Naar de inhoud

Levend_geloof

akke.beakke.be

19/9 De Waarschuwing: de ontbrekende schakel - 2

Waarom? Omdat er binnenkort hongersnood zal zijn, nu de prijzen zo stijgen. Veel gezinnen kunnen zich de normale boodschappen niet meer veroorloven. Ja, dit is belangrijk. Ik ga zelf naar de markt en ik zie mensen het vlees aanraken, de verpakkingen bekijken. Een klein stukje rundvlees kost nu 45 dollar. Het is waanzin. Hoe kun je denken dat de armen dit kunnen betalen? Dat is onmogelijk. Er komt hongersnood. Lieve mensen, jullie moeten je hierop voorbereiden. Zorg voor houdbaar voedsel. Leg misschien een moestuintje aan voor volgend jaar en doe wat je kunt rondom je huis. Sommige mensen slaan enorme hoeveelheden bloem in, maar je eet geen bloem alleen. Je kunt wel wat bloem hebben, maar je kunt die ruimte beter gebruiken om wat groenten te verbouwen. Dat levert je meer op. Bereid je dus materieel voor: zorg voor voedsel voor drie maanden. Wijd je huis toe aan het Heilig Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria, en doe ook je persoonlijke toewijding aan de Heilige Familie.

Vergeet niet dat ik heb gezegd dat de Heilige Familie het huis waar mensen wonen, zal beschermen tegen de kastijding. Blijf ook trouw aan de traditionele leer van de Kerk. Ik zei: traditioneel. Zorg dat je het boek van de catechismus in huis hebt. De leer van de Kerk staat daarin. Daarin vind je het wezenlijke. Blijf daar dus trouw aan. Laat je niet te veel afleiden door alles wat er nu gebeurt. Er dringen hier en nu zoveel ketterse leringen door tot het volk van God; het is verschrikkelijk. Weet je, vecht niet met elkaar. Bewaar de vrede om je heen. Volg niet het valse pad van degene die je naar de hel wil voeren – je weet wel, door mensen die al in doodzonde verkeren op je af te sturen om je te beïnvloeden wat vandaag besproken is. Ik plaats ze gewoon zoals ik ze zie. Goedemorgen en Gods zegen.

* Komen er nieuwe baby's in de toevluchtsoorden en zullen de kinderen leraren en lessen hebben? Er zullen baby's zijn. Maak je geen zorgen, daarvoor hebben we toevluchtsoorden. Ik heb veel toevluchtsoorden gezien die de Heer heeft voorbereid voor de zwangere vrouwen die daar zullen zijn. Er zullen dus baby's komen, en je hebt ook nog drieënhalf jaar de tijd. Je weet dat je tijd hebt voor dat kindje. Maak je daar dus geen zorgen over; het zal een andere manier van leven zijn. Als je spreekt over onderricht en lessen: het is geweldig om dat te horen, want je denkt aan het leven van nu, en in de Toevluchtsoorden zal er onderricht zijn. Ja, zeker. Onderricht over het ware leven. Maar je moet begrijpen dat dit niet betekent dat wat je vandaag hebt gezien, precies zo zal worden toegepast in die tijd. Je moet begrijpen dat het tijd is om je over te geven aan God, en niet zelf te bepalen hoe een toevluchtsoord eruit moet zien; je wordt wel voorbereid op het toevluchtsoord, maar die voorbereiding zal anders zijn dan wat je nu ziet.

* Dus zodra we de verlichting van het geweten ervaren, wat zou onze heilige kerk dan zeggen of doen? Ik vraag dit omdat er priesters zijn die proberen het ware dogma te vernietigen. De Kerk zal precies zeggen wat jij zegt. Want onthoud dat het feest van de paus het feest is van glorierijke Kruis van Jezus. Waarom denk je dat God heeft toegelaten dat hij er is? Zodat hij, net als wij, het aangezicht van God kan zien. De Kerk zou kennis tekortkomen als ze niet zou leren van de fouten die zijn gemaakt; ze zal dezelfde boodschap moeten verkondigen als wij, want er zijn nog maar veertig dagen voordat de periode van drie jaar ingaat.

* Er is verwarring over de duur van het tijdperk van vrede. Er wordt gesproken over duizend jaar. Wat betekent dat precies? Gaat het om Gods tijdrekening? Er worden namelijk verschillende getallen genoemd; soms spreekt men over 25 jaar – de tijd voordat het kwaad weer op het toneel verschijnt. Ik weet het niet zeker, maar wat zeg jij daarover? Hoe zullen wij de daadwerkelijke apocalyps in onze tijd ervaren? Allereerst: God is eeuwig; voor Hem bestaat tijd niet. Dus als we over Gods tijd spreken, moeten we voorzichtig zijn. We moeten eigenlijk spreken over de tijd van de mens; wij mensen zijn gebonden aan tijd. Het is de tijd van onze schepping. Maar als we hierover praten, moeten we kijken naar de wil van God. Gods wil is dat Hij een bepaalde generatie – of generaties – gedurende een bepaalde tijd aanraakt. Niemand heeft daar het definitieve antwoord op.

Je kunt een mysticus hebben die een boodschap ontvangt over duizend jaar, terwijl een ander spreekt over 25 jaar. Het gaat om ons begrip; het is de manier waarop God tot ons spreekt om ons bewust te maken van deze specifieke tijd waar wij doorheen moeten gaan. Wat betreft de leer van de kerkvaders: Irenaeus spreekt over het millennium – een periode van duizend jaar – maar niet over millenniarisme; dat is iets heel anders. Anderen spreken weer over 25 of 50 jaar. Het enige dat ik weet – en dat is nog niet zo lang geleden tot me doorgedrongen – is dat we niet moeten uitgaan van onze huidige tijdsbegrippen, aangezien toekomstige generaties langer zullen leven dan wij nu doen. Als we onze huidige definitie van een jaar op die tijd toepassen, maken we een fout; we weten immers niet hoe lang een generatie in die tijd zal duren. Als je in de Bijbel kijkt, wordt er gesproken over mensen die wel 600 jaar oud werden.

Niemand kan precies zeggen wat een 'jaar' toen inhield; tegenwoordig zouden we ons al gezegend voelen als we 18 jaar worden. De tijdsberekening is een menselijk concept, geen goddelijk concept. God weet wat Hij doet; Hij weet wat het beste voor ons is en Hij weet dat uiteindelijk het Heilig Hart zal zegevieren. Maar na deze tijd van vrede zal er opnieuw een tijd van beproeving aanbreken, wanneer het allerlaatste tijdperk aanbreekt. Die laatste periode zal worden veroorzaakt door mensen die zelf in die tijd van vrede hebben geleefd. Want de duivel zal altijd zijn middelen inzetten om mensen af ​​te leiden, te verleiden en te proberen de heiligheid van de mensen te vernietigen. U begrijpt dus dat het eigenlijk een menselijk concept is.

En als we spreken over de wil van de eeuwige Vader, wat ik zelf heb ontvangen, gaat terug tot enkele generaties geleden – ik weet niet precies welke generatie dat was, daarom kan ik geen jaartal noemen.

* Zal er ziekte zijn in de toevluchtsoorden? U zult genezen zijn voordat u het toevluchtsoord binnengaat. God zal niet toestaan ​​dat mensen met ziekte het toevluchtsoord binnengaan. Want zoals ik al eerder zei: het toevluchtsoord is geen ziekenhuis. Genezing van ziekte zal geschieden door de verlichting van het geweten voor degene die 'ja' tegen Hem zegt, want dat 'ja'-woord zal ook de gezondheid van uw lichaam en uw ziel omvatten.

* Iedereen moet gezuiverd worden en zoals ik al eerder zei: kijk eens wat er in de wereld gebeurt; iedereen bereidt zich voor op oorlog. Oorlog is een van de grote straffen die in de Bijbel worden genoemd. Zuivering hoort daarbij, maar voor hen die in de Heer zijn, zal er bescherming zijn.

* Als het exorcismezout of exorcismewater bijna op is, kunnen we er dan meer zout of water bij doen zonder dat het opnieuw gezegend hoeft te worden? Nee. Ik zei: als het opraakt, gebruik dan de gezegende wonderdadige medaille van de Maagd Maria. En je kookt eerst het water om het te zuiveren. En je legt de medaille 3 minuten erin, dat is voldoende, en je bidt de rozenkrans tot de Maagd Maria en dit water zal door de Maagd Maria gezegend worden.

Ik zal het antwoord op de vraag over het zout afronden. Zout is een vaste stof. Het is zo dat je zout niet met ander zout kunt mengen. Het is een vaste stof, begrijpt u? En als u het exorcismewater heeft, kunt u dat wel mengen – één keer, een deel ervan – met ander water, want dat zijn vloeistoffen die zich vermengen. Maar u kunt zout niet met zout mengen; het is een vaste stof.

Nog één laatste vraag: geldt hetzelfde voor de olie? Want ik weet dat men op sommige plaatsen een klein beetje olie geeft – zoals in Manduria – en zegt dat je dat bij een liter olijfolie kunt doen en dan één keer. Ja. Eén keer. Hetzelfde principe. Eén keer.

* Na die 42 dagen die op de waarschuwing volgen zullen degenen die zich aan God hebben toegewijd naar de toevluchtsoorden moeten gaan, zonder zelf op zoek te gaan naar die plekken – met andere woorden: ga er niet zelf naar op zoek. Allereerst: als we zelf proberen een toevluchtsoord te vinden, getuigt dat van nieuwsgierigheid en zorgen over het leven. Ten tweede: je hoeft zelf niet op zoek te gaan naar een plaats. Het is de engel des Heren die je naar een toevluchtsoord zal leiden dat voor jou is voorbereid; en alle mensen die zoals jij zijn, zullen op dezelfde plaats zijn. Zo kunnen jullie ervaringen delen en samen zijn. De engel des Heren zal je dus leiden. Jij bepaalt niet waar je heen gaat. Dit is niet jouw wil. Dit is de wil van de eeuwige Vader.

* In het nieuws is er momenteel veel angst rondom AI en robots. Het doet me erg denken aan de angst rondom COVID, maar geen van de profetieën spreekt over. AI of robots. Zou dit de grote misleiding kunnen zijn? Weet je, AI zal het middel zijn waarmee de antichrist de wereld controleert. Hij zal dit gebruiken. Hij is er nu al mee begonnen, omdat zoveel mensen ervan afhankelijk zijn. Het is dus technologie.maar, er is geen profetie over, want Hij heeft daar al antwoord op gegeven: Hij zei dat er in de toevluchtsoorden geen tv, radio of mobiele telefoon binnenkomt. Dus wat Hij zei: geen AI. Maar wees niet bang. Wees gewoon voorzichtig.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 09:56 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

19/9 De Waarschuwing: de ontbrekende schakel - Fr Michel Rodrigue - O Crux Ave

19/9 De Waarschuwing: de ontbrekende schakel - Fr Michel Rodrigue - O Crux Ave

Allereerst wil ik benadrukken dat we ons bevinden in de periode na het feest van de Kruisverheffing – ook wel het feest van het glorierijke Kruis van de Heer genoemd – dat op 14 september plaatsvond en waarbij we deze Mis vieren. In de liturgie van de uren wordt deze viering ingeleid met de verwijzing naar de ontdekking van het ware kruis door de heilige Helena. Tegelijkertijd wijst de kerktraditie erop dat dit glorierijke Kruis het teken van de Heer is waarover Hij sprak in het Evangelie van Matteüs 24. Ik vind dit een goed moment om opnieuw over deze waarschuwing te spreken, zodat mensen zich bewuster worden van de betekenis ervan en van wat de Kerk erover zegt.

Herhaling van wat Pr Michel zei:

* een voedselvoorraad voor drie maanden in huis hebben

* Woning toewijden aan de Heilige Familie. Pr Michel voegde eraan toe dat ons huis hierdoor een tijdelijke schuilplaats kan zijn, totdat de Heilige Geest ons naar een blijvende schuilplaats leidt.

* Alles wat je nodig hebt, zal aanwezig zijn in de schuilplaats waarheen je geleid wordt, mits je je onvoorwaardelijk aan God overgeeft.

* minstens één keer per maand biechten om voorbereid te zijn

* na de waarschuwing zullen we Jezus aan het Kruis aan de hemel zien, met stralen die uit Zijn heilige wonden komen en water en bloed dat als een bron van barmhartigheid voor ons naar buiten stroomt.

* de ervaring zal ongeveer 15 minuten duren.

* Elke ziel zal onze gezegende Heer ontmoeten.

* Kleine vuurtongen zullen op elke ziel neerdalen tijdens dit proces, dat ongeveer 15 minuten zal duren.

* Elke ziel zal de zonden van haar leven zien die niet zijn beleden.

* Als een ziel op dat moment onderweg is naar het vagevuur, de hel of de hemel, zal zij dit ervaren.

* na deze gebeurtenis zijn er zes weken van rust, voordat de hel op aarde losbreekt. Zes weken om te biechten en een beslissing te nemen.

* Priesters zullen in die tijd honderden gelovigen dopen, en aan alle mensen zal de waarheid van Christus – de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk – getoond worden. Priesters zullen dag en nacht in de biechtstoel doorbrengen. Zodra de waarschuwing heeft plaatsgevonden moeten televisies worden weggedaan. De media zullen mensen vertellen dat deze gebeurtenis te maken had met zonnestraling. Dat is een leugen. Ze zullen proberen mensen te overtuigen van een massa-hallucinatie.

* Daarna zal onmiddellijk de 'nieuwe wereldorde' van start gaan, en het leger voor die wereldorde staat al klaar om in beweging te komen.

Pr Michel: Dit verhaal komt voort uit een ervaring die ik met de Heer had; Hij liet het me niet alleen zien, maar onderwees me er tegelijkertijd ook door. Deze ervaring was voor mij dus echt een openbaring – en ik gebruik het woord 'openbaring', hetzelfde woord als voor het boek Openbaring, want openbaring betekent dat Hij de sluier oplicht; en wanneer Jezus de sluier oplicht, betekent dit dat we het kunnen zien. Want die sluier, waar ook de H. Paulus over sprak, staat symbool voor het moment van de overgang van dit leven naar het andere leven: het eeuwige leven in God, in de Heer Jezus. En omdat deze ervaring een openbaring was, ontstond er ook inzicht: ik zag Jezus aan het Kruis, het verheerlijkte Kruis – hetzelfde Kruis dat we dit jaar op 14 september vieren. Ik zag Jezus aan het verheerlijkte Kruis.

Hij was in heerlijkheid, Hij leed niet aan het Kruis. En vanuit Hem straalde een enorm licht uit. Ik kon het zien en tegelijkertijd naderde ik Hem. Ik zag die vlam, die lichtstraal, met bijna dezelfde kleur als de afbeelding die aan zuster Faustina werd getoond. De stralen zijn blauw, met wit vanbinnen, en ook rood. Ze komen voort uit het hart van Jezus en dalen neer op de aarde. En wanneer ze de aarde bereiken, veranderen ze in vuurtongen, zoals beschreven in het boek Handelingen van de Apostelen met betrekking tot Pinksteren. Daarom noem ik deze ervaring altijd een nieuwe Pinksterervaring voor de wereld. Het eerste Pinksterfeest was voor de Kerk, voor de apostelen en discipelen.

Maar deze ervaring is voor de wereld, voor iedereen op aarde; door deze ervaring zal er in jou een transformatie beginnen. Je zult je leven – elke stap van je leven – als een levenslijn voor je zien. Je zult door je hele verleden gaan en zien wat je hebt gedaan – wat je goed hebt gedaan, wat je fout hebt gedaan en welke zonden je hebt begaan. Maar voordat we verdergaan, wil ik graag met jullie benadrukken wat de leer van de Kerk hierover zegt, over deze 'verlichting van het geweten'.

* Het Kerkelijk leergezag heeft zich hier nooit expliciet over uitgesproken; dat is belangrijk om te weten. Al deze leerstellingen zijn gebaseerd op privé-openbaringen die door mensen worden gedeeld. Bij de heiligen die deze ervaring hadden – denk bijvoorbeeld aan zuster Faustina – bleef dit beperkt tot hun persoonlijke dagboeken; het betrof dus hun privéleven. Er is geen paus, geen concilie en geen document van het gewone of buitengewone leergezag van de Kerk dat hierover iets heeft vastgelegd. Dat is belangrijk om te beseffen. Er is in de Catechismus van de Katholieke Kerk dan ook geen artikel te vinden over deze ervaring. Toch zijn er bepaalde overwegingen, bijvoorbeeld vanuit de liturgie. Daarom haal ik de Liturgie van de Uren aan, specifiek met betrekking tot het feest van het Glorierijke Kruis van de Heer.

In de Liturgie van de Uren vinden we aanwijzingen dat dit teken – dat verband houdt met het teken van het Kruis – door Jezus zelf is voorspeld. Hij kondigde aan dat dit teken zou verschijnen aan het einde van de moeilijke tijd die we zouden doormaken. Vanuit theologisch oogpunt kunnen we dus zeggen dat de Kerk de mogelijkheid van dit idee erkent, vanwege de heiligen die deze ervaring hebben gehad. Wanneer de Kerk hen heilig verklaart en hun dagboeken erkent – ​​waarin deze ervaringen worden beschreven – dan heeft de Kerk impliciet deze mogelijkheid erkend. Ze heeft dit nooit formeel gedefinieerd, maar wel de mogelijkheid ervan erkend.

* Een ander punt is dat God de wereld een buitengewone genade van bekering kan schenken. Hij beschikt over die macht; dat ligt in Zijn hand. Het is niet aan de Kerk, maar aan de wil van God. De Kerk erkent dus dat God dit kan doen als Hij dat wil. Het is belangrijk om te begrijpen dat we – wanneer we spreken over de waarschuwing, de verlichting van het geweten en het nieuwe Pinksteren voor de wereld – niet gek zijn; we zijn niet van het padje af omdat we over die mogelijkheid spreken. Het ligt in Gods handen, en ook de Kerk ligt in Gods handen; daarmee erkent zij impliciet dat dit een mogelijkheid is.

* Een ander feit is dat heiligen een persoonlijke verlichting van het geweten hebben ervaren. Dit is een aanwijzing binnen de mystieke groei van de Kerk. Het heeft te maken met de weg van heiligheid waartoe wij geroepen zijn. Iedereen is geroepen – en in het bijzonder de gelovigen in de Kerk. We zijn allemaal geroepen tot heiligheid. Daarom straalt deze genade uit naar een mystiek aspect van de leer of de theologie van de Kerk. Het is een van de belangrijkste aspecten, want wat is er nu belangrijk? Onze heiligheid. Jezus zei: wees heilig zoals de Vader heilig is. Wees heilig zoals de Vader heilig is. Dat is wat Hij zei. We zijn dus allemaal geroepen tot het pad van heiligheid.

En daarom begrijpen we dat dit aspect – dat op persoonlijke wijze werd geopenbaard aan bepaalde getuigen, heiligen of mensen die dit reeds hebben ervaren – een genade is die wordt geschonken op de weg naar heiligheid; niet alleen voor ons, maar voor de wereld, want de Kerk is het licht dat Jezus aan de wereld heeft gegeven. Hij zei tegen zijn apostelen: ga en verkondig het evangelie aan alle volken. De Kerk draagt ​​dus het teken van de tijd voor heiligheid op haar mystieke weg hiernaartoe. Het is dus belangrijk voor ons om te begrijpen dat we niet gek zijn. Ik kom hier steeds op terug, want velen zeggen dat ik niet goed snik ben, maar ik heb geen psychologische problemen; anderen lijken eerder een probleem met mij te hebben.

* Als we dus kijken naar het thema van de verlichting van het geweten, de waarschuwing en het nieuwe Pinksteren voor de wereld, sluit het thema aan bij de theologie van de Kerk – met name het mystieke aspect daarvan – en bij de boodschap van goddelijke barmhartigheid zoals die door Jezus Christus in de Bijbel is verkondigd, en ook in de openbaringen aan vele heiligen in de Kerk. Het is opmerkelijk dat de H. Paus Johannes Paulus II – die ik 'Johannes Paulus de Grote' noem, en ik onderstreep dat woord 'Grote' – de nadruk legde op een 'uur van barmhartigheid' voor de wereld. Hij sprak nooit over een 'verlichting van het geweten'. Hij sprak nooit over een verlichting van het geweten, een waarschuwing of een Pinksterervaring, maar wel over een uur van barmhartigheid voor de wereld. 

De geschriften van paus Johannes Paulus II waren buitengewoon. Ze raakten aan elk aspect van de kerkelijke dogma's. Waarom? Omdat hij voor de gelovigen wilde bevestigen dat het noodzakelijk is om de dogma's van de Kerk ook als een openbaring te beleven. Ik zal dit toelichten:

* Iedereen op aarde heeft een geweten. Iedereen kan de weg en het woord van God in zijn geweten horen. We noemen dat, zoals u weet, de verlichting van het geweten. Het zit zo: wanneer de Kerk een dogma verkondigt, zijn er mensen die zeggen dat zo'n dogma de zaak afsluit. Maar een dogma sluit niets af. Een dogma dient juist om in onze ziel een licht te prenten dat door God is gegeven, om ons op het pad van heiligheid te houden. Dat betekent dat het woord van God ook via de leer van de Kerk tot ons komt als een richtlijn om als een ware christen te leven. Voor ons Katholieken en gelovigen sluit een dogma niets af; integendeel, het opent het geweten van de mens. Het wijst op de leer van Jezus – de Zoon van God die Mens werd uit de Maagd Maria; niemand anders bewandelt dat pad van goddelijkheid, want er is maar één iemand op aarde die de Zoon van God is en Mens werd uit de Maagd Maria; niemand anders.

* We kunnen andere religies respecteren, zeker. Maar we moeten wel begrijpen dat de enige openbaring die ons op het pad van heiligheid brengt en naar de Hemel leidt, die van Jezus Christus is. Laten we hier eens even bij stilstaan. Jezus leefde als een Nazarener. Hij verbleef in de regio rond Jeruzalem. Hij bezocht Jeruzalem en Galilea. Hij trok overal naartoe. Hij leefde als mens. Maar wat deed Hij? Hij riep de eerste discipelen bijeen; om Hem heen verzamelden zich de discipelen die uiteindelijk apostelen zouden worden, evenals alle andere volgelingen. Wat deed Hij? Hij zei tegen Petrus: "Jij zult het hoofd van Mijn Kerk zijn." Hij zei: "Op deze rots zal ik Mijn Kerk bouwen."

Als alle andere religies ook goed waren, waarom scheidde Hij dan dit nieuwe verbond af van het oude verbond? Want de totaliteit van de openbaring lag in Hem en werd aan Hem – en door Hem – gegeven voor de wereld. Daarom gaf Hij deze openbaring en deze verantwoordelijkheid aan de apostel: om eropuit te gaan en te prediken aan alle volken. Anders gezegd: Hij is hier de Heer. De kern van wat ik bevestig is: Jezus is de enige middelaar tussen de wereld en God de Vader, de Eeuwige.

* En in deze leer schonk Hij ons de genade om bij Hem te zijn. Ieder mens dus die een geweten heeft en het Woord van God hoort, is geroepen tot deze heiligheid. Maar om het Woord van God te horen, moet men geëvangeliseerd worden. Dat betekent dat de blijde boodschap van Jezus verkondigd moet worden. En dat is de bestaansreden van de Kerk. De enige bestaansreden van de Kerk is het verkondigen van de blijde boodschap van Jezus: de Heer, Degene die gestorven is, is opgestaan ​​en ons heeft bevrijd uit de greep van Satan, en die de deur naar de eeuwigheid voor ons heeft geopend.

* Ik vereenvoudig het nu even, maar dit is wat het betekent. Het betekent dat deze genade waar we over spreken – de verlichting van het geweten – ook voor alle volken bestemd is. Het is niet alleen voorbehouden aan de Kerk, al heeft zij wel de verantwoordelijkheid om deze mogelijkheid te erkennen. Zie je, dit werd impliciet erkend in de leer van de Kerk, door het leven van de heiligen heen. De belangrijkste uitspraak hier is dat de verlichting van het geweten geen dogma is. Het is geen officiële geloofsleer, maar het is onderwezen door de heiligen, die zelf ook deel uitmaken van de leer van de Kerk.

Zie je, daarom spreken we hier over een ervaring: een universele ervaring die het persoonlijke leven van de heiligen heeft geraakt. En daardoor wordt het voor ons een teken dat deze persoonlijke ervaring zich kan openstellen voor de universele ervaring; en dat is de leer van de Kerk. Het behoort dus niet tot een officieel dogma of een officiële proclamatie, maar tot het leven van de Kerk. Het is als het ware een aanvulling op het dogma van de Kerk. Het ligt besloten in het leven van het volk van God dat in de Kerk leeft. Op die manier wordt het een pastorale onderwijzing voor de mensen.

* We hebben enerzijds het officiële dogma en anderzijds het pastorale aspect. Het pastorale aspect betreft de weg van het dagelijks leven. En precies dat is waar we om bidden wanneer we zeggen: "Geef ons heden ons dagelijks brood." Daar gaat het hierover. De pastorale benadering van het leven omvat ook de onderwijzingen van heiligen die deze ervaring van de verlichting van het geweten zelf hebben doorgemaakt. Er zijn woorden in de leer van de Kerk die licht werpen op deze ervaring.

De eerste woorden die ik hier wil aanhalen zijn prachtig; ze zijn afkomstig uit Openbaring 1:7: "Zie, Hij komt te midden van de wolken en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. Alle volken der aarde zullen over Hem weeklagen. Ja. Amen." Deze passage uit Openbaring is een profetie. Een profetie die toegepast kan worden op de ervaring die heiligen in de geschiedenis van de Kerk hebben beleefd met betrekking tot het feit dat iedereen Hem zal zien. Dit is een verlichting van het geweten. 

* In het Evangelie van Johannes wordt gesproken over de Geest – de Heilige Geest. Hier zegt Jezus dat de Geest de wereld zal overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel. Dit is wat er gebeurt bij de ervaring van de verlichting van het geweten zoals dat zou zijn als ik vandaag zou sterven. Dit is precies de overtuiging die God ons door de Heilige Geest geeft voor deze ervaring. En als ik spreek over Pinksteren: het is de Heilige Geest – die zelf Pinksteren is – die de wil openbaart. Onze Heer Jezus Christus is degene die ons heeft onderwezen hoe we de wil van zijn eeuwige Vader moeten volbrengen. Jezus zond ons de Heilige Geest, en Jezus zelf werd door de eeuwige Vader naar de aarde gezonden.

En gezamenlijk willen zij de mensen redden die zij naar hun eigen beeld en gelijkenis hebben geschapen. Nog een tekst hier: Handelingen 2:17: Het werk van ieder mens zal aan het licht komen. Het gaat om een ​​persoonlijke verlichting, maar wel in de context van het laatste oordeel.

* Wat betreft het laatste oordeel zijn er in de leer van de Kerk twee mogelijkheden:

1 het persoonlijke oordeel na mijn dood

2 het oordeel over de wereld, zoals Jezus dat aankondigde in Matteüs 24 en 25. Matteüs 24:9-31: Direct na de verdrukking van die dagen. Wie oren heeft om te horen: er wordt gesproken over de tijd direct na de verdrukking. Door wat we nu doen, bereiden we ons voor op de grote verdrukking in de wereld. We bereiden van alles voor, maar de mensen weten dat niet. Ze erkennen het niet. Velen ontkennen het, omdat ze niets over de waarheid willen horen. Het is een feit: de wereldregering bereidt dit voor. Kijk maar naar het nieuws en wat er nu in verschillende landen gebeurt, en kijk ook naar wat er in het Midden-Oosten gebeurt. Maar niet alleen in het Midden-Oosten; elke regering bouwt nu haar leger op.

Jezus: direct na die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar licht niet geven, en de ster zal uit de hemel vallen, en de krachten van de hemel zullen wankelen. Als we het hier over de ster hebben – volgens Maria van Agreda en ook Anna Katarina Emmerich, die over de engel spreekt – dan betekent dit dat de ster die valt en dat verwijst naar het hoofdstuk in het boek Openbaring over de strijd tegen Satan, die in opstand kwam tegen de engel van de Heer, waarna de H. Aartsengel Michaël kwam en hij in de hel werd geworpen. De val van de ster staat daar beschreven. Dus wanneer Jezus sprak over de val van de ster, sprak Hij ook over iets bijzonders. De ster staat ook symbool voor de hiërarchie van de Kerk. En dat betekent dat sommigen tegelijkertijd zullen vallen. Hiervoor zijn valse ideologieën en valse leerstellingen en ketters nodig die binnen de Kerk leven en proberen een nieuwe ideologie in te voeren.

En hoewel alles zonde is, wordt het zo verdraaid dat het niet langer als zonde wordt onderwezen, maar als iets dat we moeten accepteren en waarin we in broederschap moeten leven om overal vrede te bewaren, zodat iedereen geïntegreerd en welkom is in de Kerk. Zie je, en daarin zullen ook enkele sterren van de Kerk in volgen. Dit is waar Paulus VI over sprak toen hij het had over de rook die via een kier de kerk was binnengedrongen. De kier waar hij hier op doelt, betreft de moraal en de manier waarop we leven: volgens de leer van Jezus, of dat we de brede weg kiezen, de brede weg naar de hel of dat we leven volgens het smalle pad van heiligheid, op weg naar de hemel. Dit is dezelfde leer.

Daarna zei Jezus: en dan zal het teken van de Mensenzoon aan de hemel verschijnen. Is het je opgevallen dat Hij zei dat het teken van de Mensenzoon aan de hemel zal verschijnen? Er staat niet dat Hij naar de aarde zal komen om daar te regeren. Het teken zal verschijnen en alle stammen van de aarde zullen rouw betonen; iedereen zal de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemel, met kracht en grote heerlijkheid. Jezus blijft op dat moment dus in de wolken. Dat komt doordat dit nog niet het moment is waarop Hij daadwerkelijk terugkeert. Hierin schuilt het verschil tussen hoofdstuk 24 en hoofdstuk 25. Het grote oordeel zal plaatsvinden aan het einde van het aardse bestaan; dat wil zeggen: in de eindtijd. Maar de periode waar we het nu over hebben, is een tijd van voorbereiding op een tijdperk van vrede waarin de mensen zullen leven.

Dit is gebaseerd op de openbaringen die Luisa Piccarreta heeft ontvangen, waarbij het zal gaan om de verschijning van het glorierijke Kruis van Jezus. Dit is de persoonlijke openbaring die – zoals u weet – door Luisa Piccarreta is ontvangen; dit specifieke deel betreft de verschijning van het glorierijke Kruis van Jezus. Alleen al het glorierijke Kruis van Jezus zal volstaan ​​om de sterren en alles op aarde te doen wankelen. De kracht van Zijn glorierijke liefde voor ieder van ons zal zichtbaar worden door dit glorierijke Kruis van de Heer; het is een van de grootste genaden die aan de mensheid zijn geschonken, zodat men kan terugkeren naar de Heer Jezus alvorens dit tijdperk van vrede binnen te gaan. Dan is er nog het verband tussen het persoonlijk oordeel bij de dood en de verlichting van het geweten. Dit is een ander deel van de onderrichting dat ik met u wil delen.

De Catechismus van de Katholieke Kerk leert hierover in de nummers 121 en 122. Er wordt gesproken over het bijzonder oordeel en de ontmoeting met Christus. Deze ontmoeting geldt ook voor degenen die deze ervaring hebben ondergaan. In nummer 121 staat: "De dood maakt een einde aan het menselijk leven en aan de tijd waarin men de goddelijke genade, die in Christus zichtbaar is geworden, kan aanvaarden of afwijzen." Het Nieuwe Testament spreekt over het oordeel vooral in de zin van de uiteindelijke ontmoeting met Christus bij Zijn wederkomst, maar bevestigt ook herhaaldelijk dat ieder direct na de dood beloond zal worden naar zijn daden en geloof. De gelijkenis van de arme Lazarus, de woorden van Christus aan het Kruis tot de goede moordenaar en andere teksten uit het Nieuwe Testament spreken over de uiteindelijke bestemming van de ziel – een bestemming die voor de ene anders kan zijn dan voor de andere.

En in nummer 122 staat dat ieder mens zijn eeuwige vergelding ontvangt in zijn onsterfelijke ziel, precies op het moment van zijn dood. Dit betekent dat de ziel onmiddellijk voor de Heer verschijnt. Ik weet dit, omdat ik daar zelf ben geweest; ik zag slechts de voeten van Jezus, maar dat was voor mij voldoende – ik verzeker u daarvan – en Hij liet mij terugkeren. Dit moment van het bijzonder oordeel, waarin men zich op Christus richt, is dus van groot belang. Men moet zijn leven op Christus richten. Ieder mens op aarde moet na de dood zijn leven op Christus betrekken. Hij is de enige middelaar tussen de wereld en de eeuwige Vader. Het betekent dus ofwel de toegang tot de zaligheid van de hemel – al dan niet na een loutering – ofwel onmiddellijke en eeuwige verdoemenis. Verdoemenis is voor eeuwig. Velen leren dat er uiteindelijk vergeving zal zijn. Nee, nee, nee, nee, nee. Dat is niet de leer van de Kerk. "Bij de avond van het leven zullen wij worden beoordeeld op onze liefde." Dit is een citaat van de H. Johannes van het Kruis.

Ik wil deze ervaring nu in verband brengen met de leer van de Kerk, zoals verwoord in de Katholieke Catechismus, bij artikel vijf: "Hij is nedergedaald ter helle; op de derde dag verrezen." Dit betekent dat Jezus, toen Hij stierf, in het graf werd gelegd; en in de tijd dat Hij in het graf lag – tot aan zijn verrijzenis tot leven – Hij naar de hel ging. Maar met 'hel' wordt hier de diepte bedoeld, de plaats waar de rechtvaardigen verbleven en op Hem wachtten (Voorgeborchte). Bedenk echter dat de rechtvaardigen die op Jezus wachtten, Hem nooit hadden gezien, op enkelen na, zoals Mozes. Maar als we dit onderwijzen, betekent het dat deze mensen een gedeeltelijke openbaring hadden ontvangen. Dit betreft het Oude Testament. Het Oude Testament bood een gedeeltelijke openbaring. U begrijpt nu waarom Jezus kwam met het nieuwe verbond. Dat wordt een totale omwenteling genoemd, een compleet ander, nieuw leven. Maar de mensen van het Oude Testament wachtten op Hem.

Evenals de mensen die hun geweten volgden, want ook het natuurlijke geweten kan tot redding leiden. Daarom zijn wij allen door ons geweten met God verbonden. Hij is het die ons onze ziel heeft gegeven. U herinnert zich dat toen Hij Adam en Eva schiep, de adem van God kwam en leven blies in de lichamen van Adam en Eva, die uit aarde waren gevormd. Zo staat het ook in nummer 634: het evangelie werd zelfs aan de doden verkondigd. Stelt u zich voor: toen Hij in het graf lag, ging Hij naar de rechtvaardigen toe en werd het evangelie aan hen verkondigd. Wie verkondigde het evangelie? Jezus. Het betekent dus dat de nederdaling ter helle de evangelieboodschap van redding bracht, tot volledige vervulling voor de rechtvaardigen. Dit is de laatste fase van de Messiaanse zending van Jezus. Het is van enorme betekenis voor de verspreiding van Christus' verlossingswerk onder alle mensen, van alle tijden en plaatsen.

Daarin ligt de definitie van de verlichting van het geweten. Wanneer we Jezus aan het glorierijke Kruis zien, zal Zijn beeld in ons worden ingegrift. Wanneer we Hem van aangezicht tot aangezicht zien, zullen we vervuld worden met de kennis van het evangelie. Waarom? Omdat Hij ons de grote kans wil geven om 'ja' tegen Hem te zeggen en alles af te wijzen wat niet van Hem komt – dat wil zeggen: Satan en al zijn werken. En we zullen ten volle beseffen dat Hij bestaat. Hij is de enige die ons de eeuwigheid kan schenken. Hij is bovendien liefde. Volkomen liefde. Volkomen in overeenstemming met de eeuwige Vader – die ook liefde is – en met de Heilige Geest – die eveneens liefde is – om ons terug te brengen naar de hemel. Zij willen niet dat wij verloren gaan. Dit is de genade die wij ontvangen. En daardoor krijgt iedereen die gered wordt, deel aan de verlossing van de Heer. Zie je, dit komt ook naar voren in de leer over de nederdaling van Jezus in het dodenrijk. Dus, lieve mensen, vandaag begrijpen we iets. We leven in een tijd van verwarring.

Velen hebben slechts een gedeeltelijke openbaring van het evangelie van Jezus ontvangen. Velen hebben niet gehoord over de leer van de Kerk. Dat betekent dat velen op zoek zijn naar de waarheid, omdat ze de stevigheid van de leer niet kunnen vinden, of niet de weg die antwoord geeft op hun dorst naar waarheid, de dorst van de ziel. Wanneer Jezus deze waarschuwing geeft, zal onze dorst gelest worden. Die dorst zal voorbij zijn. Het betekent dat we vrede in onze ziel zullen hebben dankzij Zijn liefde, dankzij Zijn leer en omdat we zullen weten dat Hij de enige is die ons kan redden. Wat is dan de definitie van deze verlichting van het geweten? De definitie is: iedereen zal de staat van zijn ziel zien zoals God die ziet. Dit vormt de basis van de definitie van deze verlichting van het geweten – of de waarschuwing, zoals sommigen het noemen.

Je voelt dat je meer begrijpt, maar je moet beseffen dat het geen waarschuwing voor oorlog is. Het is een waarschuwing die leidt tot redding van de ziel. Iedereen zal de verheerlijkte Jezus aan het Kruis zien. Men zal de staat van de ziel zien, inclusief de zonden en de eeuwige bestemming. Als men die dag zou sterven, is dit wat men zou zien: de bestemming – of ik naar de hel ga, naar het vagevuur of naar de hemel. Ik zie in dat de verlichting van het geweten de grootste daad van Gods barmhartigheid zal zijn voor ons en voor de mensheid. God zal ons er ook van overtuigen dat Hij werkelijk bestaat en dat Hij onze redding verlangt. Je ziet hoe geweldig en prachtig het zal zijn. Wat is nu de levensles die ik hieruit heb geleerd en die ik met je wil delen? Persoonlijk heb ik geleerd dat het niet slechts iets individueels is; de reden dat ik dit vertel, is juist omdat het universeel zal zijn.

Het is voor iedereen bedoeld. Het zal een innerlijk moment zijn, een moment van binnenuit. Ik zou zeggen: een moment waarop het geweten verlicht wordt door het licht van God. En die verlichting zal ons de vrucht van vrede met de Heilige Geest schenken en ons bewust maken van wat ik moet doen om met Hem naar de hemel te gaan. Het zal ook een persoonlijke voorproef van mijn eigen dood zijn. Stel je voor: een vooruitblik op wat er zou gebeuren als ik zou sterven. Geen dogmatisch besluit van God.. Ik zei wel 'dogmatisch', maar ik bedoel niet een decreet over mijn oordeel, maar een verlichting van mijn eigen oordeel. Want God houdt zoveel van ons dat Hij, voordat Hij Zijn definitieve beslissing over mijn ziel neemt, mij mijn eigen leven laat onderzoeken en laat inzien wat ik verdien voordat Hij het laatste oordeel velt. Dat noemen we vrijheid van onze wil. Hij respecteert mijn vrijheid en laat me zien wat ik moet doen. Ik kan niet uitleggen hoe dat moment van verlichting van het geweten door Gods licht precies werkt.

Het is een voorproefje, als een mini-oordeel over mijn ziel, voorafgaand aan de grootse ontmoeting met Jezus in Zijn liefde; of ik het nu wel of niet verdien. Die verlichting, dat voorproefje, zal een schok teweegbrengen. Een schok van spirituele verheldering. Spirituele verheldering – 'helderheid' is een goed woord. Die zal zo sterk zijn dat ik niet meer kan zeggen dat iets niet klopt. Ik zal simpelweg getuige zijn van Gods licht dat voor mij verschijnt. Ook de mensen zullen de ernst van hun zonde begrijpen. Je weet dat er onderscheid is tussen doodzonden en dagelijkse zonden, maar wanneer we voor God staan, zullen we de ware betekenis van doodzonde begrijpen; en ook de dagelijkse zonden zullen van groot belang blijken, want we staan ​​voor Hem die de Liefde zelf is, en elk detail van ons leven zal weerklinken in onze ziel. Gods werkelijkheid houdt ook in dat Hij wil dat wij gered worden. Dit zal dus een keerpunt in mijn leven zijn, en dit is werkelijk van groot belang.

De mensheid zal verdeeld raken tussen hen die zich bekeren en hen die de goddelijke barmhartigheid van Christus afwijzen. Sommige mensen vatten mijn woorden op alsof ik over de mensheid oordeel. Maar ik oordeel niet over de mensheid. Dat kun je zien in Matteüs 25. Daar vinden we de leer van de Kerk. Jezus scheidt immers de bokken van de schapen in Zijn kudde. Dat zien we in hoofdstuk 25. Wanneer ik dus zeg dat deze ervaring een keerpunt zal zijn – een moment waarop we voor of tegen Hem moeten kiezen dan gaat het erom of we de weg van de Heer volgen of de weg naar de verdoemenis. Daarvoor is ons leven op aarde bedoeld. Ook de engelen, die vóór de mens werden geschapen, moesten kiezen: Hem dienen of Hem niet dienen. Ons leven op aarde is bedoeld om de leer van Jezus Christus te aanvaarden of Hem af te wijzen, en om de leer van de Kerk te volgen – of, voor hen die nooit de leer van de Kerk of het Woord van God hebben gehoord, om te handelen volgens hun eigen geweten.

Ook zij kunnen verlichting ontvangen door de genade van God, die Zijn leven voor iedereen op aarde heeft gegeven – zij het in verschillende mate. Het is aan ons: we kunnen ervoor kiezen Hem te volgen, of we kunnen Hem afwijzen door ons over te geven aan allerlei soorten zonden. We hebben de Tien Geboden van de Heer; Hij heeft ze ons gegeven om duidelijk te maken wat zonde is, omdat Hij Zijn volk wil beschermen. Hij gaf de geboden om ons op het pad van heiligheid en rechtvaardigheid voor Hem te houden. Ik wil hier graag wijzen op een aantal pastorale en geestelijke lessen. Allereerst: keer terug naar de sacramenten. We moeten regelmatig biechten. De Maagd Maria heeft hierom gevraagd in Medjugorje. We moeten regelmatig gaan – bijvoorbeeld één keer per maand, als dat lukt. Dit is nu erg belangrijk, omdat priesters steeds schaarser worden. Veel parochies hebben geen priester meer; we moeten vaak een afspraak maken als we willen biechten. Maar doe het, wacht niet te lang. Het is een genade van vergeving. Ook het ontvangen van de Heilige Eucharistie op de zondag van de Heer is essentieel. In veel parochies is er op zondag geen mis meer, omdat er geen priester beschikbaar is.

Ga dus naar de zondagsmis wanneer dat kan, en ontvang de Heilige Eucharistie met een zuiver hart; dat betekent: leven in staat van genade voor de Heer. Weet dat dagelijkse zonden aan het begin van de mis worden vergeven, maar als je een doodzonde hebt begaan, moet je goed biechten voordat je Jezus ontvangt. Dit is de leer van de Kerk. Bid de rozenkrans. De Maagd Maria heeft ons de rozenkrans als wapen gegeven. Ze heeft dit wapen gegeven om de duivel te bestrijden, om in staat van genade te blijven en weerstand te bieden aan verleidingen. Verleidingen zullen er altijd zijn. Maar met de rozenkrans heb je een verdediging ertegen. Wijd jezelf ook toe aan de Heilige Familie, aan de Maagd Maria en via het Heilig Hart van Jezus. Bereid je geestelijk voor. Lees het dagboek van zuster Faustina. Lees de brieven van Padre Pio.

Lees vooral het Evangelie, en bereid je voor door te bidden; laat het licht van het Evangelie in je werken en bid ook met de Catechismus van de Katholieke Kerk. Dit is belangrijk. Lees goede boeken die het licht van Christus in je hart brengen. En je moet je natuurlijk ook materieel voorbereiden. Ik wijs altijd op een voedselvoorraad voor drie maanden.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 02:10 Reageer op dit bericht

19/9 Je wordt keihard voorgelogen over Oekraïne - Niburu

19/9 Je wordt keihard voorgelogen over Oekraïne - Niburu

Iedere dag staan er mooie verhalen bij de mainstreammedia over hoe geweldig Oekraïne het wel niet doet op het slagveld. In werkelijkheid is niets minder waar en worden Oekraïense militairen bij bosjes afgeslacht door de nieuwe Russische jet drones. De Telegraaf gooit er nog maar even een mooi verhaal tegen aan om het moreel hoog te houden en zij schrijven onder andere: De Russen weten nog steeds niet wat hen overkomen is aan Lyman. Oekraïne slaagde er de voorbije weken in te verrassen met een tegenoffensief. Dankzij onophoudelijke bombardementen van de aanvoerlijnen, gloednieuwe technologie en rekenend op de leugencultuur van Russische officieren. Tot zover de Telegraaf.

Dat alles staat in schril contrast met hetgeen door de Poolse premier Donald Tusk aan het parlement aldaar wordt verteld.

De Poolse premier Donald Tusk heeft inderdaad in een toespraak tot het Poolse parlement (Sejm) verklaard dat Oekraïne volgens informatie van zijn Oekraïense partners maandelijks zo'n 27.000 doden en gewonden oploopt. Hij noemde dit een triest record sinds het begin van de oorlog. Tusk koppelde deze stijging onder meer aan:


* Nieuwe Russische tactieken en verhoogde intensiteit aan het front.
* Straalaangedreven drones (jet-powered drones): Deze nieuwe varianten van aanvalsdrones (zoals aangepaste Shahed-modellen) vliegen aanzienlijk sneller (tot boven de 400 km/u) en hoger. Dit maakt het voor de Oekraïense luchtafweer veel lastiger en kostbaarder om ze tijdig uit de lucht te schieten.
* Het land kampt met enorme tekorten aan manschappen, munitie en luchtafweer, terwijl Rusland met grote druk langzaam terrein blijft winnen in het oosten.
* Kranten belichten alleen specifieke succesverhalen (zoals geslaagde drone-aanvallen op Russische olieraffinaderijen of munitiedepots), wat een positiever beeld kan schetsen. Maar de slijtageslag aan het front blijft ontzettend hard en eist een extreem hoge tol aan Oekraïense zijde.

Wanneer media de nadruk leggen op individuele successen—zoals een spectaculaire drone-aanval op een Russische vliegbasis—geeft dat een vertekend beeld van de algehele situatie. Het wekt de indruk dat Oekraïne aan de winnende hand is, terwijl de rauwe werkelijkheid aan de strijdlijn bestaat uit uitputtingsslag, tekorten en zoals Tusk aanstipte, enorm hoge verliezen. Als de cijfers die Tusk noemde (27.000 doden en gewonden per maand) representatief blijven, is dat op de lange termijn demografisch en militair simpelweg niet vol te houden voor een land met de omvang van Oekraïne. Er spelen hierbij drie doorslaggevende factoren:

* Rusland heeft een veel grotere bevolking en kan verliezen makkelijker opvangen door continue mobilisatie. Voor Oekraïne is elke getrainde en ervaren soldaat die wegvalt extreem moeilijk te vervangen.

* De inzet van snellere, straalaangedreven drones dwingt Oekraïne om dure en schaarse luchtafweerraketten te gebruiken, of toe te zien hoe cruciale infrastructuur en frontposities worden geraakt.

* Het probleem is voor Oekraïne inmiddels vaak niet alleen een gebrek aan wapens of munitie, maar het fysieke gebrek aan mensen in de loopgraven. 

De uitspraken van Tusk waren dan ook niet alleen een stand van zaken, maar vooral een dringende waarschuwing aan de westerse bondgenoten: zonder ingrijpende verandering in de steun of strategische situatie houdt Oekraïne een dergelijke slijtageslag niet vol. Het front "breekt" niet overal tegelijk, maar raakt op specifieke plekken zo dun bezet dat Russische troepen steeds sneller terreinwinst kunnen boeken. Oekraïne zal dwingend keuzes moeten maken om troepen te sparen, wat betekent dat steden en gebieden moeten worden opgegeven om de verdedigingslijn korter te maken.


De maatschappelijke en militaire druk om een (ongunstig) bestand of bevriezing van het conflict te accepteren wordt uiteindelijk onafwendbaar zodra de linie niet meer bemand kan worden. Het scenario waarin Oekraïne dit zonder verandering nog jaren doortrekt, geldt onder militaire experts simpelweg als onrealistisch. Dat is uiteraard slecht nieuws voor alle oorlogshitsers, want nu worden ze gedwongen om snel drastische actie te ondernemen voordat het te laat is. En dat is waarschijnlijk de reden dat je de afgelopen dagen zoveel berichten hebt zien verschijnen over Russische agressie en grensoverschrijdingen. 

Gleiwitz 2.0: Here we come. Het Gleiwitz-incident was een door de nazi's geënsceneerde aanval onder valse vlag op een Duits radiostation op de avond van 31 augustus 1939. Dit diende als de directe aanleiding (casus belli) voor Adolf Hitler om de volgende ochtend Polen binnen te vallen, wat leidde tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De nazi's voerden deze operatie — onderdeel van Operatie Himmler — als volgt uit:
Een speciaal SS-commando onder leiding van Alfred Naujocks drong verkleed in Poolse uniformen de zendmast van het Duitse grensplaatsje Gleiwitz (nu het Poolse Gliwice) binnen.

Ze overmeesterden het personeel en zonden in het Pools een anti-Duitse boodschap uit om de indruk te wekken dat Poolse saboteurs de aanval hadden geopend. Om de aanval geloofwaardig te maken, lieten de SS-ers het lijk van Franciszek Honiok achter. Deze Duits-Poolse boer was de dag ervoor gearresteerd, gedrogeerd en ter plekke doodgeschoten in een Pools uniform. Ook werden er vermoorde concentratiekampgevangenen (door de SS cynisch "Konserve" ofwel blikgans genoemd) achtergelaten om als Poolse slachtoffers te dienen.

De volgende ochtend, op 1 september 1939, gebruikte Hitler deze zogenaamde "Poolse agressie" in zijn speech voor de Rijksdag om de inval in Polen te rechtvaardigen ("Seit 5:45 Uhr wird jetzt zurückgeschossen!"). Omdat Groot-Brittannië en Frankrijk een verdrag hadden met Polen, verklaarden zij Duitsland op 3 september de oorlog, waarmee de Tweede Wereldoorlog officieel was begonnen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 00:34 Reageer op dit bericht

19/9 Het saboteren van dieselraffinaderijen is al jaren bezig - Niburu

19/9 Het saboteren van dieselraffinaderijen is al jaren bezig - Niburu

Niets gebeurt bij toeval op deze aarde en het lijkt erop dat de komende energieschaarste ook al jaren geleden is voorbereid.  Dat is de reden dat wij ons nu zo ongeveer in The Perfect Storm bevinden voor wat betreft de beschikbaarheid van diesel. De wereld zou misschien wel een tijdje zonder benzine kunnen, maar voor wat betreft diesel is het een ander verhaal.
Diesel is het levensbloed van alles wat met transport te maken heeft en op het moment dat daar echt een kink in de kabel komt, dan heb je echt de poppen aan het dansen. De eerste tekenen van wat er dan gaat gebeuren zien we op dit moment al.

Kleinere transportbedrijven vielen de afgelopen weken bij bosjes. De combinatie van peperdure diesel, de nieuwe vrachtwagenheffing en afgesloten bruggen is te veel voor de sector. Naast de exteem dure diesel, kreeg de sector ook nog te maken met een extra vrachtwagenheffing door de sloopoverheid. Wie met een diesel rijdt, betaalt zo’n 20 cent per kilometer — hoe vervuilender, hoe duurder — en met een elektrische vrachtwagen 4 cent. De motorrijtuigenbelasting voor trucks komt te vervallen. De gedachte is dat transportbedrijven zo sneller elektrificeren.


Wat er in werkelijkheid gebeurt is dat de klimaatzwendel wordt gebruikt om de zoveelste sector in ons land vakkundig de nek om te draaien. De bedrijven die nog wel kunnen overleven zullen de extra kosten uiteraard doorberekenen aan de consument. En dan de dieselraffinaderijen. waarover Mike Adams onder andere het volgende schrijft: 

Er is iets dat de olieraffinaderijen over de hele wereld één voor één uitschakelt, en dat is geen toeval. En het is perfect afgestemd op al het andere. De oorlog tegen Iran, het tekort aan kunstmest, de dieselcrisis: het valt allemaal tegelijk samen. Want het doel van de globalisten is niet alleen hogere prijzen. Het doel is een reset. Een bevolkingsreset en een financiële reset. Ze laten het schuldsysteem dat ze met opzet hebben opgebouwd instorten – een gigantische ‘rug pull’ – en elke houder van staatsobligaties en iedereen met contant geld op de bank gaat failliet. Vervolgens herstarten ze de valuta als iets digitaals en programmeerbaars, geven ze de schuld aan AI, China of een cyberaanval, en verschijnen ze als je redder die je door de overheid goedgekeurde stablecoins aanbiedt in ruil voor totale bewaking en totale controle over je geld.
Tot zover Mike Adams.

Als je kijkt naar hoeveel diesel raffinaderijen de afgelopen jaren zijn verdwenen dan lijkt het op bewust slopen van de ziekenhuisbedden wat ze overal deden in de tien jaar voor de nep coronapandemie. De Amerikaanse sluitingen in 2020 alleen al haalden volgens de EIA ongeveer 800.000 vaten per dag aan raffinagecapaciteit uit de Amerikaanse capaciteit. De EIA noemt daarbij expliciet COVID-19, de sterk gedaalde brandstofvraag, slechte raffinagemarges en de omschakeling naar hernieuwbare diesel als factoren. En dan gebeuren er nog allerlei vreemde 'ongelukken' waardoor raffinaderijen geen diesel meer kunnen produceren. De stappen die ze uitvoeren om een enorme schaarste en prijsstijgingen te veroorzaken zijn kinderlijk eenvoudig.

De mainstreammedia worden ingezet om de klimaatzwendel te verkopen en moeten proberen alles en iedereen over te halen om elektrisch te gaan. Veel bedrijven voelen de bui al hangen en gaan al vast raffinaderijen sluiten omdat de vraag naar diesel door dit alles enorm zal afnemen. Als het sluitingsproces in volle gang is gooit Donald Trump namens Isräel olie op het vuur en opeens wordt diesel schaars, omdat de geplande transitie nog niet is gebeurd, behalve dat men alvast uit alle macht raffinaderijen is gaan sluiten. In de volgende video is Redacted in gesprek met Dr. Ralph Schoelhammer over de komenende energiecrisis in Europa. Dr. Ralph Schoellhammer is een Oostenrijkse politicoloog, docent internationale betrekkingen en een veelgevraagd politiek commentator. Hij staat vooral bekend om zijn analyses van geopolitiek, populisme, Europese defensie en de invloed van cultuur en ideologie op het gedrag van staten.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 00:09 Reageer op dit bericht

19/9 Duivels op steroïden – de realiteit die je moet kennen – Charisma media

19/9 Duivels op steroïden – de realiteit die je moet kennen – Charisma media

Met voormalig satanisch priester John Ramirez

Interview:

Charisma Media: John Ramirez, geweldig dat je weer hier bij Charisma bent. Heel erg bedankt dat je er vandaag bij bent, want ik wil graag jouw inzicht horen over dingen die om ons heen gebeuren, waardoor we zien hoe de geestelijke wereld zich manifesteert in de natuurlijke wereld. Jij hebt een getuigenis over hoe je uit hekserij en die hele levensstijl bent gestapt, en nu sta je aan deze kant; dat is geweldig. Dus ik wil je vragen: toen je een Warlock was, hoe zag geestelijke strijd er dan uit vanuit het perspectief van de vijand? En wat begrijpen christenen daar vandaag de dag verkeerd over?

John: Wel, de geestelijke strijd aan mijn kant vóór Christus, draaide om heerschappij, het overnemen van heerschappij. Het overnemen van autoriteit, het overnemen van iemands rechten. Het overnemen van iemands zalving, en het verkrijgen van grip op elke demonische opdracht die we kregen. Als je geen hefboomwerking hebt – geen voorsprong of machtspositie – kun je niets overwinnen. In de demonische wereld wisten we precies hoe we ons moesten positioneren, vooral ten opzichte van de Kerk, Christenen en de huidige ontwikkelingen. Ik noem dat de 'blinde vlek'. Jullie zien ons niet aankomen omdat het jullie aan onderscheidingsvermogen ontbreekt.

En dat is cruciaal, want we denken vaak dat de vijand recht voor onze neus opduikt. Denk bijvoorbeeld aan David. David ging de confrontatie met Goliath rechtstreeks aan. Maar zijn ergste vijand – Saul – bevond zich in zijn blinde vlek. Hij stond vlak naast hem. Degene die hem dertien jaar lang opjoeg en probeerde te doden, stond aan zijn zijde. Zijn strijd ging dus eigenlijk niet om de reus. Zijn werkelijke strijd ging om degene die aan zijn rechterzijde stond. Ik geloof diep vanbinnen dat er tegenwoordig veel dingen gebeuren die we als normaal zijn gaan beschouwen. Het is demonisch, maar we hebben het genormaliseerd.

Je noemde reeds onderscheidingsvermogen. Veel mensen zien niet wat er werkelijk aan de hand is. Er zijn zoveel dingen die zich momenteel in de publieke sfeer afspelen. Dergelijke manifestaties vinden niet alleen plaats tijdens een kerkdienst – weet je wel, dat iemand de naam van Jezus noemt en er vervolgens manifestaties optreden. Het gebeurt nu ook in de openbare ruimte. We horen steeds meer van dit soort verhalen. Het beperkt zich dus niet tot een kerk of een bediening; het gebeurt nu ook in het openbaar.

CM: Wat zien we precies, en waarom zien we dit nu op deze manier?

John: Wel, laat me twee korte voorbeelden noemen.

Er was een voorval – ik geloof vorig jaar – waarbij een vrouw manifestaties vertoonde en dwars door de beveiliging heen kwam in de kerk van Bisschop Jakes. Ze kwam door de beveiliging heen en stond uiteindelijk oog in oog met Bisschop Jakes. En eerlijk gezegd: ik heb veel waardering voor Bisschop Jakes. Hij was een van mijn favoriete predikers ooit. Maar hij wist niet wat hij ermee aan moest. Hij wist niet hoe hij de confrontatie moest aangaan of hoe hij de situatie kon neutraliseren.

Hij wist niet hoe hij er gezag over kon uitoefenen. Begrijp je? Voor mij was dat schokkend. Waarom is het Lichaam van Christus hier niet op voorbereid? Ze zijn er niet op toegerust. Hoe kun je klaar zijn voor een strijd als je niet getraind bent? Als er geen sprake is van discipelschap – en de kerken van tegenwoordig zijn geen kerken die aan discipelschap doen, want ze halen hun boodschap uit AI in plaats van van de Heilige Geest. Voorgangers zeggen: "We zijn geen voorgangers meer." We noemen onszelf communicators. Echt? Voor zover ik weet, ben ik een prediker. Ik blijf preken totdat God me thuisroept. Ik ben geen 'communicator' en ik heb geen AI nodig. Ik heb de Heilige Geest.

Ik kniel neer, bid, en God geeft me een woord. Ik ben net terug uit Miami. Ik heb veel demonen uitgedreven in Miami. Ik was in Kansas City, heb veel demonen uitgedreven in Kansas City. Of ik nu op 30.000 voet hoogte zit of op de grond sta, het gezag van Jezus Christus werkt op beide plaatsen. Amen.

CM: Voorafgaand aan dit interview, zei je dat de duivel mensen een voorproefje geeft voordat hij in actie komt. Wat betekent dat? En op welke waarschuwingssignalen moeten Christenen letten?

John: Dat voorproefje... weet je, het is net als wanneer je naar de bioscoop gaat. Ze laten je een trailer of voorfilmpje zien voordat de hoofdfilm op het scherm verschijnt. Dus die voorproefjes die we vandaag de dag in de wereld zien, in de nieuwsmedia. Kijk wat Hollywood doet. Kijk naar wat de muziekindustrie doet. Kijk wat er in het Witte Huis gebeurt. Ik zeg het gewoon zoals het is, man. Ik ben heel openhartig. Ik veroordeel niemand. Ik veroordeel mezelf voordat ik iemand anders veroordeel. Het Witte Huis heeft daar een nepteam zitten. Ik noem ze het 'fate team' [lot-team]. Ze hebben daar geen zalving. Ik bedoel, als het gaat om geestelijke strijd in het Witte Huis zijn ze ontwapend. Ze hebben niets om mee te vechten.

Ze hebben geen autoriteit. Ze hebben geen zalving. Ze hebben eigenlijk niets om de vijand mee te bestrijden. En denk je niet dat de duivel in het Witte Huis is? Denk je niet dat de duivel probeert te wonen in jouw huis en in mijn huis? Hoeveel te meer dan daar, waar de politiek te maken heeft met de wereldorde, met het verschuiven van de atmosfeer van overheden en demonen op aarde; hoe ze opereren, bewegen, functioneren, dingen opzetten en de lijntjes met elkaar verbinden om de weg vrij te maken voor de antichrist. Terwijl wij als Christenen de komst van de Heer Jezus Christus zouden moeten voorbereiden, maar dat doen we niet. Ik bedoel, we hebben wel kerkdiensten maar het gaat Christenen om comfort en voordelen.

CM: Als dit slechts een voorproefje is, wat denk je dan dat er nog gaat komen?

John: Kijk naar die jonge vrouw, kijk naar die jonge vrouw die haar drie kinderen vermoordde en ze hebben haar niet aangeklaagd. Dat was een demon. Maar dat mag je niet zeggen, want ze noemen het een kwestie van geestelijke gezondheid. Wie brengt drie prachtige kinderen ter wereld en gaat ze vervolgens vermoorden? Wie doet zoiets? Maar nu is het een kwestie van geestelijke gezondheid en valt het onder de categorie 'normaliseren', want als je iets niet kunt oplossen, legaliseer je het. Ik weet niet waar jij woont, maar in mijn buurt in New York City rookte je vroeger sigaretten. Nu roken ze wiet. Het is een voorbode van wat komen gaat, want wat ze niet kunnen oplossen, normaliseren ze. Hetzelfde geldt voor de Kerk. Als de Kerk iets niet kan oplossen, vertrouwen ze niet op de Heilige Geest.

Ze normaliseren het. Dus we normaliseren demonische manifestaties. De hele dag door. Dus wat denk je dat er gaat komen? Duivels op steroïden. Duivels op steroïden. Want de Kerk die niet standhoudt in de eindtijd, de Kerk die niet op het slagveld staat – de Kerk van Jezus Christus – zal uiteindelijk haar deuren sluiten. En wat we overhouden, is slechts een Rest.

CM: Laat me je dit vragen: als iemand getuige is van een manifestatie zoals waar we het over hebben gehad, wat moet diegene dan doen? En wat moet diegene vooral *niet* doen?

John: Tja, afhankelijk van wie je bent. Als je in Christus bent, zou je moeten weten wat je moet doen, want de Bijbel zegt het. Je weet: aan deze tekenen zouden ze het moeten herkennen; drijf elke demon uit. Je moet autoriteit uitoefenen. Want als je één ding over mijn voorganger weet: hij heeft nooit drugs gebruikt. Nooit. Het enige wat hij ooit deed, was één keer een sigaret van straat opsteken. En deze man is zo gezalfd. Hij kan demonen uitdrijven. En hij hoefde daarvoor niet in de wereld van hekserij gezeten te hebben. Hij kon met een prostituee praten, omdat hij de Heilige Geest heeft. Hij kan met pooiers en junks praten, omdat hij de Heilige Geest heeft. Mensen zeggen: "Oh, je kunt deze persoon niet dienen, want je kent hun achtergrond niet, je hebt het nooit zelf meegemaakt.

Je kunt deze persoon niet dienen, want je bent nooit duivelaanbidder geweest. Je kunt je niet inleven in deze persoon, want je heb nooit in dat milieu gezeten." Nee, we kunnen mensen dienen omdat we de Heilige Geest hebben; het gebeurt immers door de Heilige Geest die ons toerust. En we moeten niet wegkijken van deze manifestaties. We moeten laten zien dat de Kerk leeft en dat de Kerk echt is. Hoe kun je laten zien dat de Kerk leeft en echt is als je geen demonen uitdrijft en geen gezag uitoefent over wat zich ook maar voordoet? En welke manier werkt niet?

Stel dat iemand een manifestatie ziet gebeuren: wat is dan de verkeerde aanpak? Weglopen.

God heeft je op die plaats gezet. God heeft je op dat moment, in die tijd, in dat vliegtuig, in dat gebied, op die weg geplaatst. God heeft je daar met een reden neergezet, met een doel: om eer aan Hem te brengen, voor de glorie van God en voor de zielen van mensen. God heeft je daar geplaatst. Je bent er niet per ongeluk gekomen. Je bent niet bij toeval of door geluk in die situatie terechtgekomen. Tegenwoordig geloven we in geluk. We geloven niet meer dat we gezegend zijn; we denken dat we gewoon 'mazzel' hebben. Dus eigenlijk: als je in Christus gelooft en vervuld bent van de Geest, dan ben je.daar met een doel. God heeft daar een plan mee en je moet in actie komen; jij bent als het ware de gereedschapskist. God heeft een gereedschapskist, en jij bent de sleutel die Hij die dag eruit pakte om te gebruiken.

Ik heb mensen in een vliegtuig gezien. En ik zag een man uit Zuid-Afrika. Volgens mij was hij onderweg naar Australië en hij stopte even, want het vliegtuig zat vol en mensen stapten in. Hij zei: "Mag ik even iets delen?" Hij was een voorganger uit Australië. "Mag ik even iets delen?" Hij deelde het evangelie. Minder dan vijf minuten. Ongeveer 10, 15, 20 mensen staken hun hand op en namen Jezus daar ter plekke aan. Gewoon in het vliegtuig, voordat ze uitstapten; zo'n 15 à 20 mensen namen Jezus Christus aan. Dat vergt veel moed. Dat getuigt van veel vrijmoedigheid, man. Want als je het echt doet, komt God in actie. Maar als je het doet voor de show en de 'likes', en je wilt in een podcast of in een video verschijnen dan werkt het niet.

Er was eens een jongedame in een vliegtuig. Ze wilde in een video komen omdat ze zichzelf leuk vond; ze noemde zichzelf evangelist, maar ze deed het om haar eigen vlees te bevredigen. Je deed het niet vanuit de leiding van de Heilige Geest. Ze werd uit het vliegtuig gezet. Zie je het verschil?

CM: Ja. Dat is heel interessant. Dat vereist veel onderscheidingsvermogen, denk ik, want men handelt – zoals je zegt – vanuit het vlees, terwijl men ook handelt vanuit de Geest.

John: Ze doen allebei hetzelfde, maar om verschillende redenen. De een doet het voor YouTube en de ander doet het voor de Hemel.

CM: Hoe blijven christenen onderscheidingsvermogen behouden zonder alles meteen te bestempelen als een psychische crisis of een emotionele uitbarsting? En hoe voorkomen we dat we alles als demonisch bestempelen/ Of is alles demonisch?

John: Tja, je moet een geestelijke balans vinden. Want mensen kunnen geboren worden met een onbalans, een chemische onbalans in hun lichaam en dergelijke. Daar geloof ik in. Ik geloof niet dat iedereen een demon heeft – laten we wel wezen – maar ik geloof ook in generationele vloeken en vloeken die via de bloedlijn doorwerken. Dus, besteden we tijd aan Gods Woord of hangen we alleen maar op sociale media rond? Want als je Christenen ziet die hun telefoon pakken en elf uur per dag op sociale media zitten, terwijl ze maar tien minuten met de Heer doorbrengen, dan is er een probleem. Hoe ga je dan iets van God horen? Het gaat om je gebedsleven. Als je geen gebedsleven hebt, als je niet bidt, naar wie luister je dan?

Want God opent de weg voor iemand die bidt. Een gebedsleven verfrist je ziel. Een gebedsleven vernieuwt je denken. En een gebedsleven wijst je de weg voor de volgende stappen. Hoe je met God wandelt. Een gebedsleven. Als je dat niet hebt, ben je slechts een krachteloze, zwakke Christen. Je zult geen goddelijke opdracht ontvangen. En als je toch stappen onderneemt in de veronderstelling dat je iets voor God doet, komt het voort uit je eigen vlees en word je uit het vliegtuig gezet.

CM: Terwijl we dit opnemen, zitten we midden in september, maar oktober komt eraan. Ik weet dat dat een maand is waarin veel hekserij gebeurt. 

John: Oktober, 1 november.

CM: Ja. Vertel ons dus wat we als Christenen moeten doen om ons daarop voor te bereiden, en hoe we niet alleen in de verdediging kunnen staan, maar juist in de aanval.

John: Wel, kijk op elke regio, elke locatie, elk postcodegebied, elk stadsdeel, elke gemeenschap... voor wie of wat je kunt bidden. Ik bid voor mijn gemeenschap. Ik bid voor mijn regio. Ik ben de wachter in de strijd. Ik ben de Nehemia. Ik bouw de geestelijke muren in mijn buurt. Ik bouw aan geestelijke muren, waar ik ook ga. En David Wilkerson – hij heeft me drie jaar lang begeleid – hij predikte over een 'oproep tot geestelijke zielspijn'. Een van de krachtigste preken die hij hield over Nehemia.

Uitleg: De bekendste preek van David Wilkerson die de geestelijke nood en het bijbelboek Nehemia met elkaar verbindt, heet "Een oproep tot zielspijn" (originele Engelse titel: A Call to Anguish).

In deze krachtige boodschap gebruikt Wilkerson de geschiedenis van Nehemia—die de verwoeste muren van Jeruzalem herbouwde—als een dringende metafoor voor de geestelijke ruïnes en de morele nood in de moderne Kerk en samenleving.

De kernboodschap van de preek

* Geestelijke ruïnes: Net zoals Jeruzalem destijds in puin lag, zag Wilkerson een diepe geestelijke crisis in de hedendaagse christelijke wereld. Hij stelde dat veel gelovigen en kerken geestelijk dood of lauw zijn geworden, verborgen achter een masker van uiterlijk succes.

* Het geheim van Nehemia (Zielspijn): Wilkerson benadrukt dat Nehemia geen predikant of theoloog was, maar een gewone man die brak toen hij de nood zag. Het verschil tussen Nehemia en de anderen was zijn "zielspijn": hij huilde, vastte en bad dag en nacht omdat de situatie hem diep raakte.

* Gebrek aan oprechte bezorgdheid: De preek is een felle kritiek op de oppervlakkigheid in de Kerk. Volgens Wilkerson kan God geen herstel brengen zolang er geen diep verdriet en oprechte bekering zijn over de geestelijke achteruitgang. Emotionele uitbarstingen die snel weer wegsterven zijn niet genoeg; er is aanhoudend gebed nodig.

** De Kerk kent die geestelijke zielspijn niet meer. Weet je, ze schreeuwen niet om de zielen. Ze schreeuwen niet om de gemeenschap. Ze schreeuwen niet om de kansen om een ​​ontmoeting te hebben met de levende God in onze gemeenschappen en onze regio. Of zelfs: hoeveel moskeeën komen er wel niet bij? Hoeveel moskeeën komen er tegenwoordig bij? Ze nemen Detroit over. Ze hebben Texas overgenomen. Ze hebben Michigan overgenomen. Maar niemand bidt. Dat is de geest van de antichrist.

En niemand bidt. Iedereen staat gebieden en gebouwen aan hen af, en dat soort dingen. En niemand doet er iets aan. Helemaal niets. Het is niet te bevatten. Maar als je ergens een kerk wilt bouwen, is er enorm veel bureaucratie; weet je, je moet naar de commissie. Je moet naar het bestuur voordat je een kerk kunt bouwen. Weet je, dit mag wel, dat mag niet. Ze hebben allerlei wetten en regels voor Christenen. Maar als het om moslims gaat, krijgen ze vrij spel. Zie je, dat komt doordat demonische machten grip hebben op je stad, je regio en je gebied, en wij bidden niet.

CM: Je had het eerder over een aangrijpingspunt. Daar zou ik graag wat dieper op ingaan. Je zei dat het demonische over zo'n aangrijpingspunt beschikt. Hoe komen ze daaraan? En wat betekent dat eigenlijk? Wat voor aangrijpingspunt?

John: Christenen komen op zondag samen. We bidden op zondag. We aanbidden op zondag. We heffen onze handen op en gaan naar de kerk op zondag. Moslims bidden vijf keer per dag. Ze leggen hun gebedskleden op straat in New York City en bidden vijf keer per dag. Want er zijn principes. Er zijn principes. Er zitten principes in de wetten van alles. Er zijn principes. Zij bidden vijf keer per dag. Tot wie bidden ze? Ik weet het niet, want ze bidden niet tot Jezus. Dat is zeker. Maar ze bidden vijf keer per dag. Ik ging naar een kerk van demonen, van zeven uur 's avonds tot vijf uur 's ochtends. Dus als ik naar een kerk van demonen ga van zeven uur 's avonds tot vijf uur 's ochtends en ik ben verbonden met de demonische wereld, en ik ben verbonden met overheden en demonen, en jij gaat anderhalf of twee uur naar de kerk en doet doordeweeks helemaal niets...

Dan kun je hier niet komen om de strijd met mij aan te gaan op geestelijk vlak. Je hebt niets om mee te vechten. Het gaat niet om Jezus Christus. Hij is almachtig, maar het gaat om het vat dat zwak is. Zij zijn niet opgewassen tegen de geestelijke strijd die ik op die persoon zou kunnen afvuren. Dus wanneer deze moslims vijf keer per dag bidden, maken ze verbinding met de tweede hemel, met de eerste hemel, maar er is geen God tot wie ze bidden; ze bidden tot het onbekende, tot de duisternis, tot geestelijke machten, tot de eerste en tweede hemel, en ze krijgen daar hun verbinding en hun invloed vandaan. Waarom denk je dat ze al die gebieden en scholen in handen krijgen? Ze nemen regio's over. Kijk maar eens naar de Somaliërs in Minnesota. Zie je, Christenen hebben het daar niet over.

Maar weet je wat zo gek is aan Christenen? We zijn op YouTube bezig elkaar af te breken en elkaar te ontmaskeren. Maar je ontmaskert de moslims niet. Je ontmaskert deze mensen niet. Je vecht niet voor de Kerk. Je komt niet op voor de Kerk. Maar je hangt je broeder wel op; je staat klaar met een paard en een touw om je broeder via YouTube op te hangen.

Uitleg: De concepten van de eerste en tweede hemel komen voort uit een bijbelse en theologische indeling van de werkelijkheid. Omdat de apostel Paulus in de Bijbel expliciet spreekt over de "derde hemel" (2 Korintiërs 12:2), waar God troont, impliceert dit logischerwijs dat er ook een eerste en een tweede hemel bestaan.

Binnen de christelijke theologie en bijbelstudie worden de eerste twee hemelen als volgt gedefinieerd:

1. De eerste hemel: De wolkenhemel (De Atmosfeer)

De eerste hemel is de zichtbare lucht direct om de aarde heen. Dit is de natuurkundige dampkring waarin de wolken drijven en de vogels vliegen.

* Bijbelse context: In Genesis en de evangeliën wordt hier vaak naar verwezen in zinnen zoals "de vogels des hemels" (bijv. Mattheüs 6:26) of wanneer er gesproken wordt over regen die uit de hemel valt. Het is de fysieke sfeer die we overdag met het blote oog zien.

2. De tweede hemel: De sterrenhemel & De geestelijke gewesten

De tweede hemel bevindt zich "boven" de aardse atmosfeer en kent in de theologie een dubbele betekenis (zowel fysiek als geestelijk):

* Fysieke universum: Dit is de kosmos, de ruimte en de sterrenhemel waar de zon, maan en planeten zich bevinden. Bijbelteksten spreken hier over de "sterren des hemels".

* Geestelijke sfeer (Satan en demonen): Veel theologen (zoals Derek Prince) en bijbelonderzoekers leggen uit dat de tweede hemel ook fungeert als de "hemelse gewesten" waar geestelijke strijd plaatsvindt. Volgens Efeze 6:12 strijden christenen tegen de "boze geesten in de hemelse gewesten". Het wordt gezien als een onzichtbare, geestelijke tussenlaag tussen de aarde (de eerste hemel) en de troon van God (de derde hemel), waar demonische machten invloed proberen uit te oefenen.

Overzicht

Niveau

Benaming

Wat bevindt zich hier?

Eerste hemel

Wolkenhemel / Atmosfeer

Vogels, wolken, wind en lucht

Tweede hemel

Sterrenhemel / Kosmos & Geestelijke gewesten

Sterren en planeten; tevens het terrein van geestelijke strijd

Derde hemel

De hemel der hemelen / Paradijs

De onzichtbare, eeuwige woonplaats van God en Zijn engelen

En je noemt dat 'ontmaskeren'. Nee, je verspeelt je beloning in de Hemel. Omdat we ons op elkaar richten... en ja, er zijn soms kwesties die gecorrigeerd moeten worden, maar wij zijn niet de politie van de Heilige Geest. Maar laat me je vragen: wat is eerlijk? Ik kan iemand aan de kaak stellen en zeggen: "Deze persoon deed dit" en" deze persoon deed dat." Stel dat ik dat doe, maar als ik zelf de fout in ga of tekortschiet, zie ik mezelf niet op YouTube verschijnen om mezelf aan de kaak te stellen. Hypocrisie. Spirituele hypocrisie. Je hebt een YouTube-kanaal, maar je predikt niet. Je leidt mensen niet naar de Heer.

Je geeft geen onderwijs. Je begeleidt geen discipelen. Je verkondigt het Woord van God niet. Je vertelt mensen niet naar welke kerk ze moeten gaan. Je spoort mensen niet aan zich te laten dopen. Maar je zit wel op YouTube. De meesten van jullie volgen kanalen op YouTube vanwege roddels. Het is makkelijker om iemands oren te strelen dan om soms een kwestie van het hart aan te pakken.

Als ik op YouTube verschijn – ik bedoel niet dat ik er elke dag ben; ik leef niet op YouTube of dagelijks op sociale media dan doe ik dat omdat ik een woord van de Heer heb ontvangen. Ik wil een woord van de Heer delen om iemand te helpen. Ik wil een woord van de Heer delen om een ​​demonische geest of een geest van zelfmoord te verbreken. Ik heb een vrouw ontmoet die net in Miami is aangekomen. Ze is helemaal uit Zwitserland hierheen gevlogen.

Ze komt uit Genève. Ze kwam helemaal vanuit Genève naar de bijeenkomst in Miami en liet een van de grootste demonen uit haarzelf uitdrijven; ze kon nauwelijks geloven dat ze de hele oceaan moest oversteken om een ​​demon te laten uitdrijven, zodat ze bevrijd naar huis kon terugkeren. De Heilige Geest trekt. De Heilige Geest leidt.

CM: De Heilige Geest leidt, uiteraard. Maar goed, we horen over demonen die zich manifesteren en dergelijke, en je zou denken dat ze er alles aan zouden doen om te voorkomen dat ze daar terechtkomen. Dus, hoe kwam ze daar? En waarom manifesteerde de demon zich op die manier en liet hij zich uitdrijven?

John: Vanwege het gezag en de zalving die daar in de zaal aanwezig waren. En de demon werd daarheen geleid door de Heilige Geest. En toen was het tijd voor haar bevrijding, want ze verlangde er sterk genoeg naar. Wie stapt er nu in het vliegtuig en reist tien uur heen en tien uur terug als je niet hongerig bent? Het moment dat de Kanaänitische vrouw tot Jezus sprak en Jezus zei: "Ik geef het brood van de kinderen niet aan de honden." Jezus sprak eigenlijk tot de discipelen over haar. Denk daar maar eens over na. En ze zei: "Geef me dan de kruimels maar. Ik ben zo ver gekomen. Mijn dochter ligt op sterven en wordt gekweld door een demon. Ik heb iets nodig. Ik moet met iets in mijn handen naar huis terugkeren."

Ze was wanhopig. De vrouw met de bloedvloeiing had geen kracht meer en raakte Zijn kleed aan. Christenen zijn niet meer bereid om een ​​stapje extra te zetten. Ze willen gemak. Ze willen comfort. Je hebt christenen tegen wie je zegt: "Kom naar mijn kerk." "Oh, dat is een uur rijden. Dat is te ver." Ja, maar op maandag ga je wel naar je familie, en je werkt voor je baas – van maandag tot vrijdag – voor een waardeloos salaris. Denk daar maar eens over na.

We zijn dus bereid offers te brengen voor de dingen die we echt willen doen, maar als het gaat om kerkelijke zaken en de dingen van de Heer, brengen we vaak niet de offers die ons het meeste zouden opleveren. Maar wanneer je iets offert, trek je Gods aandacht. Wanneer je een stapje extra zet, trek je Gods aandacht. De Hemel staat stil en jij hebt Zijn aandacht, want God ziet hoe wanhopig je bent. Hij ziet hoe graag je het wilt en Hij ziet dat je wilt dat Hij je aanraakt.

Je wilt wel dat God iets voor jou doet, maar je wilt zelf niets voor Jezus doen en Jezus zal altijd Zijn deel doen, maar Hij zal nooit jouw deel doen. En dat is denk ik de reden waarom we zoveel zien gebeuren. We zien dingen gebeuren, en het is niet zo dat het Koninkrijk verliest. Het is de kerk die verliest, omdat ze haar deel niet doet. En dat breekt mijn hart. Ik wil niet afgeven op de Kerk of kritiek leveren, maar ik denk dat het tijd is dat we wakker worden en echt Kerk zijn. Ik denk dat het tijd is dat we wakker worden, opstaan ​​en de wereld laten weten dat we er zijn – en dat we hier blijven. Want er komt een moment dat ze kerken zullen sluiten. Er is een storm op komst. Weet je, er woedt een storm in Iran. Er is een storm in Afrika – Congo, Nigeria – waar Christenen worden gedood, en er is een storm in Noord-Korea. Christenen daar leven in de illegaliteit. Denk je niet dat diezelfde storm ook onze kant op komt? Natuurlijk wel. Dat zal het kaf van het koren scheiden.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 11:04 Reageer op dit bericht

Gebed in de Goddelijke Wil om de Macht van Satan te breken

Gebed in de Goddelijke Wil om de Macht van Satan te breken

O Allerheiligste Drie-eenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, ik treed binnen in Uw Goddelijke Wil. Ik leg mijn eigen wil, mijn onmacht en mijn zwakheid af, en ik bekleed mij met Uw oneindige Almacht. Geïnspireerd door de openbaringen aan Luisa Piccarreta, maak ik mij één met de stroom van de Goddelijke Wil die alles omvat en bezielt. Ik bid dit gebed niet uit eigen menselijke kracht, maar met de oneindige waarde, de liefde en de kracht van de Wil van God Zelf, die buiten de tijd staat en elke ziel in elk tijdperk kan bereiken.

Heer Jezus, in de eenheid van Uw Goddelijke Wil neem ik de wilsuitingen van alle mensen die ooit hebben geleefd, nu leven en nog zullen leven. Ik breng ze voor Uw troon om de macht van Satan en alle boze geesten over heel de wereld en over elke menselijke ziel definitief te breken. Waar het geloof verflauwt en weinigen nog bidden, bied ik U de volmaakte aanbidding, liefde en eerherstel aan namens de hele mensheid.

Vader, ik offer U het Kostbaar Bloed van Jezus aan, dat vergoten is voor onze redding. Ik dompel heel de mensheid onder in de oceaan van dit Goddelijk Bloed om elke invloed van de vijand weg te wassen.

Ik verenig mij met het Allerheiligste Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria. Ik verberg alle zielen in de Heilige Wonden van Jezus: in de diepe wonden van Zijn handen en voeten, en in de geopende Zijde waaruit de Kerk is geboren. In het bijzonder offer ik U de pijnlijke Heilige Schouderwonde van Jezus aan, die het zware kruis van onze zonden droeg, om de ketenen van de onderdrukker te breken. Ik kijk naar het H. Gelaat van Jezus, misvormd door het lijden maar stralend van Goddelijke liefde, en ik vraag dat de glans van dit Gelaat de duisternis van Satan die over de aarde hangt, verdrijft. Ik breng U alle oneindige verdiensten van het Leven,Lijden,Dood en Verrijzenis van Jezus, samen met de verborgen daden en verdiensten die Jezus en Maria in de Goddelijke Wil hebben volbracht.

Heilige Moeder Maria, u die door God bent aangesteld als Middelares van alle genaden, Medeverlosseres en onze altijddurende Voorspreekster, toon uw macht. U bent Almachtig door Genade omdat uw wil volkomen versmolten is met de Goddelijke Wil. Verpletter de kop van de slang in, over en door alle mensen. Neem onze gebeden aan en transformeer ze in een ondoordringbaar schild tegen het kwaad.

Laat Uw Rijk komen, o Heer, en laat Uw Wil geschieden op aarde zoals In de Hemel. Moge het Rijk van de menselijke wil, dat door de vijand is misleid, plaatsmaken voor het Rijk van de Goddelijke Wil.

Amen. Fiat.

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 09:41 Reageer op dit bericht

Boodschappen aan Eduardo Ferreira

12/9 Dit is de tijd van grote beslissingen - Eduardo Ferreira
Onze Lieve Vrouw, Rosa Mystica: Lieve kinderen, vrede zij met jullie, mijn lieve kinderen. De tijd waarin jullie leven is een tijd van grote beslissingen. De gebeurtenissen die ik jullie zo lang geleden heb aangekondigd, komen dichterbij, en daarom nodig ik jullie uit om waakzaam en aandachtig te blijven voor de tekenen van de tijd.

Mijn kinderen, negeer mijn oproepen niet. Bewaar deze boodschappen in jullie harten en breng ze in praktijk, want ik wil ieder van jullie dichter bij het hart van God brengen. Lieve kinderen, keer terug tot God zolang er nog tijd is. Open jullie harten voor berouw en zoek vergeving. God is jullie Vader en Hij verwerpt nooit een hart dat Hem met sereniteit nadert en om genade vraagt.

Laat je niet leiden door angst voor de komende gebeurtenissen. Blijf standvastig in geloof, in gebed en in het doen van het goede. Wie met God verbonden blijft, zal niet alleen wandelen. Bid voor je familieleden, voor de Kerk, voor de wereld en bovenal voor de bekering van zondaars. Vele zielen hebben jouw gebeden en offers nodig.

Mijn lieve kinderen, maak gebruik van deze tijd van genade. Stel je bekering niet uit. De tijd gaat voorbij en komt niet terug. Keer vandaag terug in de armen van de Vader. Blijf dicht bij Jezus. Ontvang de sacramenten en volhard in het gebed.

De Heilige Rozenkrans zal in deze tijd altijd een krachtig wapen zijn. Ik, de Mystieke Roos, Koningin van de Vrede, jullie Moeder, blijf bij jullie. Ik zal jullie niet verlaten. Houd mijn hand vast en wandel met mij, want ik wil jullie leiden naar mijn Zoon Jezus.

Wees moedig, mijn kinderen. Er is nog hoop voor wie op God vertrouwt. Blijf in vrede. Bid, volhard en verlies het geloof niet.

Met moederlijke liefde zegen ik jullie.

13/9 Bid vanuit je hart
Onze Lieve Vrouw, Rosa Mystica: Mijn kinderen, vrede zij met jullie.

Als jullie Moeder kom ik opnieuw om jullie te vragen te bidden, te bidden, te bidden – en vooral te bidden met jullie hart. De tijd is kort en er staan ​​nog veel gebeurtenissen te gebeuren. Blijf standvastig in het geloof en luister naar mijn verzoeken.

Kindertjes, bid voor mijn bedoelingen en offer jullie offers en lijden aan God, want die kunnen een weg naar heiliging zijn wanneer ze met liefde en vertrouwen worden beleefd.

Geef het goede voorbeeld als christenen door naastenliefde, nederigheid en liefde voor je naaste te beoefenen. Doe boete en bid vooral voor de religieuzen [d.w.z. gewijde personen], opdat zij trouw mogen blijven aan hun roeping. Wees waakzaam tegenover de krachten van de natuur en blijf bidden. Mijn Onbevlekte Hart is uitgestrekt over ieder van jullie.

Ik zegen jullie en blijf bij hen die op God vertrouwen. Bid en verlies de moed niet. Ik ben jullie Moeder, de Mystieke Roos, Koningin van de Vrede.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door claudia om 09:37 Reageer op dit bericht

18/9 Islamitisch gebed opgenomen in katholieke mis in België - Dr Taylor Marshall

18/9 Islamitisch gebed opgenomen in katholieke mis in België - Dr Taylor Marshall

Openingsmis in Leuven voor de opening van het academiejaar

Tijdens de traditionele eucharistieviering ter gelegenheid van de opening van het academiejaar 2026–2027 van de KU Leuven werden er islamitische gezangen geïntegreerd in de dienst.

De details over dit specifieke moment zijn als volgt:

Locatie: De viering vond op woensdag 16 september 2026 plaats in de St Pieterskerk te Leuven. De mis werd geleid door de universiteitsparochie en ging vooraf aan de formele academische zitting.

Doel: De toevoeging van deze elementen was bedoeld om uiting te geven aan interreligieuze dialoog en inclusiviteit binnen de diverse universitaire gemeenschap.

Ophef: Het opnemen van moslimgezangen binnen een katholieke eucharistieviering leidde direct tot kritiek. Onder meer de Vlaamse studentenverenigin KVHV-Leuven uitte felle kritiek en stelde publiekelijk de vraag waar de "K" (van Katholieke) in KU Leuven nog voor staat, omdat zij vonden dat de universiteit hiermee haar eigen christelijke en westerse erfgoed ondermijnt.

Dit trekt zelfs aandact van Katholieke Amerikaanse media

Dr. Taylor Marshall besteedt inderdaad direct media-aandacht aan dit incident in Leuven. Op zijn bekende Amerikaanse platform heeft hij een live-uitzending en video gewijd aan de gebeurtenis onder de veelzeggende titel: "Muslim Prayer Featured in Catholic Mass in Belgium – Dr. Taylor Marshall".

Context van de reactie binnen Amerikaanse traditionele media

De ophef past naadloos binnen de redactionele lijn van Dr. Marshall en vergelijkbare traditionele katholieke kanalen in de VS:

Kritiek op religieus syncretisme: Marshall staat erom bekend dat hij zeer kritisch is op de zogeheten Novus Ordo-praktijken en wat traditionele katholieken zien als de "verwatering" van de liturgie na het Tweede Vaticaans Concilie. Het introduceren van islamitische gebeden of gezangen tijdens de eucharistieviering in Leuven wordt door hem en zijn achterban gepresenteerd als een extreem voorbeeld van modernisme en het verlies van de katholieke identiteit binnen instituten.

"Infiltratie": In het verlengde van zijn bestseller Infiltration: The Plot to Destroy the Church from Within, gebruikt hij dit soort gebeurtenissen in West-Europa vaak als bewijslast dat kerkelijke en universitaire overheden de traditionele doctrine bewust inruilen voor een seculiere diversiteitsagenda.

Hij heeft gelijk.

Het standpunt van Dr. Taylor Marshall resoneert sterk bij een groeiende groep katholieken wereldwijd die zich grote zorgen maken over de koers van de Kerk en haar instituten. Voor velen raakt dit incident in Leuven de kern van een fundamenteel debat over identiteit.

De discussie legt een diepe kloof bloot binnen de kerkgemeenschap, waarbij grofweg twee visies tegenover elkaar staan:

* De traditionele visie (waar Marshall en KVHV voor staan): Zij argumenteren dat de eucharistieviering het allerheiligste offer van de katholieke liturgie is. Het mengen van elementen uit andere religies in die specifieke context wordt gezien als een vorm van syncretisme en een directe ondermijning van het christelijke geloof en erfgoed. Vanuit dit perspectief is er een duidelijke grens tussen interreligieuze dialoog (die elders kan plaatsvinden) en de heilige mis.

* De modernere/universitaire visie: De organisatoren en voorstanders zien een universiteit als KU Leuven vandaag de dag als een afspiegeling van een diverse, internationale studentenpopulatie. Zij beschouwen het opnemen van dergelijke elementen als een gebaar van gastvrijheid en wederzijds respect, bedoeld om verbinding te zoeken in een seculariserende wereld.

Dit incident laat perfect zien hoe een lokale gebeurtenis in Vlaanderen direct internationale symboliek krijgt in de bredere strijd om de toekomst en de ziel van de Katholieke Kerk.

Het is eigenlijk erg. Hij voert aan: zie je de kruisvaarders met Pepijn de Korte dit al aanzien in onze kerken?

De verwijzing naar historische figuren zoals Pepijn de Korte en de kruisvaarders is een klassiek retorisch stijlmiddel dat Dr Taylor Marshall gebruikt om het contrast tussen het verleden en het heden te benadrukken. Voor hem en zijn volgers is de geschiedenis van het Europese christendom onlosmakelijk verbonden met de fysieke en spirituele verdediging van de Kerk.

Vanuit dat historisch perspectief bekeken:

* De symboliek van Pepijn de Korte: Als zoon van Karel Martel (die de islamitische expansie in West-Europa tegenhield tijdens de Slag bij Poitiers) en vader van Karel de Grote, legde Pepijn de fundamenten van de christelijke alliantie tussen de Frankische vorsten en het pausdom. De idee dat in het hart van dat vroegere Frankische rijk (waar Vlaanderen deel van uitmaakte) nu moslimgezangen klinken tijdens een katholieke mis, wordt door traditionalisten ervaren als een totale breuk met de offers van die voorvaderen.

* Het conflict tussen traditie en moderniteit: Marshall probeert met dit argument aan te tonen dat wat vandaag onder het mom van "inclusiviteit" en "dialoog" wordt gepresenteerd, door nagenoeg elke generatie katholieken vóór de 20e eeuw zou zijn gezien als een ondenkbare capitulatie of heiligschennis.

* Voor critici legt dit precies de vinger op de zere plek: zij zien het als een pijnlijk bewijs dat de Kerk haar eigen identiteit en geschiedenis niet meer durft te verdedigen. Voorstanders van de viering in Leuven zullen daarentegen tegenwerpen dat we niet meer in de vroege middeleeuwen leven en dat de Kerk vandaag de dag via diplomatie en openheid moet overleven in een multiculturele samenleving.

Dit raakt exact aan de "grote verwarring" waarover ook in de profetische kringen (zoals de boodschappen van Pedro Regis) gesproken wordt: een diepe interne verdeeldheid over wat de ware doctrine en houding van de Kerk hoort te zijn.

Vanuit Katholiek standpunt: ze gebruiken de term gastvrijheid en tolerantie. En dat de Islam dezelfde monotheistische God aanbidt als de Katholieken. Allah is gewoon een heidense god die ze voor de tijd van Mecca reeds aanbaden in die streek. Er waren een 300 tal heidense goden en Mohammed nam er gewoon de maangod Al-Illah uit, ontdeed hem van zijn heidense familie en bombardeerde hem tot Islamgod Allah. En dit omdat hij daar het meest aanbeden werd. Daarom hoe kan hij dan de Levende God van de Christenen zijn, als Allah een dode god is?

Het argument dat je aanhaalt over de historische oorsprong van de naam Allah en de pre-islamitische Arabische religie, is een bekend standpunt in de historische en apologetische discussie. Het raakt exact aan de kern van waarom traditionele katholieken de integratie van islamitische gezangen in een kerk zo schokkend vinden.

Binnen het hedendaagse katholieke landschap bestaan er over dit specifieke punt twee fundamenteel verschillende theologische benaderingen:

1. Het traditionalistische standpunt (en de historische argumentatie)

Dit standpunt sluit aan bij jouw redenering en wordt sterk verdedigd door figuren zoals Dr. Taylor Marshall.

* De historische 'maangod'-theorie: Critici wijzen erop dat de pre-islamitische Kaäba in Mekka een heiligdom was voor honderden heidense afgoden, waaronder Hubal en godheden die met astrale symbolen (zoals de maan) werden geassocieerd. Volgens deze analyse heeft Mohammed de reeds bestaande, lokale naam Al-Ilah (de god) genomen en deze getransformeerd tot een exclusieve godheid, losgekoppeld van de Drie-eenheid.

* Theologische breuk: Omdat de Islam de Drie-eenheid (Vader, Zoon en Heilige Geest) expliciet verwerpt en ontkent dat Jezus de vleesgeworden Zoon van God is, stellen traditionalisten dat de moslimgod fundamenteel een andere entiteit is. De apostel Johannes schrijft in zijn brief immers: "Ieder die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet" (1 Johannes 2:23). Vanuit dit oogpunt is het toelaten van een islamitische chant in een katholieke kerk geen daad van gastvrijheid, maar een vorm van religieus syncretisme en ontwijding van de heilige ruimte.

2. Het officiële standpunt van het Vaticaan (sinds Vaticanum II)

Het officiële leergezag van de moderne Katholieke Kerk hanteert sinds de jaren 1960 een andere theologische en taalkundige benadering, vastgelegd in de documenten van het Tweede Vaticaans Concilie:

* Linguïstische realiteit: Het Vaticaan wijst erop dat Allah simpelweg het Arabische woord is voor God. Miljoenen Arabisch-sprekende christenen (zoals Maronieten en Melkieten) baden al tot "Allah" lang voordat de islam überhaupt bestond, en zij gebruiken die term nog steeds voor de God van de Bijbel.

* Nostra Aetate en Lumen Gentium: In het conciliedocument Nostra Aetate (paragraaf 3) en Lumen Gentium (paragraaf 16) stelt de Kerk officieel dat moslims "samen met ons de ene, barmhartige God aanbidden, die op de jongste dag de mensen zal oordelen". De theologische redenering hierachter (onder meer uitgewerkt door Thomas van Aquino) is dat hoewel moslims een foutief en incompleet begrip hebben van Wie God is (omdat ze de Drie-eenheid en de Incarnatie missen), hun aanbidding zich in filosofische zin wel richt tot dezelfde unieke Schepper van hemel en aarde.

De conclusie van het conflict

Dit verklaart precies waarom de situatie in Leuven zo explosief is. Wat de universiteitsparochie beschouwt als een legitieme invulling van de dialoog op basis van de vaticaanse documenten, ziet de traditionalistische achterban als een theologische dwaling. Voor hen is er een onoverbrugbaar verschil tussen het erkennen dat iemand de Schepper zoekt, en het feitelijk binnenlaten van niet-christelijke lofzangen in een gewijde ruimte waar het Hoge Offer van Christus centraal hoort te staan.

OK, dit geldt voor degenen die de Christelijke God niet kennen, of onvoldoende kennen omdat ze in een andere religie zitten. Maar Moslims kennen God heel goed, en het gaat in discussies met Christenen altijd over de 3 Goddelijke Personen die God vormt. Zij weigeren te erkennen dat Jezus deel uitmaakt van God.

Dit argument raakt de absolute theologische kern van het conflict tussen het christendom en de islam. Het grote verschil met andere monotheïstische religies of natuurgodsdiensten is inderdaad dat de islam niet zomaar "onbekend" is met de christelijke claims, maar deze expliciet en bewust verwerpt.

Vanuit een strikt theologisch en dogmatisch perspectief ligt de situatie als volgt:

* De bewuste afwijzing (Tawhid versus de Drie-eenheid)

Het centrale dogma van de islam is de Tawhid (de absolute uniciteit van God). De Koran formuleert in verschillende Soera's (zoals Soera Al-Ikhlas en Soera An-Nisa) een directe afwijzing van de christelijke leer:

* Geen deelgenoten (Shirk): De islam beschouwt de stelling dat God "personen" heeft of dat Jezus de Zoon van God is als shirk (de grootste zonde: het toekennen van deelgenoten aan God).

* Jezus als profeet: Voor moslims is Jezus (Isa) een zeer gerespecteerde profeet en de Messias, maar hij is louter een schepsel en absoluut niet goddelijk.

Waarom dit voor traditionalisten de grens trekt

Dit is exact waarom traditionalisten, apologeten en critici zoals Dr. Taylor Marshall beargumenteren dat de oecumenische benadering van de KU Leuven de plank misslaat. Hun redenering is:

Men kan niet spreken van een "onschuldig" of "onwetend" zoeken naar dezelfde God. Het gaat hier om een actieve, theologische ontkenning van de fundamenten van het christelijke geloof (de Incarnatie en de Drie-eenheid).

Volgens de traditionele christelijke leer openbaart God Zichzelf volledig in Jezus Christus. Wie Jezus als God verwerpt, verwerpt daarmee de ware God zoals Hij Zichzelf heeft geopenbaard.

De nuance in de dialoog (De filosofische splitsing)

De reden dat progressievere theologen of de opstellers van Nostra Aetate toch spreken over "dezelfde God", is dat zij een filosofische splitsing maken tussen het object van aanbidding en de kennis over dat object:

Zij redeneren: Er is logischerwijs maar één Schepper van het universum. Als moslims de unieke Schepper van hemel en aarde aanbidden, bidden zij in abstracto tot dezelfde unieke God, ook al hebben zij (in christelijke ogen) een fundamenteel dwalend en incompleet beeld van Wie die God werkelijk is.

Voor critici blijft dit echter een theoretische woordspeling die in de praktijk gevaarlijk is. Zij stellen dat door islamitische gezangen toe te laten in de liturgie, de Kerk de suggestie wekt dat de afwijzing van Christus' goddelijkheid er blijkbaar niet zo toe doet. Dit is exact de "grote verwarring" en de theologische spagaat waar de Kerk vandaag de dag wereldwijd mee worstelt.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 05:08 Reageer op dit bericht

Boodschap aan Pedro Regis 17/9

17/9 OLVrouw, Koningin van de Vrede: Lieve kinderen, jullie gaan een toekomst tegemoet van grote geestelijke strijd. Vergeet niet: houd de Heilige Rozenkrans en de Heilige Schrift in jullie handen, en de liefde voor de Waarheid in jullie harten. Bid veel voor het Kruis. Overal zal zich chaos verspreiden en vele gewijde zielen zullen zich terugtrekken. Ik lijd om wat jullie te wachten staat. Wees waakzaam. Wat Ik jullie in het verleden heb aangekondigd, zal werkelijkheid worden. Wat er ook gebeurt, blijf trouw aan de Kerk van mijn Zoon Jezus. Er zal een geheim worden onthuld en er zal grote verwarring heersen in het paleis. Dit is de tijd van smarten. Zet door in de verdediging van de Waarheid! Onthoud altijd: jullie doel is de Hemel. Hou moed! Ik zal voor jullie tot mijn Jezus bidden.

De betekenis van "het paleis"

Binnen de context van de profetische boodschappen van Anguera (Pedro Regis) verwijst "het paleis" (palácio) vrijwel altijd naar het Vaticaan, specifiek naar het Apostolisch Paleis of de top van de hiërarchie binnen de Katholieke Kerk.

In deze specifieke boodschap waarschuwt Maria gelovigen om "zeer goed op te letten wat er gebeurt in de Kerk en in de Stoel van Petrus". De "grote verwarring in het paleis" slaat dus op een aanstaande crisis, verdeeldheid of een schokkende onthulling (het openbaren van een geheim) binnen de regering van de Kerk in Rome. Maria roept in dezelfde boodschap op tot moed en standvastigheid om de spirituele Waarheid te blijven verdedigen in deze "tijd van smarten"

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 04:31 Reageer op dit bericht

18/9 Het debat over het scheppingsverhaal uit Genesis (6000 jaar) of een universum van miljarden jaren oud - 2

Wat zegt de H. Birgitta van Zweden - jonge aarde creationisme

De Zweedse mystica en Kerklerares H. Birgitta van Zweden (1303–1373) neemt in dit debat een specifieke positie in die hoofdzakelijk door de Jonge-Aarde-creationisten (het kamp van Hugh Owen en Kevin Mark) als bewijsmateriaal wordt gebruikt.

Birgitta schreef geen theologische traktaten of taalkundige exegeses zoals Thomas van Aquino of James Barr. Haar autoriteit rust volledig op haar omvangrijke mystieke visioenen, die zijn opgetekend in haar beroemde werk Hemelse Openbaringen.

Haar rol in deze discussie draait om twee belangrijke aspecten:

1. Wat de Jonge-Aarde-creationisten aangrijpen: Directe openbaring over de jonge schepping

In haar visioenen sprak Birgitta rechtstreeks met Jezus en de maagd Maria. In deze openbaringen over de heilsgeschiedenis bevestigt de stem van Christus herhaaldelijk de historische accuraatheid van de vroege Bijbelverhalen.

Bovendien hanteert Christus in haar openbaringen de traditionele, jonge chronologie van de wereldgeschiedenis (de lijn die ook in het destijdse Martyrologium Romanum werd gebruikt, waarin de schepping ruwweg 5000 jaar voor de geboorte van Christus wordt geplaatst).

* Het argument van Owen: Jonge-Aarde-creationisten betogen dat als Christus zelf in goedgekeurde private openbaringen spreekt over een schepping die enkele duizenden jaren geleden plaatsvond, dit de letterlijke lezing van Genesis ondersteunt. Omdat de Kerk de openbaringen van Birgitta intensief heeft getoetst (onder andere op de Concilies van Constanz en Bazel) en ze in overeenstemming heeft bevonden met het katholieke geloof, zien zij dit als een hemelse bevestiging van een jonge aarde.

2. Het weerwoord van het oude-aarde-kamp: De status van private openbaringen

Oude-Aarde-creationisten (zoals Ed Mazza) en de officiële katholieke theologie nuanceren de bijdrage van Birgitta door te wijzen op de aard van private openbaringen (revelationes privatae).

* Geen bindend dogma: De Katholieke Kerk leert dat private openbaringen — zelfs die van grote heiligen zoals Birgitta — nooit deel uitmaken van het algemene geloofsdeposito (depositum fidei). Ze zijn niet bindend voor het geloof en hoeven niet geaccepteerd te worden als natuurwetenschappelijke of historische feiten.

* Tijdsgebonden taal: Theologen wijzen erop dat God in private visioenen vaak spreekt in de taal, de symbolen en de chronologische aannames van de cultuur waarin de ziener leeft (in dit geval de middeleeuwse leefwereld waarin iedereen uitging van een jonge aarde). De visioenen zijn bedoeld voor morele en spirituele opbouw, niet om geologische of astronomische vraagstukken op te lossen.

Samengevat

Voor het jonge-aarde-kamp is Birgitta van Zweden een extra, mystieke getuige die laat zien dat de hemel zelf de jonge chronologie van de geschiedenis bevestigt. Voor het oude-aarde-kamp zijn haar visioenen spiritueel waardevol, maar theologisch en wetenschappelijk niet doorslaggevend in de discussie over de werkelijke ouderdom van de kosmos.

Wetenschappelijke dateringsmethoden

In het debat tussen het Oude-Aarde-creationisme (dr. Hugh Ross) en het Jonge-Aarde-creationisme (dr. Kevin Mark) vormen de wetenschappelijke dateringsmethoden het centrale strijdpunt. Om te bepalen hoe oud de aarde (ca. 4,5 miljard jaar) en het universum (ca. 13,8 miljard jaar) zijn, gebruikt de wetenschap verschillende methoden.

Hieronder staat een overzicht van de belangrijkste methoden en de manier waarop beide kampen hiertegenover staan:

1. Radiometrische datering (Gesteenten en fossielen)

Dit is de belangrijkste methode om de ouderdom van de aarde te meten. Het is gebaseerd op het feit dat onstabiele, radioactieve elementen ("moederelementen") in gesteenten in een vast en meetbaar tempo vervallen tot stabiele elementen ("dochterelementen"). De tijd die hiervoor nodig is, heet de halveringstijd.

* Uranium-looddatering: Uranium vervalt heel langzaam tot lood. Hiermee zijn de oudste kristallen op aarde (in Australië) gedateerd op 4,4 miljard jaar.

* Kalium-argondatering: Wordt gebruikt voor vulkanisch gesteente. Kalief vervalt tot het gas argon.

* Koolstof-14-datering (C14): Dit vervalt relatief snel (halveringstijd van ca. 5.730 jaar). Het werkt alleen op organisch (levend) materiaal en kan maximaal zo'n 50.000 tot 60.000 jaar terugmeten.

2. Astronomische datering (De kosmos)

Om de ouderdom van het heelal te meten, kijken astronomen zoals Hugh Ross naar het heelal zelf:

* Kosmische uitdijing (Roodverschuiving): Door te meten hoe snel sterrenstelsels van ons af bewegen (de wet van Hubble), kunnen wetenschappers de film als het ware terugspoelen naar het begin: de oerknal.

* Lichtsnelheid en afstand: We zien sterrenstelsels die miljarden lichtjaren van ons vandaan staan. Omdat licht een vaste snelheid heeft, moet dat licht er miljarden jaren over hebben gedaan om ons te bereiken.

* Strijdpunt: Hoe reageren de twee kampen hierop?

Jonge-Aarde-creationisten proberen deze methoden te ontkrachten, terwijl Oude-Aarde-creationisten de betrouwbaarheid ervan juist verdedigen:

Methode / Argument

Standpunt Dr. Kevin Mark (Jonge Aarde)

Standpunt Dr. Hugh Ross (Oude Aarde)

Fundamentele aanname

Onbetrouwbaar. Alle dateringsmethoden rusten op onbewijsbare aannames: dat de vervalsnelheid altijd constant is gebleven, en dat er geen elementen uit het gesteente zijn weggespoeld (gesloten systeem).

Betrouwbaar. Wetenschappers gebruiken tientallen onafhankelijke methoden die elkaar overlappen en controleren. Schommelingen in de natuurwetten (zoals vervalsnelheid) zouden fysiek onmogelijk zijn zonder het universum te vernietigen.

C14 in miljoenen jaren oude steenkool/diamanten

Bewijs voor een jonge aarde. In diepgelegen steenkoollagen en diamanten (die volgens de wetenschap miljoenen jaren oud zijn) wordt soms nog meetbaar Koolstof-14 gevonden. Aangezien C14 na 100.000 jaar volledig verdwenen zou moeten zijn, moeten deze lagen jonger zijn dan 10.000 jaar.

Besmetting of achtergrondstraling. Het minieme spoortje C14 in diamanten komt niet uit de oertijd, maar ontstaat ter plekke in de grond door de natuurlijke radioactieve straling (van bijvoorbeeld uranium of thorium) in de omliggende aardkorst.

Sterrenlicht en afstand

Schijnbare ouderdom. God schiep het universum functioneel en "volwassen". De lichtstralen van verre sterren werden door God direct in transit (al onderweg naar de aarde) geschapen, zodat Adam ze meteen kon zien.

God bedriegt ons niet. Als God lichtstralen onderweg heeft geschapen van sterren of supernova-explosies die in werkelijkheid nooit hebben bestaan, zou God ons een valse geschiedenis voorschotelen. Dat drukt in tegen Gods betrouwbare natuur.

Kortom: Dr. Kevin Mark stelt dat de gangbare dateringsmethoden gebaseerd zijn op een foutieve extrapolatie (het aannemen dat processen in het verleden precies zo verliepen als nu). Dr. Hugh Ross stelt dat de natuurwetten door God zo constant zijn gemaakt dat de dateringsmethoden een betrouwbaar testament zijn van Zijn miljarden jaren oude scheppingswerk.

Criterium / Autoriteit

Oude-Aarde-Creationisme (Mazza / Ross)

Jonge-Aarde-Creationisme (Owen / Mark)

Kernstandpunt

Het universum is miljarden jaren oud (ca. 13,8 miljard jaar). Geloof en moderne kosmologie/geologie zijn harmonieus verenigbaar.

Het universum is minder dan 10.000 jaar oud. Genesis is een letterlijk, chronologisch verslag van een zespdaagse schepping.

H. Augustinus

De "zes dagen" zijn symbolisch; God schiep alles simultaan in één moment. Waarschuwde tegen een rigide, anti-wetenschappelijke tekstlezing.

(Niet direct toepasbaar) – Wordt gezien als een theologische uitzondering die afwijkt van de overige Kerkvaders.

H. Efrem de Syriër

(Niet direct toepasbaar) – Zijn visie wordt gezien als een tijdgebonden uiting van de Syrische historische school.

De zes dagen zijn letterlijke perioden van tijd. Waarschuwde expliciet tegen het allegoriseren of vergeestelijken van de tekst.

H. Thomas van Aquino

Stelde dat een eeuwig universum filosofisch mogelijk is. Vond zowel de visie van Augustinus als die van de letterlijke dagen beide theologisch verdedigbaar.

Nadruk op het feit dat het begin van de tijd een onwrikbaar geloofsartikel is dat rechtstreeks uit de Openbaring voortvloeit.

Concilie van Trente

De vereiste consensus van de Kerkvaders geldt alleen voor geloof en moraal, niet voor de exacte fysieke ouderdom van de aarde.

Katholieken moeten de unanieme consensus van de Kerkvaders volgen, die historisch gezien massaal uitgingen van een jonge aarde.

H. Lawrence van Brindisi

Zijn focus lag op het bestrijden van gnostische dwalingen over engelen, niet op moderne natuurwetenschappelijke dateringen.

De spirituele (engelen) en materiële wereld zijn strikt tegelijkertijd geschapen. Dit sluit miljarden jaren van lege kosmische evolutie uit.

H. Birgitta van Zweden

Private openbaringen zijn niet dogmatisch bindend en gebruiken vaak de culturele en tijdgebonden taal van de ziener zelf.

In haar goedgekeurde hemelse visioenen bevestigt Christus zelf de traditionele, jonge chronologie van de wereldgeschiedenis.

Dom Prosper Guéranger

De traditionele jaartellingen in het Martyrologium waren gebaseerd op de Septuaginta-kennis van die tijd, niet op onfeilbare doctrine.

De traditionele liturgie (Lex Orandi, Lex Credendi) verkondigde eeuwenlang een schepping van ruwweg 5000 jaar voor Christus.

Paus Pius X (PBC 1909)

De commissie bepaalde dat het Hebreeuwse woord voor dag (yom) mag worden geïnterpreteerd als een onbepaalde, langere periode.

De commissie stelde onomstotelijk vast dat Genesis 1–3 echte geschiedenis bevat en geen mythe of loutere allegorie is.

Paus Pius XII

Bevestigde dat de oerknaltheorie prachtig aansluit bij de schepping uit het niets. Stond open voor de biologische evolutie van het menselijk lichaam.

De paus trok een harde grens bij de directe schepping van de ziel en de historiciteit van Adam en Eva als eerste mensenpaar.

Dr. James Barr

(Niet direct toepasbaar) – Hij was een liberale theoloog die zelf niet in de historische betrouwbaarheid van de tekst geloofde.

Als taalkundige stelt hij dat de auteur van Genesis taalkundig onmiskenbaar de intentie had om 24-uursdagen en een jonge aarde te beschrijven.

Dateringsmethoden

Betrouwbaar. Tientallen onafhankelijke methoden (radiometrie, sterrenlicht) bevestigen elkaar. Een betrouwbare God schildert geen valse geschiedenis.

Onbetrouwbaar. Berusten op de onbewijsbare aanname dat natuurwetten altijd constant waren. Koolstof-14 in steenkool wijst op een jonge aarde.

Lucretius (Pagane context)

(Niet direct toepasbaar) – Zijn universum is immers toevallig en ongeschapen door goden.

 

De aarde is inderdaad relatief jong, maar dit komt door materiële samenklontering van atomen en niet door een goddelijk plan.

Wat is het standpunt van de moderne wetenschap

De moderne wetenschap heeft een ondubbelzinnige en overweldigende consensus over de ouderdom van het universum en de aarde. Binnen de reguliere academische wereld is er geen enkel inhoudelijk debat over de vraag óf de aarde jong of oud is.

Volgens de gecombineerde inzichten uit de astronomie, nucleaire fysica, geologie en kosmologie is de wetenschappelijke stand van zaken als volgt:

1. De ouderdom van het universum: 13,8 miljard jaar

De ouderdom van de kosmos is vastgesteld op basis van drie elkaar onafhankelijk controlerende pijlers:

De kosmische uitdijing: Door de snelheid te meten waarmee sterrenstelsels van ons af bewegen (de Hubble-constante), kan men exact terugrekenen wanneer alle materie zich in één enkel punt bevond: de Oerknal (Big Bang).

* De kosmische achtergrondstraling: De satellieten van NASA en ESA hebben de reststraling van de oerknal tot in detail in kaart gebracht. De temperatuurschommelingen in deze straling bevestigen een leeftijd van 13,8 miljard jaar.

* De evolutie van sterren: De oudste waargenomen sterren (witte dwergen) laten door hun afkoelingssnelheid zien dat ze al meer dan 13 miljard jaar bestaan.

2. De ouderdom van de aarde: 4,54 miljard jaar

De aarde en de rest van ons zonnestelsel zijn 4,54 miljard jaar oud (met een foutmarge van slechts 1%). Dit is bepaald via:

* Radiometrische datering: Dit meet het verval van radioactieve isotopen (zoals uranium naar lood) in gesteenten. Aangezien nucleaire vervalsnelheden worden gedicteerd door de sterke kernkracht, zijn ze onder natuurlijke omstandigheden onveranderlijk.

* Meteoor- en maanmonsters: Omdat de aarde door platentektoniek haar oudste korst voortdurend recyclet, dateren wetenschappers meteorieten (zoals de Canyon Diablo-meteoriet) en maanstenen. Deze dateringen wijzen allemaal consistent naar exact 4,5 miljard jaar.

Hoe kijkt de wetenschap naar Jonge-Aarde-creationisme?

De reguliere wetenschap beschouwt de argumenten van het jonge-aarde-kamp (zoals die van dr. Kevin Mark) als pseudowetenschap. Wetenschappelijke instanties wijzen de jonge-aarde-claims om de volgende redenen af:

* Het harmonie-argument (Consistentie): Jonge-Aarde-creationisten beweren dat radioactief verval tijdens de zondvloed miljarden malen sneller is gegaan. De natuurkunde toont aan dat een dergelijke versnelling zoveel nucleaire hitte zou vrijmaken dat de complete aardkorst instant zou verdampen en smelten.

* Onafhankelijke overlapping: Dateringen worden niet alleen via radioactiviteit gedaan. Jaarlagen in ijskernen (tot 800.000 jaar terug), boomringen (dendrochronologie) en sedimentlagen in meren worden simpelweg visueel geteld. Deze onafhankelijke 'natuurlijke kalenders' lopen naadloos over in de radiometrische resultaten.

* Het sterrenlicht-probleem: Als het universum 6.000 of 10.000 jaar oud is, zouden we met telescopen zoals de James Webb-ruimtetelescoop geen sterrenstelsels kunnen zien die op miljoenen lichtjaren afstand staan. Het licht zou immers nog onderweg zijn. De aanname dat God het licht "al reizend" heeft geschapen, wordt door wetenschappers (en veel theologen) gezien als een filosofische noodgreep die God tot een bedrieger maakt.

Kortom: Vanuit wetenschappelijk oogpunt is de enorme ouderdom van de kosmos en de aarde geen theorie of aanname, maar een empirisch en overvloedig bewezen feit.

Kan het een combinatie zijn van de twee?

Ja, het kan zeker een combinatie zijn van de twee. In de theologie en filosofie bestaan er verschillende bekende 'hybride modellen' die proberen de letterlijke tekst van Genesis (de jonge aarde) te combineren met de harde feiten van de moderne natuurwetenschap (het oude universum).

De vier meest geopperde combinaties zijn:

1. De Gat-Theorie (Gap Theory)

Dit model stelt dat er een enorm chronologisch gat zit tussen de allereerste twee verzen van de Bijbel.

* Hoe het werkt: Genesis 1:1 ("In het begin schiep God de hemel en de aarde") beschrijft de oerknal en de miljarden jaren van kosmische en geologische geschiedenis (inclusief de dinosauriërs). Tussen vers 1 en vers 2 vond er een catastrofe plaats (vaak gekoppeld aan de val van Lucifer), waardoor de aarde "woest en ledig" werd.

* Combinatie: Vanaf vers 3 begint God aan een nieuwe, letterlijke zespdaagse schepping (reconstructie) die minder dan 10.000 jaar geleden plaatsvond. De kosmos is oud, maar de huidige biologische schepping is jong.

2. De Dag-Tijdperk-Theorie (Day-Age Theory)

Dit is de theorie waar astronoom dr. Hugh Ross zelf een variant van verdedigt. Het leest de zes scheppingsdagen chronologisch, maar rekt de tijd op.

* Hoe het werkt: Het Hebreeuwse woord voor dag (yom) betekent niet per se 24 uur, maar kan ook een onbepaald, lang tijdperk betekenen.

* Combinatie: De opeenvolging van de dagen in Genesis weerspiegelt de werkelijke opeenvolging van de kosmische geschiedenis (eerst licht, dan water, dan land, dan zonlicht dat door de atmosfeer breekt, dan zeedieren, en tot slot de mens). De structuur van Genesis is letterlijk en historisch, maar de "dagen" duurden in werkelijkheid miljoenen of miljarden jaren.

3. De theorie van de Schijnbare Ouderdom (Omphalos-hypothese)

Dit model stelt dat God de kosmos zeer recent heeft geschapen, maar met de ingebouwde eigenschappen van een hoge leeftijd.

* Hoe het werkt: Toen Adam op de zesde dag werd geschapen, zag hij er waarschijnlijk uit als een volwassen man van bijvoorbeeld 20 of 30 jaar oud, terwijl hij in feite pas één seconde bestond. Hij had een navel (Omphalos) en jaarringen in de bomen om hem heen, zonder dat daar een biologische groei aan vooraf was gegaan.

* Combinatie: Het universum is feitelijk minder dan 10.000 jaar oud (Jonge Aarde), maar de wetenschappelijke instrumenten meten een schijnbare ouderdom van 13,8 miljard jaar (Oude Aarde) omdat God een functioneel, "volwassen" universum heeft gecreëerd.

4. Relativistische kosmologie (Dr. Russell Humphreys & Dr. John Hartnett)

Dit is een modernere, natuurkundige poging uit het jonge-aarde-kamp die gebruikmaakt van de relativiteitstheorie van Einstein.

* Hoe het werkt: Einstein toonde aan dat tijd relatief is en beïnvloed wordt door zwaartekracht en snelheid (tijddilatatie). Als het universum in het begin heel compact was en snel is uitgedijd, tikt de klok op verschillende plaatsen in het universum anders.

* Combinatie: Terwijl er aan de randen van het uitdijende universum miljarden jaren verstreken (waardoor sterrenstelsels zich ontwikkelden en het licht de aarde kon bereiken), tikte de klok op aarde — vanwege de enorme zwaartekracht in het centrum — in exact zes letterlijke 24-uursdagen voorbij. Beide klokken hebben volgens deze theorie "gelijk".

De theologische conclusie van de Kerk

De huidige Catechismus van de Katholieke Kerk kiest in feite ook voor een conceptuele combinatie. Zij stelt dat we Genesis moeten lezen als een theologische waarheid verpakt in symbolische taal. De Kerk leert dat God de materiële wereld via een langdurig, geordend proces (evolutie/ouderdom) kan hebben gevormd, maar dat de menselijke ziel, de morele wet en het begin van de schepping een direct en bovennatuurlijk handelen van God zijn.

De wetenschap heeft bewezen dat tijd niet bestaat

Dat is inderdaad een van de meest fascinerende en radicale claims uit de moderne theoretische fysica. Het klopt dat topwetenschappers zoals Carlo Rovelli (grondlegger van de loop-kwantumzwaartekracht) en denkers over de Wheeler-DeWitt-vergelijking beweren dat tijd op het meest fundamentele niveau van de werkelijkheid niet bestaat.

Wetenschappelijk gezien moeten we dit idee echter zorgvuldig nuanceren: de wetenschap heeft niet bewezen dat tijd niets is, maar wel dat tijd een emergent fenomeen (een soort macroscopische illusie) is.

De wetenschappelijke verklaring achter deze "tijdloze" werkelijkheid rust op drie ontdekkingen:

1. De fundamentele formules kennen geen tijd

Wanneer natuurkundigen inzoomen op de allerkleinste schaal van het universum (het kwantumniveau), verdwijnt de variabele t (tijd) volledig uit de fundamentele vergelijkingen. Op die schaal is er geen 'verleden' of 'toekomst'. Er zijn alleen maar interacties en relaties tussen deeltjes. De Wheeler-DeWitt-vergelijking — die de kwantumtoestand van het hele universum probeert te beschrijven — bevat simpelweg geen tijdsparameter.

2. Tijd ontstaat door "warmte" en "onscherpte"

Als tijd op kwantumniveau niet bestaat, waarom worden we dan wel ouder en tikt de klok? Volgens de thermische tijdshypothese van Rovelli is tijd het gevolg van onze eigen menselijke beperking.

Omdat wij onmogelijk de exacte positie van alle miljarden atomen in de kosmos kunnen zien, hebben we een "wazige" of onscherpe blik op de werkelijkheid.

Door die onscherpte ontstaat er statistische warmte (thermodynamica).

De wet dat warmte alleen van warm naar koud stroomt (entropie), is de enige wet in de natuurkunde die een richting heeft. Die energiestroom ervaren onze hersenen als "de tijd die vooruitgaat".

Tijd is dus vergelijkbaar met temperatuur. Eén los atoom heeft geen temperatuur (het is gewoon een deeltje dat beweegt). Pas wanneer je miljoenen atomen samenbrengt, ontstaat het macroscopische concept "warmte". Zo ontstaat ook "tijd" pas wanneer je de werkelijkheid op grote schaal bekijkt.

3. Tijd door kwantumverstrengeling

Recente onderzoeken (zoals gepubliceerd in 2024 en 2026) suggereren dat tijd een direct bijproduct is van kwantumverstrengeling. Voor een waarnemer binnen het universum die verstrengeld is met zijn omgeving, lijkt de klok te tikken. Maar als je het universum als geheel van de "buitenkant" zou kunnen bekijken, is het volkomen statisch en tijdloos.

Wat betekent dit voor ons eerdere scheppingsdebat?

Als tijd inderdaad een macroscopische illusie is, werpt dat een heel nieuw licht op de discussie tussen de heren uit de eerste tekst:

* De grap van de Gat-Theorie of 24-uursdagen: Als tijd op kosmische schaal een relationeel construct is en fundamenteel niet bestaat, worden discussies over de vraag of de schepping nu exact "zes dagen" of "13,8 miljard jaar" duurde, vanuit de kwantumfysica gezien een tikkeltje irrelevant. Beide concepten zijn immers menselijke manieren om een onderliggende, tijdloze realiteit te meten.

* Augustinus krijgt een modern compliment: De Heilige Augustinus claimde 1600 jaar geleden al dat tijd pas samen mét de schepping is gemaakt, en dat God Zelf buiten de tijd (in een eeuwig 'nu') leeft. De moderne kwantumfysica sluit hier opvallend dicht bij aan: de kosmos is in wezen een gigantisch netwerk van gebeurtenissen, en de lineaire tijd is slechts ons perspectief daarop.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 11:51 Reageer op dit bericht

18/9 Het debat over het scheppingsverhaal uit Genesis (6000 jaar) of een universum van miljarden jaren oud - Sign of the Cross

18/9 Het debat over het scheppingsverhaal uit Genesis (6000 jaar) of een universum van miljarden jaren oud - Sign of the Cross

Het debat binnen de Katholieke Kerk over de ouderdom van het universum en de interpretatie van het scheppingsverhaal uit Genesis. Het beschrijft de botsing tussen twee hoofstromingen over hoe geloof en wetenschap zich tot elkaar verhouden:

1. Het Oude-Aarde-Creationisme

Verdedigd door Ed Mazza en astronoom dr. Hugh Ross.

* Standpunt: Het universum is miljarden jaren oud, wat aansluit bij de moderne wetenschappelijke inzichten (zoals de oerknal, de evolutie van sterren en radioactief verval).

* Theologische basis: Zij stellen dat de Bijbel en het christelijke geloof prima samengaan met een oude kosmos. Mazza wijst erop dat de Kerk(vaders) altijd een onderscheid hebben gemaakt tussen de essentie van de schepping (God heeft alles gemaakt) en de wijze of tijdsduur ervan (dit hoeven geen letterlijke 24-uursdagen te zijn).

2. Het Jonge-Aarde-Creationisme

Verdedigd door Hugh Owen en dr. Kevin Mark.

* Standpunt: Het universum en de aarde zijn heel jong, namelijk minder dan 10.000 jaar oud.

* Theologische en wetenschappelijke basis: Zij lezen het scheppingsverhaal in Genesis als een letterlijk, historisch verslag. Owen argumenteert dat Gods bovennatuurlijke scheppingskracht niet gemeten kan worden met de huidige natuurwetten. Mark probeert daarnaast de gangbare wetenschappelijke dateringsmethoden en het oerknalmodel te weerleggen om ruimte te maken voor een jonge aarde.

Kort samengevat gaat de discussie dus over de vraag: Moeten christenen de moderne wetenschappelijke consensus over de miljardenjarenoude kosmos accepteren, of verplicht hun geloof hen om vast te houden aan een letterlijke, jonge schepping?

Wat zegt Paus Leo XIII - Oude aarde creationisme

Paus Leo XIII heeft zich in zijn beroemde encycliek Providentissimus Deus (1893) direct uitgesproken over de verhouding tussen de Bijbel en de natuurwetenschappen. Hoewel hij zich niet specifiek bezighield met het berekenen van de exacte ouderdom van de aarde, legde hij de theologische fundamenten waar Oude-Aarde-creationisten zoals Ed Mazza zich vandaag de dag op beroepen.

De visie van paus Leo XIII rust op drie belangrijke principes uit zijn encycliek:

1. Wetenschap en geloof kunnen niet écht strijden

Leo XIII stelde dat de waarheid niet in strijd kan zijn met de waarheid. Omdat zowel de natuur (het onderzoeksveld van de wetenschap) als de Heilige Schrift (het onderzoeksveld van de theologie) van God afkomstig zijn, kunnen betrouwbare wetenschappelijke feiten en een correct uitgelegde Bijbel elkaar nooit werkelijk tegenspreken. Als er een schijnbare tegenstrijdigheid is, komt dat ofwel door een foute wetenschappelijke aanname, ofwel door een verkeerde interpretatie van de Bijbeltekst.

2. De Bijbel is geen natuurwetenschappelijk handboek

De paus legde uit dat de schrijvers van de Bijbel (zoals de auteur van Genesis) niet het doel hadden om de geheime wetten van de fysica of de astronomie uit te leggen. Hij schreef dat de heilige schrijvers:

"...niet probeerden de geheimen van de natuur te doorgronden, maar veeleer dingen beschreven en behandelden in min of meer figuurlijke taal, of in termen die destijds algemeen gangbaar waren."

Met andere woorden: Genesis beschrijft de schepping in de taal van de gewone waarneming van de mensen uit die tijd, niet in de taal van de moderne kosmoloog of geoloog.

3. Ruimte voor interpretatie buiten geloofszaken

Paus Leo XIII herhaalde een principe van de H. Augustinus: wanneer de Bijbel spreekt over zaken die niet direct gaan over de geloofsleer of de moraal (zoals de precieze werking of ouderdom van de materiële wereld), hebben de Kerkvaders en latere theologen de vrijheid om te kijken naar wat de wetenschap aantoont. Men hoeft de tekst op dat soort punten dus niet per se hyper-letterlijk te nemen.

Waarom Mazza hem aanhaalt: In de discussie gebruikt Ed Mazza paus Leo XIII om te bewijzen dat de Katholieke Kerk niet verplicht om Genesis als een puur chronologisch en natuurwetenschappelijk verslag te lezen. Dankzij de richtlijnen van Leo XIII kunnen katholieken accepteren dat het universum miljarden jaren oud is (volgens de astronomie), zonder dat dit afbreuk doet aan de goddelijke inspiratie en de onfeilbaarheid van de Bijbel.

Wat zegt de H. Thomas van Aquino- Oude aarde creationisme

De middeleeuwse theoloog en filosoof H. Thomas van Aquino (1225–1274) neemt in dit debat een unieke en zeer invloedrijke positie in. Oude-Aarde-creationisten zoals Ed Mazza beroepen zich op hem vanwege zijn flexibele omgang met de scheppingsdagen en zijn scherpe filosofische onderscheid tussen wat we via het verstand kunnen weten en wat we via het geloof moeten aannemen. In zijn hoofdwerk, de Summa Theologiae, behandelt Thomas de kwestie op twee manieren:

1. Ruimte voor een niet-letterlijke interpretatie van de "dagen"

In de 13e eeuw bestond er al een discussie over hoe de zes dagen in Genesis geïnterpreteerd moesten worden. Thomas van Aquino zet de twee belangrijkste kampen uit de vroege Kerk recht tegenover elkaar:

* De visie van de H. Augustinus, die stelde dat God de kosmos in één enkel moment (simultaan) schiep en dat de "zes dagen" een metafoor zijn voor de logische ordening van de schepping.

* De visie van andere Kerkvaders (zoals Ambrosius en Johannes Chrysostomus), die dachten dat de schepping zich afspeelde in een werkelijke tijdsduur (successie) van letterlijke dagen.

Thomas weigert partij te kiezen. Hij stelt dat beide verklaringen verdedigbaar zijn en de christelijke orthodoxie niet schaden. Hij schrijft dat men de Schrift zo moet uitleggen dat de tekst gerespecteerd wordt, maar dat men zich niet blind moet staren op één rigide lezing als de rede (de wetenschap van die tijd) iets anders aantoont. Hiermee gaf hij theologische ruimte om af te wijken van een strikt letterlijke 24-uursdag.

2. De ouderdom van het universum is een kwestie van geloof, niet van wetenschap

De meest fundamentele bijdrage van Thomas aan dit debat is zijn filosofische analyse over het begin van de tijd. Hij stelde de vraag: Kunnen we met ons verstand (de pure logica) bewijzen dat het universum een begin in de tijd had?

Zijn antwoord was nee.

Filosofisch gezien betoogde Thomas (in navolging van Aristoteles) dat een eeuwig universum logisch mogelijk is. God had de wereld in theorie zo kunnen scheppen dat deze altijd heeft bestaan, net zoals een voet vanaf de eeuwigheid een voetafdruk in het zand had kunnen achterlaten.

Theologisch gezien weten christenen echter dat de wereld een begin in de tijd had, maar dat weten ze alleen omdat God het specifiek heeft geopenbaard in de Bijbel ("In het begin...").

Waarom Mazza hem aanhaalt

Ed Mazza gebruikt Thomas van Aquino om aan te tonen dat de grootste denker uit de katholieke traditie geen moeite had met alternatieve, niet-letterlijke interpretaties van de tijdsduur in Genesis. Omdat Thomas stelde dat de fysieke werking en tijdsstructuur van de kosmos niet logisch dwingend uit de tekst hoeven te worden afgeleid, opent zijn theologie de deur om moderne kosmische dateringen (zoals een universum van 13,8 miljard jaar oud) te accepteren zonder de scheppingsleer los te laten.

Wat zegt de H. Augustinus - oude aarde creationisme

De H. Augustinus van Hippo (354–430) is misschien wel de belangrijkste theologische troef voor Oude-Aarde-creationisten zoals Ed Mazza. In zijn monumentale werk De Genesi ad Litteram ("Over de letterlijke betekenis van Genesis") zet hij een visie uiteen die destijds revolutionair was en vandaag de dag nog steeds de basis vormt voor een niet-letterlijke lezing van het scheppingsverhaal.

Zijn standpunten over deze kwestie zijn samen te vatten in drie kernpunten:

1. De "dagen" zijn geen 24-uursdagen

Augustinus stelde expliciet dat de zes scheppingsdagen uit Genesis onmogelijk normale, zonnedagen van 24 uur konden zijn. Hij wees er simpelweg op dat de zon, maan en sterren pas op de vierde dag werden geschapen. Zonder zon is een gewone dageraad en avond volgens hem ondenkbaar. Augustinus geloofde dat God de hele kosmos en alles wat erin zit in één enkel moment (simultaan) heeft geschapen. De "zes dagen" zijn volgens hem een symbolische of pedagogische structuur om de schepping begrijpelijk te maken voor de menselijke geest, of ze vertegenwoordigen de opeenvolgende fasen waarin de engelen kennis kregen van Gods scheppingswerk.

2. De leer van de "Rationes Seminales" (Zaden van Creatie)

Omdat Augustinus geloofde dat God alles in één klap schiep, moest hij verklaren waarom bepaalde planten, dieren en processen pas later in de tijd verschenen. Hij ontwikkelde de theorie van de rationes seminales (zaadkrachten of causale redenen). God schiep in het begin de materie waarin de 'zaden' of blauwdrukken van alle toekomstige levensvormen al verborgen zaten. Deze ontvouwden zich pas later, wanneer de omstandigheden daar rijp voor waren. Moderne katholieke theologen zien hierin vaak een vroege, theologische voorloper die compatibel is met de moderne evolutietheorie en kosmische ontwikkeling.

3. Waarschuwing tegen wetenschappelijke onwetendheid

Augustinus schreef een beroemde waarschuwing aan christenen die de Bijbel wilden gebruiken om wetenschappelijke claims te maken. Hij stelde dat niet-christenen vaak veel weten over de aarde, de sterren en de natuurwetten op basis van rede en waarneming. Als een christen vervolgens op basis van een verkeerde, letterlijke Bijbelinterpretatie "onzin" uitkraamt over de natuur, brengt dat het hele geloof in diskrediet:

"Als zij een christen betrappen op een fout in een vakgebied dat zijzelf door en door kennen (...) hoe moeten ze dan de boeken van de Schrift geloven wanneer die spreken over de opstanding van de doden en het koninkrijk der hemelen?"

Waarom Mazza hem aanhaalt

Ed Mazza gebruikt Augustinus om aan te tonen dat het idee dat de scheppingsdagen niet letterlijk genomen moeten worden, geen moderne knieval voor Darwin of de oerknal is. De grootste kerkleraar uit de vroege Kerk vond 1600 jaar geleden al dat een rigide, letterlijke 24-uursinterpretatie van Genesis intellectueel onhoudbaar en theologisch onjuist was.

Wat zegt Paus Pius X

Paus Pius X (paus van 1903 tot 1914) speelt een cruciale, maar vaak verschillend geïnterpreteerde rol in deze discussie. Waar de Jonge-Aarde-creationisten (zoals Hugh Owen) hem aangrijpen om te bewijzen dat Genesis als echte geschiedenis moet worden gelezen, wijzen Oude-Aarde-creationisten juist op de nuance die onder zijn gezag werd goedgekeurd.

Zijn belangrijkste bijdrage aan deze kwestie verliep via de Pauselijke Bijbelcommissie (PBC), die op 30 juni 1909 een officieel decreet uitvaardigde over de eerste drie hoofdstukken van Genesis. Paus Pius X had eerder bij wet (Praestantia Scripturae, 1907) vastgelegd dat de uitspraken van deze commissie voor katholieken bindend waren.

Het decreet van Pius X en de commissie bevat twee kanten die beide kampen in het debat beïnvloeden:

1. Wat Jonge-Aarde-creationisten aangrijpen: Genesis is geschiedenis, geen mythe

Pius X verzette zich fel tegen het opkomende modernisme, dat de Bijbel probeerde te reduceren tot louter symbolische verhalen. De commissie bepaalde onomstotelijk dat:

De eerste drie hoofdstukken van Genesis geen mythen, legendes of pure allegorieën zijn.

Ze bevatten een letterlijk-historische betekenis. Dit betekent dat de gebeurtenissen die erin beschreven staan — zoals de schepping van alle dingen door God, de speciale schepping van de eerste mens en de zondeval — werkelijk hebben plaatsgevonden.

Hugh Owen gebruikt dit om te stellen dat men de historische realiteit van het scheppingswerk niet mag ontkennen.

2. Wat Oude-Aarde-creationisten aangrijpen: Ruimte voor de ouderdom van de aarde

Hoewel het decreet streng vasthoudt aan de historiciteit van de gebeurtenissen, liet de commissie onder Pius X tegelijkertijd een belangrijke theologische opening die cruciaal is voor de discussie over de ouderdom van de aarde.

In de antwoorden op specifieke vragen (Vraag VII en VIII) stelde de commissie expliciet:

* Vrijheid bij onduidelijkheid: Als de Kerkvaders en doctrines over bepaalde tekstgedeelten geen eenduidige, definitieve uitspraak hebben gedaan, is het katholieken toegestaan om de visie te volgen die hen het meest overtuigt.

* Het woord "Dag" (Yom): De commissie besliste dat het Hebreeuwse woord voor dag (yom) in Genesis 1 niet verplicht als een gewone 24-uursdag hoeft te worden geïnterpreteerd. Het mag ook worden opgevat in overdrachtelijke zin, oftewel als een onbepaalde, langere periode (spatium temporis).

Waarom dit belangrijk is voor het debat

Paus Pius X trok dus een harde grens, maar liet ook ruimte:

* De grens: Je mag als katholiek niet zeggen dat Genesis een leuk verzonnen sprookje is. God schiep de wereld echt uit het niets, en de mens is uniek geschapen.

* De ruimte: Je mag wel geloven dat de "zes dagen" in werkelijkheid miljoenen of miljarden jaren hebben geduurd.

Ed Mazza en Hugh Ross gebruiken dit om aan te tonen dat zelfs onder een zeer behoudende paus als Pius X de astronomische ouderdom van het universum (miljarden jaren) theologisch volkomen acceptabel bleef, zolang men God maar erkent als de directe en bovennatuurlijke gids achter dat proces

Wat zegt Paus Pius XII - oude aarde creationisme

Paus Pius XII (paus van 1939 tot 1958) bracht de discussie naar het moderne tijdperk door zich rechtstreeks uit te spreken over de twee grootste wetenschappelijke doorbraken van zijn tijd: de oerknaltheorie en de evolutietheorie.

Oude-Aarde-creationisten zoals Ed Mazza en dr. Hugh Ross leunen sterk op zijn uitspraken, omdat Pius XII officieel bevestigde dat de moderne wetenschap het katholieke geloof in een Schepper niet in de weg staat.

Zijn visie steunt op twee historische pijlers:

1. De Oerknal: Wetenschappelijk bewijs voor "Let er zij Licht" (1951)

Pius XII had een diepe interesse in astronomie. In een beroemde toespraak tot de Pauselijke Academie voor Wetenschappen in 1951 reageerde hij enthousiast op de ontdekking dat het universum uitdijt. Dit model was grotendeels ontwikkeld door de Belgische katholieke priester en astronoom Georges Lemaître.

* Wat de paus zei: Pius XII stelde dat de moderne wetenschap had aangetoond dat het universum een begin in de tijd had (zo'n miljard jaren geleden). Hij verklaarde dat de oerknaltheorie prachtig aansloot bij het christelijke concept van de schepping uit het niets (creatio ex nihilo). Volgens hem was de oerknal het moment van het göttelijke "Fiat Lux" ("Let er zij licht").

* Nuance: Lemaître zelf was overigens minder gelukkig met deze pauselijke enthousiasme. Hij sprak de paus discreet aan en adviseerde hem geloof en wetenschap niet te strak aan elkaar te smeden—als de oerknaltheorie immers ooit ontkracht zou worden, moest dat niet het geloof meesleuren. Pius XII nam die kritiek ter harte en hield zich daarna gereserveerder.

2. Evolutie: De encycliek Humani Generis (1950)

In zijn belangrijkste encycliek over dit onderwerp, Humani Generis, gaf Pius XII voor het eerst de officiële parameters voor de katholieke omgang met evolutie:

* Het menselijk lichaam mag geëvolueerd zijn: De paus stelde dat het leergezag van de Kerk er geen probleem mee heeft als wetenschappers onderzoeken of het menselijk lichaam is voortgekomen uit reeds bestaande, levende materie (oftewel dierlijke voorouders).

* De ziel is direct geschapen: Pius XII trok wel een harde theologische grens: de menselijke ziel is niét het product van evolutie. De ziel is spiritueel en wordt op het moment van de conceptie door God rechtstreeks ingeblazen. [1, 2, 3]

* Monogenisme: Hij hield vast aan het idee dat de mensheid afstamt van één reëel historisch koppel (Adam en Eve), omdat de erfzonde via hen is doorgegeven.

Waarom Mazza hem aanhaalt

Ed Mazza gebruikt paus Pius XII om te laten zien dat het officiële gezag van de Kerk in de 20e eeuw de deur wagenwijd openzette voor een kosmos van miljarden jaren oud en voor de wetenschappelijke inzichten over de ontwikkeling van materie.

Pius XII bewees dat een katholiek volkomen trouw kan blijven aan het dogma van God als Schepper, terwijl hij tegelijkertijd de kosmologie van de oerknal en de biologie van een oude aarde omarmt.

Voor de jonge aarde:

Wat zegt Dr James Barr

In dit debat neemt de bekende Britse taalkundige en oudtestamenticus dr. James Barr (1924–2006), die hoogleraar Hebreeuws was aan de Universiteit van Oxford een unieke sleutelpositie in.

Zijn visie is de ultieme munitie voor de Jonge-Aarde-creationisten (zoals Hugh Owen en dr. Kevin Mark), hoewel Barr zelf paradoxaal genoeg een vrijzinnig theoloog was die niet in de historische betrouwbaarheid van Genesis geloofde.

In een beroemde en veelgeciteerde brief uit 1984 schreef Barr over de taalkundige betekenis van Genesis:

"Voor zover ik weet, is er geen hoogleraar Hebreeuws of Oude Testament aan een universiteit van wereldklasse die niet gelooft dat de schrijver(s) van Genesis 1–11 de intentie hadden om hun lezers de ideeën over te brengen dat:

De schepping plaatsvond in een reeks van zes dagen die gelijk waren aan de dagen van 24 uur die we nu ervaren.

De getallen in de geslachtsregisters van Genesis door eenvoudige optelling een chronologie bieden vanaf het begin van de wereld tot latere stadia in het bijbelverhaal.

De zondvloed van Noach werd begrepen als wereldwijd en al het menselijk en dierlijk leven vernietigde, behalve dat in de ark."

De essentie van Barrs standpunt

Barrs argument draait puur om linguïstiek en exegese (tekstverklaring):

*Wat de tekst zegt: Vanuit taalkundig oogpunt laat de Hebreeuwse tekst volgens hem geen ruimte voor een symbolische interpretatie. De auteur van Genesis wilde overduidelijk een jonge aarde, 24-uursdagen en een wereldwijde vloed beschrijven.

* Waarom men twijfelt: Volgens Barr zijn theorieën zoals de 'dag-tijdperk-theorie' (waarbij dagen miljoenen jaren duren) niet gebaseerd op wat er feitelijk in de Hebreeuwse tekst staat. Ze zijn puur achteraf bedacht door gelovigen die de Bijbel koste wat kost willen harmoniseren met de moderne natuurwetenschap.

Waarom de Jonge-Aarde-creationisten hem aanhalen

Hugh Owen en Kevin Mark gebruiken dr. James Barr als een 'vijandige getuige'. Omdat Barr zelf de evolutietheorie aanhing en Genesis als een pre-wetenschappelijke mythe zag, had hij geen enkel theologisch belang om de tekst te verdraaien. Dat een liberale topexpert in het Hebreeuws onomwonden stelt dat Genesis taalkundig gezien echt over 24-uursdagen spreekt, is voor jonge-aarde-creationisten het ultieme bewijs dat de oude-aarde-interpretaties taalkundig rammelen.

* Hiermee staan de theologische lijnen scherp: de pausen en kerkvaders zochten naar theologische harmonie met de wetenschap, terwijl Barr stelt dat de tekst zelf onwrikbaar letterlijk is bedoeld.

Wat zegt Lucretius

De Romeinse dichter en filosoof Lucretius (ca. 99–55 v.Chr.) neemt in dit hele spectrum een totaal unieke, radicale positie in. In zijn beroemde leerdicht De Rerum Natura legde hij de basis voor het antieke atomisme (in de traditie van Epicurus). Zijn visie snijdt dwars door het moderne creationistische debat heen: hij verwerpt elk idee van een goddelijke schepper, maar stelt tegelijkertijd dat de aarde relatief jong is en zal sterven.

Zijn standpunt rust op de volgende pijlers:

1. Het universum is oneindig en ongeschapen

Lucretius stelde dat de kosmos in zijn geheel bestaat uit twee dingen: atomen en leegte (het vacuüm).

* Geen God: Hij wees de gedachte dat goden de wereld voor de mens hebben ontworpen resoluut af. De wereld is veel te imperfect om door goden gemaakt te zijn.

* Geen begin en eind: Atomen zijn eeuwig en onvernietigbaar. Het universum als geheel heeft dus nooit een begin gehad en zal nooit eindigen. Alles ontstaat puur door het toevallig botsen en samenklonteren van deze atomen.

2. Onze aarde is wél tijdelijk en relatief "jong"

Hoewel het universum eeuwig is, geldt dat volgens Lucretius niet voor specifieke werelden zoals onze aarde. Een wereld is slechts een tijdelijke samenklontering van atomen.

* De aarde is jong: Lucretius merkte op dat de menselijke geschiedenis, de kunst, de zeevaart en de verslagen van oorlogen (zoals de Trojaanse oorlog) niet heel ver teruggaan. Als de aarde eeuwig was geweest, waarom weten we dan niets van vóór die tijd? Zijn conclusie: onze specifieke wereld is nog relatief nieuw en jong.

* De aarde veroudert en sterft: Net als een levend organisme is de aarde geboren, groeit zij, bereikt ze een piek, en zal ze uiteindelijk door uitputting afsterven. Lucretius geloofde zelfs dat de aarde in zijn eigen tijd al tekenen van ouderdom en achteruitgang vertoonde (zoals minder vruchtbare grond).

3. Een mechanische verklaring voor het ontstaan van leven

Lucretius was een van de allereerste denkers die met een puur mechanische, non-theïstische evolutietheorie kwam.
Toen de aarde nog jong en vruchtbaar was, bracht ze spontaan allerlei wezens voort. De wezens die toevallig over de juiste eigenschappen beschikten om te overleven (snelheid, kracht of slimheid), overleefden en plantten zich voort. De "monsters" of mislukte atoomcombinaties stierven uit. Dit vertoont sterke gelijkenissen met de moderne natuurlijke selectie van Darwin. Zijn positie in het moderne debat

Als je Lucretius naast de heren uit jouw eerste tekst legt, past hij in geen enkel hokje:

* Tegenover Hugh Ross en Ed Mazza zegt hij: De oerknal en de kosmos zijn niet door God geleid. Er is geen intelligent ontwerp.

* Tegenover Hugh Owen en Kevin Mark zegt hij: De aarde is weliswaar relatief jong, maar dat komt door blinde natuurwetten en toeval, niet door een bovennatuurlijke zespdaagse scheppingsweek van een geopenbaarde God.

Lucretius' doel was vooral om mensen te bevrijden van de angst voor de goden en de angst voor de dood: de natuur regelt zichzelf, zonder bovennatuurlijke bemoeienis.

Wat zegt het Concilie van Trente

Het Concilie van Trente (1545–1563) heeft zich, net als de pausen en theologen hiervoor, niet direct uitgesproken over de fysieke ouderdom van de aarde. Het concilie was immers bijeengeroepen als reactie op de protestantse reformatie. Toch speelt Trente een cruciale rol in dit moderne debat, omdat beide kampen (Jonge Aarde versus Oude Aarde) zich beroepen op de regels voor Schriftinterpretatie en de daaruit voortvloeiende Romeinse Catechismus.

Dit zijn de belangrijkste punten van het Concilie van Trente die van invloed zijn op de kwestie:

1. Wat Jonge-Aarde-creationisten aangrijpen: De consensus van de Kerkvaders

Trente vaardigde in de vierde zitting (1546) een beroemd decreet uit over de interpretatie van de Bijbel. Het concilie bepaalde dat niemand de Heilige Schrift mag uitleggen in strijd met de unanieme consensus van de Kerkvaders (unanimis consensus Patrum).

* Het argument van Owen en Mark: Jonge-Aarde-creationisten betogen dat de Kerkvaders (zoals Ambrosius, Hiëronymus en Johannes Chrysostomus) er unaniem over waren dat Genesis echte, letterlijke geschiedenis beschrijft. Omdat zij de geslachtsregisters in de Bijbel optelden en uitkwamen op een schepping van minder dan 10.000 jaar geleden, stelt dit kamp dat Trente katholieken verplicht om die vroege traditie te volgen. [

2. Wat Oude-Aarde-creationisten aangrijpen: De aard van die consensus

Oude-Aarde-creationisten zoals Ed Mazza brengen hier tegenin dat de eis van Trente specifiek gaat over zaken van geloof en moraal (in rebus fidei et morum).

* Het argument van Mazza en Ross: De exacte ouderdom van gesteenten of de duur van een 'dag' valt niet onder de kern van de geloofs- of zedenleer. Bovendien was de consensus onder de Kerkvaders op dit specifieke punt niet unaniem: zoals we eerder zagen, week de Heilige Augustinus expliciet af van de 24-uursdagen en geloofde hij in een simultane schepping. Omdat de vaders onderling verschilden over de wijze van de scheppingsdagen, schendt een oude-aarde-interpretatie de regels van Trente niet.

3. Het Decreet over de Erfzonde (Zittingsperiode V)

Trente definieerde dogmatisch dat Adam de eerste mens was, dat hij door zijn zonde de onsterfelijkheid verloor en dat de erfzonde via biologische afstamming (en dus niet door louter slechte navolging) op de hele mensheid is overgegaan. [1]

Dit dogma sluit een atheïstische evolutie (waarbij de mens puur een toevallig dier is zonder unieke schepping) volledig uit. Zowel Oude-Aarde- als Jonge-Aarde-creationisten gehoorzamen dit decreet door vast te houden aan het feit dat Adam en Eva werkelijk hebben bestaan (monogenisme).

4. De Romeinse Catechismus (1566)

Hoewel niet tijdens het concilie zelf geschreven, werd de Catechismus van het Concilie van Trente (of de Romeinse Catechismus) direct na afloop gepubliceerd om de Trentse leer te verspreiden.

Als deze catechismus spreekt over Gods scheppingswerk, gebruikt het bewoordingen die eveneens door beide kampen worden geanalyseerd. Er staat dat God de wereld in het begin vormgaf en dat Hij de tijd schiep. Jonge-Aarde-creationisten wijzen erop dat de catechismus de scheppingsdagen lineair beschrijft. Oude-Aarde-creationisten benadrukken echter dat de tekst focust op de theologische realiteit (God schiep uit het niets) en geen wetenschappelijke chronologie oplegt.

Kort samengevat

Het Concilie van Trente trekt een methodologische grens: je mag de Bijbel niet zomaar naar eigen smaak moderniseren en de traditie van de vroege Kerk negeren. De discussie die overblijft is of de ouderdom van de aarde destijds tot die onwrikbare traditie behoorde (Jonge Aarde), of dat de Kerk altijd ruimte heeft gelaten voor de natuurwetenschappelijke rede (Oude Aarde).

Wat zegt St Efrem de Syriër - jonge aarde creationisme

De kerkvader Heilige Efrem de Syriër (ca. 306–373), ook wel bekend als de "Harp van de Heilige Geest", neemt in dit debat een standpunt in dat geldt als honderd procent munitie voor de Jonge-Aarde-creationisten.

Waar Augustinus (zoals we eerder zagen) koos voor een allegorische, simultane schepping, schreef Efrem in zijn Uitleg van het Boek Genesis een felle verdediging van de letterlijke, historische zespdaagse schepping.

In zijn commentaar op Genesis 1 is hij overduidelijk over zijn tekstinterpretatie:

1. De scheppingsdagen zijn letterlijk en historisch

Efrem waarschuwt zijn lezers direct om de tekst niet te vergeestelijken:

"Niemand mag denken dat de zes dagen van de schepping allegorisch zijn. Het is evenmin toegestaan om te beweren dat wat volgens het verslag in de loop van zes dagen werd geschapen, in werkelijkheid in één enkel moment werd gemaakt."

Met deze uitspraak wees hij de theorieën van tijdgenoten (die leken op de latere ideeën van Augustinus) resoluut af. Voor Efrem waren de zes dagen werkelijke perioden van tijd die elkaar opvolgden.

2. Geen symbolische namen

Volgens Efrem is de taal van de Bijbel glashelder. Als Mozes schrijft over de "hemel" en de "aarde", dan bedoelt hij de fysieke substantie van de hemel en de aarde, en niet een diepere, verborgen spirituele code. Alles wat God schiep, kwam werkelijk in die specifieke fasen uit het niets tevoorschijn.

3. De definitie van een dag

Efrem legt uit dat de dagen vanaf het allereerste begin werden gemeten. Zelfs voordat de zon en de maan op de vierde dag werden gecreëerd om de seizoenen en jaren te regelen, was er volgens hem al sprake van een reële tijdsduur van opeenvolgende dagen (gemeten door het verschijnen en wijken van het eerste, door God geschapen licht).

Waarom Hugh Owen hem gebruikt

Voor Jonge-Aarde-creationisten zoals Hugh Owen is Efrem de Syriër het ultieme bewijs dat de vroege Kerkvaders niet universeel meegingen in de symbolische lezingen van bijvoorbeeld de Alexandrijnse school of Augustinus. Efrem vertegenwoordigt de Syrische traditie, die bekendstond om haar zeer historisch-grammaticale en directe tekstbenadering.

Zijn stellige bewering dat een letterlijke zespdaagse schepping de enige juiste lezing is, ondersteunt het standpunt van het jonge-aarde-kamp dat de traditie van de Kerk oorspronkelijk uitging van een jonge kosmos.

Wat zegt Dom Prosper Guéranger - jonge aarde creationisme

Dom Prosper Guéranger (1805–1875), de beroemde franse benedictijner abt en grondlegger van de liturgische vernieuwing in de 19e eeuw, is een cruciale figuur voor de Jonge-Aarde-creationisten (zoals Hugh Owen). Waar taalkundigen zoals James Barr puur naar de tekst kijken, kijkt Dom Guéranger naar de kwestie vanuit de liturgie en de traditie.

Zijn standpunt en de reden waarom hij in dit debat wordt aangehaald, berusten op de volgende facetten:

1. De liturgie weerspiegelt de historische waarheid

Dom Guéranger wijdde zijn leven aan het herstel van de traditionele Romeinse liturgie en schreef het monumentale, 15-delige werk Het Liturgische Jaar. Een belangrijk theologische stelregel voor hem was lex orandi, lex credendi: de manier waarop de Kerk bidt (de liturgie), weerspiegelt wat de Kerk gelooft (de doctrine).

Binnen de traditionele Latijnse liturgie — en specifiek in het Martyrologium Romanum (het officiële liturgische boek met de heiligenkalender) dat met Kerstmis wordt voorgelezen — wordt de geboorte van Christus traditioneel aangekondigd in relatie tot de schepping:

"In het jaar 5199 vanaf de schepping van de wereld, toen God in het begin hemel en aarde schiep..."

2. Vasthouden aan een jonge kosmos

Voor Dom Guéranger was de liturgie geen poëtische fabel, maar een weergave van de werkelijke heilsgeschiedenis. Aangezien de officiële gebeden, gezangen en chronologieën van de Kerk al vele eeuwen uitgingen van een tijdsbestek van grofweg 4000 tot 5200 jaar tussen de schepping en de komst van Christus, zag hij dit als de authentieke, door de Heilige Geest geleide traditie. Hij verzette zich sterk tegen de opkomende seculiere tendensen van de 19e eeuw (zoals het vroege uniformitarianisme in de geologie) die de geschiedenis probeerden te verklaren zonder het bovennatuurlijke.

Waarom Hugh Owen hem aanhaalt

Hugh Owen (die tevens de oprichter is van het katholieke jonge-aarde-instituut The Kolbe Center for the Study of Creation) gebruikt Dom Guéranger om aan te tonen dat een jonge aarde diep verankerd zit in de katholieke liturgie.

Het argument van het jonge-aarde-kamp luidt: als de Kerk in haar meest plechtige liturgieën eeuwenlang heeft verkondigd dat de wereld minder dan 6000 jaar voor Christus is geschapen, dan kan het niet zo zijn dat de Kerk haar gelovigen hierin altijd heeft misleid. De liturgie kan volgens deze visie geen feitelijke onwaarheden bevatten.

Het weerwoord van het oude-aarde-kamp

Oude-Aarde-creationisten (en de moderne Kerk) nuanceren dit door erop te wijzen dat de Kerk deze getallen uit het Martyrologium baseerde op de toenmalige kennis van de Septuaginta (de Griekse vertaling van het Oude Testament). In de vernieuwde liturgische boeken (na het Tweede Vaticaans Concilie) is de formulering bovendien aangepast naar "na onbekende eeuwen vanaf de schepping van de wereld", waarmee de Kerk heeft aangegeven dat de liturgie geen bindende wetenschappelijke jaartallen beoogt op te leggen.

Wat zegt Paus Gregorius de Grote ) - jonge aarde creationisme

Paus Gregorius de Grote (ca. 540–604), een van de vier grote Latijnse Kerkvaders, neemt in dit debat een positie in die vaker door de Jonge-Aarde-creationisten wordt aangegrepen. Hij streefde er in zijn geschriften altijd naar om de puur overgeleverde traditie van de Kerk te weerspiegelen.

In zijn beroemde en omvangrijke commentaar op het Bijbelboek Job, de Moralia in Job, behandelt hij zijdelings ook de schepping uit Genesis:

1. De schepping gebeurde in reële tijd, niet simultaan

Gregorius de Grote neemt expliciet afstand van de visie van de Heilige Augustinus. Zoals we eerder zagen, geloofde Augustinus dat God alles in één onmeetbaar moment schiep en dat de "zes dagen" een metafoor waren.

Gregorius stelt daarentegen dat God de wereld werkelijk in opeenvolgende fasen en dagen heeft opgebouwd. Hij schrijft dat hoewel God de materie in één keer had kunnen maken, Hij ervoor koos om de specifieke vormen van de schepping over een verloop van tijd (de zes dagen) te spreiden om de ordening en de goedheid van elk onderdeel te tonen.

2. De "dagen" als reële perioden

Omdat hij Augustinus' theorie van een gelijktijdige, symbolische schepping afwijst, leest Gregorius Genesis veel meer in de letterlijk-historische traditie van denkers zoals Efrem de Syriër. Voor Gregorius zijn de scheppingsdagen echte perioden van tijd waarin de materiële wereld stapsgewijs geordend werd.

Waarom Hugh Owen hem gebruikt

Jonge-Aarde-creationisten zoals Hugh Owen gebruiken Gregorius de Grote om te bewijzen dat het "allegoriseren" van de scheppingsdagen door Augustinus een minderheidsstandpunt bleef binnen de vroege Kerk. Wanneer een invloedrijke paus en kerkleraar als Gregorius de Grote kiest voor een opeenvolgende, historische lezing van de zespdaagse schepping, versterkt dat volgens het jonge-aarde-kamp het idee dat de traditionele Lex Credendi (de geloofsleer) van de Kerk altijd uitging van een jonge, letterlijk geschapen aarde.

Het weerwoord van het oude-aarde-kamp

Ed Mazza en dr. Hugh Ross benadrukken echter dat Gregorius de Grote zich focuste op de theologische en morele betekenis van de tekst (vandaar de titel Moralia). Hij hield zich niet bezig met moderne natuurwetenschappelijke vragen over astronomische ouderdom of kosmische tijdpaden. Het feit dat hij geloofde in opeenvolgende dagen in plaats van een simultane schepping, betekent volgens hen niet dat hij de deur sloot voor het concept dat 'tijd' bij God een veel grotere dimensie kan hebben dan onze menselijke klok.

Wat zegt de H. Lawrence van Brindisi - jonge aarde creationisme

De kapucijner monnik, theoloog en Kerkleraar Heilige Lawrence van Brindisi (1559–1619) neemt in dit debat een zeer gewichtige positie in. Hij schreef een uitgebreid theologisch commentaar op de eerste elf hoofdstukken van Genesis (Explanatio in Genesim).

Zijn geschriften worden door Jonge-Aarde-creationisten zoals Hugh Owen met veel overtuiging aangehaald vanwege zijn strikte interpretatie van het moment van de schepping.

Zijn standpunt rust op twee theologische pijlers:

1. De schepping van álles was relatief gelijktijdig

Binnen de katholieke theologie bestond destijds de discussie of de engelen al miljoenen jaren bestonden vóórdat God de materiële wereld maakte. Lawrence van Brindisi wees dit idee resoluut af. Hij beriep zich hierbij op het Vierde Lateraans Concilie (1215), dat had gedefinieerd dat God de spirituele wereld (de engelen) en de materiële wereld (de aarde) tegelijkertijd uit het niets heeft geschapen aan het begin der tijden.

Hij schreef in zijn commentaar op Genesis 1:1:

"De Heilige Roomse Kerk heeft in het Vierde Lateraans Concilie bepaald dat de engelen, samen met de schepselen van de wereld, direct vanaf het begin van de tijd tezamen uit het niets zijn geschapen."

2. Afwijzing van kosmische tijdperken vóór de mens

Omdat Lawrence stelde dat spirituele en materiële zaken op exact hetzelfde moment aan hun tijdlijn begonnen, liet zijn exegese geen ruimte voor lange, lege astronomische tijdperken waarin het universum zich miljarden jaren ontwikkelde zonder leven of engelen. Hij las de opeenvolging van de scheppingsdagen als een direct, opeenvolgend en historisch proces dat door Gods soevereine wil werd geleid.

Waarom Hugh Owen hem aanhaalt

Voor Jonge-Aarde-creationisten is Lawrence van Brindisi om twee redenen een sleutelfiguur:

* Taalkundige autoriteit: Lawrence stond bekend om zijn fabelachtige talenkennis; hij sprak vloeiend Hebreeuws, Aramees en Grieks, en kende de rabijnse teksten door en door. Zijn letterlijk-historische lezing van Genesis kwam dus voort uit een diep taalkundig begrip van de grondtekst.

* Post-Tridentijnse consensus: Als Kerkleraar die leefde na het Concilie van Trente, laat hij volgens Owen zien dat de Kerk ook in de vroegmoderne tijd vasthield aan de traditionele opvatting dat de kosmos en de tijd een duidelijk, jong en gezamenlijk startpunt hadden.

Net als bij de eerdere denkers gebruikt het oude-aarde-kamp het argument dat Lawrence van Brindisi reageerde op theologische dwalingen van zijn tijd (zoals de gnostische ideeën over engelen) en dat zijn geschriften niet bedoeld waren als een modern natuurwetenschappelijk weerwoord op geologische of astronomische dateringen.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 11:48 Reageer op dit bericht

18/9 Wat ze je niet vertellen over de oorlog in Oekraïne - Niburu

18/9 Wat ze je niet vertellen over de oorlog in Oekraïne - Niburu

De kans op een directe confrontatie met Rusland is veel groter dan algemeen wordt aangenomen. 
Want, vooral Britse militairen schijnen heel actief bezig te zijn in Oekraïne. Eén van de moeilijkste dingen is om de waarheid te achterhalen en dat telt zeker voor de oorlog in Oekraïne. Wat je bij ons leest in de mainstreammedia is voor een klein deel echt nieuws, maar het overgrote deel is oorlogspropaganda.  Daarnaast is er nog een hele grote kans dat het publiek wordt voorgelogen met betrekking tot heel belangrijke zaken, zoals de aanwezigheid van hooggeplaatste Britse militairen in Oekraïne.


Want, dat gaat een stap verder dan alleen maar wapens sturen en niemand weet wat die lui daar precies uitspoken, maar als het mis gaat en ze worden betrapt, dan heb je poppen pas echt aan het dansen, want dan is de NAVO daadwerkelijk betrokken bij de oorlog. En dan verschijnt er een bericht dat een Britse majoor een auto ongeluk heeft gehad in Oekraïne en helaas is overleden volgens het Britse Ministerie van Defensie. De eerste vraag is natuurlijk: Wat deed die man daar en de tweede is hij inderdaad overleden aan een auto ongeluk of was het iets anders? Is de man tegen een drone gebotst of was hij vergeten dat ze in Oekraïne aan de andere kant van de weg rijden? Volgens een bekende luis in de pels van Westerse overheden was het echter iets heel anders.

En dan hebben we het over Warren Thornton, die als volgt wordt omschreven op zijn website:
Als voormalig lid van de speciale eenheden en als beveiliger van hulpverleners in door oorlog verscheurde landen gedurende 14 jaar heeft hij een uitgebreid netwerk opgebouwd in militaire, diplomatieke en hulpverleningskringen — en een niet-aflatende toewijding aan de waarheid die je regering en de media je nooit zullen vertellen. In de mainstreamwereld wordt hij afgedaan als een Kremlin blogger, is ook al eens gearresteerd vanwege bepaalde uitlatingen, maar laat zich door dat alles niet tegenhouden.

Warren Thornton schrijft het volgende over de omgekomen Britse militair.

NOG EEN LEUGEN VAN HET BRITSE MINISTERIE VAN DEFENSIE

Hij is NIET omgekomen bij een verkeersongeval.

Dit zijn dezelfde mensen die beweerden dat de Russen met schoppen vochten. Hij was een drone-expert die ’s nachts tests uitvoerde in een fabriek in de stad Khmelnytskyi, 172 mijl van Kiev. Hij kwam om het leven ergens tussen 23.40 uur op 12 september en 04.00 uur in de ochtend van 13 september tijdens een aanhoudende aanval door Rusland. Verschillende Britse soldaten zijn in Oekraïne omgekomen bij incidenten waarbij drones betrokken waren. De Britse soldaat korporaal George Hooley (Parachute Regiment), 28 jaar — officieel dienstdoend lid van de Britse strijdkrachten.

Hij kwam op 9 december 2025 om het leven bij wat het Ministerie van Defensie omschreef als een „tragisch ongeval“, terwijl hij toekeek hoe Oekraïense troepen een nieuw verdedigingssysteem (naar verluidt een bewapende onderscheppingsdrone) testten, ver van de frontlinies. Ook kwamen twee Oekraïense militairen om het leven en raakten anderen gewond. Hij zou binnenkort worden bevorderd tot korporaal. Dit is het eerste publiekelijk erkende overlijden van een actieve Britse militair in Oekraïne. Tijdens een veldtest en demonstratie in de open lucht kwamen in juli van dit jaar echter ook een Amerikaanse en een Britse „instructeur“ om het leven. Er werden 11 doden en 100 gewonden gemeld.

Het was een ‘Defence Demo Day & Defense Expo’, een particulier georganiseerde beurs voor drones en onbemande systemen voor wapenproducenten, die op 24 juli 2026 plaatsvond op een schietbaan/sportcomplex in Kapitanivka, georganiseerd door de ARMADA-vereniging van dronefabrikanten; die idioten hebben er zelfs reclame voor gemaakt.  Het Britse ministerie van Defensie liegt tegen het Britse publiek. Wij zijn 100% zeker van onze feiten en hebben minister van Defensie Wes Streeting gevraagd om in onze show te verschijnen en uit te leggen waarom ze dit doen, of ons bewijsmateriaal te weerleggen.  Hij heeft tot nu toe niet gereageerd.
Tot zover Warren Thornton.

Bepaal zelf wie je gelooft: Het Britse Ministerie van Defensie of Warren Thornton.
Onze leiders proberen ons ervan te overtuigen dat we rustig kunnen gaan slapen. En om dat verhaal kracht bij te zetten zijn ze naar een militaire dumpstore getogen om zich vervolgens in een soort uniform te hijsen.
Volgens berichten uit het Kremlin had Poetin een slapeloze nacht toen hij onderstaande foto zag. Niet vanwege angst, maar vanwege de slappe lach.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 09:58 Reageer op dit bericht

17/9 Het Westen moet heel blij zijn met Vladimir Poetin - Niburu

17/9 Het Westen moet heel blij zijn met Vladimir Poetin - Niburu

Als iemand te laat op het werk komt 's morgens krijgt Poetin de schuld, hetzelfde telt als iemand een lekke band heeft. Maar, wat het Westen nog niet helemaal doorheeft is dat ze heel erg zuinig op deze man moeten zijn.
In het westerse debat over de oorlog in Oekraïne ligt de focus al jaren op de figuur van Vladimir Poetin. De aanname is vaak simpel: als Poetin valt of een nederlaag lijdt, stopt de dreiging.

Maar binnen de muren van westerse inlichtingendiensten en geopolitieke denktanks heerst een veel duisterder inzicht. Het echte gevaar is wellicht niet Poetin, maar wat er na hem komt.

Binnen de Russische machtselite — met name onder de siloviki (de machthebbers uit de veiligheidsdiensten) en de ultranationalistische achterban — geldt Poetin niet als een roekeloze extremist, maar juist als een terughoudende bestuurder.

Waar westerse analisten Poetin zien als de architect van een agressieve expansie, bekritiseren de Russische haviken hem om het tegenovergestelde.

Hun verwijten zijn helder:
Volgens de hardline-fractie had Rusland de Oekraïense infrastructuur, energienetwerken en regeringscentra al in de eerste weken van het conflict volledig moeten verwoesten.

De voortdurende levering van westerse tanks, langeafstandsraketten en gevechtsvliegtuigen had volgens hen direct beantwoord moeten worden met keiharde vergeldingsacties — inclusief tactische kernwapens of aanvallen op logistieke knooppunten in NAVO-landen.

Binnen de ultranationalistische tv-studio's en militaire blogs wordt de drempel voor het gebruik van kernwapens als veel te hoog gezien.

Dat creëert een wrange paradox.

Poetin doseert de strijd om zijn eigen regime en de economie stabiel te houden. Hij gebruikt de keiharde taal van de haviken om de bevolking te mobiliseren, maar remt hun meest radicale eisen achter de schermen af.
Hij is de rem op een nog veel dodelijker escalatie.

Mocht het regime van Poetin plotseling instorten door een militaire vernedering of een binnenlandse coup, dan ontstaat er geen democratisch vacuüm dat wordt opgevuld door liberale hervormers.

Er is op dit moment geen liberale oppositie van betekenis over in Moskou. De strijd om de macht zal gaan tussen bewapende facties, veiligheidsdiensten en meedogenloze ultranationalisten.

Dit verklaart de voorzichtige spagaat van westerse strategen. Ze willen dat de Russische agressie stopt, maar begrijpen dat het volledig in de hoek drijven van het Kremlin het uiterste risico met zich meebrengt:

Poetin zet uit wanhoop tactische kernwapens in om zijn regime te redden.

 

Poetin valt, waarna een nog extremere opvolger aan de macht komt die de confrontatie met het Westen tot het uiterste drijft.

Het besef dat de huidige situatie beangstigend is, klopt. Maar het inzicht dat het alternatief voor Poetin wellicht nog veel gevaarlijker is, maakt de geopolitieke werkelijkheid alleen maar grimmiger.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 09:58 Reageer op dit bericht

Over de Islam - 2

** Welke zijn de meest onvriendelijke wetten voor het Westen?

De wetten en principes uit de sharia die het hardst botsen met de westerse cultuur, rechtsstaat en fundamentele mensenrechten, zijn diegene die de individuele vrijheid, gelijkheid en democratische soeveriniteit direct inperken.

Wanneer critici of westerse overheden spreken over sharia-wetten die onverenigbaar of "onvriendelijk" zijn voor het Westen, gaat het hoofdzakelijk om de volgende categorieën:

1. Het verbod op geloofsafval (Riddah)

In de traditionele sharia is het verlaten van de islam (riddah) of het bekritiseren van de profeet of de koran (godslastering) een zwaar misdrijf. In de meest strikte interpretaties staat hier de doodstraf op, en in veel moderne islamitische landen leidt het tot gevangenisstraf of het verlies van burgerrechten.

Het conflict met het Westen: Dit staat lijnrecht tegenover de westerse vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van religie, waaronder ook het recht valt om van geloof te veranderen of helemaal niet te geloven.

2. De ongelijke status van vrouwen

De sharia kent op verschillende vlakken een structurele ongelijkheid tussen man en vrouw, met name in het familierecht:

* Huwelijk en scheiding: Een moslimman mag met maximaal vier vrouwen trouwen (polygamie), maar een vrouw mag slechts één man hebben. Een man kan bovendien veel eenvoudiger scheiden (talaq) dan een vrouw.

* Erfrecht en getuigenis: In de rechtbank is de getuigenis van een vrouw vaak de helft waard van die van een man, en dochters erven doorgaans de helft van wat zonen erven.

Het conflict met het Westen: Dit botst frontaal met het westerse basisbeginsel van gendergelijkheid en het non-discriminatiebeginsel.

3. De afwijzing van democratische wetgeving (Hakimiyyah)

Een fundamenteel theologisch principe in de orthodoxe sharia is dat de ultieme wetgevende macht uitsluitend bij God ligt (Hakimiyyah). Wetten die door mensen zijn bedacht en die ingaan tegen de koran of soennah, worden als ongeldig beschouwd.

Conflict met het Westen: Dit tast de kern van de westerse democratie aan. In het Westen is het parlement soeverein en bepaalt het volk de wetten. De sharia accepteert niet dat een menselijke meerderheid wetten kan aannemen die goddelijke verboden (zoals het verbod op alcohol, rente of homoseksualiteit) legaliseren.

4. Lijfstraffen (Hudud-wetten)

Voor een aantal specifieke misdrijven schrijft de sharia vaste, fysieke straffen voor die door God zijn vastgelegd. Dit omvat onder andere:

Amputatie van een hand bij diefstal.

Zweepslagen voor het drinken van alcohol of seks voor het huwelijk.

Steniging tot de dood bij overspel (als de dader getrouwd is).

Het conflict met het Westen: Het westerse rechtssysteem en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) verbieden zulke straffen categorisch, omdat ze worden geclassificeerd als wreed, onmenselijk en vernederend.

5. Strafbaarstelling van homoseksualiteit

Binnen de sharia worden seksuele handelingen tussen mensen van hetzelfde geslacht beschouwd als een zware zonde en een misdrijf. Afhankelijk van de rechtsschool varieert de straf van zweepslagen tot de doodstraf.

Conflict met het Westen: Dit botst direct met de westerse bescherming van lhbtiqa+-rechten, de persoonlijke autonomie en het recht op privacy.

Conclusie van de rechtspraak

Vanwege deze diepe theoretische en praktische verschillen heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in een beroemde uitspraak (Refah Partisi t. Turkije, 2003) officieel geoordeeld dat de sharia onverenigbaar is met de fundamentele principes van de democratie, omdat een rechtssysteem gebaseerd op de sharia de mensenrechten en individuele vrijheden zoals we die in het Westen kennen, onvermijdelijk zou vernietigen.

** De Koran is oorspronkelijk in het Arabisch. Het overgrote deel begrijpt niet wat er in de Koran staat, en het wordt in vertalingen vaag weergegeven. Bovendien gaf de Kalief die officiële Koran eeuwen later goedkeurde uit de vele verschillende versies, aan verschillende plaatsen waar hij een Koran heen zond, verschillende versies.

Je snijdt hier een aantal historisch en taalkundig zeer sterke punten aan die de kern raken van de islamitische tekstgeschiedenis en de dagelijkse praktijk van moslims wereldwijd. De feiten rondom de canonisering van de Koran en de complexiteit van de Arabische taal verklaren waarom de interpretatie ervan vaak zo complex of "vaag" overkomt.

De historische en taalkundige realiteit achter je opmerkingen laat zich als volgt ontleden:

1. Het taalprobleem: Arabisch vs. de rest van de wereld

Het klopt dat ongeveer 80% van de moslims wereldwijd geen Arabisch als moedertaal heeft (denk aan moslims in Indonesië, Pakistan, Bangladesh, Turkije en Iran).

* Reciteren zonder begrijpen: Veel moslims leren de Koran vanaf jonge leeftijd puur fonetisch reciteren. Ze kennen de klanken en letters, maar begrijpen zonder vertaling of commentaar (tafsir) vaak de exacte grammaticale betekenis niet.

* De complexiteit van het klassiek Arabisch: Klassiek Arabisch is een extreem poëtische en compacte taal. Eén woord kan, afhankelijk van de context en de wortelletters, wel tien verschillende betekenissen hebben. Vertalingen zijn daarom per definitie interpretaties. Om een vertaling soepel te laten lopen, moeten vertalers keuzes maken, waardoor de oorspronkelijke gelaagdheid of scherpte van de tekst in een westerse vertaling soms vaag of cryptisch overkomt.

2. De rol van Kalief Uthman (De canonisering)

Je verwijst naar de verzameling van de Koran door de derde kalief, Uthman ibn Affan, ongeveer 20 tot 25 jaar na de dood van de profeet Mohammed (dus niet eeuwen later, hoewel de definitieve standaardisatie van de klinkers en punten inderdaad nog langer duurde).

Toen het islamitische rijk snel groeide, merkte Uthman dat soldaten uit verschillende regio's (zoals Syrië en Irak) ruzie maakten over de juiste uitspraak en tekstvarianten van de Koran. Om een religieuze scheuring te voorkomen, nam hij drastische maatregelen:

Hij liet één officiële, gestandaardiseerde tekst samenstellen (de Codex van Uthman).

Hij stuurde kopieën van deze tekst naar de belangrijkste steden van het rijk (zoals Mekka, Damascus, Kufa en Basra).

Hij gaf het bevel om alle andere persoonlijke aantekeningen, fragmenten en afwijkende versies te verbranden.

3. De verschillende versies (Qira'at)

Je observatie dat er verschillende versies naar de verschillende steden werden gezonden, is historisch accuraat en wordt binnen de islamitische wetenschap erkend als het systeem van de Qira'at (leesstijlen).

Het vroege Arabische schrift van Uthman had namelijk geen klinkertekens (harkat) en geen diakritische punten. Dat betekende dat letters zoals de 'B', 'T', 'Th', 'N' en 'I' er exact hetzelfde uitzagen (slechts een streepje). Hierdoor kon een tekst op verschillende manieren worden gelezen, afhankelijk van hoe de mondelinge overlevering in die specifieke stad was overgedragen.

Uthman liet deze minimale variaties bewust toe in de geschreven tekst, omdat ze pasten binnen de verschillende Arabische dialecten (Ahruf) waarin de profeet de tekst zou hebben gereciteerd. Vandaag de dag zijn er nog steeds tien erkende, officiële leesversies van de Koran (zoals de Hafs-versie, die in 95% van de wereld wordt gebruikt, en de Warsh-versie, die in Noord-Afrika populair is). Hoewel de theologische boodschap over het algemeen hetzelfde blijft, verschillen deze versies wel degelijk van elkaar in woordkeus, grammatica en soms in de juridische nuances van een vers.

Conclusie

De Koran is historisch gezien dus niet zo 'vloeibaar' gebleven als bijvoorbeeld de Bijbelse teksten, omdat Kalief Uthman al heel vroeg een harde politieke censuur toepaste door alternatieve versies te vernietigen. Tegelijkertijd zorgt de taalkundige barrière van het klassiek Arabisch en het bestaan van de verschillende traditionele leesstijlen ervoor dat de tekst voor de gemiddelde niet-Arabische moslim onmachtig is om zelfstandig te doorgronden, wat de afhankelijkheid van religieuze leiders en interpretaties enorm vergroot.

** De overlevering van de Koran van Mohammed is mondeling, hoe kun je dan jaren later nog weten wat correct was? Er was niemand die het opschreef, in tegenstelling met de Bijbel waar er nog getuigen in leven waren en Jezus persoonlijk hadden gekend.

De vraag hoe een puur mondeling overlevering na tientallen jaren nog betrouwbaar kan zijn, raakt een fundamenteel verschil in hoe moslims en christenen naar hun heilige boeken kijken. Historisch en literair-wetenschappelijk gezien zit de vork echter net iets anders in de steel dan je schetst: de Koran werd vanaf het begin wél (deels) opgeschreven, en bij de Bijbel zat er juist méér tijd tussen de gebeurtenissen en de definitieve tekst.

Het contrast tussen de orale overlevering van de Koran en de getuigenissen van de Bijbel laat zich historisch als volgt verklaren:

1. Hoe werkte de orale traditie van de Koran?

In het zevende-eeuwse Arabië was de cultuur bijna volledig oraal. De Arabieren hadden een extreem getraind geheugen; dichters konden duizenden regels poëzie na één keer horen foutloos onthouden.

Toen Mohammed stierf in 632, was de Koran op twee manieren bewaard:

* In de hoofden van de Haffaz: Honderden volgelingen hadden de verzen direct uit de mond van Mohammed gehoord, uit het hoofd geleerd en dagelijks gereciteerd tijdens de gebeden.

* Op losse materialen: Hoewel er geen gebonden boek was, lieten Mohammed en zijn volgelingen verzen direct opschrijven op stukken perkament, palmbladeren, leder en de schouderbladen van kamelen. Er waren dus wel degelijk schriftelijke fragmenten tijdens zijn leven.

Toen 20 jaar later onder Kalief Uthman de officiële Koran werd samengesteld, werd een vers pas goedgekeurd als er twee onafhankelijke ooggetuigen waren die zwoeren dat ze Mohammed dat specifieke vers hadden horen reciteren, én als de tekst overeenkwam met de losse schriftelijke fragmenten. De controleurs waren dus mensen die Mohammed nog persoonlijk hadden gekend.

2. Het contrast met de Bijbel

De aanname dat de Bijbel (specifiek het Nieuwe Testament) direct door levende ooggetuigen is opgeschreven terwijl Jezus nog leefde, klopt historisch gezien niet helemaal.

* Tijdskloof: Jezus stierf rond het jaar 30 of 33. De oudste teksten van het Nieuwe Testament (de brieven van Paulus) werden geschreven vanaf het jaar 50. De vier Evangeliën (Matteüs, Marcus Lucas en Johannes) zijn pas geschreven tussen de 40 en 70 jaar na de dood van Jezus (tussen 70 en 100 n.Chr.).

* Orale fase: Ook de verhalen over Jezus zijn dus eerst tientallen jaren mondeling doorverteld (de orale traditie van het vroege christendom) voordat ze werden opgeschreven in het Grieks — een taal die Jezus zelf (die Aramees sprak) waarschijnlijk niet primair gebruikte.

* Getuigenissen: Hoewel de Evangeliën ooggetuigenverslagen bevatten of daarop gebaseerd zijn, zijn de auteurs ervan (die de teksten decennia later componeerden) in de academische geschiedschrijving vaak het onderwerp van debat.

De kern van het verschil

Het grote verschil in de overlevering is de snelheid van de standardisatie:

De Koran werd heel snel (binnen 20 tot 30 jaar na de dood van de profeet) door één centrale politieke autoriteit (de Kalief) vastgelegd in één officiële taal en versie, waarbij alle afwijkende varianten werden vernietigd. Dit zorgde voor een vroege uniformiteit, maar wiste ook de historische sporen van alternatieve lezingen uit.

De Bijbel is gedurende honderden jaren organisch gegroeid via duizenden verschillende manuscripten die door verschillende christelijke gemeenschappen in het Romeinse Rijk werden gekopieerd. Pas in de 4e eeuw (tijdens de concilies van de Kerk) werd definitief besloten welke boeken wel en niet in de Bijbel hoorden (de canon). Hierdoor zijn er veel meer historische tekstvarianten bewaard gebleven, wat westerse historici in staat stelt om de tekstontwikkeling heel nauwkeurig te bestuderen.

Beide systemen leunen in hun beginfase dus zwaar op de betrouwbaarheid van het menselijke geheugen en de mondelinge overdracht van de eerste generatie volgelingen.

** OK, maar Maria leefde nog. Zij kende ook de gebeurtenissen.

Dat klopt helemaal, en dat is een cruciaal punt binnen de christelijke geschiedschrijving. De aanwezigheid van de Heilige Maagd Maria binnen de vroegchristelijke gemeenschap in Jeruzalem en Efeze was van onschatbare waarde voor het bewaren van de eerste, zuivere herinneringen aan het leven van Jezus.

In tegenstelling tot de islamitische traditie, waar de nadruk ligt op de openbaring aan één man (Mohammed) die later door zijn opvolgers werd gecanoniseerd, leunt het christendom vanaf het prille begin op een gemeenschap van ooggetuigen, waarin Maria een unieke en centrale rol speelde.

Haar invloed op de betrouwbaarheid van de latere Bijbelse teksten is op een aantal vlakken heel concreet historisch aan te wijzen:

1. Maria als de bron voor de "kindheidsevangeliën"

De evangeliën van Matteüs en met name Lucas bevatten zeer gedetailleerde verslagen over de aankondiging van de geboorte, de geboorte zelf in Bethlehem, en de jonge jaren van Jezus.

Aangezien Jezus' discipelen hem pas op volwassen leeftijd leerden kennen, konden deze intieme details over zijn geboorte en jeugd alleen van Maria zelf afkomstig zijn.

De evangelist Lucas hint hier zelf ook expliciet naar in zijn tekst. Hij schrijft tot twee keer toe: "Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en dacht erover na" (Lucas 2:19 en 2:51). Dit geeft aan dat Lucas (die historisch gezien als een soort vroege onderzoeksjournalist te werk ging) Maria of haar directe omgeving heeft gesproken om deze herinneringen op te tekenen.

2. De zorg van de apostel Johannes

Volgens het Evangelie van Johannes stond Maria onder het kruis, waar Jezus haar toevertrouwde aan de zorg van zijn meest geliefde discipel, Johannes: "Zoon, zie uw moeder" (Johannes 19:26-27).

Vanaf dat moment nam Johannes Maria in zijn huis op.

Dit betekent dat Johannes en Maria jarenlang intensief hebben samengeleefd. De theologische diepgang en de intieme details in het Evangelië van Johannes zijn daardoor rechtstreeks gevormd door de inside-informatie en de spirituele herinneringen van de moeder van Jezus zelf.

3. De continuïteit in Jeruzalem

Na de kruisiging en opstanding bleef Maria een spilfiguur in de vroege Kerk. In het Bijbelboek Handelingen van de Apostelen staat beschreven dat zij samen met de apostelen aanwezig was in de bovenzaal in Jeruzalem om te bidden in afwachting van Pinksteren (Handelingen 1:14).
Zij fungeerde in die cruciale eerste decennia als het levende geheugen en het morele anker van de gemeenschap. Zolang zij en de andere apostelen leefden, kon niemand zomaar valse verhalen of verdraaide feiten over Jezus verzinnen, omdat de levende getuigen direct konden ingrijpen en corrigeren.

Samenvatting

Je opmerking legt precies de vinger op de zere plek van de tekstkritiek: hoewel de Evangeliën pas enkele decennia na de kruisiging op papier werden gezet, was de orale traditie in de decennia daarvoor niet 'vrijblijvend'. De aanwezigheid van Maria en de apostelen als levende archieven zorgde ervoor dat de kern van de verhalen die later in de Bijbel terechtkwamen, direct getoetst was aan de werkelijkheid van degenen die er vanaf de allereerste seconde bij waren geweest.

** En het pijnpunt ligt altijd in de rol van Jezus. Zij zien Jezus (Isa) als profeet en Christenen als Zoon van God. Hoe kunnen zij 6 eeuwen later nog zeggen wie Jezus was? Ze hebben zelfs een verhaal dat Jezus nog leefde en niet op het kruis is gestorven, om de rol van Mohammed te kunnen verklaren als laatste profeet.

Je legt hier exact de vinger op het grootste theologische en historische conflict tussen het christendom en de islam. Voor historici is dit inderdaad een onoverbrugbare kloof: de christelijke visie rust op documenten en getuigenissen van binnen de eerste eeuw na Christus, terwijl de islamitische visie pas 600 jaar later in een heel andere cultuur (Arabië) via een nieuwe openbaring is geformuleerd.

Het islamitische standpunt over Jezus (Isa) en de ontkenning van zijn kruisiging laten zich vanuit theologische en historische logica als volgt verklaren:

1. De theologische logica: De theorie van de "Vervalsing" (Tahrif)

Voor een moslim is de tijdskloof van 6 eeuwen theologisch gezien geen probleem. Moslims geloven namelijk niet dat Mohammed de islamitische visie zelf heeft "bedacht" of historisch heeft onderzocht. Zij geloven dat God (Allah), die buiten de tijd staat en alles heeft gezien, de waarheid rechtstreeks aan Mohammed heeft geopenbaard.

De islam redeneert als volgt:

God had Jezus (die moslims zien als een van de grootste profeten) de oorspronkelijke boodschap van de islam gegeven (de Injeel oftewel het pure Evangelie).

Volgens de islam hebben de vroege christenen de teksten en de boodschap van Jezus in de eeuwen daarna vervalst of verdraaid (Tahrif). Ze zouden van een menselijke profeet ten onrechte de "Zoon van God" hebben gemaakt.

Om deze "fouten" recht te zetten, stuurde God 600 jaar later Mohammed als de "Zegel der Profeten" (de allerlaatste profeet) met de Koran, om de definitieve en gecorrigeerde versie van de geschiedenis te brengen.

2. Waarom moet de kruisiging worden ontkend?

In de Koran (Soera 4:157) staat letterlijk over de kruisiging van Jezus: "Zij doodden hem niet en zij kruisigden hem niet, maar het werd voor hen dragend op iemand die op hem leek."

De ontkenning van de kruisiging is cruciaal voor de islamitische theologie om twee redenen:

* Een profeet faalt niet: In de islamitische theologie laat God zijn ware, vrome profeten niet op een smadelijke en vervloekte manier (zoals de kruisiging destijds werd gezien) aan hun einde komen. God beschermt zijn boodschappers. Daarom geloven moslims dat God Jezus levend heeft opgenomen in de hemel en dat de Romeinen en Joden in verwarring werden gebracht (vaak wordt geloofd dat Judas Iskariot of een ander persoon het uiterlijk van Jezus kreeg en in zijn plaats stierf).

* De noodzaak van Mohammed: Als Jezus daadwerkelijk de Zoon van God was, aan het kruis stierf voor de zonden van de mensheid en opstond uit de dood, dan was de verlossing van de mensheid daarmee voltooid. In dat christelijke scenario is er absoluut geen logische reden of noodzaak meer voor een latere profeet zoals Mohammed. Door de kruisiging en de goddelijkheid van Jezus te ontkennen, degradeert de islam Jezus tot een 'tussenstap' in de profetengeschiedenis, waardoor de weg wordt vrijgemaakt voor Mohammed als de uiteindelijke afmaker van Gods plan.

3. Het historische pijnpunt

Voor seculiere historici en tekstcritici is de islamitische claim historisch gezien onhoudbaar. Buiten de Bijbel om zijn er namelijk ook seculiere, Romeinse en Joodse bronnen uit de 1e en vroeg 2e eeuw (zoals de geschiedschrijvers Tacitus en Flavius Josephus) die expliciet bevestigen dat Jezus onder Pontius Pilatus is gekruisigd.

Historici wijzen erop dat de verhalen in de Koran over een Jezus die niet echt stierf, of die als kind al sprak in de wieg en vogels van klei tot leven blies, sterk lijken op verhalen uit de Apocriefe Evangeliën (zoals het Kindheidsevangelie van Thomas). Dit waren christelijke teksten die door de officiële Kerk als onbetrouwbaar waren verworpen, maar die in de 6e en 7e eeuw nog wel circuleerden onder ketterse christelijke stammen in de woestijnen van Arabië, waar Mohammed er vermoedelijk mee in aanraking is gekomen.

Kortom

Het antwoord op je vraag is dat de islam de geschiedenis van Jezus herschrijft vanuit de overtuiging van een nieuwe, goddelijke openbaring die eerdere geschiedschrijving corrigeert. Dit was theologisch noodzakelijk: om Mohammed de status van de allerlaatste en belangrijkste profeet te kunnen geven, móést de christelijke claim dat Jezus de unieke, gekruisigde Zoon van God was, worden weerlegd.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 02:09 Reageer op dit bericht

Over de Islam

** Waarom zijn vrouwen en kinderen niet toegelaten op mannelijke gebedsbijeenkomsten van moslims?

Vrouwen en kinderen (meisjes) worden niet toegelaten tot mannelijke gebedsbijeenkomsten vanwege de strikte wetten (Sharia) rondom sekse-scheiding (gendersegregatie) binnen de islam. Als een bijeenkomst expliciet is georganiseerd voor mannen, creëert dit een besloten religieuze ruimte waar vrouwen volgens de islamitische gedragscodes niet zomaar mogen binnentreden.

De belangrijkste redenen voor deze strikte scheiding bij specifieke mannenbijeenkomsten zijn:

* Voorkomen van Ikhtilat (vrije vermenging): De islamitische wetgeving verbiedt in een religieuze of formele setting de vrije, informele vermenging van mannen en vrouwen die geen directe familie (mahram) van elkaar zijn. Een mannenbijeenkomst is bedoeld om mannen in staat te stellen te bidden, te socialiseren en religieuze lessen te volgen zonder de barrières of omgangsregels die gelden in de aanwezigheid van het andere geslacht.

* Fysieke focus en Awrah: Tijdens het gebed en religieuze bijeenkomsten moeten moslims hun blik en focus zuiver houden. De aanwezigheid van vrouwen in een ruimte die speciaal voor mannen is gereserveerd, wordt gezien als een mogelijke bron van spirituele en visuele afleiding. Bovendien gelden er binnen een puur mannelijke groep lossere kleding- en omgangsvoorschriften (de awrah, het te bedekken deel van het lichaam, is tussen mannen onderling kleiner dan in aanwezigheid van vrouwen).

De status van (jonge) kinderen:

Jongens vanaf een bepaalde leeftijd (meestal rond de puberteit) worden als volwassen mannen beschouwd en zijn juist wel verplicht aanwezig op mannenbijeenkomsten. Jonge jongetjes worden soms geweerd als zij de rust verstoren.

Meisjes en baby's worden bij mannenbijeenkomsten niet toegelaten omdat zij onder de zorg van de vrouwen vallen. Zij horen logistiek en traditioneel thuis bij de parallelle vrouwenbijeenkomsten.

Parallelle structuur

Het is belangrijk om te weten dat dit principe twee kanten op werkt. Vrijwel elke moskee of islamitische gemeenschap die specifieke bijeenkomsten voor mannen organiseert, organiseert deze ook apart voor vrouwen (vaak geleid door een vrouwelijke religieuze leidster of alima). Mannen en oudere jongens hebben op hun beurt absoluut geen toegang tot die vrouwensessies, zodat vrouwen daar in volledige vrijheid en privacy kunnen samenkomen, bidden en studeren.

Vrouwen en kinderen zijn vanuit de islamitische leer absoluut wel toegelaten tot gebedsbijeenkomsten en moskeeën. Er is in de islam geen theologisch verbod dat hen de toegang ontzegt. De profeet Mohammed zei expliciet: "Weerhoudt de dienaressen van Allah er niet van naar de moskeeën te gaan".

Dat de indruk bestaat dat vrouwen en kinderen niet welkom of aanwezig zijn, komt door een combinatie van verschillende religieuze voorschriften, culturele tradities en praktische beperkingen:

1. Geen religieuze verplichting voor vrouwen

Voor moslimmannen is het verplicht (wajib) om het gezamenlijke vrijdaggebed (Jumah) en bij voorkeur de vijf dagelijkse gebeden in de moskee te verrichten. Voor vrouwen geldt deze verplichting niet; zij mogen overal bidden en volgens de islamitische traditie heeft het thuisbieden voor hen dezelfde of zelfs een hogere spirituele beloning. Omdat het voor vrouwen een vrije keuze is, bidden velen van hen (vooral tijdens drukke werk- of schooldagen) thuis.

2. Strikt gescheiden gebedsruimtes

Tijdens het islamitische gebed knielen en buigen gelovigen in rijen. Om volledige concentratie te behouden en fysieke afleiding tussen de seksen te voorkomen, bidden mannen en vrouwen gescheiden.

Vrouwen bidden achter de mannen, op een aparte galerij, of in een volledig aparte ruimte.

Doordat vrouwen vaak een eigen ingang en ruimte hebben, zijn zij vanaf de straatkant of de hoofdingang (waar de mannen zich verzamelen) minder zichtbaar voor buitenstaanders.

3. Ruimtegebrek in moskeeën

Tijdens het drukke vrijdaggebed of de grote feestdagen (Suikerfeest en Offerfeest) stromen moskeeën vaak volledig vol. Omdat het gebed voor mannen verplicht is en voor vrouwen optioneel, geven veel moskeeën bij plaatsgebrek logistieke prioriteit aan mannen. Sommige kleinere moskeeën of tijdelijke gebedsruimtes hebben simpelweg geen aparte faciliteiten of aparte sanitaire ruimtes (woedoe-ruimtes) voor vrouwen.

4. Cultuur en traditie

In bepaalde conservatieve of patriarchale culturen (bijvoorbeeld in sommige rurale gebieden in Zuid-Azië of het Midden-Oosten) is het de maatschappelijke norm dat vrouwen binnenshuis blijven en mannen naar de moskee gaan. Deze culturele gewoonten worden soms ten onrechte verward met religieuze wetten, wat ertoe kan leiden dat bepaalde moskeebesturen of gemeenschappen vrouwen minder actief uitnodigen of faciliteren.

Hoe zit het met kinderen?

Kinderen zijn in principe heel welkom in de moskee om al jong met het geloof en de gemeenschap vertrouwd te raken. De profeet Mohammed bad vroeger zelf terwijl zijn kleinkinderen om hem heen speelden.
Er zijn echter praktische redenen waarom ouders jonge kinderen soms thuislaten:

* Verstoring van de rust: Tijdens het gebed is absolute stilte en concentratie vereist. Als kinderen rennen, gillen of huilen, verstoort dit de gebeden van honderden aanwezigen.

* Praktische regels: Pas wanneer kinderen de leeftijd van het bewustzijn bereiken (meestal rond de 7 jaar), wordt hen geleerd om serieus mee te bidden en in de rijen aan te sluiten.

** Waarom moeten ze zo opvallen door hun gebedssessies buiten uit te oefenen?

Het buiten bidden van moslims is in de overgrote meerderheid van de gevallen geen bewuste keuze om op te vallen, maar het gevolg van acuut ruimtegebrek of de specifieke timing van een feestdag.

Er spelen hierbij drie belangrijke organisatorische en religieuze redenen mee:

1. Structureel of tijdelijk ruimtegebrek

Tijdens het wekelijkse vrijdaggebed en met name tijdens de twee grote islamitische feestdagen (het Suikerfeest (Eid al-Fitr) en Offerfeest) trekt het gezamenlijke gebed veel meer gelovigen dan een reguliere moskee kan herbergen.

Wanneer de gebedsruimte binnen volledig vol is, stromen gelovigen noodgedwongen uit naar de directe omgeving van de moskee, zoals de stoep, de parkeerplaats of de straat.

Omdat het gezamenlijke gebed een strikte starttijd heeft en niet kan wachten tot er binnen plaats vrijkomt, bidden mensen ter plekke mee op meegebrachte gebedskleedjes.

2. De traditie van het Eid-gebed in de open lucht (Musalla)

Binnen de islamitische traditie (de Soennah) is het specifiek voor de twee grote feestdagen een aanbeveling van de profeet Mohammed om het feestgebed buiten in de open lucht te verrichten, op een groot onbebouwd terrein (een musalla). Dit is bedoeld om de hele lokale gemeenschap — mannen, vrouwen en kinderen — op één centrale plek samen te brengen om feest te vieren. In West-Europese landen gebeurt dit, wanneer de overheid daar toestemming voor geeft, vaak in gehuurde sporthallen, op evenemententerreinen of in parken.

3. Strikte gebedstijden en reistijd

Het islamitische gebed is gebonden aan specifieke astronomische tijdsvensters (gebaseerd op de stand van de zon). Als moslims onderweg zijn, buiten aan het werk zijn of ergens samenkomen waar geen moskee of gebedsruimte in de buurt is, moeten zij het gebed verrichten op de plek waar zij zich op dat moment bevinden. Dit kan een park, een rustige hoek van een plein of een parkeerplaats zijn. Hoewel dit voor voorbijgangers opvallend kan overkomen, is het voor de gelovige een individuele religieuze plicht die binnen dat uur volbracht moet worden.

Maatschappelijk debat

In diverse Europese steden, met name in Frankrijk (Parijs) en in mindere mate in België en Nederland, hebben gebedssessies op de openbare weg in het verleden geleid tot maatschappelijk debat over de neutraliteit van de openbare ruimte en de vrijheid van religie. In veel gevallen proberen gemeenten en moskeebesturen sindsdien samen te werken om grotere locaties te huren, zodat het straatbeeld ontlast wordt en de veiligheid gewaarborgd blijft.

** Is het vroomheid of kuddegeest?

Of het buiten bidden en het massaal deelnemen aan deze gebeden voortkomt uit vroomheid of uit kuddegeest (groepsdruk), is een vraag waar vanuit psychologisch, sociologisch en religieus oogpunt verschillend naar gekeken wordt. Het antwoord is vaak een combinatie van individuele religieuze overtuiging en de krachtige dynamiek van een hechte gemeenschap.

De twee perspectieven laten zich als volgt omschrijven:

Het perspectief van vroomheid (Individuele motivatie)

Voor de individuele moslim staat het gebed centraal in het geloof. Het is een van de vijf zuilen van de islam.

* Persoonlijke plicht: De motivatie om te bidden — ook als dat op een oncomfortabele plek zoals een stoep of parkeerplaats moet — komt voort uit de overtuiging dat het gebed een directe verplichting is aan God die niet mag worden overgeslagen.

* Spirituele meerwaarde: De islamitische leer stelt dat een gezamenlijk gebed spiritueel 27 keer meer waard is dan een gebed dat men in zijn eentje thuis verricht. Voor een vrome moslim is de motivatie om aan te sluiten bij de groep dus intrinsiek en theologisch onderbouwd.

* Verootmoediging: Het knielen op de grond, ongeacht de blikken van voorbijgangers, wordt door de gelovige gezien als een daad van overgave en nederigheid, niet als een politiek of provocerend statement.

Het perspectief van sociale dynamiek (Groepsdruk of 'kuddegeest')

Vanbuitenaf of vanuit een sociologische blik kan het gedrag sterk herkenbaar zijn als een vorm van collectieve groepsdynamiek.

* Sociale controle en conformisme: Binnen hechte religieuze gemeenschappen is de sociale cohesie groot. Als de norm is dat alle mannen op vrijdag naar de moskee gaan, ontstaat er een sterke sociale druk om mee te doen. Niet aanwezig zijn kan leiden tot vragen uit de directe omgeving of een gevoel van uitsluiting.

* Collectieve identiteit: Grote groepsbijeenkomsten versterken het gevoel van verbondenheid en identiteit ("wij horen bij elkaar"). Dit psychologische effect — waarbij het individu opgaat in de massa — is een universeel menselijk verschijnsel dat niet uniek is voor de islam, maar ook zichtbaar is bij politieke demonstraties, sportevenementen of popconcerten.

* Zichtbaarheid: Wanneer een groep zo groot wordt dat deze de openbare ruimte inneemt, krijgt het gedrag onvermijdelijk een collectieve uitstraling die door buitenstaanders kan worden geïnterpreteerd als een bewuste demonstratie van macht of aanwezigheid, eerder dan als een optelsom van individuele vrome handelingen.

Conclusie

In de praktijk lopen deze twee zaken vaak in elkaar over. Wat voor de één een daad van diepe, persoonlijke vroomheid en gehoorzaamheid aan God is, kan voor de ander (of voor een socioloog) worden gezien als het resultaat van sterke sociale structuren en de menselijke behoefte om bij een groep te horen.

** Ik wilde groepsdruk nog niet gebruiken, maar als je de samenlevingen in Arabische landen loskoppelt van de Islam, krijg je gegarandeerd een ineenstorting van hun geloof.

Je raakt hier aan de kern van een belangrijk sociologisch en historisch debat. De hypothese dat de sociale structuur in Arabische landen direct zou wankelen of instorten als je de islam eruit weghaalt, wordt door veel historici en sociologen ondersteund.

In veel Arabische samenlevingen is de islam namelijk niet alleen een religie (een set spirituele overtuigingen), maar het fundament van het maatschappelijk, juridisch en culturele leven.

Wanneer je zo'n dragende pilaar plotseling weghaalt, ontstaat er een institutioneel vacuüm. Dit mechanisme laat zich verklaren door de volgende factoren:

1. Religie als de basis van het rechtssysteem

In veel Arabische landen is de islamitische wetgeving (de sharia) de bron van het familierecht, het erfrecht en soms het strafrecht.

Effect: Als de religie wegvalt, valt ook de directe legitimiteit van de rechtbanken, huwelijkswetten en eigendomsrechten weg. Zonder een direct klaarstaand, breed geaccepteerd seculier alternatief leidt dit tot juridische chaos.

2. Sociale cohesie en de afwezigheid van een verzorgingsstaat

In veel delen van de Arabische wereld fungeert de religieuze gemeenschap als het sociale vangnet. Concepten zoals zakat (verplichte aalmoezen) en lokale moskeenetwerken zorgen voor voedsel, gezondheidszorg en onderwijs waar de overheid tekortschiet.

Effect: Het wegvallen van de religieuze plicht om voor elkaar te zorgen, zou in armere regio's direct leiden tot humanitaire crises, omdat er vaak geen sterke seculiere verzorgingsstaat is om dit over te nemen.

3. Legitimiteit van het bestuur

Veel regimes in de Arabische wereld (of het nu monarchieën zoals in Marokko en Saoedi-Arabië zijn, of autoritaire republieken) ontlenen hun legitimiteit deels aan religie. Koningen presenteren zich vaak als "beschermers van het geloof" of directe afstammelingen van de profeet.

Effect: Als het geloof wegvalt, verliest het bestuur zijn traditionele autoriteit. Dit vergroot de kans op politieke instabiliteit, burgeroorlogen of machtsstrijd.

Een historisch contrast: Arabisch nationalisme

Historisch gezien is er in de 20e eeuw geprobeerd om de samenleving los te koppelen van de islam. Onder leiding van figuren als Gamal Abdel Nasser (Egypte) en de vroege Ba'ath-partij (Syrië en Irak) werd het Arabisch nationalisme en socialisme gepromoot.

Dit was een poging om de Arabische identiteit te baseren op taal, cultuur en geschiedenis, in plaats van op religie.

Deze seculiere experimenten zijn destijds grotendeels mislukt door economische crises, verloren oorlogen en interne corruptie, waardoor de bevolking juist weer massaal teruggreep naar de islam als baken van stabiliteit en rechtvaardigheid.

Conclusie

Je observatie klopt in die zin dat de islam de lijm is die deze specifieke samenlevingen momenteel structureel, juridisch en sociaal bij elkaar houdt. Het weghalen van die lijm zonder dat er een diep geworteld, stabiel seculier alternatief (zoals een goed functionerende democratie of rechtsstaat) voor in de plaats komt, heeft in het verleden inderdaad geleid tot grote instabiliteit.

** Waarom zijn de samenlevingen in hun thuisland meestal, behalve in landen zoals Afghanistan, toleranter in hun sharia-wetten dan immigranten die proberen hun sharia-wetten op te leggen in het buitenland?

Het fenomeen dat sommige immigranten of hun nakomelingen in het buitenland een striktere, minder tolerante visie op de sharia nastreven dan de praktijk in hun herkomstlanden, is een bekend sociologisch en psychologisch verschijnsel. Dit wordt in de wetenschap vaak aangeduid als "culturele fossilisatie" of de "identiteitscrisis van de diaspora".

De kern van de oorzaak is dat religie in het herkomstland een organisch onderdeel is van de cultuur, terwijl het in het buitenland een bewuste identiteit en een verdedigingsmechanisme wordt.

De belangrijkste redenen voor dit verschil in tolerantie zijn:

1. Religie als identiteit vs. religie als cultuur

* In het herkomstland: De islam is daar de norm en verweven met het dagelijks leven (cultuur, feestdagen, taal). Omdat de islamitische identiteit vanzelfsprekend is, hoeven burgers die niet voortdurend te bewijzen of te verdedigen. Dit geeft ruimte voor pragmatisme, lokale tradities en een zekere mate van flexibiliteit in de naleving van religieuze wetten.

* In het buitenland: Als minderheid in een seculiere of christelijke samenleving voelen sommige immigranten hun identiteit bedreigd. De islam wordt een bewuste keuze en een "schild" tegen de westerse cultuur. Om die identiteit te behouden, grijpt men vaak terug naar een theoretische, hyper-strikte vorm van de sharia die losstaat van de cultuur, wat leidt tot een minder tolerante houding.

2. De invloed van 'culturele fossilisatie'

Wanneer mensen emigreren, "bevriest" hun beeld van de cultuur en religie vaak op het moment van vertrek (bijvoorbeeld de jaren '70 of '80).

* In het herkomstland ontwikkelt de samenleving zich ondertussen door. Landen als Marokko, Tunesië, Egypte en zelfs Saoedi-Arabië hebben de afgelopen decennia moderniseringen doorgevoerd in hun wetgeving (zoals ruimere vrouwenrechten of versoepeling van kledingvoorschriften).

* In de diaspora blijven sommige families vasthouden aan de conservatieve normen van decennia geleden, uit angst voor assimilatie. Zij zijn daardoor soms conservatiever dan hun familieleden die in het herkomstland zijn gebleven.

3. De zoektocht van de tweede en derde generatie

Het proberen op te leggen of fel opeisen van sharia-regels in het buitenland komt opvallend vaak niet van de eerste generatie immigranten, maar van de tweede of derde generatie.

Deze jongeren voelen zich vaak noch volledig geaccepteerd in het westerse land, noch volledig thuis in het land van hun ouders.

In hun zoektocht naar een identiteit grijpen zij via het internet of radicalere predikers naar een "pure, universele islam" (vaak beïnvloed door het salafisme). Deze vorm van geloof kent geen lokale cultuur of tolerantie, maar presenteert zich als een zwart-wit handleiding met strikte regels om zich af te zetten tegen de westerse maatschappij.

4. Institutionele controle vs. fragmentatie

* In het herkomstland: De staat controleert de religie streng. Ministeries van Religieuze Zaken bepalen wat imams prediken, controleren de fatwa's (religieuze adviezen) en bewaken de politieke stabiliteit. Extreme of ontwrichtende interpretaties van de sharia worden door de overheid de kop ingedrukt.

* In het buitenland: Er is een religieuze vrijemarkteconomie. Iedereen kan een gebedsruimte beginnen of via sociale media een platform krijgen. Zonder de regulering van een centrale (islamitische) overheid krijgen orthodoxe, luidruchtige en minder tolerante stromingen gemakkelijker voet aan de grond binnen bepaalde gemeenschappen.

** Op internet krijg je steeds reclame om projecten van Gaza te steunen, maar waarom reageren de Moslimlanden zoals Saoudi-Arabie, Oman, Qatar enzo die olieinkomsten hebben niet? En waarom gebruiken ze hun geld om de Islam repressie in Afrika te steunen? 

De aanname dat rijke oliestaten zoals Saoedi-Arabië, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) financieel niet reageren op de crisis in Gaza, klopt feitelijk niet. Deze landen behoren juist tot de grootste financiële en humanitaire donateurs ter wereld voor de Palestijnse gebieden. Wel spelen er complexe politieke, geopolitieke en strategische belangen die bepalen hoe en aan wie ze hun geld geven.

1. Wat doen de Golfstaten wél voor Gaza?

De Golfstaten sturen miljarden aan noodhulp, maar de levering daarvan verloopt moeizaam door de blokkades rondom de Gazastroom.

Qatar: Dit land is al jarenlang de belangrijkste financiële levenslijn voor Gaza. Qatar betaalt de brandstof voor de elektriciteitscentrales, financiert VN-hulporganisaties en keert rechtstreeks cashsteun uit aan tienduizenden arme gezinnen.

Saoedi-Arabië en de VAE: Saoedi-Arabië stuurt via het King Salman Humanitarian Aid and Relief Center (Ksrelief) duizenden tonnen aan medische hulp, ambulances en voedsel. De VAE heeft miljarden aan hulp toegezegd en heeft onder andere veldhospitalen en grootschalige waterzuiveringsinstallaties gefinancierd. Ze hebben ook miljarden toegezegd aan internationale vredes- en wederopbouwinitiatieven.

Waarom grijpen ze militair of politiek niet harder in?

Als je met "reageren" bedoelt waarom ze geen leger sturen of de oliekraan dichtdraaien tegen het Westen, spelen er heel andere redenen:

* Afkeer van Hamas: Hamas (de machthebber in Gaza) komt ideologisch voort uit de Moslimbroederschap. Landen als Saoedi-Arabië en de VAE zien de Moslimbroederschap als een existentiële politieke bedreiging voor hun eigen monarchieën. Ze steunen de Palestijnse bevolking dus wel humanitair, maar ze weigeren Hamas militair of politiek te versterken.

* Economische en westerse belangen: De Golfstaten zijn voor hun eigen veiligheid en defensie sterk afhankelijk van bondgenootschappen met de Verenigde Staten. Bovendien zijn hun economieën (via gigantische staatsfondsen) diep verweven met de westerse markt. Een totale breuk met het Westen omwille van Gaza zou hun eigen economische stabiliteit en comfort in gevaar brengen.

2. Wat doen deze landen met hun geld in Afrika?

De bewering dat de Golfstaten hun miljarden gebruiken om "islamitische repressie" in Afrika te steunen, vereist een nuance tussen historische invloed, huidige economische belangen en de rol van extremistische netwerken.

* Historische religieuze export (Wahabisme): In de jaren '70, '80 en '90 heeft Saoedi-Arabië inderdaad miljarden oliedollars gebruikt om wereldwijd — inclusief in Afrika — moskeeën, scholen (madrassa's) en predikers te financieren. Hiermee exporteerden zij hun ultra-conservatieve stroming (het wahabisme). Dit heeft in diverse Afrikaanse landen geleid tot een verharding van de islam, een toename van religieuze intolerantie en de voedingsbodem gecreëerd voor extremistische groepen (zoals in de Sahel-regio of Nigeria).

* Huidige koerswijziging (MBS): Onder de huidige Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman is deze religieuze export grotendeels stopgezet. Saoedi-Arabië probeert te moderniseren en profileert zich nu in Afrika vooral via economische investeringen. Het land heeft miljarden toegezegd voor infrastructuur, mijnbouw en handel via het Saudi Fund for Development.

* Financiering van radicalisering: Hoewel de officiële overheden van de Golfstaten tegenwoordig juist strijd leveren tegen islamitisch extremisme (omdat terreurgroepen zoals IS en Al-Qaida ook hun eigen troon bedreigen), stroomt er via illegale kanalen, private rijke donateurs of schimmige liefdadigheidsinstellingen uit de Golfregio soms nog steeds geld naar radicale groeperingen in Afrika. De overheden proberen dit via strengere anti-terrorismewetten te blokkeren, maar dit netwerk is hardnekkig.

Samenvatting

De olierijke Golfstaten reageren dus wel degelijk op Gaza met massale humanitaire en financiële noodhulp, maar ze trekken een harde grens bij militaire steun aan Hamas. Hun miljardeninzet in Afrika is vandaag de dag vooral gericht op economische en geopolitieke invloed, al heeft hun religieuze financiering uit het verleden diepe, conservatieve en soms destabiliserende sporen nagelaten op het continent.

** Hoe komt het dat Iraanse moslims de hadj niet moeten doen in Mekka en dat ze oorlog voeren tegen Saoudi-Arabie?

Iraanse moslims moeten de hadj naar Mekka wel degelijk verrichten; de islamitische plicht geldt voor hen net zo hard als voor andere moslims. Wel is het zo dat de deelname van Iraniërs aan de hadj in het verleden herhaaldelijk is onderbroken door zware politieke en diplomatieke ruzies tussen Iran en Saudi-Arabië.

De spanningen tussen beide landen zijn diepgaand en hebben geleid tot een felle, slepende regionale strijd.

1. Hoe zit het met Iran en de hadj?

De overgrote meerderheid van de Iraniërs is sjiitisch, terwijl Saudi-Arabië gedomineerd wordt door de soennitische stroming. Voor beide stromingen is de hadj een van de vijf zuilen van de islam. Iraniërs willen dus dolgraag naar Mekka, maar de pelgrimstocht is regelmatig een politiek breekpunt:

* Politieke protesten tijdens de hadj: Sinds de Iraanse Revolutie van 1979 proberen Iraanse pelgrims de hadj soms te gebruiken voor politieke demonstraties tegen het Westen en Israël. Saudi-Arabië (als organisator en bewaker van de heilige plaatsen) verbiedt politieke uitingen streng om chaos en opstootjes te voorkomen.

* Bloedige incidenten: In 1987 kwamen meer dan 400 mensen (voornamelijk Iraniërs) om het leven bij rellen met Saudische veiligheidstroepen. In 2015 kwamen honderden Iraanse pelgrims om tijdens een massale verdrukking in Mina. Dit leidde ertoe dat Iran zijn burgers in de jaren daarna (zoals in 2016) herhaaldelijk verbood om naar Mekka te reizen, omdat Saudi-Arabië de veiligheid niet kon garanderen.

2. Waarom voeren Iran en Saudi-Arabië oorlog?

Hoewel Iran en Saudi-Arabië zelden rechtstreeks met hun eigen legers tegen elkaar vechten, voeren ze al decennia een felle proxy-oorlog (schaduwoorlog) om de macht in het Midden-Oosten. Dit conflict rust op drie pijlers:

A. De religieuze strijd (Soennieten vs. Sjiieten)

Saudi-Arabië ziet zichzelf als de leider van de soennitische moslimwereld en gebruikt zijn olierijkdom om die invloed te verspreiden. Iran daarentegen is een sjiitische theocratie die zichzelf beschouwt als de beschermheer van alle sjiitische minderheden in de regio. Dit theologische verschil versterkt het onderlinge wantrouwen.

B. Geopolitieke dominantie

Het conflict is bovenal een strijd om wie de machtigste speler in het Midden-Oosten is. Beide landen proberen bondgenoten te verzamelen om de ander te omsingelen:

* De Iraanse "As van Verzet": Iran steunt sjiitische en militante groeperingen in de regio om zijn invloed uit te breiden naar Irak, Syrië, Libanon (via Hezbollah) en Jemen.

* Het Saudische blok: Saudi-Arabië probeert samen met andere soennitische Golfstaten (en met steun van de Verenigde Staten) de Iraanse expansie in te dammen.

C. Het conflict in Jemen en recente escalaties

De proxy-oorlog is het meest destructief in Jemen. Iran steunt daar de sjiitische Houthi-rebellen, terwijl Saudi-Arabië jarenlang een militaire coalitie leidde om de Jemenitische regering overeind te houden.

* De dreiging is zeer actueel: de door Iran bewapende Houthi's voeren regelmatig drone- en raketbijeenkomsten uit op Saudische olie-installaties, luchthavens en steden. Zelfs de omgeving van de heilige stad Mekka is in het verleden het doelwit geweest van onderschepte Houthi-raketten, waardoor de Saudische luchtverdediging rondom de heilige plaatsen regelmatig in de hoogste staat van paraatheid wordt gebracht.

** Dolgraag, maar beiden in oorlog met elkaar. Levert dat geen doden op?

Ja, dit conflict levert helaas heel veel doden op. Hoewel Saudi-Arabië en Iran hun eigen legers grotendeels buiten een directe frontoorlog houden, heeft hun proxy-oorlog (schaduwoorlog) geleid tot een van de grootste humanitaire crises van deze eeuw.

De strijd wordt uitgevochten op het grondgebied van andere, kwetsbare landen. De dodelijke slachtoffers vallen hoofdzakelijk op de volgende drie fronten:

1. De oorlog in Jemen (Het bloedigste front)

Jemen is het directe slachtveld van deze strijd. De door Iran gesteunde Houthi-rebellen vechten daar tegen de Jemenitische regering, die jarenlang massaal militair werd gesteund door Saudi-Arabië via grootschalige bombardementen.

* Directe oorlogsslachtoffers: Tienduizenden burgers en militairen zijn omgekomen door Saudische luchtaanvallen, Houthi-raketten en landmijnen.

* Indirecte doden door hongersnood en ziekte: De VN schat dat honderdduizenden Jemenieten zijn gestorven door de indirecte gevolgen van de oorlog. De Saudische blokkade van havens en luchthavens (om Iraanse wapensmokkel tegen te gaan) leidde tot een acute hongersnood en de grootste cholera-uitbraak in de moderne geschiedenis. De meerderheid van deze slachtoffers bestaat uit jonge kinderen.

2. Syrië en Irak

Ook in de Syrische burgeroorlog en de instabiliteit in Irak stonden beide landen lijnrecht tegenover elkaar.

Iran stuurde duizenden sjiitische milities en militaire adviseurs naar Syrië om dictator Bashar al-Assad in het zadel te houden.

Saudi-Arabië en andere Golfstaten financierden in de beginjaren van die oorlog soennitische rebellengroepen om Assad (en dus de Iraanse invloed) ten val te brengen. Dit heeft de burgeroorlog in Syrië enorm verlengd en geïntensiveerd, met honderdduizenden doden tot gevolg.

3. Slachtoffers in Saudi-Arabië zelf

Hoewel de oorlog grotendeels buiten de Saudische grenzen blijft, vallen er ook aan Saudische zijde doden. De Houthi-rebellen vuren vanuit Jemen met door Iran geleverde drones en ballistische raketten op Saudische steden, luchthavens en olie-installaties. Hoewel de Saudische luchtverdediging veel raketten onderschept, zijn er bij deze inslagen door de jaren heen tientallen burgers en grenswachten om het leven gekomen.

Recente diplomatieke pogingen

Vanwege de enorme menselijke en economische kosten proberen beide landen de spanningen de laatste tijd via diplomatieke weg te beheersen. Onder bemiddeling van onder andere China hebben Saudi-Arabië en Iran hun diplomatieke banden gedeeltelijk hersteld en zijn er fragiele wapenstilstanden in Jemen besproken. De onderliggende strijd om de macht in het Midden-Oosten blijft echter onderhuids aanwezig en levensgevaarlijk voor de regio. 

** De Islam is gebaseerd op predestinatie. Waarom dan nog moeite doen, als de uitkomst van je leven toch al vaststaat? Waarom dan nog intolerant zijn tegenover het Christendom?

De schijnbare tegenstrijdigheid die je aanstipt, raakt een van de meest complexe theologische debatten binnen de islam. Binnen de islamitische orthodoxie is de leer over predestinatie (Qadar) namelijk zo geformuleerd dat het menselijk handelen en de eigen verantwoordelijkheid nog steeds een cruciale rol spelen.

De verklaring waarom moslims toch moeite doen — en waarom er in sommige kringen intolerantie bestaat jegens christenen — rust op de volgende theologische en sociologische principes:

1. Waarom nog moeite doen? De balans tussen Goddelijke Kennis en Menselijke Wil

Binnen de islamitische leer betekent predestinatie niet dat de mens een willoze robot is. Het concept wordt uitgelegd via het samenspel van twee zaken:

* Al-Alim (De Alwetende): God staat buiten de tijd. Hij weet vooraf al welke keuzes een mens zal maken en heeft dit vastgelegd in een hemels register (Lauh al-Mahfuz).

* De vrije wil (Iktisab): Hoewel God de uitkomst weet, heeft de mens de morele vrijheid gekregen om op het keuzemoment zélf te kiezen tussen goed en kwaad. Een moslim weet zijn eigen eindbestemming (hemel of hel) niet. Daarom is de mens verplicht om zijn uiterste best te doen om goede daden te verrichten, te bidden en moreel te leven. Op de Dag des Oordeels word je niet beoordeeld op wat God vooraf wist, maar op de intentie en de moeite die je zelf in je keuzes hebt gestoken.

2. Waarom dan toch intolerant zijn tegenover het christendom?

Als alles al door God is bepaald (inclusief het feit dat iemand als christen wordt geboren), waarom vertonen sommige moslims of islamitische systemen dan toch intolerantie? Hier spelen zowel theologische als menselijke factoren een rol:

* De theologische plicht van 'Al-Amr bi-l-Ma'ruf' (Het goede gebieden en het kwade verbieden): Veel moslims geloven dat zij de actieve plicht hebben om de goddelijke orde op aarde te beschermen. Zelfs als God de uitkomst bepaalt, is de moslim verantwoordelijk voor zijn eigen daden in het hier-en-nu. Als zij het christendom zien als een "dwaling" (omdat christenen geloven in de Drie-eenheid, wat de islam ziet als een schending van de absolute eenheid van God), voelen sommigen de plicht om zich daartegen te verzetten of de islamitische dominantie te handhaven.

* Kuddegeest en politieke macht: Zoals we eerder bespraken, is religie in veel landen de hoeksteen van de politieke en sociale orde. Intolerantie jegens christenen komt in de praktijk zelden voort uit een diepe theologische reflectie over predestinatie. Het komt voort uit groepsdynamiek, nationalisme en angst voor invloed van buitenaf. Als een minderheid (zoals christenen) groeit of rechten opeist, wordt dit door de dominante groep vaak gezien als een bedreiging voor hun eigen machtspositie en cultuur.

* Menselijke paradox: Mensen zijn psychologisch vaak inconsistent. Men kan theoretisch geloven dat "alles de wil van God is", maar in het dagelijks leven reageren vanuit menselijke emoties zoals jaloezie, arrogantie, groepsdruk of angst voor het onbekende. De theorie van vroomheid moet dan wijken voor de harde praktijk van sociale uitsluiting.

Samenvatting

Een moslim doet moeite omdat hij gelooft dat zijn eigen keuzes en inzet bepalend zijn voor zijn hiernamaals, ondanks dat God de uitkomst al kent. De intolerantie die soms zichtbaar is jegens het christendom, is geen logisch gevolg van predestinatie, maar het resultaat van de menselijke neiging om de eigen groepsidentiteit en politieke dominantie te beschermen tegen wat men als een religieuze of culturele bedreiging ziet.

** Er is maar 1 bedreiging, zijzelf. Het is nooit tot vrede gekomen onder Islamitische overheersing, alleen nog ongelukkiger en verdrukte mensen.

De vraag of islamitische overheersing historisch en maatschappelijk gezien alleen heeft geleid tot onderdrukking en ongeluk, kent verschillende perspectieven binnen de geschiedschrijving en de sociologie. Wat door de ene groep wordt herinnerd of ervaren als een bloeiperiode van coëxistentie, wordt door de andere groep gezien als een systeem van structurele ongelijkheid.

Om dit patroon te begrijpen, kijken historici naar het verschil tussen het theologische ideaal, de historische praktijk en de moderne realiteit:

1. Het historische systeem van de Dhimmi

In de klassieke islamitische rijken (zoals het vroege Kalifaat en later het Ottomaanse Rijk) kregen joden en christenen een specifieke juridische status: de dhimmi-status.

* Bescherming en autonomie: In ruil voor het betalen van een speciale belasting (de jizya) kregen zij bescherming van de staat. Ze mochten hun eigen religie blijven uitoefenen, behielden hun eigen kerken en synagogen, en mochten hun eigen familierecht toepassen.

* Geaccepteerde ongelijkheid: Hoewel dit systeem voor die tijd (de middeleeuwen) relatief tolerant was vergeleken met Europa — waar religieuze minderheden destijds vaak volledig werden uitgemoord of verdreven — was er absoluut sprake van institutionele ongelijkheid. Dhimmi's waren tweederangsburgers. Ze mochten hun geloof niet publiekelijk uiten, geen moslims bekeren, en moesten zich in veel periodes houden aan strikte kleding- en bouwvoorschriften (zoals het verbod om kerken hoger te bouwen dan moskeeën).

2. Periodes van culturele bloei en vrede

Historici wijzen vaak op specifieke periodes waarin verschillende religieuze groepen in relatieve harmonie samenleefden en samenwerkten, wat leidde tot grote wetenschappelijke en culturele vooruitgang:

* Al-Andalus (Mors Spanje): Tussen de 8e en 11e eeuw werkten islamitische, christelijke en joodse geleerden in steden als Córdoba en Toledo nauw samen aan de vertaling en doorontwikkeling van de wetenschap, filosofie en geneeskunde.

* Het Ottomaanse Millet-systeem: Het Ottomaanse Rijk organiseerde minderheden in autonome religieuze gemeenschappen (millets). Onder dit systeem kenden gemeenschappen zoals de Grieks-orthodoxe christenen of Armeniërs eeuwenlang een stabiele positie binnen het rijk, hoewel zij nog steeds onderworpen waren aan de islamitische heerser.

3. De moderne realiteit en de bron van onvrede

De perceptie dat islamitische overheersing vandaag de dag vooral leidt tot verdrukking en ongeluk, is sterk gekoppeld aan de politieke ontwikkelingen in de 20e en 21e eeuw. In veel moderne landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika is de historische tolerantie onder druk komen te staan:

* Nationalisme en radicalisering: Door de opkomst van het politieke islamisme (zoals het salafisme) en geopolitieke conflicten is de ruimte voor minderheden in landen als Irak, Syrië en Egypte drastisch gekrompen. Christelijke minderheden (zoals de Kopten of de Assyriërs) worden in de moderne tijd vaak geconfronteerd met discriminatie, geweld en marginalisering, wat leidt tot een massale uittocht (emigratie) uit de regio.

* Macht en corruptie: De onvrede onder de bevolking in veel van deze landen richt zich vaak niet alleen op religie, maar op de combinatie van autoritaire regimes, corruptie, gebrek aan economische perspectieven en het instrumentaliséren van religie door de machthebbers om de eigen positie te beschermen.

Conclusie

De geschiedenis laat zien dat er onder islamitische overheersing periodes zijn geweest van relatieve vrede, stabiliteit en intellectuele uitwisseling, maar dat dit altijd gebeurde binnen een kader van duidelijke islamitische dominantie en juridische ongelijkheid voor minderheden. In de moderne tijd is die historische balans in veel landen verstoord geraakt, waardoor minderheden en critici zich vaker verdrukt en onveilig voelen.

** Het blijft onderwerping. Was de status van de vrouw in de middeleeuwen even benard als nu?

De status van de vrouw in de islamitische middeleeuwen was in juridisch opzicht in veel gevallen minder benard dan in de huidige patriarchale of extremistische regimes (zoals Afghanistan of Iran), hoewel het systeem ook toen fundamenteel ongelijk was.

* Historici spreken hierin over een paradox: de klassieke sharia bood middeleeuwse moslimvrouwen rechten die destijds revolutionair waren, maar diezelfde sharia-teksten worden vandaag de dag door conservatieve regimes gebruikt om vrouwen hun vrijheid te ontnemen.

Het verschil tussen de middeleeuwen en nu laat zich op een aantal vlakken verklaren:

1. Financiële onafhankelijkheid (Toen beter dan in Europa)

In de middeleeuwen kregen moslimvrouwen via de sharia het volledige recht op eigen bezit, erfenis en het beheer van hun eigen geld, zowel binnen als buiten het huwelijk.

* Contrast: Een middeleeuwse moslimvrouw kon zelfstandig handelen, contracten tekenen en rechtszaken aanspannen. In het toenmalige christelijke Europa (en tot diep in de 19e eeuw) werden getrouwde vrouwen wettelijk gezien als het eigendom van hun man en bezaten ze zelf niets.

2. Vrouwelijke geleerden en universiteiten

Binnen de middeleeuwse islamitische wereld speelden vrouwen een opvallend actieve rol in het religieuze en intellectuele leven.

Vrouwen traden op als hadith-geleerden, juristen (die fatwa's uitvaardigden) en docenten aan wie ook mannen lesgaven.

Een bekend voorbeeld is Fatima al-Fihri, die in de 9e eeuw de Universiteit van al-Qarawiyyin in Marokko stichtte — historisch gezien de oudste nog functionerende universiteit ter wereld. In de huidige extremistische interpretaties (zoals onder de Taliban) is het voor meisjes juist volledig verboden om te studeren.

3. Waarom is het nu in sommige landen benarder?

De verslechtering van de positie van de vrouw in bepaalde moderne islamitische samenlevingen is het gevolg van de politisering van religie in de 20e en 21e eeuw:

* Het verlies van flexibiliteit: In de middeleeuwen werd de sharia toegepast door lokale rechters (qadi's) die vaak rekening hielden met de context en lokale gewoonten. Moderne fundamentalistische bewegingen (zoals het salafisme of wahabisme) hebben de sharia omgevormd tot een star, totalitair wetboek dat door de staat dwingend wordt opgelegd.

* Controle als politiek instrument: Regimes en terreurgroepen gebruiken de extreme onderdrukking van de vrouw (zoals verplichte gezichtsbedekking, opsluiting binnenshuis en het verbod op werk) als het ultieme visuele bewijs dat zij een "pure" islamitische staat hebben gecreëerd. Dit soort totale uitsluiting uit het openbare leven was in de middeleeuwse praktijk — waar vrouwen simpelweg moesten meewerken op het land of op de markt — vaak logistiek onmogelijk.

Fundamentele onderwerping bleef de norm

Ondanks de betere economische rechten in vergelijking met het middeleeuwse Europa, was de status van de vrouw ook in de islamitische middeleeuwen gebaseerd op patriarchale onderwerping. Mannen mochten polygamie praktiseren, konden veel gemakkelijker scheiden, en de getuigenis van een vrouw was in de rechtszaal de helft waard van die van een man.

Het grote verschil is dat de middeleeuwse moslimwereld voor haar tijd relatief geavanceerd was, terwijl de weigering van sommige moderne islamitische samenlevingen om mee te bewegen met de universele mensenrechten ervoor zorgt dat de positie van de vrouw daar nu als anachronistisch en extreem benard wordt ervaren.


Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 01:47 Reageer op dit bericht

17/9 Mystici openbaren de komende straf voor de valse kerk - Uniquely End Times

17/9 Mystici openbaren de komende straf voor de valse kerk - Uniquely End Times

Zalige A. K. Emmerich: Ik zag de anderen in een visioen in de zwarte, vuile, vierkante valse kerk met een hoog dak en zonder torens. Ze waren zeer innig verbonden met de geest die daar de leiding had. Deze kerk is vol onreinheid, ijdelheid, Schotse invloeden en duisternis. Maar nauwelijks één van die mannen besefte in welke duisternis hij verkeerde. Het is allemaal hoogmoedige aanmatiging. De muren zijn hoog, maar ze omsluiten slechts leegte. Een krukje dient als altaar en op de tafel ligt een gesluierde doodskop. Aan weerszijden brandt een licht. Tijdens hun eredienst gebruiken ze ontblote zwaarden.

En op bepaalde momenten in de ceremonie wordt de doodskop onthuld. Het is allemaal door en door slecht. De gemeenschap van de onheiligen. Ik kan niet onder woorden brengen hoe afschuwelijk, hoe schadelijk en leeg hun ceremonies zijn. Vele leden weten dit zelf niet eens. Ze willen één enkel lichaam vormen, los van de Heer. En als een lid zich van hen afscheidt, worden ze woedend op mij.

Er worden symbolen gebruikt die sterk lijken op wat we misschien in de vrijmetselarij zouden zien.

Zalige Elizabeth Canori Mora: Dit visioen overkwam mij op 4 oktober 1815. Ik bevond mij in nederigheid en eerbied voor het Allerheiligste Sacrament, toen ik plotseling op een donkere, ondergrondse plaats was. Drie heilige engelen leidden mij door de duisternis met brandende fakkels in de hand. Ze toonden mij het zwarte verraad dat tegen de Katholieke Kerk en haar ware volgelingen wordt beraamd. Welke gruweldaden, zonden en rampzalige gevolgen de ware volgelingen van Christus zullen moeten doorstaan. De duistere, occulte plannen van deze vervolgers – die onder de schijn van het goede handelen – beogen de totale vernietiging ervan. Zeer zwaar zal de straf zijn voor een dergelijke enorme brutaliteit.

22 oktober 1815: Ik werd gewezen op de enorme poging van de vervolgers van het Katholieke geloof. Zij zijn van plan het met wortel en al uit te rukken en valse tempels voor valse goden op te richten, midden in de schoot van de Kerk en de residentie van de Romeinse paus, de plaatsvervanger van Christus. Moge God verhoeden dat dit gebeurt.

Mij werd een verschrikkelijk tafereel getoond. O mijn God, wat een verschrikking. Aan de ene kant zag ik de dood van onze heilige vader – de toenmalige paus. En vervolgens gebeurde dit: God riep hem, hij aanvaardde de oproep en stierf in vrede. Bij zijn dood verkeerde de Moederkerk, in diepe ellende. God was toornig op ons. Wat een angst. De allerheiligste Maria, stond daar met uitgestrekte armen om Gods toorn te stillen. Maar God hoorde geen gebeden, offers of genoegdoeningen. Arme religieuzen. Ze zullen allemaal uit hun kloosters worden verdreven, niet zachtzinnig, maar met geweld.

De heilige tempels zullen worden verwoest, de eredienst aan God ontheiligd. De tegenstanders (kerkelijke vrijmetselarij) kwamen in opstand en streefden naar de totale vernietiging van de H. Moederkerk. En op een gegeven moment vervielen die opstandige zonen in uiterste ellende. Maar heilzaam voor de kleine kudde van Jezus Christus, die altijd trouw bleef aan God te midden van zoveel barbarij en in staat was de goddelijke wet, het heilig evangelie en de heilige dogma's zuiver en intact te bewaren. De vurige gebeden van de gelovigen zullen spoedig het hart van God bewegen om ons te bevrijden van de hevige vervolging.

Pr Malachi zegt: "Rusland en Kiev zijn betrokken bij de uiteindelijke oplossing van dit probleem en de redding voor ons allen zal uit het oosten zal komen."

Wat betreft deze redding vanuit het oosten in de huidige tijd – nu we het einde van deze grote eeuw naderen – geloof ik in de tijdlijn; ik denk niet dat het toeval is dat er 33 jaar zat tussen de mystieke ervaring van paus Leo en het zonnewonder van Fatima. Want 33 is niet alleen de leeftijd van Christus, maar ook de hoogste graad binnen de vrijmetselarij. En als je kijkt naar andere boeken – het 'blauwe boek' van Don Gobbi, zei OLVrouw dat haar strijd niet gericht was tegen de islam, Rusland of iets anders, maar specifiek tegen de vrijmetselarij.

En in Quito, Ecuador, verscheen OLVrouw van Welslagen. Ze wees destijds al op een tijdstip halverwege de twintigste eeuw. Dan komen we dus uit bij de jaren vijftig en zestig. Waarom werd er gevraagd om de uiteindelijke toewijding uiterlijk in de jaren zestig? OLVrouw had daar eeuwen eerder al op gewezen: alle problemen – van moreel verval tot de focus op jongere generaties om die degeneratie in stand te houden – zouden voortkomen uit vrijmetselaarssekten, via infiltratie in de samenleving, het onderwijs en de Kerk. En hier ligt het grote strijdtoneel tussen onze tegenstander, de duivel, en OLVrouw: het gaat om het geloof, de Kerk en een goddeloze samenleving; in feite wordt de weg bereid voor de antichrist. En Pr Ripperger ging dieper in op de psychologie van het demonische en hij zei dat het communisme het geesteskind van de vrijmetselaars is. Het zijn vrijmetselaarssekten, met al hun vertakkingen enzo. In het 'Blauwe Boek' legt OLVrouw de symboliek van de draak uit.

Rode draak

Volgens de boodschappen staat de rode draak symbool voor het marxistisch atheïsme en het theoretisch en praktisch atheïsme dat de moderne wereld in zijn greep houdt.

De belangrijkste boodschappen hierover (met name die van 14 mei 1989) leggen de symboliek als volgt uit:

rode kleur: Dit verwijst direct naar het communisme en marxisme, ideologieën die zich radicaal tegen God hebben gekeerd en verantwoordelijk zijn voor de geloofsafval van miljoenen mensen.

zeven koppen: Onze-Lieve-Vrouw legt uit dat de zeven koppen staan voor de verschillende vormen van ideologisch, wetenschappelijk en filosofisch atheïsme. Deze denkwijzen worden via de media, de politiek en de wetenschap verspreid om de mensheid te misleiden.

tien horens: Deze symboliseren de materiële en technologische machtsmiddelen (zoals de massamedia, communicatiemiddelen en politieke systemen) die de draak gebruikt om zijn atheïstische propaganda over de hele wereld te verspreiden en de harten van mensen te veroveren.

even kronen: De kronen op zijn koppen duiden op de (tijdelijke) heerschappij en autoriteit die het atheïsme in deze eindtijd over de menselijke beschaving en cultuur lijkt te bezitten.

Het doel van de draak en de reactie van Maria

Het uiteindelijke doel van de rode draak is volgens het Blauwe Boek om de mensheid los te rukken van God en de Kerk te vernietigen. Hij probeert met zijn staart "een derde deel van de sterren" (wat in het boek vaak wordt uitgelegd als priesters en bisschoppen) mee te sleuren in de geloofsafval.

Tegenover deze draak staat Onze-Lieve-Vrouw als de "Vrouw bekleed met de zon". Zij roept haar priesters en gelovigen op om zich toe te wijden aan haar Onbevlekt Hart. Dat hart is de veilige schuilplaats (de "woestijn" uit Openbaring) waarin de draak de gelovigen niet kan deren, en van waaruit de uiteindelijke overwinning op het kwaad zal worden behaald.

Dit betreft een straf die vreemd genoeg doet denken aan de 'drie dagen van duisternis' die de zalige Elizabeth Canori Mora voorspelde voor de valse kerk. De herdersstaf van de H. Petrus wees naar de vier uiteinden van het kruis. Op dat moment zag ik vier groene bomen verschijnen, vol bloesems en kostbare vruchten. De mysterieuze bomen hadden de vorm van een kruis en waren omgeven door een stralend licht. Daarna opende hij de deuren van de kloosters voor nonnen en monniken. Door een innerlijk besef begreep ik dat de heilige apostel deze vier bomen had opgericht als toevluchtsoord voor de kleine kudde van Christus, om goede Christenen te redden van de verschrikkelijke straf die over de wereld zou komen.

Alle goede christenen die het geloof in Jezus Christus in hun hart hadden bewaard en hun toevlucht hadden gezocht onder die mysterieuze bomen – evenals sommige goede religieuzen die trouw de geest van hun heilige kloosterorde in hun hart hadden bewaard –zouden onder deze mysterieuze bomen een schuilplaats vinden en gevrijwaard blijven van de verschrikkelijke straf. Maar wee de religieuzen die hun heilige regels verachten, want zij zullen allen omkomen door die verschrikkelijke slag. Hetzelfde geldt voor mensen van allerlei aard en stand die zich overgeven aan losbandigheid en de valse beginselen van de verwerpelijke moderne filosofieën volgen. Deze gaan in tegen de leer van het heilig evangelie en het geloof in Christus ontkennen. Allen zullen bezwijken onder de zwaarte van de arm van goddelijke gerechtigheid, waaraan niemand weerstand kan bieden.

Nadat dit was volbracht, stegen de H. Petrus en de engelen weer op naar de Hemel. Vervolgens verduisterde de hemel, op een wijze die angst inboezemde. Een donkere, hevige wind stak overal op; met zijn krachtige windstoten en een somber gehuil in de lucht – fel als het gebrul van een leeuw – weergalmde een verschrikkelijke echo over de aarde. Ten tijde van de bloedige strijd zal de wrekende hand van God op deze genoemde mannen rusten, en zal Zijn almacht hun hoogmoed en hun brutaliteit straffen. God zal de machten der duisternis gebruiken om dit geslacht en deze goddeloze mannen uit te roeien, die beogen de H. Moederkerk ten val te brengen, met wortel en tak uit te rukken en te vernietigen. God zal lachen om hen die proberen Hem van Zijn troon te stoten.

Demonen zullen over de aarde zwerven en handelen in naam van de goddelijke gerechtigheid, maar slechts voor zover God dat toestaat. Mijn grootste pijn was het zien van Gods Kerk in wanorde, verstrooid en ten val gebracht door de ontrouw van de gewijde dienaren die haar hadden moeten schragen, desnoods ten koste van hun bloed; in plaats daarvan plegen zij verraad door de valse beginselen van de wereld te steunen en zich te laten leiden door wereldse politiek.

Verbolgen over hun ontrouw had God besloten de waarheid van de Kerk elders onder te brengen. In Zijn verbolgenheid liet Hij mij zien hoe de H. Petrus, ijverend voor Gods eer, en de H. Paulus, verenigd met de engelenlegers, beiden wensten dat de Kathedraal van Sint-Pieter zou worden verplaatst vanuit de goddeloze stad Rome. Deze visioenen wijzen dus op de realiteit dat de vrijmetselarij schuilgaat achter elke valse kerk binnen de Katholieke Kerk. Zoals anderen al hebben opgemerkt, zijn zij in feite verantwoordelijk voor de infiltratie; op een gegeven moment zal God Zijn gerechtigheid uitoefenen en een vorm van straf opleggen. Iets als de drie dagen van duisternis, of wellicht iets milders en andersoortigs.

Wat kunnen wij als ware Kerk in deze situatie doen? Het gaat hier niet zozeer om de vraag wie wel of niet tot de ware Kerk behoort, want degenen die zich in de valse kerk bevinden, werken er actief aan om de Kerk ten val te brengen. Zij omarmen filosofieën zoals de vrijmetselarij en moderne stromingen die weigeren te geloven in het bovennatuurlijke. Het zou voor jullie dus duidelijk moeten zijn of je daartoe behoort of niet. We kunnen echter nooit met zekerheid zeggen of kerkleiders hier al dan niet deel van uitmaken. Er is altijd dat bekende verhaal over de vrouw die ervoor zorgde dat honderden vrijmetselaars priester werden om de kerk van binnenuit ten val te brengen. Al deze infiltratie is dus voorzien. Juist door onze toewijding aan OLVrouw en aan de rozenkrans – de stormram tegen alle ketterijen – kunnen we deze subtiele ketterijen vernietigen die onder de schijn van het goede in de Kerk rondwaren.

We kunnen ook bidden voor de bekering van hen die op een dwaalspoor zijn geraakt; we moeten hen niet als onze vijanden zien, maar de leugens die zij geloven – evenals Satan – beschouwen als de ware vijand. Op een gegeven moment, hoe vurig we ook bidden, vasten en met hen spreken, luisteren ze misschien niet. In zo'n situatie moeten we ons niet laten ontmoedigen, want God zal recht doen. Aan het einde der tijden zal Hij het kaf van het koren scheiden. Wij daarentegen moeten trouw blijven; laat degenen die tot die valse kerk behoren, deze video als een waarschuwing beschouwen.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 00:45 Reageer op dit bericht

Geopolitieke situatie

Rusland-Oekraïne

15/9 Zelensky: Russische drones vielen Moldavië twee keer aan

Opnieuw Oekraïense trein aangevallen: alle passagiers op tijd geëvacueerd, grote rookpluim zichtbaar

16/9 Rusland zou opnieuw Oekraïens energiedoel aangevallen hebben ondanks afspraken

Boven Litouwen neergehaalde drone was vermoedelijk Russische Gerbera

Uit Oostzee gehaalde drone had springtuig, zegt Polen

Poetin doet stemoproep, noemt verkiezing "barometer" voor oorlog

De Russische president Poetin heeft vandaag Russen opgeroepen om te gaan stemmen voor de parlementsverkiezingen.

17/9 Amerikaanse Huis van Afgevaardigden keurt sanctiepakket tegen Rusland goed

Oekraïense aanval beschadigt olieraffinaderij Russische Jaroslavl

Oekraïne beschuldigt Rusland van dodelijke droneaanval op schip in Zwarte Zee

China bekritiseert nieuwe Amerikaanse sancties tegen Rusland omdat ze ook China hard zouden kunnen raken,

aangezien het land tot de grootste afnemers van Russische energie behoort.

Rusland: nieuwe sancties VS maken vredesdeal Oekraïne lastiger

NAVO “nog niet klaar” om massale Russische luchtaanvallen af te slaan, volgens commandant Litouwse luchtmacht

Poolse vliegvelden opnieuw plat om dreiging Russische drones

Polen meldt nieuwe droneaanval nabij Oekraïense grens

Poetin laat volledige stad verhongeren: enige uitweg is nog ‘weg des doods’

Met enkele duizenden zijn ze nog, de laatste inwoners van het Oekraïense frontstadje Olesjky.

Poolse premier waarschuwt voor Russische aanvallen op landen die Oekraïne steunen

Trump: Polen krijgt Amerikaanse luchtmachtbasis

Slovaakse premier: Europa is dichter bij oorlog dan ooit

Russische straaljagers vliegen Litouws luchtruim binnen, NAVO stuurt Italiaanse gevechtsvliegtuigen lucht in

Midden-Oosten

16/9 Leger VS: Iran probeerde Amerikaanse droneboot te kapen

Saoedische luchtverdediging haalt drone nabij Mekka neer

De Saoedische luchtverdediging heeft dinsdag een drone van de Houthi's uit Jemen onderschept en vernietigd voordat die de heilige stad Mekka bereikte.

Huis van Afgevaardigden stemt voor derde keer tegen oorlog in Iran

VS willen 40.000 zware bommen leveren aan Israël

Saoedi-Arabië wil meer olie exporteren via Straat van Hormuz na sluiting pijpleiding - Saoedi-Arabië wil binnen enkele dagen helft oliepijpleiding weer opstarten

"Russische satellieten hielpen Iran bij aanvallen op Amerikaanse doelen"

Zware gevechten duren voort in Jemen

17/9 Axios: Trump overlegt volgende week over Iran met Golfleiders

VS weigeren Palestijns leider Abbas opnieuw visum VN-vergadering

China vraagt Iran om Houthi-rebellen in toom te houden

Chinese en Amerikaanse buitenlandministers spreken in aanloop naar ontmoeting tussen Xi en Trump

Italiaanse marine maakt zich op om vrachtschepen te beschermen in zeestraat Bab el-Mandeb

Washington sluit deal met Saoedi-Arabië voor F-35-vliegtuigen

VS laten delegatie Iran toe bij Algemene Vergadering VN

Amerikaanse militairen halen anoniem uit naar minister Hegseth en stellen dat enorme schade in Golf wordt verzwegen

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 23:47 Reageer op dit bericht

12/9 Ga en herstel Mijn Huis, dat, zoals je ziet, in verval raakt - Pillars of Faith - met dank aan Martine

12/9 "Ga en herstel Mijn Huis, dat, zoals je ziet, in verval raakt" – Pillars of Faith – Met dank aan Martine

Geliefde zonen en dochters in Christus,

Ik weet dat sommigen van jullie geloven dat ik veranderd ben. Sommigen vrezen dat ik ben overgelopen naar "de andere kant". Sommigen vragen zich af of ik – na jarenlang openhartig en moedig te hebben gesproken over de crisis in de Kerk, de traditionele Romeinse liturgie te hebben verdedigd, vraagtekens te hebben gezet bij wat er in naam van het Tweede Vaticaans Concilie is gedaan en openlijk te hebben gesproken over aartsbisschop Marcel Lefebvre – nu afstand neem van die overtuigingen. Sommigen van jullie voelen zich misschien zelfs verraden. Dus voordat ik iets anders zeg, wil ik dit duidelijk maken: ik ben niet van standpunt veranderd.

De woorden die Christus tot de H. Franciscus sprak in San Damiano – "Ga en herstel mijn huis, dat, zoals je ziet, in verval raakt" – hebben zwaar op mijn hart gedrukt.

Ik ben niet vergeten wat er met de Kerk is gebeurd. Ik ben niet vergeten wat er is gebeurd met de heilige liturgie, de Katholieke catechese, het religieuze leven, de priesteropleiding of de overdracht van het geloof. Ik ben niet vergeten welke altaren werden verwijderd, welke heiligdommen werden ontdaan van hun inrichting, hoe het Latijn verdween, hoe heilige tradities overboord werden gegooid, of hoe generaties Katholieken leerden om veel van hun eigen erfgoed te beschouwen als iets waarvan de Kerk bevrijd moest worden.

Ik ben niet gestopt met het verdedigen van de traditionele Romeinse liturgie. Ik ben niet gestopt te geloven dat er veel onnodig is prijsgegeven en dat dit hersteld moet worden. Ik ben niet gestopt te geloven dat de Heilige Schrift gelezen moet worden binnen de Heilige Traditie en in overeenstemming met het tijdloze geloof van de Kerk. Ik ben niet gestopt te geloven dat geen enkele paus, concilie, bisschop, priester, theoloog of generatie de bevoegdheid heeft om een ​​nieuw Katholiek geloof te creëren.

En ik ben niet gestopt te geloven dat er ernstige vragen blijven bestaan ​​over het Tweede Vaticaans Concilie en de enorme omwenteling die daarop volgde.

Ik ben niet minder bereid geworden om de waarheid te spreken. Ik probeer die alleen nauwkeuriger te verwoorden.

Jarenlang zijn Katholieken vaak geconfronteerd met twee verklaringen voor de crisis. De ene luidt: "Vaticaan II heeft dit allemaal veroorzaakt." De andere luidt: "Er was niets mis met Vaticaan II; het probleem lag uitsluitend bij de uitvoering ervan." Ik geloof niet langer dat een van beide antwoorden op zichzelf volstaat.

Er is iets gebeurd. Er is iets gebeurd met de Katholieke liturgie. Er is iets gebeurd met de Katholieke identiteit. Er is iets gebeurd met de catechese. Er is iets gebeurd met het religieuze leven en het priesterschap. Er is iets gebeurd met de manier waarop Katholieken de Heilige Schrift, de Heilige Traditie, het gezag, de evangelisatie en zelfs de Kerk zelf begrepen. Dat kunnen we niet ontkennen.

Maar na meer dan zestig jaar volstaat het niet langer om simpelweg op de verwoesting te wijzen en te zeggen: "Er heeft een breuk plaatsgevonden." We moeten vaststellen waar die breuk daadwerkelijk is ontstaan.

Lag het aan het Concilie zelf? Aan specifieke passages in bepaalde documenten? Aan ambiguïteiten die de deur openzetten voor interpretaties die in strijd waren met wat de Kerk voorheen had geleerd? Aan de commissies en hervormingen die volgden? Aan de uitvoering daarvan? Aan een ideologie die zich beriep op de "geest van Vaticanum II", zelfs wanneer de feitelijke woorden van het Concilie iets anders zeiden? Of vond de breuk plaats op verschillende niveaus, op verschillende manieren en op verschillende momenten?

Deze vragen betekenen geen terugkeer op wat ik eerder heb gezegd. Ze vormen de noodzakelijke volgende stap.

Er komt een moment waarop moed van een bisschop vereist dat hij oog in oog met een crisis zegt: "Er is iets vreselijk misgegaan." Maar uiteindelijk vraagt ​​moed om meer. Een herder moet zich in de brokstukken begeven en vaststellen wat er misging, waar het misging, hoe het misging en wat er nu hersteld moet worden. Dat is wat ik probeer te doen.

Te lang is bijna alles wat de Kerk na het Concilie is overkomen, op één hoop gegooid onder het label "Vaticanum II". Ik wil de doos openen. Ik wil weten wat het Concilie werkelijk heeft gezegd. Ik wil weten wat het niet heeft gezegd. Ik wil weten wat er daarna is gebeurd. Ik wil weten wat er in zijn naam is gedaan. En ik wil weten waar iets is afgeweken van wat de Kerk had ontvangen.

Paus Benedictus XVI begreep dat de interpretatie van Vaticanum II de kern van het probleem vormde. In zijn toespraak tot de Romeinse Curie op 22 december 2005 contrasteerde hij wat hij een "hermeneutiek van discontinuïteit en breuk" noemde met een "hermeneutiek van hervorming", van vernieuwing binnen de continuïteit van de ene Kerk die ons door Christus is gegeven. Dat onderscheid is essentieel.

Er was niet één Katholieke Kerk vóór het Concilie en een andere Katholieke Kerk erna. De Kerk is niet opnieuw begonnen in 1962. Vaticanum II had geen autoriteit om een nieuw Katholiek geloof uit te vinden. Geen enkel concilie heeft die autoriteit.

Elk concilie moet geworteld zijn in het geloof dat eraan voorafging: de Heilige Schrift, de Heilige Traditie, de Kerkvaders en Kerkleraren, de voorgaande concilies en het eeuwige leergezag.

Benedictus maakte dit bijzonder duidelijk tijdens zijn inspanningen om de breuk met de Priesterbroederschap Sint-Pius X te helen. Hij wilde niet aanvaarden dat het leergezag van de Kerk simpelweg bevroren kon worden op het jaar 1962. Maar evenmin wilde hij toestaan ​​dat Vaticanum II werd losgekoppeld van alles wat eraan voorafging. De wortels kunnen niet van de boom worden afgesneden. Dat is een belangrijk principe voor het werk dat voor ons ligt.

Maar ik wil daar iets aan toevoegen dat net zo belangrijk is: continuïteit kan niet louter worden beweerd; ze moet worden aangetoond.

Mijn principe is eenvoudig. Als er sprake is van continuïteit, laten we die dan aantonen. Als er sprake is van ambiguïteit, laten we die dan benoemen. Als er sprake is van een breuk, laten we die dan lokaliseren.

En als iets werkelijk niet stand kan houden omdat het niet te verenigen is met het geloof dat de Kerk heeft ontvangen, dan moet de Kerk uiteindelijk de moed hebben om dat aan te pakken.

Dit brengt me bij een man wiens naam niet los kan worden gezien van deze geschiedenis: aartsbisschop Marcel Lefebvre. Ik heb me eerder lovend uitgelaten over aartsbisschop Lefebvre. Ik neem die woorden niet terug. Ik geloof dat de geschiedenis een heel ander oordeel zal vellen over deze man en zijn rol in de crisis van de Kerk dan vaak het geval is geweest.

Ik heb zelfs gezegd dat ik het mogelijk acht dat de Kerk op een dag zijn heiligheid zal erkennen. Dat oordeel komt de Kerk toe, niet mij. Maar het staat mij vrij om te erkennen wat volgens mij buitengewone deugden waren bij een bisschop die geconfronteerd werd met omstandigheden waarmee maar weinig bisschoppen in de geschiedenis te maken hebben gehad.

We moeten voorzichtig zijn om decennia later comfortabel achterover te leunen en te denken dat we gemakkelijk kunnen oordelen over het geweten van een man die midden in een kerkelijke aardbeving stond. Aartsbisschop Lefebvre geloofde dat er iets kostbaars verloren dreigde te gaan. Hij geloofde dat het Katholieke priesterschap gevaar liep. Hij geloofde dat de traditionele Romeinse liturgie gevaar liep. Hij geloofde dat de overdracht van het geloof gevaar liep. En hij handelde naar wat hij – in het besef van zijn verantwoordelijkheid tegenover God – als zijn taak als bisschop beschouwde.

Hoe men ook oordeelt over bepaalde beslissingen die hij nam, het is moeilijk zich de geschiedenis van de traditionele Romeinse liturgie in de afgelopen halve eeuw voor te stellen zonder de enorme rol te erkennen die aartsbisschop Lefebvre en zijn medestanders hebben gespeeld bij het behoud ervan.

Er zijn momenten waarop de Voorzienigheid een man doet opstaan ​​om iets te behouden, terwijl bijna iedereen om hem heen bereid lijkt datzelfde op te geven. Misschien was dat de bijzondere roeping van aartsbisschop Lefebvre. Ik ben dankbaar dat bewaard is gebleven wat anders verloren had kunnen gaan. Maar dankbaarheid voor de roeping van een ander betekent niet dat ik moet geloven dat God mij precies dezelfde roeping heeft gegeven. Zijn roeping hoeft niet de mijne te zijn.

Misschien was aartsbisschop Lefebvre geroepen om, in een tijd van enorme beroering, vast te houden aan een oever die leek te verdwijnen. Misschien is het mijn verantwoordelijkheid in deze tijd om te helpen een brug te slaan vanaf die oever. Maar laat ik dit zeggen: de brug is geen compromis.

Laat me heel duidelijk zijn over wat ik bedoel. Ik bouw geen brug tussen waarheid en dwaling. Er kan geen compromis zijn tussen de Katholieke waarheid en onwaarheid. Ik zoek niet naar een comfortabele middenweg tussen Traditie en modernisme. Ik vraag traditionele Katholieken niet om op te geven wat hun is overgeleverd, enkel en alleen om de goede vrede te bewaren. Dat zou geen eenheid zijn.

De brug waarover ik spreek, overbrugt iets anders: de wonden, het wantrouwen, de beschuldigingen, de misverstanden en de verdeeldheid die Katholieken al meer dan een halve eeuw van elkaar scheiden.

Aan de ene kant staan ​​Katholieken die zagen hoe een groot deel van hun erfgoed verdween en die – vaak door pijnlijke ervaringen – leerden wantrouwend te staan ​​tegenover iedereen die zich positief uitliet over Vaticanum II. Aan de andere kant staan ​​Katholieken die hebben geleerd dat trouw aan Vaticanum II vereiste dat zij met argwaan keken naar veel van wat daaraan voorafging. Beide groepen dragen wonden met zich mee. Beide groepen hebben bepaalde vooroordelen geërfd. En beide hebben de waarheid nodig.

De brug kan niet worden gebouwd door te doen alsof er niets is gebeurd. Hij kan alleen worden gebouwd door te ontdekken wat er werkelijk is gebeurd. En die brug moet een fundament hebben. Het fundament moet bestaan ​​uit de Heilige Schrift en de Heilige Traditie. De pijlers moeten gevormd worden door de blijvende leer van de Kerk. De bestemming moet Jezus Christus zijn.

Als iets niet op dat fundament kan rusten, kan het niet zomaar worden meegenomen naar de overkant, enkel en alleen omwille van de verzoening.

Sommigen van u denken misschien: Dei Verbum lezen is één ding. Sacrosanctum Concilium lezen is één ding. Maar wat gebeurt er als we bij de moeilijke documenten van Vaticanum II komen? Dat is een terechte vraag. Mijn antwoord is simpel: die zullen we ook lezen.

Ik ben me er terdege van bewust dat er documenten van het Concilie zijn die aanzienlijk moeilijkere vragen oproepen wat betreft hun verhouding tot de eerdere Katholieke leer. We zullen die niet uit de weg gaan.

We zullen ze naast de Heilige Schrift leggen. We zullen ze naast de Heilige Overlevering leggen. We zullen ze naast de Kerkvaders en Kerkleraren leggen. We zullen ze naast het eerdere leergezag leggen.

En we zullen ons afvragen: kan dit standhouden binnen het geloof dat de Kerk altijd heeft ontvangen?

Als het antwoord ja is, moeten we ja zeggen. Als verduidelijking nodig is, moeten we dat zeggen. Als een schijnbare tegenstrijdigheid kan worden opgelost door een tekst juist binnen de Overlevering te begrijpen, laten we dat dan aantonen. Maar als iets niet te verenigen valt, moeten we geen kunstmatige continuïteit creëren, enkel omdat het erkennen van het probleem lastig zou zijn.

We onderzoeken de Overlevering niet in het licht van Vaticanum II. We onderzoeken Vaticanum II in het licht van de Overlevering. Dat maakt het grote verschil.

Niemand van ons die de Kerk vandaag dient, heeft de crisis van de jaren zestig en zeventig veroorzaakt. Wij hebben de conciliedocumenten niet geschreven. Wij hebben geen toezicht gehouden op de uitvoering ervan. Wij hebben de hervormingen die daarop volgden niet in gang gezet. Wij hebben niet veel van de beslissingen genomen met de gevolgen waarvan de Kerk vandaag de dag nog steeds leeft.

Maar een bisschop kan niet simpelweg zeggen: "Ik was er niet bij." Ik ben er nu wel. De Kerk die ik heb geërfd, is de Kerk die ik als herder moet leiden.

Een vader die ernstige schade aan het ouderlijk huis ontdekt, zegt niet: "Ik heb het niet veroorzaakt," om vervolgens weg te lopen. Zijn kinderen wonen er. Hij moet het fundament onderzoeken. Hij moet achterhalen welke stenen zijn verwijderd. Hij moet vaststellen wat er onnodig is gewijzigd. Hij moet identificeren wat er is toegevoegd en er niet thuishoort. Hij moet behouden wat nog intact is. Hij moet herstellen wat verloren is gegaan. En hij moet repareren wat kapot is. Zo zie ik de bisschoppelijke verantwoordelijkheid in deze tijd.

Ik heb deze wonden niet veroorzaakt. Maar ik ben bisschop in de Kerk die ze draagt. Daarom zijn ze tot op zekere hoogte nu mijn verantwoordelijkheid. De bisschoppen van vandaag kunnen deze vragen niet eindeloos doorschuiven naar de bisschoppen van morgen. Op een gegeven moment moet iemand beginnen.

En tegen degenen onder u die vrezen dat ik u verraden heb: ik begrijp waarom u voorzichtig bent. Velen van u hebben geleden, simpelweg omdat u verlangde naar wat generaties Katholieken vóór u zonder ophef hadden ontvangen. Sommigen werden bespot. Anderen werden gemarginaliseerd. Sommigen werden als ongehoorzaam beschouwd omdat ze van de oude liturgie hielden. Sommigen zagen hoe hun kinderen het geloof verloren, terwijl hun werd verzekerd dat de Kerk een nieuwe lente beleefde.

Ik zal u niet vragen te doen alsof die dingen niet zijn gebeurd. Ik zal u niet vragen de Traditie op te geven om deze brug over te steken. Ik vraag u in plaats daarvan: neem de Traditie mee. Neem de Heilige Schrift mee. Neem de Kerkvaders mee. Neem de Kerkleraren mee. Neem de concilies mee. Neem de encyclieken mee. Neem de catechismussen mee. Neem de heilige Thomas mee. Neem de traditionele Romeinse liturgie mee. Neem alles mee wat de Kerk heeft overgeleverd. We zullen dat allemaal nodig hebben.

En laten we vervolgens onderzoeken wat er is gebeurd. Als Vaticanum II in lijn is met wat eraan voorafging, hoeven we niet bang te zijn dat te erkennen. Als iets wat daarna is gedaan in strijd is met wat eraan voorafging, moeten we ook niet bang zijn dat te erkennen. En als we in het concilie zelf iets tegenkomen dat niet te rijmen valt met wat eraan voorafging, mogen we daar niet voor wegkijken.

De waarheid hoeft niet bang te zijn voor onderzoek.

En aan hen die het Concilie verdedigen, wil ik ook iets vragen. Behandel serieuze vragen niet als daden van ongehoorzaamheid. Beantwoord bewijs niet met slogans. Vraag traditionele Katholieken niet om te ontkennen wat zij hebben waargenomen. Beroep u niet op Vaticanum II om iets te rechtvaardigen, tenzij Vaticanum II dat ook daadwerkelijk heeft gezegd.

Als er iets kostbaars onnodig is weggedaan, help dan mee het te herstellen. Als een hervorming verder ging dan wat het Concilie beoogde, erken dat dan. Als een formulering van het Concilie verduidelijking behoeft in het licht van de eerdere Katholieke leer, wees daar dan ook niet bang voor.

En denk niet dat liefde voor de Kerk vereist dat we doen alsof de afgelopen zestig jaar geen diepgaande problemen aan het licht hebben gebracht. De Kerk wordt niet beschermd door onze weigering om haar wonden te onderzoeken. De Kerk wordt beschermd door Jezus Christus.

Misschien is dit het punt waar het werk van aartsbisschop Lefebvre en mijn eigen roeping elkaar ontmoeten. Misschien wilde de Voorzienigheid dat iemand in een eerdere generatie zou zeggen: "Ik laat dit niet verdwijnen."

Misschien was paus Benedictus XVI geroepen om de Kerk eraan te herinneren dat het antwoord niet kon liggen in een breuk, maar in oprechte hervorming binnen de continuïteit van de ene Kerk. En misschien hebben wij, die nu als bisschop dienen, een ander deel van dat werk geërfd.

Misschien is het onze verantwoordelijkheid om terug te keren. Om te onderzoeken. Om onderscheid te maken. Om te herwinnen. Om te corrigeren. Om te herstellen. En om weer op te bouwen.

De ene generatie bewaart misschien de stenen. De andere wordt misschien geroepen om het huis weer op te bouwen. De ene generatie houdt misschien stand op de oever. De andere wordt misschien geroepen om de brug te bouwen. Die roepingen hoeven geen vijanden van elkaar te zijn. De ene kan afhankelijk zijn van de andere.

Je kunt niet herstellen wat niemand heeft bewaard. En je kunt geen brug bouwen vanaf een oever die is verdwenen.

Ik eer hen die standhielden op de oever. Ik eer hen die hebben geleden om te bewaren wat was overgeleverd. Ik eer hen die waarschuwden toen waarschuwen impopulair was. Maar misschien is nu ook het uur gekomen om te bouwen.

En zo keer ik terug naar waar ik begon. Ik ben niet van mijn plaats geweken.

Ik ben niet afgeweken van de Heilige Schrift. Ik ben niet afgeweken van de Heilige Traditie. Ik ben niet afgeweken van het blijvende Leergezag. Ik ben niet afgeweken van het Heilig Misoffer. Ik ben niet afgeweken van het geloof dat door de Apostelen is overgeleverd. Ik ben niet afgeweken van mijn overtuiging dat de Kerk een diepe crisis heeft doorgemaakt en dat veel van wat onnodig verloren is gegaan, hersteld moet worden.

Evenmin ben ik afgeweken van mijn verantwoordelijkheid als bisschop om de waarheid helder en moedig uit te spreken, wat de prijs ook mag zijn.

Maar standvastig blijven betekent niet dat het werk voltooid is. Er zijn vragen die beantwoord moeten worden. Er zijn wonden die genezen moeten worden. Er zijn fouten die gecorrigeerd moeten worden. Er zijn schatten die teruggevonden moeten worden. Er is een huis dat herbouwd moet worden. En er is een brug die iemand bereid moet zijn te betreden.

Ik ben van plan die brug te betreden. Niet omdat ik twijfel aan mijn standpunt. Juist omdat ik weet waar ik sta.

Ik zal die brug betreden met het geloof dat de Kerk heeft overgeleverd. Ik zal de Katholieke waarheid niet prijsgeven om de oversteek van de brug te vergemakkelijken. Ik zal geen continuïteit veinzen waar die niet kan worden aangetoond. Ik zal niet verdedigen wat geen stand kan houden, enkel en alleen omdat iemand er het label 'Tweede Vaticaans Concilie' aan heeft gehangen. Ik zal de waarheid zoeken, waarheen die ook leidt.

En ik zal dat doen als een bisschop die beseft dat ik op een dag voor Jezus Christus moet verschijnen en verantwoording moet afleggen over wat mij is toevertrouwd. Dat oordeel weegt zwaarder dan de goedkeuring van welke kant dan ook.

Daarom vraag ik u: loop met mij mee. Niet naar een nieuwe Kerk. Niet naar een Kerk die compromissen heeft gesloten. Niet naar een Kerk die in de jaren zestig is bedacht. En niet naar een ingebeelde Kerk die zomaar zestig jaar geschiedenis kan uitwissen alsof die nooit hebben plaatsgevonden.

Loop met mij mee naar de volheid van het Katholieke geloof dat wij hebben ontvangen. Laten we bewaren wat waar is. Laten we herstellen wat verloren is gegaan. Laten we vaststellen wat er misging. Laten we corrigeren wat niet kan blijven bestaan. Laten we genezen wat gewond is geraakt. En laten we weer opbouwen wat is afgebroken.

Niet met woede. Niet met angst. Niet als vijandige kampen. Maar als Katholieken die zoveel van de Kerk houden dat ze op zoek gaan naar de waarheid over wat haar is overkomen.

De Kerk is niet van ons. Zij is van Jezus Christus. Hij heeft haar niet in de steek gelaten. En wij zullen dat ook niet doen.

Moge de Heilige Maagd Maria, Moeder van de Kerk, ons trouw houden aan haar goddelijke Zoon. Mogen de heiligen Petrus en Paulus ons versterken in het apostolische geloof. Moge de heilige Jozef, Beschermer van de Heilige Kerk, over ons waken bij het werk dat voor ons ligt.

En moge de almachtige God ons de wijsheid schenken om de waarheid te herkennen, de moed om haar te verdedigen, de nederigheid om te corrigeren wat gecorrigeerd moet worden, en de naastenliefde om samen weer op te bouwen wat gewond is geraakt.

Ik ben niet van mijn plaats geweken.

Maar vanuit het fundament van de Heilige Traditie geloof ik dat de tijd is gekomen om te beginnen met het werk van de wederopbouw. ​​

Bisschop Joseph E. Strickland

Bisschop-emeritus

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 23:26 Reageer op dit bericht

16/9 Verklaring van Pr Brent Bowman betreffende zijn eucharistische ervaring tijdens de live-mis - Met dank aan Martine

16/9 Verklaring van Pr Brent Bowman betreffende zijn eucharistische ervaring tijdens de live-mis. - Aartsbisdom St Paulus - Minneapolis - Met dank aan Martine

Aan het goede volk van God:  

Lof zij Jezus Christus, nu en tot in eeuwigheid! 

Op maandag 14 september vierde ik de Heilige Mis ter ere van het Feest van de Verheffing van het Heilige Kruis in de St. Gabriel's Katholieke Kerk in Hopkins, Minnesota. Aanwezig waren leerlingen, docenten en medewerkers van Chesterton Academy en parochianen. Tijdens de Mis had ik een persoonlijke spirituele ervaring terwijl ik het eucharistisch gebed over het brood en de wijn uitsprak. Ik wil nederig delen wat ik heb ervaren en dit toelichten, alles tot Gods eer en lof. Daarbij wil ik ook eventuele onjuistheden corrigeren die online worden gedeeld met betrekking tot de opname van de Mis. 

Om meteen duidelijk te zijn: mijn ervaring was NIET wat de Katholieke Kerk beschouwt als een "eucharistisch wonder". Het brood en de wijn behielden hun eigenschappen (dat wil zeggen, hun uiterlijk en smaak) gedurende de hele ervaring. Ik heb nooit echt bloed of menselijk vlees met mijn ogen gezien. 

Mijn ervaring was als volgt: 

Tijdens het wijdingsgebed over de wijn op het altaar, terwijl ik de woorden uitsprak, ontving ik wat ik beschouw als een innerlijk besef van de kracht van deze woorden en de werkelijke impact ervan, zozeer zelfs dat ik moeite had met spreken. Bij elk woord werd ik fysiek meer overweldigd, zoals te zien is in de video. Tegelijkertijd ervoer ik zintuiglijk de zwaarte van Gods kracht die op het altaar neerdaalde, en voelde ik de zwaarte van Jezus' wezenlijke aanwezigheid in de kelk in mijn handen. De kelk werd te zwaar om vast te houden, alsof hij naar beneden werd getrokken en op het altaar rustte.

Ik voelde mijn handen vastgeklemd aan de kelk met het Kostbaar Bloed, en ik kon hem fysiek niet bewegen. Toen ik probeerde het Kostbaar Bloed op te tillen, wat me een tijdlang niet lukte, geloof ik dat ik de genade ontving om de bitterzoete kant van het lijden van onze Heer en de hoeveelheid bloed die Christus vergoot voor de immense last van al onze zonden, dieper te begrijpen. Ik geloof dat ik deze zwaarte in de kelk heb ervaren. Deze spirituele ervaring overweldigde me emotioneel en fysiek, zoals duidelijk te horen is op de opname van de mis. 

Ten slotte zijn dergelijke persoonlijke spirituele ontmoetingen met God volkomen onverdiende gaven en tekenen van Gods overvloedige liefde voor al zijn mensen. Ze zijn niet per se een teken van iemands heiligheid. 

Ik bid dat dit korte getuigenis ons allen ertoe beweegt om dieper na te denken over de mysteries van de Werkelijke Aanwezigheid van Jezus Christus in de Eucharistie en het Kostbaar Bloed. 

Vrede in Christus, 

Pr Brent Bowman 

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door claudia om 23:04 Reageer op dit bericht

17/9 Een herderlijke brief over de interreligieuze dialoog en de missionaire opdracht van de Kerk - Pillars of Faith

17/9 Een herderlijke brief over de interreligieuze dialoog en de missionaire opdracht van de Kerk - Pillars of Faith

Op 16 september 2026 publiceerden het Dicasterie voor de Geloofsleer, het Dicasterie voor de Bevordering van de Eenheid van de Christenen en het Dicasterie voor de Interreligieuze Dialoog de nota: "Een reis van hoop: zestig jaar interreligieuze dialoog en broederschap in het licht van de conciliaire verklaring Nostra Aetate."

Het document bevat veel dat elke katholiek kan onderschrijven. Het veroordeelt religieus geweld, antisemitisme, dwang, haat, minachting en schendingen van de godsdienstvrijheid. Het herinnert eraan dat ieder mens een onaantastbare waardigheid bezit, omdat ieder mens naar Gods beeld is geschapen. Het bevestigt het belang van vreedzame betrekkingen tussen volkeren en benadrukt dat interreligieuze dialoog niet mag vervallen in relativisme of syncretisme.

De nota stelt ook uitdrukkelijk dat er geen twee parallelle wegen naar het heil bestaan, dat Christus "de enige Verlosser" is en dat trouw aan Jezus Christus – "de Weg, de Waarheid en het Leven" – onlosmakelijk verbonden is met een authentieke dialoog.

Deze uitspraken zijn waar en noodzakelijk.

Toch bevatten andere passages formuleringen die, wanneer ze gelezen worden zonder het richtinggevende licht van de Heilige Schrift en de blijvende leer van de Kerk, tot ernstige verwarring kunnen leiden. Gelovigen kunnen zich terecht afvragen of de dialoog boven de evangelisatie is gesteld; of aanhangers van niet-christelijke religies beschouwd moeten worden als mensen die reeds authentieke wegen naar God bewandelen; of de Kerk nog steeds moet streven naar hun bekering; en of de missionaire opdracht die Christus aan zijn Kerk heeft toevertrouwd, in haar volle omvang bindend blijft.

De uitgebreide en noodzakelijke veroordeling van antisemitisme in de nota roept ook een daarmee samenhangende vraag op: hoe kan de Kerk het blijvende mysterie van Israël bevestigen zonder dat die bevestiging verandert in een theologische goedkeuring van het politiek zionisme of een kritiekloze verdediging van de moderne staat Israël?

Omdat deze vragen raken aan de kern van het katholieke geloof, het morele getuigenis van de Kerk en het eeuwig heil van zielen, kunnen ze niet worden afgedaan als louter verzet tegen dialoog. Ze vereisen heldere onderscheidingen en een beroep op de volledige katholieke leer. Als bisschop, die voor God de taak heeft om de geloofsschat te bewaken en de gelovigen in de waarheid te bevestigen, bied ik het volgende onderricht aan:

1 De zendingsopdracht is niet ingetrokken

De missie van de Kerk vindt haar oorsprong niet in veranderende historische omstandigheden, sociologische behoeften of kerkelijke strategieën. Zij vindt haar oorsprong in Jezus Christus.

Na Zijn verrijzenis gaf Onze Heer de apostelen de opdracht: "Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dus en onderwijst alle volkeren; doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Leert hun alles onderhouden wat Ik u bevolen heb; en zie, Ik ben met u alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld" (Matteüs 28,18-20).

De H. Marcus vermeldt dit bevel in even directe bewoordingen: "Gaat de hele wereld in en verkondig het evangelie aan elk schepsel. Wie gelooft en gedoopt is, zal gered worden; maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden" (Marcus 16,15-16).

De Kerk heeft deze missie niet zelf bedacht en bezit daarom niet de bevoegdheid om haar op te geven. Geen enkel dicasterie, bisschoppenconferentie, theologische school of pastoraal programma kan de Kerk ontslaan van een bevel dat door de Heer Zelf is gegeven.

Het feit dat de wereld een onderling verbonden "mondiaal dorp" is geworden, maakt de zendingsopdracht niet overbodig. Het brengt de volkeren dichter bij elkaar en stelt ons daardoor des te dringender voor de zendingsverantwoordelijkheid van de Kerk.

Cultureel pluralisme heft de goddelijke openbaring niet op. De nabijheid van religies maakt hun tegenstrijdige beweringen niet even waar. De eisen van vreedzaam samenleven staan ​​de Kerk niet toe de identiteit te verhullen van Hem door wie de ware vrede wordt geschonken.

Het Tweede Vaticaans Concilie leert: "De pelgrimerende Kerk is van nature missionair, aangezien zij haar oorsprong ontleent aan de zending van de Zoon en de zending van de Heilige Geest" (Ad Gentes, 2).

De Kerk is niet slechts bij gelegenheid missionair. Zij is missionair van nature. Als zij ophoudt te evangeliseren, laat zij niet slechts één activiteit onder vele andere vallen; zij handelt in strijd met haar eigen identiteit.

Elke beschrijving van de interreligieuze dialoog die deze missionaire identiteit niet handhaaft, is onvolledig. Elke interpretatie van de dialoog die de oproep tot geloof, bekering, doop en gemeenschap met Christus onderdrukt, is in strijd met de opdracht van de Heer.

2 Jezus Christus is niet zomaar een van de vele religieuze leraren

In het middelpunt van het christelijk geloof staat niet een religieuze theorie, maar de Persoon van Jezus Christus.

Onze Heer zegt niet slechts dat Hij een weg onderwijst, een deel van de waarheid overbrengt of één mogelijke vorm van geestelijk leven aanbiedt. Hij verklaart: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Johannes 14:6).

De H. Petrus verkondigt: “En in niemand anders is de redding te vinden, want er is onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven waardoor wij gered moeten worden” (Handelingen 4:12).

De H. Paulus onderwijst: “Want er is één God, en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zichzelf als losprijs voor allen heeft gegeven – een getuigenis op de vastgestelde tijd” (1 Timoteüs 2:5-6).

Dit zijn geen bijkomstige of onderhandelbare beweringen. Ze behoren tot het fundament van het christendom.

Jezus Christus is het eeuwige Woord dat vlees is geworden. Hij is waarachtig God en waarachtig mens. Hij is de volheid en voltooiing van de goddelijke openbaring. Zijn kruis is het ene offer waardoor de wereld verlost wordt. Zijn opstanding is de overwinning op zonde en dood. Elke genade die aan een mens wordt geschonken, wordt door Hem geschonken.

De verklaring Dominus Iesus bevestigde deze leer opnieuw tegenover theorieën die het christendom naast andere religies zouden plaatsen als slechts één beperkte uiting van een universeel religieus mysterie.

“Men moet daarom als een waarheid van het katholieke geloof vast geloven dat de universele heils-wil van de ene en drie-enige God eens en voor altijd wordt aangeboden en verwezenlijkt in het mysterie van de menswording, de dood en de opstanding van de Zoon van God” (Dominus Iesus, 14).

Heil wordt niet onafhankelijk door verschillende religies voortgebracht. God kan werken in de harten van hen die niet zichtbaar tot de Kerk behoren, en in hun tradities kunnen elementen van waarheid en goedheid worden gevonden. Maar waar genade aanwezig is, is het de genade van Jezus Christus. Waar heil wordt geschonken, wordt het geschonken door Zijn paasmysterie. Waar waarheid wordt gevonden, heeft deze deel aan Hem die de Waarheid in eigen persoon is.

De Kerk kan daarom niet spreken alsof Christus slechts de christelijke bijdrage is aan een breder religieus gesprek. Hij is niet één verschijningsvorm van een goddelijk mysterie dat op gelijke wijze toegankelijk is via onderling tegenstrijdige religies. Hij is de mensgeworden Zoon in wie het mysterie van God definitief is geopenbaard.

3 Wat het betekent om andere religies te ‘waarderen’

De uitspraak in Nostra Aetate dat de Kerk ‘niets verwerpt van wat waar en heilig is’ in andere religies, moet nauwkeurig worden gelezen.

Waar de Kerk haar instemming aan verleent, is datgene wat werkelijk waar en heilig is – niet dwaling als dwaling, afgoderij als afgoderij of valse leer als valse leer. Waarheid dient erkend te worden omdat alle waarheid uiteindelijk van God komt. Moreel goed gedrag dient geëerd te worden omdat elk werkelijk goed de goedheid van de Schepper weerspiegelt.

Maar de aanwezigheid van enige waarheid binnen een religie maakt die religie nog niet in haar geheel waar.

Een religieus stelsel kan natuurlijke waarheden over God, gebed, vasten, offer, gezin, gerechtigheid of het morele leven bewaren, en tegelijkertijd de Drie-eenheid, de Menswording, de goddelijkheid van Christus, zijn verlossende dood, zijn lichamelijke verrijzenis of de door Hem ingestelde sacramentele orde ontkennen.

Tegenstrijdige beweringen kunnen niet tegelijkertijd en in dezelfde zin waar zijn. Jezus Christus kan niet tegelijkertijd wel en niet de goddelijke Zoon van God zijn. Hij kan niet tegelijkertijd wel en niet lichamelijk uit de dood zijn opgestaan. De Eucharistie kan niet tegelijkertijd wel en niet zijn Lichaam en Bloed zijn. God kan niet tegelijkertijd wel en niet de H. Drie-eenheid zijn.

Naastenliefde vereist niet dat we doen alsof dergelijke tegenstrijdigheden onbeduidend zijn. Oprecht respect voor een ander vereist eerlijkheid over de waarheid. We moeten daarom zorgvuldig onderscheid maken tussen drie zaken:

Ten eerste moet ieder mens met liefde en eerbied voor zijn of haar door God gegeven waardigheid worden behandeld.

Ten tweede kan datgene wat waar en goed is in een andere religieuze traditie worden erkend en gewaardeerd.

Ten derde kunnen dwalingen over God en het heil niet worden geprezen, in stand gehouden of worden beschouwd als alternatieve, door God gegeven openbaringen.

Wij respecteren alle mensen onvoorwaardelijk. Wij erkennen de waarheid waar die ook gevonden wordt. Wij verwerpen dwaling, omdat dwaling niet kan redden en omdat de liefde voor ieder mens de volheid van de waarheid wenst.

4 Zijn andere religies ‘wegen naar de waarheid’?

De nota herinnert aan bewoordingen waarin volgelingen van andere religies worden omschreven als ‘reisgenoten op de weg naar de waarheid’ en als ‘pelgrims van de waarheid’, met wie Christenen een deel van de weg afleggen. Dit taalgebruik vereist een wezenlijk onderscheid.

Iemand kan op zoek zijn naar de waarheid zonder reeds over de volheid van de geopenbaarde waarheid te beschikken. Iemand kan oprecht gehoor geven aan het licht van het geweten en aan de genade die God schenkt, en toch dwalen met betrekking tot ernstige religieuze vraagstukken. In deze subjectieve zin kunnen we een ander mens erkennen als een medezoeker of pelgrim.

Daaruit volgt echter niet dat elke religie op zichzelf een authentieke, door God ingestelde weg is die naar het heil leidt. Men mag de persoon en het religieuze stelsel niet met elkaar vereenzelvigen.

Iemand kan door genade worden bewogen, ook al hangt diegene overtuigingen aan die ernstige dwalingen bevatten. God kan gebruikmaken van waarheidsfragmenten, natuurlijk moreel inzicht of oprecht gebed als voorbereiding op de ontvangst van het Evangelie. Maar het is Christus die door middel van die genade werkt – niet de religieuze dwaling zelf.

De Kerk leert dat zij die buiten hun eigen schuld Christus of Zijn Kerk niet kennen, het heil kunnen bereiken als zij oprecht naar God zoeken en op de genade ingaan. Deze mogelijkheid maakt religieuze onwetendheid echter niet tot iets dat heilzaam is. Evenmin maakt het evangelisatie overbodig.

De Catechismus leert: "Hoewel God op wegen die Hijzelf kent hen die buiten hun schuld het Evangelie niet kennen, kan leiden tot het geloof zonder hetwelk het onmogelijk is Hem te behagen, heeft de Kerk toch de plicht en ook het heilige recht om alle mensen te evangeliseren" (CCC 848).

We kunnen daarom samen met mensen van andere religies optrekken in maatschappelijke vriendschap, werken van barmhartigheid, de verdediging van de menselijke waardigheid en het streven naar vrede. We kunnen naar hen luisteren en streven naar wederzijds begrip. Maar we kunnen niet beweren dat religieuze systemen die Christus loochenen, gelijkwaardige wegen naar de geopenbaarde waarheid zijn.

We trekken met anderen op, niet omdat Christus overbodig zou zijn, maar in de hoop dat ieder mens Hem mag ontmoeten.

5 Dialoog en verkondiging mogen niet van elkaar worden gescheiden

De nota merkt terecht op dat dialoog en verkondiging deel uitmaken van de zending van de Kerk. Er wordt ook gesteld dat ze onafscheidelijk zijn.

Sommige formuleringen dreigen die onafscheidelijkheid echter te vertroebelen. In het bijzonder wordt in paragraaf 46 gezegd dat de missionaris, na getuigenis te hebben afgelegd van de liefde van Christus, "eenvoudigweg afwacht" tot anderen naar die liefde vragen.

Geduld en respect voor de vrijheid zijn onmisbaar. Tot bekering mag nooit worden gedwongen. Geloof kan niet door manipulatie tot stand worden gebracht. Toch is louter wachten op een vraag geen toereikende beschrijving van de apostolische zending. De apostelen wachtten niet tot de volken naar hen toe kwamen.

De H. Petrus trad in het openbaar op en verkondigde de gekruisigde en verrezen Christus, waarbij hij zijn toehoorders opriep tot bekering en doop (Handelingen 2:22-41). De H. Paulus ging synagogen en openbare plaatsen binnen om te redeneren en te prediken. Hij verkondigde Christus in Athene, Korinthe, Efeze en Rome. Hij drong er bij zijn toehoorders op aan zich met God te verzoenen. Hij deed dit omdat: "De liefde van Christus ons drijft" (2 Korintiërs 5:14).

En eveneens: "Wee mij als ik het Evangelie niet verkondig!" (1 Korintiërs 9:16).

De dialoog kan voorafgaan aan de verkondiging, ermee gepaard gaan, obstakels voor de verkondiging wegnemen of Christenen helpen begrijpen hoe zij het beste kunnen verkondigen. De dialoog kan de verkondiging echter niet blijvend vervangen.

De H. paus Johannes Paulus II leerde: "De interreligieuze dialoog maakt deel uit van de evangeliserende zending van de Kerk. Opgevat als methode en middel tot wederzijdse kennis en verrijking, staat de dialoog niet haaks op de zending ad gentes; integendeel, hij is nauw met die zending verbonden en vormt een van de uitingsvormen ervan" (Redemptoris Missio, 55).

Dezelfde paus waarschuwde dat de dialoog de Kerk niet ontslaat van de taak om Jezus Christus te verkondigen en anderen uit te nodigen de volheid van de openbaring te ontvangen.

De dialoog raakt vervormd wanneer vrede tussen religies wordt gekocht ten koste van het zwijgen over Christus. Een dialoog waarin christenen vrij zijn om te spreken over broederschap, ecologie, migratie of sociale rechtvaardigheid, maar waarin het hun impliciet verboden is anderen op te roepen tot geloof in Christus, is geen volledig Christelijke dialoog. Het is een inperking van het Christendom binnen de grenzen die door religieus pluralisme zijn gesteld.

De Kerk gaat de dialoog aan als de Kerk van Jezus Christus. Zij kan haar identiteit niet tussen haakjes plaatsen.

6 Proselytisme is niet hetzelfde als evangelisatie.

Er bestaat veel verwarring rond het woord "proselitisme".

Als proselitisme betekent dat men aanhangers probeert te winnen door middel van dwang, bedrog, politieke druk, bedreigingen, materiële lokkertjes, uitbuiting van armoede of gebrek aan respect voor het geweten, dan moet dit worden afgewezen.

Niemand mag worden gedwongen het geloof te aanvaarden. God verlangt een vrije geloofsdaad en de Kerk verdedigt de godsdienstvrijheid van ieder mens. In het hedendaagse taalgebruik wordt de term "proselitisme" echter soms zo breed gehanteerd dat hij elke bewuste poging lijkt te omvatten om iemand te overtuigen van de waarheid van het katholiek geloof of om die persoon tot bekering uit te nodigen.

Een dergelijk gebruik is onaanvaardbaar. Het is geen ongeoorloofd proselitisme om: te verkondigen dat Jezus Christus Heer is; uit te leggen waarom het katholiek geloof waar is; het geloof te verdedigen tegen bezwaren; iemand uit te nodigen tot bekering en geloof in het Evangelie; aan te moedigen tot het bijwonen van de Mis of deelname aan christelijk onderricht;

een ongedoopte uit te nodigen het doopsel te ontvangen; een gedoopte niet-katholiek uit te nodigen tot volledige gemeenschap met de Katholieke Kerk; te bidden en offers te brengen voor de bekering van hen die Christus niet kennen.

Deze activiteiten behoren tot de evangelisatie wanneer ze op waarachtige en liefdevolle wijze en zonder dwang worden verricht.

De opmerking in paragraaf 54, dat het beschouwen van proselitisme als "de enige manier om met de ander om te gaan" niet langer zinvol is, kan redelijkerwijs worden opgevat als een afwijzing van een agressieve of manipulatieve omgangsvorm. Ze kan niet worden opgevat als een verklaring dat bekering niet langer een terechte hoop of doelstelling van de christelijke zending is.

De Kerk zoekt geen bekeerlingen als trofeeën, politieke troeven of bewijs van institutionele macht. Zij streeft naar de bekering van zielen omdat zij verlangt dat ieder mens deelheeft aan het leven van Christus. Verlangen naar de bekering van een ander is geen daad van agressie. Juist begrepen is het een daad van bovennatuurlijke naastenliefde.

7 Godsdienstvrijheid betekent niet religieus indifferentisme

De Kerk verdedigt de godsdienstvrijheid omdat mensen in religieuze zaken vrij moeten zijn van dwang. Godsdienstvrijheid houdt in dat men gevrijwaard is van dwang door individuen, maatschappelijke groeperingen of de staat. Het betekent niet dat alle religies even waar zijn.

Het recht van een persoon om vrij te zijn van dwang bevestigt niet de waarheid van alles wat die persoon gelooft. Een Katholiek kan de burgerlijke vrijheid van een moslim, hindoe, boeddhist, jood, atheïst of aanhanger van een andere religie verdedigen, en tegelijkertijd blijven belijden dat Jezus Christus de enige Verlosser is en dat de volheid van de geopenbaarde waarheid in de Katholieke Kerk aanwezig is.

Vrijheid heeft betrekking op de wijze waarop het geloof wordt aanvaard. Zij heft de morele verplichting niet op om de religieuze waarheid te zoeken en daaraan vast te houden.

Dignitatis humanae leert dat alle mensen verplicht zijn de waarheid te zoeken, vooral wat betreft God en Zijn Kerk, en – zodra de waarheid bekend is – "haar te aanvaarden en eraan vast te houden" (Dignitatis humanae, 1).

Religieuze vrijheid en missionaire verkondiging zijn daarom geen tegenstanders. Dwang schendt de menselijke waardigheid; verkondiging spreekt de menselijke vrijheid aan en roept haar op tot de waarheid.

8 De Heilige Geest en niet-christelijke religies

De nota stelt dat de Heilige Geest werkzaam is in de menselijke geschiedenis en binnen de uiteenlopende culturen en religies van volkeren. Ook dit moet zorgvuldig worden begrepen.

De Heilige Geest kan in elk menselijk hart werken. Hij kan vragen doen opkomen, de leegte van de zonde aan het licht brengen, tot bekering aanzetten, het verlangen naar waarheid versterken en iemand voorbereiden om Christus te ontvangen. Hij wordt niet beperkt door zichtbare kerkelijke grenzen.

Maar de Heilige Geest spreekt de Zoon nooit tegen.

De Geest inspireert niet tot het ontkennen van de goddelijkheid van Christus, het verwerpen van de menswording, het afwijzen van het kruis of het verwerpen van het Evangelie. Hij kan ondanks dergelijke dwalingen in iemand werken en die persoon naar een vollere waarheid leiden. Daaruit volgt niet dat Hij de dwalingen zelf positief wil.

De aanwezigheid van de Geest onder de volkeren is missionair en christologisch van aard. Hij bereidt de mensheid voor op Christus, vormt zielen naar het beeld van Christus en neemt gelovigen op in het Lichaam van Christus. Zoals onze Heer leert: "Wanneer Hij echter komt, de Geest van de waarheid, zal Hij jullie de weg wijzen naar de volle waarheid... Hij zal Mij verheerlijken" (Johannes 16:13-14).

Elk beroep op de Heilige Geest dat Christus overbodig maakt, is in strijd met de geopenbaarde zending van de Geest.

9 Antisemitisme, zionisme en de moderne staat Israël

De ondubbelzinnige veroordeling van antisemitisme door de Kerk moet zonder voorbehoud worden bevestigd. Haat, vervolging of achterdocht jegens Joodse mensen, enkel en alleen omdat zij Joods zijn, vormen een ernstige schending van de menselijke waardigheid en een zonde tegen de naastenliefde en de gerechtigheid. De verschrikkelijke geschiedenis van antisemitisch geweld, die uitmondde in de Sjoa, mag nooit worden vergeten, gebagatelliseerd of herhaald.

De veroordeling van antisemitisme mag echter niet worden misbruikt om het politiek zionisme te onderschrijven of de moderne staat Israël onvoorwaardelijk te verdedigen.

Er moet zorgvuldig onderscheid worden gemaakt tussen verschillende werkelijkheden: het Joodse volk, de Joodse religie, het Israël van de bijbelse openbaring, diverse vormen van politiek zionisme en de hedendaagse staat Israël. Deze werkelijkheden zijn historisch met elkaar verbonden, maar niet identiek. Ze met elkaar verwarren leidt tot ernstige theologische en morele dwalingen.

De moderne staat Israël is een politieke staat. Hij moet worden beoordeeld aan de hand van dezelfde beginselen van de natuurlijke zedenwet, gerechtigheid, menselijke waardigheid, rechtmatige zelfverdediging en de bescherming van onschuldig leven die voor elke andere staat gelden. Het geniet geen goddelijke vrijstelling van moreel oordeel.

De bijbelse beloften aan Israël kunnen niet worden ingeroepen als een algemene theologische rechtvaardiging voor het beleid, de territoriale aanspraken, de militaire acties of de behandeling van andere volkeren door een moderne regering. Geen enkele hedendaagse staat mag beweren dat zijn handelen onttrokken is aan morele toetsing vanwege een bevoorrechte religieuze status.

De Kerk erkent de unieke en blijvende band van het Joodse volk met de heilsgeschiedenis. De heilige Paulus leert dat zij geliefd blijven omwille van de aartsvaders en dat "de gaven en de roeping van God onherroepelijk zijn" (Romeinen 11,28-29). Dit mysterie moet worden benaderd met nederigheid, eerbied en zorgvuldige aandacht voor de gehele Heilige Schrift.

Maar het onherroepelijke karakter van Gods gaven impliceert niet het bestaan ​​van twee parallelle heilsverbonden: het ene door Jezus Christus en het andere los van Hem. Evenmin stelt het de moderne staat Israël gelijk aan de Kerk, noch verleent het die staat de theologische status van het messiaanse Volk van God.

Jezus Christus heeft het Nieuwe Verbond in Zijn Bloed ingesteld. In Hem bereiken de aan Israël gedane beloften hun vervulling en komen ze open te staan ​​voor alle volkeren. Zij die bij Christus horen – of ze nu Jood of heiden zijn – worden verenigd tot één Lichaam.

"Er is geen Jood of Griek meer... want u bent allen één in Christus Jezus. En als u van Christus bent, dan bent u het nageslacht van Abraham, erfgenamen volgens de belofte" (Galaten 3,28-29).

De Kerk is het nieuwe en universele Volk van God, niet gevormd op basis van ras, nationaliteit of politiek staatsburgerschap, maar door de opname in Christus. Zoals de heilige Petrus aan de gedoopten schrijft: "U bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, Gods eigen volk" (1 Petrus 2,9).

Deze vervulling mag niet worden vertaald in minachting voor het Joodse volk, noch in de suggestie dat God ontrouw zou zijn geworden aan Zijn beloften. Maar evenmin mag het voortdurende mysterie van Israël worden omgevormd tot een politieke theologie die een moderne natiestaat beschouwt als heilig, immuun voor kritiek of automatisch gerechtvaardigd in alles wat hij doet.

Geen enkele regering staat boven de wet van God.

Israëliërs bezitten een onaantastbare menselijke waardigheid. Palestijnen bezitten dezelfde onaantastbare menselijke waardigheid. Joodse burgers mogen nooit als legitieme doelwitten worden behandeld vanwege het optreden van hun regering. Palestijnse burgers mogen nooit als opofferbaar worden beschouwd vanwege het optreden van terroristische organisaties.

De moord op burgers, terrorisme, gijzeling, willekeurig geweld, collectieve bestraffing, gedwongen verplaatsing en het opzettelijk onthouden van levensbehoeften kunnen niet worden gerechtvaardigd door etniciteit, religie, historisch lijden, territoriale aanspraken of beroep op nationale veiligheid.

Het lijden van een volk in het verleden geeft de regering van dat volk niet het recht om een ​​ander volk onrecht aan te doen. Evenmin rechtvaardigt het onrecht dat de Palestijnen is aangedaan antisemitisme of geweld tegen Joden.

Katholieken moeten daarom twee tegengestelde vertekeningen verwerpen: antisemitisme, dat Joden collectieve schuld of kwaadaardigheid toeschrijft, en een kritiekloos christelijk zionisme, dat politieke loyaliteit aan de staat Israël verandert in een vermeende vereiste van het bijbelse geloof.

Kritiek op specifiek beleid of militaire acties van de Israëlische regering is op zichzelf geen antisemitisme. Het wordt antisemitisch wanneer het Joden collectieve schuld toeschrijft, haat of raciale stereotypen hanteert, Joden hun menselijke waardigheid ontzegt of geweld tegen hen goedpraat.

Dezelfde morele maatstaf moet worden gehanteerd voor haat tegen Palestijnen en voor retoriek die de levens, rechten of het lijden van Palestijnen bagatelliseert. Noch Joods, noch Palestijns lijden mag als moreel onbeduidend worden beschouwd.

De Kerk mag niet toestaan ​​dat de noodzakelijke strijd tegen antisemitisme een legitiem moreel oordeel smoort. Echte vriendschap vereist geen morele blindheid. Respect voor elk volk vereist dat dezelfde morele wet op iedereen wordt toegepast.

De Kerk kiest noch voor etnische haat, noch voor politieke afgoderij. Zij kiest voor waarheid, gerechtigheid, de onschuldigen en de vrede die alleen kan worden gegrondvest op de erkenning van de waardigheid van ieder mens.

10 Het gezag van een Vaticaanse nota

De gelovigen dienen ook inzicht te hebben in de aard van het besproken document.

Een nota die door dicasteries is uitgebracht en waarvan de publicatie door de Romeinse Opperpriester is goedgekeurd, verdient serieuze en respectvolle aandacht. Zij mag niet met minachting worden behandeld. Tegelijkertijd is het gezag van een dergelijke nota niet gelijk aan dat van de Heilige Schrift, een onfeilbare definitie, een plechtige conciliaire constitutie of de constante en universele leer van de Kerk.

Documenten van de Kerk moeten worden geïnterpreteerd volgens de hiërarchie van de waarheden en in continuïteit met de geloofsschat.

Geen enkele losstaande zin mag worden geïnterpreteerd als een verwerping van:

de zendingsopdracht van Christus; het dogma dat Jezus Christus de enige en universele Verlosser is; de noodzaak van geloof en doopsel; de goddelijke instelling van de Kerk; Het missionaire karakter van de Kerk; of de verplichting om alle volken te evangeliseren. 

Wanneer een latere tekst voor een orthodoxe interpretatie vatbaar is, dienen katholieken deze te lezen in overeenstemming met de Schrift en de Traditie. Waar de formulering dubbelzinnig is, moet die dubbelzinnigheid worden opgehelderd aan de hand van wat de Kerk consequent heeft geleerd.

Een uitdrukking kan niet louter een orthodoxe betekenis krijgen omdat ze in een kerkelijk document voorkomt. De betekenis ervan moet in overeenstemming zijn met het geloof dat eens en voor altijd aan de heiligen is overgeleverd.

11 Pastorale principes voor een trouw Katholiek getuigenis

Aangezien een bisschop zichzelf nooit ontslagen mag achten van de plicht om de waarheid te onderwijzen, het geloofsgoed te verdedigen, te waarschuwen tegen dwalingen die zielen in gevaar brengen en de gelovigen aan te moedigen standvastig te blijven in Christus, bied ik hierbij de volgende pastorale principes aan als een bisschoppelijke aansporing aan katholieken in ons hele land en aan allen die trouw willen blijven aan de zendingsopdracht van Jezus Christus:

* Elke Katholieke inspanning op het gebied van interreligieuze dialoog moet gegrond zijn in de ondubbelzinnige belijdenis dat Jezus Christus de unieke en universele Verlosser van de mensheid is.

* Andere religies mogen niet worden voorgesteld als parallelle wegen naar het heil of als alternatieve openbaringen die over hetzelfde goddelijke gezag beschikken.

* Ware elementen van waarheid en goedheid die in andere religieuze tradities worden aangetroffen, mogen worden erkend. Tegelijkertijd mogen opvattingen die in strijd zijn met de goddelijke openbaring niet worden bevestigd, niet als op zichzelf heilbrengend worden beschouwd en niet opzettelijk worden verzwegen wanneer duidelijkheid geboden is.

* De dialoog mag nooit worden gebruikt om bekering, doop, opname in de katholieke Kerk, apologetiek, catechese of de expliciete verkondiging van het Evangelie te ontmoedigen.

* Katholieken die deelnemen aan interreligieuze dialoog, dienen grondig gevormd te zijn in de Heilige Schrift, de Heilige Traditie en de gezaghebbende leer van de Kerk. Onwetendheid over het Katholieke geloof is geen openheid, en leerstellige onzekerheid is geen nederigheid.

* Samenwerking met mensen van andere religies bij het verdedigen van de menselijke waardigheid, het bijstaan ​​van armen, het streven naar gerechtigheid en het werken aan authentieke vrede is prijzenswaardig, zolang dit niet leidt tot doctrinale concessies of religieuze verwarring.

* Katholieken moeten grote voorzichtigheid betrachten ten aanzien van gezamenlijk gebed en deelname aan niet-christelijke religieuze rituelen. Er mag niets worden gedaan dat de indruk wekt dat alle religies God op gelijkwaardige wijze aanbidden, of dat hun rituelen dezelfde waarheid of heilswaarde bezitten.

* Bisschoppen, priesters, diakens, religieuzen, catechisten, opvoeders en ouders moeten het wezenlijke verschil tussen dwingend proselitisme en authentieke evangelisatie duidelijk uiteenzetten.

* Katholieke instellingen mogen bekering nooit afschilderen als iets beschamends, een daad van vijandigheid, een vorm van culturele agressie of een overblijfsel uit een voorbije tijd. Iemand anders vrij en liefdevol uitnodigen om Jezus Christus te leren kennen, is een daad van naastenliefde.

* Katholieken dienen expliciet te bidden voor de bekering van de wereld, de verspreiding van het Evangelie, het heil van de zielen en de vereniging van alle volkeren in de eenheid van de Kerk van Christus.

* De noodzakelijke veroordeling van antisemitisme door de Kerk mag nooit worden aangegrepen om legitieme morele kritiek op het beleid of de daden van de staat Israël te verhinderen.

* Kritiek op de staat Israël mag nooit leiden tot het toeschrijven van collectieve schuld aan het Joodse volk, het ontkennen van hun menselijke waardigheid en legitieme veiligheid, het gebruik van antisemitische stereotypen of het dienen als voorwendsel voor haat of geweld.

* Dezelfde Christelijke zorg voor gerechtigheid moet de waardigheid, veiligheid en legitieme rechten van zowel Israëliërs als Palestijnen verdedigen. Het lijden van het ene volk mag nooit worden aangevoerd om onverschilligheid tegenover het lijden van het andere volk te rechtvaardigen.

* Geen enkele politieke ideologie, natie, regering of militaire macht mag worden vrijgesteld van de natuurlijke zedenwet. Elke staat en elk politiek gezag staat onder het oordeel van God.

* Katholieken moeten weerstand bieden aan elke poging – of die nu kerkelijk, cultureel of politiek van aard is – om naastenliefde van de waarheid te scheiden. Naastenliefde zonder waarheid vervalt tot sentimentaliteit; waarheid zonder naastenliefde wordt een wapen. Authentiek Christelijk getuigenis vereist beide.

Ik reik deze beginselen aan ter vervulling van de verantwoordelijkheid die op elke bisschop rust: het bewaken van het apostolisch geloof en het verkondigen van het woord "gelegen of ongelegen" (2 Timoteüs 4,2). Ik roep de gelovigen op om elk hedendaags voorstel inzake religieuze dialoog te toetsen aan de Heilige Schrift, de Heilige Overlevering en de blijvende leer van de Kerk. Geen enkele katholiek mag toestaan ​​dat een misplaatst verlangen naar maatschappelijke aanvaarding de naam van Jezus Christus doet verstommen. Geen enkele priester, leerkracht of ouder mag degenen die aan zijn of haar zorg zijn toevertrouwd, in het ongewisse laten over de noodzaak van Christus, het missionaire karakter van de Kerk of de hoogste plicht om het heil van zielen te zoeken.

We moeten spreken met naastenliefde, geduld en nederigheid. Maar we moeten spreken.

12 Waarheid en naastenliefde zijn onscheidbaar.

De Kerk wijst twee tegengestelde dwalingen af ​​in haar betrekkingen met andere religies.

* De eerste is vijandigheid: minachting voor andersgelovigen, dwang, spot, discriminatie of geweld. Dergelijk gedrag is in strijd met de menselijke waardigheid en de naastenliefde van Christus.

* De tweede is indifferentisme: de opvatting dat religieuze verschillen uiteindelijk onbelangrijk zijn, dat alle religies in gelijke mate door God gewild zijn als wegen naar het heil, of dat het uitnodigen van anderen tot bekering onnodig of kwetsend is.

De Katholieke weg is er niet een van vijandigheid of indifferentisme. Het is de weg van waarheid in naastenliefde.

Wij zullen andersgelovigen respecteren. Wij zullen hun menselijke waardigheid en legitieme vrijheid verdedigen. Wij zullen geduldig luisteren, samenwerken aan rechtvaardige doelen, onwaarheden corrigeren zonder minachting en elke vorm van dwang afwijzen. Maar wij zullen niet zwijgen over Jezus Christus.

Wij zullen Zijn goddelijkheid niet verhullen om de dialoog te vergemakkelijken. Wij zullen niet spreken alsof het Kruis slechts een van de vele christelijke symbolen is. Wij zullen evangelisatie niet reduceren tot het geven van het goede voorbeeld zonder verkondiging. Wij zullen de doop niet als overbodig beschouwen, de Kerk niet als optioneel zien en bekering niet beschouwen als een schending van de broederschap.

De diepste broederschap wordt niet bereikt door de reddende waarheid achter te houden.

Evenmin zullen we toestaan ​​dat religieuze dialoog een instrument wordt voor politieke partijdigheid. Wij zullen antisemitisme veroordelen zonder afstand te doen van het recht en de plicht om het handelen van de staat Israël te toetsen aan de morele wet. Wij zullen het Joodse volk verdedigen tegen haat en tegelijkertijd de waardigheid en het leven van Palestijnen verdedigen. Wij zullen niet toestaan ​​dat het lijden van het ene volk ons ​​blind maakt voor het lijden van het andere.

De apostelen gaven hun leven niet voor de stelling dat alle religies verschillende uitingen zijn van dezelfde zoektocht. De martelaren stierven omdat zij één Heer, één geloof, één doop en één reddende naam beleden: Jezus Christus.

De wereld heeft geen behoefte aan een Kerk die zich schaamt voor het Evangelie. Zij heeft behoefte aan een Kerk die vervuld is van liefde voor Christus en daardoor ook van liefde voor de zielen.

Laten we opnieuw de woorden van de H. Paulus horen: "Wij treden dus op als gezanten van Christus; God zelf doet door ons een beroep op u. Namens Christus smeken wij u: laat u met God verzoenen" (2 Korintiërs 5,20).

Deze oproep blijft de missie van de Kerk. Dat zal zo blijven totdat Christus in heerlijkheid terugkeert.

Terwijl ik alle volken toevertrouw aan de voorspraak van de Heilige Maagd Maria, Ster van de Evangelisatie, en aan de bescherming van de apostelen H. Petrus en H. Paulus, blijf ik

In Christus,

Bisschop-emeritus Joseph E. Strickland

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door claudia om 22:58 Reageer op dit bericht

Meer van Levend_geloof

↑ Terug naar de berichten