29/7 Wat de kerkgeschiedenis onthult over het pontificaat van Leo - Sign of the Cross
29/7 Wat de kerkgeschiedenis onthult over het pontificaat van Leo - Sign of the Cross
Wat vinden Mother Miriam, Bisschop Schneider, and Kardinaal Burke over Paus Leo XIV
Binnen de traditionele en conservatieve vleugel van de Katholieke Kerk nemen Mother Miriam, hulpbisschop Athanasius Schneider en kardinaal Raymond Leo Burke een prominente positie in. Hun gezamenlijke standpunt over het pontificaat van Paus Leo XIV (verkozen in 2025) laat zich samenvatten in één kernzin: Zij erkennen Leo XIV absoluut als de legitieme paus, maar leveren scherpe kritiek op specifieke aspecten van zijn progressieve leergaven en beleid.
In analyses (onder meer gedeeld via LifeSiteNews) uiten zij elk hun eigen accenten over de koers van de huidige paus:
1. Kardinaal Raymond Burke: Dialoog en de Latijnse Mis
Kardinaal Burke gold onder Paus Franciscus als een van de felste critici, wat destijds leidde tot spanningen en het intrekken van zijn privileges in Rome. Onder Paus Leo XIV is de toon merkbaar veranderd:
* Erkenning: Burke accepteert Leo XIV volledig als paus en ontving van hem in 2025 zelfs een warme, handgeschreven brief ter ere van zijn 50-jarig priesterjubileum.
* De Latijnse Mis: Burke ging direct met Leo XIV in gesprek om de restricties op de Traditionele Latijnse Mis (Traditionis Custodes) terug te draaien. Met expliciete toestemming van Leo XIV mocht Burke bovendien weer de oude mis opdragen in de Sint-Pietersbasiliek. Hoewel Burke waakzaam blijft voor "vervolging van binnenuit" ten aanzien van de traditie, kiest hij voor de diplomatieke en kerkrechtelijke weg.
2. Bisschop Athanasius Schneider: Oproep tegen "Geloofsverwarring"
Bisschop Schneider zoekt vaker de publieke theologische confrontatie op wanneer hij vindt dat de orthodoxie in gevaar is:
* Geloofsverwarring: Schneider uitte in interviews felle kritiek op het feit dat Leo XIV in de voetsporen van Franciscus treedt op het gebied van synodaliteit en de pastorale acceptatie van lgbt-katholieken. Hij sprak van een "ongekende geloofsverwarring" binnen de Kerk en riep de paus op om helderheid te scheppen.
* Geen breuk, wel bemiddeling: Desondanks benadrukt Schneider dat Leo XIV de geldige paus is. Toen de traditionalistische Priesterbroederschap Sint Pius X (SSPX) in 2026 dreigde met ongeautoriseerde bisschopswijdingen (schisma), deed Schneider een publiek, broederlijk appèl op Leo XIV om als "bruggenbouwer" op te treden met pastorale vrijgevigheid om een formele breuk te voorkomen.
3. Mother Miriam: Harde koers tegen progressivisme
Mother Miriam (bekend van haar programma Mother Miriam Live) profileert zich online als een van de meest vocale en directe stemmen:
* Scherpe kritiek: Zij uit felle en emotionele kritiek op de koers van Leo XIV, die zij ervan beschuldigt de gelovigen op het verkeerde been te zetten met progressieve standpunten. Dit leverde haar vanuit sommige katholieke kringen zelfs het verwijt op dat ze "haar weg was kwijtgeraakt" door zo hard te oordelen over de paus.
* Geen ex cathedra: Toch herinnert zij haar volgers er expliciet aan dat, hoewel de paus in haar ogen dwalingen verkondigt in zijn dagelijkse uitspraken, hij nooit een ex cathedra-verklaring heeft afgelegd. Zij weigert mee te gaan in het idee dat de pauselijke zetel leeg is (sedevacantisme) en blijft hem als de legitieme autoriteit zien.
Het grotere theologische debat
Terwijl deze drie figuren de paus scherp bekritiseren binnen de grenzen van de gehoorzaamheid, gebruiken conservatieve kerkhistorici (zoals Ed Mazza) hun standpunten vaak voor een radicalere discussie. Mazza stelt dat de fundamentele vraag moet zijn of een paus die zó dicht tegen leerstellige fouten aansurft, überhaupt wel een geldige paus kan zijn. Burke, Schneider en Mother Miriam wijzen die radicale conclusie echter af: voor hen is Leo XIV de paus, en is het de plicht van trouwe katholieken om hem — in de geest van Thomas van Aquino — respectvol te bekritiseren wanneer hij afwijkt van de Traditie.
Wat zijn de argumenten van historicus Ed Mazza in dit debat
Kerk-historicus Dr. Ed Mazza neemt in dit debat een veel radicaler en fundamenteler standpunt in dan Burke, Schneider en Mother Miriam. Waar zij de daden van de paus bekritiseren, trekt Mazza de juridische en theologische geldigheid van het pausschap van zowel Paus Franciscus als Paus Leo XIV in twijfel.
Zijn positie steunt op twee historische en canonieke kernargumenten:
1. De "ongeldige" aftreding van Benedictus XVI (Substantiële Dwaling)
Mazza's eerste en belangrijkste argument gaat terug naar 2013. Volgens het kerkelijk recht (Canon 188) is een aftreding van een paus ongeldig als deze berust op een "substantiële dwaling" (error substantialis).
* Mazza's stelling: Hij argumenteert dat Paus Benedictus XVI ervan overtuigd was dat het pauselijk ambt (munus) onuitwisbaar is, vergelijkbaar met een priesterwijding. Benedictus dacht dat hij het ambt kon splitsen in een actieve component (het bestuur) en een contemplatieve component (het gebed).
* Conclusie: Omdat het pausambt volgens de traditie ondeelbaar is, verkeerde Benedictus in een substantiële dwaling toen hij dacht dat hij "Paus Emeritus" kon worden en een deel van het ambt kon behouden. Mazza stelt daarom dat Benedictus' aftreding juridisch ongeldig was. Hierdoor was de zetel in 2013 niet leeg (sede vacante), was het conclaaf dat Franciscus koos ongeldig, en is bijgevolg ook de verkiezing van diens opvolger Leo XIV in 2025 ongeldig. Volgens Mazza is de zetel pas écht vacant sinds de dood van Benedictus.
2. De theologische contradictie van een dwalende paus
Mazza reageert direct op traditionele critici zoals bisschop Schneider en kardinaal Burke. Zij stellen dat een paus legitiem kan zijn terwijl hij via het gewone leergezag dwalingen verspreidt. Mazza stelt dat dit een theologische contradictie is.
* Mazza's stelling: Op basis van concilies en oude kerkvaders betoogt Mazza dat de Katholieke Kerk altijd heeft geleerd dat de paus (als hoofd van het leergezag) de Kerk niet officieel in leerstellige fouten kan storten.
* Conclusie: Als een pauselijke figuur tóch structureel documenten en pastorale richtlijnen uitvaardigt die de traditie weerspreken, dan bewijst dat volgens Mazza niet dat de Kerk kan dwalen, maar simpelweg dat deze specifieke persoon nooit de ware paus is geweest. De Heilige Geest zou een legitieme paus immers beschermen tegen dergelijke schade aan de universele Kerk.
Waarin verschilt hij van Burke en Schneider?
Het debat tussen Mazza en de andere conservatieve kopstukken legt een diepe splitsing bloot:
Burke en Schneider redeneren in de lijn van Thomas van Aquino: de paus is geldig, maar we moeten zijn feilbare, menselijke fouten weerstaan en corrigeren.
Ed Mazza gebruikt de geschiedenis van tegenpausen (antipopes) om te beweren dat het de plicht is van historici en gelovigen om de legitimiteit van de man op de zetel zélf aan te vechten wanneer het geloof in gevaar komt.
Wanneer is iets ex cathedra
Een pauselijke uitspraak is niet zomaar ex cathedra omdat de paus iets zegt of schrijft. Om te spreken van een onfeilbare ex cathedra-uitspraak, moet er aan vier strikte voorwaarden tegelijkertijd worden voldaan.
Deze voorwaarden zijn in 1870 officieel vastgelegd tijdens het Eerste Vaticaans Concilie (in het document Pastor Aeternus). Als er ook maar aan één voorwaarde niet wordt voldaan, is de uitspraak géén ex cathedra en behoort het tot het gewone, feilbare leergezag.
De vier criteria zijn:
1. De juiste hoedanigheid (Wie?)
De paus moet spreken in zijn officiële hoedanigheid als universeel herder en leraar van alle christenen.
Wel ex cathedra: De paus spreekt plechtig tot de gehele wereldkerk.
Niet ex cathedra: Wanneer de paus spreekt als privépersoon, een boek schrijft (zoals Benedictus XVI met zijn Jezus van Nazareth-boeken), een interview geeft aan een krant, of een preek houdt tijdens een gewone zondagsmis.
2. De juiste autoriteit (Hoe?)
De paus moet expliciet gebruikmaken van zijn hoogste apostolische gezag. Dit betekent dat hij heel bewust de macht inzet die door Christus aan Petrus en zijn opvolgers is gegeven. Vaak herken je dit aan zeer plechtige, juridische formuleringen in het document, zoals: "Wij verklaren, verkondigen en definiëren..."
3. Het juiste onderwerp (Wat?)
De uitspraak mag alleen over geloof of zeden (fides et mores) gaan.
Wel ex cathedra: Het definiëren van een dogma over de aard van God, Jezus, Maria, of fundamentele morele wetten.
Niet ex cathedra: Uitspraken over politiek, economie, klimaatverandering, wetenschap, of de benoeming van bisschoppen. Op deze gebieden heeft de paus geen goddelijke garantie op onfeilbaarheid.
4. De juiste intentie (Voor wie?)
De paus moet de expliciete intentie hebben om een kwestie definitief te beslechten en deze leer te verplichten voor de gehele universele Kerk. De formulering moet duidelijk maken dat deze waarheid door alle gelovigen geloofd en aanvaard moet worden, en dat wie dit ontkent, buiten de katholieke gemeenschap treedt.
Hoe vaak is dit in de geschiedenis gebeurd?
Sinds de officiële definitie in 1870 is er historisch gezien slechts één keer onomstotelijk gebruikgemaakt van een ex cathedra-verklaring.
Dat gebeurde in 1950, toen Paus Pius XII het dogma van de Tenhemelopneming van Maria (Munificentissimus Deus) afkondigde. Hij gebruikte toen de exacte formule die aan alle vier de criteria voldeed. (Het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria door Paus Pius IX in 1854 voldoet achteraf gezien ook aan de criteria, hoewel het concilie toen nog moest plaatsvinden).
De link met Thomas van Aquino
Hoewel Thomas deze vier juridische regels niet zo strak heeft opgeschreven, sluiten ze naadloos aan bij wat we eerder bespraken: Thomas stelde al dat de paus de autoriteit heeft om de geloofsbelijdenis te formuleren (criterium 3) om geschillen definitief te beslechten (criterium 4) voor de eenheid van de hele Kerk (criterium 1).
Wat als hij zaken bepaalde zaken beoordeelt die tegen de leer en traditie van de Kerk ingaan
Als een paus zaken beoordeelt of beveelt die direct ingaan tegen de geopenbaarde leer en de Traditie van de Kerk, vervalt zijn morele en juridische gezag op dat specifieke punt.
Binnen de theologie van Thomas van Aquino is de paus geen absolute heerser die de waarheid naar eigen hand kan zetten. Hij is de bewaker van de Traditie, niet de eigenaar ervan. Thomas van Aquino legt in zijn geschriften duidelijke grenzen op aan de pauselijke macht via de volgende principes:
1. De Schrift en de Traditie staan bóven de paus
Voor Thomas van Aquino is de Heilige Schrift, samen met de universele Traditie van de Kerk, de hoogste norm van de waarheid (regula fidei).
De paus heeft de autoriteit om de leer uit te leggen en te verduidelijken, maar hij heeft geen macht om een nieuwe leer te creëren of bestaande geloofsartikelen te veranderen.
Als een paus iets bepaalt dat objectief in strijd is met de goddelijke wet (de Bijbel) of de apostolische Traditie, dan overschrijdt hij zijn mandaat. Thomas stelt heel nuchter dat een menselijke wet of verordening die afwijkt van de goddelijke wet, geen echte wet is, maar "een vorm van geweld" (Summa Theologiae, Prima Secundae, kwestie 93, artikel 3).
2. De plicht tot ongehoorzaamheid en publiek verzet
In de Summa Theologiae (Secunda Secundae, kwestie 104, artikel 5) onderzoekt Thomas of onderdanen hun oversten in alles moeten gehoorzamen. Zijn antwoord is een duidelijk nee. Er zijn twee situaties waarin je een overste (inclusief de paus) moet weerstaan:
Als de overste iets beveelt dat indruist tegen het gebod van een hogere autoriteit (God).
Als de overste zijn boekje te buiten gaat en dingen beveelt waarover hij geen rechtsmacht heeft.
Wanneer een paus dus zaken oplegt die het geloof schaden, schrijft Thomas dat publiek verzet niet alleen toegestaan, maar zelfs een plicht is om de zielen van de gelovigen te beschermen. Hij herhaalt dat de apostel Paulus de paus (Petrus) openlijk terechtwees toen het evangelie in gevaar kwam.
3. De grens van de onfeilbaarheid
Dit scenario legt ook precies de grens van de latere ex cathedra-leer bloot. De Heilige Geest beschermt de paus ertegen dat hij een dwalig ex cathedra (dus plechtig en bindend voor de hele Kerk) afkondigt.
Mocht een paus echter in een interview, een gewone preek, of een niet-feilbaar document (zoals een lokale pastorale richtlijn) zaken beoordelen die tegen de Traditie ingaan, dan is die specifieke uitspraak simpelweg fout en niet bindend. Gelovigen zijn in dat geval verplicht vast te houden aan wat de Kerk altijd en overal heeft geleerd.
Samengevat
Als de paus de Traditie tegenspreekt, weegt de Traditie voor Thomas van Aquino altijd zwaarder dan de wil van de paus. De paus verliest op dat moment zijn goddelijke ruggensteun voor die specifieke beslissing, en de Kerk (clerus en leken) moet trouw blijven aan Christus en de Schrift, zélfs als dat betekent dat zij tegen de paus in moeten gaan.
Wat in verband met de geldigheid van pausschap van Paus Franciscus en Paus Leo XIV
Wanneer critici of gelovigen de geldigheid van het pausschap van Paus Franciscus of zijn opvolger Paus Leo XIV (Robert Francis Prevost, verkozen in mei 2025) in twijfel trekken vanwege bepaalde progressieve besluiten of pastorale verschuivingen, biedt de theologie van Thomas van Aquino een heel helder en nuchter kader.
Vanuit thomistisch perspectief en het kerkelijk recht moeten we een scherp onderscheid maken tussen kritiek op het beleid en de theologische geldigheid van hun ambt.
1. Waarom hun pausschap juridisch en theologisch 100% geldig is
Voor Thomas van Aquino is de Kerk een zichtbaar instituut met duidelijke, wettelijke structuren. Zowel Paus Franciscus als Paus Leo XIV zijn via de legitieme, kerkrechtelijke weg gekozen door een geldig conclaaf van kardinalen.
Volgens de traditionele theologie bezitten zij daardoor het volledige pauselijke gezag. Zolang de universele Kerk hen formeel als paus erkent (de zogeheten doctrine van de ecclesia acceptatio), is hun pausschap theologisch gezien geldig. Men kan dus niet zomaar op eigen houtje verklaren dat de paus "de paus niet meer is" omdat men het oneens is met zijn beleid.
2. Het onderscheid tussen 'Ambt' en 'Persoonlijke beoordelingen'
Critici beschuldigen Paus Franciscus (bijvoorbeeld rond de pastorale openingen in Fiducia Supplicans) of Paus Leo XIV (die de lijn van Franciscus voortzet rond synodaliteit, migranten en de pastoraal voor LGBT-katholieken) er soms van dat zij breken met de Traditie.
Als we de thomistische principes toepassen op deze discussie, gelden er twee harde regels:
* Geen ex cathedra ketterij: Geen van beide pausen heeft ooit een officiële ex cathedra-uitspraak gedaan die in strijd is met het katholieke dogma. Hun uitspraken en documenten vallen onder het gewone, pastorale leergezag.
* Feilbaarheid in de praktijk: Thomas van Aquino herinnert ons eraan dat een paus in zijn gewone bestuur, interviews of prudentiële beslissingen (zoals het omgaan met moderne maatschappelijke vraagstukken of kunstmatige intelligentie) niet onfeilbaar is. Als een paus een inschattingsfout maakt of een pastorale maatregel neemt die ongelukkig geformuleerd is, tast dat zijn geldigheid als paus niet aan. Het betekent simpelweg dat die specifieke uitspraak feilbaar is.
3. Wat te doen bij schijnbare tegenstrijdigheden?
Als een gelovige of theoloog meent dat een specifieke maatregel van Franciscus of Leo XIV schuurt met de Traditie, geeft Thomas van Aquino de volgende richtlijnen:
* Recht op kritiek met respect: Zoals Paulus de eerste paus (Petrus) publiekelijk corrigeerde toen die een fout maakte, zo mogen bisschoppen en gelovigen ook vandaag de dag in gesprek gaan met Rome. Thomas stelt dat dit moet gebeuren met respect voor het ambt, maar met liefde voor de waarheid.
* Trouw aan de Traditie gaat voor: Als een specifieke richtlijn objectief zou dwingen tot zonde of het ontkennen van een geloofsartikel, hoeft men die specifieke richtlijn niet te volgen. De Traditie en de Schrift blijven de hoogste norm (regula fidei).
* Geen Sedevacantisme: Thomas van Aquino waarschuwt fel tegen schisma (afscheiding). Het standpunt dat de pauselijke zetel leeg zou zijn (sedevacantisme) omdat de paus besluiten neemt die men niet zint, is vanuit de thomistische theologie een zware dwaling die de eenheid van de Kerk vernietigt.
Kortom
Zowel Paus Franciscus als Paus Leo XIV zijn de volledig geldige opvolgers van Petrus. Hun ambt staat theologisch vast. Eventuele discussies over de vraag of hun pastorale vernieuwingen al dan niet naadloos aansluiten op de traditie, moeten binnen de Kerk worden gevoerd via theologisch debat en synodale dialoog, zonder daarbij de geldigheid van hun autoriteit aan te tasten.





%