
De vlaamse dichteres Alice Nahon(1896-1933) werd in Antwerpen geboren.
Haar vader had daar een boekhandel.Als schoolmeisje dichte ze al.Ze werd verpleegster en toen haar gezondheid achteruitging,werd ze korte tijd bibliothecaresse.Ze leed aan astma en chronische bronchitis,zodat ze veel in sanatoria verbleef.Ze werd beroemd met de bundeltjes Vondelingske (1920) en Op zachte Vooizekes (1921).Haar derde en vierde bundel, Schaduw en Gedichten verschenen in 1928 en 1930.Na haar vroege dood verschenen nog de nagelaten gedichten.
Haar verzen vertolken een grote liefde voor natuur en de seizoenen.Maar ook voor de mensen om haar heen.Ze heeft grote aandacht voor de kleine dingen van het leven.Haar waarachtige vroomheid wordt dieper naarmate het einde van haar leven nadert.
(Uit het boekje ,de mooiste gedichten van Alice Nahon: verzamelt door Sipke van der Land , en uitgegeven door J.H.Kok-Kampen)