Naar de inhoud

Lillo

Het eeuwenoude fort aan de oever van de Schelde
seniorennet.beseniorennet.be
Welkom in "Lillo" scrol verder naar beneden om de nieuwste foto's en berichten te kunnen zien en lezen. Wandel rustig door de straatjes naar pittoreske hoekjes, die ooit met bloed doordrenkt de geschiedenis van ons landje hielpen schrijven.

Van Romeinse heirbanen tot vikingschepen.

Het Romeinse rijk

Afbeelding in dit berichtgedeelte: een stammenkaart daterende van de veroveringen van Julius Cesaer.

De eerste schriftelijke bron over het gebied van de huidige Nederlanden en België is het boek De bello gallico van Gajus Julius Caesar. Caesar en de Romeinen vielen Gallië 57 v. Chr. binnen.
Zoals we ondertussen weten zagen onze streken in de tijd der Romeinse overheersing er totaal anders uit dan op heden, een krekengebied. Na de stijging van de zeespiegel in 250 na Chr. komt echter de grote invloedsfeer van de Romeinse cultuur tot bloei.
Grote landbouwbedrijven (villae rusticia ), steden en militaire forten voorzien van een degelijke infrastructuur worden in heel de regio van de lage landen opgetrokken.
Ook de Romeinse godenwereld en haar cultuur worden verweven in deze van onze kontrijen, en hebben hierop een grote invloed. De Romeinse godsdienst wordt geïntegreerd in de eigen religie en samen met de badcultuur uit Rome, het Latijn en de opkomst van het gemunt geld en de standaardmaten en gewichten, die er voor zorgden dat de Romeinse handelshavens in zeeland verschenen, brachten ook ten noorden van Antwerpen grootse veranderingen teweeg, doch de Romeinen hebben hun cultuur nooit helemaal aan de autochtone, Germaanse stammen kunnen opdringen.
Gedurende de eerste eeuwen van de jaartelling heeft de zuidelijke helft van Nederland deel uitgemaakt van Geletterde Romeinen bezochten Nederland en Romeinse schrijvers zoals Plinius de Oudere en Tacitus beschreven het land, de mensen die er woonden en hun gewoonten. Zo zijn de namen overgeleverd van volksstammen die in de Romeinse tijd in onze streken woonden en de namen van forten en stedelijke nederzettingen
In de jaren 58-50 v. Chr. had de Romeinse veldheer Gaius Julius Caesar heel Gallië veroverd. Zijn adoptiezoon Augustus, de eerste Romeinse keizer, was van plan de verovering in noordoostelijke richting voort te zetten tot aan de Elbe. Hij wilde het rijk uitbreiden met de provincie Germanië. In het jaar 12 v. Chr. liet hij de Romeinse legioenen Nederlands grondgebied binnentrekken. Onder leiding van Drusus, de stiefzoon van Augustus, werd te Nijmegen, in het woongebied van de Bataven, een groot legerkamp aangelegd. Aanvankelijk verliep de operatie naar wens: de Friezen, een volksstam in Noord-Nederland, werden onderworpen, evenals de Chauken in het aangrenzende Noordduitse kustgebied. Maar in het jaar 9 na Chr. leden de Romeinen een grote nederlaag in het Teutoburger Wald, net over de grens bij Oldenzaal. De Germaanse hoofdman Hermann, door de Romeinen Arminius genoemd, versloeg daar met zijn troepen de Romeinse veldheer Varus met drie legioenen in totaal bijna 20.000 man.
Pas ten tijde van keizer Claudius (41-54 na Chr.) werd besloten definitief af te zien van de verovering van Germanië. De Rijn werd ingericht als noordgrens van het Romeinse rijk.
Het Romeinse rijk breidde in de tweede eeuw na Chr. zich uit van Britannië in het westen tot aan de Eufraat en de Tigris in het oosten en van de Rijn en de Donau in het noorden tot aan de Sahara in het zuiden. Terwijl de inheemse bevolking hier tot dan toe had geleefd in de prehistorie, ging zij opeens deel uitmaken van een wereldrijk met een hoogstaande beschaving.
Wanneer in het noorden van het Romeinse rijk, volksbewegingen ontstonden,
aan het einde van het Romeinse Rijk rond 400 n. Chr. heerste in grote
delen van Europa chaos. De Franken verplaatsten zich naar het zuiden richting
Gallië, de Angelen en Saksen gingen naar Britannië.
In 406 vielen de Germanen Gallië binnen. De Franken trokken langs de Schelde
naar het zuiden. Daardoor ontstond er een uitgebreid tweetalig gebied met
Galloromeinse oerinwoners en Frankische invallers. Na het uiteenvallen van het
Romeinse rijk (476) ontstonden een aantal stammenrijken, waarvan het Frankische rijk het belangrijkste werd. Het Romeinse rijk bleef verder bestaan tot ongeveer 500 na Chr.

Legioenen aan de Schelde

Ook aan de Schelde oevers ten noorden van Antwerpen hebben de Romeinse legioenen hun roemruchte sporen verdiend, en waren zij aanwezig.
Men weet dat de oude Nederlanders vele woorden hebben ontleend aan de hier eertijds heersende Romeinen. Deze vinden we dan terug in Bv; Berendrecht, waarin we DRECHT waarnemen, deze uitdrukkingen Tricht, Trecht, Drecht, zijn altijd gegeven aan een stad, dorp of plaats, waar de overvaart van een rivier was. (uit: Berendrecht on line).
Ook Ekeren, Stabroek en Putte, waren toen reeds plaatsen welke door de Romeinse heerseres werden doorkruist, al dan niet bewoond. Ook in Wilmarsdonk, Oorderen, Oosterweel, Stabroek en Hoevenen, blijken aanwijzingen te zijn die stammen uit de Romeinse periode.
De bewoning uit de laat-Romeinse (250-500 n.C.) en Merovingische periode (500-800 n.C.) is op het grondgebied van de stad Antwerpen archeologisch zeer slecht na te wijzen. Mogelijk verdween het grootste deel van de bewoning onder invloed van Germaanse volksstammen die vanaf het midden van de 3de eeuw regelmatig onze gebieden binnenvallen.
Archeologische sporen of vondsten zijn niet voorhanden. De voornaamste nederzetting was destijds de versterking “Thurnini” ( Deurne) gelegen aan de Schelde. De Schelde was een kleine verwilderde rivier van slechts enkele tientallen meter breed. Deze liep nog niet in haar huidige bedding, maar volgde de ring rond Antwerpen langs Deurne. De versterking “Thurnini” lag toen aan de Schelde in de monding van de Schijnen, op een stuifzandheuvel die half was gelegen in het water. Onze streken bestaan nog altijd uit verschillende stuifzandheuvels. De hoogste heuvels zijn de Stuivenberg, het Kiel, Deurne en Merksem. Minder hoge heuvels zijn de Kattenberg (nu Borgerhout), het Zand en de Zuidberg. Op de Zuidberg werd vermoedelijk rond de 3de eeuw Kroonenburg gebouwd. Deze burcht moest in de 12de eeuw plaats maken voor de Sint-Michielsabdij. Nog kleinere heuvels langs de Schelde zijn de Guldenberg, de Koraalberg, de Bloedberg, de visberg en de voornaamste heuvel kreeg geen naam.Op deze heuvel stichtte in 660 de missionarissen Eligius en Amandus, bisschoppen van Tongeren en Maestricht, de eerste kapel die werd opgedragen aan de H. Petrus en de H. Paulus. Deze heuvel lag toen nog op de linkeroever en later werd op deze heuvel de Antwerpse burcht gebouwd, nadat de Schelde zich had verplaatst naar haar huidige bedding.
Een van de best tastbare sites met betrekking naar deze tijdspannen is wel degelijk deze van Ekeren, naast resten van het ijzertijdperk worden er sporen van gallo-romeinse hoeventjes, putten en afval uit de 2de -3de eeuw, alsook een munt van circa 125 gevonden.
Het situeerde zich aan de schoonbroek beekzoom, en samen met tal van straatnamen en de ligging van het hoger gelegen Ekeren is het verband zeker snel gemaakt, (info: “Romeinen aan de Scheldezoom” Leo De wachter, Polderheem)

Afbeelding, in de marge kan U een afbeelding vinden van de Scheldeloop ten tijde van de Romeinse verovering, en de huidige bedding half jaren 700.

Afbeelding, in de marge kan U een afbeelding vinden van de ligging en ontstaan van het huidige Antwerpen aan de Schelde ongeveer 800 nc.

Lillo

, ook hier zijn aanwijzingen dat er een overlevering uit Romeinse tijden zijn, namelijk het MEERKAP plantje (Rubia tinctorum) de Romeinse kolonisten brachten het BLAUW GAREN, Garance, naar de naam van het gewas in zuid Gallië, tot aan de geschikte bodemstrook langs de Scaldia.
Het tekort aan de kleurstof donker blauw en purperrood vooral door de oorlogen in het midden oosten, en de afsluiting van handelswegen met als gevolg, dat de purperslakken (Murex brandaris) als zowel het indigio uit India niet voorhanden waren, deden hier de vraag stijgen en uitbreiding van de zaaigronden stijgen.
Uit de vlezige wortels van de eerder genoemde MEERKAP werden het 3de jaar een sap te getrokken waarmee het kleuren van garen na chemische bewerking van felrood tot donkerblauw en vooral karmijnrood worden bereikt. Zo komen dan ook de namen blauw garen, blauw broek. Blauw hof meermaals voor.
Een BLAUWHOF treffen we dan ook nog aan op een kaart van 1903. Ze verwijst misschien door haar centrale ligging naar de es uitbating ten tijden van de Romeinse eeuwen.
Zonder meer het bewijs dat niet de noormannen de eerst bewoners van de Schelde oever waren, maar dat zij hier arriveerden voor zaken of strooptocht, welke dan ook is terug te vinden in het feit dat de vikingen zich meerkap aanschafte vanaf de 6de en vooral de 8ste eeuw, wat dan weer het vermoede staaft dat op het huidige grondgebied van Lillo ooit een nederzetting van noormannen heeft gestaan. Waarschijnlijk een magazijn van waaruit alle geruilde of geplunderde goederen werden verscheept, naar het noorden welke zich in de 9de eeuw zou situeren.
We vinden dan ook in 840 de eerste naamsbeschrijving van Lillo weer, namelijk “LINDELO”.
Toch nog even vermelden dat pas vanaf ongeveer de 11de eeuw dijken werden aangelegd , en onze streken in niets vergelijkbaar waren met de hedendaagse polders. Pleistocene opduikingen, ofwel natuurlijke verhogingen waren de eerste vluchtheuvels en woonplaatsen waar vee konden grazen en langzaam de kleinen nederzettingen werden geboren.
In een later stadium werden deze terpen de woonkernen midden de landerijen in onze gewesten.

Oorsprong van het ganzenrijden.

Een zeer duidelijke piste is te volgen betreffende deze halfvasten festiviteiten in onze polders.

Het hedendaagse keizertrekken van de gans, waarin een welbepaald aantal koningen van uit de verschillende resterende polderdorpen strijden, in nog meer verschillende verenigingen, is waarschijnlijk stammende uit de overheersing van de Romeinen. Het vloeide voorzeker uit van het, ganzensteken, ganzenknuppelen en ganzentrekken uit die periode.
Is het samen met meerdere overleveringen, een element geworden waar Romeinse, Germaanse of Frankische invloeden samenvloeien tot het hedendaagse folkloristische spel. Net zoals het kerstfeest reeds lange tijd voor het Christelijk element van de geboortedag van Christus werd ingevoerd vierden de Germanen al feest in december. Rond de 25e december hielden zij midwinter- of joelfeesten. Uit dankbaarheid voor al het goede dat hen het afgelopen jaar was overkomen, werd er twee weken uitbundig gefeest, gegeten en gedronken.
Ook Romeinen, Egyptenaren en vikingen vierden dergelijke winterfeesten. Op enorme vreugdevuren werden offers gebracht om de goden gunstig te stemmen.
In die tijd al werden groene takken gebruikt als decoratie. Enerzijds omdat zij een symbool waren voor vruchtbaarheid. Anderzijds hoopten de feestvierders hiermee heksen, geesten en ziekte te verjagen. Dankzij de vreugdevuren stonden deze winterfeesten ook wel bekend als 'feest van het licht'.
Het christendom begon zich in het jaar 381 in het kerstfeest te mengen. Voor die tijd vierde men alleen de kruisiging, besnijdenis en wederopstanding van Christus. In 381 werd 25 december als zijn geboortedag gekozen. De datum van de geboorte van Christus is ook een feest van vreugde en licht. Het christendom kon daarom goed aansluiten bij de bestaande 'heidense' lichtfeesten.

(Bron: KerstMetKiereweed)

Hoe zit dat nu eigenlijk met die 'heidense' winterfeesten?

Ook vikingen vierden dergelijke winterfeesten.
In de natuurreligies vieren ze van 21 tot 23 december Joel (of Yule),
De Winter zonnewende, Midwinter. De kortste dag en langste nacht; vanaf dan worden de dagen weer langer. De God (de Zon) wordt geboren uit de Godin. Eigenlijk viert iedereen het Joelfeest: Horus werd uit Isis geboren, Maria bracht Jezus ter wereld. Toeval? Neen, veel paganistische of heidense feesten zijn door de christenen geadopteerd en leven dus voort in hun godsdienst, zij het zwaar uitgehold. Binnen de Noorse traditie is Joel het Nieuwjaar. Joel is een tijd van conceptie zowel in de natuur als in de menselijke psyche. We zoeken in onszelf om de natuur te begrijpen. Yule betekend wiel; het wiel van het jaar bereikt zijn keerpunt: de langste nacht.

(Bron: Wicca jaarfeesten)

Verdere informatie:

Poldermuseum en Polderheem te Lillo fort.

Lillo lief en Leed

Van poldersloot tot wereldhaven

www.miniatuurstad.be

http://nl.wikipedia.org/wiki/Fort_Lillo

http://www.amstelveencollege.nl/

http://www.ned.univie.ac.at/publicaties/taalgeschiedenis/nl/gesch1.htm

http://nl.wikibooks.org/wiki/Nederlandse_geschiedenis

http://www.museumkennis.nl/lp.rmo/museumkennis/i000347.html

http://home.wish.net/~mgelten/Historie/50vChr-400nChr.htm

http://www.strecker.be/2004/kroniek/kroniek-a_001.htm

http://www.miniatuurstad.be/ontstaan/ontstaan.htm

Geschreven door Werner om 00:00 Stuur door Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

Van de Sande13 november 2012 om 21:46

Romeins fort

De enigste aanwijzing naar een Romeins fort in onze polder is een straatnaam in de haven van Antwerpen, namelijk het toponiem de 'Kastelweg' die liep van Oosterweel naar ... . Voor de rest is het inderdaad Wilmarsdonk dat de moeite lijkt om op zoek te gaan naar Romeinse aanwezigheid. Mooi artikel!
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Even tussendoor

Een duidelijke foto uit de ruimte, die de Westerschelde toont vanaf Antwerpen tot de zee.
*De Westerschelde met zandbanken
*De ligging van Doel.
*Lillo fort.
*De oosterschelde. 
*Het verdronken Land van Saeftinghe.

Geschreven door Werner om 22:15 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Naam en wapen van Lillo

Nu we de Scheldedijken afdalen nog vlug het een beetje geschiedenis,

 

 

De Naam en het Wapen van Lillo

 

De Naam Lillo, waarschijnlijk afkomstig van de eerste hoeve die gelegen was op een van de terpen, en door lindebomen omringt. Het zou stammen uit het germaanse LINLO, LINDLO,LINDELO (lindenlaan, lindendreef, lindenbos)  en is zeker in gebruik sinds 840, tijdens welke de Noormannen een vesting in onze streek hadden.

Later zou het via LINTHLO en LILLOO, LILLO worden.

Geweten is dat bij een schepenakte, op datum van 1709 het zegel van de gemeente Lillo is gedrukt.

Een verklarende uitleg hieronder volgt.

 

Deel 1- Van zilver met een plompen blad van sinopel, hetgeen is Massieu*

Deel 2- doorsnede a: van goud met een wildeman, is vleeskleurig van voren gezien, gekroond met loof van sinopel, houdende een in de rechterhand een knots van zilver rustende op zijn schouder, in de linkerhand een rondas van het zelfde

Deel2- doorsnede b: van sabel met drie sterren met zes stralen in zilver, het geen is van Daele*.

Het schild houdend, 2 elkaar aanziende vogels in natuurlijke kleur en gesteld op een gelelied, van onderen toegespitst kruis.

Dit alles geplaatst op een boom van sinopel.

 

*-Massieu, en van Daele, zijn namen die voorkomen in de geschiedenis verbonden aan het kasteel of heerlijkheid van Lillo. Waarover later iets meer.

 

Hier volgt de oude tekst van een oorkonde:

 

Wij Emaniel Peres, Drossaert, Philippus Meerts, Jochem vanden Eynden, Geerardus Vervloet,

Jan De Boey, David Lenaerts, Jan Pauwels ende Hendriek Panis, Schepenen der heerelijckheyt van Lillo ende Zuytlant, verclaeren ende certificeren mits desen op den eedt gedaen ende gepresteert in het aenkomen onser officie, dat wij om te voldoen aen sijn Majesteits plackaet van den 29 May lestleden aen ons toegesonden, hebben gevisiteert alle de huysen, schueren, solders, keeten, geheel het district van onse voortscreven dorpe van Lillo ende bevonden drij duysen een hondert drijenvijftig vertelen graen, bestaende in terwe, kooren, geerst, haver ende boonen ingevolgen den bovenstaende leyst daer van door ons Schepenen geformeert intecken der waerheyt soo hebben wij Schepenen boven genoempt hier onder onse dorps Zegel doen op drucken ende bij onsen geswooren Secretaris laeten onderteckenen den 12 junius 1709.

 

        (Getekend) Corn. Hend. Wolff. Secretarius

Locum Sigilli.

 

Info :

“Wikipedia”

       

“Lillo lief en leed”

 

Geschreven door Werner om 21:31 Reageer op dit bericht Stuur door

Voor we de wallen van het fort binnengaan nemen we een zicht op de enige reden van het bestaan van fort Lillo, de “SCHELDE” . Eigelijk moet ik zeggen de “Honte”, die ooit de Westerschelde is geworden en op haar beurt dan weer aansluiting heeft gezocht met de Schelde.

 

Daarom na dit gedicht een beetje geschiedenis over de moeder van de polders en de vele dorpen in haar schoot ontstaan.





 

 Van ‘t Scheld en ‘t geld

 

Vele eeuwen nu geleden,

toen natuurwetten hard streden.

De tijd waarin jou waterlopen

hier ons polder heeft bedropen

Hebt U zuiver vocht geschonken

en menig visser s'hart doen bonken

Als donderwolken kleurt U nu zwart

jou zien valt mij zo hard.

Jij was mijn jeugd

je voelen deed mij deugd.

En wat nooit gebeuren mocht

verstopt de kleur van je ziek vocht.

Jij schonk de mens hier al het leven

Polders, visvangst heb je hen gegeven.

Velen danken hun bestaan

omdat zij aan uw zijde mochten staan.

Legers wonnen grootse slagen

omdat u hen daar had gedragen

Uw naaste buur

de polderschuur.

Verdwenen voor die hoge schouwen

die rook en vlammen staan te spauwen.

Vruchtbare oevers, aan beide kant

geofferd voor de rijken van dit land.

Een halve eeuw vol marteling

voor geld en marketing.

Je hebt de kleur van zwart asfalt

door de mens je pracht vergald.

Je bent gewoon nu nog een straat

voor een nieuw Euro dukaat.

Voor hen zo geldbelust

Zo strategisch en bewust

Als geen veldheer of soldaat

Ooit te keer ging in een staat

Schelde, ooit was jij de mooie bruid

Nu begraven voor een duit,

Ik heb gelukkig in mijn leven

geproefd door jou gegeven

De rijkdom diep onder je baren

Smaak, die ik steeds in mijn hartje zal beware

 

Uit “Gedichten van een krabbevanger” 

Werner Bril

 

 

Dit gedicht zijn mijn persoonlijke gevoelens, mijn ervaring, en herinnering in een notedopje

Of al die opofferingen er voor gezorgd hebben dat zich een betere tijd aanmeld, zal ik nooit kunnen beoordelen, zij die later de geschiedenisboeken schrijven zullen dat wel voor onze achterkleinkinderen doen, maar ik twijfel of ze ooit nog “krabbevangers”, poldernaren, of landbouwers in de meest vruchtbare streken van Antwerpen zullen worden genoemd..

En niets is van alle tijden, alleen God weet de toekomst, toch ben ik bang dat ooit de fouten van de hedendaagse mensen zullen zorgen voor onherstelbare schade, waar men ons op ons graf voor zal vervloeken.

 

 

 

Van de Honte tot de Westerschelde, 


 

 

Een mooie titel voor ons volgende bericht, Alleen vanaf hier komen we toch terecht in het zwaardere werk en iets verdere verleden dan de 20ste eeuw.

Om te weten op welke manier De Schelde zijn polders heeft doen ontstaan, moeten we eerst begrijpen hoe de Westerschelde is ontstaan.

Door de zeespiegelstijging afkomstig van de afsmeltende ijskappen in Noord Amerika en Scandinavië, in het Holoceen (tijdspanne van 10.000 jaar tot heden), worden grote delen land volledig overspoeld. De noordzeestreek die in het Weichselien (100.000 tot 10.000 jaar geleden droog lag en een natuurlijke dam had opgeworpen tijdens de vele zandstormen in het heersende toendraklimaat, (de barre omstandigheden, koude en droogte, met gigantische zandstormen) begaven aan de druk.

Hele streken verdwenen terug onderwater, en werden bedekt met klei.

Er ontstonden schorrenvlakken, en de Westerschelde was niet meer dan een veenrivier, genaamd de “De Honte”

In deze periode vormt zich wel de Oosterschelde, die de volgende 5 eeuwen de grootste waterverplaatsingen van de Schelde op zich neemt.

Vanaf de 10de eeuw begint men met het aanbrengen van dijken en het inpolderen van de schorren. Wanneer echter op het einde van de 11de eeuw de laatste stukken land doorbreken en de Honte rechtsreeks in verbinding komt met de Zwake en in de 13de eeuw de wielingen doorbreekt, is de Westerschelde langzaam bezig zijn huidige bedding te maken. Vanaf dan zal zij de rechtstreekse verbinding met Antwerpen vormen.

Lijkt allemaal heel mooi, maar niets was minder waar, een periode van overstromingen, en dijkbreuken lag aan te komen. De reden hiervoor was te vinden in het feit dat het water nu ongeveer 1 meter hoger kwam te Antwerpen om reden, dat het veel sneller arriveerde, en daardoor ook langer bleef stijgen.

De geboorte van de Westerschelde is echt begonnen in de 15de en 16de eeuw hiervoor zorgden de belangrijke stormvloeden van 1430, 1530 en 1570 (Waardoor het land Van Saeftinghe grotendeels onderwater verdween).

Wanneer vanaf de 17de eeuw de zeearm van de Westerschelde aansluiting heeft met de Schelde en de afdamming van de Kreekrak in 1867 en de aanleg van de Sloedam in 1871 de verbinding met de Oosterschelde sluiten is de volledige hedendaagse Scheldevorm een feit.

Ook in onze polders zijn sinds de jaren 1000 een verbeten strijd gevoerd tegen de vloed die tweemaal daags de oevers van de Schelde blank zette. Het veenachtige, moeras gebied met turfgronden en welen komt langzaam in handen van de mens.

Gothelo, eerste markgraaf van Antwerpen, was de stuwende kracht achter de dijkenbouwers.

 

Van dan af gaat het allemaal in rassenschreden. Reeds rond 1258 is Stakebroek (Stabroek) een gehucht dat afhing van de kapel van Linlo.

De polders waren geboren, klaar voor ontginning.

Dat nu niet alle ellende voorbij was bewijzen de vele overstromingsrampen die de streken langs de Westerschelde hebben gekend. Zowel weersgebonden als om militaire doeleinden (niet allemaal vernoemd) verdronken mens en dier in het water op de poldergrond.

Hieronder een lijstje van de meest bekende overstromingen.

 


 

        Jaartal                                                                                            Info                              

  1.   820
  2. 1235
  3. 1288 - - De gemeente Lillo is door het water totaal vernield en bleef de polder 53 jaar onder water staan
  4. 1430 - - Algemene verwoesting treft Holland en Belgie vele dorpen worden zijn vernield en duizenden verloren het leven.
  5. 1530
  6. 1570 - -  tijdens de laatste 3 genoemden verdwijnen grote oppervlakten onder water (verdronken land van Saeftinghe).
  7. 1584 - - Berendrecht, zandvliet en Lillo verdwijnen tot 1650 onder water.
  8. 1747
  9. 1809
  10. 1814
  11. 1830 - - Deze ontij voor militaire doeleinden zou Lillo (dorp) volledig vernielen en gedeeltelijk tot 1839 en 1845 onder water blijven staan. We zullen dit deel later uitgebreid bespreken.
  12. 1916 - - Ook in de jaren 1900 zou de Schelde Lillo treffen met verschrikkelijke kracht..
  13. 1953 - - De meest gekende en dramatische in de vorige eeuw was deze van 1953 welke we later uitgebreid zullen bespreken
 

Info:

Natuurpunt “schorre werkgroep” Zie links "Natuurpunt" in de marge

Lillo “lief en leed” “

“Wikipedia”

 

 

 

Geschreven door Werner om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Plan van Lillo

Als volgende stap gaan we even de voornaamste plaatsen van Lillo op kaart bekijken. We zullen ze afzonderlijk bespreken en de mooiste hoekjes, waar nu tijdens de zomer honderden toeristen een bezoekje brengen, U op foto tonen. Uiteraard is het mij onmogelijk het geluid van het jonge groene riet, het rollen van de deining, de reuk van het water en het spel van de zonneglinsteringen op de brede rivier aan u te schenken zoals ze zijn. Alleen, fracties van seconden, bevroren gevoelens, wegwijzers voor hen die hier ooit willen komen.
Er lopen op de Scheldedijken meer schapen dan er inwoners van Lillo zijn, De schapen en bewoners leven al eeuwen in perfecte harmonie met elkaar.


Groetjes
Geschreven door Werner om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De Witte molen, of  Eenhoorn
Iedereen zal het wel met me eens zijn dat het lijkt of je naar een verloren gelopen oerbewoner kijkt in de 21ste eeuw, en zich afvragen hoe in hemelsnaam dit pronkstukje, bijna 3 eeuwen oud, hier is verzeild geraakt.
We gaan dus even beginnen met U te verklaren waarom hij hier eenzaam en verlaten over de stroom staart, met vastgeketende wieken, stram wenende ziel. Het was ooit de bedoeling rond de molen een mini Bokrijkje van de polder te stichten met een werkende molen en authentieke boerderijen en stallingen, maar de aalmoezen waren op, onteigeningen hadden alle financiële middelen uitgeput en daardoor staart de eens zo fiere molen nu eenzaam en verlaten wakend als het vredesbeeld richting Schelde te kijken.
Een wit gekalkt graf, want blijkbaar is de binnenkant dringend aan enkele hoognodige klusjes toe. Zo gaat het gerucht dat de hele kap bij de minste wenteling, als een kaartenhuisje zou instorten. Reden, een openstaande rekening, en een verdwenen balk.
Ik hoop dat zeker niet meer te moeten aanschouwen, geboren en getogen in zijn schaduw zou het een nieuw drama zijn voor de resterende oud Lillonaren en mijzelf.
Het hedendaagse Lillo is in geen enkel opzicht nog vergelijkbaar met het LINDELO uit de verre geschiedenis, bijna 500 jaar geleden. De laatste grote veranderingen hebben zich rond de jaren 1960 afgespeeld.
Het huidige Lillo is slechts een voorschoot van wat ooit een bloeiend en onbeschrijflijk mooi polderdorp was. De windmolen maakte ooit deel uit van het centraal gelegen deel van het dorp, Berendrecht, Stabroek maar ook richting Antwerpen lag verbonden via de richting Kruisschans. Je kan je wel indenken dat deze windmolen de meest vreemde soms vriendelijke, soms ongewenste reizigers zag voorbijstapten. Net zoals de Lillonaren deelde hij in de klappen van oorlogsgeweld, natuurrampen en was hij slachtoffer tijdens de teloorgang van Lillo.Waarschijnlijk was het zijn waardevolle verleden dat hem heeft gered van de totale vernieling, en heeft men hem een tweede kans gegeven zes meter hoger en +/- 1000 meter richting Schelde. Of is hij enkel een trofee zoals de kerk van Austruweel, die de macht der veroveraars aantoond.Spijtig dat hij niet kan praten, geen grootvader zou zijn kinderen de verhalen kunnen brengen die onze eenhoorn heeft beleefd en gevoeld.
Zo zou hij zeker tot in detail de uniformen kunnen beschrijven van de verschillende legers en naties die in en naar alle richtingen marcheerden tijdens hun veldtocht.Hij zou u kunnen gidsen door 300 jaar. De tientallen jaren die hij onder water heeft gestaan, en als enig gebouw overeind bleef toen Belgie zijn overwinning vierden op de Nederlanders, en hoe die uit militair stadpunt de Lillo polders lieten onderlopen door een dijk door te steken, waardoor de Schelde 2 x daags de vruchtbare gronden verder verdronk.
De witte molen bleef gelukkig net buiten de schootsafstand van de kanonnen op Lillo fort wat nog 9 jaar bezet zou worden door de Nederlanders. En sinds hij begin jaren 1960 verhuisde naar zijn huidige standplaats zag hij de chemische en petrochemische fabrieken steeds verder uitbreiden en moderniseren.
En nu ook het laatste vergezicht wat hem reste door de veroordeling van Doel en de linkeroever is nu echt een einde gekomen aan de schone polders ten noorden van Antwerpen. De Eenhoorn dankte zijn naam aan het feit dat op het dak van de kap, een metalen afbeelding van paard met een hoorn op het hoofd is geplaatst, welke dienst deed als windwijzer. (zie foto in de marge) Voor de molenaar uit die tijd een broodnodig instrument. Het verhaal van de witte molen begint in 1735, wanneer Johan Van De Sande, gehuwd met Maria Verheyen, de robuste stellingmolen optrekken in rode baksteen.
De eerste molennaar die de molenwieken deed draaien was Roevens Dillis, de stiel zou later woren verder gezet door zijn kinderen en kleinkinderen.
Dat de grond in de Lillose polder van goede kwaliteit was is te merken aan het feit dat zich rond de molen een wijngaard bevond die echter door de overstroming van 1784-1785 volledig vernield werd. De zure nasmaak van het zoveelste militair conflict in deze regio dat zorgde dat de polders onderwater werden gezet om alzo het fort buiten bereik van de vuurmonden te houden bij een belegering.
Hij trotseerde de watersnood van 1747, 1784, 1809, 1814, 1830 en 1953.
Dat het leven voor iedereen hard kon zijn bewijst de dood van een driejarig dochtertje van de molenaar (Roevens Johanna Maria) op 14 mei 1831 wanneer de zeedijk over 200 meter doorbrak als gevolg van een onkundig gebruikte sluis naast het fort en de polders opnieuw ten prooi vallen aan de watergoden. De laatste slag die de bezetters van het fort behaalde was de strooptocht die hielden op 8 december 1932 wanneer zij de volledige draagbare inhoud van de molen roofden. In 1875 werd de Eenhoorn, door erfenis, eigendom van molenaar Jan Baptist Roevens-Gijsen.
Als eigenaar werd hij in 1885 opgevolgd door molenaar Louis Spruyt-Vandenbosch. Door erfenis kwam de molen in 1920 op naam van Jozef De Jongh-Spruyt, landbouwer te Lillo. die hem dan ook na de 2de wereldoorlog en zware beschadigingen (door Engels kannonnenvuur en vliegende bommen),ten spijt, weer in zijn oude glorie hersteld, en hem tot 1966/67 in de wind keerd. Blijkbaar heeft het dank zij een op 13 october 1943 verschenen besluit welke de molen als monument liet beschouwen, er toe geleid hem nog een volledige restauratie toe te kennen.
De molen werd in 1957 hersteld door molenmakers Caers uit Retie en Jansen uit Geel en op 7 maart 1957 werd de hernieuwde molen plechtig ingehuldigd.
Dan word hij eigendom van de stad Antwerpen, een totoaal verkeerde inschatting deed hem aan de Scheldelaan belanden, waar hij tot op heden nog steed is te bewonderen.
In 1966 kocht deze de molen aan voor een bedrag van 6.847.000 frank. Ze lieten hem door de firma "De Vos" uit Lommel in een plaaster kleedje zetten, verzaagde hem in stukken, nummerde de onderdelen en plaatste de wentelaar in 1967 op de eerder genoemde Scheldelaan.
Deze verplaatsing alleen kostte 3.629.000 frank aan de stad Antwerpen.
Op 18 augustus 1967 verscheen het koninklijk besluit tot verplaatsing, maar reeds op 20 februari 1967 was men met de afbraak begonnen.
Op 10 juni 1967 draaide hij voor het eerst op zijn nieuwe standplaats.
Ik ben in zijn schaduw geboren, zijn houten knarsende geluiden, groen geverfde ramen deuren, witte mantel en sierlijke windwijzer, ze zijn een stukje uit mijn jeugd, en moeilijk te vergeten.

Windkracht, was door de eeuwen een van de meest gebruikte natuurfenomeen om de mens behulpzaam te zijn. Meer en meer verschijnen opnieuw meer gestroomlijnde formule I modellen op goed gelegen plaatsen om de toekomst te voorzien van zuivere elektriciteit. Geen molenstenen, maar transformators zorgen nu dat het graan wordt bewerkt en uiteindelijk als brood in een zakje bij de bakker ligt, de moderne ingenieur, operator en pc bedieners die deze wieken in de juist richting doen draaien, zijn eigelijk een soort nieuwe molenaars.
En de molens zijn in aantocht, hemelhoge zacht draaiende reuze schroeven, ze worden in elke open vlakte het beeld van de toekomst. Ja, we zullen er aan moeten wennen.
De Lillonaar moest zelfs wennen aan een nieuw leven, wennen aan het idee dat hij nooit nog zijn bruisende dorp zou weerzien.
Het krakende en monotone draaien van de metershoge tandwielen die er voor zorgden dat de molenstenen hun plettende arbeid verrichten.  Ze zijn niet meer van deze tijd, Ze werden aangedreven door de molenwieken welke de zuid en westenwinden als krachtbron gebruikte om de al dan niet omspannen wentelaars te laten draaien. Heren in maatpakken hadden echter hun oog laten vallen op de gronden ten noorden van Antwerpen, de industriële vooruitgang was begonnen, petrochemische en andere industrie zochten expansie en lieten hun genietroepen de zaak vlakken. Letterlijk en figuurlijk platwalsen. In de rug gedekt door de politiek was ontkomen geen optie. Pakken wat je kreeg, of de champetter met de rijkswacht klaarde de klus.
Verblind door de hoge lonen, zouden de toegeworpen aalmoezen snel worden vergeten, dacht men in Brussel en Antwerpen. En zij stuurden hun nieuwe molenaars naar de eerste linie.
En die kwamen van verre, uit landen die 15 jaar eerder de 2de wereldbrand op de zelfde grond hadden uitgevochten, en nu met diploma’s, tittels, kennis en zonder slag of stoot hun vuurspuwende honderd meter hoge schouwen en installatie’s in onze polder plaatsten. Geburen zijn het geworden.
Geen veldheer heeft ooit van te voren een zo alles vernietigende veldslag gepland en gewonnen op het grondgebied van Lillo als deze bezetters, zes meter hoge onvruchtbare grond is over een massagraf van gevoelens gespoten. De noeste boer, knecht en cafébaas, allen hadden zij de laatste grote oorlog overleefd, het meest getroffen gebied in de polderdorpen door V bommen * En de terugtrekkende Duitse troepen die ontscheepte in het fortje alles stalen wat los en vast zat. Met de moed der wanhoop bouwden zij een nieuw bestaan. Tot zij in 1953 opnieuw een  dramatische nachtmerrie te verwerken kregen.  De Schelde trachtte de gronden die zij honderden jaren geleden had prijsgeven terug te winnen op de mens. Mijn ouders hadden in 1951 in Lillo Kruisweg hun eigen stulpje gebouwd en werden die bewuste nacht wakker van het kloppende geluid dat de moor, die op de stoof stond, maakte telkens hij met de deining tegen de schouw botste. Toen mijn vader zonder licht de trap afholde pardoes in het water stapte, en alzo de vreselijke schade die de natuurramp had teweeggebracht aan den lijve ondervond, wist hij dat opnieuw een zware tijd zou aanbreken. Diezelfde nacht nog hielp hij als boerenzoon mee de trekpaarden uit de ondergelopen weilanden en stallen te evacueren. Een levensgevaarlijke taak door de vele metersdiepe sloten en prikkeldraden die onzichtbaar waren in het nachtelijke duister en slijkerige water.
De nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari 1953, zou niet alleen de Lillonaren treffen. Een dagenlange noordwesterstorm beukte op de Schelde en belette bij eb zo dat het water kon weerkeren naar de zee.( door de aantrekkingskracht, en stand van de maan verplaatst de watermassa op de aarde zich en ontstaan eb en vloed)
Het Springtij bij volle maan, bezorgt in normale omstandigheden al meer dan genoeg kopzorgen aan de oeverbewoners, maar in deze extreme omstandigheden werd een nieuwe pagina geschreven in het leven van vele mensen waaronder de Lillonaren.
Ook zij werden van verliezen niet gespaard, Mevr. Grosfeld en Madame Post werden door de kracht van het wassende water verrast en later ontzield weergevonden. Het was een harde noot die velen moesten kraken. Sommige verloren in deze nacht hun hele veestapel.
Opnieuw vochten deze minzame mensen hun weg naar heropbouw, samen hand in hand streden zij zich door hun tsunamie. Maar met hun eigenzinnig karakter, en in een samenhorigheid die blijkbaar in onze moderne wereld is verdwenen, bouwden zij samen terug hun dorp en polders, en lieten opnieuw de Belgische trekpaarden grazen, hooiden samen ettelijke velden, en smeden weer de band der poldernaren.
Op maandag 9 februari 1953 bracht Koning Boudewijn  de Lillonaren een bezoek, stak hen een riem onder het hart bracht troost en steun aan de getroffen gezinnen.
Waarschijnlijk heeft de toenmalige vorst Koning Boudewijn onze molen zien staan op zijn originele standplaats eveneens getroffen door het donkere water, maar heeft hij zelf nog geen weet gehad van de plannen die op korte termijn de sterke ruggen, lachende lippen en nooit kapot gekregen poldernaren zouden verdrijven.
Want toen het slijk uit hun huizen was gepoetst, en de vochtigheid uit de muren was gedroogd, nam in Lillo het onoverwinnelijk leger de macht in handen. ze moesten verdwijnen en zo plaats te maken voor de toekomst en Het einde van de Lillonaar. Nu en dan zie je op zonnige dagen de gerimpelde oude bedevaarders weerkeren naar hun chemisch opgeloste roots. Met tranen in de ogen vertellen zij de meest ongelooflijke verhalen van toen, doch zij sterven langzaam uit. Hun kleinkinderen worden zonder de wetenschap der polderwetten grootgebracht. Geen wuivende korenaren meer geen zuivere lucht, geen houterig geknars of heldere waterlopen met kikkers of dikkopjes.
Alleen het fort en de molen doen terugdenken aan de tijd van toen, een reis van vele eeuwen.

 

* Aantal  V  bommen gevallen in de polderdorpen en vergelijking met Antwerpen.

 

+Antwerpen  

ß459

+Lillo     

ß143

+Stabroek

ß 80

+Zandvliet      

ß 70

+Hoevenen     

ß 50

+Ekeren          

ß 49

+Berendrecht  

ß 42

 

Info:
 zie in de marge bij de geplaatste linken

 

 

Geschreven door Werner om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Een beetje info over de opbouw van deze blog

Zoals jullie weten, of reeds hebben opgemerkt zijn er drie hoofdverdelingen in deze pagina, een linker marge, middenstuk en rechtermarge. De linkermarge gaat vooral de informatieve zijde worden van deze blog, hier kan je ook naar andere blogs en websits springen door de link in te drukken, je kan er ook gegevens vinden van omliggende bezienswaardigheden, en een archief van de bestaande berichten. Ook het uur, aantal bezoekers en de mogelijkheid een waardering toe te kennen aan dit blog zijn hier aanwezig. Verder zullen hier links liggen naar foto's die zijn opgeslagen in web albums en die door aan te klikken bereikbaar zijn. Hiervoor hoef je alleen de betreffende foto of tekst te aktiveren. We gaan ook het zelfde systeem gebruiken in de rechtermarge. Hier kunnen jullie eveneens een berichtje achterlaten via de biechtstoel genaamd, gastenboek. of een e-mailtje verzenden naar Werner Bril.
Het middenstuk van deze blog is de plaats waar steeds een nieuw berichtje komt. Een foto (verkleinde versie) is steeds aanwezig en zal zich openen in een nieuwe pagina door er op te drukken. Bij sommige van de berichten zullen onderaan de tekst eveneens links komen die bij het aanklikken foto's vertonen betreffende het besproken onderwerp.
Ik hoop jullie een beetje wegwijs te hebben gemaakt in de toekomstige werking van dit modern aanvalsplan in een 16de eeuws bolwerk.
En met deze ondergaande zon, die zich als een zijde laken spreidde over de vestingsgracht beginnen we deze informatieve blog.
De in berichten voorkomende woorden gekleurd in ORANGE en geschreven met hoofdletters kunnen zijn voorzien van een link en kunnen door een druk worden geactiveerd.
Ps. Alle foto's hier geplaatst werden opgenomen en zijn eigendom van Werner Bril.Ze mogen niet worden gebruikt voor commerciele doeleinden zonder toestemming van mijzelf.
Het gebruik voor informatieve en naar Lillo of verwante doelen is toegestaan evenals eigen gebruik, mits een klein bericht aan  mijn persoon met vermelding van het doel.
Groetjes Werner Bril.
Geschreven door Werner om 11:07 Reageer op dit bericht Stuur door

Dit blog maakt deel uit van de verschillende
blogs welke werden ondergebracht in de website

http://www.lillo-krabbevanger.be

waar ongeveer 2000 foto's U een beeld schenken
van de teloorgang en resterende plaatsjes aan de
Schelde boven Antwerpen.

Bezoek ook even de fotorondleiding door het
34 kamers tellende heemkundig museum aldaar.

http://www.poldermuseum-lillo-fort.be


MEDEDELING:


1* Volgend bericht is toegevoegd op 06-02-2006
"Wist u waarom"


Lillo ligt aan de rechteroever van de Schelde. Wanneer je via de A12 van Antwerpen naar Nederland of omgekeerd rijdt, volg je ter hoogte Stabroek de wegwijzering Lillo (Brugge, tol). Zo ga je in de TIJSMANSTUNNEL. Opgepast, als je de tunnel uitkomt direct rechts anders ga je de LIEFKENSHOEKTUNNEL in. Dit is de bekende tol tunnel en gaat onder de Schelde door. Dus rechts af richting Lillo. Je komt nu op de Scheldelaan en ziet op de rechterkant de witte molen wakend over de Schelde kijken. Opnieuw rechts, dus de Schelde aan uw linkerkant, molen rechts, en de laatste boogscheut ligt nu voor je, achter een bosje verscholen, vlak tegen de Schelde zie je de ingang van het honderden jaren oude vestingsplaatsje. Je kan de auto ofwel op de parking aan de Scheldelaan, of beneden op de binnenparking kwijt, grijp je wapens geladen met filmrol of geheugenkaart en marcheer onder de bomen door in de geschiedenis. Ik wens jullie een mooie dag in het door bloed zweet en bier doordrongen geklasseerde en exlusief fort.
Langs deze weg zal ik jullie langzamerhand trachten een virtueel beeld te scheppen en de smalle straatjes, wallen en nu romantische en idylische hoekjes te laten proeven.
Welkom dus in mijn geboortedorp, en volg de gids. 
*
Geschreven door Werner om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Lillo

↑ Terug naar de berichten