

Van Romeinse heirbanen tot vikingschepen.
Het Romeinse rijk
Afbeelding in dit berichtgedeelte: een stammenkaart daterende van de veroveringen van Julius Cesaer.
De eerste schriftelijke bron over het gebied van de huidige Nederlanden en België is het boek De bello gallico van Gajus Julius Caesar. Caesar en de Romeinen vielen Gallië 57 v. Chr. binnen.
Zoals we ondertussen weten zagen onze streken in de tijd der Romeinse overheersing er totaal anders uit dan op heden, een krekengebied. Na de stijging van de zeespiegel in 250 na Chr. komt echter de grote invloedsfeer van de Romeinse cultuur tot bloei.
Grote landbouwbedrijven (villae rusticia ), steden en militaire forten voorzien van een degelijke infrastructuur worden in heel de regio van de lage landen opgetrokken.
Ook de Romeinse godenwereld en haar cultuur worden verweven in deze van onze kontrijen, en hebben hierop een grote invloed. De Romeinse godsdienst wordt geïntegreerd in de eigen religie en samen met de badcultuur uit Rome, het Latijn en de opkomst van het gemunt geld en de standaardmaten en gewichten, die er voor zorgden dat de Romeinse handelshavens in zeeland verschenen, brachten ook ten noorden van Antwerpen grootse veranderingen teweeg, doch de Romeinen hebben hun cultuur nooit helemaal aan de autochtone, Germaanse stammen kunnen opdringen.
Gedurende de eerste eeuwen van de jaartelling heeft de zuidelijke helft van Nederland deel uitgemaakt van Geletterde Romeinen bezochten Nederland en Romeinse schrijvers zoals Plinius de Oudere en Tacitus beschreven het land, de mensen die er woonden en hun gewoonten. Zo zijn de namen overgeleverd van volksstammen die in de Romeinse tijd in onze streken woonden en de namen van forten en stedelijke nederzettingen
In de jaren 58-50 v. Chr. had de Romeinse veldheer Gaius Julius Caesar heel Gallië veroverd. Zijn adoptiezoon Augustus, de eerste Romeinse keizer, was van plan de verovering in noordoostelijke richting voort te zetten tot aan de Elbe. Hij wilde het rijk uitbreiden met de provincie Germanië. In het jaar 12 v. Chr. liet hij de Romeinse legioenen Nederlands grondgebied binnentrekken. Onder leiding van Drusus, de stiefzoon van Augustus, werd te Nijmegen, in het woongebied van de Bataven, een groot legerkamp aangelegd. Aanvankelijk verliep de operatie naar wens: de Friezen, een volksstam in Noord-Nederland, werden onderworpen, evenals de Chauken in het aangrenzende Noordduitse kustgebied. Maar in het jaar 9 na Chr. leden de Romeinen een grote nederlaag in het Teutoburger Wald, net over de grens bij Oldenzaal. De Germaanse hoofdman Hermann, door de Romeinen Arminius genoemd, versloeg daar met zijn troepen de Romeinse veldheer Varus met drie legioenen in totaal bijna 20.000 man.
Pas ten tijde van keizer Claudius (41-54 na Chr.) werd besloten definitief af te zien van de verovering van Germanië. De Rijn werd ingericht als noordgrens van het Romeinse rijk.
Het Romeinse rijk breidde in de tweede eeuw na Chr. zich uit van Britannië in het westen tot aan de Eufraat en de Tigris in het oosten en van de Rijn en de Donau in het noorden tot aan de Sahara in het zuiden. Terwijl de inheemse bevolking hier tot dan toe had geleefd in de prehistorie, ging zij opeens deel uitmaken van een wereldrijk met een hoogstaande beschaving.
Wanneer in het noorden van het Romeinse rijk, volksbewegingen ontstonden,
aan het einde van het Romeinse Rijk rond 400 n. Chr. heerste in grote
delen van Europa chaos. De Franken verplaatsten zich naar het zuiden richting
Gallië, de Angelen en Saksen gingen naar Britannië.
In 406 vielen de Germanen Gallië binnen. De Franken trokken langs de Schelde
naar het zuiden. Daardoor ontstond er een uitgebreid tweetalig gebied met
Galloromeinse oerinwoners en Frankische invallers. Na het uiteenvallen van het
Romeinse rijk (476) ontstonden een aantal stammenrijken, waarvan het Frankische rijk het belangrijkste werd. Het Romeinse rijk bleef verder bestaan tot ongeveer 500 na Chr.
Legioenen aan de Schelde
Ook aan de Schelde oevers ten noorden van Antwerpen hebben de Romeinse legioenen hun roemruchte sporen verdiend, en waren zij aanwezig.
Men weet dat de oude Nederlanders vele woorden hebben ontleend aan de hier eertijds heersende Romeinen. Deze vinden we dan terug in Bv; Berendrecht, waarin we DRECHT waarnemen, deze uitdrukkingen Tricht, Trecht, Drecht, zijn altijd gegeven aan een stad, dorp of plaats, waar de overvaart van een rivier was. (uit: Berendrecht on line).
Ook Ekeren, Stabroek en Putte, waren toen reeds plaatsen welke door de Romeinse heerseres werden doorkruist, al dan niet bewoond. Ook in Wilmarsdonk, Oorderen, Oosterweel, Stabroek en Hoevenen, blijken aanwijzingen te zijn die stammen uit de Romeinse periode.
De bewoning uit de laat-Romeinse (250-500 n.C.) en Merovingische periode (500-800 n.C.) is op het grondgebied van de stad Antwerpen archeologisch zeer slecht na te wijzen. Mogelijk verdween het grootste deel van de bewoning onder invloed van Germaanse volksstammen die vanaf het midden van de 3de eeuw regelmatig onze gebieden binnenvallen.
Archeologische sporen of vondsten zijn niet voorhanden. De voornaamste nederzetting was destijds de versterking “Thurnini” ( Deurne) gelegen aan de Schelde. De Schelde was een kleine verwilderde rivier van slechts enkele tientallen meter breed. Deze liep nog niet in haar huidige bedding, maar volgde de ring rond Antwerpen langs Deurne. De versterking “Thurnini” lag toen aan de Schelde in de monding van de Schijnen, op een stuifzandheuvel die half was gelegen in het water. Onze streken bestaan nog altijd uit verschillende stuifzandheuvels. De hoogste heuvels zijn de Stuivenberg, het Kiel, Deurne en Merksem. Minder hoge heuvels zijn de Kattenberg (nu Borgerhout), het Zand en de Zuidberg. Op de Zuidberg werd vermoedelijk rond de 3de eeuw Kroonenburg gebouwd. Deze burcht moest in de 12de eeuw plaats maken voor de Sint-Michielsabdij. Nog kleinere heuvels langs de Schelde zijn de Guldenberg, de Koraalberg, de Bloedberg, de visberg en de voornaamste heuvel kreeg geen naam.Op deze heuvel stichtte in 660 de missionarissen Eligius en Amandus, bisschoppen van Tongeren en Maestricht, de eerste kapel die werd opgedragen aan de H. Petrus en de H. Paulus. Deze heuvel lag toen nog op de linkeroever en later werd op deze heuvel de Antwerpse burcht gebouwd, nadat de Schelde zich had verplaatst naar haar huidige bedding.
Een van de best tastbare sites met betrekking naar deze tijdspannen is wel degelijk deze van Ekeren, naast resten van het ijzertijdperk worden er sporen van gallo-romeinse hoeventjes, putten en afval uit de 2de -3de eeuw, alsook een munt van circa 125 gevonden.
Het situeerde zich aan de schoonbroek beekzoom, en samen met tal van straatnamen en de ligging van het hoger gelegen Ekeren is het verband zeker snel gemaakt, (info: “Romeinen aan de Scheldezoom” Leo De wachter, Polderheem)
Afbeelding, in de marge kan U een afbeelding vinden van de Scheldeloop ten tijde van de Romeinse verovering, en de huidige bedding half jaren 700.
Afbeelding, in de marge kan U een afbeelding vinden van de ligging en ontstaan van het huidige Antwerpen aan de Schelde ongeveer 800 nc.
Lillo
, ook hier zijn aanwijzingen dat er een overlevering uit Romeinse tijden zijn, namelijk het MEERKAP plantje (Rubia tinctorum) de Romeinse kolonisten brachten het BLAUW GAREN, Garance, naar de naam van het gewas in zuid Gallië, tot aan de geschikte bodemstrook langs de Scaldia.
Het tekort aan de kleurstof donker blauw en purperrood vooral door de oorlogen in het midden oosten, en de afsluiting van handelswegen met als gevolg, dat de purperslakken (Murex brandaris) als zowel het indigio uit India niet voorhanden waren, deden hier de vraag stijgen en uitbreiding van de zaaigronden stijgen.
Uit de vlezige wortels van de eerder genoemde MEERKAP werden het 3de jaar een sap te getrokken waarmee het kleuren van garen na chemische bewerking van felrood tot donkerblauw en vooral karmijnrood worden bereikt. Zo komen dan ook de namen blauw garen, blauw broek. Blauw hof meermaals voor.
Een BLAUWHOF treffen we dan ook nog aan op een kaart van 1903. Ze verwijst misschien door haar centrale ligging naar de es uitbating ten tijden van de Romeinse eeuwen.
Zonder meer het bewijs dat niet de noormannen de eerst bewoners van de Schelde oever waren, maar dat zij hier arriveerden voor zaken of strooptocht, welke dan ook is terug te vinden in het feit dat de vikingen zich meerkap aanschafte vanaf de 6de en vooral de 8ste eeuw, wat dan weer het vermoede staaft dat op het huidige grondgebied van Lillo ooit een nederzetting van noormannen heeft gestaan. Waarschijnlijk een magazijn van waaruit alle geruilde of geplunderde goederen werden verscheept, naar het noorden welke zich in de 9de eeuw zou situeren.
We vinden dan ook in 840 de eerste naamsbeschrijving van Lillo weer, namelijk “LINDELO”.
Toch nog even vermelden dat pas vanaf ongeveer de 11de eeuw dijken werden aangelegd , en onze streken in niets vergelijkbaar waren met de hedendaagse polders. Pleistocene opduikingen, ofwel natuurlijke verhogingen waren de eerste vluchtheuvels en woonplaatsen waar vee konden grazen en langzaam de kleinen nederzettingen werden geboren.
In een later stadium werden deze terpen de woonkernen midden de landerijen in onze gewesten.
Oorsprong van het ganzenrijden.
Een zeer duidelijke piste is te volgen betreffende deze halfvasten festiviteiten in onze polders.
Het hedendaagse keizertrekken van de gans, waarin een welbepaald aantal koningen van uit de verschillende resterende polderdorpen strijden, in nog meer verschillende verenigingen, is waarschijnlijk stammende uit de overheersing van de Romeinen. Het vloeide voorzeker uit van het, ganzensteken, ganzenknuppelen en ganzentrekken uit die periode.
Is het samen met meerdere overleveringen, een element geworden waar Romeinse, Germaanse of Frankische invloeden samenvloeien tot het hedendaagse folkloristische spel. Net zoals het kerstfeest reeds lange tijd voor het Christelijk element van de geboortedag van Christus werd ingevoerd vierden de Germanen al feest in december. Rond de 25e december hielden zij midwinter- of joelfeesten. Uit dankbaarheid voor al het goede dat hen het afgelopen jaar was overkomen, werd er twee weken uitbundig gefeest, gegeten en gedronken.
Ook Romeinen, Egyptenaren en vikingen vierden dergelijke winterfeesten. Op enorme vreugdevuren werden offers gebracht om de goden gunstig te stemmen.
In die tijd al werden groene takken gebruikt als decoratie. Enerzijds omdat zij een symbool waren voor vruchtbaarheid. Anderzijds hoopten de feestvierders hiermee heksen, geesten en ziekte te verjagen. Dankzij de vreugdevuren stonden deze winterfeesten ook wel bekend als 'feest van het licht'.
Het christendom begon zich in het jaar 381 in het kerstfeest te mengen. Voor die tijd vierde men alleen de kruisiging, besnijdenis en wederopstanding van Christus. In 381 werd 25 december als zijn geboortedag gekozen. De datum van de geboorte van Christus is ook een feest van vreugde en licht. Het christendom kon daarom goed aansluiten bij de bestaande 'heidense' lichtfeesten.
(Bron: KerstMetKiereweed)
Hoe zit dat nu eigenlijk met die 'heidense' winterfeesten?
Ook vikingen vierden dergelijke winterfeesten.
In de natuurreligies vieren ze van 21 tot 23 december Joel (of Yule),
De Winter zonnewende, Midwinter. De kortste dag en langste nacht; vanaf dan worden de dagen weer langer. De God (de Zon) wordt geboren uit de Godin. Eigenlijk viert iedereen het Joelfeest: Horus werd uit Isis geboren, Maria bracht Jezus ter wereld. Toeval? Neen, veel paganistische of heidense feesten zijn door de christenen geadopteerd en leven dus voort in hun godsdienst, zij het zwaar uitgehold. Binnen de Noorse traditie is Joel het Nieuwjaar. Joel is een tijd van conceptie zowel in de natuur als in de menselijke psyche. We zoeken in onszelf om de natuur te begrijpen. Yule betekend wiel; het wiel van het jaar bereikt zijn keerpunt: de langste nacht.
(Bron: Wicca jaarfeesten)
Verdere informatie:
Poldermuseum en Polderheem te Lillo fort.
Lillo lief en Leed
Van poldersloot tot wereldhaven
http://nl.wikipedia.org/wiki/Fort_Lillo
http://www.amstelveencollege.nl/
http://www.ned.univie.ac.at/publicaties/taalgeschiedenis/nl/gesch1.htm
http://nl.wikibooks.org/wiki/Nederlandse_geschiedenis
http://www.museumkennis.nl/lp.rmo/museumkennis/i000347.html
http://home.wish.net/~mgelten/Historie/50vChr-400nChr.htm










1 reactie op dit bericht
Romeins fort