Serie van lessen van Fr Thomas Celso over leven in de Goddelijke Wil - 13
Deel 20 - 17/9/1926: Luisa: "Mijn Liefde, Jezus, als deze Kennis van uw aanbiddelijke Wil zoveel weldaden bevat, waarom hebt U deze dan niet aan Adam bekend gemaakt? Hij had deze Kennis dan aan zijn nageslacht kunnen doorgeven. Zij zouden zo'n groot Goed meer gewaardeerd en gekoesterd hebben. Dat zou de harten voorbereid hebben op de tijd waarin U, Goddelijke Verzoener, besluit om ons deze grote gave van het Koninkrijk van het allerhoogste Fiat te schenken." Jezus: Mijn dochter, zolang Adam in het aardse Paradijs verbleef, leefde hij in het Koninkrijk van de Allerhoogste Wil. Hij bezat alle Kennis over alles wat tot dit Koninkrijk dat hij bezat behoorde, voor zover dat mogelijk is voor een mens.
Maar zodra hij het Paradijs verliet, werd zijn verstand verduisterd. Hij was het Licht van zijn Koninkrijk verloren. En hij kon geen woorden meer vinden voor de kennis die hij over de Allerhoogste Wil verworven had. Diezelfde Goddelijke Wil, die hem de nodige woorden gaf om aan anderen door te geven wat hij wist, ontbrak hem nu. Bovendien, telkens wanneer hij zich herinnerde dat hij zich uit mijn Wil teruggetrokken had en zo’n groot Goed verloren was, werd hij zozeer vervuld van verdriet dat hij zwijgzaam werd.
Hij was verloren in het verdriet omwille van het verlies van zo’n groot Koninkrijk en het onherstelbaar kwaad dat hij niet meer kon herstellen. In werkelijkheid kon enkel diezelfde God die hij beledigd had, dit herstellen. Hij ontving geen bevelen van zijn Schepper. En wat had het voor zin om een Kennis te tonen die hem het goede dat zij bevat, niet zou geven? Ik maak een Goed enkel bekend wanneer Ik het wil geven.
Maar ook al sprak Adam niet veel over het Koninkrijk van mijn Wil, hij wist veel belangrijke dingen over dit Koninkrijk. Zozeer zelfs dat in de vroege geschiedenis van de wereld, tot aan Noah, de generaties geen wetten nodig hadden en er geen afgoderij (noch verscheidenheid aan talen) was. Iedereen erkende hun Ene God (één taal) omdat zij van mijn Wil hielden. Door zich steeds meer van mijn Wil te blijven verwijderen, ontstond er afgoderij. En dit ontaardde in groot kwaad. En om de menselijke generaties te beschermen, zag God de noodzaak om zijn Wetten af te kondigen.
Degene die mijn Wil doet heeft geen wet nodig. Want mijn Wil is Leven, Hij is Wet. Hij is alles voor de mens. Het belang van het Koninkrijk van het Allerhoogste Fiat is enorm. Ik bemin het zozeer dat Ik er meer doe dan in een nieuwe Schepping en Verlossing. In feite werd in de Schepping mijn almachtige Fiat slechts zes keer uitgesproken om alles te ordenen en naar buiten te brengen wat Hij bevat.
Ik heb niet veel gesproken in de Verlossing. Omdat ik niet sprak over het Koninkrijk van mijn Wil, dat oneindige kennis en onmetelijke rijkdommen bevat, had Ik geen reden om meer te zeggen. Aangezien alles wat Ik onderwees van beperkte aard was, waren enkele woorden voldoende om de Verlossing bekend te maken. Maar om mijn Wil bekend te maken, mijn dochter, is veel meer nodig. De geschiedenis ervan is onbegrensd. Zij omvat een eeuwigheid: zonder begin en zonder einde. En hoewel Ik er voortdurend over spreek, vind Ik altijd nog iets te zeggen.
Dat is wat Ik nu aan het doen ben, o! nog een beetje meer. Mijn Wil is belangrijker dan alles. Hij bevat meer Kennis, meer Licht, meer Grootheid, meer Wonderen. Daarom zijn er meer woorden voor nodig. En hoe meer Ik het bekendmaak, hoe meer Ik de grenzen verleg van het Koninkrijk, dat Ik aan de kinderen die het zullen bezitten wil geven.
Daarom is alles wat Ik bekendmaak met betrekking tot mijn Wil een nieuwe Schepping die Ik in mijn Koninkrijk tot stand breng, voor degenen die het geluk zullen hebben het te leren kennen.
Deel 20 - 6/10/1926: Als de mensen mijn Wil niet doen, verliezen zij een Goddelijke Leven. Ik heers in jou. En daarom laat mijn afwezigheid je het lijden ondergaan van de vele goddelijke Levens die door de mensen verworpen zijn, om in jou de vele levensdaden die zij Mij doen verliezen, te herstellen en te compenseren. Weet je niet dat om het Koninkrijk van het Goddelijke Fiat te vormen, Hij in jou evenveel handelingen moet vinden als Hij er verloren heeft? Dit is de reden voor het afwisselen van mijn aanwezigheid en mijn afwezigheid. Zo geef Ik je immers de kans om vele daden van onderwerping aan mijn Wil te verrichten. En zo kan jij de daden van goddelijk Leven die anderen afgewezen hebben in jezelf binnenlaten.
Toen Ik je je zending met betrekking tot het eeuwig Fiat bekend maakte, heb Ik je gevraagd om het offer te brengen om evenveel keer te sterven, als er mensen geboren zijn die het Leven van mijn Wil verworpen hebben. Mijn dochter, door mijn Wil niet te doen, verwerpen de mensen het goddelijke Leven. Dat is niet hetzelfde als het niet beoefenen van de deugden. Daar verwerpen ze juwelen, edelstenen, sieraden, kledingstukken die je kan missen als je ze niet begeert. Mijn Wil weigeren is de middelen verwerpen die je in staat stellen te leven, de bron van het leven vernietigen. Het is het ergste kwaad dat kan bestaan.
Om zijn Koninkrijk in jou te vormen, wil mijn Wil in jou vinden: - alle voldoeningen vinden die de mensen Hem niet gegeven hebben, en - alle Levens die mijn Wil in hen wilde doen ontstaan. Anders zou het een Koninkrijk zijn zonder fundament, zonder gerechtigheid en zonder verschuldigde genoegdoening. Weet echter dat je Jezus je niet te lang zal verlaten. Want Ik weet ook dat je niet kunt leven onder de druk van zo'n zwaar martelaarschap.”
Deel 20 - 15/10/1926: Luisa: "Mijn Jezus, uw Wil omvat en omsluit alles. In naam van de eerste mens die uit uw scheppende Handen kwam tot het laatste die geschapen zal worden, wil ik - alle tegenwerkingen van de menselijke wil met de Uwe herstellen, en - alle daden van uw aanbiddelijke Wil die de mensen verworpen hebben, in mij opnemen, om U te vergoeden in liefde en aanbidding. Zo zal er geen enkele Daad van U zijn die niet overeenkomt met een daad van mij.
En wanneer je mijn kleine handeling als het ware in elk van uw Handelingen terugvindt, zal U tevreden zijn en triomfantelijk op aarde kunnen regeren. Is het misschien niet op de menselijke handelingen dat uw eeuwig Fiat de steun wil vinden, waarop Hij kan heersen? Daarom bied ik in elk van uw Handelingen de mijne aan, als een veld waarop U uw Koninkrijk kunt vestigen.
Je moet namelijk weten dat mijn Wil in de Schepping het actieterrein binnengegaan is in de menselijke daden van de mens. Om te kunnen handelen, wil Hij echter de handeling van de mens in zijn eigen Handeling, om zijn Werk te kunnen verderzetten en te kunnen zeggen: 'Mijn Koninkrijk is te midden van mijn kinderen en juist in het centrum van hun diepste handelingen.' In feite is het in de mate waarin de mens mijn Wil aanneemt - dat Ik mijn Koninkrijk in hem uitbreid en - dat hij zijn koninkrijk uitbreidt in mijn Wil. Maar in de mate waarin hij mij toestaat om in zijn handelingen te heersen, breid Ik zijn grenzen in mijn Koninkrijk uit.
En hoe meer Ik geef, hoe meer vreugde, geluk, zegeningen en glorie ontvangt hij. Het staat zelfs vast dat zij in het Hemelse Vaderland evenveel glorie, zaligheid en geluk zullen ontvangen als zij van mijn Wil in hun ziel op aarde opgenomen hebben. Hun glorie zal worden afgemeten aan diezelfde Wil van Mij die hun ziel bezit.
Zij zullen ook niet meer kunnen ontvangen omdat hun vermogen en ruimheid gevormd worden door diezelfde Goddelijke Wil die zij gedaan en bezeten hebben toen zij op aarde leefden. En zelfs als mijn Vrijgevigheid hen meer zou willen geven, zouden ze niet genoeg ruimte hebben om dit te bevatten, en zou het naar buiten overlopen.
Alleen deze kinderen zullen de glorie van alle zaligen vormen. Want het Koninkrijk van mijn Wil zal worden vervuld in het Hemels Vaderland door de kinderen die hebben omsloten wat mijn Wil wilde, en Hem volledige vrijheid en volledige heerschappij gegeven hebben
Zij zullen daarom de 'essentiële glorie' bezitten. En allen samen zullen zij genieten van de volledige glorie en het volledig geluk van mijn Wil. Zo zal het Koninkrijk van het Allerhoogste Fiat zijn volledige triomf beleven in de Hemel en op aarde.
Jezus: Mijn dochter, het 'uw Wil geschiede' dat Ik in het 'Onze Vader' onderwezen heb, betekende dat iedereen moest bidden om ten minste de Wil van God te kunnen doen. En dat geldt voor alle christenen en voor alle tijden. En dat men zich geen christen kan noemen als men niet bereid is de Wil van de hemelse Vader te doen. Maar je hebt niet nagedacht over wat onmiddellijk daarna volgt: 'Op aarde zoals in de Hemel'. Dit betekent leven in de Goddelijke Wil . Dat betekent bidden dat het Koninkrijk van mijn Wil op aarde mag komen om in Hem te leven. In de hemel doen zij niet mijn Wil, maar zij leven in Hem.
Zij bezitten Hem als hun eigen bezit en hun eigen Koninkrijk. En als zij Hem wel deden, maar Hem niet bezaten, zou hun Geluk niet volledig zijn. Want echt geluk begint in het diepst van de ziel. De Wil van God doen, betekent niet Hem bezitten, maar zich onderwerpen aan wat Hij gebiedt. Leven in mijn Wil, betekent Hem bezitten. Daarom staan in het Onze Vader de woorden 'uw Wil geschiede'. Dit is het gebed dat iedereen tot de allerhoogste Wil kan bidden. De woorden 'op aarde zoals in de Hemel' , helpen de mens terug te keren naar deze Wil waaruit hij voortgekomen is, om zijn geluk, zijn verloren Goede Dingen en het bezit van dit goddelijke Koninkrijk terug te vinden.
Deel 20 - 22/10/1926: Jezus: Mijn dochter, Ik moet nu het grote Wonder van het Koninkrijk van het Allerhoogste Fiat voorbereiden. Daarom doe Ik met jou, eerstgeboren dochter van mijn Wil, wat Ik deed met de soevereine Koningin, mijn Moeder, toen Ik het Koninkrijk van Verlossing moest voorbereiden. Ik heb haar zeer dicht bij Mij gebracht Ik heb haar zeer druk bezig gehouden in haar innerlijk om samen met haar het Wonder van de Verlossing te kunnen vormen waar zo'n grote behoefte aan was. Wij moesten samen zovele dingen doen, opnieuw doen en voltooien.
Daarom moest Ik in haar uiterlijke verschijning alles verbergen, wat een wonder genoemd zou kunnen worden, met uitzondering van haar volmaakte deugdzaamheid. Hierdoor heb Ik haar vrijer gemaakt om haar de oneindige Zee van het Eeuwig Fiat te laten oversteken, zodat zij toegang zou krijgen tot de Goddelijke Majesteit, om het Koninkrijk van Verlossing te verkrijgen. Wat zou het grootste Wonder zijn: - dat de hemelse Koningin aan blinden het gezichtsvermogen teruggegeven had, aan stommen de spraak, enz., - of het Wonder om het Eeuwig Woord op aarde te laten neerdalen?
De eerste wonderen zouden toevallige, voorbijgaande en individuele wonderen geweest zijn. Het tweede Wonder is een permanent Wonder. Het is er voor iedereen die het wil. Daarom zouden de eerste wonderen in vergelijking met het tweede als niets geweest zijn.
Zij was de ware Zon die alles overschaduwde, die in zichzelf het Woord van de Vader overschaduwde, en uit haar licht alle goede dingen, alle effecten en wonderen voortbracht die de Verlossing teweegbrachten. Maar als de zon bracht zij de goede dingen en wonderen voort, zonder zich te laten zien, of te laten zien dat zij de primaire oorzaak van alles was. In feite deed Ik al het goede dat Ik op aarde deed, omdat de Keizerin van de Hemel haar Rijk in de Godheid verkreeg en Mij met haar Rijk uit de Hemel haalde om Mij aan de mensen te geven.
Om het Koninkrijk van het allerhoogste Fiat voor te bereiden, doe Ik nu hetzelfde met jou. Ik houd je bij Mij. Ik laat je zijn oneindige Zee oversteken om je toegang te geven tot de hemelse Vader, zodat je tot Hem kunt bidden, Hem kunt overwinnen en heerschappij over Hem kunt hebben om het Fiat van mijn Koninkrijk te verkrijgen.
Maar als zij kijken naar mijn lieve Moeder, de heiligste van alle mensen, en het grote Goed dat zij in zich had om aan de mensen te brengen, kan niemand zich met haar vergelijken. Zij verrichtte het grote Wonder verrichtte om het goddelijke Woord in haar te ontvangen, en het Wonder om God aan elke mens te schenken.
En voor dit grote Wonder, dat nog nooit gezien of gehoord is, om het Eeuwige Woord aan de mensen te kunnen geven, zijn alle andere wonderen samen, als kleine vlammen voor de zon. Wie het grootste moet doen, hoeft het mindere niet doen. Op dezelfde manier, tegenover het Wonder van het Koninkrijk van mijn Wil dat bij de mensen hersteld is, zullen alle andere wonderen kleine vlammetjes zijn voor de grote Zon van mijn Wil.
In feite zullen mijn Woorden over de Heiligheid en de Kracht van mijn Fiat, de zielen terugbrengen naar hun Oorsprong.
Deel 20 - 26/10/1926: Luisa: "Mijn Liefste, ik wil mijn wil in de Uwe tenietdoen, opdat deze nooit zal leven, om ervoor te zorgen dat de Uwe in alles en voor altijd leven zal hebben. Hiermee wil ik die eerste daad van Adam herstellen, om al de glorie terug te geven aan uw Allerhoogste Wil, alsof Adam zich nooit aan Hem onttrokken had. O, hoezeer wil ik hem de eer teruggeven, die hij verloren is door zijn eigen wil te doen en de Uwe te verwerpen! En ik wil deze daad even zoveel keer verrichten als de mensen: - hun eigen wil gedaan hebben, de oorzaak van alle kwaad, en - uw Wil verworpen hebben, de Oorsprong en Bron van alle Goed.
Daarom vraag ik dat het Koninkrijk van het Allerhoogste Fiat spoedig mag komen, zodat: - allen, vanaf Adam tot alle mensen die hun eigen wil gedaan hebben, de eer en glorie mogen ontvangen die zij verloren hebben en - uw Wil, de triomf, de glorie en de vervulling ervan mag ontvangen.
Deel 20 - 29/12/1926: Jezus: "Mijn dochter, op het moment dat mijn Mensheid verwekt werd, begon Ik een nieuwe Schepping. Ik breidde de Heerschappij van mijn Wil uit over alle daden die mijn Mensheid verricht heeft. Alle handelingen die Ik verrichtte, zowel innerlijk als uiterlijk, werden bezield door een Goddelijke Wil, die de Scheppende Kracht bevat. Daarom ondergingen mijn daden de nieuwe Schepping en veranderden in Daden van de Goddelijke Wil. En zij breidden zijn Rijk uit in mijn Innerlijk en in al mijn uiterlijke daden. Inderdaad, wie heeft dit Rijk van mijn Wil in de mens vernietigd en verworpen? De menselijke wil verwierp Hem uit zich en liet zich niet door Hem beheersen en bezielen. Hij liet zich daarentegen beheersen door zijn eigen wil en vormde zo het Rijk van ellende, hartstochten en verderf.
Nu moest mijn Mensheid eerst dit Rijk van de Allerhoogste Wil in Mij, in mijn menselijke natuur, opnieuw tot stand brengen en terugroepen. Zo kon Ik de Verlossing vormgeven en het menselijk geslacht de middelen geven om zichzelf te redden. Als Ik dit Rijk in Mijzelf niet in veiligheid gebracht had en als Ik het niet zijn rechten op Heerschappij gegeven had, dan had Ik het Goede van de Verlossing niet kunnen verwezenlijken. Mijn Goddelijke Wil zou onverbiddelijk zijn geweest in het Mij overdragen van zijn Goede Dingen, als Ik het recht niet gehad had, om eerst zijn Rijk in Mij te vormen en vervolgens, als tweede daad, Mijzelf de middelen te geven om de mensen te redden. Bijgevolg kwam mijn Allerhoogste Wil tot uiting in al mijn Daden.
Deel 20 - 21/2/1927: Mijn dochter, wil je weten waarom Ik er zo op sta om mijn Wil bekend te maken en dat Hij onder de mensen heerst? Het is de enige manier om de mens te kunnen herscheppen en - Mij in staat te stellen om te geven, en - om hem te laten ontvangen. Zolang mijn Wil niet triomfantelijk en heersend terugkeert in de mensen, zal ik niet in staat zijn te geven wat Ik wil. Zij zullen niet het vermogen hebben, de ruimte, om te kunnen ontvangen wat Ik kan en wil geven. In feite heeft alleen mijn Wil deze Deugd, deze Macht om orde en evenwicht te scheppen tussen de Schepper en de mens, en zo opent Hij alle wegen van communicatie tussen hen.
Hij heeft zijn Koninklijke Weg om - zijn Gaven zonder gevaar te kunnen zenden, - te laten neerdalen wanneer Hij wil, en - persoonlijk zijn grootste Goede Dingen naar de mens te brengen. De mens die dezelfde Weg bezit, kan Hem ontvangen, of naar boven gaan om zelf te nemen wat zijn Heer hem wil geven. Hoe rijk en machtig een koning ook mag zijn, als hij niemand vindt om aan te geven, zal hij nooit de voldoening en tevredenheid ervaren die het geven met zich meebrengt. Zijn rijkdommen zullen ongebruikt, geïsoleerd en verlaten blijven. Hij zal misschien verdrinken in zijn eigen rijkdom.
Maar hij zal nooit de voldoening en het geluk ervaren van het geven en anderen laten delen in zijn bezittingen, omdat hij niemand vindt om ze aan te geven. Deze koning zal een geïsoleerde, verlaten koning zijn, zonder gevolg. Er zal niemand zijn om naar hem te glimlachen, hem 'dank u' te zeggen. Hij zal nooit feest vieren. Want feesten is geven en ontvangen.
Dus ondanks al zijn rijkdom, zal deze koning een doorn in zijn hart hebben, verlatenheid, eentonigheid. Hij zal rijk zijn, maar zonder glorie, zonder heldendom, zonder naam. Wat een pijn voor deze koning, met al zijn rijkdom! Maar, mijn dochter, de reden waarom Wij de Schepping gemaakt hebben en de mens geschapen hebben, was om onze rijkdommen te kunnen geven, zodat de eeuwige glorie van onze Werken zich zou kunnen verenigen met de innerlijke Glorie en het immense Geluk dat Wij bezitten.
Aangezien de mens niet in onze Wil is, voelen Wij hem ver van Ons verwijderd. Niemand omringt Ons om Ons 'dank u' te zeggen. Er is niemand die naar Ons glimlacht van vreugde om onze werken. Alles is isolement. Wij zijn omringd door enorme rijkdommen. Maar omdat onze schepselen ver van Ons verwijderd zijn, - hebben Wij niemand om hen aan te geven - hebben Wij niemand om onze Werken te bewonderen en ervan te genieten. Wij zijn gelukkig, maar alleen vanwege Onszelf En niemand zou ons Geluk ook maar enigszins kunnen verstoren.
Maar Wij worden gedwongen om het ongeluk van de mensen te zien omdat zij, zonder met Ons verenigd te zijn, niets kunnen nemen en Wij hen niets kunnen geven. De menselijke wil heeft indernissen opgeworpen en de poorten van communicatie gesloten. Geven is vrijgevigheid, heldendom, liefde. Ontvangen is genade. En de ziel, door haar eigen wil te doe, belemmert onze Vrijgevigheid, Heldendom en Liefde.
En als Wij iets geven, is dat altijd beperkt, en wordt het gegeven met veel spanning en verwarring – omdat de harmonie tussen hen en Ons verloren is gegaan, zodat de dingen niet soepel verlopen. Wij zijn niet in staat te lijden. Ons Wezen is onaantastbaar voor alle kwaad. Maar als Wij in staat waren om te lijden, zou de mens ons bestaan vergallen. Dit is de enige reden waarom Wij er belang bij hebben om onze Wil bekend te maken: om Hem te laten heersen onder de mensen. We willen geven. We willen dat zij gelukkig zijn met ons eigen Geluk. Alleen onze Wil kan dit alles bewerkstelligen: - het plan van de Schepping verwezenlijken en - Ons onze goederen laten delen.
Deel 21 - 16/3/1927: Jezus: Ik vertegenwoordigde de nieuwe Adam, die niet alleen de remedies moest bieden om hen te redden, maar ook moest herstellen wat de oude Adam had verloren. Daarom was het voor Mij noodzakelijk om de menselijke natuur aan te nemen, om daarin te kunnen omvatten wat het schepsel had verloren en het via Mij weer terug te geven. Het was rechtvaardig dat Mijn Goddelijke Wil een menselijke natuur tot Zijn beschikking had, die Zichzelf in niets zou verzetten, om Zijn Koninkrijk opnieuw te midden van de schepselen te kunnen vestigen; des te meer omdat een menselijke natuur Haar Zijn recht om te regeren had ontnomen, en er dus een andere nodig was, die Haar Zijn rechten zou teruggeven.
Daarom was Mijn komst naar de aarde niet alleen voor Verlossing; integendeel, het voornaamste doel was om het Koninkrijk van Mijn Wil in Mijn Mensheid te vormen, om het aan de schepselen terug te geven. Als dat niet zo was, zou Mijn komst naar de aarde een onvoltooid werk zijn geweest, onwaardig voor een God, aangezien Ik – niet minder – niet in staat zou zijn geweest het scheppingswerk te herstellen, de orde waarmee het uit Onze scheppende handen voortkwam, aangezien Onze Wil in alles zou heersen.
Deel 22 - 26/7/1927: Het zijn niet de menselijke handelingen die hun waarde aangeven, maar de wil waarmee ze worden bezield. Hoeveel handelingen, ogenschijnlijk mooi en heilig, zullen vol modder blijken te zijn, als ze worden gedaan uit eigenbelang; vol wind, als ze worden gedaan uit achting en persoonlijke roem; vol rot, als ze worden gedaan om schepselen te behagen; vol rook, als ze worden gedaan uit gehechtheid aan wat menselijk is. Hoeveel dingen verbergen de strohalmen van de menselijke handelingen? Maar op de laatste dag van het leven, wanneer de dors komt en de strohalmen verplettert, zal alles wat ze verborgen hielden aan het licht komen.
Daarna bleef ik me overgeven aan het Goddelijke Fiat, en mijn altijd geliefde Jezus, die in mijn innerlijk werkzaam was, vertelde me: “Mijn dochter, de menselijke wil heeft de mens gemaakt tot een gebarsten en instortende fabriek, die de mens niet in staat is zelf te repareren. De Goddelijke Schepper was nodig, die het met zoveel liefde had gebouwd en die, de geheimen van Zijn kunst kennende, het kon herstellen en de vitale vloeistof van Zijn goddelijke herstellende kracht in de scheuren kon laten stromen, zodat het weer solide zou worden, precies zoals Hij het had gebouwd. Maar het is noodzakelijk dat de mens de Goddelijke Hersteller nadert om de vruchten van Zijn kunst te plukken; dat hij zich door Hem laat leiden en dat hij niet langer de menselijke wil laat handelen, de voornaamste oorzaak van zijn verval tot een instortende fabriek. Anders zal de mens, ondanks de komst van de Hemelse Bouwer, altijd een gebarsten en instortende fabriek blijven.




Jeanne-Louise
