Geschreven taal

Zolang er alleen maar gesproken taal was was de informatieoverdracht en vooral de informatiebewaring niet erg secuur. Informatie kon alleen maar in breinen bewaard worden en breinen zijn daar niet erg goed in.
We weten hoe makkelijk er in het menselijk geheugen vervorming optreedt. Hoe makkelijkook de informatie vervormd geraakt bij mondelinge overdracht. Stel dat persoon A iets meemaakt. Ik vertel A bvb. een verhaaltje; A moet het doorvertellen aan B, B aan C, etc. Eer we 10 schakels ver zijn in de communicatieketting blijft er van het oorspronkelijke verhaal niet veel over. M.a.w. informatieoverdracht via gesproken taal is alles behalve secuur.
Eens er geschreven taal bestaat wordt de bewaring van informatie plots veel nauwkeuriger. Bovendien kan plots veel meer informatie bewaard worden. De overgrote massa van informatie waarover onze soort nu beschikt zit niet meer in mensenbreinen, maar in boeken. Er zijn veel meer boeken dan mensenbreinen. Bovendien raakt de informatie daarin niet vervormd. Een boek kan de informatie trouw, exact bewaren, in tegenstelling tot een menselijk brein. De ontwikkeling van onze soort is in een stroomversnelling is terecht gekomen door de ontwikkeling van de geschreven taal.
Wij schatten dat de oudste geschreven talen zo'n 5.000 jaar geleden zijn ontstaan. Maar ze waren lang niet zo efficiënt als moderne geschreven talen. Moderne alfabetische talen, waarin de schrijftekens fonemen (klanken) voorstellen, waarin het visuele en het auditieve symboolsysteem gecombineerd worden, zijn slechts een kleine 3.000 jaar oud.

De boekdrukkunst is slechts in de 16de eeuw opgekomen. Is het toeval dat haar ontwikkeling samenvalt met de ontwikkeling van wat wij de moderne wetenschap noemen?
Wat ons treft als wij oudere teksten lezen die van voor de boekdrukkunst dateren is het gebrek aan betrouwbaarheid, deugdelijkheid van de informatie. De moderne lezer is verbaasd over de argeloosheid waarmee bvb. in middeleeuwse teksten waarheid en verzinsels (leugens lijkt een te hard woord) door elkaar worden geweven. De échte kennis was zo gering, alles wat werd meegedeeld was zo onzeker en betrekkelijk dat ook het onderscheid tussen leugen en waarheid wazig moet geleken hebben. De idee van wat wij nu 'harde feiten' noemen (beweringen die verifieerbaar, controleerbaar, repliceerbaar zijn) lijkt vrijwel geheel ontbroken te hebben.

De ethos van het zorgvuldig rapporteren van feiten, het sober beschrijven van observaties, die nu in onderwijs en wetenschappelijk onderzoek zo'n centrale plaats inneemt, is pas in de laatste drie eeuwen, na de opkomst van de boekdrukkunst gegroeid. Niemand nam het bvb. nauw met de spelling van een naam. Soms vinden we wel vijf of zes spellingsversies.
De stijl van een middeleeuws verslag is goed te vergelijken met die waarin de moderne Europeaan - in licht benevelde toestand - zijn vrienden over zijn voorbije vakantieavonturen informeert of die waarin de opgewonden student 's avonds in het café een relaas geeft van zijn examenervaringen. Hij rekent erop dat zijn gehoor toch niet in staat zal zijn zijn relaas te verifiëren en hij vindt dat betrouwbaarheid hier niet zo ter zake doet: het komt er op aan een goed verhaal te vertellen dat mensen verbaast, epateert en amuseert. Het kan geen kwaad zijn fantasie te gebruiken om de gebeurtenissen wat op te smukken. De onbetrouwbaarheid van de oude kronieken is voor de moderne historicus een voortdurende bron van misleiding en de professionele geschiedkundige heeft geleerd de 'feiten' van zijn voorouders stelselmatig te wantrouwen en te toetsen aan onafhankelijke bronnen. Namen, data en getallen worden behandeld met een nonchalance die niet ophoudt ons te verbazen.
De Amerikaanse historica Barbara Tuchman schrijft:
"the chronic exaggeration of medieval numbers - of armies, for example, - ...has led in the past to a misunderstanding of medieval war...It should be assumed that medieval figures...are generally enlarged by several hundred percent. This is because the chroniclers did not use numbers as data but as a device of literary art to amaze or appall the reader"
In de eerste vliegende couranten verschenen de vreemdste berichten. In een Hollands stadje was een vrouw in één keer van 68 kinderen bevallen. Op een andere plaats was een jongen ter wereld gekomen in een fluwelen pak met een kanten kraag. Een andere courant berichtte over een pasgeborene die vlak na de bevalling kwiek de benen nam, zich onder een bed verstopte en vanuit zijn schuilplaats in mooie Latijnse volzinnen op vragen antwoordde.
De omwenteling die zich in de daaropvolgende paar eeuwen heeft voltrokken in het denken van de Europese intellectuelen is verbijsterend.
(Bron: J. De Laender)












