacramenten die U ingesteld hebt.
In alles, O mijn Jezus, zelfs in de meest verborgen vezels van uw Hart, druk ik mijn "'ik bemin U' " in mijn naam en in naam van iedereen. Uw Wil maakt mij alles aanwezig. Ik wil niets verlaten zonder dat mijn "'ik bemin U' er ingegrift is. Als er niets anders meer is dat zij voor U kan doen, voelt de kleine dochter van uw Wil de behoefte om U te vragen:
- om ten minste één klein 'Ik bemin je' voor ons te plaatsen in alles wat U voor mij en voor iedereen gedaan hebt. Daarom volgt mijn 'ik bemin U', in al het Lijden van uw Passie,
- in al het gespuug, de minachting en
- in de beledigingen die ze U hebben aangedaan.
Mijn 'ik bemin U', bezegelt
- elke druppel Bloed die U vergoten hebt,
- elke klap die U gekregen hebt,
- elke wonde die uw Lichaam toegebracht is,
- elke doorn die uw Hoofd doorboord heeft,
- elke Pijn van uw Kruisiging,
- elk Woord dat U aan het kruis gesproken hebt.
Op alles, tot aan uw laatste Ademtocht, druk ik mijn "'ik bemin U' " af. Ik wil uw gehele Leven, al uw Daden omringen met mijn 'ik bemin U'. Ik wil dat U mijn 'ik bemin U' voelt, ziet en ervaart, overal verspreid. Mijn 'ik bemin U' zal U nooit verlaten. Uw Wil is het Leven van mijn 'ik bemin U'.
En weet U wat dit kleine meisje wenst? Dat de Goddelijke Wil, die door U zo bemind wordt en die U uw gehele Leven op aarde gedaan hebt, bekend wordt bij alle mensen, zodat iedereen deze Wil bemint en vervult op aarde zoals in de Hemel. Zij wil U voor zich winnen met haar liefde, opdat U uw Wil aan alle mensen schenkt. O, maak dit kleine meisje gelukkig ,dat niets anders wil dan wat U wil: dat uw Wil bekend wordt en heerst over de hele aarde. Nu geloof ik dat de gehoorzaamheid is nageleefd en tevreden is. Het is waar dat ik veel dingen moest weglaten omdat ik anders nooit klaar zou gekomen zijn. Voor mij is het samensmelten met de allerhoogste Wil, alsof ik voor een stromende fontein sta.
Elk klein ding dat ik hoor of zie, of zelfs een belediging aan mijn Jezus, is een gelegenheid om nieuwe wegen te vinden en nieuwe versmeltingen met zijn allerheiligste Wil. Hierna heeft Jezus mij gezegd: “Mijn dochter, je moet nog iets toevoegen over het versmelten in mijn Wil. Een andere oproep moet toegevoegd worden.
Het gaat erom je te verenigen, in de orde van de Genade, met alles, wat de Heiligmaker, de Heilige Geest heeft gedaan en zal doen voor degenen die geheiligd zullen worden. Wij, de drie goddelijke Personen, zijn altijd verenigd in ons Handelen:
- de Schepping wordt toegeschreven aan de Vader,
- de Verlossing aan de Zoon en
- de verwezenlijking van "Uw Wil geschiede" aan de Heilige Geest.
Het is precies in het ‘Fiat Voluntas Tua’, dat de Heilige Geest zijn Werk zal tonen. Je doet dit als jij voor de Allerhoogste Majesteit komt en Je zegt: “Ik kom U wederliefde geven voor alles wat de Heiligmaker doet voor degenen die Hij heiligt. Ik plaats mij in de orde van de Genade:
- om U de glorie en de wederkerige Liefde te kunnen bieden, die U ontvangen zou hebben indien iedereen heilig geworden was,
- en om genoegdoening te bieden voor alle weerstand of gebrek aan instemming met de Genade."
En, voor zover je daartoe in staat bent, zoek je in onze Wil naar de Daden vol van Genade van de heiligmakende Geest, om:
- zijn Verdriet tot het uwe te maken, evenals
- zijn verborgen Kreunen,
- zijn angstige Zuchten in het diepst van de harten, omdat Hij daar niet welkom is. Zijn fundamenteel Werk bestaat erin om onze Wil in de ziel te plaatsen als de Volledige Daad van Heiligmaking. Wanneer Hij zich afgewezen voelt, kreunt Hij in onuitsprekelijke Weeklagen. En jij, in je kinderlijke eenvoud, zegt tot Hem: "Heiligmakende Geest, haast U alstublieft, maak uw Wil aan iedereen bekend. Zo kunnen diegenen die Hem kennen, Hem beminnen en kunnen zij uw fundamentele Daad verwelkomen: hun volledige heiliging, hetgeen uw allerheiligste Wil is."
Mijn dochter, de Drie Goddelijke Personen zijn zowel onafscheidelijk als gescheiden. Zij willen hun Werken aan de menselijke generaties openbaren. Hoewel Zij één zijn, wil Elk van Hen individueel zijn Liefde voor de mensen en zijn eigen Handelen ten opzichte van hen tonen.
Deel 18 - 9/11/1925: Jezus: "Mijn dochter, Ik wil dat je je eerst in Mijn Wil versmelt en dat je voor de Allerhoogste Majesteit verschijnt:
- om alle menselijke willen opnieuw te ordenen in de Wil van hun Schepper.
- om met Mijn eigen Wil eerherstel brengt voor alle daden van de wil van de mensen die tegen de Mijne ingaan. De Wil is uit Ons voortgekomen om de mens te vergoddelijken. En Wij willen dat de Wil aan Ons wordt teruggegeven. Wanneer deze Wil door hen afgewezen wordt om hun eigen wil te doen, is dat:
- de meest directe belediging aan de Schepper,
- het niet erkennen van alle goede dingen van de Schepping en
- het zich verwijderen van hun gelijkenis met Ons.
Hoewel Mijn Wil één is, brengt Hij aan elke mens zijn actie van vergoddelijking. Jij brengt al deze daden van mijn Wil samen en draagt ze voor aan de Allerhoogste Majesteit, om ze met jouw liefde en de Mijne te beantwoorden, en om eerherstel te brengen voor alle tegengestelde daden van de mensen. Je moet Mijn Wil vragen om de mensen opnieuw te verrassen met herhaalde daden, zodat zij
- Hem zullen leren kennen,
- Hem zullen ontvangen als hun eerste Daad,
- Hem zullen beminnen en Hem in alles zullen vervullen.
Velen aanbidden mijn Wonden. Maar niemand geeft Mij de Rechten van mijn Wil terug, als de eerste Daad die Ik verrichtte ten opzichte van de mens. Daarom is het jouw taak om dit te doen, omdat jij een speciale zending hebt met betrekking tot mijn Wil. En als je in slaap valt terwijl je dit doet, zal onze hemelse Vader je liefdevol aankijken als Hij je ziet slapen in zijn armen. Hij ziet hoe zijn kleine dochter zelfs in haar slaap alle daden van zijn Wil in haar schoot houdt om:
- hen te herstellen, hen met liefde te beantwoorden, en
- elke daad van Onze Wil de Eer, de Soevereiniteit en het Recht te geven die Hem toekomen. Daarom moet je eerst je plicht doen, en daarna, als je kan, ook de aanbidding van mijn Wonden." Geprezen zij Jezus voor altijd! Deze nacht, door zijn Goedheid, heb ik beide kunnen doen.
* Je verenigen met de goddelijke wil betekent: voor de Allerhoogste Majesteit verschijnen om alle menselijke wil te herordenen met de wil van hun God, hun Schepper, om te herstellen met Jezus' eigen goddelijke wil voor alle daden van de menselijke wil, schepsels die zich verzetten tegen Gods goddelijke wil. De goddelijke wil is uit ons voortgekomen, zegt Jezus, om het schepsel te demoniseren, het schepsel te demoniseren. En wij zullen niet alleen de wil van God doen zoals de heiligen, maar ook leven in de goddelijke wil zoals Jezus en Maria deden. Dat is wat ze aan Luisa gaven, dit is Gods plan.
En wanneer deze goddelijke wil door hen wordt verworpen om hun eigen menselijke wil te doen, is dat de meest directe belediging van hun God. Wanneer we onze menselijke wil doen, is dit een directe belediging van God.
Je herenigt al deze daden van mijn goddelijke wil. Je brengt ze voor de goddelijke majesteit, de allerhoogste majesteit, om ze te vergelden met jouw menselijke wil, samen met de mijne. In jouw liefde herschrijf je alle tegengestelde dingen van de mensheid, verleden, heden en toekomst, en je drukt op dezelfde goddelijke wil van mij om de schepselen te verrassen, de mensheid te verrassen, dat is wat er komt, deze verrassing komt eraan, deze verlichting van het geweten komt opnieuw met meer herhaalde daden, zodat ze de goddelijke wil mogen kennen, de goddelijke wil in zichzelf mogen ontvangen als primaire daad, liefde, de goddelijke wil, vervul deze heilige goddelijke wil in alles, het is jouw plicht, dit is ons ambt, dit is wat God ons aanbiedt, het is jouw plicht om dit te doen, om dit te leren, om dit te bestuderen, om dit in de praktijk te brengen, want je hebt een speciale missie met betrekking tot mijn goddelijke wil, verenigd met Luisa.
Jezus zegt ons: Hen te vergelden en Hen te herstellen door in de goddelijke wil te leven. Wat is onze plicht? God kennen, liefhebben en dienen, dat is wat aan de heiligen werd verteld. Jezus zegt tegen Luisa dat ze liefde moet kennen en God moet bezitten zoals OLVrouw deed, zoals Jezus leefde, om weer in dit beeld en deze gelijkenis van God te treden. Het eerste wat God van ons wil, is dat we ons elke ochtend verenigen met de goddelijke wil, om te herstellen en opnieuw te doen in de naam van iedereen en alles, alsof de hele mensheid leeft in de goddelijke wil zoals God oorspronkelijk wilde.
Deel 19 - 31/5/1926: Zo bevond Adam zich na de zonde. Hij had de Eenheid van het Licht verloren. Daardoor had hij de Bron van de weldaden en de effecten die de Zon van mijn Wil bezit, verloren. Hij kon de Volheid van de Goddelijke Zon niet meer zichzelf voelen. Hij kon deze Eenheid van het Licht niet langer in zichzelf zien:
- die door zijn Schepper diep in zijn ziel was vastgelegd, en
- die, door hem zijn Gelijkenis te geven, hem tot zijn getrouwe Kopie had gemaakt.
Vóór de zonde bezat hij de Bron van de Eenheid van het Licht met zijn Schepper. Elk van zijn daden was een straal van Licht die
- de hele Schepping overspoelde,
- zichzelf vestigde in het centrum van zijn Schepper,
- Hem Liefde bracht en de wederkerigheid voor alles wat Hij voor hem in de hele Schepping gedaan had. Hij was degene die alles harmoniseerde en de akkoordnoot vormde tussen Hemel en de aarde. Van zodra hij zich onttrok aan mijn Wil te onttrekken, verspreidden zijn daden zich niet langer in de Hemel en de aarde als stralen. Zij krompen ineen, een beetje zoals de bomen en bloemen in de kleine cirkel van zijn terrein. Omdat hij niet langer in harmonie was met zijn omgeving, werd hij de dissonante noot van de hele Schepping.
Oh! Hoe laag was hij gevallen! Hij huilde bitter omwille van het verlies van de Eenheid van het Licht, dat hem boven alle geschapen dingen verhief en Adam tot de kleine god van de aarde maakte. Het Leven in mijn Wil is: de Bron van de Eenheid van het Licht bezitten met al de Volheid van de effecten die Het bevat. Zo komen uit elke daad van deze mens Licht, Liefde, Aanbidding …. Zij maakt zichzelf tot:
- handeling voor elke handeling,
- liefde voor elke liefde.
En zo, zoals het zonlicht: - overspoelt zij alles, - harmoniseert zij alles, - concentreert zij alles in zichzelf.
En als een stralende straal brengt zij aan haar Schepper
- alle wederliefde voor alles wat Hij voor alle mensen gemaakt heeft en
- de ware harmonieuze noot tussen Hemel en aarde.
Wat een verschil is er tussen: - wie de Bron van de goede dingen van de Zon van mijn Wil bezit - en wie leeft van zijn effecten!
Jezus: Mijn dochter, Adam in zijn staat van onschuld en mijn Hemelse Moeder bezaten de Eenheid van het Licht van mijn Wil. Dit was niet uit eigen kracht, maar door de kracht die hen door God werd meegedeeld. Mijn Mensheid bezat deze uit eigen Kracht In mijn Mensheid was immers: - niet alleen de Eenheid van het Licht van de Allerhoogste Wil, - maar ook het Eeuwig Woord aanwezig. En aangezien Ik onafscheidelijk ben van de Vader en van de Heilige Geest, gebeurde de ware en volmaakte bilocatie: Terwijl Ik in de Hemel bleef, daalde Ik neer in de Schoot van mijn Moeder. En aangezien de Vader en de Heilige Geest niet te scheiden zijn van Mij, daalden ook Zij neer in haar Schoot. En zij bleven tegelijkertijd in de Hoogten van de Hemelen.
Deel 19 - 26/6/1926: Jezus: Er werd vastgesteld dat mijn Verlossing zou dienen als hulpmiddel. Zij was niet de Oorsprong van de mens is en Zij diende als middel, nadat de mens zich van zijn oorsprong verwijderd had. Mijn Wil was echter de Oorsprong van de mens en het Einde waarin hij zich moet insluiten. Alle dingen hebben hun oorsprong in mijn Wil en alles moet naar Hem terugkeren.
En zelfs als niet alle in de tijd in Hem leven, zal niemand in de eeuwigheid buiten Hem kunnen zijn. En om deze reden bestaat ook het Voorrecht van mijn Wil. Nu, om de Verlossing mogelijk te maken, had Ik een Maagdelijke Moeder nodig, verwekt zonder de vlek van de erfzonde. Aangezien Ik Mij ging bekleden met menselijk vlees, was het voor Mij, het Eeuwige Woord, passend: dat geen bevlekt Bloed mijn allerheiligste Mensheid vormde. Nu, om mijn Wil bekend te maken, zodat Hij hier heerst, was het niet gewenst om een tweede Moeder te vormen volgens de natuurlijke orde. Ik had veeleer een tweede Moeder nodig volgens de orde van de Genade.
Want om mijn Wil te laten heersen, had Ik geen andere Mensheid nodig maar moest Ik een zodanige Kennis van Hem geven, dat, aangetrokken: - door zijn Wonderen, - door zijn Schoonheid, - door zijn Heiligheid en - door de Weldaden die Hij de mens brengt, zij zich vol liefde aan zijn Heerschappij onderwerpt. Daarom, aangezien Ik je heb uitgekozen voor de Zending van mijn Wil, heb Ik je volgens de natuurlijke orde uit de gewone afstamming gekozen. Maar omwille van de Waardigheid van mijn Wil, moest Ik je volgens de orde van de Genade zodanig verheffen, zodat er in jouw ziel geen enkele schaduw meer overblijft, waardoor mijn Wil in jou niet zou kunnen heersen.
Om de mens te verlossen had mijn Mensheid het zuivere bloed van de Onbevlekte Maagd nodig, om in jou het Leven van mijn Wil te vormen, was de zuiverheid, de zoetheid, de heiligheid en de schoonheid van je ziel nodig.
Mijn Verlossing diende om de Boom van mijn Wil te planten, die zou worden: - besproeid met mijn Bloed, - gekweekt en gesnoeid met mijn eigen Zweet en onnoemelijk lijden, - bevrucht door de Sacramenten. Eerst moest de Boom zich ontwikkelen, zodat hij dan de bloesems kon voortbrengen en uiteindelijk de hemelse Vruchten van mijn Wil laten rijpen.
Om deze kostbare Vruchten te laten rijpen, waren mijn drieëndertig jaren onvoldoende. En de mensen waren nog niet voorbereid, nog niet bereid om een zo delicaat Voedsel, dat Ik hen gaf, in te nemen: geheel Hemels. Dus heb Ik Mij ertoe beperkt de Boom te planten en alle mogelijke middelen achter te laten om hem mooi en gigantisch te laten groeien. Op het gepast ogenblik, wanneer de vruchten aan het rijpen zijn en klaar om geplukt te worden, heb Ik jou speciaal uitgekozen om je te laten weten: - al het Goede dat Hij bezit, en - dat Ik de mens terug wil verheffen naar zijn Oorsprong.
Nadat de mens zijn wil opzijgezet heeft, - die de oorzaak was van het verlies van zijn gelukkige toestand, zal hij van deze kostbare vruchten eten. Hun smaak zal zo subliem zijn dat hij zal bijdragen om: - de infecties van zijn hartstochten en van zijn wil te verwijderen - de heerschappij aan mijn Wil terug te geven. Degene die alles in één omhelzing omarmt, zal alles samen verenigen: de Schepping, de Verlossing en de vervulling van het doel waarvoor alles geschapen is, nl. dat mijn Wil gekend, bemind en vervuld wordt ‘zoals in de Hemel, zo ook op aarde’."