|
18/3 "De straf is op handen!" — De waarschuwing van OLVrouw in Ezkioga - Jerome Chong
In de zomer van 1931, in een rustig Baskisch dorp in Noord-Spanje, begon er iets buitengewoons te gebeuren. Nacht na nacht beklommen duizenden mensen een donkere heuvel met rozenkransen, kaarsen en wanhopige gebeden. Ze speurden de hemel af, wachtend op een teken uit de Hemel. Sommigen beweerden dat de Maagd Maria verscheen. Anderen zeiden dat de visioenen waarschuwden voor een dreigende catastrofe voor Spanje en de wereld. Binnen enkele weken groeiden de menigten zo groot dat wel 80.000 mensen zich in één nacht op de berg verzamelden. Maar de verschijningen van Ezkioga zouden al snel een van de meest mysterieuze en controversiële Mariale gebeurtenissen van de 20e eeuw worden.
Dit is het verhaal van de visioenen van Ezkioga. De eerste verschijning vond plaats op 29 juni 1931 in het kleine dorpje Ezkioga in Baskenland, Spanje 1931. Die avond liepen twee kinderen, de 7-jarige Andrés Bereciartua en zijn 11-jarige zusje Antonia, bij een heuvel genaamd Anduaga, boven de dorpskerk. Plotseling stopten de kinderen. Ze staarden naar de hemel en zeiden dat ze een vrouw zagen, omgeven door licht. Ze beschreven haar als de Maagd Maria, gekleed in zwart zoals OLVrouw van Smarten. De kinderen zeiden dat ze zwijgend boven op de heuvel stond en hen gadesloeg. Het nieuws verspreidde zich snel door het dorp.
Aanvankelijk, twijfelden veel mensen aan de kinderen. Zelfs hun eigen vader geloofde hen niet. Maar binnen enkele dagen, begonnen dorpelingen de heuvel te beklimmen om de rozenkrans te bidden. Steeds meer mensen begonnen de Maagd Maria te zien. Tegen juli 1931 meldden tientallen zieners visioenen tijdens gebedsbijeenkomsten op de heuvel. Velen raakten in diepe extase en staarden lange tijd naar de hemel terwijl ze de rozenkransen of crucifixen vasthielden. Getuigen zeiden dat de zieners soms volledig verstijfden en zich niet bewust waren van pijn of beweging om hen heen.
Onder de eerste zieners was een jonge vrouw genaamd Ramona Olazabal die haar eerste visioen meldde op 16 juli 1931. Al snel volgden anderen, kinderen, boeren en dorpsbewoners uit de hele regio. Benita Aguirre, een andere jonge zieneres, was slechts 9 jaar oud ten tijde van de verschijningen. Ze had een laag opleidingsniveau. Maar in haar extases meldden mensen dat ze leek te veranderen in een ander persoon. Ook zij zag de verschijning van OLVrouw van Smarten.

En zo beschreef ze haar. "Ik zag de Heilige Maagd met snijwonden en bloedige handen. Ze verscheen ook met twee zwaarden die haar Hart doorboorden. En eenmaal in een linkerhand een bloedige punt. In haar rechterhand had ze een met bloed bevlekte zakdoek. Ze was in zwart gekleed en droeg een kroon. Ik vroeg haar waarom ze zoveel bloed had en of het voor onze zonden was, en ze zei ja.
Op 7/9/1933 openbaarde OLVrouw een visioen van het lijden dat spoedig over Spanje zou komen. Ze waarschuwde dat de goddeloze republiek die in het land was ontstaan, zelf een teken was van naderend lijden. Volgens de boodschap die via Benita werd doorgegeven, zou deze nieuwe orde spoedig in het verderf zou vervallen en dat er nog ergere beproevingen zouden volgen. OLVrouw voorspelde dat communistische troepen de macht over Spanje zouden overnemen en het goede dat nog in de natie over was, zouden vernietigen. Ze zei dat buitenlandse mogendheden het land ook zwaar zouden straffen, terwijl veel mensen zich niet bewust zouden zijn van het geestelijke gevaar dat hen omringde.
De Heilige Moeder legde uit dat de goeden gedwongen zouden worden de woestijn in te vluchten. Toch verzekerde ze hen dat ze geen honger zouden lijden, omdat zij voor hen zou zorgen en hen zou geven wat ze nodig hadden. Op die plaats van toevlucht, ver van de chaos, zouden de gelovigen zich een belangrijke waarheid herinneren. Christus moet regeren. OLVrouw zei dat deze tijd van ballingschap zou 3,5 jaar duren. Na die periode van lijden zouden de gelovigen kunnen terugkeren naar Spanje, omdat het ergste van de beproevingen voorbij zou zijn. Pas dan zou er iets diepers beginnen. Ze zei dat de heerschappij van het Heilig Hart van Jezus niet als een politiek koninkrijk zou komen, maar als een innerlijke rijk in de zielen.
Cruz Lete, 18 jaar oud, en één van de zieners op Ezkioga werd getoond wat de straf zou zijn en deze waarschuwing was niet alleen voor Spanje, maar voor de hele wereld. In 1933 vertelde hij wat de maagd hem had verteld.

"De straf is aanstaande. Het hangt aan een zijden draadje. Het zou zelfs nu al kunnen beginnen. En wij zouden tot de verdoemden gerekend kunnen worden. Maar voor zij die in Gods genade zijn, zal het geen straf zijn, maar een beloning. Want naar de Hemel gaan is altijd een beloning. De hele wereld zal rouwen, want de straf zal de hele wereld treffen. De Maagd gaf ook aan dat haar boodschappen voor de hele mensheid waren en niet alleen voor Spanje of Baskenland." Binnen enkele weken vermenigvuldigde het aantal zieners zich. Uiteindelijk beweerden meer dan 200 mensen Hemelse visioenen te hebben gezien in Ezkioga. De boodschappen die ze rapporteerden hadden een vergelijkbaar thema: een oproep tot gebed, een oproep tot bekering en een waarschuwing voor lijden als de mensheid niet tot God terugkeerde.
Volgens verschillende zieners sprak de Maagd met grote urgentie en riep ze de kinderen op om de Heilige Rozenkrans te bidden en boete te doen, zodat God Zich over de wereld zou ontfermen. De menigte bleef aanzwellen en het nieuws over de verschijningen had zich over heel Spanje verspreid. Halverwege juli kwamen er dagelijks duizenden pelgrims aan. Op verschillende nachten in juli en oktober 1931 schatten getuigen dat bijna 80.000 mensen zich op de heuvel verzamelden om de zieners in extase te zien vallen. Slechts enkele jaren later zou Spanje in de verwoestende Spaanse burgeroorlog worden gestort.
Hierdoor beweerden veel gelovigen later dat de verschijningen de tragedie hadden voorspeld. Maar de gebeurtenissen in Ezkioga werden steeds complexer. Naarmate meer en meer mensen beweerden visioenen te hebben gehad, ontstond er verwarring. Sommige zieners meldden engelen of heiligen te hebben gezien. Anderen zeiden Christus het kruis te hebben zien dragen. Enkele zieners beweerden zelfs de stigmata te hebben ontvangen. Het bekendste geval betrof Ramona Olasabal.

Op 15 oktober 1931 verschenen er tijdens een visioen wonden op een lichaam die leken op de wonden van de kruisiging. Het nieuws over dit wonder verspreidde zich snel en trok nog grotere menigten naar Ezkioga. Volgens sommige schattingen bezochten meer dan 1 miljoen pelgrims de heuvel in de jaren van de verschijningen. Maar niet iedereen geloofde dat de gebeurtenissen bovennatuurlijk waren. Artsen, journalisten en kerkelijke autoriteiten begonnen de fenomenen te onderzoeken. Sommige onderzoekers beweerden dat bepaalde zieners overdreven of beïnvloed werden door de intense sfeer van de bijeenkomsten.
Anderen geloofden dat politieke spanningen de beweging aanwakkerden. Spanje maakte destijds een grote omwenteling door. De monarchie was onlangs gevallen en de nieuwe Tweede Spaanse Republiek introduceerde antiklerikale wetten waartegen veel katholieken zich sterk verzetten. De verschijningen van Ezkioga leken een antwoord van de Hemel op de crisis. Maar critici vreesden dat de visioenen verweven raakten met politiek en angst. Bisschoppen begonnen de bijeenkomsten te ontmoedigen en de beweringen nauwkeuriger te onderzoeken. Desondanks gingen de visioenen door. Sommige zieners meldden verdere boodschappen, dringend gebed en offers.
In 1933 en 1934 veroordeelden de kerkelijke autoriteiten de verschijningen formeel en verboden ze georganiseerde pelgrimstochten naar de heuvel. Zonder officiële steun verdween de bijeenkomst langzaam. Maar het verhaal eindigde niet in stilte. Veel van de zieners werden bespot, onder druk gezet en soms vervolgd. Sommige gelovigen bleven de verschijningen verdedigen. Overtuigd dat de Hemel de heuvel van Ezkioga werkelijk had bezocht. Vandaag de dag blijven de verschijningen van Ezkioga één van de meest mysterieuze en controversiële Mariale gebeurtenissen in de moderne geschiedenis. Na 95 jaar en met nauwelijks documentatie die enige zekerheid kan bewijzen, zijn de visioenen van die zomer van 1931 gearchiveerd gebleven in het verborgen geheugen van de tweede Spaanse Republiek.
Toch oordeelde de kerk uiteindelijk dat de verschijningen niet bovennatuurlijk waren. De boodschap die de zieners overbrachten, weerspiegelt een oproep die door de hele christelijke geschiedenis heen te horen is geweest. Een oproep tot gebed, een oproep tot bekering en een herinnering dat mensen, zelfs in tijden van verwarring en crisis, naar de Hemel blijven kijken voor hoop. OLVrouw van Smarten, bid voor ons.
|