De taal die iedereen spreekt
Angst
Angst is een negatieve emotie:
je voelt je er meestel niet prettig bij.
Angst is het gevoel dat er iets vreselijks of gevaarlijks gaat gebeuren.
In de tijd van de holbewoners
die altijd op hun hoede moesten zijn voor gevaar was dit een zeer zinvolle emotie.
Angst vergrootte hun oplettendheid en maakte
hun lichaam gereed om te vluchten,
te vechten of stokstijf te bevriezen
waardoor ze niet opvielen.
In onze moderne tijd zijn angsten
soms minder reëel en kunnen deze
zelfs ziekelijke vormen aannemen.
Denk maar eens aan de fobische angst
voor spinnen, terwijl spinnen in Nederland
toch niet echt een bedreiging vormen.
Veel mensen leven voortdurend in angst:
angst dat ze ontslagen worden,
angst dat hen of anderen wat gebeurt en
angst om dood te gaan.
Angst kan lang achtereen duren en zorgen voor voortdurende waakzaamheid.
Angst kan ook plotseling optreden:
schrikken.
Angst verhoogt het adrenalinegehalte
in het bloed.
Sommige mensen vinden het gevoel
van spanning dat dat geeft prettig en kijken daarom graag naar een griezelfilm.
Woorden die iemands angst kunnen uitdrukken:
onzeker, panisch, fobisch, angstig, geschrokken, bang, doodsbang.
Je wenkbrauwen trekken samen en weer omhoog
De lippen worden licht teruggetrokken en de mond geopend
Je onderlip wordt omlaag getrokken
De ogen worden groot
Er kunnen rimpels ontstaan in het midden van je voorhoofd
Je neusvleugels trekken strak
Je huid trekt bleek weg
Je kunt transpiratie op je voorhoofd krijgen (angstzweet




























































