Wat zegt het Concilie van Trente over de H. Mis
Wat zegt het Concilie van Trente over de H. Mis
Sessie 13 (11 oktober 1551)
Elke canon stelt een specifieke protestantse opvatting strafbaar met de uitsluiting uit de Kerk (anathema sit).
Korte inhoud en essentie per canon
Canon 1: De Reële Tegenwoordigheid
Korte inhoud: Veroordeelt de opvatting dat Christus in de Eucharistie slechts aanwezig is als een symbool, teken of in figuurlijke zin.
Essentie: Bevestigt dat Jezus Christus (Zijn Lichaam, Bloed, Ziel en Godheid) werkelijk, wezenlijk en substantieel aanwezig is onder de gedaanten van brood en wijn.
Canon 2: De Transsubstantiatie
Korte inhoud: Veroordeelt de stelling dat de substantie (het wezen) van het brood en de wijn behouden blijft naast het Lichaam en Bloed van Christus (de lutherse leer van consubstantiatie).
Essentie: Bevestigt de Transsubstantiatie: het brood verandert volledig in het Lichaam en de wijn volledig in het Bloed. Alleen de uiterlijke kenmerken (smaak, vorm, geur) van brood en wijn blijven over.
Canon 3: De Onverdeelbaarheid van Christus
Korte inhoud: Veroordeelt de bewering dat Christus in de Eucharistie is opgesplitst, of dat Hij na de breking van de hostie niet meer in elk afzonderlijk deeltje aanwezig is.
Essentie: Bepaalt dat Christus geheel en al aanwezig is onder de gedaante van het brood, én geheel onder de gedaante van de wijn, én in elk afzonderlijk deeltje (partikel) of druppel daarvan.
Canon 4: De Duur van de Aanwezigheid
Korte inhoud: Veroordeelt de stelling dat de aanwezigheid van Christus alleen plaatsvindt op het exacte moment van consumptie (in usu) en verdwijnt zodra de mis voorbij is.
Essentie: Bevestigt dat Christus aanwezig blijft in de hosties die overblijven na de mis. De hostie is en blijft het Lichaam van Christus zolang de gedaante van brood bestaat.
Canon 5: Het Sacrament aanbidden
Korte inhoud: Veroordeelt de opvatting dat de Eucharistie niet mag worden aanbeden met de hoogste vorm van goddelijke verering (latria) of dat het afgoderij is om de hostie te aanbidden.
Essentie: Bevestigt dat de geconsacreerde hostie dezelfde aanbidding toekomt als God Zelf, omdat Christus er wezenlijk in aanwezig is.
Canon 6: Processies en het Feest van Sacramentsdag
Korte inhoud: Veroordeelt de kritiek op het plechtig ronddragen van het Heilig Sacrament in processies of het vieren van speciale feestdagen (zoals Sacramentsdag).
Essentie: Legitimeert en stimuleert de publieke verering en het eerbetoon aan de Eucharistie buiten de kerkmuren.
Canon 7: Het bewaren van het Sacrament en de Ziekencommunie
Korte inhoud: Veroordeelt de opvatting dat het verboden of oneerbaar is om het Sacrament te bewaren in het tabernakel of om het naar de zieken te brengen.
Essentie: Bevestigt de geldigheid en noodzaak van het reserveren van het Sacrament voor devotie en de bediening van stervenden of zieken.
Canon 8: Sacramentele versus Geestelijke Communie
Korte inhoud: Veroordeelt de opvatting dat de gelovigen Christus in de mis alleen 'geestelijk' (door geloof) ontvangen en niet daadwerkelijk fysiek en sacramenteel.
Essentie: Maakt duidelijk dat het fysiek opeten van de hostie een wezenlijk en vruchtbaar onderdeel is van het sacrament en niet mag worden gereduceerd tot een puur mentale handeling.
Canon 9: De Paasplicht
Korte inhoud: Veroordeelt de bewering dat de Kerk geen recht heeft om te eisen dat alle gelovigen ten minste eenmaal per jaar, rond Pasen, de communie ontvangen.
Essentie: Handhaaft de kerkelijke wet van de Paascommunie als een minimumeis voor het katholieke geloofsleven.
Canon 10: Het Priesterlijk Monopolie op Toediening
Korte inhoud: Veroordeelt de lutherse stelling dat het gewone gelovigen (leken) is toegestaan om zichzelf de communie uit te reiken of dat een priester niet noodzakelijk is voor de toediening.
Essentie: Bevestigt dat de priester de exclusieve bedienaar is die de Eucharistie mag uitreiken aan anderen, terwijl de leek het sacrament ontvangt.
Canon 11: De Noodzaak van de Biecht
Korte inhoud: Veroordeelt de opvatting dat het geloof alleen (sola fide) voldoende voorbereiding is voor de communie, en dat men niet hoeft te biechten als men een doodzonde heeft begaan.
Essentie: Stelt strikt vast dat iedereen die zich bewust is van een gepleegde doodzonde, eerst de sacramentele biecht moet ondergaan alvorens ter communie te gaan. Het geloof heft de noodzaak van zondevergeving niet op.
Sessie 21 (16 juli 1562)
In deze Sessie behandelde het Concilie van Trente een van de scherpste discussiepunten met de protestanten: de vraag of leken verplicht zijn om de communie onder beide gedaanten (zowel het brood áls de wijn) te ontvangen, en of kinderen moeten communiceren.
Korte inhoud en essentie per canon
Canon 1: De Communie onder één gedaante is voldoende
Korte inhoud: Veroordeelt de opvatting dat alle christenen op grond van Gods gebod of voor hun zaligheid verplicht zijn om de Eucharistie onder beide gedaanten (brood én wijn) te ontvangen.
Essentie: Bevestigt dat het ontvangen van de hostie alleen (onder de gedaante van brood) volkomen toereikend is voor de redding van de ziel van een gewone gelovige.
Canon 2: De Kerk mag de wijze van toediening bepalen
Korte inhoud: Veroordeelt de stelling dat de Heilige Moeder de Kerk heeft gedwaald of haar boekje te buiten is gegaan door te besluiten dat alleen de priester uit de kelk drinkt en de leken enkel de hostie ontvangen.
Essentie: Bekrachtigt dat de Kerk de autoriteit heeft om de uiterlijke discipline rond de sacramenten aan te passen aan de tijdsgeest en omstandigheden, zolang de wezenlijke kern van het sacrament intact blijft.
Canon 3: Christus is geheel aanwezig onder elke gedaante
Korte inhoud: Veroordeelt de bewering dat wie de hostie alleen ontvangt, minder genade krijgt of Christus niet 'geheel en al' ontvangt omdat de wijn (het Bloed) ontbreekt.
Essentie: Bevestigt het dogma van de concomitantie: Christus is levend en dus onverdeelbaar. Wie alleen de hostie ontvangt, ontvangt het Lichaam, het Bloed, de Ziel én de Godheid van Christus in gelijke mate als wie uit de kelk drinkt.
Canon 4: Geen Communieplicht voor jonge kinderen
Korte inhoud: Veroordeelt de opvatting dat de Heilige Communie absoluut noodzakelijk is voor kleine kinderen voordat zij de jaren van verstand (de rede) hebben bereikt.
Essentie: Bepaalt dat jonge kinderen niet verplicht zijn te communiceren. Omdat zij door het Doopsel al in staat van genade zijn gebracht en nog geen persoonlijke zonden kunnen begaan, lopen zij zonder de communie geen enkel risico op het verliezen van de zaligheid.
Sessie 22 (17 september 1562)
In deze Sessie behandelde het Concilie van Trente het fundament van de katholieke eredienst: het offerkarakter van de Heilige Mis. Dit was een directe reactie op Maarten Luther en Johannes Calvijn, die de mis beschouwden als afgoderij en blasfemie omdat het afbreuk zou doen aan het eenmalige offer van Jezus aan het kruis.
Korte inhoud en essentie per canon
Canon 1: De Mis is een echt offer
Korte inhoud: Veroordeelt de opvatting dat er in de mis geen waarachtig en eigenlijke offer aan God wordt opgedragen, of dat 'offeren' niets anders betekent dan dat Christus aan ons wordt gegeven om te eten.
Essentie: Bevestigt dogmatisch dat de Heilige Mis een fysiek en reëel offer is dat aan God de Vader wordt aangeboden.
Canon 2: De instelling van het priesterschap
Korte inhoud: Veroordeelt de bewering dat Christus met de woorden "Doet dit tot Mijn gedachtenis" de apostelen niet tot priesters heeft gewijd, of niet heeft verordonneerd dat zij en andere priesters Zijn Lichaam en Bloed moesten offeren.
Essentie: Bevestigt dat Jezus tijdens het Laatste Avondmaal het katholieke priesterschap heeft ingesteld en de priesters de exclusieve macht gaf om het misoffer op te dragen.
Canon 3: De Mis is een verzoeningsoffer
Korte inhoud: Veroordeelt de stelling dat het misoffer louter een lof- en dankoffer is, of een naakte herdenking van het kruisoffer, en dat het geen verzoenende kracht heeft voor zonden.
Essentie: Bepaalt dat de mis een verzoeningsoffer (sacrificium propitiatorium) is dat effectief helpt om zonden, straffen en misdaden uit te wissen, zowel voor de levenden als voor de overledenen in het vagevuur.
Canon 4: Geen blasfemie ten opzichte van het Kruis
Korte inhoud: Veroordeelt de protestantse bewering dat het vieren van het misoffer een lastering (blasfemie) of aantasting is van het unieke offer dat Christus aan het kruis heeft gebracht.
Essentie: Stelt vast dat de mis het offer van het kruis niet vervangt of overbodig maakt, maar dit unieke offer juist toegankelijk maakt en toepast op de gelovigen.
Canon 5: Geldigheid van de liturgische riten
Korte inhoud: Veroordeelt de kritiek op de uiterlijke pracht en praal, de ceremoniën, de liturgische gewaden en de fysieke tekens (zoals kruistekens en wierook) die de Kerk tijdens de mis gebruikt.
Essentie: Legitimeert de traditionele liturgische gebruiken als hulpmiddelen die de menselijke ziel aansporen tot overpeinzing van goddelijke zaken.
Canon 6: Het Romeinse Kanaat (Eucharistisch Gebed)
Korte inhoud: Veroordeelt de stelling dat de Centrale Canon (het belangrijkste eucharistische gebed van de Latijnse mis) fouten bevat of moet worden afgeschaft.
Essentie: Verklaart de Canon van de Mis tot een heilige tekst die vrij is van theologische dwalingen en de puurheid van het geloof bewaart.
Canon 7: Het mengen van water met wijn
Korte inhoud: Veroordeelt de opvatting de Kerk er verkeerd aan doet om water te mengen met de wijn in de kelk, omdat dit in strijd zou zijn met de instelling van Christus.
Essentie: Handhaaft het mengen van water met wijn als een verplichte mystieke handeling (symbool voor het water en bloed uit Jezus' zijde en de vereniging van het volk met Christus).
Canon 8: Geldigheid van de "Privémis"
Korte inhoud: Veroordeelt de opvatting dat missen waarin alleen de priester communiceert en de leken niet fysiek ter communie gaan (de zogenaamde privémissen), onwettig zijn en moeten worden afgeschaft.
Essentie: Bevestigt dat elke mis objectief heilzaam is, omdat het volk geestelijk deelneemt en de priester namens de gehele Kerk en de gemeenschap offert.
Canon 9: Het gebruik van het Latijn en de zachte stem
Korte inhoud: Veroordeelt de stelling dat de mis uitsluitend in de volkstaal moet worden gevierd, of dat de woorden van de consecratie hardop moeten worden uitgesproken in plaats van fluisterend/zacht.
Essentie: Beschermt het Latijn als de heilige liturgische taal van de westerse Kerk en verdedigt de mystieke stilte rondom het moment van de consecratie.
De definitie van de H. Mis volgens het Concilie van Trente
Tijdens het Concilie van Trente (1545–1563) heeft de Katholieke Kerk de definitie en de dogmatische betekenis van de Heilige Mis scherp en onfeilbaar vastgelegd. Dit gebeurde met name tijdens de 22e zitting op 17 september 1562 in het decreet De sanctissimo Missae sacrificio (Over het allerheiligste misoffer).
Trente formuleerde de mis expliciet als reactie op de protestantse reformatoren, die het offerkarakter en de transsubstantiatie afwezen.
De dogmatische definitie van Trente
Volgens het Concilie van Trente is de Heilige Mis geen loutere herdenking of een lof- en dankdienst, maar een waarachtig en wezenlijk verzoeningsoffer (verum et proprium sacrificium propitiatorium).
De definitie rust op vier fundamentele pijlers:
1. Het is hetzelfde offer als het Kruisoffer
Trente stelt dat het offer op het altaar tijdens de mis identiek is aan het offer dat Jezus Christus eenmalig aan het kruis op Golgotha bracht. Het enige verschil is de wijze waarop het wordt opgedragen:
Op het kruis offerde Christus Zichzelf op bloedige wijze.
In de Heilige Mis offert Christus Zichzelf op onbloedige wijze onder de gedaanten van brood en wijn.
Kerncitaat: "Want de offeranden is één en dezelfde: Dezelfde die Zich toen aan het kruis offerde, offert Zich nu door de dienst van de priesters."
2. Het is een verzoeningsoffer voor de levenden en de doden
Omdat de mis de verdiensten van het kruisoffer toepasst op de mens, is de mis verzoenend van aard. Dit betekent dat het God milde stemt en zonden en straffen uitwist. Trente legde uitdrukkelijk vast dat dit offer niet alleen vruchtbaar is voor de aanwezige gelovigen, maar ook mag worden opgedragen voor:
De zonden, straffen en behoeften van de levende gelovigen.
De overledenen in het vagevuur die nog niet volkomen gelouterd zijn.
3. Ingesteld door Christus tijdens het Laatste Avondmaal
Het concilie definieerde dat Jezus Christus Zelf de Heilige Mis en het priesterschap heeft ingesteld tijdens het Laatste Avondmaal. Door de woorden "Doet dit tot Mijn gedachtenis", droeg Hij Zijn apostelen en hun opvolgers op om dit offer voort te zetten. Daarmee stelde Hij hen aan als katholieke priesters.
4. De Transsubstantiatie is noodzakelijk voor het offer
Het offer is alleen mogelijk omdat door de woorden van de consecratie de substantie (het wezen) van brood en wijn volledig verandert in het werkelijke Lichaam en Bloed van Christus. Omdat Christus werkelijk tegenwoordig is op het altaar, kan Hij als het Lam Gods aan de Vader worden aangeboden.
De Vervloekingen (Anathema's)
Om de definitie juridisch en theologisch af te dwingen, vaardigde Trente negen canonieke wetten uit. Wie de katholieke definitie ontkende, werd getroffen door het Anathema (excommunicatie/vervloeking). Enkele van de belangrijkste canons zijn:
Canon 1: Als iemand zegt dat in de mis aan God geen waarachtig en eigenlijke offer wordt opgedragen (...) hij zij verdoemd (anathema sit).
Canon 3: Als iemand zegt dat het misoffer louter een lof- en dankoffer is, of een naakte herdenking van het offer aan het kruis, maar geen verzoeningsoffer (...) hij zij verdoemd.
Samenvatting
Voor het Concilie van Trente is de Heilige Mis de feitelijke tegenwoordigstelling van het Kruisoffer op het altaar, waarin Christus door de handen van de priester Zichzelf onbloedig aan God de Vader offert tot vergeving van de zonden van levenden en doden.





