Naar de inhoud

Leven met het Woord van God

De blog van Erich
akke.beakke.be
Iedereen is van harte welkom op deze blog. Als je een zoekende bent naar de Here Jezus hoop ik dat je hier iets kunt vinden...Welkom... WELKOM IN GODS KONINKRIJK. ER KOMT EEN DAG DAT DE POORTEN VAN "GENADE"DICHT GAAN, ZORG DAT JE BINNEN BENT.. LAAT JE OUDE "IK"ACHTER EN DOE EEN NIEUW KLEED AAN...HET BRUILOFTSKLEED.

Archief

WEEK3 DAG 11 : WONDER BOVEN WONDER

Dag 11 - 13 maart 2017 - 40 dagen Marcus


1 Ze kwamen aan de overkant van het meer, in het gebied van de Gerasenen. 2 Toen hij uit de boot gestapt was, kwam hem meteen vanuit de grafspelonken een man tegemoet die door een onreine geest bezeten was 3 en in de spelonken woonde. Zelfs als hij vastgebonden was met een ketting kon niemand hem in bedwang houden. 4 Hij was al dikwijls aan handen en voeten geketend geweest, maar dan trok hij de kettingen los en sloeg hij de boeien stuk, en niemand was sterk genoeg om hem te bedwingen. 5 En altijd, dag en nacht, liep hij schreeuwend tussen de rotsgraven en door de bergen en sloeg hij zichzelf met stenen. 6 Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op hem af en viel voor hem neer, 7 en luid schreeuwend zei hij: ‘Wat heb ik met jou te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer je bij God: doe me geen pijn!’ 8 Want hij had tegen hem gezegd: ‘Onreine geest, ga weg uit die man.’ 9 Jezus vroeg hem: ‘Wat is je naam?’ En hij antwoordde: ‘Legioen is mijn naam, want we zijn met velen.’ 10 Hij smeekte hem dringend om hen niet uit deze streek te verjagen. 11 Nu liep er op de berghelling een grote kudde varkens te grazen. 12 De onreine geesten smeekten hem: ‘Stuur ons naar die varkens, dan kunnen we bij ze intrekken.’ 13 Hij stond hun dat toe. Toen de onreine geesten de man verlaten hadden, trokken ze in de varkens, en de kudde van wel tweeduizend stuks stormde de steile helling af, het meer in, en verdronk in het water.
14 De varkenshoeders sloegen op de vlucht en vertelden in de stad en in de dorpen wat ze hadden meegemaakt, en de mensen gingen kijken wat er was gebeurd. 15 Ze kwamen bij Jezus en zagen de bezetene daar zitten, gekleed en bij zijn volle verstand, dezelfde man die altijd bezeten was geweest door het legioen, en ze werden door schrik bevangen. 16 Degenen die alles gezien hadden, legden uit wat er met de bezetene en met de varkens was gebeurd. 17 Daarop drongen de mensen er bij Jezus op aan om hun gebied te verlaten. 18 Toen hij in de boot stapte, smeekte de man die bezeten was geweest om bij hem te mogen blijven. 19 Dat stond hij hem niet toe, maar hij zei tegen hem: ‘Ga naar huis, naar uw eigen mensen, en vertel hun wat de Heer allemaal voor u heeft gedaan en hoe hij zich over u heeft ontfermd.’ 20 De man ging weg en maakte in Dekapolis bekend wat Jezus voor hem had gedaan, en iedereen stond verbaasd.
(Marcus 5:1-20, Nieuwe Bijbelvertaling)



Jezus laat zijn macht overal zien

De onreine geest die Jezus uitdrijft, noemt hem ‘Zoon van de allerhoogste God’. Zoals we al eerder zagen is dat heel bijzonder in het evangelie volgens Marcus. Behalve God zelf (Marcus 1:11 en 9:7) noemen alleen onreine geesten en een Romeinse centurio hem zo. Precies degenen van wie je het niet verwacht. Dat is een belangrijk thema in Marcus: de mensen die niet dicht bij Jezus staan, zien soms beter wie hij is dan degenen die wel dicht bij hem staan.

Marcus vertelt niet zomaar dat Jezus voor deze genezing naar de overkant van het Meer van Galilea is gereisd. De man die Jezus geneest, komt uit de Dekapolis. Dat is een gebied waar vooral niet-Joden wonen. Kijk maar naar de grote kudde varkens waar de geesten intrekken: Joden aten en hoedden geen varkens. En terwijl Jezus eerder vaak zei dat mensen die genezen waren, daar verder niet over mochten praten, vraagt Jezus de genezen man hier juist wél te vertellen wat hij voor hem gedaan heeft. Zo geeft Marcus een voorproefje van de verspreiding van het goede nieuws onder de niet-Joden. Dat zijn juist weer mensen die niet zo dichtbij Jezus staan als zijn Joodse volgelingen.

Wil je verder lezen over een legioen, rotsgraven, of de Zoon van God? Ontdek het op debijbel.nl.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

WEEK2 DAG 10 : WIE IS DEZE MAN?

Dag 10 - 11 maart 2017 - 40 dagen Marcus

21 Tegen de menigte zei hij: ‘Je steekt toch geen lamp aan om hem onder een korenmaat te zetten of onder een bed weg te bergen? Nee, je zet hem op een standaard. 22 Alles wat verborgen is, moet openbaar worden gemaakt, en alles wat in het geheim is ontstaan, moet aan het licht komen. 23 Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’ 24 Hij zei ook tegen hen: ‘Let goed op wat je hoort: met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden, en er zal je zelfs meer worden toebedeeld. 25 Want wie heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft zal zelfs het laatste worden ontnomen.’
26 En hij zei: ‘Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: 27 hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe. 28 De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar, en dan het rijpe graan in de aar. 29 Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.’ 30 En hij zei: ‘Waarmee kunnen we het koninkrijk van God vergelijken en door welke gelijkenis kunnen we het voorstellen? 31 Het is als een zaadje van de mosterdplant, het kleinste van alle zaden op aarde wanneer het gezaaid wordt. 32 Maar als het na het zaaien opschiet, wordt het het grootste van alle planten en krijgt het grote takken, zodat de vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen nestelen.’ 33 Met zulke en andere gelijkenissen verkondigde hij hun Gods boodschap, voor zover ze die konden begrijpen; 34 hij sprak alleen in gelijkenissen tegen hen, maar wanneer hij alleen was met zijn leerlingen, verklaarde hij hun alles.
35 Aan het eind van die dag, toen het avond was geworden, zei hij tegen hen: ‘Laten we het meer oversteken.’ 36 Ze stuurden de menigte weg en namen hem mee in de boot waarin hij al zat, en voeren samen met de andere boten het meer op. 37 Er stak een hevige storm op en de golven beukten tegen de boot, zodat die vol water kwam te staan. 38 Maar hij lag achter in de boot op een kussen te slapen. Ze maakten hem wakker en zeiden: ‘Meester, kan het u niet schelen dat we vergaan?’ 39 Toen hij wakker geworden was, sprak hij de wind bestraffend toe en zei tegen het meer: ‘Zwijg! Wees stil!’ De wind ging liggen en het meer kwam helemaal tot rust. 40 Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?’ 41 Ze werden bevangen door grote schrik en zeiden tegen elkaar: ‘Wie is hij toch, dat zelfs de wind en het meer hem gehoorzamen?’
(Marcus 4:21-41, Nieuwe Bijbelvertaling)



Van onbegrip gegrepen-zijn

Wie is Jezus, en wat is zijn boodschap? Weer laat Marcus zien dat het voor de mensen moeilijk blijft om de woorden van Jezus helemaal te begrijpen. Toch blijft Jezus benadrukken hoe belangrijk het is om hem te volgen en zijn goede boodschap te verder te vertellen. Het koninkrijk van God zal steeds groter worden. Maar dat gebeurt alleen als Jezus’ volgelingen zelf meewerken om die boodschap te verspreiden.

Nog steeds legt Jezus zijn belangrijkste lessen pas uit als zijn publiek weg is. Hij wacht tot de menigte weer naar huis is gegaan, tot hij alleen is met zijn groep leerlingen. Dan vertelt hij hun wat hij precies bedoelde met zijn beelden en gelijkenissen. Toch eindigt de tekst van vandaag met deze uitspraak van zijn leerlingen: ‘Wie is hij toch?’ Jezus’ boodschap én Jezus’ macht en wonderen blijven onbegrip opwekken. Maar Jezus wijst ook vooruit naar een tijd dat alles duidelijker zal worden: alles moet openbaar worden gemaakt, alles moet aan het licht komen (vers 22). Die tijd komt wanneer je Jezus volgt en doet wat hij zegt. Dat dat niet altijd makkelijk is, zie je aan de leerlingen. Maar wie – net als zij – Jezus blijft volgen, ondanks alle onbegrip en ongemak, zal uiteindelijk thuiskomen in Gods koninkrijk.

Wil je verder lezen over sikkels, lampen, of boten? Ontdek het op debijbel.nl!

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

WEEK2 DAG 9 : WIE IS DEZE MAN?

Dag 9 - 10 maart 2017 - 40 dagen Marcus

1 Weer ging hij naar het meer om de mensen te onderwijzen; er kwam een enorme menigte om hem heen staan. Daarom ging hij in de boot op het meer zitten, terwijl de menigte op de oever bleef staan. 2 Hij onderwees hen uitvoerig en sprak hen toe in gelijkenissen. Hij zei: 3 ‘Luister. Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. 4 Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad op de weg, en de vogels kwamen en aten het op. 5 Een ander deel viel op rotsachtige grond, waar maar weinig aarde was, en het schoot meteen op omdat het niet diep in de grond kon doordringen; 6 en toen de zon opkwam verschroeide het jonge groen, en omdat het geen wortel had droogde het uit. 7 Weer ander zaad viel tussen de distels, en de distels schoten op en verstikten het en het bracht geen vrucht voort. 8 Maar er waren ook zaadjes die in goede grond vielen en wel vrucht voortbrachten: ze schoten op en groeiden en droegen vrucht. Sommige leverden het dertigvoudige op, andere het zestigvoudige en weer andere het honderdvoudige.’ 9 En hij zei: ‘Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’
10 Toen hij weer alleen was met zijn volgelingen en met de twaalf, stelden ze hem vragen over de gelijkenissen. 11 Hij zei tegen hen: ‘Aan jullie is het geheim van het koninkrijk van God onthuld; maar zij die buiten blijven staan, krijgen alles te horen in gelijkenissen, 12 “opdat ze scherp zien, maar geen inzicht hebben, opdat ze goed horen, maar niets begrijpen, anders zouden ze zich bekeren en vergeving krijgen.”’
13 Hij zei tegen hen: ‘Begrijpen jullie deze gelijkenis niet? Hoe zullen jullie alle andere gelijkenissen dan begrijpen? 14 De zaaier zaait het woord. 15 Sommigen zijn als het zaad dat op de weg valt: het woord wordt wel gezaaid, maar wanneer ze het gehoord hebben, komt meteen Satan om het woord weg te graaien dat in hen gezaaid is. 16 Anderen zijn als het zaad dat op rotsgrond is gezaaid: wanneer zij het woord hebben gehoord, nemen ze het meteen met vreugde in zich op, 17 maar in hen schiet het geen wortel, ze zijn te oppervlakkig, en als ze vanwege het woord worden beproefd of vervolgd, houden ze geen ogenblik stand. 18 Weer anderen zijn als het zaad dat tussen de distels is gezaaid: ze hebben het woord wel gehoord, 19 maar de zorgen om het dagelijks bestaan en de verleiding van de rijkdom en hun verlangens naar allerlei andere dingen komen ertussen en verstikken het woord, zodat het zonder vrucht blijft. 20 Maar er zijn ook mensen die zijn als het zaad dat op goede grond is gezaaid: zij horen het woord en aanvaarden het en dragen vrucht, sommigen dertigvoudig, anderen zestigvoudig en weer anderen honderdvoudig.’
(Marcus 4:1-20, Nieuwe Bijbelvertaling)



Horen en luisteren

Jezus vertelt een gelijkenis, maar zelfs zijn leerlingen begrijpen niet wat hij ermee bedoelt. Waarom vertelt Jezus dingen die zo moeilijk te begrijpen zijn? Om dat uit te leggen citeert hij Jesaja 6:9. Daar gaat het over het volk dat niet zal luisteren naar de boodschap van God die Jesaja vertelt. Dan zal God het volk straffen. Jezus wil op die manier duidelijk maken dat het heel belangrijk is om bij hem te horen, en je best te doen om te begrijpen wat hij zegt. Maar dat is nog niet alles.

‘Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’ Het is niet genoeg om alleen maar achter Jezus aan te lopen om mooie dingen te zien en horen. Je moet écht goed luisteren. En zelfs dat is nog niet genoeg. Dat zie je in de gelijkenis die Jezus vertelt: het gaat om vrucht dragen. Niet bij iedereen die de woorden van Jezus hoort, zullen die woorden ook echt iets opleveren. Alleen de mensen die Jezus’ woorden horen én doen, horen bij Jezus en bij God.

Ken jij mensen die ‘honderdvoudig vrucht’ lijken te dragen? Wat is hun geheim, denk je?

Wil je verder lezen over zaaien of gelijkenissen? Ontdek het op debijbel.nl.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

WEEK2 DAG 8 : WIE IS DEZE MAN?

Dag 8 - 9 maart 2017 - 40 dagen Marcus

22 Ook de schriftgeleerden die uit Jeruzalem gekomen waren, zeiden: ‘Hij is bezeten door Beëlzebul,’ en: ‘Dankzij de vorst der demonen kan hij demonen uitdrijven.’ 23 Toen hij hen bij zich geroepen had, sprak hij tot hen in gelijkenissen: ‘Hoe kan Satan zichzelf uitdrijven? 24 Als een koninkrijk innerlijk verdeeld is, kan dat koninkrijk niet standhouden; 25 als een gemeenschap innerlijk verdeeld is, zal die gemeenschap niet kunnen standhouden. 26 En als Satan tegen zichzelf in opstand is gekomen en verdeeld is, kan ook hij niet standhouden, maar gaat hij zijn einde tegemoet. 27 Bovendien kan niemand het huis van een sterkere binnengaan om zijn inboedel te roven, als hij die sterkere niet eerst vastgebonden heeft; pas dan kan hij zijn huis leeghalen. 28 Ik verzeker u: alle wandaden en godslasteringen, hoe erg ook, kunnen de mensen worden vergeven, 29 maar wie lastertaal spreekt tegen de heilige Geest, krijgt in alle eeuwigheid geen vergeving, want zo iemand is schuldig aan een onuitwisbaar vergrijp.’ 30 Dit omdat ze gezegd hadden: ‘Hij is bezeten door een onreine geest.’
31 Intussen waren zijn moeder en zijn broers aangekomen. Ze stuurden iemand naar binnen om hem te halen. Zelf bleven ze buiten wachten. 32 Er zat een groot aantal mensen om hem heen, en die zeiden tegen hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten en zoeken u.’ 33 Hij antwoordde: ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers?’ 34 Hij keek de mensen aan die in een kring om hem heen zaten en zei: ‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. 35 Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.’
(Marcus 3:22-35, Nieuwe Bijbelvertaling)


Aan wiens kant sta je?

Gisteren lazen we dat de familie van Jezus dacht dat hij gek was. Nu zijn ze bij hem aangekomen om hem op te halen. Jezus maakt meteen duidelijk waar het om gaat: de wil van God doen. Hij noemt diegenen die de wil van God doen, zijn ware familie. Dat is een heftige uitspraak: Jezus zegt dat zijn eigen moeder en broers zijn familie niet meer zijn. Dat zegt hij niet omdat hij niet meer van hen houdt. Nee, hij wil juist dat ze hem volgen. Dan zullen ze pas écht familie zijn.

Ook de schriftgeleerden begrijpen niet wie Jezus is en wat hij doet. Ze denken dat hij de wil van Satan doet. Door de kracht van Jezus zo’n duistere oorsprong te geven, beschuldigen de schriftgeleerden Jezus van een wel heel grote zonde: hij verspreidt de boodschap van God niet, maar hij werkt juist tégen God.

Jezus maakt meteen duidelijk waar zijn kracht wel vandaan komt: van de heilige Geest (zie Marcus 1:10). De schriftgeleerden beledigen dus niet alleen Jezus, maar ook de heilige Geest zelf! Jezus doet niet de wil van Satan, maar juist de wil van God.

Wat vind je ervan dat Jezus zijn moeder en broers zo buiten laat staan? Heb jij iets of iemand waar je meer om geeft dan om je familie?

Wil je verder lezen over roven, Beëlzebul, of Satan? Ontdek het op debijbel.nl.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

WEEK 2 DAG 7 : WIE IS DEZE MAN?

Dag 7 - 8 maart 2017 - 40 dagen Marcus

7 Jezus week met zijn leerlingen uit naar het meer, en een grote menigte uit Galilea volgde hem. Ook uit Judea 8 en Jeruzalem, uit Idumea en het gebied aan de overkant van de Jordaan en uit de omgeving van Tyrus en Sidon kwamen veel mensen naar hem toe, omdat ze hadden gehoord wat hij allemaal deed. 9 Hij zei tegen zijn leerlingen dat ze een boot voor hem gereed moesten houden, om te voorkomen dat hij door de menigte onder de voet zou worden gelopen. 10 Allerlei zieken verdrongen zich om hem aan te raken, want hij had al veel mensen genezen. 11 Telkens als de onreine geesten hem zagen, vielen ze voor hem neer en schreeuwden: ‘Jij bent de Zoon van God!’ 12 Hij sprak hen bestraffend toe, en verbood hun bekend te maken wie hij was.
13 Hij ging de berg op en riep al degenen bij zich op wie hij zijn keuze had laten vallen, en ze kwamen naar hem toe. 14 Hij stelde twaalf van hen aan als apostel; ze moesten hem vergezellen, en hij wilde hen ook uitzenden om het goede nieuws bekend te maken. 15 Ze kregen de macht om demonen uit te drijven. 16 De twaalf die hij aanstelde, waren achtereenvolgens Simon, die hij de naam Petrus gaf, 17 Jakobus, de zoon van Zebedeüs, Johannes, de broer van Jakobus (aan deze twee gaf hij de naam Boanerges, wat ‘zonen van de donder’ betekent), 18 Andreas, Filippus, Bartolomeüs, Matteüs, Tomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Taddeüs, Simon Kananeüs 19 en Judas Iskariot, die hem heeft uitgeleverd.
20 Hij ging terug naar huis, en weer verzamelde zich een menigte, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te gaan eten. 21 Toen zijn verwanten hiervan hoorden, gingen ze op weg om hem, desnoods onder dwang, mee te nemen, want volgens hen had hij zijn verstand verloren.
(Marcus 3:7-21, Nieuwe Bijbelvertaling)



Wie kent Jezus?

Zoals we al eerder in Marcus hebben gelezen, is Jezus enorm populair geworden in Galilea. Mensen verdringen zich om maar iets van hem op te vangen, en misschien een wonderlijke genezing mee te maken. Het is zo erg dat ze Jezus bijna onder de voet lopen. Jezus krijgt zelfs geen kans om te eten!

Maar de mensen die hem volgen, zien niet wie hij echt is. Ze komen voor de wonderen, maar uit hun gedrag blijkt niet dat ze weten met wie ze te maken hebben. Alleen diegenen die Jezus niet volgen, de onreine geesten, weten wie hij: de Zoon van God. In heel het evangelie volgens Marcus noemen alleen onreine geesten en een centurio (Marcus 15:39) hem ‘Zoon van God’: precies degenen van wie je het niet zou verwachten. Maar dat het waar is, dat bevestigt God vanuit de hemel (Marcus 1:11 en 9:7).

Degenen van wie je zou verwachten dat ze Jezus het beste kennen, zijn juist blind voor wie hij is. Jezus’ familie gaat op weg om hem onder dwang mee te nemen. Ze denken dat hij gek geworden is!

Wat zou jij van Jezus denken als je hem op aarde zag? Begrijp jij dat zijn familie dacht dat hij gek geworden was?

Wil je verder lezen over apostelen, Petrus, of het goede nieuws? Ontdek het op debijbel.nl.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

WEEK2 DAG 6 : WIE IS DEZE MAN?

Dag 6 - 7 maart 2017 - 40 dagen Marcus


23 Eens liep hij op een sabbat tussen de korenvelden door. Zijn leerlingen gingen de velden in en begonnen aren te plukken. 24 ‘Kijk eens!’ zeiden de farizeeën tegen hem. ‘Waarom doen ze iets dat op sabbat niet mag?’ 25 Maar hij antwoordde: ‘Hebt u dan nooit gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen gebrek leden en honger hadden? 26 Hij ging het huis van God binnen – Abjatar was toen hogepriester – en at van de toonbroden, waarvan alleen de priesters mogen eten. En hij gaf ze ook aan zijn mannen te eten.’ 27 En hij voegde eraan toe: ‘De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat; 28 en dus is de Mensenzoon ook heer en meester over de sabbat.’

3:1 Weer ging hij naar de synagoge. Daar was iemand met een verschrompelde hand. 2 Ze letten op hem om te zien of hij die op sabbat zou genezen, zodat ze hem zouden kunnen aanklagen. 3 Hij zei tegen de man met de verschrompelde hand: ‘Kom in het midden staan.’ 4 Aan de anderen vroeg hij: ‘Wat mag men op sabbat doen: goed of kwaad? Een leven redden of het vernietigen?’ Maar ze zwegen. 5 Hij keek hen boos aan, maar ook diepbedroefd vanwege hun hardleersheid, en toen zei hij tegen de man die in het midden stond: ‘Steek uw hand uit.’ Hij stak zijn hand uit en er kwam weer leven in. 6 De farizeeën verlieten de synagoge en gingen meteen met de herodianen overleggen hoe ze hem uit de weg zouden kunnen ruimen.
(Marcus 2:23-3:6, Nieuwe Bijbelvertaling)



Opdrachtgever: God

De farizeeën zien de leerlingen van Jezus op sabbat iets doen wat verboden is. Jezus weet dat dit de verontwaardiging van de farizeeën zal opwekken. Hij zoekt de confrontatie op. Daarbij gebruikt hij argumenten die voor de farizeeën acceptabel zijn: Jezus maakt zijn punt duidelijk met een verhaal uit de Bijbel. Maar hij doet dat helemaal op zijn eigen manier.

Waarom noemt Jezus juist dit verhaal? David verbrak de sabbat niet, hij at van de toonbroden die niet voor hem bedoeld waren (1 Samuel 21:2-7). Jezus en zijn leerlingen leden geen honger zoals David. Wat is dan de overeenkomst tussen David en Jezus? David had een speciale opdracht van de koning (1 Samuel 21:3), daarom mocht hij de wet verbreken en van de toonbroden eten. Jezus heeft een nog specialere opdracht van God. Tussen de regels door zegt hij tegen de farizeeën: ik heb meer gezag dan jullie, want God heeft mij gestuurd.

Ook in Marcus 3:1-6 doet Jezus iets wat volgens de wet verboden is. Nu geneest hij een man op sabbat. De farizeeën hebben heel goed door wat Jezus doet: hij geeft aan dat hij bovenmenselijke macht heeft. Voor hen kan dat alleen maar godslasterlijk zijn. Maar voor Marcus is het precies omgekeerd: deze macht krijgt Jezus juist van God.

Wil je verder lezen over de sabbat, David, of toonbrood? Ontdek het op debijbel.nl.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

WEEK 2 - DAG 5 - WIE IS DEZE MAN ?

Dag 5 - 6 maart 2017 - 40 dagen Marcus


13 Jezus vertrok en ging weer naar het meer. Een grote mensenmenigte kwam naar hem toe, en hij onderwees hen. 14 Toen hij verderging zag hij Levi, de zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten, en hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’ Levi stond op en volgde hem. 15 Op een keer was hij bij Levi thuis uitgenodigd voor een maaltijd, samen met zijn leerlingen en een groot aantal tollenaars en zondaars, want velen van hen volgden hem. 16 Toen de farizese schriftgeleerden zagen dat hij samen met zondaars en tollenaars at, zeiden ze tegen zijn leerlingen: ‘Eet hij met tollenaars en zondaars?’ 17 Jezus hoorde dit en zei tegen hen: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel; ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’
18 De leerlingen van Johannes en de farizeeën hadden de gewoonte regelmatig te vasten. Er kwamen mensen naar Jezus toe, die hem vroegen: ‘Waarom vasten de leerlingen van Johannes en de leerlingen van de farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?’ 19 Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet vasten zolang de bruidegom bij hen is? Nee, zolang ze de bruidegom bij zich hebben, kunnen ze niet vasten. 20 Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten. 21 Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is, want dan trekt de nieuwe lap de oude stof kapot en wordt de scheur nog groter. 22 Niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren ze open en gaat de wijn verloren, net als de zakken zelf. Jonge wijn hoort in nieuwe zakken.’
(Marcus 2:13-22, Nieuwe Bijbelvertaling)



Nieuws dat beweegt

Jezus doet iets wat heel nieuw is: hij doorbreekt gewoontes en laat mensen versteld staan. Zijn nieuwe boodschap past niet goed bij wat de mensen gewend zijn. Dat is ook de les van de twee beelden in Marcus 2:21-22. In beide gevallen heeft Jezus het over het verbinden van oude en nieuwe dingen. Doordat de nieuwe dingen nog beweeglijk en dynamisch zijn, zullen ze het oude al snel kapottrekken. Het nieuwe past niet goed bij het oude.

Hoe verrassend Jezus handelt, blijkt ook uit het korte verhaal over Levi de tollenaar. Zoals we al eerder gelezen hebben, spreekt Jezus met gezag: zodra hij Levi roept, gehoorzaamt Levi en volgt hij Jezus zonder aarzelen. Maar Levi is niet zomaar iemand, hij is een tollenaar. Tollenaars stonden niet goed bekend: ze werden gezien als dieven en collaborateurs met de Romeinse machthebbers. Met zulke mensen, tollenaars en zondaars, houdt Jezus een maaltijd. Zoiets belangrijks en persoonlijks als een maaltijd – want dat was het in die tijd! – delen met mensen met wie je eigenlijk niet om mag gaan: dat is pas nieuw en baanbrekend.

Jezus kondigt iets totaal nieuws aan. Maar hij praat er niet alleen over, hij leeft het ook. In wat Jezus doet, dáárin zie je het koninkrijk van God.

Hoe breng jij je geloof in praktijk? Doe je daarbij ook iets nieuws of iets anders dan de mensen om je heen?

Wil je verder lezen over tollenaars, bruiloften, of wijn? Ontdek het op debijbel.nl.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

WEEK1 DAG 4 : JEZUS WORDT BEKEND

Dag 4 - 4 maart 2017 - 40 dagen Marcus

1 Toen hij enkele dagen later terugkwam in Kafarnaüm, werd bekend dat hij weer thuis was. 2 Er stroomden zo veel mensen toe dat er zelfs voor de deur geen plaats meer was, en hij verkondigde hun Gods boodschap. 3 Er werd ook een verlamde bij hem gebracht, die door vier mensen gedragen werd. 4 Omdat ze zich niet door de menigte konden wringen, haalden ze een stuk van het dak weg boven de plaats waar Jezus zat, en toen ze een opening hadden gemaakt, lieten ze de verlamde op zijn draagbed naar beneden zakken. 5 Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’
6 Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: 7 Hoe durft hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit: alleen God kan immers zonden vergeven! 8 Jezus had meteen door wat ze dachten en dus zei hij: ‘Waarom denkt u zoiets? 9 Wat is gemakkelijker, tegen een verlamde zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op, pak uw bed en loop”? 10 Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: 11 ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ 12 Meteen stond hij op, pakte zijn bed en ging weg; allen die dit zagen, stonden versteld en loofden God. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien,’ zeiden ze.
(Marcus 2:1-12, Nieuwe Bijbelvertaling)



Wat is makkelijker?

Het verhaal staat in alle kinderbijbels: vier vrienden die er alles voor over hebben om hun zieke vriend bij Jezus te brengen. Het is een ontroerend relaas over vriendschap, doorzettingsvermogen en genezing.

Maar wat er tussen de actie van de vrienden en de genezing van de verlamde gebeurt, is minstens even interessant. Jezus gaat met een paar schriftgeleerden in discussie over de vraag wat makkelijker is: genezen of vergeven. Het antwoord ligt voor de hand: vergeven natuurlijk! Vergeving is maar een woord, er verandert niets aan de zichtbare werkelijkheid. Toch?

Zo’n kleine tweeduizend jaar later hebben we enorme vooruitgang geboekt op het gebied van wetenschap en geneeskunde. Veel aandoeningen die in de tijd van Jezus je leven konden verwoesten, kunnen we nu met een spuitje genezen of zelfs voorkomen. Maar kunnen we hetzelfde zeggen over vergeving? Wie het nieuws bijhoudt, of wie eerlijk naar zichzelf kijkt, komt snel tot de conclusie dat we er op dat gebied nauwelijks bij hebben geleerd.

Wie kun jij maar moeilijk vergeven? Bid vandaag eens het Onze Vader (Matteüs 6:9-13), met die persoon in gedachten. Verandert er iets aan je houding?

Meer lezen over schriftgeleerden, vergeving of huizen in de tijd van Jezus? Ontdek het op debijbel.nl.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

WEEK 1 DAG 3: JEZUS WORDT BEKEND

Dag 3 - 3 maart 2017 - 40 dagen Marcus


35 Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden. 36 Maar Simon en de anderen die bij hem waren, gingen hem vlug achterna, 37 en toen ze hem gevonden hadden zeiden ze tegen hem: ‘Iedereen is naar u op zoek!’ 38 Toen zei hij: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen hier in de omtrek, zodat ik ook daar het goede nieuws kan brengen. Daarvoor ben ik immers op weg gegaan.’
39 In heel Galilea bracht hij het nieuws in de synagogen en dreef hij demonen uit. 40 Er kwam iemand naar hem toe die aan huidvraat leed; hij smeekte hem om hulp en zei, terwijl hij op zijn knieën viel: ‘Als u wilt, kunt u mij rein maken.’ 41 Jezus kreeg medelijden, stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein.’ 42 En meteen verdween zijn huidvraat en hij was rein. 43 Jezus stuurde hem weg met de ernstige waarschuwing: 44 ‘Denk erom dat u tegen niemand iets zegt, maar ga u aan de priester laten zien en breng het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven, als getuigenis voor de mensen.’ 45 Maar toen de man vertrokken was, ging hij overal breeduit rondvertellen wat er gebeurd was, met als gevolg dat Jezus niet langer openlijk in een stad kon verschijnen, maar op eenzame plaatsen buiten de steden moest blijven. Toch bleven de mensen van alle kanten naar hem toe komen.
(Marcus 1:35-45, Nieuwe Bijbelvertaling)



Op eenzame plaatsen

Het gaat snel in het evangelie volgens Marcus: binnen één hoofdstuk ontwikkelt Jezus zich van onbekende timmermanszoon tot een beroemdheid. Zo snel zelfs dat er nergens meer een rustige plek voor hem lijkt te zijn.

Het verhaal slingert heen en weer tussen twee uitersten. Aan de ene kant Jezus’ medelijden met de mensen die in drommen naar hem toe komen, op zoek naar lichamelijke en geestelijke genezing. Aan de andere kant zijn behoefte aan bezinning, aan tijd voor gebed.

Jezus’ afzondering op eenzame plaatsen zou je kunnen uitleggen als vluchtgedrag. Even weg uit de drukte, weg van de mensen met hun eindeloze roep om hulp. ‘Nu even niet,’ hoor je Jezus denken. Misschien herken je het wel, als je weer eens meer gedaan hebt dan je eigenlijk aankunt.

Maar je kunt dit verhaal ook anders lezen. Kijk eens naar de volgorde: de beweging gaat niet van drukte naar stilte, maar juist andersom. Jezus trekt zich terug om in eenzaamheid te bidden. En juist vanuit die eenzaamheid ontstaat beweging en bewogenheid. ‘Laten we ergens anders heen gaan, zodat ik ook daar het goede nieuws kan brengen!’

Eenzaamheid opzoeken – niet als vlucht, maar om je te bezinnen op de vraag: Waarom was ik ook alweer op weg gegaan (vers 38)? Hoe zou je daar vandaag vorm aan kunnen geven?

Meer lezen over priesters, reinigingsoffers of huidvraat? Ontdek het op debijbel.nl.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

WEEK 1 DAG 2 : JEZUS WORDT BEKEND

Dag 2 - 2 maart 2017 - 40 dagen Marcus


14 Nadat Johannes gevangen was genomen, ging Jezus naar Galilea, waar hij Gods goede nieuws verkondigde. 15 Dit was wat hij zei: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’
16 Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers. 17 Jezus zei tegen hen: ‘Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ 18 Meteen lieten ze hun netten achter en volgden hem. 19 Iets verderop zag hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, die in hun boot bezig waren met het herstellen van de netten, 20 en direct riep hij hen. Ze lieten hun vader Zebedeüs met de dagloners achter in de boot en volgden hem.
21 Ze gingen op weg naar Kafarnaüm, en op de eerstvolgende sabbat ging Jezus naar de synagoge en onderwees er de mensen. 22 Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want hij sprak hen toe als iemand met gezag, niet zoals de schriftgeleerden. 23 Er was in de synagoge ook een man die bezeten was door een onreine geest, en hij schreeuwde: 24 ‘Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie je bent, de heilige van God.’ 25 Jezus sprak hem streng toe en zei: ‘Zwijg en ga uit hem weg!’ 26 De onreine geest deed de man stuiptrekken en verliet hem met een luide schreeuw. 27 Iedereen was zo verbijsterd dat ze tegen elkaar zeiden: ‘Wat is dit allemaal? Een nieuwe leer met groot gezag! Zelfs als hij onreine geesten een bevel geeft, wordt hij gehoorzaamd.’ 28 Het nieuws over Jezus verspreidde zich algauw overal in Galilea.
29 Toen ze uit de synagoge kwamen, gingen ze rechtstreeks naar het huis van Simon en Andreas, samen met Jakobus en Johannes. 30 Simons schoonmoeder lag met koorts in bed, en ze spraken met Jezus over haar. 31 Hij ging naar haar toe, pakte haar hand vast en hielp haar overeind. Toen verliet de koorts haar, en ze begon voor hen te zorgen.
32 ’s Avonds laat, toen de zon al was ondergegaan, brachten de mensen alle zieken en bezetenen naar hem toe; 33 alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld. 34 Hij genas vele zieken van allerlei kwalen en hij dreef veel demonen uit, maar stond ze niet toe om iets te zeggen, want ze wisten wie hij was.
(Marcus 1:14-34, Nieuwe Bijbelvertaling)



Met gezag

Marcus benadrukt het steeds weer: waar Jezus komt, gebeuren wonderen. Kwade geesten slaan op de vlucht, zieken worden beter en van een paar broden en vissen kunnen duizenden mensen eten.

Maar nog voordat Jezus ook maar één zieke heeft genezen, zijn de mensen al onder de indruk van iets anders: de manier waarop Jezus tot hen spreekt.

Eigenlijk doet Jezus hetzelfde als veel andere leraren in die tijd: hij gaat naar de synagoge en legt daar de heilige boeken uit. Toch voelen de mensen aan dat Jezus niet zomaar een leraar is: hij spreekt ‘met gezag’.

Wil Marcus daarmee zeggen dat Jezus de andere wetsgeleerden overschreeuwt en geen tegenspraak duldt? Nee, hij bedoelt iets heel anders. Als Jezus spreekt, blijft dat niet zonder gevolgen. De mensen zien de wereld om zich heen veranderen. Soms letterlijk, als een bezetene weer gezond wordt. Maar nog vaker figuurlijk, doordat ze met andere ogen leren kijken. Sommigen zijn zo geraakt door de woorden van Jezus dat ze alles achterlaten. Anderen merken dat de heilige boeken voor hen tot leven komen.

Welke woorden raken jou zo dat je leven erdoor verandert?

Meer lezen over kwade geesten, synagogen of vissen in de tijd van de Bijbel? Ontdek het op debijbel.nl.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Meer van Leven met het Woord van God

↑ Terug naar de berichten