Door:
Franklin ter
Horst
Spectaculaire
afbeelding van de Bijbelse Jozef in Egypte ontdekt.
Een groep Egyptische
archeologen en onderzoekers hebben een sensationele ontdekking gedaan die het
bestaan van de Bijbelse Jozef bevestigt.
De geschiedenis van Jozef in Egypte wordt door veel critici als
ongeloofwaardig afgedaan maar de Egyptische krant Al-Ahram meldt dat archeologen
bij verrassing een aantal munten hebben ontdekt uit de tijd van de Egyptische
farao’s. Sommige munten zijn uit de tijd dat Jozef in Egypte leefde en dragen
zijn naam en afbeelding.
De onderzoekers ontdekten
de munten toen ze duizenden kleine archeologische vondsten nakeken die in het
Egyptisch museum liggen opgeslagen. Wat de meeste archeologen voor een soort
sieraden hebben gehouden, blijken in werkelijkheid munten te zijn.Net als de
munten in onze tijd, staat aan de ene kant een tekst en andere kant een
afbeelding.Een van de munten heeft een afbeelding van een koe symboliserend
Farao’s droom over de zeven vette koeien en de zeven magere koeien, en de zeven
jaren van graanovervloed en de zeven jaren van droogte. Met de vondst van de
munten is tevens de bewering van sommige historici weerlegt dat er in de
klassieke Egyptische oudheid geen munten bestonden maar dat de handel
slechts bestond uit
ruilhandel.
De Bijbel meldt dat
Jozef met zijn broers, de zonen van Bilha en Zilpa, de schapen van zijn vader
hoede. Jakob (Israël) had Jozef lief boven al zijn zonen. Toen zijn broers dat
zagen, begonnen ze hem te haten. De haat werd nog erger toen Jozef een paar
dromen aan zijn broers had verteld en uitgelegd. Daarop besloten zijn broers hem
aan de Ismaëlieten te verkopen voor twintig zilverstukken. De Ismaëlieten namen
hem vervolgens mee naar Egypte waar hij als slaaf werd verkocht aan een
Egyptische hoveling. Ook uit andere bronnen blijkt dat in die tijd een
behoorlijke slaaf in het gehele Midden-Oosten 20 zilverstukken koste.
In Genesis 41 wordt de
ontmoeting van Jozef met de farao beschreven. Jozef werd door God gezegend en
dat viel de Egyptenaren op (Gen.39:3). De farao had een droom en de wijzen waren
niet in staat deze uit te leggen. De schenker herinnerde zich Jozef die zijn
droom had uitgelegd. Jozef verscheen vervolgens voor farao en legt hem de droom
uit. De droom hield in dat er zeven jaren van voorspoed en daarna zeven jaren
van hongersnood zouden komen. Jozefs voorstel was om iemand aan te stellen die
erop toe zou zien dat het voedseloverschot in de zeven jaren van voorspoed zou
worden verzameld en opgeslagen. Farao erkende dat God dit allemaal aan Jozef had
bekendgemaakt en erkende eveneens de wijsheid die God aan Jozef had gegeven.
Daarom kreeg Jozef de taak om het paleis te besturen. Alleen Farao stond nog
boven hem. Als tekenen van deze bevoegdheid en hoge positie kreeg Jozef een
zegelring om zijn vinger, een gouden keten om zijn hals, linnen kleding, en een
prachtige wagen. Bij Jozefs benoeming tot eerste minister gaf de farao hem de
Egyptische naam Safenat-Paneach.
Als echtgenote kreeg hij Asnat, de dochter van Potifera, de priester van
On.De uitreiking van de gouden keten was destijds een beloning voor een bewezen
dienst.
Volgens Joodse bronnen
stierf Jozef rond 1450 voor Chr in Egypte. Het was in die tijd de gewoonte dat
een overledene werd ‘vergaderd bij zijn voorgeslacht’, door te worden bijgezet
in een familiegraf. Ook Jakob wilde het zo (Gen.50:2-3) Van Jozef staat echter
vermeld dat hij in een kist werd gelegd in Egypte, wel met het oogmerk om later
met zijn volk naar Kanaän te worden meegenomen. En zo gebeurde het! Mozes nam
het gebeente van Jozef mee uit Egypte en Jozua begroef zijn overblijfselen na
aankomst in het Beloofde Land, in Sichem.
Jozua:
24-42 Het gebeente van Jozef, dat de Israëlieten uit Egypte
meegevoerd hadden, heeft men te Sichem begraven, in het stuk land, dat Jakob
voor honderd stukken geld van de zonen van Hemor, de vader van Sichem, gekocht
had en dat de Jozefieten verkregen tot een erfelijke
bezitting.Het graf van Jozef ligt op
de plaats waar de Here aan Abraham verscheen, in Sichem, bij de terebint van
Moré. Sichem speelde ook een bijzondere rol in de geschiedenis van Israël bij de
verovering van het land onder Jozua. Jakob sloeg eveneens tijdelijk zijn kamp op
bij Sichem. Uit een brief van de koning van Jeruzalem aan de toenmalige farao
van Egypte (gevonden in 1887 in het oude Egyptische archief van Tell el-Amarna)
is bekend, dat Sichem zich zonder slag of stoot aan de Israëlieten overgaf. Dat
verklaart, hoe Jozua ongestoord en zonder dat er vijandelijkheden plaatsvonden
de verovering van Mozes ten uitvoer kon brengen en een altaar en een gedenkteken
op de berg Ebal neer kon zetten.
Jozefs graf in Sichem is
een getuigenis van Gods belofte aan Israël aangaande hun rechten op het land.
Sichem is één van de steden die Israël aan het PA/PLO regiem heeft overgedragen
zoals in de Oslo-akkoorden is overeengekomen en word door de Arabieren Nablus
genoemd. Tijdens het begin van de
Al-Aksa-intifada op 29 september 2000, werden er vanuit deze stad aanvallen op
Israëlische doelen uitgevoerd, en werd het graf van Jozef, plaats van dagelijkse
ongeregeldheden. De Palestijnen lieten daar de gewonde Israëlische soldaat
Madhat Yusuf doodbloeden door ambulancepersoneel de toegang te beletten. De toenmalige Israëlische premier Ehud
Barak besloot daarop het leger bij de tombe terug te trekken. Honderden
uitzinnige Palestijnen, waaronder politieagenten, trokken vervolgens naar het
graf, staken het en de bijbehorende synagoge in brand en beukten met mokers de
muren kapot. Tweeduizend heilige boeken werden verbrand en meer dan drieduizend
jaar Joodse geschiedenis totaal verwoest. Wat niet onder de slopershamer viel
werd gestolen: computers, aanrechten, en zelfs toiletpotten. Rabbijn Hillil
Lieberman die een kijkje kwam nemen omdat hij niet kon geloven wat er gebeurt
was, werd op gruwelijke wijze vermoord.
Ondanks de talrijke
historische vondsten blijven zelfs geleerden zeer sceptisch ten aanzien van de
historische betrouwbaarheid van het Oude Testament en stellen dat het merendeel
van de Bijbelse verhalen bestaan uit verzinsels. Zo zouden de Israëlieten nooit
in Egypte zijn geweest en de verhalen over onder meer Jozef, Mozes, Jozua,
Salomo en koning David, niets anders zijn dan sprookjes. Het volk van Israël en
de Bijbel, zouden in diepere werkelijkheid, niet meer zijn dan kunstmatige
vertelsels, gefabriceerd en verzonnen.
De waarheid is echter dat
praktisch iedere vierkante meter grond en iedere steen, het verhaal verteld van
Israël’s meer dan 3000 jaar oude Bijbelse geschiedenis in het door God aan hen
toegewezen land. De grote internationale anti-Israël lobby wil dat graag anders
zien, maar de feiten liegen niet. Niet alleen in Israël worden bewijzen gevonden
die het bestaan van bijbelteksten bevestigen, maar ook in het oude Mesopotamië
waar de dageraad lag van de menselijke geschiedenis en het begin van de grote
beschavingen van na de Zondvloed. Meer dan 3000 jaar lang bloeiden hier
verschillende beschavingen en kreeg de wereld van de Bijbel er voor een deel
zijn gestalte. Het Britisch Museum bezit 130.000 kleitabletten die het verhaal
vertellen over de geschiedenis van de oude Mesopotamische volken. Deze tabletten
die onder meer bij opgravingen ten zuiden van Bagdad als ook in Ninevé zijn
gevonden, zijn nog maar gedeeltelijk vertaald. Spijkerschrift op kleitabletten zijn de
oudste vorm van schrift en werd reeds gehanteerd vóór de Zondvloed. Deze
tabletten hebben een duidelijk beeld gegeven van de tijd die uit de eerste
hoofdstukken van Genesis bekend zijn.
Steeds opnieuw blijkt Gods
Woord gezaghebbend en waarheidsgetrouw. Met regelmaat worden er nieuwe vondsten
gedaan die bewijzen dat het Oude testament een historisch verslag is van ware
gebeurtenissen. Zij die de Bijbel tot een sprookjesboek verlagen, en Israël het
recht op het land ontzeggen, hebben ongelijk

